Bevoegdhedenregeling gemeente Leiden

Geldend van 13-01-2022 t/m heden

Intitulé

Bevoegdhedenregeling gemeente Leiden

Het COLLEGE van BURGEMEESTER en WETHOUDERS van de gemeente LEIDEN en de BURGEMEESTER van de gemeente LEIDEN, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft;

gezien het voorstel d.d. 21-12-2021 inzake het vaststellen van de Bevoegdhedenregeling van de

gemeente Leiden;

gelet op afdeling 10.1.1 Algemene wet bestuursrecht en artikel 171, lid 2 van de Gemeentewet;

B E S L U I T :

Vast te stellen de navolgende Bevoegdhedenregeling gemeente Leiden.

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    afdeling: organisatie-eenheid van een cluster waaraan een manager leiding geeft. Afdelingen kunnen meer teams omvatten.

  • b.

    ambtelijk opdrachtgever: een functionaris die verantwoordelijk is voor de aansturing van een startopdracht.

  • c.

    ambtelijk opdrachtnemer: een functionaris die verantwoordelijk is voor de realisatie van een startopdracht.

  • d.

    burgemeester: de burgemeester van Leiden of de vervanger, als bestuursorgaan en als vertegenwoordiger van de gemeente in en buiten rechte.

  • e.

    cluster: bundeling van organisatie-eenheden met samenhangende taken. De clusters staan onder hiërarchische leiding van een directeur en kunnen meer afdelingen bevatten.

  • f.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden.

  • g.

    coördinerend senior: functionaris die de door het directieteam vastgestelde functionele en operationele leidinggevende verantwoordelijkheden heeft om het team aan te sturen.

  • h.

    directeur: de hoogste leidinggevende van een cluster, een projectbureau of instelling met eindverantwoordelijkheid daarvoor die de gemeentesecretaris bijstaat in de uitvoering van de taken. De directeur heeft een verantwoordingsplicht aan de gemeentesecretaris.

  • i.

    gemeente: de gemeente als publiekrechtelijk lichaam alsmede de gemeente als privaatrechtelijke rechtspersoon.

  • j.

    gemeentesecretaris: de secretaris zoals bedoeld in artikel 10 en volgende van de Gemeentewet. De secretaris is tevens de algemeen directeur en daarmee de hoogste leidinggevende van de ambtelijke organisatie

  • k.

    griffier: de griffier van de gemeenteraad van Leiden.

  • l.

    instelling: een op afstand geplaatste organisatie-eenheid die is belast met specifieke taken op een bepaald werkterrein.

  • m.

    locoburgemeester: de plaatsvervangend burgemeester.

  • n.

    machtiging: de bevoegdheid om namens het college of de burgemeester handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

  • o.

    manager: de manager van een afdeling is als hiërarchisch leidinggevende verantwoordelijk voor het behalen van de door de directeur opgedragen taken en doelstellingen. De manager heeft een verantwoordingsplicht aan de directeur van het cluster.

  • p.

    medewerker: functionaris werkzaam binnen de ambtelijke organisatie van de gemeente niet vallend onder de omschrijving onder b, c, g, h, j, o, r en w.

  • q.

    (onder)mandaat: de bevoegdheid om namens het college of de burgemeester besluiten te nemen.

  • r.

    operationeel manager: functionaris die alle leidinggevende verantwoordelijkheden heeft om het team aan te sturen met uitzondering van rechtspositionele besluiten en teamontwikkeling. Die taken blijven de verantwoordelijkheid van de manager.

  • s.

    portefeuillehouder: een lid van het college en verantwoordelijk voor een bepaalde portefeuille.

  • t.

    raad: de gemeenteraad van Leiden.

  • u.

    startopdracht: een door de gemeentesecretaris of directeur vastgestelde opdracht voor de uitvoering van een project, programma of proces.

  • v.

    team: organisatie-eenheid van een afdeling waaraan een operationeel manager, teamcoördinator of coördinerend senior leiding geeft.

  • w.

    teamcoördinator: functionaris die de door het directieteam vastgestelde hiërarchische, functionele en operationele leidinggevende verantwoordelijkheden heeft om het team aan te sturen.

  • x.

    volmacht: de bevoegdheid om namens het college of de burgemeester privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten.

Artikel 2 Geattribueerde bevoegdheden

Deze Bevoegdhedenregeling heeft geen betrekking op geattribueerde bevoegdheden. Dit zijn bevoegdheden die bij of krachtens de wet rechtstreeks aan een functionaris zijn toegekend.

Artikel 3 Mandaat portefeuillehouder en gemeentesecretaris

  • 1. Aan de portefeuillehouder wordt mandaat verleend voor de aan het college en de burgemeester toekomende bevoegdheden zoals genoemd in bijlage 2. Deze bevoegdheden blijven voorbehouden aan de portefeuillehouder.

  • 2. Aan de gemeentesecretaris wordt mandaat verleend voor de overige aan het college en de burgemeester toekomende bevoegdheden, met uitzondering van de bevoegdheden die op grond van lid 1 aan de portefeuillehouder zijn verleend.

  • 3. De in bijlage 1 genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan het college respectievelijk de burgemeester.

Artikel 4 Mandaat overige functionarissen

  • 1. De aan de gemeentesecretaris gemandateerde bevoegdheden worden gemandateerd aan:

    • a.

      de directeur;

    • b.

      de manager;

    • c.

      de operationeel manager;

    • d.

      de teamcoördinator;

    • e.

      de coördinerend senior;

    • f.

      overige medewerkers;

  • en aan de plaatsvervangers van de onder a tot en met e genoemde functionarissen.

  • 2. De in bijlage 3 genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan de gemeentesecretaris.

  • 3. De in bijlage 4 genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan de directeur.

  • 4. De in bijlage 5 genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan de manager.

  • 5. De in bijlage 6 genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan de operationeel manager.

  • 6. De in bijlage 7 genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan de teamcoördinator.

  • 7. De in bijlage 8 genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan bepaalde specifieke functionarissen.

  • 8. Als geen sprake is van een operationeel manager dan blijven de bevoegdheden die in bijlage 6 worden genoemd voorbehouden aan de manager.

  • 9. Als geen sprake is van een teamcoördinator dan blijven de bevoegdheden die in bijlage 7 worden genoemd voorbehouden aan de operationeel manager dan wel – bij het ontbreken daarvan – aan de manager.

  • 10. Het is de onder a t/m e genoemde functionarissen niet toegestaan om ondermandaat te verlenen voor de aan hen voorbehouden bevoegdheden.

Artikel 5 Voorwaarden mandaat

  • 1. De in artikel 4, eerste lid genoemde functionarissen maken van het aan hen verleende mandaat slechts gebruik ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van hun cluster, tot de aan hen opgedragen opgave of tot hun eigen werkterrein.

  • 2. Voor de in artikel 4, eerste lid genoemde functionarissen geldt als voorwaarde dat:

    • a.

      De uitoefening van de bevoegdheid binnen de vastgestelde beleidskaders blijft; en

    • b.

      Bij de uitoefening van de bevoegdheid de vigerende budgethoudersregeling gemeente Leiden te alle tijden in acht wordt genomen.

  • 3. Voor de in artikel 4, eerste lid onder f genoemde functionarissen geldt daarnaast als voorwaarde dat sprake is van routinematige aangelegenheden die behoren tot het eigen cluster dan wel tot de aan hen opgedragen opgave of tot hun eigen werkterrein.

Artikel 6 Instructies uitoefening mandaat

  • 1. De functionaris volgt bij de uitoefening van het mandaat de volgende instructies op:

    • a.

      Indien een aangelegenheid/bevoegdheid/besluit onderdelen bevat waarvan het mandaat bij een ander cluster ligt, vindt afstemming met het andere cluster plaats alvorens van het mandaat gebruik wordt gemaakt; en

    • b.

      De functionarissen genoemd in artikel 4, eerste lid onder c t/m f maken bij voorkeur gebruik van het 4-ogen principe door een functionaris uit hetzelfde cluster.

  • 2. De functionaris zorgt voor afstemming met het bestuursorgaan dan wel de portefeuillehouder voordat een besluit wordt genomen indien:

    • a.

      Het een aangelegenheid betreft waarover door de raad in een eerder stadium vragen aan het college of de burgemeester zijn gesteld;

    • b.

      Het bestuursorgaan dan wel de portefeuillehouder de wens hiertoe kenbaar heeft gemaakt;

    • c.

      Bij een besluit meerdere domeinen betrokken zijn, wier standpunt niet gelijkluidend is;

    • d.

      Het besluit of de (rechts)handeling als politiek, bestuurlijk of anderszins gevoelig wordt aangemerkt;

    • e.

      De aangelegenheid tot kritische berichtgeving in de media heeft geleid dan wel in verband met de aard van de aangelegenheid redelijkerwijs moet worden aangenomen dat dit zal gebeuren.

  • 3. Het niet opvolgen van de instructies zoals opgenomen onder het eerste en tweede lid leidt niet tot onbevoegdheid van de gemandateerde functionaris.

Artikel 7 Mandaat griffier

Aan de griffier wordt mandaat verleend tot:

  • 1.

    het nemen van besluiten in het kader van aanbestedingen van diensten en leveringen voor zover deze betrekking hebben op de griffie.

  • 2.

    het aangaan en ondertekenen van overeenkomsten voor zover deze betrekking hebben op de griffie, met uitzondering van convenanten, bestuursovereenkomsten en intentieverklaringen.

Artikel 8 Ondertekening

De stukken worden als volgt ondertekend:

Burgemeester en wethouders van Leiden,/ De burgemeester van Leiden,

namens dezen/ namens deze,

handtekening en naam,

functiebenaming en organisatieonderdeel ondertekenaar.

Artikel 9 Volmacht en machtiging

Voor de toepassing van deze regeling en de daarop berustende bepalingen worden met mandaat gelijkgesteld de verlening van:

  • a.

    Volmacht;

  • b.

    Machtiging.

Artikel 10 Intrekking vorige besluit

Met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit wordt de Bevoegdhedenregeling Leiden 2019, laatstelijk gewijzigd op 16 oktober 2020, ingetrokken.

Artikel 11 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2022.

Artikel 12 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als "Bevoegdhedenregeling gemeente Leiden 2022".

Ondertekening

Aldus besloten in de vergadering van 21-12-2021.

Het college van Burgemeester en Wethouders

de secretaris

P.M van Vliet

de burgemeester

drs. H.J.J. Lenferink

Leiden, 21 december 2021.

De Burgemeester

drs. H.J.J. Lenferink

Leiden, 21 december 2021

Bijlage 1

Aangelegenheden welke ingevolge artikel 3, derde lid van de Bevoegdhedenregeling gemeente Leiden blijven voorbehouden aan het college respectievelijk de burgemeester.

Behorende bij besluit Nr. 21.0649

1. Bestuurlijk-Juridische aangelegenheden

1.1 Publiekrecht

Aan het college blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het doen van voorstellen aan de raad.

  • 2.

    het vaststellen van het organisatiebesluit.

  • 3.

    het vaststellen van regels omtrent de ambtelijke organisatie.

  • 4.

    het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels, voor zover deze niet door de raad worden vastgesteld.

  • 5.

    het vaststellen van een andere inspraakprocedure ten behoeve van een beleidsvoornemen dan die is beschreven in afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht.

  • 6.

    het nemen van besluiten voor individuele gevallen, die niet onder een algemeen verbindend voorschrift of een beleidsregel vallen, waaronder begrepen het toepassing geven aan hardheidsclausules in algemeen verbindende voorschriften die door de raad zijn vastgesteld.

  • 7.

    de bevoegdheid tot het verlenen, wijzigen of intrekken van vergunningen, ontheffingen en vrijstellingen ten behoeve van de gemeente zelf.

  • 8.

    het nemen van besluiten waarbij wordt afgeweken van beleid, richtlijnen en/of voorschriften, met betrekking tot omgevingsrechtelijke aangelegenheden met uitzondering van binnenplans afwijken van een bestemmingsplan of beheersverordening en bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen (voorheen zogenaamde kruimelgevallen).

  • 9.

    het vaststellen van het voorontwerp en ontwerp bestemmingsplan.

  • 10.

    het nemen van besluiten op verzoeken om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur, die betrekking hebben op een ramp als bedoeld in de Wet veiligheidsregio's.

  • 11.

    het nemen van beslissingen over de wijze van verdeling van een door de raad vastgesteld subsidieplafond.

  • 12.

    het vaststellen van formulieren voor het indienen van aanvragen tot het nemen van een besluit.

  • 13.

    de bevoegdheid om te weigeren dat de ambtenaar van de burgerlijke stand en de buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand op verzoek elders binnen de gemeente ambtsbezigheden verricht.

  • 14.

    het nemen van het besluit tot de intrekking of weigering van een BIBOB beschikking.

  • 15.

    het nemen van besluiten die zijn neergelegd in een document dat is gericht tot:

    • -

      de raad;

    • -

      de Koning(in) en andere leden van het Koninklijk Huis;

    • -

      de raad van ministers van het Koninkrijk, de ministerraad of een daaruit gevormde onderraad of commissie, ministers en staatssecretarissen;

    • -

      de voorzitter van de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal of van een uit die Kamer gevormde commissie;

    • -

      de vice-president van de Raad van State;

    • -

      de president van de Algemene Rekenkamer;

    • -

      de Nationale Ombudsman, voor zover het correspondentie betreft ter zake formele klachten;

    • -

      enig bestuursorgaan van een provincie of een gemeente;

    • -

      enig bestuursorgaan van een waterschap of een hoogheemraadschap;

  • voor zover geen sprake is van een aanvraag voor een subsidie, vergunning, ontheffingen of vrijstelling ten behoeve van de gemeente Leiden.

  • 16.

    het verlenen van mandaat aan externen die niet werkzaam zijn onder directe verantwoordelijkheid van het college of de burgemeester.

  • 17.

    het nemen van het besluit op bezwaar inzake bezwaarschriften waarbij wordt afgeweken van het advies van een commissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Awb, dan wel van het advies van de ambtelijk hoorder. Deze uitzondering geldt niet voor beslissingen op bezwaar in het kader van het ‘fiets-fout = fiets-weg’ beleid.

  • 18.

    het benoemen van personen in bestuurscommissies als bedoeld in artikel 83 van de Gemeentewet.

  • 19.

    het benoemen van personen in commissies als bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet.

  • 20.

    het aanwijzen van de gemeentearchivaris.

  • 21.

    het aanwijzen van een gemeenteambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet.

  • 22.

    het aanwijzen van een gemeenteambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel c van de Gemeentewet.

Aan de burgemeester blijven voorbehouden:

  • 1.

    alle bevoegdheden die hem op het gebied van openbare orde en veiligheid toekomen op grond van de Gemeentewet en specifieke wetten.

1.2 Privaatrecht

Aan het college blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • b.

    het nemen van besluiten tot het aangaan van publiek-private samenwerkings-constructies, convenanten, intentieverklaringen en bestuursovereenkomsten.

  • 2.

    het nemen van besluiten tot het aangaan van overeenkomsten indien:

    • a.

      op grond van de Gemeentewet het college de raad vooraf over de overeenkomst moet informeren, omdat de raad daarom heeft verzocht;

    • b.

      op grond van de Gemeentewet de raad vooraf in de gelegenheid gesteld is wensen en bedenkingen ten aanzien van de overeenkomst ter kennis van het college te brengen omdat deze ingrijpende gevolgen voor de gemeente kan hebben.

    • c.

      de raad ter zake om informatie heeft gevraagd.

  • 3.

    het afgeven van garanties, borgstellingen en dergelijke, hoe ook genaamd, met inachtneming van de kaders van de verordening gemeentegaranties.

  • 4.

    het vaststellen van tarieven voor commerciële dienstverlening aan derden.

  • 5.

    het nemen van besluiten tot weigering van onder 1 t/m 4 en lid 7 genoemde (rechts)handelingen.

  • 6.

    het besluiten over het aangaan van rekening courant-overeenkomsten.

  • 7.

    het nemen van besluiten tot het aangaan van civiele procedures met betrekking tot vorderingen met een financieel belang hoger dan €50.000,-.

  • 8.

    het nemen van besluiten om hoger beroep of cassatie aan te tekenen namens de gemeente of het gemeentebestuur in civiele procedures.

  • 9.

    het nemen van besluiten ten aanzien van alternatieve geschillenbeslechting, niet zijnde arbitrage of het voorleggen van geschillen aan scheidslieden.

  • 10.

    het treffen van een schikking in een civiele of strafrechtelijke procedure, indien hiervoor geen financiële middelen op de vigerende begroting beschikbaar zijn.

  • 11.

    het nemen van besluiten tot de oprichting van of de deelneming in rechtspersonen, na zienswijze van de raad.

  • 12.

    het kwijtschelden, oninbaar verklaren en buiten invordering stellen van vorderingen.

  • 13.

    het nemen van besluiten tot aanvaarding of afwijzing van erfstellingen en legaten anders dan bedoeld in de overige bijlagen.

  • 14.

    het nemen van besluiten tot aanvaarding of afwijzing van schenkingen, anders dan bedoeld in de overige bijlagen.

  • 15.

    het nemen van besluiten tot het doen van een schenking.

  • 16.

    het aanvaarden van een aanbod tot sponsoring.

  • 17.

    het aanvragen van surseance van betaling en faillissement.

  • 18.

    het nemen van besluiten over het verstrekken van geldleningen, binnen de kaders van de Financiële verordening.

  • 19.

    het benoemen van personen als vertegenwoordiger van de gemeente Leiden in bestuurs- en toezichthoudende organen van publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtspersonen.

  • 20.

    het benoemen van personen in adviesorganen van het college, met uitzondering van het benoemen van een planschade-adviseur.

  • 21.

    het aanwijzen van een jeugdhulpaanbieder.

2. Personeelsaangelegenheden

Aan het college blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het besluiten tot het aangaan, wijzigen en beëindigen van de arbeidsovereenkomst en overige besluiten over de rechtspositie van de gemeentesecretaris-algemeen directeur op grond van wetten in formele zin, de Cao Gemeenten of het Personeelshandboek.

  • 2.

    het vaststellen van de functiebeschrijving van de gemeentesecretaris-algemeen directeur.

  • 3.

    het besluiten tot het aangaan, wijzigen en beëindigen van de arbeidsovereenkomst en overige besluiten over de rechtspositie van de directeur op grond van wetten in formele zin, de Cao Gemeenten of het Personeelshandboek.

Aan de burgemeester blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het ondertekenen van een arbeidsovereenkomst met de gemeentesecretaris, de directeur, en de manager concernstaf.

  • 2.

    de afdoening van klachten op grond van de klachtenregeling wegens ongewenst gedrag van het college, een collegelid, raad of raadslid en de gemeentesecretaris, met ondersteuning van de klachtenambtenaar.

  • 3.

    de afdoening van formele klachten op grond van de vigerende klachtenregeling indien de klacht een gedraging van het college, een collegelid of de raad betreft.

Aan de locoburgemeester blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    de afdoening van klachten op grond van de vigerende klachtenregeling wegens ongewenst

  • gedrag van de burgemeester in diens hoedanigheid van bestuursorgaan, vertegenwoordiger van de gemeente of lid van het college, met ondersteuning van de klachtenambtenaar.

  • 2.

    de afdoening van formele klachten op grond van de vigerende klachtenregeling indien de klacht

  • de gedraging van de burgemeester in diens hoedanigheid van bestuursorgaan, vertegenwoordiger van de gemeente of lid van het college betreft.

Bijlage 2

Aangelegenheden welke ingevolge artikel 3, eerste lid van de Bevoegdhedenregeling gemeente Leiden zijn gemandateerd aan de portefeuillehouder en blijven voorbehouden aan de portefeuillehouder.

Behorende bij besluit Nr. 21.0649

________________________________________

Aan de portefeuillehouder wordt mandaat verleend, voor zover dit past binnen de door het college vastgestelde portefeuilleverdeling, tot:

  • 1.

    het nemen van de beslissing op bezwaar, met uitzondering van bezwaarschriften tegen besluiten van het cluster Publiekszaken, Handhaving en Veiligheid, met de voorwaarde dat de beslissing op bezwaar in lijn is met het advies van de Commissie Bezwaarschriften of het advies na ambtelijk horen.

  • 2.

    het nemen van de beslissing op verzoeken om planschade en nadeelcompensatie.

  • 3.

    het besluit tot het voeren van verweer in rechte indien de gemeente als civiele partij in rechte wordt betrokken, met de instructie dat dit in de eerstvolgende vergadering van burgemeester en wethouders (B&W) wordt gemeld.

  • 4.

    het nemen van beheersbesluiten niet zijnde (de wijziging van) de aanstelling betreffende de gemeentesecretaris.

  • 5.

    het vragen van adviezen als bedoeld in artikel 6 van het Reglement Leidse Milieuraad en artikel 6 van het Reglement Leidse Sportfederatie.

  • 6.

    het nemen en ondertekenen van besluiten in verband met straatnaamgeving met de voorwaarde dat dit overeenkomstig het advies van de straatnaamcommissie is.

  • 7.

    het nemen van beslissingen met betrekking tot parkeerproducten voor parkeergarages binnen de door het college gestelde tariefkaders d.d. 21 januari 2014.

  • 8.

    het vaststellen van participatieplannen en participatieverslagen.

  • 9.

    het benoemen en ontslaan van leden van de beoordelingscommissie (in het kader van het onderwijs).

Bijlage 3

Aangelegenheden welke ingevolge artikel 4, tweede lid van de Bevoegdhedenregeling gemeente Leiden blijven voorbehouden aan de gemeentesecretaris.

Behorende bij besluit Nr. 21.0649

________________________________________

1. Bestuurlijk-Juridische aangelegenheden

1.1. Publiekrecht

Aan de gemeentesecretaris blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    de afdoening van formele klachten op grond van de klachtenregeling indien de klacht een gedraging van een directeur of de manager concernstaf betreft, met ondersteuning van de klachtenambtenaar.

  • 2.

    de afdoening van klachten op grond van de klachtenregeling ongewenst gedrag.

  • 3.

    communiceren en corresponderen met de werkgeverscommissie van de griffie betreffende wijzigingen in de arbeidsvoorwaarden van de griffie.

  • 4.

    het vaststellen van de Budgethoudersregeling.

  • 5.

    het aanbrengen van wijzigingen in de hoofdorganisatiestructuur zoals opgenomen in het Organisatiebesluit gemeente Leiden 2022, artikel 2, lid 2.

1.2. Privaatrecht

Aan de gemeentesecretaris blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het nemen van besluiten om af te wijken van het vastgestelde aanbestedingsbeleid.

  • 2.

    het nemen van een besluit tot het uitsluiten van een inschrijver ter zake van een aanbestedingsprocedure.

2. Personeelsaangelegenheden

Aan de gemeentesecretaris blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het vaststellen van functies en functiewaarderingssystemen in het functieboek.

  • 2.

    het vastleggen van de lokale arbeidsvoorwaarden en personele regelingen in het Personeelshandboek.

  • 3.

    de vertegenwoordiging in het lokaal overleg met de vakbonden.

  • 4.

    het uitbrengen van de stem bij ledenraadplegingen van de VNG betreffende de collectieve arbeidsvoorwaarden.

  • 5.

    het vaststellen van boventalligheid als gevolg van een reorganisatie, inclusief vaststelling van de startdatum van het Van-werk-naar-werktraject.

  • 6.

    de bevoegdheid tot communiceren en corresponderen met de werkgeverscommissie van de griffie betreffende wijzigingen in de arbeidsvoorwaarden.

  • 7.

    Het opzeggen van de arbeidsovereenkomst met een manager wanneer deze niet: van rechtswege of bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd door de werknemer eindigt, of tijdens de proeftijd plaatsvindt.

Bijlage 4 Aangelegenheden welke ingevolge artikel 4, derde lid van de Bevoegdhedenregeling gemeente Leiden blijven voorbehouden aan de directeur.

Behorende bij besluit Nr. 21.0649

________________________________________

1. Bestuurlijk-Juridische aangelegenheden

1.1 Publiekrecht

Aan alle directeuren blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    de afdoening van formele klachten op grond van de klachtenregeling indien de klacht een gedraging van een manager betreft, met ondersteuning van de klachtenambtenaar.

  • 2.

    het aanbrengen van wijzigingen in de organisatiestructuur van de eigen organisatie-eenheid, zoals opgenomen in het Organisatiebesluit gemeente Leiden 2022, artikel 2, lid 2, voor zover het gaat om wijzigingen binnen een afdeling.

  • 3.

    het vaststellen van een startopdracht voor de uitvoering van een project, een programma of proces.

Aan de directeur van Erfgoed Leiden en Omstreken blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het vaststellen, wijzigen en intrekken van het Reglement Erfgoed Leiden en Omstreken.

Aan de directeur van het cluster Participatie en Maatschappelijke Ontwikkeling blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het aanwijzen van Toezichthouders Rechtmatigheid WMO en Jeugd.

Aan de directeur van het cluster Publiekszaken, Handhaving en Veiligheid blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het nemen van de beslissing op bezwaar inzake bezwaarschriften tegen besluiten van het cluster Publiekszaken, Handhaving en Veiligheid met de voorwaarde dat de beslissing op bezwaar in lijn is met het advies van de Commissie Bezwaarschriften of het advies na ambtelijk horen.

  • 2.

    het nemen van de beslissing op bezwaar inzake bezwaarschriften tegen besluiten in het kader van het Fiets Fout=Fiets Weg beleid, indien deze beslissing afwijkt van het advies na ambtelijk horen.

Aan de directeur van het cluster Stedelijke Ontwikkeling blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het instellen van beroep tegen een aanwijzingsbesluit als bedoeld in artikel 8.2, lid 2 onder d van de Wet Ruimtelijke Ordening, met de instructie dat bij politiek gevoelige onderwerpen vooroverleg plaatsvindt met de portefeuillehouder.

Aan de directeur DZB blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het aanbieden en het beëindigen van op de arbeidsinschakeling gerichte voorziening aan personen uit de doelgroep van de Participatie, binnen de kaders van de gemeentelijke re-integratieverordening.

  • 2.

    het voorselecteren van personen voor beschut werk en het inwinnen van advies bij het UWV voor de beoordeling van de geselecteerde personen.

  • 3.

    het aanvragen van adviezen bij het UWV met betrekking tot het vaststellen van de doelgroep loonkostensubsidie en de loonwaarde van een persoon.

  • 4.

    het aangaan en opzeggen van arbeidsovereenkomsten met werknemers ingevolgde de cao SW.

  • 5.

    het intrekken van een her-indicatiebeschikking WSW.

1.2 Privaatrecht

Aan alle directeuren blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het opdragen van werken van een bestek door middel van het tekenen van de opdrachtbrief na samenwerking met Servicepunt71.

  • 2.

    de vertegenwoordiging van de gemeente buiten rechte tot een bedrag van €500.000,-.

  • 3.

    het bij de rechtbank aanhangig maken van een vordering tot het betalen van een geldsom van € 5.000,- of meer.

  • 4.

    het nemen van het besluit dat de gemeente zich voegt in een strafzaak.

  • 5.

    het nemen van het besluit tot het voeren van verweer in civiele en strafrechtelijke procedures, inclusief het hiervoor benodigde procesbesluit en het verstrekken van de daarbij horende volmacht, met de instructie dat de betreffende portefeuillehouder hierover vooraf dient te worden geïnformeerd.

  • 6.

    het treffen van een schikking in een civiele of strafrechtelijke procedure, indien hiervoor financiële middelen op de vigerende begroting beschikbaar zijn.

  • 7.

    het nemen van besluiten over het opnemen van geldleningen op de kapitaalmarkt met een looptijd van een jaar of langer.

Aan de directeur van het cluster Beheer blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het verrichten van alle rechtshandelingen die voortvloeien uit het keurmerk Veilig en Schoon voor zwembaden.

  • 2.

    het verrichten van alle rechtshandelingen die betrekking hebben op de clusterbrede Risico Inventarisatie en Evaluatie en het daarmee samenhangend plan van aanpak.

Aan de directeur van Erfgoed Leiden en Omstreken blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    privaatrechtelijke verhuur van (archief)depots aan derden.

  • 2.

    het aanvaarden van schenkingen, legaten en erfstellingen in natura bestemd voor opname in collecties Erfgoed Leiden tot een bedrag van €50.000,- mits er geen nadere voorwaarden aan zijn verbonden.

  • 3.

    het honoreren van bruikleenaanvragen van tijdelijke aard uit de collectie van Erfgoed Leiden tot een bedrag van €500.000,- mits voldaan wordt aan de gebruikelijke voorwaarden van transport en verzekering.

  • 4.

    het doen van aankopen ten behoeve van de collectie tot een aankoopprijs €25.000,- per object en volgens vigerend protocol.

  • 5.

    het vaststellen van de toegangsprijs voor Molenmuseum De Valk, met de instructie dat de hoogte van de toegangsprijs wordt teruggekoppeld aan de portefeuillehouder.

  • 6.

    het aangaan van dienstverleningsovereenkomsten als uitwerking van een collegebesluit hierover.

Aan de directeur van het museum de Lakenhal blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het aanvaarden van schenkingen in natura bestemd voor opname in de collectie van museum de Lakenhal, mits voldoende herkomstonderzoek is gedaan.

  • 2.

    het aanvaarden van geldelijke schenkingen, mits voldoende herkomstonderzoek is gedaan en met de voorwaarde dat bij schenkingen boven € 1.000.000,-- afstemming plaatsvindt met de gemeentesecretaris.

  • 3.

    het doen van aankopen ten behoeve van de museumcollectie volgens vigerend protocol en onder voorwaarde dat de aankopen in overeenstemming zijn met de beschikbare middelen.

  • 4.

    het aangaan van een renteloze geldlening ten behoeve van museum de Lakenhal en het aanvaarden van kwijtschelding in jaarlijkse termijnen van de betreffende lening in het kader van een door de fiscus geaccepteerde wijze van schenking, tot een maximumbedrag van €12.500,-.

  • 5.

    het honoreren van bruikleenaanvragen van tijdelijke aard uit de collectie van museum de Lakenhal, voor een object met een waarde van meer dan € 1.000.000,-- mits voldaan wordt aan de gebruikelijke voorwaarden van transport en verzekering en met een medeparagraaf van de wethouder cultuur.

  • 6.

    het afstoten van de collectie mits voldaan wordt aan de richtlijnen Leidraad Afstoting Museale Objecten van RCE en ICOM.

2. Personeelsaangelegenheden

Aan alle directeuren blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het besluiten tot het aangaan, wijzigen en beëindigen van de arbeidsovereenkomst van managers en overige besluiten over hun rechtspositie op grond van wetten in formele zin, de Cao Gemeenten of het Personeelshandboek.

  • 2.

    het opzeggen van de arbeidsovereenkomst met een medewerker wanneer deze niet: van rechtswege of bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd door de werknemer eindigt, of tijdens de proeftijd plaatsvindt.

  • 3.

    het nemen van besluiten over verschuivingen of wijzigingen binnen de formatie die het afdelingsniveau overstijgen.

  • 4.

    het nemen van maatregelen in verband met een vermoeden van misstanden.

  • 5.

    het toepassen van sancties door kortingen op het salaris, de aanvullende Werkeloosheidswet en de na-wettelijke WW-uitkering met de voorwaarde dat niet is voldaan aan de inspanningsverplichtingen met betrekking tot re-integratie.

  • 6.

    het treffen van disciplinaire maatregelen jegens een medewerker wegens het niet nakomen van verplichtingen, niet voldoen aan voorschriften, ofwel op andere wijze niet gedragen als goed werknemer.

  • 7.

    het richten van verzoeken aan de kantonrechter tot ontslag.

  • 8.

    het afkopen van de na-wettelijke uitkering.

  • 9.

    het geven van voorschriften met betrekking tot het verrichten van de arbeid, inclusief die welke strekken ter bevordering van de goede orde.

  • 10.

    het opleggen van een schorsing als ordemaatregel.

  • 11.

    het aanwijzen voor werkzaamheden bij buitengewone omstandigheden op grond van artikel 11.6 Cao Gemeenten.

  • 12.

    het vaststellen van de hoogte van het schadevergoedingsbedrag voor een werknemer die schade heeft veroorzaakt door een opzettelijke of bewust roekeloze onrechtmatige gedraging.

Bijlage 5

Aangelegenheden welke ingevolge artikel 4 vierde lid van de Bevoegdhedenregeling gemeente Leiden blijven voorbehouden aan de manager.

Behorende bij besluit Nr. 21.0649

_______________________________________

1. Bestuurlijk-Juridische aangelegenheden

1.1 Publiekrecht

Aan alle managers blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het nemen van besluiten in het kader van de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen.

  • 2.

    het nemen van besluiten op verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur.

  • 3.

    het nemen van verdagingsbesluiten voor zover deze bevoegdheid niet is gemandateerd aan Servicepunt71.

  • 4.

    de afdoening van klachten indien de klacht een gedraging van een ambtenaar of van een team(onderdeel) betreft.

  • 5.

    het afleggen van verantwoording over de uitvoering van specifieke uitkeringen via de Single Information Single audit (SiSa.)

  • 6.

    het opleggen van waarschuwingen op grond van artikel 2:28A, artikel 2:29 en artikel 2:30 van de Algemene plaatselijke verordening.

  • 7.

    het nemen van besluiten in het kader van het verlenen en vaststellen van subsidies.

Aan de manager van het cluster Participatie en Maatschappelijke Ontwikkeling, afdeling Beleid Maatschappelijke Ontwikkeling blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het geheel of gedeeltelijk terugvorderen, herzien of intrekken van de geldwaarde van ten onrechte genoten individuele jeugdhulpvoorziening of het ten onrechte genoten Persoonsgebonden budget Jeugdhulp.

Aan de manager van het cluster Participatie en Maatschappelijke Ontwikkeling, afdeling Werk en Inkomen blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het indienen van een declaratie op grond van de Wet Declaratie Regeling financiering en verantwoording in het kader van de Wet Inkomensvoorziening Oudere Werklozen (IOAW)/Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ)/ Bijstand voor zelfstandigen (Bbz) en het indienen van de SiSa jaarverantwoordingen Participatiewet bij het desbetreffende Ministerie alsmede het indienen van overige declaraties.

Aan de manager van het cluster Publiekszaken, Handhaving en Veiligheid, afdeling Omgevingsvergunningen blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het nemen van een besluit op een aanvraag voor een huisvestingsvergunning als bedoeld in de geldende Regionale Huisvestingsverordening Holland Rijnland voor zover het particuliere verhuur van sociale woningen betreft.

Aan de manager van het cluster Publiekszaken, Handhaving en Veiligheid, afdeling Ondersteuning PHV blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het nemen van alle besluiten inzake het aanwijzen van stemlocaties op grond van de Kieswet.

Aan de manager van het cluster Publiekszaken, Handhaving en Veiligheid, afdeling Omgevingsvergunningen en afdeling Vergunningen Openbare Ruimte blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het verrichten van alle handelingen ten aanzien van het verlenen, wijzigen, weigeren of intrekken van een vergunning en ontheffingen.

Aan de manager van het cluster Publiekszaken Handhaving en Veiligheid, afdeling Vergunningen Openbare Ruimte, afdeling Handhaving Openbare Ruimte en afdeling Bouwtoezicht, Juridische Handhaving en Veiligheid blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening opleggen van waarschuwingen met betrekking tot terrasvergunningen, sluitingstijden, terrassen- en horeca inrichtingen en tijdelijke sluitingen alsmede het opleggen van aanlijn- en muilkorfgeboden.

  • 2.

    het aanwijzen, de afgifte en ondertekening van legitimatiebewijzen van toezichthouders.

  • 3.

    het nemen van besluiten met betrekking tot het toepassen, het weigeren toe te passen of het beëindigen van handhaving inclusief het voeren van incidenteel hoger beroep voor zover het niet tegen de gemeente Leiden gerichte handhavingszaken betreffen.

Aan de manager van het cluster Publiekszaken Handhaving en Veiligheid, afdeling Handhaving Openbare Ruimte blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het aanstellen van een of meerdere marktmeester(s) en het bepalen van zijn of hun taken en bevoegdheden zoals bedoeld in artikel 6 Marktverordening 2015.

  • 2.

    het aanstellen van een of meerdere toezichthouders belast met het toezicht op de naleving van artikelen 2:51, 2:52, 5:12 en 5:12A Algemene plaatselijke verordening en het bepalen van zijn of hun taken en bevoegdheden zoals bedoeld in artikel 6:2 lid 2 van de Algemene plaatselijke verordening.

  • 3.

    het heffen van binnenhavengeld bij wege van voldoening op aangifte in het kader van de uitvoering van de Verordening Binnenhavengeld Leiden.

  • 4.

    het nemen van de beslissing op bezwaar inzake bezwaarschriften tegen besluiten in het kader van het Fiets Fout=Fiets Weg beleid, indien deze beslissing in lijn is met het advies na ambtelijk horen.

Aan de manager van het cluster Publiekszaken Handhaving en Veiligheid, afdeling Bouwtoezicht, Juridische handhaving en Veiligheid blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het opleggen van een toegangsverbod aan personen, niet zijnde medewerkers van de gemeente Leiden, voor een periode van maximaal één jaar en met betrekking tot één of meerdere gemeentelijke gebouwen.

  • 2.

    het uitvoeren van alle handelingen in het kader van de toepassing van de Wet Bibob met uitzondering van het nemen van besluiten die betrekking hebben op de intrekking van, weigering van en het verbinden van voorschriften aan een beschikking.

Aan de managers van het cluster Stedelijke Ontwikkeling blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het nemen van besluiten met betrekking tot kleinschalige verkeersvoorzieningen voor zover deze aan de orde zijn gekomen in het Verkeersoverleg inclusief het nemen van verkeersbesluiten voortkomend uit dit Verkeersoverleg.

  • 2.

    het nemen van ontwerp- en verkeersbesluiten van gemeentelijke wegen.

  • 3.

    het nemen van alle besluiten inzake verkeersvoorzieningen en het nemen van (ontwerp)verkeersbesluiten in het kader van de Scheepvaartverkeerswet.

Aan de manager van het cluster Stedelijke Ontwikkeling, afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het aanvragen van een verklaring van geen bezwaar bij het college van Gedeputeerde Staten.

  • 2.

    het voeren van vooroverleg met naburige gemeenten in het kader van de voorbereiding van een bestemmingsplan.

  • 3.

    het indienen van een zienswijze met betrekking tot de voorbereiding van een bestemmingsplan met de instructie dat vooroverleg plaatsvindt bij een politiek gevoelig onderwerp.

  • 4.

    het vaststellen van het ontwerpbesluit en de ontwerpverklaring van geen bedenkingen bij omgevingsvergunningen waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken.

  • 5.

    het besluiten over toepassing van de coördinatieregeling op een ruimtelijk initiatief zoals bedoeld in de vigerende Coördinatieverordening van Leiden.

  • 6.

    het aangaan en ondertekenen van planschadeovereenkomsten.

Aan de manager van het cluster Stedelijke Ontwikkeling, afdeling Duurzame Leefomgeving blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het nemen van besluiten in het kader van het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse Gemeenten.

Aan de manager van het cluster Stedelijke Ontwikkeling, afdeling Grond- en Vastgoedbedrijf blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het aangaan en ondertekenen van planschadeovereenkomsten.

Aan de manager van het cluster Beheer, afdeling Sportaccommodaties blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het uitvoeren van alle verplichtingen op grond van het keurmerk Veilig en Schoon voor zwembaden waaronder, maar niet uitsluitend, het vaststellen van plannen en werkinstructies en het aanvragen van vergunningen.

  • 2.

    het in het kader van het protocol Vrolijk en Veilig opleggen van een toegangsverbod aan personen, niet zijnde medewerkers van de gemeente Leiden, voor een periode van maximaal één jaar en met betrekking tot één of meer gemeentelijke gebouwen.

Aan de manager Strategie, Middelen en Control blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het verrichten of uitvoeren van de handelingen en/of bevoegdheden die voortvloeien uit de Wet Kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken.

  • 2.

    het doen van een inschrijving en het doorvoeren van wijzigingen in het handelsregister van de Kamer van Koophandel

  • 3.

    het besteden van de budgetten zoals genoemd in de bijlage bij het mandaatbesluit Leiden/ Servicepunt van 20 december 2011 (B&W- besluit nr. 11.1322) en tevens om voor het beheer van deze budgetten ondermandaat te verlenen aan het bestuur van Servicepunt 71, met de bevoegdheid ondermandaat te verlenen waarbij de voorwaarden voor de begrenzing van het mandaat in acht worden genomen.

Aan de manager DZB blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het nemen van alle beslissingen met betrekking tot arbeidsovereenkomsten met WSW-werknemers, met uitzondering van opzeggingen van dienstverbanden.

  • 2.

    het aanvragen van her-indicaties WSW-werknemers.

  • 3.

    het aangaan van overeenkomsten met reguliere werkgevers voor detachering of begeleid werken van de WSW’ers en de werknemers van de Stichting DZW Participatiewerk.

  • 4.

    het aangaan van overeenkomsten met de Stichting DZB Participatiewet voor het inlenen van het personeel.

  • 5.

    het verstrekken van loonkostensubsidies in het kader van de Participatiewet en subsidies aan werkgevers en begeleidingsorganisaties in het kader van begeleid werken.

  • 6.

    het aanvragen van subsidies bij externe instanties.

  • 7.

    het aangaan en ondertekenen van overeenkomsten hetzij als opdrachtnemer hetzij als opdrachtgever inzake werken, leveringen en diensten.

1.2 Privaatrecht

Aan alle managers blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het sluiten van overeenkomsten met betrekking tot werkzaamheden van civieltechnische aard en openbare verlichting tot het drempelbedrag van Europese aanbesteding voor werken conform Richtlijn 24/EU.

  • 2.

    het accorderen van facturen voor werkzaamheden van civieltechnische aard en openbare verlichting tot het drempelbedrag van Europese aanbesteding voor werken conform Richtlijn 24/EU.

  • 3.

    het aangaan en ondertekenen van huur-, koop- en verkoop- en leaseovereenkomsten van onroerende zaken.

  • 4.

    het aan en ondertekenen van koop- huur- en geldleningen niet zijnde huur- lease- koop en verkoop van onroerende zaken.

  • 5.

    het aangaan en ondertekenen van een overeenkomst ter uitvoering van de beschikking tot subsidieverlening.

Aan de manager van het cluster Participatie en Maatschappelijke Ontwikkeling, afdeling Beleid Maatschappelijke Ontwikkeling blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het aangaan van overeenkomsten in het kader van overdracht en levering van schoolgebouwen en -terreinen conform wet- en regelgeving zoals vastgelegd in onderwijswetgeving.

Aan de manager van het cluster Stedelijke Ontwikkeling, afdeling Grond- en Vastgoedbedrijf blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het met terugwerkende kracht nemen van alle besluiten ter uitvoering van de Erfpachtvoorwaarden 1975, 1978, 1982, 1990, 1992.

  • 2.

    het nemen van alle besluiten met betrekking tot de bijzondere verkoop- en erfpachtvoorwaarden..

  • 3.

    het nemen van alle besluiten met betrekking tot de Wet Voorkeursrecht Gemeenten en de Onteigeningswet uitgezonderd besluiten tot het vestigen van een aanwijzing Wet voorkeursrecht gemeenten en onteigening.

  • 4.

    het nemen van besluiten tot het aangaan, wijzigen en beëindigen van beheer- en verhuurovereenkomsten of het mede in gebruik geven van bij afdeling GVB in beheer zijnde vastgoed.

  • 5.

    het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot het tijdelijk in gebruik geven van bij de gemeente in eigendom zijnde opstallen en gronden, voor zover deze niet zijn gemandateerd aan het cluster beheer.

  • 6.

    het op details c.q. ondergeschikte punten aanpassen en/of nader uitwerken van besluiten van het college met betrekking tot het aangaan van overeenkomsten met de instructie dat vooraf met de portefeuillehouder is afgestemd.

  • 7.

    het aangaan en uitvoeren van overeenkomsten met betrekking tot:

    • -

      de aan- en verkoop van stukjes grond met een maximale (verkoop)waarde van €100.000,-

    • -

      het vestigen van zakelijke rechten met een maximale waarde van € 100.000,--,

    • -

      (ver)huur met een maximale maandhuur van €25.000,-.

  • 8.

    het ondertekenen van overeenkomsten die gerelateerd zijn aan de werkzaamheden van de afdeling Grond- en Vastgoedbedrijf.

  • 9.

    het aangaan, wijzigen, beëindigen en ondertekenen van intentieovereenkomsten vooruitlopend op de grondexploitatie-overeenkomst, anterieure en posterieure grondexploitatie-overeenkomsten als bedoeld in artikel 6.24 Wro, waarbij het totaal van de geraamde door de gemeente te maken kosten niet meer bedraagt dan € 300.000,-.

  • 10.

    het aangaan en ondertekenen van planschadeovereenkomsten.

  • 11.

    het aangaan van intentieovereenkomsten met betrekking tot gebiedsontwikkeling onder voorbehoud dat over deze ontwikkeling door het college een besluit is genomen.

  • 12.

    het aangaan van grondreservering onder voorbehoud dat besluit tot koop door het college dient te worden genomen.

Aan de manager cluster Beheer, afdeling Sportaccommodaties blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het ondertekenen van huurovereenkomsten voor sportaccommodaties en sportattributen waarbij de budgetbevoegdheid overeenkomstig de Budgethouderregeling per opdracht voor 3e functionarissen is.

  • 2.

    het aangaan, wijzigen en beëindigen van huurovereenkomsten voor sportaccommodaties en sportattributen.

  • 3.

    het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot het tijdelijk in gebruik geven van bij de gemeente in eigendom zijnde sportaccommodaties en gronden.

Aan de manager cluster Stedelijke Ontwikkeling, afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het tijdelijk in gebruik geven van het beheer en eigendom bij de gemeente zijnde gronden in de openbare ruimte, voor zover deze niet zijn gemandateerd aan het cluster beheer.

Aan de manager Strategie, Middelen en Control blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het nemen van besluiten over het opnemen van geldleningen op de kapitaalmarkt binnen de bepalingen van de Uitvoeringsregels financiën college.

  • 2.

    het tekenen van overeenkomsten die het gevolg zijn van de financieringsfunctie en het betalingsverkeer voor zover deze passen binnen de Uitvoeringsregels financiën college en de Financiële verordening.

Aan de manager van het Projectbureau, afdeling Stadsingenieurs blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het vaststellen van bestekken en het gunnen van opdrachten waarvan de uitvoering aan het college van B&W is opgedragen.

Aan de manager cluster Publiekszaken Handhaving en Veiligheid blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    ten behoeve van woonhuisrestauraties en het verlenen van rekening-courantrekening tot een limiet van 85% van in het vooruitzicht gestelde subsidie.

2. Personeelsaangelegenheden

Aan alle managers blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het besluiten tot het aangaan, wijzigen en beëindigen van de arbeidsovereenkomst en overige besluiten over de rechtspositie van medewerkers op grond van wetten in formele zin, de Cao Gemeenten of het Personeelshandboek.

  • 2.

    het vaststellen van een beoordeling.

  • 3.

    het opstellen, in overeenstemming met de werknemer, van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 71a, tweede lid, van de WAO.

  • 4.

    het nemen van besluiten over het vergoeden van kosten van geneeskundige behandeling of verzorging als gevolg van arbeidsongeschiktheid in en door de verrichte arbeid.

  • 5.

    het nemen van besluiten over verkorting of verlenging van de periode, waarover ingeval van arbeidsongeschiktheid recht bestaat op volledige of gedeeltelijke doorbetaling van het loon.

  • 6.

    het doen van onderzoek, het nemen van beslissingen en het vaststellen van het contract in het kader van het Van werk-naar-werktraject en het nemen van besluiten over verlenging of beëindiging daarvan.

  • 7.

    het nemen van een besluit tot het volgen van een opleiding of activiteit voor de persoonlijk ontwikkeling inclusief het verstrekken van faciliteiten en het stellen van daaraan verbonden voorwaarden.

  • 8.

    het aanwijzen van een loopbaan- of coaching deskundige.

  • 9.

    het nemen van beslissingen inzake buitengewoon verlof, (betaald) ouderschapsverlof, zwangerschaps- en bevallingsverlof, onbetaald verlof, adoptie- en pleegzorgverlof.

  • 10.

    het verbieden en of onder voorwaarden toelaten van het verrichten van nevenwerkzaamheden.

Aan de managers van het cluster Beheer, de Concernstaf en het Projectbureau blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het aanwijzen van een installatieverantwoordelijke zoals bedoeld in artikel 3.5 lid 3 Arbeidsomstandighedenbesluit.

Bijlage 6

Aangelegenheden welke ingevolge artikel 4 vijfde lid van de Bevoegdhedenregeling gemeente Leiden blijven voorbehouden aan de operationeel manager.

Behorende bij besluit Nr. 21.0649

_______________________________________

2. Personeelsaangelegenheden

Aan alle operationeel managers blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het aanbieden van stageovereenkomsten, werkervaringsplaatsen en takenpakket op maat, inclusief vergoedingen daarvoor.

  • 2.

    het aanpassen van de arbeidsplaats, werkmethoden en arbeidsmiddelen, alsmede de arbeidsinhoud, voor de werknemer die in verband met ziekte verhinderd is de bedongen arbeid te verrichten.

  • 3.

    opdracht geven aan de Arbodienst om een werknemer aan een geneeskundig onderzoek te onderwerpen en het verlenen van vrijstelling van werkzaamheden op basis van een advies van de Arbodienst.

  • 4.

    het nemen van beslissingen inzake vakantie.

  • 5.

    het aanzeggen van het einde van het dienstverband wanneer de tijd is verstreken of bij wet aangegeven.

  • 6.

    het beëindigen van de arbeidsovereenkomst op eigen verzoek van de medewerker, of wegens het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd door de werknemer.

  • 7.

    het vergoeden van schade aan de aan een ambtenaar toebehorende kleding en uitrusting.

  • 8.

    het verlenen van toestemming voor het gebruik van motorrijtuigen.

Bijlage 7

Aangelegenheden welke ingevolge artikel 4 zesde lid van de Bevoegdhedenregeling gemeente Leiden blijven voorbehouden aan de teamcoördinator.

Behorende bij besluit Nr. 21.0649

_______________________________________

1. Bestuurlijk-Juridische aangelegenheden

1.2 Privaatrecht

Aan de teamcoördinator van het cluster Stedelijke Ontwikkeling, afdeling Grond- en Vastgoedbedrijf blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het nemen van het besluit tot het verlenen van opdrachten aan aannemers, en het accorderen van (tussentijdse) opleveringen, met betrekking tot het in het beheer bij afdeling GVB zijnde vastgoed, met de instructie dat een begrotingspost dan wel rijksfinanciering hierin voorziet en dit past binnen het gemeentelijke aanbestedingsbeleid vanaf 1 juli 2015.

2. Personeelsaangelegenheden

Aan alle teamcoördinatoren blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het bepalen wanneer de werknemer weer mag werken in geval hij in contact is geweest met iemand met een besmettelijke ziekte, met de voorwaarde dat de bedrijfsarts een positief advies heeft gegeven.

Bijlage 8

Aangelegenheden welke ingevolge artikel 4 zevende lid van de Bevoegdhedenregeling gemeente Leiden blijven voorbehouden aan bepaalde specifieke functionarissen.

Behorende bij besluit Nr. 21.0649

_______________________________________

Aan de gemeentearchivaris van Leiden blijft voorbehouden:

  • 1.

    alle uit de Archiefwet voortvloeiende bevoegdheden van de gemeentearchivaris en daarnaast alle uit de Archiefwet voortvloeiende bevoegdheden van de zorgdrager, het college van burgemeester en wethouders, die geen betrekking hebben op het benoemen van de gemeentearchivaris en het beschikbaar stellen van middelen.

Aan de molenbeheerder van Molenmuseum de Valk blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het aanvaarden van schenkingen in natura bestemd voor opname in de collecties van Molenmuseum De Valk tot een bedrag van €50.000,- als aan de schenking geen nadere voorwaarden zijn verbonden.

Aan het hoofd Programma en Collecties van Museum de Lakenhal blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het honoreren van bruikleenaanvragen van tijdelijke aard uit de museumcollectie tot een bedrag van € 1.000.000,-, mits voldaan wordt aan de gebruikelijke voorwaarden van transport en verzekering en met een medeparaaf van de wethouder cultuur.

Aan de ambtelijk opdrachtnemer van het Projectbureau blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het geven en ondertekenen van opdrachten aan derden voor diensten, leveringen en/of werkzaamheden met de voorwaarde dat de door de raad geautoriseerde kredieten en grondexploitaties dit toestaan.

Aan de controller van DZB blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:

  • 1.

    het doen van aangifte bij de Belastingdienst ingevolge de Wet omzetbelasting (BTW).

  • 2.

    het verantwoorden van ontvangen subsidies aan externe instanties.

Bijlage 9 Overzicht verleende en ontvangen mandaten externe bestuursorganen gemeente Leiden 2022

Overzicht verleende en ontvangen mandaten externe bestuursorganen gemeente Leiden 2022

Behorend bij Bevoegdhedenregeling gemeente Leiden 2022

 

Wettelijke grondslag

Bevoegdheid

Door

1ste functionaris

2de functionaris

3de functionaris

4de functionaris

Voorwaarden en bijzonderheden

1

 

Hoofdstuk 1 Holland Rijnland

 
 
 
 
 
 

1.1

Artikel 2, lid 2 en 3, van de Dienstverleningsovereenkomst jeugdhulp 2021

Het voorbereiden en het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en feitelijke handelingen.

College

Dagelijks Bestuur Holland Rijnland

door het DB aangewezen medewerkers

 
 

Mandaat. Met inachtneming van het bepaalde in het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Holland Rijnland en mits overeenkomstig de instructies en adviezen van het PHO Maatschappij als bedoeld in artikel 2 lid 6 van de Dienstverleningsovereenkomst

1.2

Artikel 2, lid 3 en 4, van de Dienstverleningsovereenkomst Jeugdhulp 2021

Het uitvoeren van de taken als benoemd in lid 3 en 4

College

Secretaris Holland Rijnland

door de Secretaris aangewezen medewerkers

 
 

Volmacht en machtiging. Met inachtneming van het bepaalde in het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Holland Rijnland en mits overeenkomstig de instructies en adviezen van het PHO Maatschappij als bedoeld in artikel 2 lid 6 van de Dienstverleningsovereenkomst

1.3

Huisvestingsverordening Holland Rijnland

Toezicht op en handhaving de naleving als bedoeld in artikel 34 van de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2019

Dagelijks Bestuur Holland Rijnland

College

Directeur cluster PMO

 
 
 

1.4

Huisvestings-

Verordening

Holland Rijnland

Het beslissen omtrent, waaronder verlenen, intrekken en weigeren van, huisvestingsvergunningen als bedoeld in artikel 8 en 9 van de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2019

Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland

College

Directeur cluster PMO

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

2

 

Hoofdstuk 2 Omgevingsdienst West-Holland (ODWH)

 
 
 
 
 
 

2.1

Wet Milieubeheer

Het uitvoeren van de bij of krachtens de Wet milieubeheer, met uitzondering van titel 10.4, toebedeelde taken en bevoegdheden.

College

Directeur Omgevingsdienst West-Holland

 
 

Door directeur Omgevings-dienst aangewezen ambtenaren

 

2.2

Wet Geluidhinder

Het uitvoeren van de bij of krachtens de Wet geluidhinder toebedeelde taken en bevoegdheden, met inbegrip van het sluiten van overeenkomsten met woningeigenaren ten behoeve van geluidsaneringstrajecten.

College

Directeur Omgevings-dienst West-Holland

 
 

Door directeur Omgevings-dienst aangewezen ambtenaren

 

2.3

Wet bodembescherming

Het uitvoeren van de bij of krachtens de Wet bodembescherming toebedeelde gemeentelijke taken en bevoegdheden.

College

Directeur Omgevings-dienst West-Holland

 
 

Door directeur Omgevings-dienst aangewezen ambtenaren

 

2.4

Wet bodembescherming

Aanwijzingen geven tot het nemen van maatregelen op grond van artikel 27, tweede lid van de Wet bodembescherming.

College

Directeur Omgevings-dienst West-Holland

 
 

Door directeur Omgevings-dienst aangewezen ambtenaren

 

2.5

Wet bodembescherming

Te beslissen of sprake is van een geval van ernstige verontreiniging op grond van artikel 29 van de Wet bodembescherming.

College

Directeur Omgevings-dienst West-Holland

 
 

Door directeur Omgevings-dienst aangewezen ambtenaren

 

2.6

Wet bodembescherming

Onverwijld noodzakelijke maatregelen te nemen de oorzaak om van de verontreiniging of aantasting weg te nemen en de bodem te saneren of aantasting en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken op grond van artikel 30 van de Wet bodembescherming.

College

Directeur Omgevings-dienst West-Holland

 
 

Door directeur Omgevings-dienst aangewezen ambtenaren

 

2.7

Wet bodembescherming

Het vaststellen of het huidige dan wel voorgenomen gebruik of de mogelijke verspreiding van de verontreiniging leiden tot zodanige risico’s voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is en het bepalen van het tijdstip waarop met de sanering moet worden begonnen als bedoeld in artikel 37, eerste en tweede lid van de Wet bodembescherming.

College

Directeur Omgevings-dienst West-Holland

 
 

Door directeur Omgevings-dienst aangewezen ambtenaren

 

2.8

Wet bodembescherming

Het geven van een beschikking waarin tijdelijke beveiligingsmaatregelen staan die vooraf aan de sanering dienen te gaan en op welke wijze en tijdstippen aan hen verslag wordt gedaan van de uitvoering van die maatregelen als bedoeld in artikel 37, derde lid van de Wet bodembescherming.

College

Directeur Omgevings-dienst West-Holland

 
 

Door directeur Omgevings-dienst aangewezen ambtenaren

 

2.9

Wet bodembescherming

Het opleggen van maatregelen in het belang van bescherming van de bodem en het aangeven van beperkingen in het gebruik van de bodem, als bedoeld in artikel 37, vierde en vijfde lid van de Wet bodembescherming.

College

Directeur Omgevings-dienst West-Holland

 
 

Door directeur Omgevings-dienst aangewezen ambtenaren

 

2.10

Wet bodembescherming

Het anders vaststellen van de risico's of het tijdstip van de sanering, als bedoeld in artikel 37, zesde lid van de Wet bodembescherming.

College

Directeur Omgevings-dienst West-Holland

 
 

Door directeur Omgevings-dienst aangewezen ambtenaren

 

2.11

Wet bodembescherming

Het beslissen op een verzoek om een sanering in fasen uit te voeren als bedoeld in artikel 38, derde lid, alsmede het geven van aanwijzingen terzake als bedoeld in artikel 38, vierde lid, van de Wet bodembescherming.

College

Directeur Omgevings-dienst West-Holland

 
 

Door directeur Omgevings-dienst aangewezen ambtenaren

 

2.12

Wet bodembescherming

Het goedkeuren van een saneringsplan alsmede het geven van aanwijzingen omtrent de verdere uitvoering van de sanering, die een wijziging inhouden van onderdelen van het saneringsplan waarmee is ingestemd op grond van artikel 39 van de Wet bodembescherming.

College

Directeur Omgevings-dienst West-Holland

 
 

Door directeur Omgevings-dienst aangewezen ambtenaren

 

2.13

Wet bodembescherming

Het in behandeling nemen van een melding op grond van het Besluit uniforme saneringen bedoeld in artikel 39b, derde lid, juncto artikel 28, vijfde lid, van de Wet bodembescherming.

College

Directeur Omgevings-dienst West-Holland

 
 

Door directeur Omgevings-dienst aangewezen ambtenaren

 

2.14

Wet bodembescherming

Het beslissen over het wel of niet instemmen met een evaluatieverslag en het stellen van nadere regels die in het verslag moeten worden opgenomen als bedoeld in artikel 39c, tweede en derde lid, van de Wet bodembescherming.

College

Directeur Omgevings-dienst West-Holland

 
 

Door directeur Omgevings-dienst aangewezen ambtenaren

 

2.15

Wet bodembescherming

Het beslissen over het wel of niet instemmen met een nazorgplan en het aangeven welke wijzigingen in het gebruik van de bodem aan hen dienen te worden gemeld als bedoeld in artikel 39d, derde, vierde en vijfde lid, van de Wet bodembescherming.

College

Directeur Omgevings-dienst West-Holland

 
 

Door directeur Omgevings-dienst aangewezen ambtenaren

 

2.16

Wet bodembescherming

Het aan de instemming met een saneringsplan en/of de instemming met een nazorgplan verbinden van een voorschrift tot het stellen van financiële zekerheid als bedoeld in artikel 39f van de Wet bodembescherming.

College

Directeur Omgevings-dienst West-Holland

 
 

Door directeur Omgevings-dienst aangewezen ambtenaren

 

2.17

Wet bodembescherming

Te beslissen over het geven van toestemming voor een deelsanering op grond van artikel 40, tweede lid, van de Wet bodembescherming.

College

Directeur Omgevings-dienst West-Holland

 
 

Door directeur Omgevings-dienst aangewezen ambtenaren

 

2.18

Wet bodembescherming

Te bepalen dat met de sanering van gevallen van ernstige bodemverontreiniging tegelijkertijd wordt begonnen op grond van artikel 42 van de Wet bodembescherming.

College

Directeur Omgevings-dienst West-Holland

 
 

Door directeur Omgevings-dienst aangewezen ambtenaren

 

2.19

Wet bodembescherming

Het geven van bevelen op grond van artikel 43 van de Wet bodembescherming.

College

Directeur Omgevings-dienst West-Holland

 
 

Door directeur Omgevings-dienst aangewezen ambtenaren

 

2.20

Wet bodembescherming

Het geven van aanwijzingen op grond van artikel 45, vierde lid, van de Wet bodembescherming.

College

Directeur Omgevings-dienst West-Holland

 
 

Door directeur Omgevings-dienst aangewezen ambtenaren

 

2.21

Wet bodembescherming

Het nemen van maatregelen op grond van artikel 49 van de Wet bodembescherming.

College

Directeur Omgevings-dienst West-Holland

 
 

Door directeur Omgevings-dienst aangewezen ambtenaren

 

2.22

Wet bodembescherming

Het verlenen van vrijstelling op grond van artikel 51 van de Wet bodembescherming.

College

Directeur Omgevings-dienst West-Holland

 
 

Door directeur Omgevings-dienst aangewezen ambtenaren

 

2.23

Wet bodembescherming

Op grond van artikel 55 Wet bodembescherming het onverwijld een afschrift van een beschikking als bedoeld in artikelen 29, eerste lid, 37, eerste lid, 39, tweede en vijfde lid, 39c, tweede lid, 39d, derde lid, van de Wet bodembescherming, een melding als bedoeld in art. 39b juncto 28 en van bevelen als bedoeld in de artikelen 30, 43 en 49 doen toekomen aan de openbare registers ter vermelding van een korte aanduiding van de aard van die beschikking, die melding en die bevelen bij de betrokken percelen in kadastrale registratie, zoals bedoeld in artikel 48 van de Kadasterwet. Tevens worden de gegevens, genoemd in artikel 55, tweede en derde lid, in de openbare registers ingeschreven.

College

Directeur Omgevings-dienst West-Holland

 
 

Door directeur Omgevings-dienst aangewezen ambtenaren

 

2.24

Wabo

Het uitvoeren van de bevoegdheden en taken met betrekking tot het verlenen van enkelvoudige vergunningen voor zover gerelateerd aan artikel 2.1 , eerste lid, onder e en i, van de Wabo.

College

Directeur Omgevings-dienst West-Holland

 
 

Door directeur Omgevings-dienst aangewezen ambtenaren

 

2.25

Wabo

Het uitvoeren van toezichtbevoegdheden en -taken in relatie tot 13.1 (Wet milieubeheer), 13.2 (Wet geluidhinder), 13.3 (Wet bodembescherming) en 2.24.

College

Directeur Omgevings-dienst West-Holland

 
 

Door directeur Omgevings-dienst aangewezen ambtenaren

 

2.26

Wabo

Het nemen van handhavingsbeschikkingen in relatie tot 13.1 (Wet milieubeheer), 13.2 (Wet geluidhinder), 13.3 (Wet bodembescherming) en 2.25, te weten last onder bestuursdwang, last onder dwangsom, invorderingsbeschikking en intrekking vergunning op grond van hoofdstuk 5 van de Wabo.

College

Directeur Omgevings-dienst West-Holland

 
 

Door directeur Omgevings-dienst aangewezen ambtenaren

 

2.27

APV en Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020

Het uitoefenen van toezicht en handhaving van de geluidsnormen, zoals opgenomen in een evenementenvergunning als bedoeld in artikel 2:25 van de Algemene plaatselijke verordening en in een ontheffing als bedoeld in artikel 3.3.1.4, tweede lid, van de Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020, alsmede de geluidsnormen op grond van de artikelen 3.3.1.1 en 3.3.1.2 van de Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020.

College

Directeur Omgevings-dienst West-Holland

 
 

Door directeur Omgevings-dienst aangewezen ambtenaren

 

2.28

APV en Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020

Het verlenen van een ontheffing op grond van artikel 3.3.1.4, tweede lid, van de Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020, voor zover het werkzaamheden betreft, uitgevoerd op maandag tot en met vrijdag tussen 19.00 uur en 07.00 uur en/of in het weekend van vrijdag 19.00 uur tot maandag 07.00 uur, met uitzondering van het op- dan wel afbouwen krachtens een evenementenvergunning zoals bedoeld in artikel 2:25 van de Algemene plaatselijke verordening.

College

Directeur Omgevings-dienst West-Holland

 
 

Door directeur Omgevings-dienst aangewezen ambtenaren

 

2.29

Bouwbesluit

Het verlenen van een ontheffing op grond van artikel 8.4, tweede lid, van het Bouwbesluit.

College

Directeur Omgevings-dienst West-Holland

 
 

Door directeur Omgevings-dienst aangewezen ambtenaren

 

2.30

Verordening bodemsanering

De uitvoering van de Verordening bodemsanering gemeente Leiden.

College

Directeur Omgevings-dienst West-Holland

 
 

Door directeur Omgevings-dienst aangewezen ambtenaren

 

2.31

Subsidieverordening Duurzaamheidsfonds

De uitvoering van de Subsidieverordening Duurzaamheidsfonds.

College

Directeur Omgevings-dienst West-Holland

 
 

Door directeur Omgevings-dienst aangewezen ambtenaren

 

2.32

Verordening duurzaamheidslening

De uitvoering van de Verordening duurzaamheidslening.

College

Directeur Omgevings-dienst West-Holland

 
 

Door directeur Omgevings-dienst aangewezen ambtenaren

 

2.33

Duurzaamheidsfonds Leiden voor ondernemers en maatschappelijke organisaties

De uitvoering van het Duurzaamheidsfonds Leiden voor ondernemers en maatschappelijke organisaties.

College

Directeur Omgevings-dienst West-Holland

 
 

Door directeur Omgevings-dienst aangewezen ambtenaren

 

2.34

Verordening Duurzaamheidsvoucher Leiden 2020

De uitvoering van de Verordening Duurzaamheidsvoucher Leiden.

College

Directeur Omgevings-dienst West-Holland

 
 

Door directeur Omgevings-dienst aangewezen ambtenaren

 

2.35

Gemeentewet,

Algemene wet bestuursrecht,

Wet Bibob

Het in relatie met de onder 2.1 tot en met 2.33 genoemde wetgeving en verordeningen uitvoeren van taken en bevoegdheden bij of krachtens de navolgende wetten, waaronder begrepen het voeren van bestuursrechtelijke procedures en het ter zitting vertegenwoordigen van het college van burgemeester en wethouders dan wel de burgemeester:

1 0 Gemeentewet;

20 Algemene wet bestuursrecht;

30 Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen;

40 Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob).

College

Directeur Omgevings-dienst West-Holland

 
 

Door directeur Omgevings-dienst aangewezen ambtenaren

 

2.36

Bouwbesluit 2012

Het doen uitvoeren van toezichttaken en -bevoegdheden in relatie tot het Bouwbesluit 2012, voor zover het de taken en bevoegdheden betreffende asbest en sloopmeldingen betreft.

College

Directeur Omgevings-dienst West-Holland

 
 

Door directeur Omgevings-dienst aangewezen ambtenaren

 

2.37

Woningwet

Het doen uitvoeren van toezichttaken en -bevoegdheden in relatie tot de Woningwet, voor zover het de taken en bevoegdheden betreffende asbest betreft.

College

Directeur Omgevings-dienst West-Holland

 
 

Door directeur Omgevings-dienst aangewezen ambtenaren

 

3

 

Hoofdstuk 3 Politie Regionale Eenheid Den Haag district Leiden

 
 
 
 
 
 

3.1

Artikel 2:78 Algemene Plaatselijke Verordening

Het opleggen en uitreiken van schriftelijke waarschuwingen en het opleggen van gebiedsontzeggingen met een duur van maximaal drie weken

Burgemeester

Districtschef Leiden

Door de Districtschef aangewezen Hulpofficieren van Justitie

 
 

Met inachtneming van de Algemene beleidsregel gebiedsontzeggingen 2018

3.2

 

Het zorgdragen voor een goede uitvoering van de Algemene beleidsregel gebiedsontzeggingen 2018 alsmede het gegevensbeheer daaromtrent

Burgemeester

Districtschef Leiden

Door de Districtschef aangewezen Hulpofficieren van Justitie

 
 
 

4

 

Hoofdstuk 4 Gemeentelijke Gezondheids Dienst Hollands Midden (GGD Hollands Midden)

 
 
 
 
 
 

4.1

Artikel 14 van de Wet publieke gezondheid, jucto artikel 4 van de Wet op de lijkbezorging de benoeming gemeentelijke lijkschouwers

De benoeming van gemeentelijke lijkschouwers

College

De directeur publieke gezondheid van de GGD

Door de directeur aangewezen medewerkers

 
 

De directeur ziet toe op de inschrijvingen in het register (zoals vermeld in artikel 5 van de Wet op de lijkbezorging) van forensisch geneeskundigen van de te benoemen gemeentelijk lijkschouwer(s). De artsen die in aanmerking komen om forensisch werk te gaan verrichten overleggen een verklaring omtrent gedrag. De directeur houdt een actuele lijst bij van gemeentelijke lijkschouwers. Een besluit tot benoeming als hierboven vermeld wordt als volgt ondertekend: Burgemeester en Wethouders van Oegstgeest, namens dezen, naam: handtekening van de gemandateerde:

4.2

Artikelen 1.65, derde lid en 2.13, derde lid Wet op de Kinderopvang.

Een schriftelijk bevel geven aan een kindercentrum, gastouderbureau of voorziening voor gastouderopvang als bedoeld in de artikelen 1.65, derde lid en 2.13, derde lid Wet op de Kinderopvang.

College

De directeur publieke gezondheid van de GGD

door de directeur aangewezen medewerkers

 
 

Het bevel heeft een maximale duur van 7 dagen. Verlening van het bevel is een bevoegdheid van het College.

5

 

Hoofdstuk 5 Mandaten aan Servicepunt71 (SP71)

 
 
 
 
 
 
 
 

Financieel

 
 
 
 
 
 

5.1

 

Het aangaan en opzeggen van contracten, voor zover door de deelnemer voor de betreffende taken expliciet budget beschikbaar heeft gesteld.

College

Bestuur SP71

Directeur SP71

Manager (service-) eenheid.

 

Het ondermandaat is beperkt tot een bedrag van en tot een maximum van € 100.000,-.

5.2

 

Het ondertekenen van routinematige correspondentie niet zijnde besluiten en/of beschikkingen.

College

Bestuur SP71

Directeur SP71

Manager (service-) eenheid.

 

Ondermandaat kan worden verleend aan een medewerker van de service-eenheden.

5.3

 

Het verlenen van uitstel van betalingen en het in dat verband treffen van betalingsregelingen.

College

Bestuur SP71

Directeur SP71

Manager (service-) eenheid.

 

Ondermandaat kan worden verleend aan een medewerker van de service-eenheden.

5.4

 

Het versturen van aanslagen en facturen en het treffen van betalings- en invorderingsmaatregelen van o.a. grafrechten, leges, huren, (erf)pachten, havengelden, marktgelden en vorderingen uit hoofde van privaatrechtelijke verbintenissen.

College

Bestuur SP71

Directeur SP71

Manager (service-) eenheid.

 

Ondermandaat kan worden verleend aan een medewerker van de service-eenheden.

5.5

 

Het bij de rechtbank aanhangig maken van een vordering kleiner dan € 25.000,--.

College

Bestuur SP71

Directeur SP71

 
 
 

5.6

 

Het ondertekenen van de verklaring derdenbeslag, wanneer derdenbeslag onder de deelnemer is gelegd.

College

Bestuur SP71

Directeur SP71

Manager (service-) eenheid.

 

Ondermandaat kan worden verleend aan een medewerker van de service-eenheden.

5.7

 

Het doen van aangifte BTW voor het totaal van de deelnemer en aangiften van het BTW-compensatie-fonds.

College

Bestuur SP71

Directeur SP71

Manager (service-) eenheid.

 
 

5.8

 

Het doen van verklaring van de vorderingen en zaken die door beslag zijn getroffen.

College

Bestuur SP71

Directeur SP71

Manager (service-) eenheid.

 

Ondermandaat kan worden verleend aan een medewerker van de service-eenheden.

5.9

 

Het verrichten van betalingen en spoedbetalingen t.b.v. door of namens de gemeente aangegane verplichtingen.

College

Bestuur SP71

Directeur SP71

Manager (service-) eenheid.

 

Ondermandaat kan worden verleend aan de medewerkers van de Service Eenheden na overleg en met instemming van de gemeente, overeenkomstig een door de gemeente gefiatteerde procedure.

5.10

 

Het doen van aangifte van Informatie Voor Derden (IV3), EMUsaldo en van andere aangiftes waartoe een deelnemer als werkgever of als rechtspersoon is gehouden.

College

Bestuur SP71

Directeur SP71

Manager (service-) eenheid.

 
 

5.11

 

Het opnemen of uitzetten van middelen op de geldmarkt met een looptijd van minder dan een jaar.

College

Bestuur SP71

Directeur SP71

 
 

Het gebruik van de bevoegdheden vindt plaats conform het gemeentelijk Treasurystatuut.

5.12

 

Het opnemen van geldleningen op de kapitaalmarkt.

College

Bestuur SP71

Directeur SP71

 
 

Het gebruik van de bevoegdheden vindt plaats conform het gemeentelijk Treasurystatuut.

5.13

 

Het verstrekken van geldleningen via de kapitaalmarkt.

College

Bestuur SP71

Directeur SP71

 
 

Het gebruik van de bevoegdheden vindt plaats conform het gemeentelijk Treasurystatuut.

5.14

 

Het vervroegd aflossen van leningen op de kapitaalmarkt.

College

Bestuur SP71

Directeur SP71

 
 

Het gebruik van de bevoegdheden vindt plaats conform het gemeentelijk Treasurystatuut.

5.15

 

Het beheer van de portefeuille aangaande langlopende leningen.

College

Bestuur SP71

Directeur SP71

 
 

Het gebruik van de bevoegdheden vindt plaats conform het gemeentelijk Treasurystatuut.

5.16

 

Het doen van beleggingen op de kapitaalmarkt.

College

Bestuur SP71

Directeur SP71

 
 

Het gebruik van de bevoegdheden vindt plaats conform het gemeentelijk Treasurystatuut.

5.17

 

Het beheer van de beleggingsportefeuille.

College

Bestuur SP71

Directeur SP71

 
 

Het gebruik van de bevoegdheden vindt plaats conform het gemeentelijk Treasurystatuut.

5.18

 

Bevoegdheden tot uitvoering van het treasurybeleid Zie art. 160, eerste lid onderdeel e Gemeentewet.

College

Bestuur SP71

Directeur SP71

 
 

Het gebruik van de bevoegdheden vindt plaats conform het gemeentelijk Treasurystatuut.

5.19

 

Machtiging om namens de burgemeester procuratie te verlenen op de bankrekening(en) van de gemeenten, ter uitvoering van het betalingsverkeer van de gemeenten, zoals opgedragen in de gemeenschappelijke regeling. Zie art. 171 Gemeentewet.

College

Bestuur SP71

Directeur SP71

Manager (service-) eenheid.

 

De kaders van dit mandaat worden bepaald door de vastgestelde gemeenschappelijke regeling resp. de Dienstverleningsover-eenkomst / PDC met de deel-nemende gemeenten en het gemeentelijk Treasurystatuut. Ondermandaat kan worden verleend aan de medewerkers van de Service Eenheden na overleg en met instemming van de gemeente, overeenkomstig een door de gemeente gefiatteerde procedure.

 
 

HRM

 
 
 
 
 
 

5.20

 

Het uitvoeren van het wervings- en selectiebeleid, waaronder het voeren van sollicitatieprocedures en het ondertekenen van de relevante correspondentie zoals ontvangstbevestiging, uitnodiging etc.

College

Bestuur SP71

Directeur SP71

Manager (service-) eenheid.

 

Ondertekeningsmandaat

5.21

 

Het in behandeling nemen, behandelen en bekendmaken van besluiten, genomen door de deelnemers, op grond van de Cao Gemeenten en het personeelshandboek van de gemeente Leiden.

College

Bestuur SP71

Directeur SP71

Manager (service-) eenheid.

 

Ondertekeningsmandaat

5.22

 

Het behandelen en bekendmaken van besluiten, genomen door de deelnemers, in het kader van de functiebeschrijving en functiewaardering.

College

Bestuur SP71

Directeur SP71

Manager (service-) eenheid.

 

Ondertekeningsmandaat

5.23

Sociale zekerheids-wetgeving, de boven-wettelijke WW en suppletie-regelingen.

Het verstrekken van informatie aan UWV / ABP / Loyalis/ IZA /Arbo Unie en/of overige uitvoerings-instanties in het kader van sociale zekerheids-wetgeving, de bovenwettelijke WW en suppletie-regelingen.

College

Bestuur SP71

Directeur SP71

Manager (service-) eenheid.

 

Ondermandaat kan worden verleend aan een medewerker van de service-eenheden.

5.24

 

Het uitvoeren van (gelegd) loonbeslag.

College

Bestuur SP71

Directeur SP71

Manager (service-) eenheid.

 

Ondermandaat kan worden verleend aan de medewerker van de service-eenheden.

5.25

 

Het afgeven van werkgeversverklaringen.

College

Bestuur SP71

Directeur SP71

Manager (service-) eenheid.

 

Ondermandaat kan worden verleend aan een medewerker van de service-eenheden.

5.26

 

Het uitvoeren van administratieve werkzaamheden op het gebied van de salaris en personeelsadministratie.

College

Bestuur SP71

Directeur SP71

Manager (service-) eenheid.

 

Ondermandaat kan worden verleend aan de medewerkers van de Service Eenheden.

 
 

Juridisch

 
 
 
 
 
 

5.27

 

Het voeren van de correspondentie en het verrichten van alle (rechts)handelingen in het kader van bezwaarprocedures, met uitzondering van het nemen van de beslissing op bezwaar.

College

Bestuur SP71

Directeur SP71

Manager (service-) eenheid.

 

Ondermandaat kan worden verleend aan de medewerkers van de Service Eenheden.

5.28

 

Het in behandeling nemen, behandelen en nemen van besluiten over aansprakelijkstellingen door derden, uitgezonderd planschadeverzoeken.

College

Bestuur SP71

Directeur SP71

Manager (service-) eenheid.

 

Ondermandaat kan worden verleend aan een medewerker van de service-eenheden. Over erkenning van aansprakelijkheid kan alleen worden besloten na overleg en overeenstemming met de betrokken deelnemer. In afwijking van artikel 6 tweede lid van het besluit Oegstgeest Mandaatbesluit Servicepunt 71 2013 mag het afhandelen geschieden op briefpapier en in huisstijl van SP71.

5.29

 

Het aansprakelijk stellen van derden voor door hen bij de gemeente veroorzaakte schade (regreszaken).

College

Bestuur SP71

Directeur SP71

Manager (service-) eenheid.

 

Gemeentelijke vakafdelingen melden de schade bij SP71. Ondermandaat kan worden verleend aan een medewerker van de service-eenheden. Over het aansprakelijk stellen van derden kan alleen worden besloten na overleg en overeenstemming met de betreffende deelnemer. In afwijking van artikel 6 tweede lid van het besluit Leiden Mandaatbesluit Servicepunt 71 2013 mag het afhandelen geschieden op briefpapier en in huisstijl van SP71.

5.30

 

Het voeren van schriftelijk en mondeling verweer, het verschaffen van nadere inlichtingen en het vertegenwoordigen van de burgemeester, het college en de gemeenteraad ter rechtszitting in verband met de ingediende bezwaarschriften, zienswijzen en bedenkingen, ingesteld (hoger) beroep en/of verzoeken om voorlopige voorziening en verzet procedures bij de gemeentelijke commissie bezwaarschriften, de gerechten, het college van gedeputeerde staten, de Centrale Raad van Beroep , de (voorzitter van de) Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

College

Bestuur SP71

Directeur SP71

Manager (service-) eenheid.

 

Ondermandaat kan worden verleend aan een medewerker van de service-eenheden. De te volgen procedure en de stukken worden besproken met de betrokken deelnemer.

5.31

 

Het inschakelen van juridische bijstand ten behoeve van rechtsgedingen.

College

Bestuur SP71

Directeur SP71

Manager (service-) eenheid.

 

Na overleg en in overeenstemming met de betrokken deelnemer.

5.32

 

Het verdagen van de afhandeling van een klacht, het registreren van schriftelijke klachten en het verzorgen van de jaarlijkse publicatie van geregistreerde klachten.

College

Bestuur SP71

Directeur SP71

Manager (service-) eenheid.

 

Voor zover de gemeenteraad de bevoegdheid heeft gedelegeerd aan B. en W., betreft de bevoegdheid eveneens de aan de gemeenteraad gerichte klachten. Ondermandaat kan worden verleend aan een medewerker van de service-eenheden na overleg en in overeenstemming met de betrokken deelnemer.

5.33

 

Het aanwijzen van secretarissen van de Regionale commissie bezwaarschriften van de deelnemers.

College

Bestuur SP71

Directeur SP71

Manager (service-) eenheid.

 
 

5.34

 

Het verrichten van rechts- en feitelijke handelingen in het kader van aanbestedingsprocedures voor werken, leveringen en diensten, niet zijnde het aangaan van een overeenkomst.

College

Bestuur SP71

Directeur SP71

Manager (service-) eenheid.

 

Ondermandaat kan worden verleend aan een medewerker van de service-eenheden.

5.35

 

Het aangaan van raamovereenkomsten.

College

Bestuur SP71

Directeur SP71

Manager (service-) eenheid.

 

Mits de gemeente schriftelijk heeft aangegeven mee te willen doen in het aanbestedingstraject dat leidt tot de desbetreffende raamovereenkomst

 
 

Privacy en AVG

 
 
 
 
 
 

5.36

artikel 30 AVG

het bijhouden van het register van verwerkingsactiviteiten met persoonsgegevens

College

Functionaris Gegevens-bescherming (FG)

Privacy-beheerder

 
 
 

5.37

artikel 33 en 34 AVG

melden van een inbreuk in verband met persoonsgegevens (datalekken)

College

FG

Privacy-beheerder

 
 
 

5.38

artikel 15 AVG

het in behandeling nemen van en besluit op een verzoek tot inzage en het verstrekken van persoonsgegevens

College

FG

 
 
 
 

5.39

artikel 16 AVG

het in behandeling nemen van en besluiten op een verzoek tot correctie van persoonsgegevens

College

FG

 
 
 
 

5.40

artikel 17 AVG

het in behandeling nemen van en besluiten op een verzoek tot verwijderen van persoonsgegevens

College

FG

 
 
 
 

5.41

artikel 20 AVG

het in behandeling nemen van en besluiten op een verzoek tot verstrekking van persoonsgegevens

College

FG

 
 
 
 
 
 

Data

 
 
 
 
 
 

5.42

 

Het verrichten of uitvoeren van diverse bevoegdheden en/of handelingen in het kader van de Wet Kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (Wkpb)

College

Bestuur Servicepunt

Directeur Servicepunt

Manager (service-) eenheid

Teamleider en medewerker

 

5.43

 

Alle beslissingen ter uitvoering van de Wet Basisadministratie adressen en gebouwen (BAG)

College

Bestuur Servicepunt

Directeur Servicepunt

Manager (service-) eenheid

Teamleider en medewerker

 

5.44

 

Het bevragen van (openbare) registers zoals Kadaster en Kamer van Koophandel ter uitvoering van de overgedragen taken en het verwerken van de opgevraagde gegevens

College

Bestuur Servicepunt

Directeur Servicepunt

Manager (service-) eenheid

Teamleider en medewerker

 

5.45

 

Het bevragen van het GBA-V ter uitvoering van de overgedragen taken en het verwerken van de opgevraagde gegevens

College

Bestuur Servicepunt

Directeur Servicepunt

Manager

(service-)

eenheid

Teamleider en medewerker

 
 
 

Archief

 
 
 
 
 
 

5.46

 

De bevoegdheid tot het uitvoeren van alle op de gemeentelijke taken betrekking hebbende, uit de Archiefwet voortvloeiende, bevoegdheden.

College

Bestuur Servicepunt

Directeur Servicepunt

Manager (service-) eenheid

Teamleider en medewerker

 

6

 

Hoofdstuk 6 Jeugdteam Leidse Regio

 
 
 
 
 
 

6.1

Artikel 2.3 Jeugdwet

Oordeel over treffen jeugdhulp voorzieningen voor jeugdige of een ouder.

College Leiden

Directeur Jeugdteam Leidse Regio

 
 
 

Alle bevoegdheden die zijn verleend aan het Jeugdteam Leidse Regio, omvatten de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat

6.2

Artikel 2.4 Jeugdwet

Verzoek tot onderzoek bij de raad voor de kinderbescherming over maatregel met betrekking tot gezag over minderjarige.

College Leiden

Directeur Jeugdteam Leidse Regio

 
 
 
 

6.3

Artikel 2.7 lid 1 Jeugdwet

Bij treffen individuele voorziening zo nodig overleg voeren met bevoegd gezag van een school.

College Leiden

Directeur Jeugdteam Leidse Regio

 
 
 
 

6.4

Artikel 3.1

Aanwijzing door het college van een jeugdhulpaanbieder die verzoek tot onderzoek bij de Raad voor de Kinderbescherming kan doen.

College Leiden

Directeur Jeugdteam Leidse Regio

 
 
 

Mandaat is onderdeel van de afspraken met de Raad voor de Kinderbescherming

6.5

Artikel 6.1.2 lid 5

Het afgeven van een besluit dat een voorziening op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder nodig is.

College Leiden

Directeur Jeugdteam Leidse Regio

 
 
 
 

6.6

Artikel 6.1.8 lid 1

Indienen verzoek tot verkrijgen van een machtiging van de kinderrechter om een jeugdige die woonplaats in de gemeente heeft in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven.

College Leiden

Directeur Jeugdteam Leidse Regio

 
 
 

Dit mandaat omvat tevens de bevoegdheid tot het vertegenwoordigen van het college bij de kinderrechter

6.7

Artikel 6.1.12 lid 6

Mededeling vervallen machtiging, besluit geen nieuwe machtiging aan te vragen aan de raad voor de kinderbescherming.

College Leiden

Directeur Jeugdteam Leidse Regio

 
 
 

Zie ook Samenwerkingsprotocol gemeenten en Raad voor de Kinderbescherming

6.8

Artikel 8.1.1 lid 1

Verstrekken of weigeren persoonsgebonden budget op wens van jeugdige of ouders.

College Leiden

Directeur Jeugdteam Leidse Regio

 
 
 

Zie dienaangaande ook de mandaten Verordening en Nadere Regels Jeugdhulp 2021 hieronder

6.9

Artikel 8.1.4

Herzien of intrekken persoonsgebonden budget.

College Leiden

Directeur Jeugdteam Leidse Regio

 
 
 

Zie dienaangaande ook de mandaten uit de Verordening en Nadere Regels Jeugdhulp 2021 hieronder

6.10

Artikel 12 Verordening Jeugdhulp 2022

Beschikking individuele jeugdhulpvoorziening.

College Leiden

Directeur Jeugdteam Leidse Regio

 
 
 
 

6.11

Artikel 13 en 14 Verordening Jeugdhulp 2022

Individuele jeugdhulpvoorziening via persoonsgebonden budget (pgb).

College Leiden

Directeur Jeugdteam Leidse Regio

 
 
 
 

6.12

Artikel 15 Verordening Jeugdhulp 2022

Inzet van jeugdhulp na een verwijzing van de jeugdige en/of de ouders, door de huisarts, medisch specialist en jeugdarts naar een jeugdhulpaanbieder.

College Leiden

Directeur Jeugdteam Leidse Regio

 
 
 
 

6.13

Artikel 17 Verordening Jeugdhulp 2022

Jeugdhulp in crisisgeval.

College Leiden

Directeur Jeugdteam Leidse Regio

 
 
 

In uitzonderlijke situaties waarbij de veiligheid van de jeugdige in het geding is, kan de vakinhoudelijk medewerker van Veilig Thuis de jeugdhulp inzetten. Het JGT wordt daarover onmiddellijk geïnformeerd.

6.14

Artikel 18, lid 2 Verordening Jeugdhulp 2022

Een beslissing aangaande een individuele jeugdhulpvoorziening herzien dan wel intrekken.

College Leiden

Directeur Jeugdteam Leidse Regio

 
 
 
 

6.15

Artikel 18, lid 3 Verordening Jeugdhulp 2022

Geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele jeugdhulpvoorziening of het ten onrechte genoten

pgb.

College Leiden

Directeur Jeugdteam Leidse Regio

 
 
 
 

6.16

Artikel 18, lid 4 Verordening Jeugdhulp 2022

Intrekken van een pgb.

College Leiden

Directeur Jeugdteam Leidse Regio

 
 
 
 

6.17

Artikel 2.1 t/m 2.9, artikel 3.1 t/m 3.6 Nadere Regels Jeugdhulp 2022

Verlenen van toegang tot jeugdhulp via ZIN en/of PGB.

College Leiden

Directeur Jeugdteam Leidse Regio

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

AAN DE GEMEENTE LEIDEN VERLEENDE MANDATEN

7

 

Hoofdstuk 7 (Oegstgeest, Leiderdorp en Zoeterwoude)

 
 
 
 
 
 

7.1

Wmo, Jeugdwet,Toezicht en handhaving in de zorg 2021 - 2023

Het uitvoeren van toezicht en handhaving van rechtmatig gebruik van Wmo- en Jeugdwetzorg.

College Oegstgeest, College Leiderdorp, College Zoeterwoude

College

Leiden

Door college aangewezen toezicht-houders

 
 

Het verlenen van mandaat omvat tevens de verlening van ondermandaat, volmacht en machtiging.

7.2

Participatiewet

Het uitvoeren van toezicht en handhaving van de Participatiewet.

College Oegstgeest,

College Leiderdorp,

College Zoeterwoude

College

Leiden

Door college aangewezen toezicht-houders

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

8

 

Hoofdstuk 8 (Oegstgeest en Leiderdorp)

 
 
 
 
 
 

8.1

Wet Inburgering 2021

Het vaststellen, wijzigen en intrekken van een persoonlijk plan inburgering en participatie zoals bedoeld in artikel 15 t/m 17 van de Wet Inburgering 2021.

College Oegstgeest en College Leiderdorp

College

Leiden

Secretaris

Directeur cluster PMO

Manager afdeling Werk en Inkomen

Deze bevoegdheid omvat de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat

8.2

Wet Inburgering 2021

Het opleggen, wijzigen en intrekken van een bestuurlijke boete zoals bedoeld in artikelen 22 t/m 27 van de Wet Inburgering 2021.

College Oegstgeest en College Leiderdorp

College

Leiden

Secretaris

Directeur cluster PMO

Manager afdeling Werk en Inkomen

Deze bevoegdheid omvat de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat

8.3

Wet Inburgering

2021

Het vaststellen, wijzigen en intrekken van een ontzorgingsbeschikking zoals bedoeld in artikel 56a van de Participatiewet.

College Oegstgeest en College Leiderdorp

College

Leiden

Secretaris

Directeur cluster PMO

Manager afdeling Werk en Inkomen

Deze bevoegdheid omvat de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat

 
 
 
 
 
 
 
 
 

9

 

Hoofdstuk 9 (Leiderdorp)

 
 
 
 
 
 

9.1

Participatiewet en aanverwante regelingen

Besluitvorming omtrent wet- en regelgeving op het gebied van sociale zekerheid, waaronder de Participatiewet en aanverwante regelingen, met uitzondering van taken op het gebied van Bbz, IOAW en IOAZ.

College Leiderdorp

College Leiden

Secretaris

Directeur cluster PMO

Manager afdeling Werk en Inkomen

Het mandaat betreft niet de vaststelling van verordeningen en beleid. Het mandaat betreft niet de besluitvorming over voorzieningen in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Ondermandaat is toegestaan.

9.2

Wet Kinderopvang

Alle bevoegdheden op het gebied van de Wet Kinderopvang voor zover sprake is van een sociaal medische indicatie

College Leiderdorp

College Leiden

Secretaris

Directeur cluster PMO

Manager afdeling Werk en Inkomen

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Toelichting Bevoegdhedenregeling gemeente Leiden 2022

Inleiding

Voor u ligt de Bevoegdhedenregeling gemeente Leiden 2022. Dit is een geactualiseerde versie van de Bevoegdhedenregeling gemeente Leiden 2019 die hierbij ook is ingetrokken.

De gemeente Leiden heeft ervoor gekozen om deze nieuwe Bevoegdhedenregeling op te zetten volgens een gewijzigde systematiek: die van de omgekeerde mandaatregeling.

In het algemeen deel van de toelichting leggen we uit wat deze nieuwe methodiek inhoudt en wat de verschillen zijn met de oude methodiek. Daarnaast geven we in het algemeen deel uitleg over enkele juridische begrippen en beschrijven we de opbouw van de Bevoegdhedenregeling. In de artikelsgewijze toelichting geven wij – voor zover nodig – uitleg over de verschillende artikelen.

Algemene toelichting

Er worden dagelijks in naam van de gemeente besluiten genomen, opdrachten verstrekt en overeenkomsten afgesloten. Het is voor iedereen van belang om te weten wie bevoegd is om zulke (rechts-)handelingen te verrichten. Het college en de burgemeester stellen daarom een Bevoegdhedenregeling vast waarin zij de verdeling van hun bevoegdheden regelen. Het verlenen van mandaat ontlast het college en de burgemeester van hun dagelijkse besluitvormingstaken. Door bevoegdheden te mandateren is het eenvoudiger om administratieve procedures sneller te doorlopen, de dienstverlening aan burgers te verbeteren en de organisatie klantvriendelijker te maken.

Mandaat, delegatie en attributie

Titel 10:1 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) betreft mandaat, delegatie en attributie. Deze begrippen worden in het publiekrecht gehanteerd om duidelijk te maken op welke manier een bevoegdheid wordt verkregen. Bij attributie wordt in de wet een nieuwe bevoegdheid toegekend aan een specifieke functionaris. Voorbeelden hiervan zijn de bevoegdheid tot het heffen van leges (heffingsambtenaar) en de bevoegdheden van de ambtenaar van de burgerlijke stand. Bij delegatie en mandaat laat een bestuursorgaan een bevoegdheid door een ander uitoefenen. Bij delegatie draagt het bestuursorgaan de bevoegdheid volledig over en verliest daardoor de zeggenschap. Bij mandaat laat het bestuursorgaan zijn bevoegdheid door een ander uitoefenen (maar mag dat ook zelf nog doen) en blijft het bestuursorgaan verantwoordelijk voor die bevoegdheidsuitoefening.

Deze Bevoegdhedenregeling heeft geen betrekking op geattribueerde bevoegdheden (zie artikel 2) en heeft ook geen betrekking op delegatie van bevoegdheden. De regeling heeft alleen betrekking op bevoegdheden die op grond van de wet bij het college of de burgemeester liggen en vervolgens worden gemandateerd.

Mandaat, volmacht en machtiging

Zoals hierboven is vermeld gaat deze regeling alleen over mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen (artikel 10:1 Awb). Doorgaans worden bevoegdheden aan ambtenaren gemandateerd maar mandaat kan ook worden verleend aan personen of ambten die geen deel uitmaken van de gemeentelijke organisatie (externen). De gemandateerde (degene die het mandaat krijgt) handelt namens de mandaatgever (het college of de burgemeester) en de in mandaat genomen besluiten blijven de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan.

Mandaat is een vorm van formele vertegenwoordiging voor wat betreft het nemen van (publiekrechtelijke) besluiten. Daarnaast speelt feitelijke vertegenwoordiging een rol. Het kan nodig zijn dat ambtenaren feitelijke handelingen verrichten namens het college of de burgemeester, zoals het voeren van verweer in een rechtszaak, het versturen van brieven of het bijwonen van overleg. Als het gaat om feitelijke handelingen dan gebruik je de term machtiging. Tot slot kan het ook gaan om privaatrechtelijke handelingen die je uitvoert namens het bestuursorgaan. In dat geval is de juridische term volmacht. Zowel bij mandaat als bij machtiging en volmacht is sprake van vertegenwoordiging namens het bestuursorgaan. De Bevoegdhedenregeling heeft betrekking op allerdrie de vormen (zie artikel 10 van de regeling). Voor het gemak hanteren we steeds de term mandaat.

Kader Bevoegdhedenregeling

De mandaatregeling bestaat uit een regelgevend kader, dat een aantal artikelen bevat en uit verschillende bijlagen:

  • Bijlage 1 bevat de bevoegdheden die blijven voorbehouden aan het college en aan de burgemeester.

  • Bijlage 2 bevat de bevoegdheden die zijn gemandateerd en blijven voorbehouden aan de portefeuillehouder, voor zover dit past binnen de door het college vastgestelde portefeuilleverdeling.

  • Bijlage 3 bevat de bevoegdheden die blijven voorbehouden aan de gemeentesecretaris.

  • Bijlage 4 bevat de bevoegdheden die blijven voorbehouden aan de directeuren. Hierbij geldt dat sommige bevoegdheden bij alle directeuren liggen en andere bevoegdheden slechts bij een specifieke directeur.

  • Bijlage 5 bevat de bevoegdheden die blijven voorbehouden aan de managers. Hierbij geldt dat sommige bevoegdheden zijn voorbehouden aan alle managers en andere bevoegdheden aan een specifieke manager van een bepaalde afdeling. Het is ook mogelijk dat bevoegdheden zijn voorbehouden aan alle managers van een bepaald cluster.

  • Bijlage 6 bevat de bevoegdheden die blijven voorbehouden aan de operationeel managers.

  • Bijlage 7 bevat de bevoegdheden die blijven voorbehouden aan de teamcoördinatoren.

  • Bijlage 8 bevat de bevoegdheden die blijven voorbehouden aan enkele specifieke functionarissen.

  • Bijlage 9 betreft een lijst met alle (ontvangen en verleende) externe mandaten.

De bevoegdheden die in de verschillende bijlagen zijn opgenomen zijn onderverdeeld in:

  • Bestuurlijk-Juridische aangelegenheden (waaronder publiekrecht en privaatrecht)

  • Personeelsaangelegenheden.

Systematiek omgekeerde mandaatregeling

De huidige methodiek (de omgekeerde mandaatregeling) wijkt af van de hiervoor gehanteerde systematiek. In de oude systematiek was het gebruikelijk om alle bevoegdheden die worden gemandateerd expliciet te noemen in het mandaatregister, onder vermelding van de toepasselijk wet en het wetsartikel. Deze methode heeft voor- en nadelen.

Het belangrijkste voordeel is dat er vrij nauwkeurig kan worden nagegaan aan welke functionaris een bepaalde bevoegdheid is gemandateerd. Als een bevoegdheid niet is opgenomen in het mandaatregister dan is geen sprake van mandaat en is het college dan wel de burgemeester bevoegd.

Het grootste nadeel van deze methodiek is dat het mandaatbesluit snel veroudert en daardoor erg onderhoudsgevoelig is. Bij iedere wijziging in wetgeving dient het mandaatbesluit te worden aangepast. Daarnaast is vaak sprake van een zeer lijvig document waardoor het niet heel gebruikersvriendelijk is. Ook het feit dat alle bevoegdheden op een vergaande concrete wijze zijn beschreven kan leiden tot problemen. Een kleine afwijking in de omschrijving leidt er al toe dat geen sprake is van een gegeven mandaat. Dit kan ten koste gaan van een efficiënte en effectieve uitvoering van bevoegdheden.

Het college en de burgemeester van de gemeente Leiden hebben bij de nieuwe Bevoegdhedenregeling gekozen voor een beknoptere en minder onderhoudsgevoelige systematiek, die bovendien beter aansluit op het principe van integraal management. Er is sprake van een zogenaamd omgekeerde mandaatregeling. Dit houdt in dat de Bevoegdhedenregeling alleen die bevoegdheden concreet benoemt die niet zijn gemandateerd. Hierbij ligt de nadruk op slagvaardigheid van de gemeentelijke organisatie, met als uitgangspunt dat bevoegdheden in beginsel op een zo laag mogelijk niveau worden uitgeoefend. Het resultaat van deze werkwijze is dat de meeste bevoegdheden zijn gemandateerd, immers alles wat niet is opgesomd in de bijlagen is gemandateerd.

Het college en de burgemeester beschikken over een reeks van bevoegdheden. Sommige daarvan kunnen niet in mandaat worden gegeven omdat de aard van de bevoegdheid zich tegen mandaatverlening verzet (artikel 10:3 Awb). Andere bevoegdheden kunnen in principe wel worden gemandateerd maar deze blijven toch voorbehouden aan het college of de burgemeester uit politieke en bestuurlijke overwegingen. Deze bevoegdheden zijn allemaal opgenomen in bijlage 1. Bij de bevoegdheden van de burgemeester gaat het hierbij veelal om bevoegdheden op het gebied van openbare orde en veiligheid. Deze bevoegdheden kunnen vanwege de aard van de bevoegdheid niet gemandateerd worden.

De bevoegdheden die in de bijlagen 2 t/m 7 staan zijn allemaal bevoegdheden die door het college of de burgemeester gemandateerd zijn maar voorbehouden blijven aan een bepaald niveau. De keuze voor het niveau ligt in principe bij de clusters zelf. Wel is voor de personeelsaangelegenheden een keuze gemaakt die voor alle clusters hetzelfde is. De gedachte hierachter is dat het niet wenselijk is als bepaalde personele bevoegdheden in het ene cluster bijvoorbeeld bij de manager liggen en in het andere cluster bij de directeur.

Bevoegdheden die voorbehouden zijn aan een bepaald niveau kunnen altijd tevens worden uitgeoefend door de hogere niveaus. Dit is inherent aan de ambtelijke hiërarchie. Daarentegen is het niet mogelijk om ondermandaat te verlenen voor bevoegdheden die zijn voorbehouden aan een bepaald niveau. Dit is ook uitdrukkelijk zo geregeld in artikel 4, lid 10.

Kenmerkend voor de systematiek van de omgekeerde mandaatregeling is dat de meeste bevoegdheden heel algemeen zijn omschreven. Dit is mogelijk doordat artikel 5 van de Bevoegdhedenregeling aangeeft dat een functionaris van een mandaat slechts gebruik kan maken ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van het cluster, tot de aan hem opgedragen opgave of tot het eigen werkterrein.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Hier staan de omschrijvingen van de in de regeling gehanteerde begrippen die uitleg vergen. Bij de definities is aansluiting gezocht bij de definities van het Organisatiebesluit en de Budgethoudersregeling.

Artikel 2. Geattribueerde bevoegdheden

De Bevoegdhedenregeling gemeente Leiden 2022 is vastgesteld door het college en door de burgemeester. De gemandateerde bevoegdheden betreffen alleen bevoegdheden van het college en de burgemeester. Geattribueerde bevoegdheden zijn bevoegdheden die in een wet of regeling aan een specifieke functionaris zijn toegekend. Deze bevoegdheden kunnen in principe gemandateerd worden (tenzij de aard van de bevoegdheid zich tegen mandatering verzet) maar het is aan de functionaris die de bevoegdheden geattribueerd heeft gekregen om te besluiten tot mandaatverlening. De bepalingen uit deze Bevoegdhedenregeling hebben alleen betrekking op bevoegdheden van het college en de burgemeester en niet op geattribueerde bevoegdheden.

Artikel 3 Mandaat portefeuillehouder en gemeentesecretaris

Dit artikel maakt onderscheid tussen de mandaten aan de portefeuillehouder (de zogenaamde bestuurlijke mandaten) en de mandaten aan de gemeentesecretaris. De bevoegdheden die aan de gemeentesecretaris worden gemandateerd, worden verder belegd in de ambtelijke organisatie tot aan het niveau van de medewerker. Dit geldt voor alle bevoegdheden met uitzondering van de bevoegdheden die voorbehouden blijven aan een bepaald functieniveau. De bevoegdheden die het college mandateert aan de portefeuillehouder blijven bij de portefeuillehouder. Er vindt geen ondermandatering plaats in de ambtelijke lijn.

Artikel 4 Mandaat overige functionarissen

Dit artikel geeft aan welke functionarissen in de lijn gemandateerd zijn. Hiervoor is aansluiting gezocht bij de leidinggevende structuur en de functiebenamingen die vanaf 1 januari 2022 van kracht zijn. Uitgangspunt is dat bevoegdheden tot het laagste niveau zijn ondergemandateerd, tenzij de bevoegdheid voorkomt op één van de bijlagen. Bevoegdheden die voorkomen op één van de bijlagen zijn voorbehouden aan het functieniveau waar de bijlage op betrekking heeft. Deze bevoegdheden kunnen ook worden uitgevoerd door de hogere functieniveaus. Het is echter niet mogelijk om de bevoegdheden die op een bijlage staan verder te mandateren.

Artikel 5 Voorwaarden mandaat

Dit artikel regelt de voorwaarden waaronder de bevoegdheden zijn gemandateerd. Dit betekent dat als niet is voldaan aan de voorwaarden, geen sprake is van een rechtsgeldig mandaat. De bevoegdheden zijn over het algemeen vrij algemeen en generiek geformuleerd. Door de voorwaarde op te nemen dat een mandaat slechts geldt als het gaat om aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van het cluster, de opgedragen opgave of het eigen werkterrein wordt voorkomen dat functionarissen besluiten nemen buiten hun eigen vakgebied of werkterrein. De voorwaarde dat functionarissen binnen de vastgestelde beleidskaders blijven en altijd de vigerende budgethoudersregeling in acht nemen, kadert de bevoegdheden duidelijk in. Tot slot geldt voor medewerkers dat zij alleen bevoegd zijn als het gaat om routinematige aangelegenheden die behoren tot het eigen cluster, de aan hen opgedragen opgave of tot het eigen werkterrein.

Artikel 6 Instructies uitoefening mandaat

De Awb biedt de mogelijkheid aan een mandaatgever om instructies te verbinden aan het mandaat (artikel 10:6 Awb). In tegenstelling tot het vorige artikel waarbij sprake is van voorwaarden waaraan voldaan moet zijn voor een geldig mandaat, leidt het niet naleven van de instructies niet tot onbevoegdheid van de gemandateerde functionaris. Dit heeft te maken met het feit dat uit jurisprudentie blijkt dat een mandaatbesluit duidelijkheid moet geven aan een burger over de vraag welke functionaris gemandateerd is. Dit mag niet afhangen van een onzekere factor zoals de vraag of een besluit al dan niet politiek gevoelig is omdat hierdoor de rechtszekerheid in het geding zou komen. Om deze reden is gekozen voor de constructie waarbij sprake is van instructies voor de gemandateerde functionaris. Als de functionaris zich niet aan deze instructies houdt dan heeft dat geen externe rechtsgevolgen (het besluit is nog steeds bevoegd genomen) maar intern zal dit natuurlijk wel gevolgen kunnen hebben.

Artikel 7 Mandaat griffier

De griffier wordt aangesteld door de gemeenteraad en behoort daarmee niet tot de ambtelijke organisatie. De griffier ontleent zijn bevoegdheden grotendeels aan de Gemeentewet en krijgt daarnaast bevoegdheden vanuit de raad. Desondanks is het wenselijk dat het college bepaalde bevoegdheden mandateert aan de griffier. Het gaat hierbij om algemene bevoegdheden van het college die betrekking hebben op de griffie. In dit artikel worden deze bevoegdheden gemandateerd aan de griffier. Op deze bevoegdheden is niet de systematiek van de omgekeerde mandaatregeling van toepassing.

Artikel 8 Ondertekening

Uit de ondertekening moet blijken welk bestuursorgaan oorspronkelijk bevoegd is, wat de naam en wat de functiebenaming en het organisatieonderdeel is van de gemandateerde functionaris. Het oorspronkelijk bevoegd bestuursorgaan zal vaak het college zijn. Artikel 171, lid 1 Gemeentewet bepaalt echter dat de burgemeester de gemeente in en buiten rechte vertegenwoordigt. Uit deze bepaling volgt dat de burgemeester bevoegd is tot het ondertekenen van overeenkomsten. De ondertekening van een overeenkomst geschiedt dus namens de burgemeester. Andere bevoegdheden van de burgemeester liggen met name op het gebied van de openbare orde.

Artikel 9 Volmacht en machtiging

Dit artikel bepaalt dat de regels die op grond van deze Bevoegdhedenregeling gelden voor mandaat, ook van toepassing zijn op volmacht en machtiging. De term volmacht wordt gebruikt als het gaat om privaatrechtelijke bevoegdheden. De term machtiging wordt gebruikt voor bevoegdheden die noch besluiten noch privaatrechtelijke handelingen betreffen.

Artikel 10 Intrekking vorige besluit

Bij de inwerkingtreding van de nieuwe Bevoegdhedenregeling wordt de laatst geldende Bevoegdhedenregeling ingetrokken.

Artikel 11 Inwerkingtreding

Een besluit treedt pas in werking als het op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Na publicatie treedt dit besluit in werking per 1 januari 2022.

Artikel 12 Citeertitel

Deze bepaling spreekt voor zich. De citeertitel gebruik je met name in officiële (juridische) documenten, in de communicatie naar buiten en bij verwijzing naar de publicatie van de regeling op overheid.nl