Beleidsregels zonnepanelen voor monumenten, beeldbepalende zaken en beschermd stadsgezicht Geertruidenberg

Geldend van 26-08-2021 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels zonnepanelen voor monumenten, beeldbepalende zaken en beschermd stadsgezicht Geertruidenberg

Beleidsregels zonnepanelen voor monumenten, beeldbepalende zaken en beschermd stadsgezicht Geertruidenberg

Het college van de gemeente Geertruidenberg, in zijn vergadering van 27 juli 2021:

gelet op artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht en artikel 4a van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, artikel 2.1 lid 1 onder a van de Wabo, artikel 2.1 lid 1 onder f en artikel 2.15 van de Wabo voor rijksmonumenten en artikel 2.2 lid 1 onder b en artikel 2.18 van de Wabo voor gemeentelijke monumenten en beeldbepalende zaken, en de Erfgoedverordening Geertruidenberg 2017,

BESLUIT

vast te stellen de:

Beleidsregels zonnepanelen voor monumenten, beeldbepalende zaken en beschermd stadsgezicht Geertruidenberg

Inhoudsopgave

  • 1.

    Inleiding

  • 2.

    Het bestaande en toekomstige juridische kader

  • 3.

    Duurzaamheidsbeleid in Geertruidenberg

  • 4.

    Op zoek naar nieuwe uitgangspunten

  • 5.

    De kern van het nieuwe beleid

  • 6.

    Categorieën, en gebiedsindeling van beschermd stadsgezicht

  • 7.

    Visualisatie van de toetsingscriteria

  • 8.

    Tekst van de regeling

Bijlage 1: gebiedsindeling Beschermd stadsgezicht Geertruidenberg voor het zonnepanelenbeleid

Bijlage 2: kaart van plangebied van de Riethorst

1. Inleiding

Geertruidenberg had tot voorjaar 2021 geen specifiek gemeentelijk beleid voor zonnepanelen en -collectoren. Wel was en is er bestaand gemeentelijk beleid, dat dit onderwerp raakt:

  • -

    het bestemmingsplan Kom Geertruidenberg 2012,

  • -

    de welstandsnota 2012 en

  • -

    voor monumenten en beeldbepalende panden/zaken: de Erfgoedverordening.

In dat kader beoordeelde tot dan toe de Commissie ruimtelijke kwaliteit (voorheen de Monumentencommissie) per geval of zonnepanelen aanvaardbaar zijn voor panden in beschermd stadsgezicht en voor panden met een monumentale status. De commissie achtte de afgelopen jaren onder meer van belang: de mate van zichtbaarheid ervan vanaf de openbare ruimte, in welk deelgebied van het beschermd stadsgezicht het pand staat, of het gaat om een pand met een monumentale status, en de ordening van de panelen op het dak.

In de praktijk bleek dat er zowel bij inwoners als bij de gemeentelijke behandeling van aanvragen behoefte bestaat aan een duidelijk beleid en toetsingskader voor zonnepanelen in beschermd stadsgezicht en bij monumentale panden. Daarom is dit beleid opgesteld. Buiten beschermd stadsgezicht en op gebouwen zonder monumentale status zijn zonnepanelen meestal vergunningsvrij.

Bij het opstellen van dit beleid is rekening gehouden met:

  • a.

    Nationale regelgeving (Besluit omgevingsrecht (Bor) en Erfgoedwet);

  • b.

    Het lokale beleid;

  • c.

    Eerdere advisering door de Monumentencommissie en Commissie ruimtelijke kwaliteit;

  • d.

    Reeds aanwezige zonnepanelen op panden;

  • e.

    Een afweging tussen belangen van erfgoed en beeldkwaliteit en belangen bij duurzame energie;

  • f.

    Een vergelijking met andere gemeenten, met name Moerdijk/Willemstad;

  • g.

    Medio 2020 heeft de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) zijn adviesbeleid voor zonnepanelen op monumenten versoepeld, om eigenaren meer mogelijkheden te geven om gebruik te maken van pv-cellen bij de verduurzaming van hun monument. 

2. Het bestaande en toekomstige juridische kader

Aan de voorzijde en aan de zijkant van gebouwen in het beschermd stadsgezicht en op aangewezen monumenten en beeldbepalende panden is het niet mogelijk om vergunningsvrij zonnepanelen te plaatsen. Daarnaast zijn volgens het Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor) in het beschermd stadsgezicht alleen zonnepanelen op het achterdakvlak vergunningsvrij (in de zin van bijlage II art. 2 lid 6) op panden die geen monument of beeldbepalend pand zijn, als dat dakvlak niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd (Bor bijlage II art. 4a lid 2).

Voor de volledigheid: art. 2 lid 6 van het Bor bijlage II luidt:”

Een omgevingsvergunning voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a of c, van de wet is niet vereist, indien deze activiteiten betrekking hebben op:

- 6. een collector voor warmteopwekking of een paneel voor elektriciteitsopwekking op een dak, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:

a. indien op een schuin dak:

1°. binnen het dakvlak,

2°. in of direct op het dakvlak, en

3°. hellingshoek gelijk aan hellingshoek dakvlak,

b. indien op een plat dak: afstand tot de zijkanten van het dak ten minste gelijk aan hoogte collector of paneel, en

c. indien de collector of het paneel niet één geheel vormt met de installatie voor het opslaan van het water of het omzetten van de opgewekte elektriciteit: die installatie aan de binnenzijde van een bouwwerk is geplaatst;”

De welstandsnota, alsook de dubbelbestemming waarde cultuurhistorie in de geldende bestemmingsplannen voor het stadsgezicht, met eisen over daken, is van belang. Voor monumenten en beeldbepalende panden gelden ook de Erfgoedverordening en Erfgoedwet. Ook Bor bijlage II art. 4a geldt voor monumenten.

Onder de Omgevingswet kan de gemeente meer vergunningsvrij maken. Een besluit hierover wordt beoogd na de inwerkingtreding van deze wet (verwacht vanaf 2022) en in het kader van de evaluatie van de welstandnota 2012.

3. Duurzaamheidsbeleid in Geertruidenberg

Het is aan te bevelen om verschillende duurzaamheidsaspecten bij een pand, en met name ook bij monumenten, in samenhang te bezien voor een verbetering van de duurzaamheid. Alvorens te denken aan zonnepanelen kan vaak beter worden nagegaan of duurzaamheid op een andere wijze is te bereiken. Dit vergt vaak maatwerk.

Er gaat altijd eerst een stap vooraf als het over energie opwekken gaat, namelijk het terugdringen van het energieverbruik. Dat betekent: “Eerst zoveel mogelijk besparen, dan opwekken!” Deze volgorde levert het meeste op voor milieu en monument.

Dit sluit aan op de “Trias Energetica”, met de volgende uitgangspunten:

1. Beperk uw energievraag en voorkom onnodig verspilling van energie

2. Win en gebruik energie zo duurzaam mogelijk

3. Gebruik eindige grondstoffen efficiënt, bouw dit gebruik af en voorkom energieverliezen

Verder kan worden verwezen naar het gemeentelijke beleid over duurzaamheid en de brochure van het Monumentenhuis “Kansen voor duurzame monumentenzorg”.

Postcoderoos-regeling e.d.

Zijn zonnepanelen in een beschermd stadsgezicht niet wenselijk, dan wordt het wellicht mogelijk een gezamenlijk zonnepanelenveld aan te leggen of om te participeren in een project daarvoor, zoals een postcoderoosregeling. Zo’n mogelijkheid is vooralsnog niet concreet aan de orde, maar zal in de toekomst waarschijnlijk wel komen. Als zo’n mogelijkheid er komt, zal de gemeente hierover communiceren, o.a. via de website.

4. Op zoek naar nieuwe uitgangspunten

Collectoren ontwikkelen zich snel, maar de inpassing ervan in een dakvlak blijft altijd goed zichtbaar. Het gaat dan onder meer om het volgende:

  • -

    collectoren wijken in kleur meestal duidelijk af van het onderliggend dakvlak; zeker in Geertruidenberg met veel rode pannendaken, is dit van belang;

  • -

    collectoren hebben een spiegelend (glas)oppervlak dat (zon)licht weerkaatst;

  • -

    door dakdoorbraken en dakkapellen heen ontstaan grillige vormen van paneelvlakken

  • -

    individuele collectoren kunnen in bouwblokken de grotere samenhang van dakvlakken verstoren.

Vaak zijn collectoren in beschermd stadsgezicht en op monumenten daarom niet gewenst, ze worden door velen ook niet “mooi” gevonden. De belangen van de beeldkwaliteit en erfgoedwaarden moeten worden afgewogen ten opzichte van de belangen van inwoners bij duurzame energie.

In dit beleid wordt grote waarde gehecht aan het beschermen van de gewenste beeldkwaliteit van het beschermd stadsgezicht, voor inwoners en bezoekers van “de Vestingstad aan de Biesbosch“. Dit betreft met name het historische hart van het stadsgezicht en de gebieden die beleefd kunnen worden als entrees hiernaartoe. Er is bezien waar ruimere mogelijkheden zijn voor zonnepanelen vanwege het belang van eigenaren bij duurzame energie. Meer mogelijkheden zijn er met name in gebieden aan de rand van het stadsgezicht.

Voor de bijzondere categorie van monumenten en beeldbepalende panden ligt het voor de hand om in essentie uit te gaan van voortzetting van de eerdere mate van bescherming hiervan.

Voor inwoners van het beschermd stadsgezicht waarvoor geen reële mogelijkheden zijn voor zonnepanelen en voor monumenteigenaren komen in de toekomst wellicht mogelijkheden voor deelname in projecten voor collectieve zonnepanelen elders.

5. De kern van het nieuwe beleid

De kern van het beleid: zonnepanelen toestaan waar dat kan en uitsluiten waar dat moet, mede gezien de erfgoedwaarden en de gewenste beeldkwaliteit.

Dat betekent :

  • -

    Wat betreft monumenten en beeldbepalend panden: dat er als uitgangspunt geen zonnepanelen worden toegestaan op het voordak, en evenmin op het zijdak of achterdak als de zonnepanelen zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte; er zijn beperkte mogelijkheden als de panelen niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte;

  • -

    Het via regels voor zonnepanelen beschermen van de erfgoedwaarden en gewenste beeldkwaliteit van het beschermd stadsgezicht. Daarbij is de bescherming hoog in het hart van het stadsgezicht (waaronder het gebied van en rond de Markt), de bescherming middelhoog in het gebied van de zuidelijke bastions en een zuidelijk deel van de Koestraat, en lager aan de overige randen van het stadsgezicht en in enkele kleinere binnengebieden, waar zonnepanelen niet storend hoeven te zijn voor pand en de omgeving;

  • -

    Algemene uitgangspunten voor soort, maat en uiterlijk van panelen en voor de plaatsing en ordening ervan op het dak;

  • -

    Maatwerk via commissie-advies voor zonnepanelen op nieuwbouw, in bijzondere gevallen, zoals bij mansardekappen en andere bijzondere kapvormen en bij industrieel erfgoed;

  • -

    Het accepteren van zonnepanelen als onderdeel van het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Geertruidenberg;

  • -

    Dat panelen bij verwijdering zonder beschadiging aan het dak weggehaald kunnen worden (reversibele plaatsing)

Onder “zonnepanelen” wordt in dit beleid verstaan: zonnepanelen, watergedragen zonnecollectoren, heatpipes en daglichtpanelen.

Proces

Over aanvragen voor zonnepanelen voor monumenten en beeldbepalende zaken wordt advies ingewonnen bij de Commissie. In andere gevallen worden aanvragen voor zonnepanelen in beschermd stadsgezicht ambtelijk en niet door de Commissie getoetst, indien deze voldoen aan de beleidsregels. Als een aanvrager wil afwijken van de beleidsregels, wordt advies over de aanvraag ingewonnen bij de Commissie, waarbij de beleidsregels als uitgangspunt leidend zijn voor het advies.

6. Categorieën, en gebiedsindeling van beschermd stadsgezicht

De hierna vermelde deelgebieden A t/m C betreffen het beschermd stadsgezicht voor zover dat is gelegen binnen de contouren van het bestemmingsplannen Kom Geertruidenberg 2012 en Dongeburgh (en de plannen die nadien binnen die contouren zijn vastgesteld). Dit zijn historisch de relevantste delen van het stadsgezicht.

Buiten dit beleid voor zonnepanelen in beschermd stadsgezicht vallen de volgende gebieden aan de randen van het beschermd stadsgezicht waarvoor andere bestemmingsplannen gelden. Voor die gebieden zijn zonnepanelen aanvaardbaar te achten, die passen binnen de kaders van wat buiten het beschermd stadsgezicht op grond van landelijke regels vergunningsvrij is buiten het beschermd stadsgezicht. Dit betreft de desbetreffende delen van bestemmingsplannen:

  • -

    “Dongeoever Amerkant” voor het gebied van/bij de jachthaven aan de Statenlaan

  • -

    “Geertruidenberg noordwest” voor enkele woningen aan het Strijenpad

  • -

    “Gasthuiswaard” voor deel van industrieterrein aan de Centraleweg

Hiernaast hanteert het beleid een categorie voor de monumenten en beeldbepalende panden in heel de gemeente. Hiervoor gelden afzonderlijke toetsingscriteria.

Om de monumentale waarden van een pand, of beschermd stadsgezicht optimaal te behouden is het van belang dat eventuele introductie van zonnepanelen in een monumentomgeving met zorg gebeurt. Niet alle panden lenen zich even goed voor zonnepanelen. Voor panden waarop zonnepanelen onder voorwaarden wel mogelijk zijn levert dit beleidskader duidelijke criteria op vijf verschillende niveaus, van algemeen tot gebiedsspecifiek.

  • 1.

    Algemene uitgangspunten voor het plaatsen van zonnepanelen, die gelden voor alle aanvragen voor gebouwen met een monumentale status (monumenten en beeldbepalende panden) in de gemeente en alle panden binnen het beschermd stadsgezicht

  • 2.

    Een aparte set toetsingscriteria (criteria A) voor zonnepanelen (op gebouwen zonder monumentale status) in het beschermd stadsgezicht deelgebied A: gebied met hoge cultuurhistorische waarden en beeldkwaliteit in relatie met zonnepanelen

  • 3.

    Een aparte set toetsingscriteria (criteria B) voor zonnepanelen (op gebouwen zonder monumentale status) in het beschermd stadsgezicht deelgebied B: gebied met gemiddelde cultuurhistorische waarden en beeldkwaliteit in relatie met zonnepanelen

  • 4.

    Een aparte set toetsingscriteria (criteria C) voor zonnepanelen (op gebouwen zonder monumentale status) in de rest van het beschermd stadsgezicht deelgebied C: gebieden met lagere cultuurhistorische waarden en beeldkwaliteit in relatie met zonnepanelen

  • 5.

    Een aparte set toetsingscriteria voor alle gemeentelijke monumenten, beeldbepalende panden en rijksmonumenten in de gemeente Geertruidenberg

Zie de onderstaande tekst van de regeling voor deze toetsingscriteria.

Kaart: gebiedsindeling Beschermd stadsgezicht Geertruidenberg voor het zonnepanelenbeleid

Plangebied van de Riethorst

Voor de mogelijkheden voor zonnepanelen in het plangebied van de Riethorst moet ook rekening worden gehouden met het daarvoor geldende beeldkwaliteitsplan (uit 2016), dat voor zover het iets dienaangaande regelt, prevaleert boven het zonnepanelenbeleid, als volgt:

  • -

    De Nieuwe Riethorst: geen zonnepanelen mogelijk aan de Venestraat of op dakvlakken die zichtbaar zijn vanaf de Venestraat. Zonnepanelen zijn wel toegestaan in het binnengebied;

  • -

    Stadswoningen: zonnepanelen zijn toegestaan, maar niet op dakvlakken die zichtbaar zijn vanaf de Venestraat;

  • -

    Parkwoningen: zonnepanelen zijn toegestaan.

Zie bijlage 2.

7. Visualisatie van de toetsingscriteria

De volgende tekeningen tonen in essentie de mogelijkheden voor zonnepanelen in de deelgebieden A, B en C van het beschermd stadsgezicht, en voor de categorie van monumenten en beeldbepalende panden in heel de gemeente. Zie de regeling voor een compleet beeld, ook voor de mogelijkheden op het achterdakvlak.

Gebied A

Zie ook artikel 6 en 5.

Gebied B

Zie ook artikel 7 en 5.

Gebied C

Zie ook artikel 8 en 5.

Categorie monumenten en beeldbepalende panden

Zie ook artikel 9 en 5.

8. Tekst van de regeling

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

a.

zonnepanelen: zonnepanelen, watergedragen zonnecollectoren, heatpipes en daglichtpanelen

b.

Gebied A: het gebied zoals aangeduid op de bijlage bij dit beleid, de kaart met de gebiedsindeling

c.

Gebied B: het gebied zoals aangeduid op de bijlage bij dit beleid, de kaart met de gebiedsindeling

d.

Gebied C: het gebied zoals aangeduid op de bijlage bij dit beleid, de kaart met de gebiedsindeling

e.

dak-doorbraken: dakkapellen, dakvensters en schoorstenen en pijpen

f.

Commissie: de Commissie ruimtelijke kwaliteit, de gemeentelijke adviescommissie wat betreft erfgoed, welstand, ruimtelijke ordening, stedenbouw en landschap

g.

openbare ruimte: openbaar toegankelijk gebied, weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer.

Artikel 2 Toepasselijkheid en gebiedsindeling

Dit beleid geldt voor:

a.

aangewezen rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en beeldbepalende zaken in heel de gemeente, binnen en buiten het beschermd stadsgezicht van Geertruidenberg; b. de deelgebieden A, B en C van het beschermd stadsgezicht, die zijn aangeduid op de bijlage bij dit beleid, de kaart met de gebiedsindeling. Deze gebieden betreffen het beschermd stadsgezicht voor zover dat is gelegen binnen de contouren van de bestemmingsplannen Kom Geertruidenberg 2012 en Dongeburgh (en de plannen die nadien binnen die contouren zijn vastgesteld). Voor de overige delen van het beschermd stadsgezicht zijn zonnepanelen toegelaten binnen de kaders van wat op grond van landelijke regels vergunningsvrij is voor zonnepanelen buiten het beschermd stadsgezicht en zijn deze beleidsregels verder niet van toepassing.

Artikel 3 De status van de beleidsregels

a.

Het betreft door ons op grond van art. 4:81 Awb vastgestelde beleidsregels met betrekking tot onze bevoegdheden voor de beoordeling, wat betreft welstand en erfgoedwaarden, van vergunningaanvragen voor zonnepanelen voor monumenten, beeldbepalende zaken en gebouwen in beschermd stadsgezicht.

b.

Over aanvragen voor zonnepanelen voor monumenten en beeldbepalende zaken wordt advies ingewonnen bij de Commissie. In andere gevallen worden aanvragen voor zonnepanelen in beschermd stadsgezicht ambtelijk en niet door de Commissie getoetst, indien deze voldoen aan de beleidsregels.

c.

Als een aanvrager wil afwijken van de beleidsregels, wordt advies over de aanvraag ingewonnen bij de Commissie, waarbij de beleidsregels als uitgangspunt leidend zijn voor het advies.

Artikel 4 Nieuwbouw in deelgebieden A, B en C van beschermd stadsgezicht

1. Bij nieuwbouw worden zonnepanelen toegestaan, indien:

a.

de zonnepanelen op een architectonisch geïntegreerde wijze worden toegepast in het nieuwbouwplan;

b.

rekening wordt gehouden met de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische waarden, de context van de straat en de belendende bebouwing (ensemble);

c.

rekening wordt gehouden met een passende ritmiek, positionering en kleur;

d.

voldoende wordt aangesloten op de beeldkwaliteit die de beleidsregels voor het desbetreffende gebied beogen te beschermen.

2. Voor de beoordeling hiervan wordt advies ingewonnen bij de Commissie.

Artikel 5 Algemene uitgangspunten voor het plaatsen van zonnepanelen

De volgende algemene uitgangspunten gelden altijd bij het plaatsen van zonnepanelen op monumenten en beeldbepalende panden in de gemeente Geertruidenberg en bij het plaatsen van zonnepanelen in het beschermd stadsgezicht van Geertruidenberg, tenzij in de beleidsregels anders is vermeld:

  • 1.

    In alle situaties wordt de kap van het hoofdvolume van het gebouw zo veel mogelijk gemeden. Mogelijkheden kunnen worden gezocht op het achtererf, op ondergeschikte (platte) daken of daken van aan- en bijgebouwen. Wellicht zouden in sommige gevallen voor particuliere ook collectieve zonnedaken of zonneweides een oplossing voor verduurzaming kunnen bieden.

  • 2.

    Zonnepanelen worden boven op de dakbedekking geplaatst en reversibel (omkeerbaar), zodat bij later verwijderen weer een ongeschonden dakvlak zichtbaar wordt.

  • 3.

    Zonnepanelen aan gevels of in voortuinen zijn niet toegestaan.

  • 4.

    Zonnepanelen op schuine daken worden in dezelfde hellingshoek als het dakvlak geplaatst.

  • 5.

    Zonnepanelen worden in een rechthoekige vorm gelegd en indien feitelijk mogelijk: symmetrisch op het dakvlak. Getrapte, onderbroken of asymmetrische vormen (bijvoorbeeld rond dakramen en dakdoorvoeren) zijn niet toegestaan.

  • 6.

    Bij meerdere zonnepanelen op één dakvlak worden de panelen allemaal in dezelfde richting geplaatst (alle panelen horizontaal of verticaal), waarbij de richting wordt afgestemd op het dak en op de buurpanden.

  • 7.

    Het toepassen van verschillende formaten, typen en fabricaten zonnepanelen op één dakvlak is niet toegestaan.

  • 8.

    Zonnepanelen worden geheel in een donkere matzwarte kleur uitgevoerd. Blauwe panelen zijn niet toegestaan. Panelen dienen zonder rand te zijn (dus ook zonder zilverkleurige of aluminium rand). Het verdient aanbeveling om bij het plaatsen van zonnepanelen te kiezen voor een vorm die zoveel mogelijk in het dak wordt geïntegreerd, zonder het bestaande dakvlak aan te tasten.

  • 9.

    De constructie van het bestaande dak moet de verhoogde belasting van het gewicht van de panelen kunnen dragen.

  • 10

    Bij daken die zijn gedekt met koper of een zeldzame dakbedekking zijn zonnepanelen niet toegestaan.

  • 11

    Los van deze algemene uitgangspunten gelden er ook aanvullende gebiedscriteria (A, B, of C) en een aparte set criteria voor monumenten en beeldbepalende panden (D), die meer gedetailleerde regels geven voor de plaatsing en afmeting van panelen.

  • 12

    Waar in dit beleid wordt gesproken over zichtbaarheid vanaf de openbare ruimte geldt: deze zichtbaarheid wordt op de tegenoverliggende gevel gemeten op een hoogte van 1,80 meter of tot 75 meter vanaf het desbetreffende pand.

Artikel 6 Criteria A zonnepanelen in het beschermd stadsgezicht Geertruidenberg gebied A

Voor gebied A gelden, naast de algemene uitgangspunten van artikel 5, de volgende toetsingscriteria:

1.

Zonnepanelen op het voordakvlak (van alle kapvormen) zijn niet toegestaan.

2.

Zonnepanelen op achterdakvlakken die vergunningsplichtig zijn en zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, zijn met vergunning toegestaan onder de volgende voorwaarden:

a. minimaal 50 cm afstand houden tot de goot;

b. minimaal 50 cm afstand houden tot de nok;

c. bij voorkeur rondom 50 cm afstand houden van bestaande dakdoorbraken (dakkapellen, dakvensters en schoorstenen);

d. zo veel mogelijk in de onderste helft van het dakvlak zijn geplaatst.

3.

Zonnepanelen op dwarskappen (nok haaks op de straat) zijn toegestaan, wanneer de panelen niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, niet grenzen aan de openbare ruimte en daarnaast voldoen aan de volgende criteria:

a. vanaf de achtergevel naar voren zijn geordend;

b. minimaal 100 cm afstand houden tot de achtergevel en minimaal 100 cm afstand houden tot de voorgevel;

c. zo veel mogelijk onder in het dakvlak worden geplaatst, met minimaal 50 cm afstand tot de goot;

d. minimaal 50 cm afstand houden tot de nok;

e. bij voorkeur rondom 50 cm afstand houden van bestaande dakdoorbraken (dakkapellen, dakvensters en schoorstenen);

f. indien het zijdak rechthoekig is en vanaf de openbare ruimte visueel afgeschermd wordt door het naastgelegen pand (inclusief kap) met een goothoogte van niet meer dan 1 meter lager dan het pand waarop de zonnepanelen worden beoogd, wordt advies ingewonnen bij de Commissie voor een maatwerkoplossing, tenzij wordt voldaan aan de regels hierna onder h;

g. indien het zijdakvlak een andere vorm heeft dan een rechthoek (zoals een schilddak), wordt advies ingewonnen bij de Commissie voor een maatwerkoplossing;

h. indien het zijdak niet (zoals hierboven vermeld) afgeschermd wordt door het naastgelegen pand en indien het zijdakvlak de vorm heeft van een rechthoek, geldt het volgende: wat betreft de buitenste contouren van het geheel van zonnepanelen mag er sprake zijn van ten hoogste één L-vormige combinatie van zonnepanelen of van één enkele uitsparing erin. Voor het overige dienen de buitenste contouren van het geheel van de zonnepanelen een rechthoekig vlak te vormen, en indien feitelijk mogelijk symmetrisch op het dakvlak te liggen. Overige getrapte, onderbroken of asymmetrische vormen in de contouren van het geheel van zonnepanelen zijn niet toegestaan;

i. uitzondering: op zijdakvlakken grenzend aan openbare ruimte bij hoekpanden zijn geen zonnepanelen toegestaan.

4.

Zonnepanelen op platte daken (van hoofd- en bijgebouwen) zijn toegestaan: wanneer de afstand van de zonnepanelen tot de zijkant van het dak minimaal 1 keer de hoogte van de panelen is en de panelen plat of onder een flauwe helling (met een hoek tot circa 15 graden) en in een aaneengesloten patroon worden geplaatst.

5.

Zonnepanelen op mansardekappen of andere bijzondere kapvormen vragen een maatwerkoplossing van de Commissie.

6.

Over toepassing van nieuwe producten voor de opvang van zonne-energie, waarvan de verschijningsvorm is aangepast aan de bestaande dakbedekking, wordt advies ingewonnen bij de Commissie.

7.

Voor zonnepanelen in het plangebied van de Riethorst wordt mede rekening gehouden met het daarvoor geldende beeldkwaliteitsplan. Zie onderdeel 6 van de toelichting op het beleid en bijlage 2.

Artikel 7 Criteria B zonnepanelen in het beschermd stadsgezicht Geertruidenberg gebied B

Voor gebied B gelden, naast de algemene uitgangspunten van artikel 5, de volgende toetsingscriteria:

1.

Over de vraag of zonnepanelen op het voordakvlak aanvaardbaar zijn, wordt advies ingewonnen bij de Commissie, vanwege de gewenste beeldkwaliteit in dit gebied, en rekening houdend met het overige beleid.

2.

Voor zonnepanelen op achterdakvlakken gelden: het kader van wat landelijk vergunningsvrij is voor zonnepanelen buiten het beschermd stadsgezicht, en ook de uitgangspunten van artikel 5, behoudens dat het vijfde uitgangspunt niet als voorwaarde wordt gesteld hiervoor.

3.

Over de vraag of zonnepanelen dwarskappen (nok haaks op de straat) aanvaardbaar zijn, wordt advies ingewonnen bij de Commissie, vanwege de gewenste beeldkwaliteit in dit gebied, en rekening houdend met het overige beleid.

4.

Zonnepanelen op platte daken (van hoofd- en bijgebouwen) zijn toegestaan: wanneer de afstand van de zonnepanelen tot de zijkant van het dak minimaal 1 keer de hoogte van de panelen is en de panelen plat of onder een flauwe helling (met een hoek tot circa 15 graden) en in een aaneengesloten patroon worden geplaatst.

5.

Zonnepanelen op mansardekappen of andere bijzondere kapvormen vragen een maatwerkoplossing van de Commissie.

6.

Over toepassing van nieuwe producten voor de opvang van zonne-energie, waarvan de verschijningsvorm is aangepast aan de bestaande dakbedekking, wordt advies ingewonnen bij de Commissie.

Artikel 8 Criteria C zonnepanelen in het beschermde stadsgezicht Geertruidenberg gebied C

Voor gebied C gelden, naast de algemene uitgangspunten van artikel 5, de volgende toetsingscriteria:

1.

Voor zonnepanelen op schuine daken in dit gebied gelden:

a. voor voordakvlakken en zijdakvlakken: dat de afstand van de zonnepanelen tot zowel de nok als de goot tenminste 50 cm dient te zijn;

b. bij zijdakvlakken dienen de zonnepanelen tenminste 50 cm vanaf voorgevel en achtergevel te liggen;

c. in de volgende gevallen: als de daken van twee of meer naast elkaar gesitueerde individuele panden als één aansluitend dakvlak doorlopen, mogen de panelen worden gelegd tot de perceelsgrens tussen die panden; als niet sprake is van zo’n doorlopend dakvlak op meer panden, dienen de panelen minimaal 50 cm afstand te houden tot beide gevels/perceelsgrenzen;

d. Voor het voordakvlak kan alleen worden afgeweken van het vijfde uitgangspunt van artikel 5 in de volgende zin: ten hoogste één L-vormige combinatie van zonnepanelen of een rechthoekig vlak van zonnepanelen met één enkele uitsparing toegestaan. Hetzelfde geldt voor het zijdakvlak;

e. Voor zonnepanelen op achterdakvlakken gelden: het kader van wat landelijk vergunningsvrij is voor zonnepanelen buiten het beschermd stadsgezicht, en ook de uitgangspunten van artikel 5, behoudens dat het vijfde uitgangspunt niet als voorwaarde wordt gesteld hiervoor.

2.

Zonnepanelen op platte daken (van hoofd- en bijgebouwen) zijn toegestaan wanneer de afstand van de zonnepanelen tot de zijkant van het dak minimaal 1 keer de hoogte van de panelen is en de panelen plat of onder een flauwe helling (met een hoek tot circa 15 graden) en in een aaneengesloten patroon worden geplaatst.

3.

Zonnepanelen op mansardekappen of andere bijzondere kapvormen vragen een maatwerkoplossing van de Commissie.

4.

Over toepassing van nieuwe producten voor de opvang van zonne-energie, waarvan de verschijningsvorm is aangepast aan de bestaande dakbedekking, wordt advies ingewonnen bij de Commissie.

5.

Voor zonnepanelen in het plangebied van de Riethorst wordt mede rekening gehouden met het daarvoor geldende beeldkwaliteitsplan. Zie onderdeel 6 van de toelichting op het beleid en bijlage 2.

Artikel 9 Criteria voor zonnepanelen op monumenten en beeldbepalende panden

Deze criteria gelden voor aangewezen rijks- en gemeentelijke monumenten en beeldbepalend panden in de gemeente Geertruidenberg. Deze regels gelden dus ook voor de monumenten en beeldbepalende panden in het beschermd stadsgezicht.

Hiervoor gelden, naast de algemene uitgangspunten van artikel 5, de volgende toetsingscriteria:

1.

Zonnepanelen op het voordakvlak (van alle kapvormen) zijn niet toegestaan.

2.

Zonnepanelen op achterdakvlakken van schuine daken zijn toegestaan wanneer de panelen niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte. Tevens gelden de volgende voorwaarden:

a. minimaal 50 cm afstand houden tot de goot;

b. minimaal 50 cm afstand houden tot de nok;

c. minimaal 50 cm afstand houden van bestaande dak-doorbraken;

d. zo veel mogelijk in de onderste helft van het dakvlak zijn geplaatst.

3.

Zonnepanelen op dwarskappen (nok haaks op de straat) zijn toegestaan, wanneer de panelen niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, niet grenzen aan de openbare ruimte en daarnaast voldoen aan de volgende criteria:

a. vanaf de achtergevel naar voren zijn geordend;

b. minimaal 100 cm afstand houden tot de achtergevel;

c. niet meer dan 50% van de breedte van het dakvlak innemen, en daarbij ook minimaal 300 cm

afstand houden tot de voorgevel;

d. zo veel mogelijk onder in het dakvlak worden geplaatst, met minimaal 50 cm afstand tot de goot;

e. minimaal 50 cm afstand houden tot de nok;

f. rondom 50 cm afstand houden van bestaande dakdoorbraken;

g. uitzondering: op zijdakvlakken grenzend aan openbare ruimte bij hoekpanden zijn geen

zonnepanelen toegestaan.

4.

Zonnepanelen op platte daken (van hoofd- en bijgebouwen) zijn toegestaan: wanneer de afstand van de zonnepanelen tot de zijkant van het dak minimaal 1,5 keer de hoogte van de panelen is en de panelen plat of onder een flauwe helling (met een hoek tot circa 15 graden) en in een aaneengesloten patroon worden geplaatst.

5.

De aanwezige monumentale waarden mogen niet worden aangetast. Hierover wordt advies ingewonnen bij de Commissie.

6.

Zonnepanelen op mansardekappen of andere bijzondere kapvormen vragen een maatwerkoplossing van de Commissie.

7.

Over toepassing van nieuwe producten voor de opvang van zonne-energie, waarvan de verschijningsvorm is aangepast aan de bestaande dakbedekking, wordt advies ingewonnen bij de Commissie.

8.

Wat betreft industrieel erfgoed: als een aanvraag voor zonnepanelen niet voldoet aan de voormelde criteria, wordt aan de Commissie advies gevraagd over de vraag of sprake is van zorgvuldig ontworpen plan, dat niet leidt tot een visuele verstoring.

Artikel 10 Overgangsrecht

Deze beleidsregels zijn nog niet van toepassing op situaties die op het moment van inwerkingtreding van dit beleid in strijd zijn met de hierin opgenomen regels. Voor deze situaties zal een gedoogbeschikking opgesteld worden waarin wordt opgenomen vanaf welk moment de beleidsregels van toepassing zijn en onder welke voorwaarden. Deze overgangstermijn wordt gekoppeld aan de levensduur van de aangebrachte zonnepanelen.

Artikel 11 Inwerkingtreding

1.

Deze beleidsregels treden in werking op de dag na publicatie van het besluit tot vaststelling van de beleidsregels.

2.

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels zonnepanelen voor monumenten, beeldbepalende zaken en beschermd stadsgezicht Geertruidenberg

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van het college, gehouden op 27 juli 2021

Het college van Geertruidenberg,

de secretaris, de burgemeester,

R.C.J. Nagtzaam, M. Witte

Bijlage 1: Gebiedsindeling Beschermd stadsgezicht Geertruidenberg voor het zonnepanelenbeleid

Kaart

Bijlage 2: Kaart van plangebied van de Riethorst (i.v.m. artikel 6, lid 7 en artikel 8, lid 5)