Verordening burgerinitiatief 2021

Geldend van 16-03-2022 t/m heden

Intitulé

Verordening burgerinitiatief 2021

De raad van de gemeente Zoetermeer;

Besluit

  • 1.

    De verordening op het burgerinitiatief 2014 in te trekken.

  • 2.

    De verordening burgerinitiatief 2021 vast te stellen.

  • 3.

    De verordening burgerinitiatief 2021 in te laten gaan per 16 maart 2022.

Over dit besluit geen referendum mogelijk te maken omdat het een organisatorische aangelegenheid van de raad betreft.

Artikel 1: Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • -

    een burgerinitiatiefvoorstel:

    • a.

      een uitgewerkt voorstel van een initiatiefgerechtigde ter plaatsing op de agenda van de vergadering van de raad of

    • b.

      een voorstel van een initiatiefgerechtigde om een concreet omschreven onderwerp op de agenda van de vergadering van de raad te plaatsen.

  • -

    initiatiefgerechtigde: degene die op grond van artikel 2 gerechtigd is een burgerinitiatiefvoorstel in te dienen.

  • -

    verzoeker(s): de initiatiefgerechtigde(n) die een burgerinitiatiefvoorstel heeft of hebben ingediend. Er kunnen maximaal 3 verzoekers zijn.

  • -

    ondersteuners: de initiatiefgerechtigde(n) die het burgerinitiatiefvoorstel ondersteunen.

Artikel 2: Initiatiefgerechtigden

  • 1. Initiatiefgerechtigd zijn degenen die kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van Zoetermeer, alsmede ingezetenen van de gemeente van veertien jaar en ouder die, met uitzondering van hun leeftijd, voldoen aan de vereisten voor het kiesrecht voor de leden van de gemeenteraad.

  • 2. Voor de beoordeling of aan de vereisten voor initiatiefgerechtigheid is voldaan, is de toestand op de dag van indiening van het verzoek bepalend.

Artikel 3: Indiening verzoek

  • 1. Het verzoek tot plaatsing van een burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van de vergadering van de raad wordt schriftelijk of digitaal ingediend bij de voorzitter van de raad. De griffie zal de verzoeker(s) gedurende de verdere procedure adviseren en begeleiden. De verzoeker(s) onderhouden gedurende het gehele traject zelf contact met de ondersteuners en informeren hen over de voortgang.

  • 2. Het verzoek bevat ten minste:

    • Een uitwerking van het voorstel of een concreet omschreven onderwerp;

    • De achternaam, de eerste voornaam en verdere voorletters, de geboortedatum, het advies, het adres, de postcode, het telefoonnummer, het e-mailadres en de handtekening van de verzoeker en

    • Een lijst met de achternamen, de eerste voornaam en verdere voorletters, de adressen, de postcodes, de telefoonnummers, de e-mailadressen en de geboortedata en handtekeningen van de initiatiefgerechtigden die het verzoek ondersteunen.

Artikel 4: Ontvankelijkheid

  • 1. Het Presidium plaatst een burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering indien en zodra daartoe door een initiatiefgerechtigde een ontvankelijk verzoek is ingediend.

  • 2. Niet-ontvankelijk is het burgerinitiatiefvoorstel, dat:

    • a.

      Niet door tenminste 10 initiatiefgerechtigden wordt ondersteund;

    • b.

      Een onderwerp als bedoeld in artikel 5 bevat;

    • c.

      Niet voldoet aan de voorwaarden, gesteld in artikel 3.

  • 3. Indien een burgerinitiatiefvoorstel op grond van het gesteld in het vorige lid onder a. of c. niet ontvankelijk is, wordt het, met redenen omkleed, aan de initiatiefgerechtigde teruggezonden om hem in de gelegenheid te stellen om het aan te vullen of te corrigeren.

  • 4. Indien het burgerinitiatiefvoorstel op grond van het gestelde in het tweede lid, onder b. niet ontvankelijk is of indien het burgerinitiatief een collegebevoegdheid is, wordt het op de lijst van ingekomen stukken van de raad geplaatst met het voorstel om de afdoening aan het college op te dragen.

Artikel 5: Uitsluitingsgronden

  • 1. Een burgerinitiatiefvoorstel houdt niet in:

    • a.

      Een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van het gemeentebestuur;

    • b.

      Een vraag over het gemeentelijk beleid;

    • c.

      Een onderwerp dat louter een privébelang betreft;

    • d.

      Een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht over een gedraging van het gemeentebestuur;

    • e.

      Een bezwaar in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht tegen een besluit van het gemeentebestuur;

    • f.

      Een onderwerp waarover korter dan 1 jaar voor indiening van het burgerinitiatiefvoorstel door de raad een besluit is genomen of een onderwerp wat bij de raad in behandeling is.

    • g.

      Een onderwerp dat in strijd is met de Nederlandse wet.

Artikel 6: Procedure ontvankelijk burgerinitiatief

  • 1. Een ontvankelijk burgerinitiatiefvoorstel wordt geplaatst op de agenda van de eerstvolgende vergadering van de raad, tenzij de oproep hiervoor reeds gepubliceerd is. In dat laatste geval wordt het burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van de daaropvolgende vergadering geplaatst.

  • 2. De raad neemt:

    • Het verzoek direct in behandeling of

    • Laat het burgerinitiatiefvoorstel binnen zes weken na de in lid 1 genoemde raadsvergaderingen agenderen voor de vergadering van de desbetreffende raadscommissie, ten behoeve van een inhoudelijke behandeling van het voorstel.

      Indien genoemde termijn van zes weken niet realiseerbaar is, wordt dit gemotiveerd aangegeven, waarbij een termijn wordt genoemd wanneer het voorstel inhoudelijk behandeld kan worden.

  • 3. De voorzitter van de raad of de voorzitter van de raadscommissie nodigt de verzoeker(s) uit voor de vergadering waarvoor het burgerinitiatiefvoorstel is geagendeerd. De verzoeker(s) of een door de verzoeker(s) aangewezen ondersteuner heeft tijdens deze vergadering de gelegenheid om het burgerinitiatiefvoorstel mondeling nader toe te lichten.

  • 4. Indien het voorstel wordt behandeld in een raadscommissie, wordt daarover advies uitgebracht aan de raad.

  • 5. Zo spoedig mogelijk nadat de raad over het burgerinitiatiefvoorstel een besluit heeft genomen, wordt dit besluit bekendgemaakt door kennisgeving van het besluit of van de zakelijke inhoud daarvan in het Gemeenteblad en op de site van de gemeente: www.zoetermeer.nl.

  • 6. Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling gedaan aan verzoeker. Deze wordt daarbij ingelicht over de vervolgstappen inzake de uitwerking van het burgerinitiatief.

  • 7. Indien een burgerinitiatief is afgewezen, is sprake van een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht waartegen bezwaar en beroep open staat.

Artikel 7: Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. Deze verordening treedt in werking op 16 maart 2022.

  • 2. Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening burgerinitiatief 2021’.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van de gemeente Zoetermeer 20 december 2021

de griffier,

drs. R. Blokland MCM

de voorzitter,

drs. M.J. Bezuijen

Toelichting op artikel 1

Er is voor gekozen de term “burgerinitiatiefvoorstel” te hanteren ter aanduiding van het voorstel dat door een burger bij de gemeenteraad kan worden ingediend. Deze indiening kan zowel uitgewerkt zijn, bijvoorbeeld als feitelijke omschrijving of planning, of een concreet onderwerp zijn zonder verdere vereisten. Het is uiteraard wel de bedoeling dat het onderwerp zo concreet mogelijk wordt omschreven, zodat bijvoorbeeld niet het onderwerp: “milieu” wordt aangedragen, maar als onderwerp bijvoorbeeld wordt aangegeven: “de milieuoverlast in een aangegeven gebied.”

Toelichting op artikel 2

Het initiatiefrecht wordt toegekend aan kiesgerechtigden voor de gemeenteraadsverkiezingen vanuit de gedachte dat het burgerinitiatief een instrument is om inwoners bij de besluitvorming van de raad te betrekken en die liefst in een zo vroeg mogelijk stadium te beïnvloeden. Wie kiesgerechtigd is, is vastgelegd in artikel B3 van de Kieswet. Daarnaast was de raad al bij de vorige verordening van oordeel dat de categorie initiatiefgerechtigden ruimer kan worden gekozen en dat personen van 14 jaar en ouder heel goed in staat moeten worden geacht hun voorstellen aan de gemeenteraad voor te leggen. Bovendien worden jongeren op deze wijze betrokken bij de gemeentelijke politiek. Voor de toetsing of aan de vereisten voor initiatiefgerechtigheid is voldaan, lijkt het moment van indiening van het verzoek aangewezen, aangezien het verzoek formeel op dat moment plaats vindt.

Toelichting op artikel 3

De vereisten voor de indiening van een burgerinitiatiefvoorstel worden versoepeld in die zin dat het niet meer hoeft te worden ondersteund door 25, maar slechts door 10 initiatiefgerechtigden. Ook is de manier van indiening versimpeld: het is vormvrij geworden. Wel blijft het uiteraard nodig dat de personalia van de indiener voldoende duidelijk zijn. Overigens zijn de artikelen ten aanzien van de verzoeker in het enkelvoud geredigeerd. Natuurlijk is het ook mogelijk dat diverse verzoekers een burgerinitiatiefvoorstel doen.

Toelichting op artikel 4

Dit artikel gaat over de ontvankelijkheid van een burgerinitiatiefvoorstel. Zoals al bij artikel 4 uitgelegd, is het vereiste van ondersteuning door tenminste 25 anderen vervallen en vervangen door 10. De raad wil zijn werkwijze zoveel mogelijk in samenspraak met de bevolking verrichten. Dit betekent dat voorstellen van een of meer inwoners altijd worden geagendeerd. Er is slechts een beperkt aantal redenen waarom een voorstel niet ontvankelijk is. In dat geval wordt een voorstel naar het college gezonden om dit op correcte wijze af te doen.

Toelichting op artikel 5

De beperkingen aan de inhoud van het burgerinitiatiefvoorstel vloeien grotendeels voort uit doelmatigheidsoverwegingen. Het is bijvoorbeeld weinig efficiënt om de raad te belasten met de beraadslaging over een onderwerp waarover de raad uiteindelijk geen beslissende bevoegdheid heeft. Een ander argument voor deze uitzondering is, dat de afstand tussen inwoner en bestuur alleen maar zou worden vergroot als de inwoner na het doorlopen van de burgerinitiatiefprocedure te horen krijgt dat de raad niets met het burgerinitiatiefvoorstel kan doen, omdat hij er niet over gaat.

Een vraag over het gemeentelijk beleid kan ook geen onderwerp van een burgerinitiatief zijn. Voor dit soort vragen staan de inwoner andere wegen open, zoals het spreekrecht in een commissie- of raadsvergadering of een spreekuur van een wethouder.

Over een zaak van louter privébelang kan uiteraard ook geen burgerinitiatief worden gehouden. Uiteraard is het wel mogelijk dat een privébelang op de achtergrond meespeelt. Ook moet worden voorkomen dat het burgerinitiatief andere procedures zoals de bezwaar- of de klachtenprocedure doorkruist.

Tenslotte is het evenmin de bedoeling dat zaken die nog minder dan 1 jaar geleden in de raad aan de orde zijn geweest of daar nu nog in behandeling zijn, opnieuw onderwerp van bespreking worden als gevolg van een burgerinitiatief. Dit zou de besluitvorming in de raad te zeer kunnen frustreren.

Toelichting op artikel 6

De inwoner moet erop kunnen vertrouwen dat de raad zijn voorstel spoedig toetst aan de vereisten voor ontvankelijkheid en een besluit neemt over de behandeling. Deze taak is in artikel 4 bij het Presidium belegd.

In sommige gevallen kan het zinnig zijn dat een raadscommissie eerst advies uitbrengt. Hierin is voorzien. Als de raad besluit tot behandeling in de raadsvergadering, bestaat nog de keuze dit direct te doen of na eventuele advisering van de gemeentelijke organisatie of derden, dit op een volgende vergadering terug te laten komen. De indiener wordt uitgenodigd voor de desbetreffende vergadering en heeft daarbij de gelegenheid zijn voorstel nader toe te lichten. Het besluit dat de raad neemt, wordt aan de verzoeker op de gebruikelijke wijze in de gemeente bekend gemaakt. Dit is tegenwoordig in het zogenaamde Gemeenteblad dat op www.overheid.nl verschijnt. Daarnaast is aparte vermelding op onze eigen site voorgeschreven.

Soms kan er sprake zijn van een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht dat vatbaar is voor bezwaar en beroep (artikel 6:3 Awb). Dit ligt aan het soort besluit en de inhoud daarvan.