Kwaliteitsplan Groen gemeente Eersel

Geldend van 03-12-2012 t/m heden

Intitulé

Kwaliteitsplan Groen gemeente Eersel

de gemeenteraad van de gemeente Eersel

gelet op het artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

b e s l u i t

vast te stellen de volgende beleidsregel:

Kwaliteitsplan Groen gemeente Eersel

1. Inleiding

1.1. Aanleiding

Ieder jaar geeft Eersel veel geld uit voor het onderhoud aan de openbare groenvoorzieningen van Eersel. De WVK onderhoudt de verschillende plantsoenen en gazons in de bebouwde kom, aannemers snoeien bomen, zowel binnen als buiten de bebouwde kom en maaien de bermen en sloten.

In de praktijk is een duidelijke relatie te zien tussen het beschikbare budget en het kwaliteitsniveau van het uitgevoerde onderhoud. Bij een hoog budget is het kwaliteitsniveau van het beheer hoog en met een laag budget is het kwaliteitsniveau laag. Het is daarbij de vraag of met het huidige beschikbare budget het gewenste onderhoudsniveau gehaald kan worden.

1.2. Doel

Het doel van dit kwaliteitsplan Groen is om de gemeenteraad inzicht te geven wat de mogelijkheden zijn ten aanzien van het onderhoud van de groenvoorzieningen met het beschikbare budget. Hiervoor worden een aantal scenario’s uitgewerkt. Deze scenario’s worden als keuzemogelijkheden voorgelegd aan de raad.

1.3. Ambitie

Voordat bepaald kan worden welk budget beschikbaar moet zijn voor het onderhoud aan de groenvoorzieningen moet er duidelijkheid bestaan over de ambitie van de gemeenteraad. Hierbij worden veelal drie ambitiethema’s benoemd: schoon, heel en veilig. Voor de burgers zijn dit belangrijke begrippen. Zij willen een leefomgeving die schoon is, waarin geen onderdelen zijn die kapot zijn en waarin zij zich veilig voelen. De vraag die de gemeenteraad zich hierbij moet stellen is: hoe schoon, heel en veilig willen we de openbare ruimte in Eersel zien. De mate waarin de raad dat belangrijk vindt, bepaalt ook het kwaliteitsniveau waarop de openbare ruimte onderhouden/ beheerd wordt. M.a.w. wil de raad een zeer schone, hele en veilige openbare ruimte hebben, zal zij ook insteken op een hoog kwaliteitsniveau voor het beheer/ onderhoud. Dit houdt dan ook in dat het beschikbare budget hiervoor voldoende moet zijn.

2. Areaal en structuurelementen

2.1. De groenvoorzieningen in dit plan.

Het kwaliteitsplan groen gaat over volgende groencategoriën:

  • de bomen binnen en buiten de kom;

  • alle sierheesters, fijne heesters, perkrozen en bodembedekkers;

  • de blok- en linthagen;

  • bosplantsoen, bosjes en houtsingels;

  • gazons;

  • bermen en kruidenrijk gras;

  • sloten;

  • waterpartijen, veelal vijvers in parken.

Voor al deze elementen moet de gemeenteraad besluiten op welk niveau zij onderhouden moeten worden. Aan het gewenst kwaliteitsniveau is een bepaald budget gekoppeld. De gemeenteraad dient dan ook het budget dat hoort bij het gewenste kwaliteitsniveau ter beschikking te stellen voor het onderhoud.

2.2. Welke groenvoorzieningen worden niet meegenomen in dit plan.

  • 1.

    Het onderhoud/ beheer aan de gemeentelijke bossen, landschapselementen en natuurterreinen worden geheel vergoed uit de houtopbrengsten en enkele subsidies. De gemeenteraad heeft dan ook geen budget beschikbaar gesteld voor het onderhoud aan deze voorzieningen. Het gewenste beheer is vastgelegd in de bosnota 2011- 2020.

  • 2.

    Het onderhoud van de sportvelden omdat de velden minimaal moeten voldoen aan de normen van de KNVB/ NSCF om officiële wedstrijden op deze velden te kunnen organiseren. Om aan deze normen minimaal te kunnen voldoen is een bepaald budget noodzakelijk dat de gemeenteraad ook ter beschikking heeft gesteld.

  • 3.

    Het onderhoud/ beheer aan de speelvoorzieningen is ondergebracht bij groen omdat deze voorzieningen gesitueerd zijn in het groen. Deze voorzieningen moeten echter voldoen aan allerlei wettelijke bepalingen ten aanzien van de veiligheid voor kinderen. De gemeente is aansprakelijk indien de kinderen zich verwonden. Het is daarom niet mogelijk verschillende kwaliteitsniveaus bij het onderhoud van de speelvoorzieningen te onderscheiden.

  • 4.

    De inboet en de vervanging van dode of versleten beplanting. Dit kan per jaar behoorlijk verschillen en wordt op aanwijzing van de technisch medewerker cultuurtechniek uitgevoerd.

  • 5.

    Het straatmeubilair, bloembakken, terreinafscheidingen, wisselperken en de afvalbakken; deze worden onderhouden en/of geleegd door de eigen buitendienst.

2.3. Welke kwaliteitsniveaus worden onderscheiden

In Nederland heeft CROW (Stichting Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek) per groenobject een of meer kwaliteitscriteria beschreven.

Voor de beschrijving van de beeldkwaliteit hebben zij gekozen voor vijf niveaus, omdat deze indeling in de praktijk voldoende nuancering biedt bij het vastleggen van de situatie. De vijf niveaus variëren van zeer goed (A+) tot slecht (D)

Onderhoudsniveau

Omschrijving

(indicatief)

Indicatiekwaliteit

A+

Zeer hoog

Uitstekend onderhouden, als nieuw

A

Hoog

Goed onderhouden, bijna niets op aan te merken.

B

Basis

Voldoende onderhouden, wel wat op aan te merken.

C

Laag

Sober, enige achterstanden bij het onderhoud.

D

Zeer Laag

Onvoldoende onderhouden, flinke achterstanden, kaptitaalvernietiging, kapot.

Tabel 1: de gehanteerde kwaliteitsniveaus, volgens CROW.

In dit kwaliteitsplan wordt voornamelijk uitgegaan van de niveaus hoog, basis en laag, omdat deze drie niveaus voldoende ruimte bieden om te differentiëren: waar moet het beter en waar mag het wat minder.

Kwaliteitsniveau A+ vraagt zoveel extra inspanningen t.o.v. A, dat men zich de vraag kan stellen of het resultaat in verhouding staat tegen de kosten.

Kwaliteitsniveau D heeft zoveel nadelen dat deze niet betrokken wordt in dit kwaliteitsplan.

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

De ambitie voor het beheer en het onderhoud kan in de verschillende gebieden of de verschillende groencategoriën op een ander niveau liggen. Voor welk kwaliteitsniveau in een bepaald gebied of groencategorie wordt gekozen is aan de raad.

2.4. Welke structuurelementen worden in Eersel onderscheiden.

Een structuurelement is een gebied (of samenhangende reeks van gebieden) met een duidelijke hoofdfunctie. Eersel is ingegedeeld in een aantal standaard structuurelementen naar gebruik en functie. We onderscheiden de volgende gebieden:

  • Centrumgebieden: Functie voorzieningen en verblijven. Intensief gebruikte winkel- en verblijfsgebieden.

  • Woongebied: Functie wonen en verblijven. Voornamelijk woonwijken, de grenzen worden bepaald door de bebouwde komgrens. Er is geen nader onderscheid gemaakt tussen verschillende wijken.

  • Hoofdwegen: Functie vervoer, verkeer, doorstroming. Voornamelijk lijnvormige elementen die een belangrijke structurerende rol spelen in de ruimtelijke opbouw van de gemeente, zoals hoofdontsluitings- en verbindingswegen.

  • Bedrijventerrein: Functie werken. De bedrijventerreinen bestaan uit industrie, (groot)handelsbedrijven en kantoren.

  • Buitengebied: Functie wonen, werken of recreëren. Gebied buiten de bebouwde kom met een overwegend agrarisch, recreatief of natuurlijk karakter.

Deze gebiedsindeling sluit aan op de landelijke standaard en wordt in zeer vele gemeentes gebruikt. In het kwaliteitsplan Wegen is deze indeling eveneens gebruikt.

3. Huidige situatie

3.1. Areaal in Eersel

Categorie

Centrum-

gebieden

Woongebied

Hoofdwegen

Bedrijven-

terreinen

Buitengebied

Gazon

Bermen

Sloten

104 m1

4.876 m1

44.179 m1

1.009 m1

131.490 m1

Heesters

Bosplantsoen

Hagen

Waterpartijen

Bomen

Tabel 2: Hoeveelheden per structuurelement.

Bovenstaande tabel geeft een globale indeling van het groen over de verschillende structuurelementen.

Kruidenrijk gras wordt op dezelfde manier onderhouden als de bermen en wordt daarom meegenomen in de categorie bermen. De categorie heesters bevat alle bodembedekkers, sierheesters, fijne heesters, perkrozen en andere sierbeplanting. De hagen omvatten zowel de lint- als de blokhagen. De wadi’s zijn meegenomen in de gazons.

Het huidige areaal van het groen is in het beheersysteem verwerkt en is op dit moment grotendeels actueel. De hoeveelheden in het beheersysteem zijn gebruikt voor het kwaliteitsplan. In bijlage 1 zijn alle hoeveelheden van het groenareaal per onderdeel weergegeven. Het kwaliteitsniveau van de groenvoorzieningen ziet er op dit moment als volgt uit:

3.2. Kwaliteit

afbeelding binnen de regeling

Deze huidige kwaliteit van de groenvoorzieningen is bepaald aan de hand van de schouwrondes die regelmatige uitgevoerd worden. Gezegd kan worden dat de kwaliteit van de groenvoorzieningen in Eersel voor een deel op basisniveau onderhouden wordt en voldoet aan de grens van verantwoord groenbeheer. De ondergrens van het basisniveau wordt beschouwd als de ondergrens van verantwoord groenbeheer (schoon, heel en veilig principe).

De bomen vertonen echter een grote onderhoudsachterstand en voldoen daardoor niet aan de principes van schoon, heel en veilig. Vooral het principe van de veiligheid is in dit verband van belang, omdat de eigenaar van de bomen (in dit geval de gemeente) een wettelijke zorgplicht heeft ten aanzien van de bomen. Indien door deze onderhoudsachterstand schades aan derden of eigendommen van derden ontstaan kan de gemeente schadeclaims verwachten. Via een eenmalige inhaalslag worden de bomen in 2013/ 2014 op basisniveau gebracht. Indien de bomen op beeld zijn gebracht, kan het bomenbestand met het huidige, reguliere budget onderhouden worden.

De bermen worden slechts één maal per jaar geklepeld. Bij het bosplantsoen wordt de eerste halve meter enigzings onkruidvrij gemaakt en wordt de beplanting eens in de 5 á 7 geheel teruggesnoeid. Hierdoor kan geconstateerd worden dat de bermen en bosplantsoen op C-niveau worden onderhouden.

3.3. Financiële middelen

De kosten voor het onderhoud en beheer door de WVK-groep en de andere aannemers bedraagt in 2012 € 683.000,--. Naast deze kosten is ook budget nodig voor de aankoop van plantmateriaal, inhuur materieel, advieskosten, boomfeestdag, hondentoiletten, voorlichting, het plaatsen van evenementskasten, water en electra, stortkosten enz. enz. Het budget voor deze kostenposten bedraagt jaarlijks € 109.500,--. Verder is er geen rekening gehouden met vervanging van afgeschreven en versleten groenvoorzieningen

4. Kwaliteitskeuze

4.1. Uitgangspunten van de gemeente

In deze paragraaf worden een zestal scenario’s uitgewerkt met daarin vermeld het betreffende kwaliteitsniveau en het daarbij behorende budget. Duidelijk is dat het budget bepalend is voor het bereikte kwaliteitsniveau. Met dit kwaliteitsplan Groen wordt het verband tussen het kwaliteitsniveau en het budget inzichtelijk gemaakt. De raad dient een beslissing te nemen over een kwaliteitsniveau met bijbehorend budget en dit vast te leggen voor de begroting van 2013. De volgende uitgangspunten zijn bij het uitwerken van de scenario’s gehanteerd:

  • De kwaliteit die wordt verkregen met het betreffende scenario is op basis van de outputbenadering in beeld gebracht. D.w.z. dat tijdens de schouwrondes het huidige onderhoudsniveau is vastgesteld.

  • De scenario’s van het Kwaliteitsplan Wegen zijn waar mogelijk als vertrekpunt genomen.

  • Alle kosten zijn gebaseerd op het huidige areaal in het beheersysteem en het prijspeil van 2012.

  • Alle kosten zijn exclusief BTW.

  • De te gebruiken arealen zijn in overleg en met samenwerking van het SSC de Kempen opgesteld.

  • De bedragen zijn gerelateerd aan de huidige begroting van 2012.

  • Er is geen rekening gehouden met vervanging van afgeschreven en versleten groen.

  • Gazon op C-niveau mag ongeveer 30 cm hoog worden en krijgt daarom het karakter van bermen.Dit is niet wenselijk en wordt daarom niet meegenomen in dit kwaliteitsplan.

  • Bermen op B-niveau worden 2 maal per jaar gemaaid waarbij het maaisel wordt afgevoerd. Op A-niveau worden de bermen bv. 4 maal per jaar geklepeld. De eenheidskosten van A- en B-niveau zijn hierbij hetzelfde.

  • De sloten kennen slechts één niveau, het B-niveau. Om de sloten op een hoger niveau te brengen moeten zeer hoge kosten gemaakt worden om een minimale beeldverbetering te bereiken.

  • Bij de heesters mag bij C-niveau het onkruid ongeveer 0,5 meter hoog worden. Om deze vakken onkruidvrij te maken, moet met een bosmaaier tussen de heesters gemaaid worden. De kosten hiervoor zijn even hoog als bij niveau B. Indien het in de toekomst gewenst is een heestervak van C-niveau weer op B-niveau te brengen, moet dit vak eerst opnieuw ingericht worden (kapitaalvernietiging). Omdat de kosten voor het onderhoud aan de heesters van B- en C-niveau hetzelfde zijn, wordt in alle scenario’s voor heesters het B-niveau aangehouden.

  • Bij het bosplantsoen is het A-niveau gelijk aan het B-niveau. In het geval bosplantsoen echt op A-niveau onderhouden wordt, kan beter gekozen worden voor een hoge sierbeplanting. Bosplantsoen is inheemse beplanting, met een natuurlijke uitstraling en het onderhoud moet daarop afgestemd zijn.

  • De hagen in Eersel op C-niveau onderhouden is op zeer veel plaatsen in Eersel niet mogelijk. Een haag op C-niveau mag breed en hoog uitgroeien. Hiervoor is vaak geen ruimte aanwezig, omdat veel linthagen een minimale breedte van 0,5 meter hebben. Daarnaast kan op te veel plekken de verkeersveiligheid in het gedrang komen.

  • De bomen moeten minimaal op B-niveau onderhouden/ beheerd worden vanwege de zorgplicht die de gemeente heeft ten aanzien van de bomen.

Elke kwaliteit heeft een prijskaartje, dus het benodigde budget dient volgend te zijn aan de vastgestelde ambities en kwaliteitsniveau. Indien het benodigde budget niet beschikbaar wordt gesteld, moeten de kwaliteitsambities worden bijgesteld en de gevolgen hiervan tijdig in beeld worden gebracht.

4.2.Mogelijke scenario’s

Scenario 1: huidige, sobere kwaliteit

Binnen deze variant zijn geen nuanceringen aangebracht tussen de verschillende structuurelementen. De kwaliteit is in het algemeen basis, waarbij de bomen op beeld zijn gebracht. De bermen en het bosplantsoen hebben een lage kwaliteit en voldoen daarom niet aan de principes van schoon, heel en veilig.

afbeelding binnen de regeling

Voor scenario 1 is een budget van € 683.000,-- nodig.

Scenario 2: Basiskwaliteit

Binnen deze variant zijn geen nuances aangebracht tussen de verschillende structuurelelementen. Overal is de kwaliteit acceptabel, zonder uitschieters naar een hogere kwaliteit. Daar staat tegenover dat nergens een slechte (lage) kwaliteit is waar te nemen. De ondergrens van de basiskwaliteit voldoet nog net aan het schoon, heel en veilig principe.

afbeelding binnen de regeling

Voor Scenario 2 is een budget van € 861.400,-- nodig.

Scenario 3. Sobere en genuanceerde kwaliteit

Binnen deze variant zijn duidelijke verschillen in kwaliteit per structuurelelement gemaakt. De centrumgebieden krijgen een hoge kwaliteit. Het zijn drukbezochte gebieden die het visitekaartje van de dorpen moeten zijn. Door hier een hoge kwaliteit na te streven, wordt een duidelijk accent gelegd op het centrum van elk dorp.

De bedrijventerreinen krijgen een lager accent bij het onderhoud. De bermen behouden hun C-niveau, behalve in de woongebieden, hier wordt een B-niveau gehanteerd. De woongebieden, hoofdwegen en het buitengebied behouden hun basiskwaliteit (behalve de bermen) zodat deze gebieden schoon, heel en veilig ogen. Het buitengebied krijgt de basiskwaliteit omdat veel recreanten dit gebied bezoeken waardoor dit gebied ook een economisch belang heeft.

afbeelding binnen de regeling

Voor scenario 3 is een budget van € 804.300,-- nodig

Scenario 4: Genuanceerde kwaliteit

Binnen deze variant zijn duidelijke verschillen in kwaliteit per structuurelelement gemaakt. De centrumgebieden krijgen een hoge kwaliteit. Het zijn drukbezochte gebieden die het visitekaartje van de dorpen moeten zijn. Door hier een hoge kwaliteit na te streven, wordt een duidelijk accent gelegd op het centrum van elk dorp.

De woongebieden, hoofdwegen, bedrijventerreinen en het buitengebied hebben een basiskwaliteit zodat deze gebieden schoon, heel en veilig ogen.

afbeelding binnen de regeling

Voor scenario 4 is een budget van € 866.349,-- nodig.

Scenario 5. Beeldbepalende groenelementen hoge kwaliteit.

Binnen dit scenario wordt geen verschil gemaakt tussen de structuurelementen maar wel tussen de groencategoriën. De heesterbeplanting, hagen en bomen zijn de groenvoorzieningen die het beeld bepalen in de openbare ruimte. Daarom krijgen deze elementen een hoge kwaliteit. De gazons, sloten en waterpartijen hebben een basiskwaliteit en de bermen en het bosplantsoen een lage kwaliteit. In dit scenario voldoen de bermen en het bosplantsoen niet aan de principes van schoon, heel en veilig.

afbeelding binnen de regeling

Voor scenario 5 is een budget van € 752.800,-- nodig.

Scenario 6. Gedifferentieerde kwaliteit

Binnen deze variant wordt verschil gemaakt tussen de structuurelementen en de groencategoriën. De belangrijkste groencategoriën in de drukbezochte centrumgebieden krijgen een hoge kwaliteit. De bomen zijn de belangrijkste beelddragers van het groen in de openbare ruimte, daarom krijgen zij in alle structuurelementen eveneens een hoge kwaliteit. In het buitengebied en de bedrijventerreinen wordt niet geheel voldaan aan de principes van schoon, heel en veilig.

afbeelding binnen de regeling

Voor scenario 6 is een budget van € 774.500,-- nodig.

4.3. Slotopmerkingen

De keuze voor een kwaliteitsniveau worden bij het opstellen van nieuwe bestekken meegenomen. Wanneer de raad een scenario gekozen heeft, dient het beheer en onderhoud van de groenvoorzieningen vanaf 2013 te voldoen aan het kwaliteitsniveau van het betreffende scenario dat gekozen is.

Beplanting, die vanaf 2013 op niveau C onderhouden wordt en waarbij de raad in een later stadium er toch voor kiest om het onderhoud/ beheer op niveau B terug te brengen, kan niet zonder extra investeringen op niveau B gebracht worden. Op niveau C zijn gaten in de beplanting acceptabel een aanzienlijk percentage onkruid. Door de weelderige onkruidgroei krijgt de aanwezige beplanting geen kans om zich te ontwikkelen en zal zelfs gaan kwijnen en op den duur grotendeels verdwijnen. Als gevolg daarvan zal bij omzetting van niveau C naar niveau B het plantvak eerst geheel gerenoveerd moeten worden. Hiervoor is extra budget noodzakelijk.

Dit geldt in veel mindere mate als heesterbeplanting van niveau B naar niveau A gaat, omdat de ondergrens van B ook de ondergrens is voor schoon, heel en veilig. Niveau C zit daar duidelijk onder.

Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze beleidsregel treedt in werking op 3 december 2012.

  • 2.

    Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Kwaliteitsplan Groen gemeente Eersel.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van 29 november 2012

De raad van de gemeente Eersel

de griffier, de heer H.J. Broekman

de voorzitter, mevrouw J.A.M. Thijs-Rademakers

Bijlage 1 Areaalhoeveelheden per structuurelement is apart toegevoegd