Verordening op de heffing en invordering van Afvalstoffenheffing Oss 2022

Geldend van 01-01-2022 t/m heden

Intitulé

Verordening op de heffing en invordering van Afvalstoffenheffing Oss 2022

De raad van de gemeente Oss;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 2 november 2021

gelet op het advies van de raadadviescommissie van 2 december 2021

Gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer en artikel 229 van de gemeentewet eerste lid , aanhef en onderdeel a en b.

besluit:

vast te stellen de:

VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING 2022

Artikel 1.

Begripsomschrijvingen.

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.

Verzamel-container: Een inzamelvoorziening bestemd voor meerdere huishoudens.

Artikel 2.

Aard van de belasting en belastbaar feit.

  • 1. Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

  • 2. De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 3. Belastingplicht.

De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 4.

Maatstaf van heffing en belastingtarief.

  • 1. De belasting wordt geheven aan de hand van en naar de maatstaven en de tarieven zoals in lid 2 zijn opgenomen.

  • 2. De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar voor:

 

Maatstaven en tarieven Afvalstoffenheffing

Kosten per belastingjaar

4.2.1

een 240 liter restafval container in combinatie met een 240 liter Gft-container

€ 455,04

4.2.2

een 240 liter restafval container in combinatie met een 140 liter Gft-container

€ 441,84

4.2.3

een 140 liter restafval container in combinatie met een 240 liter Gft-container

€ 296,76

4.2.4

een 140 liter restafval container in combinatie met een 140 liter Gft-container

€ 283,32

4.2.5

een verzamelcontainer

€ 293,76

4.2.6

een verzamelcontainer in combinatie met een 140 liter Gft-container

€ 293,76

4.2.7

een verzamelcontainer in combinatie met een 240 liter Gft-container

€ 306,96

4.2.8

een extra GFT Container van 240 liter

€ 152,64

4.2.9

een extra GFT Container van 140 liter

€ 136,44

  • 3. Voor het op verzoek omwisselen van een Gft-container wordt een tarief gerekend per omgewisselde container van € 30,00.

  • Het omwisselen van een 240 liter restafval container voor een 140 liter restafval container is kosteloos.

  • Voor het op verzoek plaatsen of ophalen van een extra Gft-container wordt een tarief gerekend per container van € 30,00.

  • 4. Voor het ter beschikking stellen van een container om reden van vermissing, diefstal, vernieling en/of brand wordt een tarief gerekend per container van € 40,00.

    Dit recht wordt niet geheven indien vermissing, diefstal, vernieling en/of brand heeft plaatsgevonden op de dag dat het afval wordt opgehaald.

  • 5. Voor het verstrekken van een nieuwe toegangspas voor gebruik van een ondergrondse afvalcontainer wordt een tarief gerekend per pas van € 20,00.

  • 6. Voor het op verzoek extra legen van een minicontainer met gft-afval, wordt een tarief gerekend per lediging van € 17,50.

Artikel 5.

Belastingjaar.

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 6.

Wijze van heffing.

  • 1. De belasting als bedoeld in artikel 4 lid 2 wordt bij wege van aanslag geheven.

  • 2. De belasting als bedoeld in artikel 4, lid 3, 4, 5 en 6 wordt geheven bij wege van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving.

Artikel 7.

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang.

  • 1. De belasting als bedoeld in artikel 4 is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in artikel 4 lid 2 verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de belasting bedoeld in artikel 4 lid 2, voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruikmaakt.

  • 5. De belasting bedoeld in artikel 4 lid 3, 4, 5, 6 is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.

Artikel 8.

Teruggaaf

  • 1.

    Indien in het belastingjaar de belastingplichtige de mini-container voor restafval minder dan 17 keer aan de inzameldienst heeft aangeboden of de verzamelcontainer minder dan 120 keer heeft geopend, bestaat aanspraak op gedeeltelijke teruggaaf van de belasting bedoeld in artikel 4 lid 2.

  • 2. De teruggaaf bedraagt per belastingjaar:

een 240 liter restafval container in combinatie met een 240 liter of 140 liter Gft-container

teruggaaf per belastingjaar

bij 6 of minder ledigingen

€ 92,00

bij 7 tot en met 8 ledigingen

€ 76,00

bij 9 tot en met 10 ledigingen

€ 60,00

bij 11 tot en met 12 ledigingen

€ 44,00

bij 13 tot en met 14 ledigingen

€ 28,00

bij 15 tot en met 16 ledigingen

€ 12,00

bij 17 tot en met 18 ledigingen

geen

een 140 liter restafval container in combinatie met een 240 liter of 140 liter Gft-container

teruggaaf per belastingjaar

bij 6 of minder ledigingen

€ 57,50

bij 7 tot en met 8 ledigingen

€ 47,50

bij 9 tot en met 10 ledigingen

€ 37,50

bij 11 tot en met 12 ledigingen

€ 27,50

bij 13 tot en met 14 ledigingen

€ 17,50

bij 15 tot en met 16 ledigingen

€ 7,50

bij 17 tot en met 18 ledigingen

geen

een verzamelcontainer in combinatie met een 240 liter of 140 liter Gft-container

teruggaaf per belastingjaar

bij 35 of minder inworpen.

€ 90,00

bij 36 tot en met 45 inworpen

€ 80,00

bij 46 tot en met 55 inworpen

€ 70,00

bij 56 tot en met 65 inworpen

€ 60,00

bij 66 tot en met 75 inworpen

€ 50,00

bij 76 tot en met 85 inworpen

€ 40,00

bij 86 tot en met 95 inworpen

€ 30,00

bij 96 tot en met 105 inworpen

€ 20,00

bij 106 tot en met 120 inworpen

geen

  • 3.

    Geen aanspraak op teruggaaf bestaat indien artikel 7, tweede of derde lid toepassing vindt.

  • 4.

    Voor de toepassing van het tweede lid is beslissend de gebruikssituatie bij het begin van het belastingjaar waarop de teruggaaf betrekking heeft.

Artikel 9.

Termijnen van betaling.

  • 1. De aanslag(en) moet(en) worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

  • 2. In afwijking van het eerste lid moeten, indien een machtiging voor automatische incasso is afgegeven en zolang de verschuldigde bedragen via automatische incasso kunnen worden afgeschreven, de aanslag(en) worden betaald in tien gelijke maandelijkse termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die van de dagtekening van het aanslagbiljet en de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3. In afwijking van het tweede lid is betaling via automatische incasso alleen mogelijk voor zover het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde belastingaanslagen en bestuurlijke boetes minder is dan € 5.000,00.

  • 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 10.

Nadere regels door het Dagelijks Bestuur en of college van B&W.

Het Dagelijks Bestuur van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant en/of het college van burgemeester en wethouders kunnen nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing.

Artikel 11.

Inwerkingtreding en citeertitel.

  • 1. De ’Verordening Afvalstoffenheffing Oss 2021' van 17 december 2020, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022.

  • 4. Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening Afvalstoffenheffing Oss 2022'.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 16 december 2021

De griffier,

drs. P.H.A. van den Akker

De burgemeester,

drs. W.J.L. Buijs-Glaudemans