Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2022

Geldend van 24-12-2021 t/m heden

Intitulé

Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2022

De raad van de gemeente Heerenveen;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 2 november 2021

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

besluit

vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2022

(Verordening afvalstoffenheffing 2022)

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    huishoudelijk afval: afvalstoffen afkomstig uit particuliere huishoudens, mest, afvalwater en autowrakken daaronder niet begrepen, die worden aangeboden in een voor dit doel beschikbaar gesteld standaardpakket van inzamelmiddelen of op een andere wijze, behoudens en voor zover het afgegeven of ingezamelde bestanddelen van die afvalstoffen betreft, die zijn aangewezen als gevaarlijke stoffen;

  • b.

    GFT-afval: huishoudelijke groente-, fruit- en tuinafvalstoffen en etensresten;

  • c.

    restafval: huishoudelijke afvalstoffen niet zijnde GFT-afval en/of grof huishoudelijk afval en/of grof tuinafval;

  • d.

    grof huishoudelijk afval: afvalstoffen afkomstig uit particuliere huishoudens, mest, afvalwater en autowrakken daaronder niet begrepen, die te groot en/of te zwaar zijn om in van gemeentewege verstrekte inzamelmiddelen aan te bieden, behoudens en voor zover het afgegeven of ingezamelde bestanddelen betreft, die zijn aangewezen als gevaarlijke afvalstoffen;

  • e.

    grof tuinafval: tuinafvalstoffen die met enige regelmaat in een huishouding op een perceel vrij komen, die echter te groot en/of te zwaar zijn om op dezelfde wijze als het GFT-afval aan de inzameldienst aan te kunnen worden geboden;

  • f.

    minicontainer: de vanwege de gemeente uitgezette ophaalbakken, onderverdeeld in verschillende volumina;

  • g.

    verzamelcontainer: de vanwege de gemeente geplaatste containers voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen die door middel van een door of vanwege de gemeente verstrekte sleutel, chipkaart, magneetkaart, dan wel een ander middel kunnen worden ontsloten;

  • h.

    autowrakken: motorrijtuigen op meer dan twee wielen, die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een kennelijke verwaarloosde toestand verkeren, in gevallen die krachtens de wet milieubeheer worden aangegeven;

  • i.

    inzameldienst: de dienst of het bedrijfs(onderdeel) belast met het inzamelen van afvalstoffen ter uitvoering van hetgeen in de wet milieubeheer en in de gemeentelijke verordeningen hieromtrent is bepaald;

  • j.

    gebruik maken: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.

Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit

  • 1. Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

  • 2. De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 3 Belastingplicht

De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 4 Vrijstelling & Compensatie

  • 1. Een vrijstelling is van toepassing op het op de voorgeschreven wijze en gescheiden achterlaten op een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats van; gft-afval, grof tuinafval, B-hout, C-hout, metaal, papier en karton, schone grond (max. 1 m3), autobanden (zonder velg, max. 5 stuks), verpakkingsglas, herbruikbaar textiel, klein chemisch afval, harde kunststoffen, verpakkingstempex, gasbeton en gips, dakgrind, dakleer, matrassen, vlakglas, volgens de voorschriften ingepakt en aangemeld asbest en asbestgelijkend materiaal (max. 35 m2, met melding van de gemeente), wit- en bruingoed, gasflessen, kringloopgoederen, frituurvet en –olie, kadavers van huisdieren en schoon puin.

  • 2. Inwoners die medisch- en incontinentiemateriaal aanbieden kunnen aanspraak maken op een compensatieregeling van het Diftar-gedeelte van het tarief. Hiervoor dient een bewijsstuk overlegd worden.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

  • 1. De belasting wordt geheven naar de grondslagen genoemd in lid 2 van dit artikel en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2. De grondslagen van de belasting zijn:

    • a.

      Een vast bedrag per perceel.

    • b.

      Het gewicht van de periodiek ingezamelde afvalstoffen per perceel en de frequentie waarin de afvalstoffen ter inzameling worden aangeboden per perceel, met uitzondering van de hoogbouw.

    • c.

      Het op afroep inzamelen of achterlaten op de milieustraat of andere incidentele dienstverlening als bedoeld in de hoofdstuk 4 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 3. Het gewicht van de periodiek ingezamelde afvalstoffen per perceel wordt bepaald als volgt.

    • a.

      Uitgangspunt is het gewicht van de container met het daarin aangeboden restafval, verminderd met het gewicht van die container na lediging ervan.

    • b.

      Het totale gewicht van het periodiek ingezamelde restafval per perceel vindt plaats door optelling van de gewichten van de gedurende het belastingjaar op het perceel periodiek ingezamelde hoeveelheid.

    • c.

      Geen gewicht wordt bepaald voor het in de daartoe bestemde container aangeboden gft-afval.

    • d.

      Evenmin wordt het gewicht bepaald van afvalstoffen die worden aangeboden in een ondergrondse container of met gebruikmaking van een speciaal daarvoor bestemde afvalzak.

    • e.

      Voor de berekening van het gewicht is bepalend de registratie door de weegapparatuur op de inzamelauto. Deze apparatuur wordt conform voorschrift periodiek geijkt.

Artikel 6 Heffingstijdvak

  • 1. Het heffingstijdvak van de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel is gelijk aan het kalenderjaar.

  • 2. Het heffingstijdvak van de belasting bedoeld in de hoofdstukken 2 en 3 van de tarieventabel is gelijk aan een kalenderkwartaal.

Artikel 7 Wijze van heffing

  • 1. De belasting bedoeld in de hoofdstukken 1, 2 en 3 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag.

  • 2. De belasting bedoeld in hoofdstuk 4 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van een mondelinge dan wel een schriftelijke gedagtekende kennisgeving. Het gevorderde bedrag (slagboomtarief) wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingplichtige bekendgemaakt.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2. De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 en 3 van de tarieventabel is verschuldigd na afloop van het heffingstijdvak.

  • 3. De belasting bedoeld in hoofdstuk 4 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.

  • 4. Indien de belastingplicht in de loop van het heffingstijdvak aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 5. Indien de belastingplicht in de loop van het heffingstijdvak eindigt, bestaat ten aanzien van de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 6. Het vierde en vijfde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel feitelijk gebruik maakt.

Artikel 9 Termijnen van betaling

  • 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel worden betaald in twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste (werk)dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn vervalt twee maanden later op de laatste (werk)dag van de betreffende maand. Als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet minder dan drie maanden in het kalenderjaar overblijven, moeten de aanslagen worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden overblijven, met een minimum van één termijn.

  • 2. In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel moeten worden betaald in acht gelijke maandelijkse termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste (werk)dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens op de laatste (werk)dag van de direct daarop volgende maanden. Indien er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet minder dan acht maanden in het kalenderjaar overblijven, moeten de aanslagen worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden overblijven, met een minimum van één termijn. Voor aanslagen die betrekking hebben op een voorgaand belastingjaar gelden de termijnen van betaling als omschreven in het eerste lid.

  • 3. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen bedoeld in de hoofdstukken 2 en 3 van de tarieventabel, in één termijn betaald worden. De betaaltermijn vervalt dan op de laatste (werk)dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

  • 4. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen bedoeld in hoofdstuk 4 van de tarieventabel, direct betaald worden.

  • 5. In afwijking van het eerste en tweede lid moet het bedrag van de aanslag in één termijn betaald worden, als het totaalbedrag van de aanslag lager is dan € 80,-. De betaaltermijn vervalt dan op de laatste (werk)dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

  • 6. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 10 Overgangsrecht

Met ingang van de in artikel 6 genoemde datum van ingang van de heffing, wordt de in de raadsvergadering van 14 december 2020 vastgestelde Verordening afvalstoffenheffing 2021 en de bijbehorende tarieventabel ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 11 Inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022.

Artikel 12 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening afvalstoffenheffing 2022.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 december 2021.

De griffier,

mevrouw L. Roest-Jonkers

De voorzitter,

de heer T.J. van der Zwan

Tarieventabel, behorende bij de Verordening afvalstoffenheffing 2022

Algemeen

Alle in deze verordening opgenomen tarieven zijn inclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is.

Hoofdstuk 1 Maatstaf en jaarlijks tarief afvalstoffenheffing (vast gedeelte)

  • 1.1

    De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar:

    € 158,00

  • 1.2

    Indien het aanbod van huishoudelijk afval niet overeenkomstig de hoofdstukken 2 en 3 op basis van het gewicht/frequentie-systeem individueel wordt geregistreerd en geheven, danwel indien op andere wijze dan door middel van minicontainers restafval en/of GFT-afval ter inzameling aan de inzameldienst wordt aangeboden bedraagt, ongeacht het werkelijk vuilaanbod, de belasting per perceel per belastingjaar indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij de aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door

    a.

    één persoon:

    € 247,00

    b.

    twee en meer personen:

    € 306,00

Hoofdstuk 2 Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing voor de lediging van minicontainers en afvalbakken (variabel gedeelte)

  • 2.1

    Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt de belasting per lediging van de Sortibak:

  • 2.1.1

    een minicontainer van 240 liter, bestemd voor de inzameling van restafval:

    € 1,00

    verhoogd met een bedrag voor elke aangeboden kilo restafval:

    € 0,35

  • 2.1.2

    een minicontainer van 180 of 240 liter, bestemd voor de inzameling van GFT-afval:

    € -

  • 2.2

    Voor inwoners met een medische indicatie geldt een compensatieregeling. Dit betreft een periodieke teruggave op de Afvalstoffenbelasting van 50% van het variabele gedeelte van de aanslag.

Hoofdstuk 3 Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing bij het gebruik van verzamelcontainers (variabel gedeelte)

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt de belasting per aanbieding van huishoudelijk afval in daartoe bestemde en ingerichte verzamelcontainers per aanbieding van een huisvuilzak met maximaal 40 liter restafval

€ 2,10

Hoofdstuk 4 Tarieven milieustraat

  • 4.1

    Huishoudelijk afval

    Tarief per bezoek

    Grof huishoudelijk afval

    Bouw - en sloopafval ongescheiden

    Personenauto of kleiner vervoer

    € 9,00

    € 9,00

    Personenauto met laadvloer of aanhanger tot 2,5 meter

    € 22,50

    € 22,50

    Personenauto met laadvloer of aanhanger van 2,5 tot 3 meter

    € 27,00

    € 27,00

    Personenauto met laadvloer of aanhanger vanaf 3 meter

    € 36,00

    € 36,00

    Overige voertuigen

    Basistarief voor de eerste 4 m3

    € 36,00

    € 36,00

    Boven 4 m3: verhoging per m3

    € 9,00

    € 9,00

    Noot:

    • 1.

      Een personenauto met weggeklapte achterbank wordt beschouwd als een laadvloer tot 2,5 meter.

    • 2.

      Voor gemengde vrachten geldt het tarief voor grof huishoudelijk restafval.

    • 3.

      Huishoudelijk restafval en groente- en fruitafval wordt niet geaccepteerd. Dit afval hoort resp. in de grijze en de groene minicontainer.

    • 4.

      Er kan maximaal 1 m3 zwarte grond worden aangeboden.

  • 4.2

    Bedrijfsafval

    Voor bedrijfsafval gelden de volgende tarieven, inclusief BTW:

    Bedrijfsafval

    per m3

    Grof tuinafval

    € 30,00

    Grof afval

    € 55,00

    Bouw- en sloopafval

    € 55,00

    Puin

    € 15,00

  • 4.3

    Huishoudelijke afvalstoffen, niet zijnde bouw- en sloopafval

    Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 gelden voor het op aanvraag inzamelen van grove huishoudelijke afvalstoffen, niet zijnde bouw- en sloopafval, de in de onderstaande tabel vermelde haaltarieven:

    Grof huishoudelijk afval

    Alles wat te groot is om in minicontainers af te voeren, niet zijnde bouw- en sloopafval

    - voorrijkosten

    € 40,00

    - voor elke m3

    € 9,00

    Grof tuinafval / maximaal 2 m3 per melding

    Alles wat te groot is om in minicontainers af te voeren

    - voorrijkosten

    € 40,00

    - voor elke m3

    € 8,00

    Electrische apparatuur

    - voorrijkosten

    € 40,00

    - per apparaat

    € -

  • 4.4

    Overige tarieven

    Afhalen compostvat

    € 12,00

    (Personen)autobanden met velg per stuk

    € 5,00

    N.B. Grote rubberbanden, zoals tractor- en vrachtwagenbanden, worden niet geaccepteerd

Behorende bij het raadsbesluit van 16 december 2021

De griffier,