Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2022 met bijbehorende tarieventabel

Geldend van 23-12-2021 t/m heden

Intitulé

Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2022 met bijbehorende tarieventabel

De raad van de gemeente Gemert-Bakel,

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 9 november 2021;

gelet op de Gemeentewet, artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b en;

gelet op artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer.;

Besluit

Vast te stellen de:

Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2022 met bijbehorende tarieventabel.

Hoofdstuk I Algemene bepalingen

Artikel 1 Inleidende bepaling

Krachtens deze verordening worden geheven:

  • a.

    een afvalstoffenheffing;

  • b.

    reinigingsrechten.

Artikel 2 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • 1.

    Een container: een vanwege de gemeente uitgezette ophaalbak met een bepaald volume;

  • 2.

    60 liter zak: een vuilniszak ten behoeve van inzameling restafval en GFT-afval middels ondergrondse containers;

  • 3.

    GFT-afval: groente, fruit- en tuinafval;

  • 4.

    Restafval: huishoudelijk afval, niet zijnde GFT- en PMD-afval;

  • 5.

    Bedrijfsafval: afvalstoffen afkomstig uit bedrijven, kantoren en instellingen, die naar aard, omvang en samenstelling gelijk zijn te stellen aan huishoudelijke afvalstoffen, aan de periodieke inzameldienst in containers worden aangeboden en tegelijkertijd met de inzameling van de huishoudelijke afvalstoffen kunnen worden meegenomen.

Hoofdstuk II Afvalstoffenheffing

Artikel 3 Aard van de belasting en belastbaar feit
  • 1. Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

  • 2. De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieven-tabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 4 Belastingplicht
  • 1. De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

  • 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt:

    • a.

      degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht feitelijk gebruik maakt van het perceel;

    • b.

      ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan;

    • c.

      Ingeval er sprake is van het ter beschikking stellen van een perceel voor kortstondig volgtijdig gebruik, wordt als gebruiker aangemerkt degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 6 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7 Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
  • 1. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 onderdeel 1.1 en 1.2 van de tarieventabel, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar, of zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt.

Artikel 9 Termijnen van betaling
  • 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet(en) de aanslag(en) worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

  • 2. In afwijking van het eerste lid moet(en), indien een machtiging voor automatische incasso is afgegeven en zolang de verschuldigde bedragen via automatische incasso kunnen worden afgeschreven, de aanslag(en) en bestuurlijke boetes worden betaald in tien gelijke maandelijkse termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die van de dagtekening van het aanslagbiljet en de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3. In afwijking van het tweede lid is betaling via automatische incasso alleen mogelijk voor zover het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde belastingaanslagen en bestuurlijke boetes minder is dan € 5.000,00.

  • 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 10 Kwijtschelding

Bij de invordering van de afvalstoffenheffing wordt geen kwijtschelding verleend voor de verschuldigde belasting genoemd onder hoofdstuk 1.2 tarieventabel, behorende bij deze verordening.

Hoofdstuk III Reinigingsrechten

Artikel 11 Belastbaar feit

Onder de naam ‘reinigingsrechten’ worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.

Artikel 12 Belastingplicht

De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Artikel 13 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 14 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 15 Wijze van heffing

De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.

Artikel 16 Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang
  • 1. De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar, of zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt.

Artikel 17 Termijnen van betaling
  • 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet(en) de aanslag(en) worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

  • 2. In afwijking van het eerste lid moet(en), indien een machtiging voor automatische incasso is afgegeven en zolang de verschuldigde bedragen via automatische incasso kunnen worden afgeschreven, de aanslag(en) en de bestuurlijke boete(s) worden betaald in tien gelijke maandelijkse termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die van de dagtekening van het aanslagbiljet en de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3. In afwijking van het tweede lid is betaling via automatische incasso alleen mogelijk voor zover het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde belastingaanslagen minder is dan € 5.000,00.

  • 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 18 Kwijtschelding

Bij de invordering van de reinigingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend.

Hoofdstuk IV Aanvullende bepalingen

Artikel 19 Nadere regels door het Dagelijks Bestuur

Het Dagelijks Bestuur van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten.

Artikel 20 Inwerkingtreding, overgangsbepaling en citeerartikel
  • 1. De ‘Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2021, van 10 december 2020, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022.

  • 4. Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Gemert-Bakel 2022’.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering 16 december 2021,

de raad van de gemeente Gemert-Bakel,

de griffier,

P.G.J.M. van Boxtel

de voorzitter,

Ing. M.S. van Veen

Bijlage 1: Tarieventabel behorende bij de Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2022, vastgesteld door de raad van de gemeente Gemert-Bakel bij besluit van 16 december 2021 , nr. < >

Algemeen

De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is.

 
 
 
 

Hoofdstuk 1 Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing

 
 
 
 

Hoofdstuk 1.1 Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing

 
 
 
 

1.1

De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar

€ 190,50

 
 
 
 

1.1.1

De belasting bedraagt per perceel waar ondergronds wordt

 
 

ingezameld per belastingjaar

€ 124,00

 
 
 
 
 
 
 
 

Hoofdstuk 1.2 Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing

 
 
 
 

1.2

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt de belasting per lediging van:

 
 
 
 
 

een container/vuilniszak bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen,

 

niet zijnde groenten-, fruit- en tuinafval per container met een inhoud van:

 
 
 
 
 

1.2.1

40 liter container

€ 4,20

 

1.2.2

80 liter container

€ 7,70

 

1.2.3

140 liter container

€ 11,50

 

1.2.4

240 liter container

€ 18,00

 

1.2.5

60 liter zak

€ 4,50

 

1.2.6

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt

 
 
 

de belasting voor het op aanvraag omwisselen van

 
 
 

een container, per keer

€ 35,00

 

1.2.7

Bij het vervangen of bij het verlies van de milieupas of

 
 
 

de toegangspas tot de ondergrondse inzameling bedraagt

 
 
 

de belasting

€ 17,50

 
 
 
 

Hoofdstuk 1.3 Poorttarieven Milieustraat Gemert-Bakel

 
 
 
 

1.3

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 en 1.2 bedraagt de belasting per aanlevering van maximaal 2 m3 per keer:

Voertuig

Categorie 1

Categorie 2a

Categorie 2b

Categorie 3

* wit- en bruingoed; koelkasten,diepvriezers, televisies,elektronica e.d.

*kadavers van kleine huisdieren

*asbest

*afgewerkte motoroliemaximaal 10 liter

*klein chemisch afval

*retour glas (flessen e.d.)

*vlak glas

*papier, karton

*kleding, schoeisel

*huishoudtextiel

*kringloopgoederen

*ferro/non-ferro

*autobanden (personenauto's)zonder velg (max. 5 stuks)

*luiers en incontinentiemateriaal

*blik

*flacons

*tetrapakken

*zacht plastic

*snoeihout 0-2 m3

*blad/gras 0-2 m3

* grond, niet chemischverontreinigd

*maximaal 2 vuilniszakkenhuishoudelijk afvalof een vergelijkbareInhoud

*autobanden met velg(max. 4 stuks)

*grof restafval

*matrassen per stuk:

≤ 1,40 m breed € 5,50

> 1.40 m breed € 11,00

*snoeihout*blad/gras

*bouw- en Sloopafval

 
 

0-2 m3

boven 2 m3

Max 2 m3 per keer

* auto

* auto + aanhanger

* bestelauto

* busje

* e.d.

KOSTELOOS

€ 10,00

[let op 1e en 2e keer huidige tarief, 3e 4e 5e etc. € 8,00 extra

per m3 € 10,00

0-1 m3 € 10,00

1-2 m3 € 20,00

*voetganger

€ 4,00

€ 5,00

Hoofdstuk 2 Maatstaven en jaarlijkse tarieven reinigingsrechten

 
 
 
 
 
 
 

2.1

Het recht bedraagt per belastingjaar voor het periodiek verwijderen van bedrijfsafval van beperkte omvang of hoeveelheid

€ 231,00

 
 
 
 
 
 

2.2

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 2.1 bedraagt het recht per lediging van:

 
 
 
 
 
 
 
 

een container bestemd voor de overige huishoudelijke en bedrijfsafvalstoffen, niet zijnde groenten-, fruit- en tuinafval per container met een inhoud van:

 
 
 
 
 
 
 
 

2.2.1

40 liter container

 

€ 4,20

 

2.2.2

80 liter container

 

€ 7,70

 

2.2.3

140 liter container

 

€ 11,50

 

2.2.4

240 liter container

 

€ 18,00

 

2.2.5

60 liter zak

 
 

€ 4,50

 

2.2.6

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt

 
 
 

de belasting voor het op aanvraag omwisselen van

 
 
 

een container, per keer

€ 35,00

 

2.2.7

Bij het vervangen of bij het verlies van de milieupas of

 
 
 

de toegangspas tot de ondergrondse inzameling bedraagt

 
 
 

de belasting

€ 17,50

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 16 december 2021.

de raad van de gemeente Gemert-Bakel,

de griffier,

de voorzitter,