Verordening op de heffing en de invordering van watertoeristenbelasting 2022

Geldend van 22-12-2021 t/m heden

Intitulé

Verordening op de heffing en de invordering van watertoeristenbelasting 2022

De raad van de gemeente De Ronde Venen;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders (raadsvoorstel nr. 70/21 van 16 december 2021);

gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;

besluit vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en de invordering van watertoeristenbelasting 2022

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    vaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie- of andere recreatieve doeleinden;

  • b.

    lengte: de lengte over alles;

  • c.

    vaste ligplaats: een gedeelte water, dat naar plaatselijk gebruik, zulks ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders, is bestemd voor het regelmatig afmeren of ten anker leggen van een zelfde vaartuig gedurende een periode van ten minste een maand;

  • d.

    etmaal: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvangend om 21.00 uur;

  • e.

    maand: een aaneengesloten tijdvak van 30 etmalen;

  • f.

    seizoen: het tijdvak van 1 april tot en met 31 oktober;

  • g.

    schipper: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt.

Artikel 2. Belastbaar feit

Onder de naam 'watertoeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf op vaartuigen die aanwezig zijn in wateren binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook, door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven.

Artikel 3. Belastingplicht

  • 1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 door het ter beschikking stellen van ligplaatsen of vaartuigen.

  • 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.

  • 3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is belastingplichtig:

    • a.

      de schipper,

    • b.

      de eigenaar of de gebruiker van een vaartuig, of

    • c.

      degene die werkelijk verblijf houdt aan boord van een dergelijk vaartuig.

Artikel 4. Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:

  • 1.

    door degenen die verblijf houden aan boord van:

    • a.

      een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt voor verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden;

    • b.

      kano's, roei- en volgboten;

    • c.

      motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4 meter;

    • d.

      een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt;

  • 2.

    waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting en toeristenbelasting;

  • 3.

    van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.

Artikel 5. Maatstaf van heffing

De belasting wordt geheven naar het aantal verblijven in het belastingtijdvak. Het aantal verblijven wordt gesteld op de som van het aantal etmalen dat elke in artikel 2 bedoelde persoon verblijf heeft gehouden. Voor de toepassing van dit artikel wordt een gedeelte van een etmaal voor een vol etmaal gerekend.

Artikel 6. Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing

  • 1. In afwijking van artikel 5 bedraagt de belasting per seizoen, ter zake van het verblijf houden aan boord van een vaartuig, als bedoeld in artikel 1, met een oppervlakte van:

    • a.

      Ten hoogste 15 m2: P x Q x T;

    • b.

      Meer dan 15 m2 tot en met 25m2: P x Q x T;

    • c.

      Meer dan 25 m2: P x Q x T.

  • 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 5 en het eerste lid van dit artikel bedraagt de belasting per seizoen ter zake van het verblijf houden aan boord van een weekendschip P x Q x T.

  • 3. In de formules genoemd onder sub a, b en c van lid 1 en 2 hebben de symbolen de volgende inhoud:

    P: het gemiddelde aantal personen aan boord van een vaartuig; per categorie vaartuig, genoemd in lid 1, wordt dit aantal respectievelijk 2, 3 en 4 personen; per weekendschip wordt het aantal personen bepaald op 4;

    Q: het gemiddeld aantal dagen dat verblijf op het water wordt gehouden; per categorie vaartuig genoemd in lid 1, wordt bepaald op 24 dagen; per weekendschip wordt het aantal dagen bepaald op 60. 

    T: tarief per etmaal als genoemd in artikel 7.

  • 4. Het aantal van de in lid 1 en 2 genoemde vaartuigen wordt vastgesteld op het gemiddeld aantal dat aanwezig is op 1 april, 1 juni, 1 augustus en 1 oktober van het belastingjaar, dan wel hoogstens drie werkdagen vóór of ná elk der genoemde data.

Artikel 7. Belastingtarief

Het tarief bedraagt per etmaal € 1,20.

Artikel 8. Belastingtijdvak

Het belastingtijdvak is gelijk aan het seizoen.

Artikel 9. Wijze van belastingheffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 10. Aanslaggrens

Belasting aanslagen van minder dan € 10,00 worden niet opgelegd.

Artikel 11. Termijnen van betaling

  • 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, en de tweede termijn twee maanden later.

  • 2. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 12. Aanmeldingsplicht

  • 1. De belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot verblijf verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de heffingsambtenaar.

  • 2. De verplichting als bedoeld in het voorgaande lid geldt niet voor de belastingplichtige die met betrekking tot het jaar voorafgaand aan het belastingjaar in de heffing van de toeristenbelasting betrokken is.

Artikel 13. Registratieplicht

  • 1. De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden verblijfhoudenden te registreren in een daarvoor bestemd gemeentelijk verblijfregister.

  • 2. Het college van burgemeester en wethouders stelt genoemd verblijfregister kosteloos beschikbaar.

  • 3. Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de inrichting en gebruik van het verblijfregister.

  • 4. De verplichting als bedoeld in de voorgaande leden geldt niet voor zover de belastingplichtige gebruik maakt van de forfaitaire berekeningswijze van de heffingsmaatstaf als bedoeld in artikel 6.

  • 5. De verplichting als bedoeld in voorgaande leden geldt niet voor zover de belastingplichtige een registratie voert waaruit het verblijf van verblijfhoudenden kan worden vastgesteld.

Artikel 14. Kwijtschelding

Ter zake de belasting, zoals bedoeld in deze verordening, wordt geen kwijtschelding als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 verleend.

Artikel 15. Overgangsrecht

De “Verordening watertoeristenbelasting 2021” van de gemeente De Ronde Venen wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 16, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 16. Inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022.

Artikel 17. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening watertoeristenbelasting 2022.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 16 december 2021.

voorzitter

griffier