Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting Wijchen 2022

Geldend van 22-12-2021 t/m heden

Intitulé

Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting Wijchen 2022

De raad van de gemeente Wijchen;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 23 november 2021;

gelet op artikel 226 van de Gemeentewet;

Besluit vast te stellen de:

Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting Wijchen 2022

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  • 1.

    dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur, of een gedeelte daarvan;

  • 2.

    week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen;

  • 3.

    maand: een kalendermaand;

  • 4.

    jaar: een kalenderjaar;

  • 5.

    vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon en/of rechtspersoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben;

  • 6.

    centrum van Wijchen: het centrum van het dorp Wijchen begrensd door de Hogeweg, Stationslaan, Violenstraat, Kasteellaan, Meidoornstraat, Lindenstraat, Bronkhorstlaan, Meester van Coothlaan en Meerdreef.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

Artikel 3 Belastingplicht

De precariobelasting wordt geheven van degene die, al dan niet met vergunning of na een melding, het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft of diens opvolger, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn.

Artikel 4 Vrijstellingen

De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van:

  • 1.

    voorwerpen, welke rechtens moeten worden gedoogd;

  • 2.

    voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende is krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde;

  • 3.

    brievenbussen en telefooncellen;

  • 4.

    afvoerbuizen van hemelwater, welke aan een gebouw zijn aangebracht en niet meer dan 0,15 meter buiten de gevel uitsteken;

  • 5.

    buizen in de grond, tot lozing van fecaliën, huishoud- of hemelwater;

  • 6.

    voorwerpen die geplaatst worden bij evenementen of activiteiten die overwegend door vrijwilligers worden georganiseerd en die geen direct of indirect oogmerk hebben om hieruit voor eigen gewin inkomsten te verwerven;

  • 7.

    wegwijzers en verkeersaanwijzingen van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond, ANWB en van andere overeenkomstige instellingen;

  • 8.

    bloemen- of plantenbakken;

  • 9.

    het hebben van voorwerpen door of vanwege de gemeente;

  • 10.

    kabels en leidingen in de grond;

  • 11.

    sandwichborden;

  • 12.

    uitstallingen.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde.

Artikel 6 Berekening van de precariobelasting

  • 1. Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde tijdseenheid, lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt.

  • 2. Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald.

  • 3. De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek.

  • 4. Indien de gemeente een vergunning heeft verleend of een melding heeft ontvangen voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij het zesde lid van overeenkomstige toepassing is.

  • 5. Indien de gemeente een vergunning heeft verleend of een melding heeft ontvangen voor het hebben van een voorwerp of voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de oppervlakte aangesloten bij de oppervlakte genoemd in de vergunning of de melding.

  • 6. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze.

  • 7. In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van de precariobelasting:

    • a.

      indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief, maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week;

    • b.

      indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief, maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand.

  • 8. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het belastingtijdvak.

Artikel 7 Belastingtijdvak

  • 1. In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend of een melding heeft ontvangen voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaar overschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.

  • 2. In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de in het kalenderjaar gelegen aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan.

Artikel 8 Wijze van heffing

  • 1. De precariobelasting wordt bij wege van aanslag geheven.

  • 2. In afwijking van het eerste lid wordt de voor een dag verschuldigde precariobelasting geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1. In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4. Belastingbedragen van minder dan € 100,00 worden niet geheven tenzij als gevolg van cumulatie van heffingen het totaal te betalen bedrag hoger is dan € 100,00.

Artikel 10 Termijnen van betaling

  • 1. De aanslagen moeten worden betaald binnen 30 dagen na de dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijn.

Artikel 11 Kwijtschelding

Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12 Overgangsrecht

De 'Verordening Precariobelasting 2021’, vastgesteld bij raadsbesluit van 17 december 2020, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 13 Inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van bekendmaking.

  • 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022.

Artikel 14 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening precariobelasting 2022.

Ondertekening

Aldus besloten door de gemeenteraad in zijn openbare vergadering van 16 december 2021.

de griffier,

A.B. Berendsen

de voorzitter,

M. van Beek

Tarieventabel behorende bij de Verordening precariobelasting 2022

nr

omschrijving

eenheid

Tarief per dag

Tarief per week

Tarief per maand

Tarief per jaar

1

a. Het hebben of innemen van een vaste standplaats.

Per m² ingenomen grond per dag

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

€ 55,45

b. Het hebben of innemen van een incidentele standplaats.

Per m² ingenomen grond

€ 3,05

€ 16,00

n.v.t.

€ 55,45

2

a. Het hebben of innemen van een terras in het centrum van Wijchen voor het uitoefenen van een horecafunctie.

Per m² ingenomen grond

n.v.t.

n.v.t.

€ 4,55

€ 27,25

b. Het hebben of innemen van een terras buiten het centrum van Wijchen voor het uitoefenen van een horecafunctie.

Per m² ingenomen grond

n.v.t.

n.v.t.

€ 2,70

€ 16,30

3

Bouwmateriaal en bouwmaterieel zoals keten, loodsen, bouwwerktuigen en overig.

Per m² ingenomen grond

€ 1,55

€ 5,50

€ 19,10

€ 54,45

4

a. Het gebruiken van grond voor evenementen (waaronder standplaatsen, terrassen, tenten en uitstallingen) bij evenementen minder dan 500 m².

€ 108,90

€ 326,70

n.v.t.

n.v.t.

b. Het gebruiken van grond voor evenementen (waaronder standplaatsen, terrassen, tenten en uitstallingen) meer dan 500 m².

€ 217,80

€ 653,40

n.v.t.

n.v.t.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 december 2021.

De griffier,