Nadere regel (inclusief financieel besluit) Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht 2022

Geldend van 01-01-2022 t/m heden

Intitulé

Nadere regel (inclusief financieel besluit) Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht 2022

Burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht;

- Gelet op artikel 156 lid 3 Gemeentewet juncto artikel 3.2 en 3.3 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht 2022;

Besluiten vast te stellen de volgende Nadere regel (inclusief financieel besluit) Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht 2022

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Algemeen
  • a.

    De begrippen in de Nadere regel worden gebruikt in dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo), de geldende Verordening maatschappelijke ondersteuning en de geldende Beleidsregel Verordening maatschappelijke ondersteuning.

  • b.

    De regels voor de bijdrage in de kosten zijn mede gebaseerd op het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en de geldende Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht.

  • c.

    Daar waar de Nadere regel in tegenspraak is met de bepalingen in de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht, zijn de bepalingen uit de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht leidend.

  • d.

    In het geval van wijzigingen of nadrukkelijke vervanging van wetten, verordeningen en richtlijnen (hierna: regelgeving), die zijn vermeld in deze Nadere regel, door andere regelgeving worden alle verwijzingen in deze Nadere regel naar deze regelgeving geacht te zijn naar de gewijzigde dan wel vervangen regelgeving.

Artikel 2 Vertegenwoordiging en Kwaliteit
  • 1.

    Er gelden voor vertegenwoordigers voorwaarden die waarborgen dat de aan pgb verbonden taken worden nageleefd. De voorwaarden zijn opgenomen in bijlage 1.

  • 2.

    Er gelden voor zowel professionele hulpverleners als hulpverleners uit het sociale netwerk kwaliteitseisen. De cliënt dient zich ervan te vergewissen dat de betrokken hulpverlener(s) aan deze kwaliteitseisen voldoen. De kwaliteitseisen zijn opgenomen in bijlage 2.

Artikel 3 Hoogte tarieven
  • a.

    De in deze Nadere regel genoemde maximale bedragen zijn gebaseerd op de kostprijs van de door de gemeente ingekochte voorziening in natura.

  • b.

    Indien de werkelijke kosten van de voorziening lager liggen dan de in dit besluit genoemde maximale bedragen, worden de werkelijke kosten in de vorm van een pgb toegekend.

  • c.

    De tarieven die zijn opgenomen in deze Nadere regel zijn de maximale tarieven die belanghebbende via het pgb mag declareren bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB).

  • d.

    In afwijking van lid c mag duurdere ondersteuning ingekocht worden als de budgethouder het verschil tussen het ingekochte tarief en het maximum tarief dat toegekend is via de gemeente, bijbetaalt aan de SVB. Conform de regels die het SVB hierover stelt.

  • e.

    In hoofdstuk 2 tot en met 4 zijn de geldende maximum bedragen per voorziening opgenomen.

Artikel 4 Gedifferentieerd tarief
  • a.

    Er is sprake van een gedifferentieerde tariefstelling voor inkoop via pgb.

  • b.

    Daarbij gelden de volgende uitgangspunten:

  • Instellingstarief: het tarief voor de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb indien de ingekochte ondersteuning wordt geleverd door gekwalificeerd personeel dat in loondienst is bij een erkende zorginstelling waarbij de bij de sector behorende cao nageleefd wordt. In dit tarief is rekening gehouden met de werkgeverslasten die gebruikelijk zijn voor een dergelijke zorginstelling.

  • Onder ZZP tarief wordt verstaan het tarief voor de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb waarbij de ondersteuning wordt geleverd door een persoon die beroepsmatig is gekwalificeerd voor de betreffende ondersteuning.

  • Ook personen die werkzaam zijn binnen een collectief van zelfstandig werkende professionals vallen hier onder én zorginstellingen die de in de sector geldende cao niet naleven. In al deze situaties is sprake van het ontbreken van of minder werkgeverslasten waardoor, als gevolg van aannemelijke minderkosten, het maximale tarief wordt verlaagd met 17%.

Artikel 5 Bruto bedragen
  • a.

    De in deze Nadere regel genoemde bedragen zijn, voor zover van toepassing, inclusief btw.

  • b.

    De in deze Nadere regel opgenomen tarieven zijn bruto. Dat betekent dat hierin alle kosten besloten zijn, waaronder eventuele werkgeverslasten op het moment dat belanghebbende een overeenkomst in loondienst aangaat met de hulpverlener(s) in het kader van werkgever voor personeel aan huis.

Artikel 6 Eigen bijdrage
  • a.

    De eigen bijdrage wordt berekend over het totale toegekende pgb. Bij een eventuele onderbenutting van het pgb vindt verrekening van de eigen bijdrage plaats in het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarvoor het budget is toegekend.

  • b.

    Het toegekende pgb mag niet gebruikt worden om de eigen bijdrage te voldoen.

Artikel 7 Betaling
  • a.

    Betaling van het persoonsgebonden budget vindt plaats aan de SVB.

  • b.

    In afwijking van lid a vindt betaling van het eenmalige persoonsgebonden budget plaats aan de belanghebbende zelf, tenzij de wetgever hierover nadere regels stelt.

Hoofdstuk 2 Bedragen Persoonsgebonden budget voor maatwerkvoorziening gemeentetaken Wmo

Bedragen persoonsgebonden budget voor de maatwerkvoorziening Hulp bij het huishouden

Omschrijving

Eenheid

Instellingstarief

ZZP –tarief

Informeel tarief

Hulp bij het huishouden

Uur

EUR 26,11

EUR 21,67

EUR 15,41

Bedragen persoonsgebonden budget voor de maatwerkvoorziening Individuele begeleiding

Omschrijving

Eenheid

Instellingstarief

ZZP –tarief

Informeel tarief

Individuele begeleiding

Uur

€         69,08

 €         57,33

EUR 20,54

Bedragen persoonsgebonden budget voor de maatwerkvoorziening Begeleiding in een groep

Omschrijving

Eenheid

Instellingstarief

ZZP –tarief

Informeel tarief

Dagbegeleiding

Dagdeel

€         48,27

 €         40,06

n.v.t.

Arbeidsmatige Activering 1

Maand

€       243,53

 €       202,13

n.v.t.

Arbeidsmatige Activering 2

Maand

€       487,05

 €       404,25

n.v.t.

Arbeidsmatige Activering 3

Maand

€       852,34

 €       707,44

n.v.t.

Vervoer naar dagbesteding

Etmaal (heen- en terugreis)

€         13,16

 €         13,16

n.v.t.

Bedragen persoonsgebonden budget voor de maatwerkvoorziening Kortdurend Verblijf

Omschrijving

Eenheid

Instellingstarief

ZZP –tarief

Informeel tarief

Kortdurend verblijf ter ontlasting van de mantelzorger

Etmaal

175,51

 €       145,68

 €        30,81

Kortdurend verblijf in relatie tot cliëntproblematiek (‘adempauzeplekken’)

Etmaal

€       175,51

 €       145,68

 €        30,81

Hoofdstuk 3. Bedragen Persoonsgebonden budget voor maatwerkvoorziening beschermd wonen

Omschrijving

Eenheid

Instellingstarief

ZZP –tarief

Informeel tarief

Beschermd Thuis intensief

Etmaal

€         57,10

 €         47,39

 €        47,39

Beschermd Thuis zeer intensief

Etmaal

€         95,12

 €         78,95

 €        78,95

Beschermd Thuis: activering en persoonlijke ontwikkeling

(1 dagdeel per week)

Etmaal

€ 4,88

€ 4,88

€ 4,88

Beschermd Thuis: activering en persoonlijke ontwikkeling

(2 dagdelen per week)

Etmaal

€ 9,76

€ 9,76

€ 9,76

Beschermd Thuis: activering en persoonlijke ontwikkeling

(3 dagdelen per week)

Etmaal

€14,64

€14,64

€14,64

Beschermd Thuis: activering en persoonlijke ontwikkeling

(4 dagdelen per week)

Etmaal

€19,52

€19,52

€19,52

Beschermd Thuis: activering en persoonlijke ontwikkeling

(5 dagdelen per week)

Etmaal

€24,40

€24,40

€24,40

Hoofdstuk 4 Bedragen Eenmalig Persoonsgebonden budget en Financiële tegemoetkoming maatwerkvoorziening Wmo

Omschrijving

Eenheid

Tarief

Financiële tegemoetkoming voor sportvoorziening (aanschaf incl. instandhouding)

Eens per 3 jaar

Maximaal EUR 3.000,00

Financiële tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten

Eenmalig

Maximaal EUR 2.950,00

Pgb voor alle varianten hulpmiddelen

Eenmalig

De tegenwaarde van de goedkoopste adequate voorziening die de gemeente in natura verstrekt

Bedragen Financiële tegemoetkoming voor Vervoerskosten

Vervoer

Per maand

Per jaar

ZZP-tarief

Informeel tarief

Vergoeding gebruik bruikleenauto of canta (dit is het maximale bedrag. Indien de werkelijke kosten lager zijn wordt de vergoeding hierop afgestemd)

EUR 12,50

EUR 150,00

n.v.t.

n.v.t.

Individuele taxikostenvergoeding t/m 15 jaar

EUR 56,00

EUR 672,00

n.v.t.

n.v.t.

Individuele taxikostenvergoeding 16 jaar en ouder (norm)

EUR 112,00

EUR 1.344,00

n.v.t.

n.v.t.

Individuele taxikostenvergoeding echtpaar (per persoon)

EUR 86,00

EUR 1.032,00

n.v.t.

n.v.t.

Rolstoeltaxikostenvergoeding t/m 15 jaar

EUR 85,00

EUR 1.020,00

n.v.t.

n.v.t.

Rolstoeltaxikostenvergoeding 16 jaar en ouder(norm)

EUR 168,00

EUR 2.016,00

n.v.t.

n.v.t.

Rolstoeltaxikostenvergoeding echtpaar (per persoon)

EUR 126,00

EUR 1.512,00

n.v.t.

n.v.t.

Reiskostenvergoeding begeleider

EUR 24,50

EUR 294,00

n.v.t.

n.v.t.

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

Artikel 8 Intrekking

De Nadere regel (inclusief financieel besluit) Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht 2021 wordt ingetrokken op het moment dat de nadere regel genoemd in artikel 10 in werking treedt.

Artikel 9 Overgangsrecht

Eerder toegekende bedragen voor een pgb blijven in stand tot de individuele toekenning Wmo afloopt, herzien wordt of ingetrokken wordt.

Artikel 10 Inwerkingtreding

Deze Nadere regel (inclusief financieel besluit) Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht 2022 treedt in werking op het moment dat de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2022 in werking treedt.

Artikel 11 Citeertitel

Deze Nadere regel wordt aangehaald als: Nadere regel (inclusief financieel besluit) Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht 2022.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van Utrecht, in hun vergadering van 14 december 2021.

Ondertekening

De burgemeester,

Sharon A.M. Dijksma

De secretaris,

Gabriëlle G.H.M. Haanen

BIJLAGE 1 Link naar Verklaring gewaarborgde hulp

BIJLAGE 2 Kwaliteitskader

Kwaliteitseisen voor hulpverleners informeel tarief

De voorziening wordt veilig verstrekt

  • 1.

    Een hulpverlener is in het bezit van een relevante Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) (screeningsprofiel ‘Gezondheidszorg en Welzijn van mens en dier’ dan wel zijn relevante opvolger) die bij aanvang van de ondersteuning niet ouder is dan drie jaar. De kosten van de VOG zijn niet voor rekening van de gemeente en kunnen niet worden betaald uit de pgb gelden.

  • 2.

    Een hulpverlener meldt bij een calamiteit dit, zo mogelijk, aan de cliënt en in ieder geval aan de Wmo toezichthouder. De gemeente stelt dan een onderzoek in.

  • 3.

    Een hulpverlener neemt bij vermoedens van huiselijk geweld en/ of kindermishandeling in het huishouden van de cliënt voor advies contact op met Veilig Thuis.

  • 4.

    Een hulpverlener wordt niet onderzocht (lopend onderzoek) door de Gemeente Utrecht, politie, justitie of de Inspectie voor de Gezondheidszorg voor zaken die van invloed zijn op de te bieden ondersteuning. Tevens mag er geen sprake zijn van een justitiële maatregel die van invloed kan zijn op de te bieden ondersteuning. Indien er sprake is van een lopend onderzoek dient toestemming voor het leveren van zorg te worden gevraagd bij de aanvraag voor het pgb.

De voorziening wordt doeltreffend verstrekt

  • 1.

    Een hulpverlener verleent de ondersteuning op basis van het maatwerk-/ondersteuningsplan dan wel onderzoeksverslag/ zorgplan en bijbehorende pgb (budget)plan. Deze plannen zijn door de toegang in overleg met de cliënt opgesteld. Het geeft planmatig aan welke activiteiten worden ingezet om de doelen te realiseren. Het moet aannemelijk zijn dat deze activiteiten uitgevoerd zullen worden en dat deze activiteiten adequaat zijn om de doelen te realiseren. Aan de toetsing van het ondersteuningsplan aanvullende zorg van een hulpverlener informeel tarief worden minder strenge eisen gesteld dan aan het ondersteuningsplan van een professionele hulpverlener.

  • Voor hulp bij huishouden mag het pgb-plan met afsprakenoverzicht gebruikt worden als het ondersteuningsplan van de hulpverlener.

  • 2.

    Een hulpverlener houdt een deugdelijke administratie met een registratie van de ondersteuning. Dit is niet nodig als de ureninzet blijkt uit getekende urenbriefjes.

  • 3.

    Een hulpverlener dient in de directe omgeving van de cliënt de zorg te kunnen bieden. Dit moet tot uiting komen in het ondersteuningsplan van de hulpverlener. Ook moet de hulpverlener passende en aantoonbare kennis hebben van lokaal beschikbare voorzieningen. De woonplaats van de hulpverlener mag geen belemmering vormen voor een adequate hulpverlening aan de cliënt.

  • 4.

    Een hulpverlener is in geval van een aanvraag om een pgb voor Beschermd Thuis aantoonbaar 24-uur per dag bereikbaar en, indien nodig, aanwezig binnen 15-30 minuten op de locatie van cliënt.

  • 5.

    Een hulpverlener maakt afspraken met de cliënt over de bereikbaarheid.

  • 6.

    Een hulpverlener beheerst op zijn minst de Nederlandse taal in woord en geschrift.

  • 7.

    Een hulpverlener is bekend met en handelt conform de Nederlandse wet- en regelgeving, richtlijnen, verdragen en de geldende Verordening, Nadere regels en beleidsregel maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht.

De voorziening wordt cliëntgericht verstrekt

  • 1.

    Een hulpverlener houdt rekening met de aard van de problematiek van de cliënt.

  • 2.

    Een hulpverlener bejegent de cliënt te allen tijde passend en op respectvolle wijze.

  • 3.

    Een hulpverlener respecteert de privacy van de cliënt en gaat vertrouwelijk om met informatie van cliënt en diens persoonlijke situatie.

Algemene eisen en uitsluitingsgronden

  • 1.

    Een hulpverlener dient volledige medewerking te verlenen aan toezicht en aangekondigd en onaangekondigd onderzoek door de gemeente (of daartoe aangewezen derden) op inhoudelijke kwaliteit en op rechtmatigheid.

  • 2.

    Een hulpverlener kan van hulpverlening worden uitgesloten vanwege ondeskundige zorg, het handelen in strijd met relevante wetgeving of beleidsregels, misleiding en/of fraude en overtredingen op alle onder genoemde terreinen, in de afgelopen drie jaar voorafgaand aan de start van de zorgverlening:

    • a.

      Het niet betalen van belasting en/of sociale premies

    • b.

      Deelneming in een criminele organisatie

    • c.

      Activiteiten die in strijd zijn met de openbare orde

    • d.

      Witwassen

    • e.

      Kinderarbeid/mensenhandel

    • f.

      Schending van verplichtingen op gebied van milieu, sociaal- of arbeidsrecht

    • g.

      Fraude, valse verklaringen of vervalsing van mededinging

    • h.

      Verstrekken van onjuiste gegevens of het ten onrechte niet verstrekken van juiste gegevens

    • i.

      Faillissement

    • j.

      Overwegende belangen anders dan zorg voor de cliënt en financiering van geleverde zorg

    • k.

      Onrechtmatige beïnvloeding, of het doen van een gift of belofte of het aanbieden van een dienst voor tegenprestaties buiten de zorgverleningsrelatie om.

Kwaliteitseisen voor hulpverleners zzp- en instellingstarief

De voorziening wordt veilig verstrekt

  • 1.

    Een zzp beschikt over een relevante VOG (screeningsprofiel ‘Gezondheidszorg en Welzijn van mens en dier’ dan wel zijn relevante opvolger) die bij aanvang van de ondersteuning niet ouder is dan drie jaar.

  • Medewerkers en stagiaires van instellingen die in contact kunnen komen met cliënten zijn ook in het bezit van een VOG (screeningsprofiel ‘Gezondheidszorg en Welzijn van mens en dier’ dan wel zijn relevante opvolger) welke niet eerder is afgegeven dan drie maanden voor het tijdstip waarop betrokkene voor de zorgaanbieder ging werken. De instelling verlangt van haar werknemers een nieuwe VOG op het moment dat redelijkerwijs het vermoeden bestaat dat daar aanleiding toe is.

  • De instelling zelf beschikt over een relevante VOG RP (rechtspersonen) die bij aanvang van de ondersteuning niet ouder is dan drie jaar.

  • De kosten van de VOG zijn niet voor rekening van de gemeente en kunnen niet worden betaald uit de pgb gelden.

  • 2.

    Een zzp of (medewerker van een) instelling is in het bezit van, en werkt volgens, een calamiteitenprotocol. In geval van een calamiteit dient de zzp of (medewerker van de) instelling dit, zo mogelijk, te melden aan de cliënt en in ieder geval aan de Wmo toezichthouder. De gemeente stelt dan een onderzoek in.

  • 3.

    Een zzp of instelling heeft, conform de Wet Verplichte Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, een meldprotocol huiselijk geweld en borgt kennis van de meldcode bij de medewerkers en stagiaires.

  • 4.

    Een zzp of instelling waarborgt in geval van dagbesteding dat de binnen- en buitenruimtes waar cliënten verblijven gedurende de verstrekking van de voorziening veilig, toegankelijk en passend, dat wil zeggen in overeenstemming met de aangeboden activiteiten, ingericht zijn.

  • 5.

    Een zzp of (medewerker van) een instelling die ondersteuning gaat leveren wordt niet onderzocht (lopend onderzoek) door de Gemeente Utrecht, politie, justitie of de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) voor zaken die van invloed zijn op de te bieden ondersteuning. Tevens mag er geen sprake zijn van een justitiële maatregel die van invloed kan zijn op de te bieden ondersteuning. Indien er sprake is van een lopend onderzoek dient toestemming voor het leveren van zorg te worden gevraagd bij de aanvraag voor het pgb.

  • 6.

    Een zzp of (medewerker van een) instelling doet de ‘kindcheck’, waarin wordt getoetst:

  • of er jeugdbeschermingsmaatregelen zijn

  • de gezagsverhoudingen binnen het gezin

  • of er jeugdigen mee komen en of er jeugdigen niet mee komen

  • de veiligheidssituatie van jeugdigen die niet meekomen

  • 7.

    Een zzp of (medewerker van) een instelling doet, conform de ‘meldcode’, melding bij Veilig Thuis indien de situatie van wel en/of niet meegekomen kinderen (vermoedelijk) onveilig is.

De voorziening wordt doeltreffend verstrekt

  • 1.

    Een zzp of (een medewerker van) een instelling verleent de ondersteuning op basis van een maatwerk-/ondersteuningsplan en bijbehorende pgb plan. Deze plannen zijn in overleg met de cliënt opgesteld. Het geeft planmatig aan welke activiteiten worden ingezet om de doelen te realiseren. Het moet aannemelijk zijn dat deze activiteiten uitgevoerd zullen worden en dat deze activiteiten adequaat zijn om de doelen te realiseren. Voor hulp bij huishouden mag het pgb plan met afsprakenoverzicht gebruikt worden als het ondersteuningsplan van de hulpverlener.

  • 2.

    Een zzp of (medewerker van een) instelling houdt een deugdelijke administratie bij waarbij in ieder geval inkomsten, uitgaven, verplichtingen, cliëntdossiers en verantwoording (waaronder registratie ondersteuning, agenda en planning betreffende medewerker) te herleiden zijn naar bron en bestemming.

  • 3.

    Een zzp of (medewerker van een) instelling dient in de directe omgeving van de cliënt de zorg te kunnen bieden. Dit moet tot uiting komen in het ondersteuningsplan van de hulpverlener. De fysieke standplaats van een professionele hulpverlener mag geen belemmering vormen voor een adequate hulpverlening aan de cliënt. Ook moet de professionele hulpverlener bij de zorgverlening aantoonbare en passende kennis hebben van lokaal beschikbare voorzieningen.

  • 4.

    Een zzp of (medewerker van) een instelling maakt afspraken met client over de bereikbaarheid.

  • 5.

    De zzp, het verantwoordelijke management en de medewerkers van de instelling die met de uitvoering van de opdracht belast zijn, beheersen de Nederlandse taal in woord en geschrift in voldoende mate voor zover relevant voor de uitvoering van de werkzaamheden.

  • 6.

    De zzp of (medewerker van een) instelling neemt bij het verlenen van de dienstverlening de eisen in acht die volgens de algemeen aanvaarde professionele standaard redelijkerwijs mogen worden gesteld. De professionals die bij een instelling in dienst zijn, zijn vakbekwaam en houden zich aan de voor hun geldende beroepscode.

  • 7.

    Als de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) of een vergelijkbaar orgaan een rapport heeft uitgebracht over een zzp of (medewerker van een) instelling in de laatste twaalf maanden voorafgaand aan de zorgverlening, dan stelt de zzp of (medewerker van) de instelling de cliënt (of diens pgb-vertegenwoordiger) èn de toezichthoudende ambtena(a)r(en) daarvan op de hoogte. Gedurende de periode van levering van de ondersteuning stelt de zzp of (medewerker van de) instelling de client (of diens pgb-vertegenwoordiger) èn de toezichthoudende ambtena(a)ren onverwijld in kennis van ieder dergelijk rapport dat nieuw wordt uitgebracht.

  • 8.

    De zzp of instelling draagt zorg voor scholingsbeleid dat garandeert dat de medewerkers of stagiaires op het benodigde professionele niveau kunnen blijven werken. Voor zzp geldt dat zij moeten kunnen aantonen dat zij voldoende tijd besteden aan deskundigheidsbevordering, coaching en/of intervisie om hun deskundigheid op het benodigde professionele niveau te houden. Deskundigheidsbevordering behoeft meer inzet naarmate de geleverde ondersteuning complexer is.

  • 9.

    Een zzp of (medewerker van een) instelling zorgt dat de inzet van vrijwilligers of stagiairs altijd plaatsvindt onder verantwoordelijkheid van een professional. De inzet van vrijwilligers of stagiairs dient altijd in redelijke verhouding te staan tot de professionele inzet.

  • 10.

    Een zzp of (medewerker van een) instelling dient over een aantoonbaar werkzaam kwaliteitssysteem te beschikken. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit een certificaat van de volgende keurmerken: ISO 9001, NEN-EN 15224, HKZ, Prezo of Kiwa (zzp en kleine ondernemers). Bij het ontbreken van een dergelijk certificaat moet op een andere manier aangetoond worden een werkend systeem te hebben voor het beheersen, bewaken, borgen en verbeteren van de kwaliteit van de ondersteuning.

  • 11.

    Alle eisen vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en alle aanvullende eisen die vanuit de gemeente worden gesteld aan een zzp of (medewerker van een) instelling gelden evenzeer voor onderaannemers als voor hoofdaannemers. Hoofdaannemers zijn volledig aansprakelijk voor de zorgverlening die zij in onder aanneming laten uitvoeren.

  • 12.

    Een zzp of (medewerker van) een instelling is bekend met en handelt conform de Nederlandse wet- en regelgeving, richtlijnen, verdragen en de geldende Verordening, Nadere regels en Beleidsregel maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht.

  • 13.

    Een zzp-er of (medewerker van) een instelling signaleert of de Wmo de meest passende voorziening is voor de client. Als er een voorliggende voorziening is dan de Wmo, verwijst de zzp-er of medewerker van een instelling cliënt hier .

De voorziening wordt cliëntgericht verstrekt

  • 1.

    Een zzp of (medewerker van een) instelling houdt rekening met de aard van de problematiek van de cliënt.

  • 2.

    Een zzp of (medewerker van een) instelling bejegent de cliënt te allen tijde passend en op respectvolle wijze.

  • 3.

    Een zzp of instelling beschikt over een eigen, door het bevoegd bestuur, vastgelegde klachtenregeling, die standaard bij aanvang van de ondersteuning aan de cliënt wordt verstrekt en te vinden is op de website van de zzp of instelling.

  • 4.

    Een zzp of (medewerker van een) instelling moet kunnen aantonen conform de AVG en aanverwante regelgeving om te gaan met privacy en de uitwisseling van (gevoelige) persoonsgegevens.

  • 5.

    Een zzp-er of (medewerker van een) instelling informeert de cliënt over de rechten, plichten en visie van de zorgaanbieder en het ondersteuningsaanbod.

Algemene eisen en uitsluitingsgronden

  • 1.

    Een zzp of instelling voldoet aan de wettelijke kwaliteitscriteria. Indien de kwaliteitscriteria zijn beoordeeld door het college en het college is van oordeel dat de zzp of instelling niet voldoet aan de kwaliteitstoets, worden gedurende 1 jaar (vanaf moment van constatering van niet voldoen) geen pgb’s toegekend waarbij de betreffende zzp of instelling partij is. Als na afloop van dat jaar de kwaliteit zodanig verbeterd is dat wel aan de eisen wordt voldaan, kan via een cliëntaanvraag de zzp of instelling weer worden voorgesteld en zal deze opnieuw aan de kwaliteitseisen getoetst worden.

  • 2.

    Een zzp of instelling dient volledige medewerking te verlenen aan toezicht en aangekondigd en onaangekondigd onderzoek door de gemeente (of daartoe aangewezen derden) op inhoudelijke kwaliteit en op presentie- en financiële administratie, waaronder in ieder geval begrepen: formele- en materiële onderzoeken, kwaliteitsonderzoeken, rechtmatigheid- en doelmatigheid onderzoeken, onderzoeken n.a.v. calamiteiten/geweldsincidenten, detailcontroles, fysieke controles op locatie en fraudeonderzoeken. De screening kan onder meer bestaan uit het laten overleggen van schriftelijke bewijsstukken die aantonen dat hij aan de geschiktheidseisen en/of kwaliteitseisen voldoet, waaronder een VOG; het doen van onderzoek in diverse bronnen; het vragen van een Bibob-advies bij het Landelijk Bureau Bibob.

  • 3.

    Een zzp of instelling kan van hulpverlening worden uitgesloten vanwege ondeskundige zorg, het handelen in strijd met relevante wetgeving of beleidsregels, misleiding en/of fraude en overtredingen op alle onder genoemde terreinen, in de afgelopen drie jaar voorafgaand aan de start van de zorgverlening:

    • a.

      Het niet betalen van belasting en/of sociale premies

    • b.

      Deelneming in een criminele organisatie

    • c.

      Activiteiten die in strijd zijn met de openbare orde

    • d.

      Witwassen

    • e.

      Kinderarbeid/mensenhandel

    • f.

      Schending van verplichtingen op gebied van milieu, sociaal- of arbeidsrecht

    • g.

      Fraude, valse verklaringen of vervalsing van mededinging

    • h.

      Verstrekken van onjuiste gegevens of het ten onrechte niet verstrekken van juiste gegevens

    • i.

      Faillissement

    • j.

      Overwegende belangen anders dan zorg voor de cliënt en financiering van geleverde zorg

    • k.

      Vroegtijdige beëindiging van een eerdere overeenkomst, schadevergoeding of sanctie.

    • l.

      Onrechtmatige beïnvloeding, of het doen van gift of belofte of het aanbieden van een dienst voor tegenprestaties buiten de zorgrelatie om.

    • m.

      Begaan van gedragingen in strijd met voor het beroep relevante wet- en regelgeving, tuchtregels, toezichtregels, gedragsregels of gedragscodes,

    • n.

      Handelen of nalaten waardoor de integriteit van werknemers of andere personen ernstig in gevaar wordt gebracht.

    • o.

      Alle andere delicten en gedragingen of omstandigheden die naar hun aard zijn aan te merken als ernstige fout in de uitoefening van het beroep.