Regeling vervallen per 03-02-2023

Uitvoeringsplan vergunningverlening, toezicht en handhaving 2022

Geldend van 01-01-2022 t/m 02-02-2023

Intitulé

Uitvoeringsplan vergunningverlening, toezicht en handhaving 2022

Versie : 1.0

Vastgesteld door het college op : 14 december 2021

Portefeuillehouder : wethouder W. Baartmans

Behandelend ambtenaar : C. Franken

Kenmerk : 2139195

1. Algemeen

1.1 Inleiding

Voor u ligt het Uitvoeringsplan Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) 2022 van de Gemeente Steenbergen. In het uitvoeringsplan leest u hoe de gemeente Steenbergen in 2022 uitvoering zal geven aan vergunningverlening en de diverse handhavingstaken. Met het uitvoeringsplan beoogt de gemeente een duidelijk beeld te schetsen van de voorgenomen activiteiten en van de doelen en prioriteiten die voor 2022 zijn vastgesteld.

Gelijktijdig met dit uitvoeringsplan is een nieuw VTH-beleidsplan 2022-205 ter vaststelling aan het college aangeboden. De vorige beleidsstukken zijn grondig geëvalueerd. Dit heeft geleid tot een bondig beleidsplan, waarin nieuwe doelstellingen zijn geformuleerd die bijdragen aan de missie en visie voor de komende vier jaar.

Het uitvoeringsplan heeft alleen betrekking op het omgevingsrecht en omgevingsvergunningen in relatie tot de APV. Vanaf 1 januari 2020 zijn de handhavingsvelden Leefbaarheid (kleine ergernissen en overlast) en Bijzondere onderwerpen (o.a. ondermijning en horeca) overgegaan naar het cluster Veiligheid, dat ondergebracht is bij het team Bestuur en Concernondersteuning.

Dit betekent dat de behandeling van de APV-gerelateerde klachten en meldingen en de aansturing van de boapoule (inclusief boapoule Drank- en Horecawet) vanuit het cluster Veiligheid plaatsvinden.

Het budget voor de OMWB is ten opzichte van 2021 gelijk gebleven (€ 552.000,-).

Alle activiteiten die de OMWB voor ons uitvoert in 2022, zijn opgenomen in het werkplan OMWB 2022, wat als bijlage II onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsplan VTH 2022.

De provincie Noord-Brabant ziet er met Interbestuurlijk Toezicht (IBT) op toe dat lokale overheden hun maatschappelijke taken goed uitvoeren. De provincie heeft in 2021 de VTH-documenten van Steenbergen beoordeeld met ‘voldoet’ en hier een 96% score aan toegekend.

Dit uitvoeringplan is vastgesteld door het college en bekendgemaakt middels toezending aan de gemeenteraad en aan de provincie Noord-Brabant. Tevens is het uitvoeringsplan gepubliceerd. Dit uitvoeringsplan loopt tot uiterlijk 1 februari 2023. Op 1 februari 2023 dient het Uitvoeringsplan VTH 2022 te zijn vastgesteld.

1.2 Doel van het uitvoeringsplan

Het VTH-beleidsplan werken wij jaarlijks voor 1 februari uit in een uitvoeringsprogramma voor zowel vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het werkprogramma voor de OMWB en de Veiligheidsregio (brandweer) maken hier als bijlage deel van uit. In het uitvoeringsprogramma beschrijven we de prioriteiten, doelen, activiteiten en methoden uit dit beleid op operationeel niveau. Het uitvoeringsprogramma is dan ook een concreet actieplan voor het betreffende jaar. Daarbij geven wij in het uitvoeringsprogramma aan hoe de (financiële en personele) middelen in het betreffende jaar worden ingezet.

1.3 Relevante ontwikkelingen

Zowel intern als extern spelen er verschillende ontwikkelingen die van invloed zijn geweest op het samenstellen van dit uitvoeringsplan. De ontwikkelingen spelen zowel op organisatorisch als op juridisch en maatschappelijk gebied. Hieronder zijn de belangrijkste ontwikkelingen kort beschreven.

Juridische ontwikkelingen

De Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen treden naar verwachting op 1 juli 2022 in werking. Deze twee wetten stellen de gemeente tot uitdagingen op het gebied van processen, een andere manier van werken en financiën. Te denken valt aan het voor een deel wegvallen van de bouwkundige toetsing, verschuiving werkzaamheden naar het voortraject en participatie. In het kader van het implementatietraject Omgevingswet vinden de voorbereidingen plaats om te kunnen werken onder de Omgevingswet. Zo zijn en worden diverse verordeningen aangepast, die gelijktijdig met de Omgevingswet in werking treden, zoals de verordening adviescommissie omgevingskwaliteit gemeente Steenbergen, de verordening participatie en de verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente Steenbergen.

Maatschappelijke ontwikkelingen

Door een reeks ingrijpende maatschappelijke ontwikkelingen zoals klimaatverandering en - adaptatie en de stikstofproblematiek worden de VTH-werkzaamheden complexer en daarmee wellicht ook belangrijker. Door deze ontwikkelingen en natuurlijk ook het Coronavirus staat de gemeente voor allerlei organisatorische en financiële vraagstukken. Dit heeft invloed op de manier van (samen)werken op het gebied van VTH. Wij zijn ons hiervan bewust en proberen hier met dit uitvoeringsprogramma op in te spelen.

2. Uitvoering

2.1 Inleiding

Er zal nooit capaciteit zijn om alle taken uitputtend uit te voeren. In het beleidsplan zijn daarom ook keuzes gemaakt in prioritering op basis van een risico-inschatting. De prioritering heeft gevolgen voor de diepgang van toetsing van een vergunningaanvraag en de mate van toezicht. In dit hoofdstuk wordt op basis van verwachte aanvragen, prioritering en kengetallen voor urenbesteding een inschatting gemaakt van de benodigde capaciteit.

De vth-activiteiten voor 2022 zijn in paragraaf 2.2 schematisch weergegeven. In hoofdstuk 3 leest u hoe de uitvoering, zoals in dit hoofdstuk wordt beschreven, onder andere qua personeelsformatie wordt geborgd.

2.2 Productenlijst / werkvoorraad 2.2.1 Vergunningen

Onderstaande tabel biedt inzicht in de prioriteit en verwachte hoeveelheid aanvragen/meldingen per activiteit. Deze corresponderen met de risico-inschatting uit het VTH-beleidsplan.

ACTIVITEITEN

PRIORITEIT

AANTAL

Omgevingsvergunning, activiteit bouwen

 
 

Bouwwerken geen gebouw zijnde

prioriteit 4

6

Bijbehorende bouwwerken, dakkapel, gevelwijziging

prioriteit 4

97

Woningen (grondgebonden, bijv. eengezinswoningen)

prioriteit 4

11

Woongebouwen, appartementen, kamerverhuur

prioriteit 2

4

Logiesgebouw, restaurant, café, horeca, bedrijf, kantoor, winkel

prioriteit 2

10

Maatschappelijke gebouwen, (kinder)dagverblijven, scholen, zorg, sport

prioriteit 2

6

Omgevingsvergunning, activiteit slopen

 
 

Omgevingsvergunning slopen

prioriteit 4

2

Omgevingsvergunning, activiteit wijzigen rijks- of gemeentelijk monument

 
 

Aanvraag omgevingsvergunning wijzigen rijks- of gemeentelijk monument

prioriteit 4

2

Omgevingsvergunning, activiteit werk- of werkzaamheden uitvoeren

 
 

Aanvraag omgevingsverguning, uitvoeren van een werk of werkzaamheden

prioriteit 4

3

Omgevingsvergunning, activiteit handelen in strijd met regels RO

 
 

Aanvraag omgevingsvergunning, handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening

prioriteit 4

20

Omgevingsvergunning, activiteit brandveilig gebruik

 
 

Aanvraag omgevingsvergunning brandveilig gebruik

prioriteit 2

3

Omgevingsvergunning in relatie tot APV

 
 

Aanvraag omgevingsvergunning aanleg in-/ uitrit

prioriteit 4

15

Aanvraag omgevingsvergunning vellen beschermde houtopstand

prioriteit 2

8

Meldingen

 
 

Melding slopen

prioriteit 4

26

Melding slopen met asbest

prioriteit 1

60

Melding particuliere sloop

prioriteit 4

80

Melding brandveilig gebruik

prioriteit 2

5

2.2.2 Toezicht en Handhaving

Onderstaande tabellen bieden inzicht in de prioriteit en verwachte aantal controles per activiteit. Deze corresponderen met de risico-inschatting uit het VTH-beleidsplan. De OMWB voert de milieuactiviteiten uit. Hiervoor wordt verwezen naar bijlage II.

ACTIVITEITEN

PRIORITEIT

CONTROLES

Omgevingsvergunning, activiteit bouwen

 
 

Bouwwerken geen gebouw zijnde

prioriteit 4

2

Bijbehorende bouwwerken, dakkapel, gevelwijziging

prioriteit 4

30

Woningen (grondgebonden, bijv. eengezinswoningen)

prioriteit 4

5

Woongebouwen, appartementen, kamerverhuur

prioriteit 2

4

Logiesgebouw, restaurant, café, horeca, bedrijf, kantoor, winkel

prioriteit 2

10

Maatschappelijke gebouwen, (kinder)dagverblijven, scholen, zorg, sport

prioriteit 2

6

Omgevingsvergunning, activiteit slopen

 
 

Omgevingsvergunning slopen

prioriteit 4

2

Omgevingsvergunning, activiteit wijzigen rijks- of gemeentelijk monument

 
 

Aanvraag omgevingsvergunning wijzigen rijks- of gemeentelijk monument

prioriteit 4

2

Omgevingsvergunning, activiteit werk- of werkzaamheden uitvoeren

 
 

Aanvraag omgevingsverguning, uitvoeren van een werk of werkzaamheden

prioriteit 4

1

Omgevingsvergunning, activiteit handelen in strijd met regels RO

 
 

Aanvraag omgevingsvergunning, handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening

prioriteit 4

5

Omgevingsvergunning, activiteit brandveilig gebruik

 
 

Aanvraag omgevingsvergunning brandveilig gebruik

prioriteit 2

3

Omgevingsvergunning in relatie tot APV

 
 

Aanvraag omgevingsvergunning aanleg in-/ uitrit

prioriteit 4

0

Aanvraag omgevingsvergunning vellen beschermde houtopstand

prioriteit 2

8

Meldingen

 
 

Melding slopen

prioriteit 4

5

Melding slopen met asbest

prioriteit 1

60 (omwb)

Melding particuliere sloop

prioriteit 4

20

Melding brandveilig gebruik

prioriteit 2

5

ACTIVITEITEN

PRIORITEIT

CONTROLES

Bouwen en/of gebruik zonder omgevingsvergunning

prioriteit 3

6

Slopen zonder omgevingsvergunning

prioriteit 1

1

Veranderen of slopen van een Rijks- of gemeentelijk monument zonder of in afwijking van omgevingsvergunning

prioriteit 2

1

Handelen zonder of in strijd met een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk of werkzaamheden

prioriteit 4

1

huisvesting arbeidsmigranten in strijd met bestemmingsplan

prioriteit 1

40

Strijdig gebruik bestemming: wonen waar niet toegestaan

prioriteit 2

6

Strijdig gebruik bestemming: bedrijfsmatige activiteiten waar niet toegestaan

prioriteit 2

1

Strijdig gebruik bestemming: overige activiteiten

prioriteit 4

10

Het splitsen van een woning zonder omgevingsvergunning

prioriteit 4

1

Slopen van een gebouw zonder voorafgaande melding

prioriteit 2

1

Slopen met asbest zonder melding

prioriteit 1

10

In gebruik hebben van een gebouw in strijd met de brandveiligheidseisen Bouwbesluit 2012

prioriteit 3

20

In gebruik hebben van een gebouw in strijd met overige eisen Bouwbesluit 2012

prioriteit 3

40

het in verval laten raken van beeldbepalende panden

prioriteit 2

54

welstandsexcessen

prioriteit 4

1

vergunningsvrij bouwen

prioriteit 3

96

Handelen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor kappen

prioriteit 2

2

Handelen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning aanleggen in-/uitrit

prioriteit 4

1

Klachten en meldingen

Prioriteit 1-4

24

Brandveiligheid

Het cluster VTH werkt samen met de Brandweer Midden- en West-Brabant aan het brandveilig gebruik van (zorg)instellingen. In overleg met de brandweer worden de controles uitgevoerd bij (zorg)instellingen, waar het niveau van zelfredzaamheid van de gebruikers laag is en waar de kans op brand en de frequentie van het gebruik een essentieel onderdeel is. Voor het basistakenpakket van de Brandweer Midden –en West-Brabant, zie bijlage I.

2.3 Uitvoeringsdoelstellingen

De doelstellingen die in dit uitvoeringsplan worden beschreven, zijn opgesteld op basis van de beleidsdoelstellingen die volgen uit het Beleidsplan VTH 2022-2025. Hierin heeft het college gemotiveerd aangegeven welke doelen en prioriteiten het zichzelf stelt bij de VTH-taken en welke activiteiten het daartoe zal uitvoeren.

Doelstellingen

Naast de primaire doelstelling, het bevorderen van naleving van wet- en regelgeving om een veilige, gezonde en schone fysieke leefomgeving te bereiken, hebben wij nog 8 doelstellingen voor de komende beleidsperiode opgesteld. Deze 8 doelstellingen geven invulling aan onze missie en visie. Om deze doelstellingen SMART (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden) te maken, is bij iedere doelstelling aangegeven wat wij daarvoor gaan doen.

 

Doelstelling

Wat gaan wij daarvoor doen?

1.

Het VTH-beleidsplan vormt de basis voor besluitvorming.

  • -

    De diepgang van toetsing van aanvragen sluit aan bij de prioriteit

2.

Het VTH-beleidsplan vormt de basis voor professionele vergunningverlening, toezicht en handhaving.

  • -

    VTH-medewerkers passen VTH-strategieën correct toe

  • -

    Er wordt voldaan aan de VTH-kwaliteitscriteria

3.

Het verkleinen van de kloof tussen beleid en uitvoering.

  • -

    Vergunningverleners en toezichthouders:

    • -

      Betrekken bij opstellen beleid

    • -

      dragen het beleid zowel intern als extern uit

4.

Klachten en meldingen over Wabo-overtredingen worden naar prioriteit afgehandeld. De risicoanalyse bepaalt de prioriteit.

  • -

    Klachten en meldingen prioriteren

  • -

    Afhandeling op basis van prioriteit

  • -

    Capaciteit en middelen inzichtelijk maken

5.

Innovatie, maatwerk en dienstverlening vormen de kern van vergunningverlening, toezicht en handhaving.

  • -

    In gesprek gaan met overtreder, informele aanpak gaat voor procedurele aanpak

  • -

    Aanpak gericht op vermindering overlastmeldingen

  • -

    meedenken in oplossingen

  • -

    klant staat centraal. Ja, mits houding

  • -

    snelle vergunningverlening, geen vergunningen van rechtswege verleend

6.

Er is sprake van een goede afstemming tussen vergunningverlening en toezicht/handhaving waarbij de scheiding tussen vergunningverlening en toezicht/handhaving gewaarborgd is.

  • -

    Regelmatig VTH-overleg

  • -

    Gebiedsgericht werken met afstemming V, T en H

7.

Versterken integrale samenwerking.

  • -

    Tijdig betrekken interne en externe partners

  • -

    Integrale controles

8.

Borgen van afspraken en processen, zowel intern als extern.

  • -

    Opstellen procesbeschrijvingen

  • -

    Volledigheid dossiers

  • -

    VTH-applicatie

3. Borging uitvoering

3.1 Inleiding

In dit hoofdstuk leest u hoe de uitvoering, zoals in het vorige hoofdstuk is beschreven, wordt geborgd.

3.2 VTH-organisatie 3.2.1 Kennis, kunde en capaciteit

  • de betreffende eisen op het gebied van minimale kennis, kunde en capaciteit zijn vastgelegd in de Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente Steenbergen en deze eisen zijn gebaseerd op de kwaliteitscriteria 2.2.

  • er is geborgd dat er voldaan wordt aan deze eisen

Om de objectiviteit van de werkzaamheden te borgen, is er binnen de rolverdeling tussen Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) een scheiding aangebracht tussen vergunningverlening, toezicht en handhaving. De vergunningverleners zijn niet betrokken bij het toezicht op vergunningen waarvan zij de voorschriften hebben opgesteld. Hiervoor zijn toezichthouders Leefomgeving aangesteld die zich bezighouden met het toezicht op verleende Omgevingsvergunningen, meldingen en toestemmingen. In voorkomende gevallen treden de vergunningverleners bij opleveringscontroles wel op als adviseur van de toezichthouder. De toezichthouders blijven echter als procesverantwoordelijke eindverantwoordelijk voor de oplevering.

Wanneer er sprake is van het overgaan tot het opleggen van een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang wordt het dossier van de toezichthouder overgedragen aan de juristen van handhaving en vanaf dat moment neemt de toezichthouder de rol van adviseur in.

3.2.2 Personeelsformatie

In deze paragraaf leest u hoe de personeelsformatie binnen het cluster VTH is opgebouwd en welke persoon/personen (op functieniveau), welke taak/activiteit uit het uitvoeringsplan uitvoert/uitvoeren. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat 1fte gelijk staat aan 1450 productieve uren. Voor wat betreft milieuwerkzaamheden voert de OMWB in 2022 het toezichtprogramma c.q. werkprogramma uit (zie bijlage II).

Vergunningen

Capaciteit vergunningverleners werkzaam voor het cluster VTH in 2022 (2.25 fte – 3261 uur) WABO vergunningen

Wabo vergunningverleners

Er zijn twee vaste Wabo vergunningverleners beide 1 FTE die zich bezig houden met de Wabo vergunningverlening.

- Flexibele schil (inhuur)

Er is een flexibele schil die kan worden aangewend (inhuur) die wordt ingezet voor het deel van de aanvragen die niet door de eigen, vaste formatie, kan worden afgehandeld. Voor het eerste half jaar van 2022 (1 jan. – 1 juli 2022) wordt de flexibele schil benut. Dit is tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Toezicht en Handhaving

Capaciteit toezichthouders werkzaam voor het cluster VTH in 2022 (1,5 fte – 2255 uur)

- Toezichthouders Leefomgeving

Er is één vaste toezichthouder voor 0,88 fte en één toezichthouder wordt ingehuurd voor 0,66 fte.

Capaciteit handhavingsjuristen binnen team WWB in 2022 (0,7 fte – 1015 uur)

- Beleidsmedewerker VTH

De beleidsmedewerker VTH houdt zich nog voor 0,2 fte bezig met de juridische afhandeling van handhavingszaken.

- Juridisch medewerker Handhaving

Er is 0,5 fte beschikbaar voor een juridisch medewerker Handhaving. Deze houdt zich bezig met de juridische afhandeling van handhavingszaken.

3.2.3 Vastgelegde werkwijzen

In het vorige hoofdstuk heeft u kunnen lezen welke activiteiten er voor het jaar 2022 op de agenda staan. In de vorige paragraaf is de personeelsformatie voor het jaar 2022 beschreven. Als u de activiteiten koppelt aan de personeelsformatie, ziet u dat er in beginsel voldoende personeelsbezetting is om de beschreven activiteiten uit te kunnen voeren. Dit overzicht geeft echter nog niet concreet aan wie welke activiteit in 2022 op zich neemt. Dit vindt u terug in de beleidsagenda 2022. De voortgang van de afspraken, zoals gemaakt in het teamplan, worden bewaakt door middel van de gesprekkencyclus. Per medewerker vindt er jaarlijks een evaluatie-/beoordelingsgesprek plaats. Tussentijds vinden individuele gesprekken tussen medewerker en teamleider plaats.

Per planmatige actie wordt er een draaiboek opgesteld, zodat de werkafspraken vastliggen en er een zoveel mogelijk uniforme werkwijze ontstaat. Voorbeelden van planmatige acties zijn bijvoorbeeld de oud- en nieuw periode (de laatste twee weken van december) en de controles op brandveiligheid binnen de horeca.

Naast de sturing op operationeel niveau, vindt er gedurende het jaar ook sturing en afstemming plaats op strategisch niveau. De teamleider heeft wekelijks overleg met de betrokken portefeuillehouders. De omgevingsregisseur VTH heeft structureel (tweewekelijk) overleg met de portefeuillehouder.

Voor alle primaire processen rondom VTH zijn samen met de medewerkers werkbeschrijvingen opgesteld. Deze werkbeschrijvingen zijn bekend bij alle medewerkers. Nieuwe medewerkers worden ook bekend gemaakt met de werkbeschrijvingen. De actualiteit, opvolging en effectiviteit van alle werkwijzen worden gemonitord middels de interne audits door de omgevingsregisseur en waar nodig aangepast.

3.2.4 Klachten en Meldingen

De klachten en meldingen worden geregistreerd in het geautomatiseerde systeem Melddesk. De toezichthouders Leefomgeving behandelen klachten en meldingen die voor het cluster VTH binnenkomen. Als meldingen door meerdere instanties integraal moeten worden behandeld, zorgt een toezichthouder Leefomgeving voor de coördinatie.

3.3 Beleid- en begrotingscyclus

De gemeente kent een jaarlijkse beleid- en begrotingscyclus, waarvoor het collegeprogramma en de teamplannen leidend zijn. Jaarlijks wordt aan de raad, ten behoeve van de begrotingsbehandeling, een voorstel gebracht, gebaseerd op het collegeprogramma en de teamplannen. Met het vaststellen van de begroting worden de middelen voor de uitvoering van de activiteiten en taken die vermeld staan in dit uitvoeringsprogramma gewaarborgd. Gedurende het jaar wordt de raad gerapporteerd over de voortgang van de uitvoering van de doelen en daarmee gepaard gaande middelen van zowel het eigen uitvoeringsprogramma, als van dat van de OMWB. De OMWB levert hiervoor een tussenrapportage aan, op basis waarvan beoordeeld kan worden of de gestelde doelen bereikt worden. Financiële en personele middelen worden zo nodig aangevuld.

Tot slot rapporteert het college jaarlijks, middels het evaluatieverslag, over de in het VTH-beleidsplan en uitvoeringsprogramma gestelde doelen. Ook het uitvoeringsprogramma wordt openbaar gemaakt (via de openbare besluitenlijst van het college). Alle VTH-documenten worden ter kennisname aangeboden aan de gemeenteraad en de Provincie.

3.4 Borging beschikbaarheid samenwerkingspartners

Een juiste afstemming met interne en externe partners is essentieel om het VTH-beleidsplan goed uit te kunnen voeren. Om die reden is er ook voor de totstandkoming van dit uitvoeringsprogramma afstemming gezocht met diverse partners. Bij afstemming met externe partners kunt u denken aan de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) en de Veiligheidsregio (brandweer).

Voor 2022 zijn in ieder geval de volgende specifieke afspraken gemaakt:

  • -

    - Er vindt wekelijks een VTH-overleg plaats;

  • -

    er vindt wekelijks overleg met de bestuurders plaats;

  • -

    Met de OMWB vinden verschillende structurele overleggen plaats.

  • -

    Met de brandweer zijn voor 2022 ook afspraken gemaakt voor de controles op de zorginstellingen;

  • -

    Voorzover van toepassing worden projecten ter beoordeling voorgelegd aan de Commissie ruimtelijke Kwaliteit. Deze commissie adviseert het college van burgemeester en wethouders of bouwplannen voldoen aan redelijke eisen van welstand;

  • -

    Afhankelijk van de impact van het ontwerp adviseert de Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE) over het behoud van het cultureel erfgoed;

  • -

    Bij ruimtelijke afwegingen die vallen onder de uitgebreide procedure dient afstemming gezocht te worden met de Provincie Noord-Brabant;

  • -

    Bij ruimtelijke afwegingen die vallen onder de uitgebreide procedure en die van invloed zijn op het oppervlaktewater of de wijze hoe omgegaan wordt met de afvoer naar het oppervlaktewater dient afstemming gezocht te worden met het Waterschap Brabantse Delta.

Van de hierboven genoemde overleggen wordt op hoofdlijnen een verslag gemaakt. Naar aanleiding van de afspraken gemaakt in deze overleggen, kan bijstelling van het uitvoeringsprogramma noodzakelijk zijn. Als dit in 2022 mocht spelen zal er een nieuwe versie van het uitvoeringsprogramma worden vastgesteld. Dit wordt inzichtelijk gemaakt door de versie aan te geven op het voorblad van het uitvoeringsprogramma.

3.5 Bereikbaarheid buiten kantooruren

De gemeente Steenbergen kent een crisisorganisatie. De crisisorganisatie wordt door de medewerker van Veiligheid georganiseerd. Deze medewerker draait ook AOV-piket en OvD-bz-piket. (AOV = Ambtenaar Openbare Veiligheid en OvD-bz = Officier van Dienst bevolkingszorg). Een aantal medewerkers draait piketdiensten om telefonisch bereikbaar te zijn voor meldingen vanuit dit AOV-piket.

Calamiteiten of spoedmeldingen dienen telefonisch te worden gemeld. Het algemene nummer van de gemeente is buiten kantoortijden doorgeschakeld naar de dienstdoende opzichter van de Buitendienst. Afhankelijk van het soort melding schakelt de dienstdoende opzichter de juiste personen in.

Milieuklachten kunnen buiten kantooruren worden gemeld bij de klachtenlijn van de OMWB.

Ondertekening

Bijlage I Basistakenpakket Brandweer MWB 22

Basistaken

Naast onze reguliere taken op het gebied van Incidentbestrijding en Crisisbeheersing voeren wij onze basistaken uit op het gebied van Risicobeheersing.

Een substantieel van die basistaken bestaat uit het beoordelen van de Veilige Omgeving (Externe Veiligheid), Veilige Industrie, Veilig Bouwen, Brandveilig gebruik van bouwwerken en de Veiligheid van Evenementen. Dit gaat om zowel het toetsen en beoordelen van aanvragen en meldingen als ook het uitvoeren van toezicht. (hiervoor wordt verwezen naar het “Basistakenpakket Brandweerzorg Risicobeheersing 2.0”). Dit doen wij in de rol van adviseur en/of verlengd toezichthouder van de gemeenten. In het kader hiervan bereiden wij ons tevens voor op de komst van de Omgevingswet per 1-7-2022 met andere instrumenten en een andere, meer dynamische en proactieve rol voor de Veiligheidsregio c.q. de Brandweer.

Een steeds ruimer deel van onze capaciteit richten wij in voor een meer integrale en risicogerichte benadering van veiligheid. We richten ons daarbij op de kwetsbare groepen in de samenleving. Bijvoorbeeld de groepen die vaker het slachtoffer worden bij brand of waarvan bekend is dat de (brand)veiligheid onvoldoende geregeld en geborgd is.

In 2022 zullen we ook in de gemeente Steenbergen naast een efficiencyslag maken op onze reguliere taken en de daarbij vrijgekomen capaciteit zo optimaal mogelijk benutten om verdere invulling te geven aan de ambities uit het meerjarenbeleidsplan van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (VRMWB)

De meest belangrijk activiteiten zijn:

In contact met de Zorg

In vervolg op vorig jaar hebben wij als doel dat wij met 95% van de zorginstellingen binnen Midden- en West-Brabant persoonlijk contact hebben over brandveiligheid. We richten ons momenteel op zorginstellingen met locaties die een doormelding hebben via het OMS.

Bij 80% van de zorglocaties is er een moment waarop we ook daadwerkelijk op de locatie een brandveiligheidsactiviteit zullen hebben.

Tijdens deze contactmomenten onderhouden we de relatie tussen brandweer en de zorg. Over deze lijn bespreken we zeven thema’s:

  • 1.

    Inspectiecertificering brandmeld- en ontruimingsalarmsystemen

  • 2.

    Interne Organisatie

  • 3.

    Verificatie brandalarmen door interne organisatie

  • 4.

    Risicoanalyse brandbare gevels

  • 5.

    Geen nood bij brand

  • 6.

    Scenariotrainingen

  • 7.

    Risico Analyse Monitor brandscenario

*Dit is een regio breed traject. In Steenbergen gaat het om ongeveer 5 zorginstellingen en over ongeveer 11 locaties.

We lichten deze thema’s toe en laten ons informeren over de stand van zaken van deze thema’s en over de trajecten die lopen of nog gelopen moeten worden om op onderdelen tot verbeteringen van brandveiligheid te komen. Hierbij gaat het om een risicogerichte aanpak van brandveiligheid waarbij de van belang zijnde regels mee worden genomen in de afwegingen.

Betrouwbare branddoormelding en passende brandweerzorg

Rond de 26 objecten in de gemeente Steenbergen melden hun brandalarmen rechtstreeks door naar de brandweer. Voor de meeste objecten is dit een wettelijke verplichting vanuit regelgeving, gelijkwaardigheid of omdat het een risicovol bedrijf betreft.

Omdat er nog steeds te veel ongewenste brandmeldingen (meer dan 95% ongewenst, in minder dan 1% van de gevallen ook daadwerkelijk brandweer nodig) zijn die vervolgens leiden tot het onnodig uitrukken van de brandweer, krijgt deze doelgroep ook in 2022 speciale aandacht. Onze inspanningen zijn er op gericht om een brandalarm pas in ontvangst te nemen als deze technisch en/of organisatorisch geverifieerd en bij voorkeur kan worden bevestigd als daadwerkelijk brand.

Dit alles vindt plaats binnen de kaders van het landelijke project ‘Passende Brandweerzorg’. Zo is er onder meer landelijk besloten om het transmissiesysteem voor brandmeldingen aan vrije aanbieders in de markt over te laten en ook meldingen te ontvangen via IP.

Ook is besloten om in het verlengde hiervan het brandweersleutelsysteem uit te faseren. In MWB betekent dat bedrijven en instellingen de toegankelijkheid van hun gebouwen en terreinen moeten regelen zonder het brandweersleutelsysteem.

Wij adviseren in 2022 bedrijven en instellingen bij deze overgang.

Specifieke kwetsbare doelgroepen.

In 2022 richten wij ons steeds meer op kwetsbare doelgroepen in de samenleving. Het gaat dan onder meer om de thuissituatie van dementerende of verminderd zelfredzame ouderen, verwarde personen, verslaafden, sociaal zwakkeren (en met name kinderen), nieuwkomers (statushouders) en arbeidsmigranten.

Wij doen dit op een risicogerichte manier. Daarbij ligt beduidend minder de nadruk op het toezicht houden op naleving van regelgeving voor brandveiligheidsvoorzieningen, maar meer en vooral op een integrale risicogerichte benadering van risico’s en het met betrokkenen samenwerken aan bewustwording, goede handelingsperspectief en het stimuleren van redzaamheid en veilig gedrag.

Van Brandweer op School naar de Risk Factory

In 2022 opent de Risk Factory. Wij hopen dat veel leerlingen van basisscholen in de gemeente Steenbergen een bezoek brengen aan dit belevingscentrum voor veiligheid.

Basisscholen die in 2022 nog geen bezoek kunnen brengen aan de Risk Factory krijgen vanuit de brandweer ondersteuning aangeboden voor het gebruiken van het lespakket Brandweer op School.

Samenwerking met woningcorporaties

Woningcorporaties voeren al enige jaren een brandveiligheidsbeleid. Vanuit dit beleid wordt de bestaande woningvoorraad gecheckt op brandveiligheid, en worden verbetertrajecten opgestart om de brandveiligheid te vergroten. Het onderzoek naar de brandveiligheid van gevels van woongebouwen in Steenbergen is afgerond. In 2022 dienen woningcorporaties actie te ondernemen om al hun woningen te hebben voorzien van de wettelijke verplichte rookmelders (voor juli 2022). Wij stimuleren woningeigenaren en VvE’s met publiekscampagnes en contactbezoeken.

In deze contactbezoeken wordt gezamenlijk met eigenaren en bewoners de risico’s in de woonomgeving geïnventariseerd, en geanalyseerd en zo nodig verbeterplannen gemaakt. Naast de basis bouwkundige en installatietechnische brandveiligheidsvoorzieningen gaat het dan ook om de aanwezigheid van rookmelders, het veilig laden van elektrische voertuigen in stallingsgarages van woongebouwen, het veilig stallen en laden van scootmobielen en elektrische fietsen, en het brandveilig wonen in algemene zin (brandveilig gedrag en zelf- en/of samenredzaamheid bij brand).

Samenwerking met GGD

Samen met de GGD gaan we in 2022 een beter beeld vormen van de brandveiligheidsrisico’s van zogenoemde ‘hoarders’ (personen met een extreme verzamelwoede). In gezamenlijkheid worden interventie strategieën bedacht en uitgevoerd om de veiligheidsrisico’s voor deze bewoners en hun omgeving te beperken.

Veilige en gezonde wijk

In 2022 bepalen we, op basis van aanwezige risico’s, samen met gemeenten een aantal wijken/gebieden of objecten waar we maatregelen nemen om het risicobewustzijn te verhogen. De veiligheidsmonitor speelt een belangrijke rol bij het maken van keuzes en het operationaliseren van de aanpak. Wij streven daarbij naar een geïntegreerde aanpak.

Brabant Veilig Week 2022

Onderdeel van het programma Redzame Samenleving is de Brabant Veilig Week in oktober 2022. 50% van de gemeenten in MWB is aangehaakt en levert capaciteit en middelen. De inhoud ervan wil VRMWB graag in samenspraak met haar gemeenten doen. Hiertoe wordt begin 2022 een uitvraag gedaan.

Energietransitie

Om onze klanten en partners actief en juist te adviseren volgen we actief de ontwikkelingen die spelen op het gebied van energietransitie en leren we van incidenten (wereldwijd). De risico’s die zonnepanelen, elektrische auto’s, buurtaccu’s, waterstoftanks e.d. met zich meebrengen leiden tot incidenten waar we met zijn allen nog weinig ervaring mee hebben.

Burgerhulpverlening

Burgers in Steenbergen kunnen een waardevolle bijdragen leveren aan hulpverlening, complementair aan de inzet van professionele hulpverleners. Bijvoorbeeld bij het ontruimen van een zorginstelling bij een calamiteit en/of de opvang van gedupeerden na een calamiteit.

Specifieke thema’s

Naast lokale risico’s richten we ons op de (boven)regionale risico’s:

  • -

    Uitbraak infectieziekte;

  • -

    Verstoring vitale infrastructuur (o.a. cyber);

  • -

    Extreem weer (o.a. klimaatadaptatie);

Voor deze risico’s organiseren we thematafels

Bijlage II Werkprogramma OMWB 2022 (apart bestand)

OMWB WERKPROGRAMMA 2022 gemeente Steenbergen november 2021OMWB WERKPROGRAMMA 2022 gemeente Steenbergen november 20211.

1. Inleiding

Voor u ligt het werkprogramma (WP) 2022 van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) voor uw gemeente. Het jaar 2022 is een bijzonder jaar, aangezien we samen op weg gaan naar de invoering van de Omgevingswet per 1 juli 2022. Het is nog niet duidelijk hoe de nieuwe wet exact aangrijpt op alle producten en diensten in ons werkprogramma. De afgelopen periode hebben wij samen met de ambtelijke vertegenwoordiger(s) van uw gemeente gewerkt aan het opstellen van een werkprogramma voor 2022. In de basis bestaat het WP 2022 uit dezelfde producten en diensten als het WP 2021. In hoofdstuk 2 beschrijven we thema’s en activiteiten die specifiek zijn voor het WP 2022. In hoofdstuk 3 vindt u de financiën van het WP 2022 verdeeld over programma 1,2 en 3.

2. Uitwerking thema’s en activiteiten 2022 2.1

Omgevingswet 2.1.1 Inhoudelijke ontwikkelingen Na het uitstel van de invoering van de Omgevingswet in 2020 is de nieuwe datum van inwerkingtreding 1 juli 2022. De Omgevingswet bundelt 26 wetten die regels bevatten die de fysieke leefomgeving raken, zoals milieu-, bouw- en waterwetgeving. De Omgevingswet omvat ook nieuwe thema’s, zoals gezondheid en veiligheid. Belangrijke doelstelling van de wet is het omgevingsbeleid en de ambities van de gemeenten af te stemmen op de behoeften en doelstellingen van inwoners en bedrijven.

Enkele veranderingen zijn bijvoorbeeld een beslistermijn die wordt teruggebracht naar 8 weken en van het begrip ‘inrichting’ naar ‘milieubelastende activiteit’. Maar ook de wijze waarop we in houding en gedrag initiatiefnemers benaderen. In de samenwerking met gemeenten, provincie en ketenpartners vraagt dit een goede afstemming. Onderdelen daarvan zijn eenduidige afspraken en een helder beeld over het samenspel tussen OMWB en deelnemer en daarmee de inrichting van bijvoorbeeld het vooroverleg en de omgevingsdialoog. Om de digitale samenwerking te bevorderen wordt het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO) door het Rijk ontwikkeld. Het DSO bundelt en ontsluit informatie die bij de diverse (keten)partners aanwezig is. Zowel omgevingsdiensten als haar deelnemers moeten tijdig zorgen dat hun systemen aansluiten bij het landelijke DSO.

Met het opstellen van het Werkprogramma 2022 zou rekening moeten worden gehouden met de komst van de Omgevingswet. De Omgevingswet zorgt voor een aantal veranderingen voor zowel gemeenten, OMWB als de andere ketenpartners. De impact (soort product, aantal producten en kengetal) is echter op dit moment nog niet te maken, door de simpele reden dat we nog geen ervaring hebben met deze wet en nog geen data hebben opgebouwd en we uiteindelijk nog niet weten wat ons te wachten staat aan ontwikkelingen op zeer korte termijn. Toch is het, uit het oogpunt van het creëren van de juiste verwachtingen, noodzakelijk dat in het werkprogramma 2022 rekening wordt gehouden met de Omgevingswet. Daarnaast volgt op korte termijn ook een notitie welke is bedoeld om u inzicht te geven in de verandering en geeft tevens een advies hoe dit in het toekomstig werkprogramma 2023 kan worden opgenomen. Waarom toekomstig, wij gaan voor werkprogramma 2022 uit van een bijstelling op basis van voorgaande jaren met een indexatie. In de hiervoor genoemde notitie geven we aan wat tot nu toe de verwachtingen zijn ten aanzien van de Omgevingswet. We zijn ons ervan bewust dat we komend jaar 2022 veelal nog zaken zullen afhandelen onder het oude recht. Wij vragen gemeenten om in hun begroting ruimte te houden voor ontwikkelingen aangaande de omgevingswet. Bij invoering op 1 juli 2022 zullen we eind 2022 meer inzicht hebben in de impact van de omgevingswet op onze werkzaamheden en zullen wij beter instaat zijn een goed werkprogramma te maken.

Procesafspraak:

1-2 maanden voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet maakt de OMWB met u hernieuwde afspraken met betrekking tot de verder invulling van werkzaamheden voor het resterende jaar (2022).

2.1.2 Wat betekent dit voor het WP 2022?

De OMWB is volop bezig om zich voor te bereiden op de Omgevingswet. Tijdens deze voorbereiding zien we dat er niet voor alle taakvelden een beleid neutrale overgang mogelijk is. Willen we het werkprogramma in de toekomst “omgevingswet proof” maken zullen we samen met de eigenaren (en ketenpartners) de activiteiten onder de Omgevingswet moeten gaan afstemmen. Op dit moment ontbreekt daarvoor de noodzakelijke data en ervaring met de Omgevingswet en hierdoor zal het waarschijnlijk pas over een aantal jaren mogelijk zijn een volledig programma te schrijven waarin alle Omgevingswet-aspecten volledig zijn doorgevoerd. We gaan er dus noodgedwongen van uit dat er sprake zal zijn van een overgangsperiode. Het is van groot belang dat we gedurende deze overgangsperiode in gezamenlijkheid werken aan de toekomst en een set van afspraken maken hoe we deze overgangsperiode zo effectief en efficiënt mogelijk gebruiken. Deze set met afspraken willen we komende maanden voor de deelnemers gaan maken.

Afstemming tussen de verschillende (keten) partners is noodzakelijk om de veranderende werkprocessen goed op elkaar te laten aansluiten en het werk tijdig en juist te kunnen uitvoeren. In de post advies beleid leefomgeving is hiervoor een bedrag van € 10.000 opgenomen. Deze post is nodig om ervoor te zorgen dat de noodzakelijke afstemming tussen de OMWB met uw gemeente tijdig, gestructureerd en goed verloopt.

De OMWB voert de volgende activiteiten uit voor dit bedrag:

nr.

Onderwerp

Bedrag

1

Inregelen en testen DSO (incl. instellen behandeldienst en samenwerkingsfunctionaliteit)

€1.500

2

Inregelen van de VTHA-processen met uw gemeente

€1.500

3

Inregelen rol, taken bevoegdheden van de OMWB bij intaketafel en Omgevingstafel

€1.500

4

Testen van onderdeel 2 en 3 door middel van het behandelen van een test casus

€4.000

5

Monitoren van de voortgang en eventuele aanpassingen van de onderdelen 1 t/m 4 en periodiek (1x per 2 maanden) bespreken

€1.500

 
 
 
 

Totaal

€10.000

Optioneel: Naast deze min of meer noodzakelijke onderwerpen zou de OMWB graag met u en de programmamanager in gesprek treden over het leveren van een “milieu” bijdrage door de OMWB bij het vormen/opstellen van omgevingsinstrumenten, zoals de Omgevingsvisie, Omgevingsplan en Omgevingsprogramma. Ook kan de OMWB een bijdrage leveren aan het screenen van de Bruidsschat (specifiek) voor uw gemeenten. Het uitwerken van de bruidsschat kan op gemeentelijk niveau worden uitgevoerd om zo gemeente specifieke regels op te stellen. Sommige onderwerpen uit de bruidsschat lenen zich ook voor een gezamenlijke gemeenten overstijgende aanpak. Hierdoor ontstaat er een efficiency voordeel bij het uitwerken van de Bruidsschat maar bij het toepassen en controleren van die regels voor de OWMB. Om hiervoor een passende aanbieding te maken zal de OMWB de behoeftes ophalen bij alle gemeenten in haar regio en bekijken of een gezamenlijke aanpak voor sommige onderwerpen effectief en efficiënt kan zijn. Omdat dit “aanpassingen” zijn die voor de gemeenten deel uit maken van het implementatieplan van de Omgevingswet (op termijn) zal hiervoor per gemeente een separate aanbieding worden gedaan.

De gemeente Steenbergen heeft voor de post beleid en leefomgeving € 15.000 opgenomen, zodat er nog vrije ruimte is om andere werkzaamheden voor u uit te voeren.

2.2 Overdracht bodem taken

2.2.1 Inhoudelijke ontwikkelingen

Met de verwachte inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 juli 2022 verschuift het bevoegd gezag voor bodem en ondergrond voor een groot deel van provincie naar gemeenten. Gemeenten zijn dan primair beheerder van de bodemkwaliteit voor hun grondgebied. Door deze overdracht komen alle basistaken voor de bodem(sanering) bij de gemeenten te liggen. Daarentegen gaan er vanuit de huidige bevoegd gezag gemeenten, in de OMWB-regio de gemeenten Tilburg en Breda, ook taken over van gemeente naar de provincie. Het betreft de verantwoordelijkheid voor de grondwaterkwaliteit. Hierbij blijven de provincie en de gemeenten Tilburg en Breda verantwoordelijk voor de locaties die onder het overgangsrecht vallen. Dit zijn onder meer spoedlocaties en lopende saneringen.

Het landelijke beleid voor bodembeheer blijft op hoofdlijnen hetzelfde. Het Rijk stelt afhankelijk van het bodemgebruik omgevingswaarden vast. Binnen deze waarden krijgen gemeenten wel bestuurlijke afwegingsruimte of bijvoorbeeld nog sanering nodig is afhankelijk van het bodemgebruik, of wanneer een bodemonderzoek vereist is bij bouwen en bestemmen. De vertaling van deze afwegingsruimte dient in het Omgevingsplan plaats te vinden.

Samen met de provincie, de ODZOB en de ODBN heeft de OMWB in oktober 2021 een transitiedocument opgesteld over de overdracht van de bodemtaken (Brabant brede projectgroep transitie bodemtaken naar Omgevingswet). In dit document worden de procesmatige en financiële gevolgen onderverdeeld naar basis- en verzoektaken die per regio en gemeente inzichtelijk worden gemaakt. Implementatie van het transitiedocument vindt in 2021 en begin 2022 plaats, zodat elke dienst (en gemeente) gereed is voor de nieuwe taakuitvoering per 1 juli 2022. De hoogte van de bijdrage voor gemeenten en de financieringsvorm zijn op dit moment nog niet bekend.

Daarom vragen wij uw aandacht voor de benodigde financiën voor het uitvoeren van de nieuwe bodemtaken. Om enige houvast te kunnen geven is in paragraaf 2.2.2 een inschatting (ordegrootte) gegeven van de benodigde financiën per gemeente. Deze schatting is in september 2021 toegelicht in een AO Themabijeenkomst. Bij de schatting van het benodigde budget voor de nieuwe bodemtaken is uitgegaan van:

  • -

    het aantal meldingen voor vergelijkbare bodemtaken dat de afgelopen 4 jaar per gemeente, in opdracht van de provincie, is afgehandeld;

  • -

    het ‘Verantwoord uitvoeringsniveau’ van afhandeling en toezicht van de nieuwe bodemtaken, zoals uitgewerkt door de Brabant brede projectgroep;

  • -

    een percentage van 20% van het toezichtsbudget voor de inzet van repressieve handhaving;

  • -

    Voorafgaand aan de definitieve schatting van de ureninzet per gemeente zal met de gemeenten worden bekeken of nieuwe grote bodem gerelateerde ontwikkelingen in de gemeente plaats zullen gaan vinden of de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden, die aanleiding geven de geschatte uren inzet naar boven of beneden bij te stellen. Deze werkwijze hanteert de OMWB al een aantal jaar bij het Besluit bodemkwaliteit. De definitieve schatting zal als voorstel aan de gemeente worden voorgelegd voor het werkprogramma van het komende jaar.

De afhandeling van en toezicht op door gemeente nog te stellen maatwerkregels in Omgevingsplan zijn (nog) geen onderdeel van de schatting van het benodigde budget voor de nieuwe bodemtaken.

De gemaakte inschatting heeft enkel tot doel een beeld te vormen van de hoogte van de benodigde financiën gebaseerd op het huidige bodembudget en de in 2022 geldende uurtarieven. Hieraan kunnen vanzelfsprekend geen rechten ontleend worden. Vanaf 2022 willen wij de gemaakte inschatting evalueren aan de hand van de werkelijke aantallen van de milieubelastende activiteiten en zo komen tot een beter inschatting van de benodigde middelen.

Op dit moment bereidt de VNG een voorstel voor om de financiering van de basistaken o.g.v. bodem onder de Omgevingswet anders te regelen. In deze constructie krijgen de huidige niet bevoegd gezag gemeenten geen extra geld voor deze nieuwe taken, maar ontvangen de omgevingsdiensten voor uitvoering van de bodemtaken rechtstreeks een budget van het Rijk en van de provincie. Hiermee zou een aanzienlijk deel van het door ons voorgestelde budget gedekt worden.

Eind november/ begin december zal het bestuurlijk overleg met I&W over dit voorstel plaats vinden. Wij zullen u informeren over de uitkomst.

2.2.2 Wat betekent dit voor het WP 2022?

Hieronder volgt de inschatting van het benodigde budget voor de bodemtaken uitgaande van ingang van de Omgevingswet per 1 juli 2022.

afbeelding binnen de regeling

2.3 Energie

2.3.1 Inhoudelijke ontwikkelingen

In maart 2021 heeft de OMWB in de nota “Energietoezicht in stroomversnelling” inzicht gegeven in de uitgevoerde werkzaamheden in de afgelopen jaren en een doorkijk gegeven naar de toekomstige ontwikkelingen. Er is namelijk een aantal wetswijzigingen op komst die invloed zullen hebben op het werkprogramma van energie. De minister van Economische Zaken en Klimaat heeft op 10 december 2020 een brief aan de Tweede Kamer gestuurd waarin hij een verbreding en verbetering van de energiebesparingsplicht aankondigt.

De uitgangspunten van de energiebesparingsplicht blijven ongewijzigd: de terugverdientijd en de bijbehorende berekeningsmethode, de Erkende Maatregelenlijsten, de informatieplicht en de ondergrens van de doelgroep. Wel ziet de minister mogelijkheden tot verbetering, waaronder de verbreding met CO2-reductiemaatregelen, en zijn er enkele wijzigingen nodig als gevolg van de inpassing in het stelsel van de Omgevingswet. De voorgestelde wijzigingen zorgen voor een toekomstbestendige besparingsplicht in relatie tot de CO2-reductiedoelstellingen, meer energiebesparing, een betere uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid en minder administratieve lasten voor bedrijven. De verbrede energiebesparingsplicht is in het Klimaatakkoord van 2019 afgesproken en treedt uiterlijk op 1 januari 2023 in werking. Daarnaast geldt per 1 januari 2023 de verplichting voor kantoren om minimaal een energielabel C te hebben. Kantoren die na deze datum niet voldoen mogen niet meer gebruikt worden. Gemeenten moeten hierop toezien en krijgen hiervoor een financiële tegemoetkoming via het Gemeentefonds. In oktober 2021 voldeed meer dan de helft van de kantoren in Nederland nog niet aan deze eis.

Tevens is de regeling CO2-reductie werkgebonden personenmobiliteit aangekondigd. Het toezicht hierop wordt naar verwachting een basistaak voor omgevingsdiensten. De regeling zou op 1 januari 2022 van kracht worden, maar omdat het nieuwe kabinet hier nog een besluit over moet nemen is er nog geen duidelijkheid over de definitieve invoeringsdatum.

2.3.2 Wat betekent dit voor het WP 2022?

Het Rijk ziet energietoezicht als een belangrijk en effectief instrument om energiebesparing bij bedrijven te realiseren. Dit blijkt ook uit de analyse die de OMWB heeft uitgevoerd van de CO2-reductie die met het energietoezicht in 2020 gerealiseerd is. De aangekondigde verbreding van de energiebesparingsplicht in 2023 vraagt om een verdere uitbreiding van de inzet op dit taakveld. In 2022 wordt in beeld gebracht wat deze wijzigingen betekenen voor het benodigd budget en capaciteit. De rijksregeling Versterkte Uitvoering Energiebesparingsplicht wordt in 2022 en 2023 vervolgd. De OMWB zal hiervoor namens alle 25 gemeenten een aanvraag bij het Rijk indienen.

In 2023 moeten gemeenten ook toezicht gaan uitvoeren op de Label C-verplichting voor kantoren. Gemeenten kunnen dit toezicht als verzoektaak aan de OMWB opdragen. In 2022 kan de OMWB gemeenten ondersteunen bij het opbouwen van data, het informeren van kantoren en het monitoren van de voortgang. In het vierde kwartaal van 2021 voert de OMWB samen met een gemeente een pilot uit om hiermee ervaring op te doen. Gemeenten die van deze ondersteuning gebruik willen maken worden geadviseerd hiervoor budget op te nemen in Werkprogramma 2.

Omdat de definitieve invoeringsdatum van de regeling CO2-reductie werkgebonden personenmobiliteit nog niet bekend is kunnen wij hiervoor geen budgetadvies geven. Indien de invoeringsdatum van deze basistaak eerder is dan 1 januari 2023 dan kan het noodzakelijk zijn om hiervoor in het WP 2022 budget op te nemen.

Gemeenten worden geconfronteerd met forse uitdagingen in relatie tot de energietransitie. De opgaven die voortvloeien uit de Regionale Energie Strategieën (RES/REKS) en de verplichting om eind 2021 een Transitievisie Warmte op te stellen en daarna uit te voeren zijn complex en veelomvattend. Naast de uitvoering en verbetering van het verbrede energietoezicht kan de OMWB de gemeenten ondersteunen bij deze opgaven. Gedacht kan worden aan bodem gerelateerde uitdagingen bij het realiseren van geothermie en bodemenergie opslagsystemen, de realisatie van zonnedaken op bedrijven, coördinatie en afstemming met andere toezichthoudende instanties, inpassing van maatregelen gericht op klimaatadaptatie, inventarisatie van restwarmtebronnen, waterstofprojecten, etc.

2.4 Overige Aandachtsgebieden in 2022

2.4.1 ZZS stoffen

De laatste jaren is de aanwezigheid van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) een urgent thema, bijvoorbeeld vanwege PFAS in grond en emissies van Gen-X bij Chemours/DuPont in Dordrecht. De aanwezigheid van ZZS en potentiële ZZS speelt breed: in afvalstromen, lucht, water en bodem. Deze stoffen zijn geclassificeerd als de gevaarlijkste stoffen voor mens en milieu vanwege carcinogene, mutagene en reprotoxische eigenschappen en ook persistentie en bio-accumulatie worden er in meegewogen. Het beleid rondom zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) en potentiële ZZS (pZZS) is er dan ook op gericht om een voortschrijdende vermindering van de belasting voor de leefomgeving te realiseren en een aantal van deze stoffen uiteindelijk volledig uit te bannen. De aanpak van zeer zorgwekkende stoffen richt zich op voorkomen van gezondheids- en omgevingseffecten op de lange termijn.

De drie Brabantse Omgevingsdiensten hebben in opdracht van de provincie een beeld gevormd over emissies van (p)ZZS en (p)ZZS in afval in Noord-Brabant, door middel van een inventarisatie bij de bedrijven onder provinciaal bevoegd gezag. Vanwege de aanwezigheid van grote industrie in MiddenWest Brabant was de OMWB hiervan trekker. Dit project is 1 april 2021 afgerond, met uitzondering van de afvalverwerkende bedrijven waarvoor vanwege de complexiteit landelijk is afgesproken dit op te knippen in twee fasen waarvan de eerste fase nu is afgerond. Van de tweede fase wordt landelijk nog nader bezien hoe deze vorm gegeven kan worden, dit betreft een lastig traject.

In juni 2021 zijn met uitzondering van de afvalverwerkers, de bedrijven met (p)ZZS aangeschreven een vermijdings- en reductieprogramma (V&R) voor de aanwezige (p)ZZS op te gaan stellen en voor 1 januari 2022 aan te leveren. Voorgaande kan effect hebben voor 2022 wanneer vergunningen op basis van de ingewonnen informatie geactualiseerd moeten worden.

2.4.2 Stikstof

Het stikstofdossier is sinds de uitspraak op 29 mei 2019 een dossier dat ons dagelijkse werk blijft bepalen. De toegenomen aandacht voor de natuurtoets ten bate van stikstof en soorten in vergunningprocedures is van belang voor gemeenten. Ook beleidsinhoudelijk gebeurt er veel op dit dossier. Intern salderen is niet meer Wnb-vergunningsplichtig, de bouwfase is vrijgesteld van de Wnb-vergunningsplicht, de RAV-emissiefactoren worden bij de rechtbank ter discussie gesteld en er speelt veel rondom de zogenaamde Pas-melders, waaronder handhavingsverzoeken door externe partijen. Vrijwel maandelijks volgt nieuwe jurisprudentie die onze advisering kan bepalen.

De verwachting is dat dit een dossier is dat ook in 2022 veel inspanning blijft vergen. De Wet Stikstofreductie en natuurverbetering is in werking getreden op 1 juli 2021. Hierdoor is de bouwfase vrijgesteld van de Wnb-vergunningsplicht en dit zorgt voor een afname in de hoeveelheid werk per ontwikkelingsgerichte adviesvraag, zoals bij bestemmingsplannen en aanvragen omgevings-vergunning bouwen. De juridische houdbaarheid van de wet staat ter discussie. De juridische discussie zal aanblijven en er zullen nieuwe rechterlijke uitspraken komen. Hierdoor blijft de inzet van onze juristen en specialisten op dit dossier van belang. In december 2021 wordt een nieuwe Aerius-release verwacht, waardoor tijdelijk ook meer actualisaties in berekeningen plaats dienen te vinden.

2.4.3 Geluid in omgevingsvisie en omgevingsplan

Voor wat de gemeente verstaat onder een gezonde en veilige fysieke leefomgeving wordt de basis gelegd in de omgevingsvisie. De uitgangspunten van de visie worden concreet gemaakt in het omgevingsplan. Doordat er in de Omgevingswet minder direct werkende landelijke regels gelden voor geluid, moeten geluidnormen opgenomen worden in het omgevingsplan. In het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn hiervoor instructieregels opgenomen. Deze instructieregels geven gemeenten een behoorlijke bandbreedte. Om te kunnen bepalen wat voor het onderdeel geluid wordt verstaan onder een gezonde en veilige fysieke leefomgeving is het goed om eerst een beeld te hebben van het bestaande geluidklimaat binnen de gemeente. Uiterlijk 1 juli 2023 zal de gemeente voor de wegen in haar beheer de basisgeluidemissie moeten vaststellen. Uitgangspunten zijn de verkeersintensiteiten in het jaar 2021. Geadviseerd wordt om al in 2021 of uiterlijk 2022 te beginnen met het verzamelen van gegevens en zo nodig extra verkeerstellingen uit te laten voeren. Geadviseerd wordt daarnaast deze nieuwe taak projectmatig op te pakken waarbij de OMWB kan adviseren en rekenen. Het monitoren van de basisgeluidemissie is een taak die elke vijf jaar terugkomt. Deze taken vragen vanaf 2022 naar alle waarschijnlijkheid om extra capaciteit.

2.5 Branches in toezicht 2022

2.5.1 Inhoudelijke ontwikkelingen

Met de brancheaanpak en ketenaanpak wordt invulling gegeven aan het GUK en tegelijkertijd ook aan de in het GUK geformuleerde uitgangspunten van informatie gestuurd en risicogericht werken. Door een goede analyse van risico’s en effecten van uitgevoerd werk kunnen de juiste inhoudelijke keuzes gemaakt worden voor de inzet van middelen en het te kiezen instrumentarium voor het vervolg. Deze aanpak zorgt er tevens voor dat we meer maatwerk kunnen leveren en de beleidscyclus gesloten kan worden.

Brancheaanpak In het GUK is een risicomatrix opgenomen waarin voor alle branches is bepaald of het een hoge, middel of lage risicobranche betreft. Een verdere verdieping van de risico’s vindt plaats in een brancheplan. Om overall informatie gestuurd en risicogericht te kunnen werken is het noodzakelijk dat voor elke branche een brancheplan wordt opgesteld. Voor het opstellen van een brancheplan wordt een methodiek ontwikkeld in een cyclus met de stappen weten, kiezen, uitvoeren en evalueren (PDCA). Aan de voorkant wordt nagedacht over de problematiek binnen de branche, de verschillende doelgroepen en de te bereiken doelen. Een goede analyse en het gebruik van data kan tot nieuwe inzichten leiden waardoor instrumenten doelmatiger kunnen worden ingezet. Het gaat uiteindelijk om de voor die (doelgroep binnen de) branche ideale mix van in te zetten instrumenten. Dit kan veel breder zijn dan de integrale controle, daarbij kun je denken aan een themacontrole, een zelfcontrole of self-assessment, administratief toezicht of een informatiebijeenkomst voor de branche. Bij de uitvoering van de VTH-werkzaamheden wordt deze data op een uniforme wijze geregistreerd, waarna de resultaten geanalyseerd kunnen worden. Bij een deel van de groep Risicorelevante Bedrijven wordt dit al toegepast door de uitvoering van het zogenaamde “Interventietoezicht”. Bij deze bedrijven wordt voorts gestuurd op een omslag van regelgericht naar risicogericht toezicht waarbij eigen verantwoordelijkheid, bewustwording bijbrengen en toetsen op de borging van de naleving centraal staan. Uiteindelijk is de kern dat op basis van verkregen data en inzichten (outcome) een vervolgaanpak verder ingevuld kan worden.

afbeelding binnen de regeling

Risicorelevante bedrijven (RRB)

Risicorelevante Bedrijven (RRB) hebben opslag van gevaarlijke stoffen of zijn vanwege omvang of aard risicorelevant en hebben daardoor risico’s voor de leefomgeving. Deze categorie van bedrijven vallen niet onder de systematiek en de wetgeving van het Brzo en zijn dan ook niet verplicht tot het opstellen van een veiligheidsbeheerssysteem. Hierdoor vervalt ook de wettelijke verplichting tot het systematisch identificeren van risico’s en gevaren.

In Noord-Brabant zijn in totaal circa 245 bedrijven geïdentificeerd als RRB, waarvan circa 125 in het werkgebied van de OMWB. Van deze 125 bedrijven vallen ongeveer 90 onder het gemeentelijk bevoegd gezag en 35 bedrijven onder het provinciaal bevoegd gezag. De groep Risicorelevante Bedrijven is door het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht (BPO) in Brabant als speerpunt benoemd. Binnen dit speerpunt is een methodiek ontwikkeld genaamd “methodiek Interventietoezicht”. Bij deze methodiek staan drie pijlers centraal:

  • 1.

    omslag maken van regelgericht naar risicogericht en/of doelgericht toezicht, waarbij de primaire focus bij de toezichthouder ligt op risico’s en niet op regels.

  • 2.

    van een reactieve naar een proactieve bedrijfscultuur die gericht is op het voorkomen van problemen en overtredingen in plaats van het reageren op problemen en overtredingen.

  • 3.

    Beoordelen en stimuleren van risicobeheersing door het bedrijf zelf.

Deze in de regio Midden- en West-Brabant ontwikkelde methodiek is afgelopen jaren uitgerold over heel Brabant. De drie Omgevingsdiensten, drie Veiligheidsregio’s en drie Waterschappen werken gezamenlijk met deze methodiek.

Momenteel wordt bij 40 van de 125 RRB de methodiek Interventietoezicht ingezet. Dit betreft zowel gemeentelijke als provinciale bedrijven. Op basis van een in 2021 gehouden analyse “Risicorelevante bedrijven 2019-2020” is besloten om op basis van een groeimodel een 20-tal bedrijven toe te voegen aan het gemeentelijk en provinciaal werkprogramma 2022. Deze bedrijven zullen eveneens volgens deze methodiek gecontroleerd worden. Dit betekent dat binnen het gemeentelijke Werkprogramma 2022; 32 bedrijven volgens de methodiek Interventietoezicht gecontroleerd zullen worden.

Bij alle overige gemeentelijke RRB (58) wordt op basis van een risicogerichte benadering, invulling gegeven aan het toezicht. Dit kan betekenen dat een bedrijf regulier aangekondigd, onaangekondigde of op basis van een aspect controle bezocht wordt. Voor alle controles geldt dat op basis van thema’s of speerpunten aspecten van de omgevingsvergunning of het Activiteitenbesluit worden gecontroleerd. Hercontroles en de afhandeling en opvolging van ongewone voorvallen worden binnen de reguliere gemaakte afspraken uitgevoerd en afgehandeld.

Afval(beheer)bedrijven

Van 2018 tot en met 2021 zijn alle gemeentelijke afvalbedrijven die bij de OMWB in beeld zijn bezocht. Dit heeft veel inzicht gegeven in de actuele thema’s, de ‘state of the art’ van de branche en het naleefgedrag. Daarnaast is bij deze controles allerlei data vastgelegd, hierbij valt te denken aan keuringsdata van tanks, vloeren en overige voorzieningen. Met deze data kunnen we de bedrijven de komende jaren risicogericht en data gestuurd (administratief) informeren en controleren.

In 2022 pakken we de branche op informatie- en risicogestuurde wijze aan met een mix van instrumenten zoals het actief informeren over keuringsdatums die verstrijken, het uitvoeren van digitaal toezicht, fysiek toezicht en door het uitvoeren flitscontroles.

Fysieke controles:

In 2022 zullen we in ieder geval de achterblijvers fysiek controleren. Bij deze bedrijven is de laatste jaren geconstateerd dat ze een slecht naleefgedrag hebben, deze bedrijven worden op bedrijfsspecifieke aspecten gecontroleerd.

In 2021 hebben we de autodemontagebedrijven geïnformeerd over de wijzigingen in de kaderrichtlijn afvalstoffen en later in 2021 gecontroleerd op opvolging van de wijziging. De nacontroles van deze controles zullen grotendeels in 2022 uitgevoerd worden.

Overall geldt dat we de bedrijven uit eenzelfde branche die zowel onder provinciaal bevoegd gezag als onder gemeentelijk bevoegd gezag vallen op dezelfde wijze controleren, hierbij gaat het om:

- Metaalrecycling en schrootbedrijven (met inachtneming met project wat nu loopt bij OD Rivierenland)

- Composteringen

- Milieustraten

- Sorteerinrichtingen

- Op- en overslagbedrijven

Projectmatige aanpak:

Uit het veld krijgen we signalen dat vetverwerkers en rioolreinigers niet altijd conform wet- en regelgeving handelen. In 2022 zullen we op een projectmatige manier de vetverwerkers en de rioolreinigers controleren en dit combineren met project vanuit ketenhandhaving. Deze controles kunnen administratief en/of fysiek zijn. Dit om na te gaan of deze bedrijven alles wat ze innemen ook afvoeren, of dat er sprake is van lekstromen of andere overtredingen.

Daarnaast zien we dat veel milieustraten lithium ion accu’s innemen zonder dat daarvoor vergunning is verleend. Gezien het steeds groter wordende aanbod van lithium ion accu’s in de afvalfase is het van groot belang dat deze terecht komen bij een goede inzamelaar en verwerker. Voorkomen moet worden dat de batterijen in het restafval belanden, lithium ion batterijen zijn namelijk een voorname bron van de vele afvalbranden die we momenteel zien. In 2022 zal op projectmatige basis, samen met vergunningverlening, bekeken worden bij welke milieustraten en/of andere inzamelaars van afvalstoffen, voorschriften voor de inzameling en veilige opslag van lithium ion batterijen aan de vergunning moeten worden toegevoegd. We streven ernaar dit op een eenduidige wijze te doen en op een manier die voor de milieustraten/bedrijven de minste tijd kost. Verder willen we de bedrijven ook nader informeren over de risico’s van deze batterijen en hoe hiermee om te gaan.

Als richtlijn adviseren wij hetzelfde budget als 2021 aan te houden waarbij we echter een deel van dit budget zullen inzetten op de projectmatige aanpak van rioolreinigers, vetinzamalaars en bedrijven waar vergunningen voor de inzameling van lithium ion worden aangepast. De individueel te controleren bedrijven zullen worden geselecteerd aan de hand van hun naleefgedrag, de risicoprioritering en branche specifieke actualiteiten.

ITv

Het project Intensivering Toezicht en veehouderij is in het eerste kwartaal van 2021 ten einde gelopen. De vrijgekomen data uit betreffend project wordt door de Omgevingsdiensten gebruikt om te komen tot een risicoprioriteringsmodel, per individuele inrichting op basis van risico’s voor de leefomgeving. Hiervoor is een web-based portal ontwikkeld welke de diensten gebruiken in het beter kunnen categoriseren van risico’s door data uit verschillende bronnen te combineren (zaaksystemen, ITv-data (beleidsvraagstukken en naleving), web-BvB, KIWA, SKAL etc.).

De werkwijze conform ITv wordt voorlopig in stand gehouden in afwachting van de doorontwikkeling van de gebruikte tools, methodiek, data-ontsluiting en bijschaving van de te verzamelen data. Op deze wijze wordt de data-inwinning in stand gehouden welke verder gebruikt kan worden voor opvolgende analyses en gebruik in de portal voor risicoprioritering.

Beleidsregel natuurbescherming

Half september 2020 heeft de provincie haar beleidsregel natuurbescherming gewijzigd waarmee het mogelijk is geworden om stikstofdepositie rechten extern te salderen en te verleasen. Omdat veel natuurtoestemmingen zijn opgenomen in de omgevingsvergunning via een VVGB zullen gemeenten toezicht moeten uitvoeren op het geheel of gedeeltelijk stoppen van bedrijven na intrekken van de vergunning en vooral ook het tijdelijk geheel of gedeeltelijk stopzetten van bedrijfsactiviteiten als gevolg van leaseconstructies. De OMWB adviseert voor 2022 voor het ad hoc budget hier opnieuw ruimte in te reserveren.

Toezicht veehouderijen ná ITv

De data voortkomend uit het project ITv levert dusdanig bruikbare informatie op welke te gebruiken is voor risicogericht werken, dat de Brabantse omgevingsdiensten vasthouden aan deze manier van werken (dus ook vullen ITV app, digitale checklist,controle asbest, energie en vrijkomende agrarische gebouwen).

In 2021 is de web-based portal voor risicoprioritering, de ‘Veehouderij Keuze Tool (VKT)’ genaamd gelanceerd en in gebruik genomen. Hiermee hebben de diensten een tool voorhanden op basis waarvan zij het werk risicogericht kunnen prioriteren (deze tool is ook gepresenteerd tijdens de week van de OD on tour). Echter is deel 2 van het risicogericht kunnen prioriteren nog in ontwikkeling, namelijk de methodiek om risicogericht te kunnen prioriteren. De tool vormt het programma waarmee geprogrammeerd kan worden, de methodiek in ontwikkeling is de blauwdruk waarin de risico’s wáár op te prioriteren geschaald worden. Het moet een sommatie in schaling (punten) gaan vormen op basis waarvan keuzes gemaakt kunnen worden in de tool (wat maakt een risico een risico? En wat maakt het ene risico groter als de ander? En kijken we alleen naar de milieubelastende activiteiten, of ook naar de receptoren (omgeving / ligging van het bedrijf) en gedrag van de ondernemer?). Al dit soort vragen moeten landen in de methodiek wat de handleiding voor prioriteren gaat vormen. Deze is nog in ontwikkeling, de verwachting is het eerste concept eind 2021 wordt opgeleverd, de methodiek zal daarna verder ontwikkeld en aangevuld worden. Op het moment dat de methodiek gereed is zal deze in gebruik worden genomen ter prioritering van het werk o.b.v. risico’s.

Metalelektro, Rubber & kunststof

Op basis van de risicomatrix in het GUK waren bovenstaande branches geselecteerd voor het toezichtsprogramma van 2021. Het gaat hierbij om de gemeentelijke basistaakbedrijven. Een deel van de bedrijven in de branche heeft van de OMWB een ‘self-assessment’ moeten invullen. Met deze opgehaalde informatie en de uitgevoerde toezichtscontroles, hebben wij een eerste stap vooruit gezet als het gaat om informatie gestuurd en risicogericht toezicht. Op basis van de resultaten zal eind 2021 een eerste evaluatie hierover plaatsvinden. Tijdens deze evaluatie zullen de opgebouwde inzichten op basis van data-analyse over o.a. het naleefgedrag en de ‘self-assessment’ door de branche zelf, leiden tot een gerichte en afgewogen keuze van bedrijven en instrumenteninzet. Een ander deel van de bedrijven is in 2021 nog niet geselecteerd vanwege met name budgettaire redenen. Daarom willen wij 2022 doorgaan met deze branches en juist die bedrijven selecteren die in een eerder stadium nog niet aan bod zijn gekomen om zo het totaalbeeld voor de branche compleet te hebben voor risicogericht toezichthouden in de toekomst.

Vuurwerk

De Omgevingsdiensten zijn landelijk belast met toezicht op de (legale) verkoop- en opslag punten van consumentenvuurwerk. Deze activiteit valt onder het basistakenpakket van het Bor echter bij de OMWB is deze activiteit destijds met de ontwikkeling van de MWB-norm niet zodanig aangemerkt. Met de komst van de Omgevingswet en de evaluatie van de MWB-norm zal dit herzien worden.

In de huidige situatie ervaart de OMWB dat het budget voor het toezicht op deze activiteiten jaarlijks bij diverse gemeenten wordt verdrongen door de inzet op diverse locatie prioriteiten. Dit is geen gewenste situatie. De opslag en verkoop van consumentenvuurwerk is een activiteit waar grote gevolgen bij kunnen ontstaan, wanneer de voorschriften niet worden nageleefd. De OMWB stelt voor 2022 dan ook voor om de budgetten bedoelt voor het toezicht op de vuurwerk verkoop- en opslagpunten definitief te reserveren in het werk- en toezichtprogramma 2022 zodat verdringen later in het jaar wordt voorkomen.

In de vuurwerkbranche speelt de laatste jaren veel, waaronder het verbod op knalvuurwerk en mogelijk een algeheel verbod op het afsteken van vuurwerk bij bepaalde gemeenten. De OMWB controleert jaarlijks een groot deel van de verkooplocaties en hierbij maken we sinds enkele jaren gebruik van digitale checklists. Door het digitaal uitlezen van deze checklists kunnen we een betere doelgroep en naleefanalyses maken en daar onze interventies op afstemmen. De risicobepaling gebruiken we als input voor het aandachtsgebied voor het volgend jaar. Zo worden verkooppunten waar we meerdere jaren achtereenvolgens geen overtredingen constateren ‘beloond’ met minder intensieve controles. Dit doen we doormiddel van een administratieve voorcontrole in plaats van een fysieke voorcontrole. Zo werken we nu al enkele jaren en we krijgen van ondernemers terug dat zij dit als positief ervaren. Ondanks een goede naleving van de voorschriften, blijft het zo dat we bij enkele verkooppunten toch een fysieke voorcontrole adviseren. We stellen dan ook voor om voor 2022 vervolg te geven aan de ingezette toezichtstrategie. De fysieke voor- en verkoopcontroles bij de adressen waar we overtredingen constateren en de minder intensieve administratieve voorcontroles en fysieke verkoopcontroles bij de verkooppunten waar we geen overtredingen constateren. Het advies per gemeente zal in het eerste concept toezichtprogramma 2022 worden verwerkt.

Tankstations 2022

Aanpak LPG na evaluatie 2021:

Door middel van het project LPG dat is uitgevoerd in 2019 en 2020 is inzichtelijk gemaakt op welke voorschriften de meeste overtredingen plaatsvinden en in welke categorie van de LHS zij vallen. Dit heeft geleid tot het inzicht dat de meeste overtredingen gerelateerd waren aan de veiligheidsaspecten rond de opslag van LPG zoals instructies, vergunde situatie, thermische beveiliging en periodieke keuringen die niet op orde waren. Daarnaast heeft deze complete integrale controle ook gediend als een nulmeting. Nagenoeg alle lpg-tankstations zijn nu goed in beeld en alle juiste informatie is in de systemen van de OMWB verwerkt.

Met deze informatie is een nieuwe meerjaren programmering opgesteld welke er op neer komt dat het LPG gedeelte om de twee jaar wordt gecontroleerd en de gehele inrichting (LPG, andere brandstoffen, wasstraat en shop) om de 4 jaar. Hierbij sluiten we tevens aan bij de werkwijze van tankstations met reguliere brandstoffen welke om de 4 jaar worden gecontroleerd.

Voor 2022 is het voorstel om dezelfde tankstations met LPG te controleren die in 2019 ook zijn gecontroleerd. De aspect controle worden nu enkel aan de milieubelastende activiteit van LPG gerelateerd.

Emissies dampretour

Tankstations met een omzet van meer dan 100 m³ lichte olie, dienen over een dampretour fase I te beschikken. Inspecties hoeven wettelijk gezien niet uitgevoerd te worden op of aan het systeem. Dit geldt namelijk alleen voor de opslagtank zelf (PGS-eisen). Het is daarom bij een groot scala aan tankstations niet inzichtelijk, in hoeverre het dampretoursysteem naar behoren functioneert. Het systeem hoort in zijn geheel gesloten te zijn, waarbij de verdringingslucht teruggeleid dient te worden naar de tankwagen. Middels onze speciale OGI (optical gas imaging) camera kan tijdens de verlading van lichte olie (benzine), gescreend worden of daadwerkelijk emissie plaatsvindt, vanuit de aflaat van de dampretourleiding naar de buitenlucht.

Waarom is dit onderzoek relevant? Uit een in 2021 door de OMWB uitgevoerd onderzoek, bleek dat bij 7 van de 10 tankstations het dampretoursysteem niet naar behoren functioneerde. Dit is zeer onwenselijk nabij woningbouw en daarom adviseren wij om hier preventief onderzoek naar te laten doen. Om hiervoor per gemeente een eerste indruk van te kunnen krijgen wordt geadviseerd om maximaal 3 interessante/relevante tankstations per gemeente te selecteren. Dat zijn primair gezien tankstations nabij woningbouw, secundair welke een grote hoeveelheid doorzet van benzine hebben. De uitvoering van de controle door een toezichthouder betreft een aspectcontrole van de inrichting zelf onder het taakveld toezicht grijs (basis of Niet basis). De meting zelf valt onder het taakveld “advies luchtkwaliteit en geur”. Per geselecteerde inrichting adviseren we onder dit taakveld 3 uur extra aan budget op te nemen.

2.6 NIG taken

2.6.1 Ketenaanpak

Voor de ketenaanpak OMWB wordt, net als in 2021 is gedaan, een werkplan opgesteld en gedeeld met de opdrachtgevers. Daartoe is ook de input van de gemeente gevraagd. Binnen de ketenaanpak OMWB worden 3 sporen onderscheiden, namelijk:

1. Ketenanalyses

Binnen de ketenanalyses wordt gestart met een tactische analyse van de hele keten die samen met de ketenpartners wordt uitgevoerd. Binnen de tactische analyse worden risicoindicatoren benoemd. Op basis van die risico-indicatoren wordt een Top X van bedrijven of fenomenen samengesteld. Voor deze bedrijven of fenomenen geven aanleiding voor het uitvoeren van operationele analyses of projecten.

2. Ketenprojecten

Ketenprojecten is een beproefd instrument bij de uitvoering van de asbestketen binnen de OMWB. Dit maakt daarom een belangrijk onderdeel uit van onze ketenaanpak.

3. Keteninstrumenten

Belangrijke instrumenten binnen de ketenaanpak zijn het diepgaand administratief toezicht (DAT) en het basis administratief toezicht (BAT). Deze kunnen worden ingezet n.a.v. signalen uit VTH, klachten of projecten maar ook als onderdeel van de operationele analyse.

Data en ketenpartners Centrale activiteiten binnen de ketenaanpak zijn het samen met de ketenpartners delen, analyseren, duiden en interpreteren van data en informatie. Dit zorgt voor het gericht kunnen opwerpen van barrières met als doel om malafide bedrijven dan wel bedrijven met een slecht naleefgedrag een halt toe te roepen. Denk hierbij aan het inzetten van handhavingsinstrumenten, het verstrekken van informatie en of het aanpassen van beleid om de sleutelfiguren die actief zijn in een keten aan te pakken. Het delen, analyseren, duiden en interpreteren van data en informatie zorgt ook voor het gericht kunnen opwerpen van barrières om fenomenen aan te pakken. Een fenomeen is bijvoorbeeld de constatering dat bepaalde type bedrijven de gelegenheid hebben om te kiezen voor illegaliteit of ondermijning. Het negatieve effect daarvan werkt door in een keten. Dat willen we oplossen.

Programma 2022

Vanuit de landelijke en regionale prioriteiten komen voor 2022 vier (koepel)onderwerpen naar voren waarvoor ketenanalyses en -projecten worden voorgesteld. Tezamen met de inzet van keteninstrumenten is de ketenaanpak in 2022 gericht op:

1. Asbestketen

2. Bodemketen

3. Afvalstromen (bijvoorbeeld e-waste, mest/co-vergisting, schredderafval)

4. Inzet van keteninstrumenten: diepgaand administratief toezicht en basis administratief toezicht.

2.6.2 Mobiel breken

Het Besluit mobiel breken Bouw- en Sloopafval stelt regels voor het mogen breken van BSA op de slooplocatie met een mobiel puinbreker. Van 2018 tot en met 2020 is onder het taakveld Ketengericht milieutoezicht het project Besluit mobiel breken Bouw- en Sloopafval uitgevoerd. Het project is opgeleverd en de uitvoering van het preventieve reguliere toezicht is in 2021 overgegaan van het taakveld NIG - ketengericht milieutoezicht naar het taakveld NIG – Mobiel breken. Deze werkzaamheden betreffen basistaakwerkzaamheden. Over de periode 2018, 2019 en 2020 heeft de monitoring op aantal meldingen en toezicht plaatsgevonden. In 2021 hebben we een jaar regulier gedraaid. Dit is goed bevallen en zullen we ook in 2022 doorzetten. In de uitvoering worden alle meldingen beoordeeld. Ook wordt er voor iedere locatie een voorcontrole uitgevoerd op de slooplocatie om te zien of het BSA overeenkomt met wat er op de locatie gesloopt wordt. Tijdens het breekproces zelf wordt er risicogericht een controle uitgevoerd waarbij met name wordt gekeken naar het bedrijf wat breekt, de locatie waar wordt gebroken en het budget van de betreffende gemeente. Nadat het werk klaar is zal na verloop van tijd een (administratieve) nacontrole plaatsvinden om te zien of het granulaat is toegepast of afgevoerd en of de locatie netjes is achtergelaten. Deze controles zijn gedeeltelijk in 2021 uitgevoerd en hier zal in 2022 meer aandacht aan gegeven worden dat ze allemaal uitgevoerd worden.

2.6.3 Gesloten bodemenergiesystemen (gBes)

In 2018 is het onderwerp bodemenergie onder de aandacht gebracht bij de gemeenten met een notitie en een nieuwsbrief. Dit heeft geresulteerd in het feit dat de meeste gemeenten vanaf 2019 budget hebben opgenomen voor het beoordelen van de meldingen en het toezicht op het aanleggen van gesloten bodemenergiesystemen en dat dit in 2020 en 2021 qua uitvoering steeds professionelere vorm heeft gekregen.

Uit een analyse van het naleefgedrag blijkt dat het naleefgedrag in 2020 in totaal op zo’n 36% zat waarbij er bij zo’n 23 situaties ook sprake was van serieuze overtredingen met mogelijke gevolgen voor het milieu. In 2020 was het beeld dan ook dat de markt nog niet zelfstandig verantwoord kan werken en dat toezicht daarom noodzakelijk is. Daarom was het advies voor 2021 ook om enerzijds meer planmatig toezicht uit te voeren bij de aanleg van nieuwe systemen omdat dit essentieel is voor het toekomstig benutten en beschermen van de ondergrond. Anderzijds hebben we in 2021 ingezet op het opsporen van niet gemelde gesloten bodemenergiesystemen.

Gedurende 2021 zien wij een positieve tendens waarbij een structureel beter naleefgedrag zichtbaar is en waarbij tevens de ernst van de overtredingen met een mogelijk gevolg voor het milieu is afgenomen van 23 naar 7 stuks in 2021 (periode januari t/m oktober). Dit is met name te herleiden aan de aanvulmethode, waarbij het aanvullen met grout de standaard is geworden.

De huidige grootste risicofactor vormen de nieuwe spelers op de markt (hier zijn het laatste jaar relatief de meeste overtredingen gesignaleerd). Daarnaast zien we in deze sterk groeiende markt veel uitbreiding in capaciteit bij de bestaande bedrijven, hierdoor kan sprake zijn van beperkte ervaring en een wisselend kennisniveau binnen de boorploegen. Toezicht blijft dan ook noodzakelijk en wordt zo veel mogelijk risicogericht hierop ingezet.

Het aantal uitgevoerde gbes projecten varieert sterk tussen de gemeenten. Voor 2022 is onze verwachting dat het aantal nieuwe gbes projecten een stijgende trend zal laten zien (op basis van de landelijke trend). Projectmatige (grootschalige) woningbouw, waarin op wijkniveau voor één type klimatisering gekozen wordt heeft invloed op onze toezichtwerkzaamheden en het benodigde budget.

Uit het dit jaar uitgevoerde onderzoek naar het meldgedrag van de boorbedrijven/installateurs komt naar voren dat de erkende partijen consequent melden. We hebben nog steeds onvoldoende zicht op de boorbedrijven die niet erkend zijn en geen meldingen verrichten, ook hier willen we in 2022 op blijven inzetten.

Op basis van bovenstaande ervaringen en het historische aantal meldingen, is per gemeente een verwachting opgesteld van de kosten voor toezicht bij aanleg. Omdat niet altijd duidelijk is wat de ontwikkelingen zijn binnen een gemeente op het gebied van nieuwbouwprojecten of inbreidingslocaties is het soms lastig om een juiste prognose op te stellen. Wij vragen de gemeenten dan ook aan ons terug te koppelen als er voor komend jaar grootschalige woningbouw gerealiseerd wordt (de gbes systemen worden vaak in de bouwrijpfase gerealiseerd).

2.6.4 Wat betekent dit voor het WP 2022?

Voor de NIG-taken en ketenaanpak wordt voorgesteld om het geïndexeerde budget van 2021 op te nemen.

3. Werkprogramma 2022

3.1 Inleiding

In dit hoofdstuk is de opdracht geformuleerd tussen de OMWB en de gemeente Steenbergen voor 2022. Dit betreft het verplichte basistakenpakket (programma 1), de verzoektaken (programma 2) en de collectieve taken (programma 3).

3.2 Programma 1

In onderstaande tabel vindt u de opbouw van de verschillende taakvelden van programma 1. In de kolommen vindt u de MWB norm 2022, de geïndexeerde inbreng van 2021, en het afgesproken definitieve budget voor 2022.

afbeelding binnen de regeling

3.3 Programma 2

In onderstaande tabel vindt u de opbouw van de verschillende taakvelden van programma 2. In de kolommen vindt u de geïndexeerde inbreng van 2021 en het afgesproken definitieve budget voor 2022.

afbeelding binnen de regeling

Er wordt nadrukkelijk aangegeven dat het opnemen van budget niet inhoudt, dat de gemeente op de besteding van dat budget zal worden afgerekend. De afrekening zal plaatsvinden op basis van de werkelijke afname van producten en diensten.

3.4 Programma 3

Het budget voor de uitvoering van de collectieve taken (programma 3) bestaat voor 2022 uit drie onderdelen, die op verschillende wijzen door de deelnemers worden gefinancierd, te weten: a. “traditionele” collectieve taken op basis van een bij de oprichting van de OMWB in 2013 afgesproken verdeelsleutel; b. een voor alle deelnemers (met uitzondering van de provincie) gelijke bijdrage voor het uitvoeren van de werkzaamheden in het kader van het project Samen Sterk in Brabant (SSiB); c. een bijdrage voor het beheer van het Inrichtingenbestand op basis van het aantal inrichtingen. Het inhoudelijke programma inclusief financiële verdeling over de diverse onderwerpen wordt in het 4 e kwartaal van 2021 vastgesteld.

afbeelding binnen de regeling

3.5 Totaaloverzicht

afbeelding binnen de regeling