Verordening op de heffing en invordering van marktgeld 2022

Geldend van 18-12-2021 t/m heden

Intitulé

Verordening op de heffing en invordering van marktgeld 2022

De Raad van de gemeente Vaals

Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 9 november 2021: gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet;

B E S L U I T:

Vast te stellen de ‘Verordening op de heffing en invordering van marktgeld 2022’ (Verordening marktgeld 2022)

Artikel 1 Belastbaar feit

Onder de naam “marktgeld” wordt een recht geheven voor het, gedurende de markttijd, beschikbaar stellen van een standplaats op het daartoe aangewezen marktterrein, daaronder begrepen de diensten die met de standplaats verband houden.

Artikel 2 Belastingplicht

Het recht als bedoeld in artikel 1 wordt geheven van degene aan wie de standplaats op het marktterrein ter beschikking is gesteld.

Artikel 3 Maatstaf voor heffing

De heffingsmaatstaf is het aantal strekkende meters – waarbij voor de berekening een gedeelte van een meter voor een hele meter wordt gehouden – dat voor een incidentele of vaste standplaats wordt ingenomen.

Artikel 4 Belastingtarief

Het recht bedoeld in artikel 1 bedraagt:

  • 1.

    voor een incidentele standplaats:

    voor los op de grond uitgestalde zaken, voor kramen, tafels en andere uitstallingen, al dan niet overdekt, alsmede voor twee- of meerwielige voertuigen en standwerkers, per strekkende meter plaatsruimte of gedeelte daarvan met een diepte van ten hoogste 3 meter, € 3,60 met een minimumbedrag van € 15,00 per marktdag.

  • 2.

    voor een vast aangewezen standplaats:

    voor los op de grond uitgestalde zaken, voor kramen, tafels en andere uitstallingen, al dan niet overdekt, alsmede voor twee- of meerwielige voertuigen en standwerkers, per strekkende meter plaatsruimte of gedeelte daarvan met een diepte van ten hoogste 3 meter, per kalendermaand € 10,90.

Artikel 5 Belastingtijdvak

  • 1. Het belastingtijdvak is voor een incidentele standplaats gelijk aan een kalenderdag.

  • 2. Het belastingtijdvak is voor een vaste standplaats gelijk aan een kalendermaand.

Artikel 6 Wijze van heffing

  • 1. Het marktgeld, dat is verschuldigd voor incidentele standplaatsen, als bedoeld in artikel 4, lid 1, wordt à contant geheven door middel van een gedagtekende nota, waarop het verschuldigde bedrag wordt vermeld.

  • 2. Het marktgeld, dat is verschuldigd voor vast aangewezen standplaatsen, als bedoeld in artikel 4, lid 2, wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1. Het marktgeld van een incidentele standplaats, als bedoel in artikel 4, lid 1, is verschuldigd op het tijdstip dat de standplaats wordt ingenomen.

  • 2. Het marktgeld als bedoeld in artikel 4, lid 2, is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak.

Artikel 8 Tijdstip/termijnen van betaling

  • 1. Als een gedagtekende nota wordt uitgereikt dient het marktgeld te worden betaald op het moment van het uitreiken van deze nota.

  • 2. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen marktgelden voor vast aangewezen standplaatsen als bedoeld in artikel 4, lid 2, worden betaald binnen een maand na dagtekening van het aanslagbiljet

  • 3. Betaling van de termijn zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW).

  • 4. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het tweede lid gestelde termijn.

Artikel 9 Kwijtschelding

Bij de invordering van marktgeld wordt geen kwijtschelding verleend als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990.

Artikel 10 Overgangsrecht

De 'Verordening marktgeld 2021' van 14 december 2020, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 11 Inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van bekendmaking.

  • 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022.

Artikel 12 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening marktgeld 2022”.

Ondertekening

Aldus besloten in de raadsvergadering van 13 december 2021

mr. B.G.P. Hoevenagel

Griffier

mr. H.M.H. Leunessen

Voorzitter