VERORDENING PARKEERBELASTINGEN 2022

Geldend van 23-12-2021 t/m heden

Intitulé

VERORDENING PARKEERBELASTINGEN 2022

De raad van de gemeente Hardenberg;

Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 16 november 2021, nummer 249627;

Gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 225 van de Gemeentewet en de Parkeerverordening 2021;

Besluit:

Vast te stellen de

Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2022

Artikel 1 Definities

Voor de toepassing van deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26 juli 1990, Stb. 459;

  • b.

    motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990, met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990;

  • c.

    parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- en uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;

  • d.

    houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (Stb. 1994, 475) aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorvoertuig of brommobiel opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven.

    Als houder van een voertuig wordt mede beschouwd:

    • 1.

      degene die gebruikt maakt van een lease-auto, zoals blijkt uit een verklaring ter zake van de kentekenhouder (leasemaatschappij);

    • 2.

      de werknemer die (nagenoeg) permanent ten behoeve van zijn werkzaamheden de beschikking heeft over een voertuig van zijn werkgever, zoals blijkt uit een verklaring ter zake van de werkgever;

  • e.

    parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;

  • f.

    centrale computer : computer bestemd voor registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van belanghebbenden parkeren en betaald parkeren met gebruik van een telefoon, internet of andere communicatiemiddelen. 

  • g.

    parkeerapparatuurplaats : een parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting wordt geheven door middel van parkeerapparatuur;

  • h.

    belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die:

    • 1.

      is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990;

    • 2.

      gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990, met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd;

  • i.

    vergunning: een door burgemeester en wethouders verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig of brommobiel te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of belanghebbendenplaatsen;

  • j.

    vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend.

  • k.

    weggedeelten: een straat, plein, terrein of zone.

  • l.

    autodelen: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan één huishouden.

  • m.

    autodeelplaats: een parkeerplaats aangewezen voor een motorvoertuig bestemd voor autodelen.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam "parkeerbelastingen" worden de volgende belastingen geheven:

  • a.

    een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze;

  • b.

    een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.

Artikel 3 Belastingplicht.

  • 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.

  • 2. Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt:

    • a.

      degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen.

    • b.

      zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd, met dien verstande dat:

      • 1.

        indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overlegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd;

      • 2.

        indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.

  • 3. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.

  • 4. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.

Artikel 4 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak

De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.

Artikel 5 Ontstaan van de belastingschuld

  • 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer.

  • 2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd bij de aanvang van het heffingstijdvak waarover de belasting wordt geheven.

Artikel 6 Wijze van heffing en termijn van betaling

  • 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften.

  • 2. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer.

  • 3. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en is verschuldigd bij de aanvang van het heffingstijdvak waarover de belasting wordt geheven.

  • 4. Indien een parkeervergunning in de loop van het jaar wordt ingetrokken, wordt naar evenredigheid restitutie van de belasting verleend, berekend naar rato van de verschuldigde belasting voor een heel jaar, op basis van het aantal maanden tot het einde van het desbetreffende kalenderjaar. De maand waarin de dag valt waarop de parkeervergunning wordt ingetrokken, wordt meegerekend.

  • 5. Indien een parkeervergunning in de loop van een kalenderjaar wordt aangevraagd wordt het parkeergeld berekend naar rato van het verschuldigde parkeergeld voor een heel jaar, op basis van het aantal maanden tot het einde van het desbetreffende kalenderjaar. De maand waarin de dag valt waarop de parkeervergunning wordt verleend, wordt meegerekend.

  • 6. Een naheffingsaanslag moet worden betaald binnen de termijn die op de naheffingsaanslag dan wel het verzoek tot betaling is vermeld.

Artikel 7 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen

De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit.

Artikel 8 Vrijstelling van het betalen van parkeerbelastingen

  • 1. Vrijgesteld van het betalen van parkeerbelastingen als bedoeld in artikel 2a van deze verordening zijn:

    • a.

      als zodanig herkenbare politievoertuigen;

    • b.

      als zodanig herkenbare stadstoezichtvoertuigen;

    • c.

      als zodanig herkenbare brandweervoertuigen;

    • d.

      als zodanig herkenbare ambulances;

    • e.

      als zodanig herkenbare dierenambulances.

  • 2. De in het eerste lid genoemde categorieën gebruikers onder a, b, c, d en e zijn bovendien vrijgesteld van het betalen van parkeerbelastingen als bedoeld in artikel 2b van deze verordening.

Artikel 9 Kosten

De kosten van de naheffingsaanslag terzake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 66,50.

Artikel 10 Kwijtschelding

Bij de invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. De ‘Verordening parkeerbelastingen 2021-1, vastgesteld op 13 april 2021, met zaaknummer 163563, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan.

  • 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.

  • 3. De datum van de ingang van de heffing is 1 januari 2022.

  • 4. Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening parkeerbelastingen 2022'.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hardenberg van 7 december 2022.
De raad voornoemd,
de griffier, de voorzitter,
F.G.S. Droste M.W. Offinga

Tarieventabel Parkeren 2022

Zaaknummer: 249627

Tarieventabel, als bedoeld in artikel 4 van de ‘Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2022’

Artikel 1 Tarieven straatparkeren

Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedraagt:

In het betaald parkeren gebied

Bijzonderheden

Bedrag

Per tijdeenheid van

Maximum bedrag per dag

Admiraal Helfrichstraat

 

€ 1,15

1 uur

Nvt

Badhuisplein

 

€ 1,15

1 uur

Nvt

Badhuisweg

 

€ 1,15

1 uur

Nvt

Boumanplein

 

€ 1,15

1 uur

Nvt

Bruchterweg

Tussen Lage Doelen en Europaweg

€ 1,15

1 uur

Nvt

Burgemeester Bramerstraat

 

€ 1,15

1 uur

Nvt

Doelendwarsstraat

 

€ 1,15

1 uur

Nvt

Gedempte Haven

 

€ 1,15

1 uur

Nvt

Havenweg

 

€ 1,15

1 uur

Nvt

Hoge Doelen

 

€ 1,15

1 uur

Nvt

Israël Emanuelplein

 

€ 1,15

1 uur

Nvt

Koppellaan

Naast pand Bruchterweg 21

€ 1,15

1 uur

Nvt

Lage Doelen

 

€ 1,15

1 uur

Nvt

Marslaan

tussen Sportlaan en Koehierdesteeg

€ 1,15

1 uur

Nvt

Mr. Hzn. Trompstraat

Parkeerterrein voor De Meet

€ 1,15

1 uur

Nvt

Mulopad

 

€ 1,15

1 uur

Nvt

Oosteinde

 

€ 1,15

1 uur

Nvt

Oude Bosch

Parkeerterrein De Troubadour

€ 1,15

1 uur

Nvt

Park Kruserbrink

Alleen voor campers

€ 10,00

24 uur

€ 10,00

Parkweg

Tussen Nijenstede en Sportlaan

€ 1,15

1 uur

Nvt

Salland

 

€ 1,15

1 uur

Nvt

Sallandsestraat

 

€ 1,15

1 uur

Nvt

Sportlaan

 

€ 1,15

1 uur

Nvt

Sportlaan

Tussen Parkweg en Oosteinde (gehandicaptenparkeerplaats t.h.v. LOC)

€ 1,15

1 uur

Nvt

Stationsstraat

Tussen Witte de Withstraat en Oosteinde

€ 1,15

1 uur

Nvt

Vechtvoorde

 

€ 1,15

1 uur

Nvt

Vechtvoorde

Parkeerterrein direct ten noorden van het Badhuisplein

€ 1,15

1 uur

Nvt

Wilhelminaplein

 

€ 1,15

1 uur

Nvt

Witte de Withstraat

 

€ 1,15

1 uur

Nvt

Artikel 2 Tarieven vergunningen en ontheffingen

  • 1. Het tarief voor een bewonersparkeervergunning bedraagt per vergunning per jaar: € 50,00

  • 2. Het tarief voor een bedrijfsparkeervergunning bedraagt per vergunning per jaar: € 460,00.

  • 3. Het tarief voor een mantelzorgparkeervergunning bedraagt per vergunning per jaar: € 50,00

  • 4. Het tarief voor een hulpverlenersparkeervergunning bedraagt per vergunning per jaar: € 50,00

  • 5. Het tarief voor een weekmarktparkeervergunning bedraagt per vergunning per jaar: € 240,00

  • 6. In het gebied, zoals beschreven in het vigerende 'Aanwijzingsbesluit parkeren 2021-1' onder artikel 1, lid 2, kan worden geparkeerd met een bezoekersparkeervergunning voor bezoek van bewoners, de betaling van dit type vergunning gebeurt door middel van een kraskaart of de digitale bezoekersregeling:

    • Het tarief voor deze kraskaart bedraagt: € 0,50 per 1 uur of € 1,50 per 4 uur.

    • Het tarief van de digitale bezoekersregeling bedraagt € 0,40 per uur.

  • 7. Het tarief van een tijdelijke parkeervergunning bedraagt per vergunning:

    • € 5,00 per dag

    • € 25,00 per week (maximaal twee weken)

  

Gewaarmerkt door de griffier van de gemeente Hardenberg,

als behorende bij het raadsbesluit van 7 december 2021,

 

De griffier van de gemeente Hardenberg,

   

F.G.S. Droste