Nadere regel Werkgeverscheque gemeente Utrecht

Geldend van 10-12-2021 t/m 20-10-2022

Intitulé

Nadere regel Werkgeverscheque gemeente Utrecht

Burgemeester en wethouders van Utrecht;

  • gelet op artikel 156 lid 3 gemeentewet

  • gelet op artikel 3 lid 2 van de ASV;

  • en gelet op het door de gemeenteraad vastgestelde Verordening re-integratie, studietoeslag en tegenprestatie Participatiewet: Werken aan werk.

Besluiten vast te stellen de nadere regel Werkgeverscheque gemeente Utrecht.

Artikel 1 Definities

  • 1. In deze nadere regel wordt verstaan onder:

    • a.

      De wet: de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ);

    • b.

      uitkering: een uitkering op grond van de wet;

    • c.

      Het college: het college van burgemeester en wethouders.

    • d.

      Doelgroep: de personen bedoeld in artikel 10 van de Participatiewet, artikel 36 van de IOAW en artikel 36 van de IOAZ.

    • e.

      Werkgeverscheque: subsidie die aan een werkgever kan worden verstrekt als hij een kandidaat op een reguliere baan plaatst.

  • 2. Alle begrippen die in deze nadere regel worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet.

Artikel 2 Doel

Het college wil werkgevers stimuleren om arbeidsplaatsen beschikbaar te stellen aan leden van de doelgroep en hen algemeen geaccepteerde arbeid laten verrichten met het oog op een uitstroom uit de uitkering van minimaal 6 maanden.

Artikel 3 Eisen aan de aanvrager subsidie

De subsidie kan worden aangevraagd door rechtspersonen en door natuurlijke personen met een inschrijving bij de Kamer van Koophandel.

Artikel 4 Vaststelling subsidieplafond

Het college is bevoegd jaarlijks een subsidieplafond vast te stellen.

Artikel 5 Subsidiabele activiteiten

In het kader van de Werkgeverscheque subsidieert het college kosten die:

  • a.

    de werkgever financieel in staat te stellen een geschikte kandidaat de gelegenheid te geven zich te ontwikkelen en te bewijzen in het werk, alsmede ter compensatie van de tijdelijk lagere arbeidsproductiviteit van de kandidaat en eventuele noodzakelijke extra begeleiding op de werkvloer.

  • b.

    direct en specifiek verband houden met het in dienst nemen of -houden van, dan wel het aanbieden van een arbeidsplaats aan iemand uit de doelgroep;

  • c.

    niet op een andere manier kunnen worden vergoed, zoals kosten voor training, begeleiding op de werkplek of aanpassing van een werkplek.

Artikel 6 Eisen aan de subsidieaanvraag

  • 1. De aanvraag van de Werkgeverscheque wordt ingediend met e-herkenning via het digitale loket.

  • 2. Bij de aanvraag voor een Werkgeverscheque verstrekt de aanvrager de volgende gegevens:

    • a.

      een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel;

    • b.

      een kopie van een bankafschrift van een bankrekening ten name van de aanvrager;

    • c.

      een kopie van een arbeidsovereenkomst, dan wel een proefplaatsingsovereenkomst.

Artikel 7 Indieningstermijn subsidieaanvraag

De werkgever dient de aanvraag van een Werkgeverscheque uiterlijk 30 dagen na aanvang van de arbeidsovereenkomst in.

Artikel 8 Maximaal subsidiebedrag per aanvraag

  • 1. De hoogte van de subsidie is afhankelijk van de duur van het dienstverband:

    • a.

      Voor een fulltime arbeidsovereenkomst van in totaal 12 maanden bedraagt de subsidie maximaal €5.000,-.

    • b.

      Voor een fulltime arbeidsovereenkomst van in totaal 6 maanden bedraagt de subsidie maximaal €3.000,-. Indien de werkgever de arbeidsovereenkomst van 6 maanden verlengt met 6 maanden kan de werkgever eenmalig aanspraak maken op additioneel maximaal €2.000,-.

  • 2. Het fulltime dienstverband is het aantal fulltime contracturen, zoals vastgesteld in de CAO van de werkgever. Bij een parttime dienstverband wordt de subsidie naar rato vastgesteld.

  • 3. Indien de kandidaat niet gedurende de gehele subsidieperiode aan het werk is geweest, stelt het college de subsidie naar rato vast.

  • 4. Het college kan na verstrekking van een werkgeverscheque behorend bij een arbeidsovereenkomst van zes maanden na deze periode vaststellen of er opnieuw een subsidie wordt verstrekt behorend bij een verlenging van de arbeidsovereenkomst van 6 maanden. Deze vaststelling wordt getoetst aan de criteria uit artikel 9.

Artikel 9 Beoordeling subsidieaanvraag

De aanvragen die tijdig en volledig zijn ontvangen worden op basis van de volgende criteria beoordeeld:

  • 1. Het college verleent de Werkgeverscheque aan werkgevers die met een kandidaat een arbeidsovereenkomst sluit, gericht op arbeidsinschakeling voor de duur van minimaal 6 maanden, dan wel aan de materiële werkgever indien sprake is van een payroll constructie;

  • 2. Er bestaat slechts aanspraak op een Werkgeverscheque als het dienstverband of de proefplaatsing tenminste 12 uur per week omvat;

  • 3. Het is aannemelijk dat op basis van de individuele omstandigheden de werkgever (tijdelijk) extra kosten maakt vanwege productieverlies of extra begeleidingsuren bij het verrichten van regulier arbeid;

  • 4. De aanspraak op een Werkgeverscheque ontstaat niet eerder dan de dag waarop het dienstverband of de proefplaatsing is aangevangen. De reeds op of vóór die dag gemaakte kosten komen niet voor subsidieverlening in aanmerking;

  • 5. Er is geen aanspraak op een Werkgeverscheque als voor het dienstverband of de proefplaatsing reeds uit hoofde van een andere regeling aanspraak op subsidie, anders dan subsidie voor loonkosten, bestaat;

  • 6. Het college verleent uitsluitend subsidie voor plaatsingen van in Utrecht woonachtige werknemers.

  • 7. Het college kan het verlenen van de Werkgeverscheque weigeren indien de werkgever eerder, voor dezelfde functie, een tijdelijke arbeidsovereenkomst niet heeft verlengd of een werknemer heeft ontslagen, ondanks goed functioneren;

  • 8. Het college weigert de verlening van de Werkgeverscheque indien de jaarlijks hiervoor beschikbare middelen zijn uitgeput dan wel het subsidieplafond is bereikt.

Artikel 10 Besluitvorming

Bij de besluitvorming wordt de volgende procedure gehanteerd:

  • 1. De aanvragen worden in behandeling genomen op basis van binnenkomst van de volledige aanvraag;

  • 2. Binnen 6 weken besluit het college op de aanvraag.

Artikel 11 Verplichtingen aan subsidieverlening

Verplichtingen aan subsidieverlening zijn:

  • 1. De aanvrager is verplicht om, uit eigen beweging of op verzoek van het college, de voor de verleningen vaststelling noodzakelijke inlichtingen en bewijsstukken te verstrekken van de kosten waarvoor de werkgeverscheque is aangevraagd.

  • 2. De aanvrager is verplicht om bij de aanvraag voldoende en juiste inlichtingen te verstrekken. Het college trekt de werkgeverscheque geheel of gedeeltelijk in als blijkt dat inlichtingen onjuist of onvoldoende zijn verstrekt of verzwegen en dat aan de aanvragen kan worden verweten.

Artikel 12 Betaling

  • 1. Het college kan een maand na aanvang van het dienstverband een voorschot betalen op de subsidie mits voldoende aannemelijk is dat de werkgever aan de subsidievoorwaarden voldoet en zal blijven voldoen.

  • 2. Geen voorschot wordt verstrekt indien er sprake is van een arbeidscontract met flexibele arbeidsuren dan wel wanneer de werkgever financieel niet solvabel en liquide is.

  • 3. Na het aanleveren van bewijsstukken door werkgever, waaruit blijkt dat de kandidaat gedurende de overeengekomen arbeidsduur en periode gewerkt heeft, stelt het college het recht binnen 1 maand vast.

Artikel 13 Intrekking

De Beleidsregel Werkgeverscheque wordt ingetrokken met ingang van de datum waarop deze nadere regel in werking treedt.

Artikel 14 Inwerkingtreding

Deze nadere regel treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Artikel 15 Citeertitel

Er kan naar deze nadere regel worden verwezen als ‘Nadere regel Werkgeverscheque gemeente Utrecht’.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door burgemeesters en wethouders van Utrecht in de vergadering van 7 december 2021.

De burgemeester,

Sharon A.M. Dijksma

De secretaris

Gabrielle G.H.M. Haanen