Nadere regels Stimuleringsregeling water vasthouden landbouwpercelen Zuid-Limburg 2022

Geldend van 03-01-2022 t/m 03-06-2022

Intitulé

Nadere regels Stimuleringsregeling water vasthouden landbouwpercelen Zuid-Limburg 2022

Het dagelijks bestuur van Waterschap Limburg:

Overwegende dat:

  • -

    het Waterschap Limburg zich richt op het waterbeheer, het voorkomen en beperken van waterschaarste en het creëren van waterbewustzijn;

  • -

    het Waterschap Limburg in dat kader in het Programma Water in Balans de doelstelling heeft opgenomen om circa 10 mm extra water vast te houden in het landelijk gebied ten zuiden van Echt-Susteren;

  • -

    het Waterschap Limburg hier een belangrijke opgave voor de landbouw ziet en deze sector via de genoemde activiteiten in deze nadere regels wenst aan te zetten tot het nemen van maatregelen en het opdoen van ervaring met het vasthouden van water;

  • -

    de looptijd van deze nadere regels vijf maanden bedraagt, te weten van 3 januari 2022 t/m 31 mei 2022.

gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur 23 november 2022.

gelet op het bepaalde in de Verordening EU Nr. 1408/2013 van de Commissie inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector, PBLEU L 352/9, zoals laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) Nr. 2019/316 van de Commissie PBLEU LI 51/1;

gelet op het bepaalde in titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 59 en 78 van de Waterschapswet en de Algemene subsidieverordening Waterschap Limburg;

BESLUIT

vast te stellen de navolgende nadere regels ‘Stimuleringsregeling water vasthouden landbouwpercelen Zuid-Limburg 2022’:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze nadere regels wordt verstaan onder:

  • a.

    Aanvrager: iemand die een aanvraag als bedoeld in artikel 1:3, lid 3, Algemene wet bestuursrecht indient om in aanmerking te komen voor een subsidie op grond van deze nadere regels;

  • b.

    Actieve landbouwer: iemand die voldoet aan de omschrijving uit artikel 2.3 van de ‘Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB’;

  • c.

    ASV: Algemene Subsidieverordening Waterschap Limburg 2017, vastgesteld op 2 januari 2017 en gewijzigd op 29 september 2021;

  • d.

    Boomspiegel: het stuk grond rondom de stam van de fruitboom in een fruitplantage, dat men oorspronkelijk vrijhoudt van begroeiing;

  • e.

    Dagelijks bestuur: het college van dijkgraaf en portefeuillehouders van het waterschap Limburg, belast met het dagelijks bestuur van het waterschap;

  • f.

    Groenbemester: gewassen die geteeld worden voor het in standhouden of verbeteren van de bodemvruchtbaarheid en/of voor het tegengaan van uitspoeling. Zij leveren meestal geen oogstbaar product. Ze worden ingezaaid na de hoofdteelt die plaatsvindt in een teeltjaar;

  • g.

    Landbouw De-minimisverordening: Verordening EU-Nr. 1408/2013 van de Commissie inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector, PBLEU L 352/9 zoals laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) Nr. 2019/316 van de Commissie PBLEU LI 51/1;

  • h.

    (Landbouw)perceel: perceel zoals opgenomen in de meest actuele Gecombineerde Opgave onderdeel Regeling Grondgebonden en waarop landbouw wordt gedreven;

  • i.

    Ruitzaai maïs: het in driehoeksverband zaaien van maïs, waarbij de afstanden tussen de planten in alle richtingen zoveel mogelijk gelijk is. Hierbij wordt een rijafstand van maximaal 37,5 cm gehanteerd;

  • j.

    Stroombaan: een strook/baan waar een waterstroom over een perceel van een hoger gelegen plek naar een lager gelegen plek stroomt;

  • k.

    Subsidie: de aanspraak op financiële middelen, door het dagelijks bestuur verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het dagelijks bestuur geleverde goederen of diensten, als bedoeld in artikel 4:21, lid 1, van de Algemene wet bestuursrecht;

  • l.

    Subsidieplafond: het bedrag dat ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies op basis van deze nadere regels;

  • m.

    Subsidieverlening: het besluit, waarbij de subsidie wordt toegekend voor een bepaalde – in het algemeen toekomstige – activiteit. Met de verlening krijgt de aanvrager aanspraak op financiële middelen, mits hij daadwerkelijk de gesubsidieerde activiteiten verricht;

  • n.

    Waterschap: het Waterschap Limburg;

  • o.

    Hellingspercentage: een gemiddeld in een absoluut getal uitgedrukt hellingspercentage van het perceel, bepaald volgens de in bijlage 5 van de ‘Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB’ weergegeven methode;

  • p.

    Compost: het product afkomstig uit een aeroob proces, dat bestaat uit één of meer organische stoffen die al dan niet met bodembestanddelen zijn gemengd en die met behulp van micro-organismen zijn afgebroken en omgezet tot een homogeen en zodanig stabiel eindproduct dat daarin alleen nog een langzame afbraak van humeuze verbindingen plaatsvindt en dat niet mede bestaat uit dierlijke meststoffen en niet verpompbaar is.

Artikel 2. Bevoegdheid dagelijks bestuur

Het dagelijks bestuur is bevoegd tot verstrekking van subsidie als bedoeld in deze nadere regels.

Artikel 3. Doelgroep

De subsidie wordt op grond van deze nadere regels uitsluitend verstrekt aan een actieve landbouwer.

Artikel 4. Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten van een actieve landbouwer die landbouwgrond in gebruik heeft binnen het gebied aangeduid in Bijlage 1 en die bijdraagt aan het realiseren van het in de overwegingen genoemde (beleids)doel van deze nadere regels in de vorm van:

  • 1.

    De aanleg van landbouwbuffers en dijkjes (dammetjes) op een landbouwperceel;

  • 2.

    Het plaatsen van strobalen op een landbouwperceel;

  • 3.

    Het plaatsen van houten schotten op een landbouwperceel;

  • 4.

    De aanleg van verruigde aardappelruggen waarbij minimaal de bovenkant van de rug wordt verruigd of de aanleg van aardappeldrempels tussen de ruggen;

  • 5.

    De aanvoer en toepassing van compost ten behoeve van waterberging en waterremming zowel op bouwland als op de zwartstrook van fruitteelt;

  • 6.

    Het optimaliseren van de groenbemesterkeuze ten behoeve van waterberging en waterremming;

  • 7.

    Het direct zaaien van suikerbieten in onbewerkte grond;

  • 8.

    De ruitzaai van maïs;

  • 9.

    De alternatieve teelt aan de kopakker of rand van het landbouwperceel bij uienteelt;

  • 10.

    Het doorzaaien van bestaand grasland;

  • 11.

    Het inzaaien van kruidenrijk grasland;

  • 12.

    Het verruigen van boomspiegel bij fruitteelt door zwartstrook te laten begroeien.

Artikel 5. Subsidievoorwaarden

Om voor subsidie voor de activiteiten als genoemd in artikel 4 in aanmerking te komen, moet worden voldaan aan de volgende vereisten:

  • 1.

    De activiteit als bedoeld in artikel 4 wordt uitgevoerd in het beheergebied van het Waterschap Limburg en specifiek voor het gebied zoals aangegeven in de kaart in Bijlage 1;

  • 2.

    Het landbouwperceel heeft een hellingspercentage van minimaal 2%.

  • 3.

    Voor de subsidie als bedoeld in artikel 4, lid 1, geldt:

    • a.

      De maatregel dient voor ten minste 3 jaar in stand te worden gehouden, ongeacht een eventuele eigendom- of gebruikerswissel gedurende die periode

    • b.

      Realisatie van de activiteit vindt plaats rondom het zaaien/poten van het hoofdgewas, maar dient uiterlijk op 1 mei 2022 te zijn uitgevoerd en dient duurzaam in stand te worden gehouden tot en met minimaal 1 september 2024.

    • c.

      De dam is minimaal 50 cm hoger dan het maaiveld. Voor een talud geldt minimaal 1:1 – 1:2.

    • d.

      De lengte van het object is minimaal 20 meter en maximaal 50 meter.

    • e.

      De ligging van het object is, onderaan de helling of ‘stroombaan’ in een landbouwperceel.

    • f.

      De bodem van het object (de dam) dient altijd bedekt te zijn – ingezaaid met groenmengsel of gras.

    • g.

      Bij de aanleg van een landbouwbuffer of een dijkje op een landbouwperceel moet men zich er bewust van zijn dat er geen extra gevaar optreedt voor de omgeving.

    • h.

      De subsidie kan slechts eenmalig per landbouwperceel worden aangevraagd, geldt voor 3 opeenvolgende jaren en wordt berekend voor een periode van 3 jaar.

  • 4.

    Voor subsidie als bedoeld in artikel 4, lid 2, geldt:

    • a.

      Een aanvraag kan jaarlijks worden gedaan, telkens voor de looptijd van maximaal 1 jaar.

    • b.

      Realisatie van de activiteit vindt plaats rondom het zaaien/poten van het hoofdgewas, maar dient uiterlijk op 1 mei 2022 te zijn uitgevoerd en dient duurzaam in stand gehouden te worden tot en met minimaal 1 september 2022.

    • c.

      De strobalen dienen vanaf 1 september 2022 en uiterlijk op 1 december 2022 te worden uitgereden over het perceel.

    • d.

      Alleen het plaatsen van grote strobalen (grootpakpers, >200 kg) komt voor subsidie in aanmerking.

    • e.

      De strobalen mogen niet afgedekt worden.

    • f.

      De totale subsidiabele lengte van de rij strobalen bedraagt minimaal 6 meter en maximaal 15 meter per landbouwperceel.

    • g.

      Het object ligt onderaan de helling of stroombaan op een landbouwperceel.

    • h.

      De strobalen dienen verankerd te worden zodat deze geen gevaar opleveren.

  • 5.

    Voor subsidie als bedoeld in artikel 4, lid 3, geldt:

    • a.

      Realisatie van de activiteit vindt plaats rondom het zaaien/poten van het hoofdgewas, maar dient op uiterlijk op 1 mei 2022 te zijn uitgevoerd en dient duurzaam in stand te worden gehouden t/m 1 september 2024.

    • b.

      De totale lengte van de houten schotten bedraagt minimaal 6 meter en maximaal 15 meter. De hoogte is minimaal 30 centimeter boven maaiveld.

    • c.

      De ligging van het object is onderaan de helling of ‘stroombaan’ van het perceel.

    • d.

      Het gebruikte hout dient onbehandeld te zijn (geen hout met chemische stoffen).

    • e.

      De subsidie kan slechts eenmalig per landbouwperceel worden aangevraagd, geldt voor 3 opeenvolgende jaren en wordt berekend voor een periode van 3 jaar.

  • 6.

    Voor subsidie als bedoeld in artikel 4, lid 4, geldt:

    • a.

      Realisatie van de activiteit vindt uiterlijk 1 juni 2022 plaats.

    • b.

      Dat minimaal de bovenzijde van de aardappelrug verruigd moet zijn, dus niet strak of glad met een aanaardkap afgestreken.

      of:

    • c.

      Het betreffende landbouwperceel moet voorzien zijn van aardappeldrempels tussen de aardappelruggen.

  • 7.

    Voor subsidie als bedoeld in artikel 4, lid 5, geldt:

    • a.

      De aanvoer is minimaal 10 ton product per hectare;

    • b.

      De aan te voeren compost (zoals beschreven in het uitvoeringsbesluit meststoffen) voldoet aan de genoemde criteria in artikel 17 van het uitvoeringsbesluit meststoffen (minder dan 0,5 gewichtsprocent aan bodemvreemde niet-biologisch afbreekbare delen).

    • c.

      Het perceel waar de compost wordt aangevoerd heeft de bestemming bouwland (akkerland), fruitteelt of boomteelt.

    • d.

      Realisatie van de activiteit vindt uiterlijk 1 december 2022 plaats.

  • 8.

    Voor subsidie als bedoeld in artikel 4, lid 6, geldt dat de activiteit uiterlijk 1 oktober 2022 dient te zijn uitgevoerd en dat de groenbemester voldoet aan een van de twee hierna genoemde voorwaarden:

    • a.

      De groenbemester bestaat uit een mengsel van minimaal twee soorten waarbij;

      Eén of meerdere soorten diep wortelend zijn; minimaal 20% (gewicht)van het mengsel; te kiezen uit de soorten: bladrammenas, gele mosterd, bladkool, Ethiopische mosterd, deeptill bladrammenas en vlas.

      Eén of meerdere soorten zijn intensief wortelend in de toplaag en/of goede bodembedekking; minimaal 40% (gewicht) van het mengsel; te kiezen uit de soorten: Phacelia, japanse haver, klaver (o.a. Perzische, alexandrijnse) wikke en niger;

      Aanvrager draagt zorg voor een zichtbare bedekking van het landbouwperceel met de groenbemester en gebruikt een aannemelijke hoeveelheid zaaizaad.

      of:

    • b.

      De groenbemester is een kant en klaar mengsel (uitgebalanceerde verhouding tussen soorten) van minimaal 5 soorten. De samenstelling bevat minimaal 5 van onder a. genoemde soorten. Bij de keuze in deze regeling is het belangrijk dat het bijdraagt aan meer waterberging en past in een NKG systeem. Er wordt minimaal het landbouwkundig advies aan hoeveelheid zaaizaad toegepast per hectare.

  • 9.

    Voor subsidie als bedoeld in artikel 4, lid 7, geldt:

    • a.

      De bieten moeten gezaaid worden met een schijvenmachine in onbewerkte grond (geen hoofdgrondbewerking en zaaibedbereiding) direct in de afgestorven resten (al dan niet geklepeld) van de groenbemester.

    • b.

      Realisatie van de activiteit vindt uiterlijk 15 mei 2022 plaats.

  • 10.

    Voor subsidie als bedoeld in artikel 4, lid 8, geldt:

    • a.

      De maïs moet gezaaid worden op een rijafstand van 37.5cm, waarbij de planten in een driehoeksverband staan en er een evenwichtige verdeling is over het perceel.

    • b.

      Realisatie van de activiteit vindt uiterlijk 1 juni 2022 plaats.

  • 11.

    Voor subsidie als bedoeld in artikel 4, lid 9, geldt:

    • a.

      De alternatieve gewassen zijn gras, graan (met uitzondering van mais) of groenmengsel.

    • b.

      Het alternatieve gewas in te zaaien voorafgaand of minimaal met het inzaaien of planten van de uienteelt 2022 en dient uiterlijk te zijn gerealiseerd op 1 mei 2022.

    • c.

      De kopakker is minimaal 6 meter en maximaal 21 meter breed.

    • d.

      Het alternatieve gewas is ingezaaid aan de rand van het perceel waar het logisch is om afstroming van het perceel te voorkomen.

  • 12.

    Voor subsidie als bedoeld in artikel 4, lid 10, geldt:

    • a.

      Zaaizaad wordt met een grasdoorzaaimachine voorzien van schijven gezaaid en moet met de machine in de grond worden gebracht.

    • b.

      Realisatie van de activiteit vindt uiterlijk 1 november 2022 plaats en dient gedurende een jaar na uitvoering van de activiteit duurzaam in stand te worden gehouden.

  • 13.

    Voor subsidie als bedoeld in artikel 4, lid 11, geldt:

    • a.

      Er worden minimaal 5 kruidensoorten gebruikt, waarbij minimaal drie van de volgende soorten worden toegepast: Klaver, Karwei, Smalle weegbree, duizendblad of Cichorei;

    • b.

      Per hectare wordt minimaal 2,5 kilo kruidenmengsel ingezaaid.

    • c.

      Realisatie van de activiteit vindt uiterlijk 1 november 2022 plaats en dient minimaal gedurende een jaar na uitvoering van de activiteit duurzaam in stand te worden gehouden.

  • 14.

    Voor subsidie als bedoeld in artikel 4, lid 12, geldt:

    • a.

      De zwartstrook mag gedurende één jaar na datum van de subsidieverstrekking maximaal één keer worden bewerkt.

Artikel 6. Hoogte van de subsidie

  • 1. De hoogte van de subsidie per aanvrager per afzonderlijke activiteit als benoemd in artikel 4 wordt, met inachtneming van het eerste lid, als volgt bepaald:

    • a.

      Subsidie voor maatregelen als bedoeld in artikel 4, lid 1, bedraagt:

      • 1°.

        Een basisbedrag van € 150,- voor het eerste deelnamejaar per landbouwperceel;

      • 2°.

        € 0,35 per m² per jaar;

      • 3°.

        Voor de berekening van het te vergoeden aantal m² wordt gerekend met een standaardbreedte van 5 m.

    • b.

      Subsidie voor maatregelen als bedoeld in artikel 4, lid 2, bedraagt:

      • 1°.

        Een basisbedrag van € 150,- voor het eerste deelnamejaar per landbouwperceel;

      • 2°.

        € 25,- per strekkende meter per teeltjaar.

    • c.

      Subsidie voor maatregelen als bedoeld in artikel 4, lid 3, bedraagt:

      • 1°.

        Een basisbedrag van € 150,- voor het eerste deelnamejaar per landbouwperceel;

      • 2°.

        € 15,- per strekkende meter;

    • d.

      Subsidie voor maatregelen als bedoeld in artikel 4, lid 4 bedraagt € 30,- per hectare per jaar, met een maximum van 20 hectare per aanvrager per jaar;

    • e.

      Subsidie voor maatregelen als bedoeld in artikel 4, lid 5 bedraagt € 60,- per hectare per jaar, tot een maximum van 15 hectare per aanvrager per jaar;

    • f.

      Subsidie voor maatregelen als bedoeld in artikel 4, lid 6 bedraagt € 30,- per hectare per jaar, tot een maximum van 20 hectare per aanvrager per jaar;

    • g.

      Subsidie voor maatregelen als bedoeld in artikel 4, lid 7 bedraagt € 35,- per hectare per jaar, tot een maximum van 20 hectare per aanvrager per jaar;

    • h.

      Subsidie voor maatregelen als bedoeld in artikel 4, lid 8 bedraagt € 35,- per hectare per jaar, tot een maximum van 20 hectare per aanvrager per jaar;

    • i.

      Subsidie voor maatregelen als bedoeld in artikel 4, lid 9 bedraagt € 0,20 per m² per jaar met een maximum van 5.000 m² per aanvrager per jaar;

    • j.

      Subsidie voor maatregelen als bedoeld in artikel 4, lid 10 bedraagt € 50,- per hectare per jaar bij maximaal 10 hectare per aanvrager per jaar;

    • k.

      Subsidie voor maatregelen als bedoeld in artikel 4, lid 11 bedraagt € 100,- per hectare per jaar bij maximaal 4 hectare per aanvrager per jaar;

    • l.

      Subsidie voor maatregelen als bedoeld in artikel 4, lid 12 bedraagt € 100,- per hectare per jaar bij maximaal 5 hectare per aanvrager per jaar.

  • 2. Per aanvrager zal in totaal in ieder geval niet meer dan € 20.000,- subsidie worden verstrekt, of zoveel minder als – bijvoorbeeld in verband met eerder ontvangen (de-minimis)steun – is toegestaan op grond van de Landbouw De-minimisverordening.

  • 3. Indien het aangevraagde bedrag lager is dan € 2.500,- dan kan de subsidie ook direct worden vastgesteld. In dat geval zijn de verplichtingen van de subsidieontvanger zoals genoemd in artikel 10, lid 1, 4 en 5 van deze nadere regels onverkort van toepassing.

Artikel 7. Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 6 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    personeelskosten

  • b.

    kosten van rente, bankdiensten, financieringen, verzekeringspremies, gerechtelijke procedures, boetes en sancties;

  • c.

    kosten van regulier beheer en onderhoud;

  • d.

    kosten om te voldoen aan gangbare minimumkwaliteitseisen of wettelijke verplichtingen;

  • e.

    de BTW van rechtspersonen.

Artikel 8. Vereisten subsidieaanvraag

  • 1. De aanvrager dient de subsidieaanvraag in met gebruikmaking van een door het dagelijks bestuur vastgesteld aanvraagformulier dat wordt gepubliceerd op de website van het Waterschap.

  • 2. Subsidieaanvragen worden in afwijking van het bepaalde in artikel 2.1, lid 1, van de ASV jaarlijks ingediend uiterlijk 4 weken voordat met de uitvoering van de activiteiten een begin wordt gemaakt.

  • 3. In aanvulling op het bepaalde in artikel 2.1, lid 2, ASV bevat een aanvraag tenminste:

    • a.

      Een ingevuld en rechtsgeldig ondertekend aanvraagformulier;

    • b.

      Een kopie van de voorpagina van de meest recent ingestuurde gecombineerde opgave van de betreffende aanvrager.

    • c.

      De subsidie op grond van deze nadere regels valt onder de Landbouw De-minimisverordening. Onverminderd het bepaalde in artikel 2.1, lid 2, van de ASV gaat de aanvraag daarom vergezeld van een ingevuld formulier, dat is opgenomen in de bij deze nadere regels gevoegde Bijlage 2.

  • 4. Indien de aanvraag wordt ingediend namens een actieve landbouwer, geschiedt de aanvraag met instemming van de actieve landbouwer en bevat de aanvraag om subsidie schriftelijke gegevens waaruit blijkt dat de penvoerder is aangewezen door de actieve landbouwer.

  • 5. Conform artikel 2.1, lid 3, van de ASV verleent het dagelijks bestuur ontheffing van het bepaalde in artikel 2.1, lid 2 onder d, van de ASV.

  • 6. Per actieve landbouwer kan één aanvraag worden ingediend, waarbij de subsidie kan worden aangevraagd voor verschillende activiteiten.

Artikel 9. Weigeringsgronden

  • 1. Subsidie wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 1.7 van de ASV, geweigerd indien:

    • a.

      de subsidieaanvrager voor de activiteit reeds subsidie ten laste van het Waterschap Limburg of een andere overheidsinstantie (Europese subsidie, Rijkssubsidie, provinciale of gemeentelijke subsidie) heeft ontvangen;

    • b.

      de activiteit voortvloeit uit een bestaande wettelijke verplichting;

    • c.

      het perceel/de percelen waarop de subsidiabele activiteiten plaatsvinden zich buiten het subsidiabele gebied bevinden;

    • d.

      voor de verstrekking van de subsidie het in artikel 11, lid 2 genoemde plafond wordt overschreden;

    • e.

      werkzaamheden in het project niet zijn toegestaan op grond van wet- en regelgeving of beleid;

    • f.

      de aanvrager niet de feitelijk gebruiker is van het betreffende landbouwperceel zoals opgegeven bij de gecombineerde opgave;

    • g.

      de toewijzing niet in overeenstemming zou zijn met de voorwaarden van de Landbouw De-minimisverordening.

  • 2. Subsidie kan worden geweigerd indien de subsidieaanvraag is ingediend buiten de in artikel 8, lid, 2 genoemde termijn.

Artikel 10. Verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1. De subsidieontvanger is verplicht om het dagelijks bestuur onverwijld schriftelijk mee te delen indien de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden uitgevoerd;

  • 2. De (aanvraag tot) vaststelling van de subsidie geschiedt conform hoofdstuk 5 van de ASV.

  • 3. In aanvulling op artikel 5.1 van de ASV levert de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling documenten in ter bewijs dat de activiteit als bedoeld in artikel 4 is uitgevoerd, waaronder in ieder geval voor de maatregelen die betrekking hebben op een specifieke teelt of grondgebruik de subsidieontvanger een uitdraai uit mijnpercelen over het jaar 2022 vanuit mijn.rvo.nl meestuurt.

  • 4. De subsidieontvanger bewaart de documenten als bedoeld in lid 3 voor een periode van 3 jaar, gedurende welke periode de documenten door het dagelijks bestuur kunnen worden opgevraagd.

  • 5. De subsidieontvanger is gehouden om binnen 3 jaar na subsidieverstrekking mee te werken aan één of meerdere controles door of in opdracht van het dagelijks bestuur, teneinde vast te stellen of de activiteit conform de voorwaarden daadwerkelijk is uitgevoerd, duurzaam wordt onderhouden of in stand gehouden is.

Artikel 11. Looptijd, subsidieplafond en wijze van verdeling

  • 1. De looptijd van deze nadere regels bedraagt 5 maanden, te weten van 3 januari 2022 t/m 31 mei 2022.

  • 2. Voor dit tijdvak is het subsidieplafond vastgesteld op maximaal € 600.000,-. Subsidie op basis van dit totaalbedrag kan uitsluitend worden verstrekt voor maatregelen die uitgevoerd worden op landbouwpercelen aangeduid op de kaart in Bijlage 1.

  • 3. Conform artikel 1.5, lid 2 van de ASV vindt de verdeling van het subsidieplafond plaats in volgorde van ontvangst van de aanvragen. Een aanvraag wordt in de bedoelde volgorde opgenomen indien deze volledig is.

Artikel 12 Hardheidsclausule

Het dagelijks bestuur kan van deze nadere regels afwijken, indien toepassing in een individueel geval leidt tot onevenredige onbillijkheid.

Artikel 13. Inwerkingtreding

Deze nadere regels treden in werking met ingang van 3 januari 2022 en heeft een looptijd van vijf maanden.

Artikel 14. Citeertitel

Deze nadere regels worden aangehaald als ‘Stimuleringsregeling water vasthouden landbouwpercelen Zuid-Limburg 2022’.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door het dagelijks bestuur in de vergadering van

De secretaris-directeur,

De dijkgraaf,

Bijlage 1

Gebied waarbinnen de activiteiten op grond van de stimuleringsregeling water vasthouden Zuid-Limburg 2022 voor subsidie in aanmerking kunnen komen. (rood omlijnd gebied).