Verordening op de heffing en invordering afvalstoffenheffing 2022

Geldend van 01-12-2021 t/m heden

Intitulé

Verordening op de heffing en invordering afvalstoffenheffing 2022

De raad van de gemeente Kampen;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 5 oktober 2021 inzake de herziening van de belastingtarieven met ingang van 1 januari 2022, zaaknummer 79978-2021;

gelet op artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer;

besluit vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en invordering van Afvalstoffenheffing 2022

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • -

    afvalpas: adres gebonden chipkaart voor het ontsluiten van verzamelcontainers;

  • -

    gebruik maken: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer;

  • -

    gft-afval: groente-, fruit- en tuinafval;

  • -

    grof huishoudelijk afval: huishoudelijke afvalstoffen die met enige regelmaat in een huishouden vrijkomen, doch die te groot en/of te zwaar zijn om op dezelfde wijze als andere huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst te worden aangeboden;

  • -

    grof tuinafval: tuinafval dat met enige regelmaat in een huishouden vrijkomt, doch dat te groot en/of te zwaar is om op dezelfde wijze als gft-afval aan de inzameldienst te worden aangeboden;

  • -

    minicontainer: de vanwege de gemeente uitgezette ophaalbakken, onderverdeeld in de verschillende volumina;

  • -

    restafval: al het afval dat niet apart als grondstof of grof vuil wordt ingezameld;

  • -

    verzamelcontainer: de vanwege de gemeente geplaatste verzamelcontainers, die kunnen worden ontsloten door middel van afvalpas.

Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit

  • 1.

    Onder de naam “afvalstoffenheffing” wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

  • 2.

    De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1.

    De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

  • 2.

    Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt ingeval een gedeelte van een perceel voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.

Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 5 Belastingjaar

Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 6 Wijze van heffing

  • 1.

    De belasting bedoeld in hoofdstuk 1, en 2 van de tarieventabel wordt geheven door middel van een aanslag.

  • 2.

    De belasting bedoeld in hoofdstuk 3.1 en 3.2.1.1, van de tarieventabel wordt geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving waarop de verschuldigde belasting is vermeld.

  • 3.

    Per belastbaar feit kan afzonderlijk worden geheven.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld

  • 1.

    De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    De belasting bedoeld in hoofdstuk 2.1 en 2.2 van de tarieventabel is verschuldigd na afloop van het belastingjaar of, zo dit eerder is, na beëindiging van de belastingplicht.

  • 3.

    De belasting bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening als daar bedoeld.

  • 4.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 5.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 6.

    Het vierde en vijfde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt.

Artikel 8 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn op de laatste dag van de tweede maand na de dagtekening van de aanslag.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de volgende telkens één maand later.

  • 3.

    Ten aanzien van het tweede lid is het “Incassoreglement 2021” van toepassing, zoals door het college van burgemeester en wethouders is vastgesteld of zoals deze laatstelijk is gewijzigd.

  • 4.

    In afwijking van het eerste en tweede lid geldt, bij een aanslag ten behoeve van een zogenaamde tussentijdse afrekening in verband met beëindiging van de belastingplicht een betalingstermijn van één maand. De termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

  • 5.

    De belasting bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel, welke door middel van een gedagtekende kennisgeving wordt geheven, moet worden betaald op het tijdstip van de uitreiking.

  • 6.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 9 Kwijtschelding afvalstoffenheffing

  • 1.

    Voor de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 en 2 van de tarieventabel gezamenlijk kan kwijtschelding worden verleend tot een bedrag van maximaal:

    • a.

      € 209,36 per belastingjaar, overeenkomstig vastrecht + 14 x gebruik afvalpas, indien het onderhavige perceel door belastingplichtige alleen wordt gebruikt;

    • b.

      € 222,66 per belastingjaar, overeenkomstig vastrecht + 21 x gebruik afvalpas, indien het onderhavige perceel niet door belastingplichtige alleen wordt gebruikt, maar deze met meerdere personen gezamenlijk huishouden voert;

  • 2.

    Geen kwijtschelding wordt verleend voor de belasting bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel.

Artikel 10 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing.

Artikel 11 Overgangsrecht

De ‘Verordening afvalstoffenheffing 2021’, vastgesteld op 17 december 2021, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 12 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022.

Artikel 13 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening afvalstoffenheffing 2022’.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 11 november 2021.

De raad van de gemeente Kampen,

drs. H.A. van der Meulen, griffier

S. de Rouwe, voorzitter

Tarieventabel behorende bij de ‘Verordening afvalstoffenheffing 2022’

Hoofdstuk 1 Maatstaf en jaarlijks tarief vastrecht afvalstoffenheffing

1.1

De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar

€ 182,76

Hoofdstuk 2 Maatstaven en ledigings- c.q. aanbiedingstarieven afvalstoffenheffing

2.1

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting per lediging van:

2.1.1

een minicontainer van 140 liter bestemd voor overige huishoudelijke afvalstoffen

€ 6,65

2.1.2

een minicontainer van 180 liter bestemd voor overige huishoudelijke afvalstoffen

€ 8,55

2.1.3

een minicontainer van 240 liter bestemd voor overige huishoudelijke afvalstoffen

€ 11,40

2.1.4

een minicontainer van 140, 180 of 240 liter bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval

Gratis

2.1.5

een minicontainer van 140, 180 of 240 liter bestemd voor plastic verpakkingsmateriaal, metaal en drinkkartons

Gratis

2.1.6

een minicontainer van 140, 180 en 240 liter bestemd voor oud papier en karton

Gratis

2.2

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting per ontsluiting met gebruik van de afvalpas van de verzamelcontainer voor huishoudelijke afvalstoffen met een vulopening van 40 liter

€ 1,90

Hoofdstuk 3 Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing

3.1

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 en 2 bedraagt het tarief:

3.2

voor voorrijkosten wegens het gebruik van de grofvuil inzamelwagen, per keer

€ 41,57

3.2.1

Voor het aanbieden van

3.2.1.1

grove huishoudelijke afvalstoffen, met uitzondering van groot wit-en bruingoed en de hierna onder 3.2.1.3 vermelde afvalstoffen, per 10 kilo

€ 2,62

3.2.1.2

bij minder dan 15 kilogram van de onder 3.2.1.1 genoemde huishoudelijke afvalstoffen wordt het tarief per 10 kilo in rekening gebracht

3.2.1.3

tuin- en snoeiafval

Gratis

3.3

voor het op aanvraag verstrekken van een afvalpas indien de vorige bijvoorbeeld door verlies of diefstal verloren is gegaan

€ 23,46

3.4

voor het door de gemeente aanmaken van een afvalpas voor een bepaald adres indien de vorige bewoner de pas niet heeft ingeleverd, te voldoen door die vorige bewoner

€ 23,46

3.5

voor het op aanvraag omwisselen van een container

€ 55,86

3.6

voor het op aanvraag uitzetten van een extra container

€ 55,86

3.7

bij het zelf ophalen op de gemeentewerf van een container als bedoeld in 3.5 en 3.6

€ 15,92

3.8

voor het omwisselen van een container na verhuizing

Gratis

3.9

voor het uitzetten van een container als bij verhuizing geen container is aangetroffen op het nieuwe adres

Gratis

3.10

voor het uitzetten als vervanging van een kapotte of niet aangetroffen container buiten de ledigingsdag (o.a. door brand, vernieling, diefstal):

3.10.1

container van 140 liter

-

3.10.2

container van 180 liter

€ 97,43

3.10.3

container van 240 liter

€ 97,43

NB: de afvalpas is adres gebonden, blijft eigendom van de gemeente en is in bruikleen bij de bewoner van dat adres.

Deze tarieventabel behoort bij de ‘Verordening afvalstoffenheffing 2022’, vastgesteld door de raad van de gemeente Kampen op 11 november 2021,

De raad van de gemeente Kampen,

drs. H.A. van der Meulen, griffier

S. de Rouwe, voorzitter