Verordening op de heffing en de invordering van Precariobelasting 2022

Geldend van 25-06-2022 t/m heden

Intitulé

Verordening op de heffing en de invordering van Precariobelasting 2022

De raad van de gemeente Deventer,

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 28 september 2021 nummer 2021-002508

Gelet op artikel 228 van de Gemeentewet;

BESLUIT

Vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van Precariobelasting 2022.

Artikel 1 Definities

Deze verordening verstaat onder

  • a.

    jaar: een kalenderjaar;

  • b.

    kwartaal: een kalenderkwartaal;

  • c.

    maand: een kalendermaand;

  • d.

    week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen;

  • e.

    dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 0.00 uur,of een gedeelte daarvan;

  • f.

    uur: een periode van 60 achtereenvolgende minuten, of een gedeelte daarvan;

  • g.

    vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben;

  • h.

    terras: een geheel van tafels, stoelen of andere roerende zaken, die de belastingplichtige buitenshuis opstelt om anderen in de gelegenheid te stellen ter plaatse iets te nuttigen;

  • i.

    terrasvergunning: het besluit waarbij van gemeentewege aan de belastingplichtige vergunning wordt verleend tot het hebben van een terras op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1. De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn.

  • 2. In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.

Artikel 4 Vrijstellingen

De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van:

  • a.

    voorwerpen welke ingevolge een wettelijk voorschrift, een overeenkomst of anderszins rechtens moeten worden gedoogd;

  • b.

    voorwerpen, waarvoor de gemeente een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen;

  • c.

    voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde;

  • d.

    voorwerpen op of boven de gemeentegrond die kleiner zijn dan één vierkante meter;

  • e.

    wegwijzers en verkeersaanwijzingen van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB en andere overeenkomstige instellingen;

  • f.

    bloemen – of plantenbakken.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Dit met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde.

Artikel 6 Berekening van de precariobelasting

  • 1. Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt.

  • 2. Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald.

  • 3. De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek.

  • 4. Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij het vijfde lid van overeenkomstige toepassing is.

  • 5. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze.

  • 6. In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van de precariobelasting:

    • a.

      indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief, maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week;

    • b.

      indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief, maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand.

  • 7. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief, maandtarief of jaartarief is opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week, maand of een jaar omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week, maand of jaar van het belastingtijdvak.

Artikel 7 Belastingtijdvak

  • 1. In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.

  • 2. In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan.

Artikel 8 Wijze van heffing

  • 1. De verschuldigde precariobelasting wordt geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

  • 2. In afwijking van het eerste lid wordt de precariobelasting voor de hoofdstukken 2.1.3, 3.1.2, 3.2.2, 3.3.2, 3.4.2, 4.1, 5.1.1, 5.1.2, 6.1 en 7.1 uit de tarieventabel geheven bij wege van aanslag.

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting

  • 1. In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 10 Termijnen van betaling

  • 1a. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de gevorderde bedragen worden voldaan binnen 30 dagen na dagtekening van de schriftelijke kennisgeving.

  • 1b. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

  • 2a. In afwijking van het eerste lid, letter a en b, geldt, wanneer het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan is, vanaf de € 30 en tot de € 5000,-, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar waarin de aanslagen worden opgelegd over blijven. Het aantal termijnen moet ten minste drie en ten hoogste tien bedragen. De eerste termijn vervalt op de 25e dag van de maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 2b. In afwijking van het eerste lid, letter a en b, geldt, wanneer het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan is minder dan € 30 en meer dan € 5000,-, kan op verzoek de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso worden afgeschreven. Het aantal incasso termijnen is gemaximeerd op drie termijnen. De eerste termijn vervalt op de 25e dag van de maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 11 Kwijtschelding

Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990.

Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. De Verordening precariobelasting 2021 vastgesteld door de raad van Deventer op 11 november 2020, alsmede de tarieventabel behorende bij de verordening precariobelasting 2021, worden ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2. Deze verordening treedt 1 dag na de dag van de bekendmaking in werking.

  • 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022.

  • 4. Deze verordening wordt aangehaald als: "Verordening precariobelasting 2022".

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 10 november 2021

De raad voornoemd,

de griffier,

A. Kerver

de voorzitter,

R.C. König

Bijlage 1: Tarieventabel

Tarieventabel behorende bij artikel 5 van de “Verordening precariobelasting 2022”.

Tarieventabel

Indeling tarieventabel

Hoofdstuk 1 Evenementen standplaats innemen

Hoofdstuk 2 Containers, schuttingen, steigers, schoren, kalkloodsen en opslag van goederen

Hoofdstuk 3 Plaatsen van kiosken, loodsen, planten, stoelen, banken, terrassen, winkelwagenstallingen etc.

Hoofdstuk 4 Luifels, balkons, erkers en andere uitbouwen

Hoofdstuk 5 Installaties of tanks voor benzine, ruwe olie, motorolie, lucht etc.

Hoofdstuk 6 Steigers boven gemeentewater

Hoofdstuk 7 Transportbaan, loopbrug etc.

Hoofdstuk 1: Evenementen standplaats innemen.

1.1

Voor het innemen van een standplaats op voor de openbare dienst bestem­de gemeentegrond is verschuldigd:

1.1.1

ten behoeve van het houden of organi­se­ren van een eve­ne­ment: per dag of, indien langer, per aaneengeslo­ten periode

€ 77,38

1.1.2

ten behoeve van het gebruik van de weg voor het tij­de­lijk plaatsen van niet bedrijfsmatig geëxploiteerde kra­men en/of andere voorwerpen:

per dag of, indien langer, per aaneengeslo­ten periode

€ 19,78

1.1.3

ten behoeve van het tijdelijk standplaats inne­men of anderszins uit­stallen van goederen teneinde deze goe­de­ren in de uitoefe­ning van han­del te koop aan te bieden, te verkopen of te verstrekken aan publiek:

per dag of, indien langer, per aaneengeslo­ten periode

€ 57,72

Hoofdstuk 2:Containers, schuttingen, stellingen, steigers, schoren, kalkloodsen en opslag van goederen.

2.1

Voor het innemen van of op enigerlei wijze aan het ver­keer onttrekken van een gedeelte van de voor de openba­re dienst bestem­de ge­meen­tegrond voor het plaatsen van con­tainers, schuttingen, stellin­gen, steigers, schoren, kalklood­sen, en andere ma­teri­alen en/of opbre­kingen van de (ver) bouw van of de aanbouw aan, danwel de uitvoering van dak- of gevel­werk­zaamheden aan bouw­werken, wordt per m² een bedrag in rekening gebracht:

2.1.1

voor de eerste vier weken of gedeelte daarvan per week

€ 0,89

doch met een minimum van

€ 21,82

2.1.2

voor iedere volgende week of gedeelte daarvan, per week

€ 0,50

2.1.3

voor een vergunning zonder tijdsbepaling of voor een pe­riode van 26 weken of langer, per jaar of gedeel­te daarvan

€ 18,22

doch met een minimum van

€ 182,42

2.2

Voor het afzetten van een parkeerapparatuurplaats of een belanghebbendenplaats dan wel het gebruik maken van een parkeerapparatuurplaats of belanghebbendenplaats met een voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig, wordt per parkeerplaats per dag een bedrag in rekening gebracht. Dit bedrag is voor de eerste 4 weken gelijk aan 25% van het in de vigerende parkeerbelasting genoemde dagtarief. Na 4 weken is dit 50% van het in de vigerende parkeerbelasting genoemde dagtarief met een maximum van € 2.100,00 per parkeerplaats per jaar. Het tarief is afhankelijk van locatie.

Hoofdstuk 3:Plaatsen van kiosken, loodsen, stoelen, banken, terrassen, winkelwagenstellingen etc.

3.1

Voor het innemen van een gedeelte van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond gelegen buiten de binnenstad van de kadastrale gemeente Deventer tot het plaatsen van kiosken en loodsen, tot het plaatsen van planten, tafeltjes of stoelen, banken of an­dere zitgelegen­heden voor zover niet vallend onder een andere bepaling, wordt per m² een bedrag in rekening gebracht:

3.1.1

Voor elke week of gedeelte van een week

€ 0,61

3.1.2

Bij een vergunning zonder tijdsbepaling of voor een jaar of langer gegeven,

voor elk jaar

€ 13,15

3.2

Voor het innemen van een gedeelte van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond gelegen in de binnenstad van de gemeente Deventer, exclusief "Brink" en “het grote Kerkhof, tot het plaatsen van kiosken en loodsen, tot het plaatsen van planten, tafels of stoe­len, banken of andere zitgelegenhe­den, voor zover niet vallend onder een andere bepaling van dit arti­kel, wordt per m² een bedrag in rekening gebracht:

3.2.1

Voor elke week of gedeelte van een week

€ 0,94

3.2.2

Bij een vergunning zonder tijdsbepaling of voor een jaar of langer gegeven,

voor elk jaar

€ 19,80

3.3

Voor het innemen van een gedeelte van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond gelegen aan de in de binnenstad van de gemeente De­ven­ter gelegen “het Grote Kerkhof”, tot het plaatsen van kiosken en loodsen, tot het plaatsen van planten, tafels of stoe­len, banken of andere zitgelegenhe­den, voor zover niet vallend onder een andere bepaling van dit arti­kel, wordt per m² een bedrag in rekening gebracht:

3.1.1

Voor elke week of gedeelte van een week

€ 1,21

3.2.2

Bij een vergunning zonder tijdsbepaling of voor een jaar of langer gegeven,

voor elk jaar

€ 26,21

3.4

Voor het innemen van een gedeelte van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond gelegen aan de in de binnenstad van de gemeente De­ven­ter gelegen "Brink" , tot het plaatsen van kiosken en loodsen, tot het plaatsen van planten, tafels of stoe­len, banken of andere zitgelegenhe­den, voor zover niet vallend onder een andere bepaling van dit arti­kel, wordt per m² een bedrag in rekening gebracht:

3.4.1

Voor elke week of gedeelte van een week

€ 1,49

3.4.2

Bij een vergunning zonder tijdsbepaling of voor een jaar of langer gegeven,

voor elk jaar

€ 30,23

3.5

Voor het bepaalde in artikel 3.1, 3.2, 3.3 en 3.4 is de gebiedsaanduiding zoals in de bijlage opgenomen van toepassing.

3.6

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 3.1.1, 3.1.2, 3.2.1, 3.2.2, 3.3.1, 3.3.2, 3.4.1 en 3,4.2 bedraagt het tarief bij een vergroting van het vergunde m2 terras tot en met maximaal 30% in het kader van coronamaatregelen 10% van het basis tarief.

3.7

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 3.1.1, 3.1.2, 3.2.1, 3.2.2, 3.3.1, 3.3.2, 3.4.1, 3,4.2 en 3.6 bedraagt het tarief indien het terras is vergroot met meer dan 30% tot en met 250% in het kader van coronamaatregelen 25% van het basistarief.

Hoofdstuk 4:Luifels, balkons, erkers en andere uitbouwen

4.1

Voor het hebben van boven voor de openbare dienst be­st­em­de gemeentegrond of voor de openbare dienst be­stemd ge­meen­tewater van er­kers, balkons, luifels en andere uitbouwen, brandladders en dergelij­ke wordt, per m², per jaar in rekening gebracht

€ 7,79

Hoofdstuk 5:Installaties of tanks voor benzine, ruwe olie, motorolie,lucht etc.

5.1

5.1.1

een installatie voor het oppompen van benzine, ruwe olie, motorolie, water, lucht en dergelijke met inbe­grip van daarbij behorende lei­din­gen, wordt per jaar in rekening gebracht

€ 128,58

5.1.2

een tank voor benzine, ruwe olie, motorolie en der­ge­l­i­j­ke, wordt per jaar in rekening gebracht

€ 25,69

Hoofdstuk 6: Steigers boven gemeentewater

6.1

Voor het hebben van een steiger boven voor de openbare dienst bestemd gemeente­water wordt, per m² per jaar in rekening gebracht,

voor elk jaar

€ 6,80

met een maximum van (per jaar)

€ 266,65

Hoofdstuk 7: Transportbaan, loopbrug etc.

7.1

Voor het hebben van een transportbaan, een loopbrug of een dergelijke inrichting wordt per m² overdekte voor de openbare dienst bestem­de gemeentegrond of voor de open­bare dienst bestemd ge­meentewater, per jaar in rekening gebracht

€ 15,46

tot een maximum voor het gehele werk van

€ 129,30