Verordening op de heffing en invordering van reinigingsrecht 2022

Geldend van 01-01-2022 t/m heden

Intitulé

Verordening op de heffing en invordering van reinigingsrecht 2022

De RAAD van de gemeente Dordrecht;

gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van dinsdag 15 oktober 2021 inzake vaststellen Verordeningen op de heffing en invordering van precariobelasting, marktgeld en reinigingsrecht 2022;

overwegende dat het noodzakelijk is een nieuwe, integrale Verordening op de heffing en invordering van reinigingsrecht vast te stellen in verband met wijziging van de tarieven en overige wijzigingen;

gelet op de artikelen 216 en 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a. en b. van de Gemeentewet;

b e s l u i t :

vast te stellen de navolgende

Verordening op de heffing en invordering van reinigingsrecht 2022

Artikel 1 Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    bedrijf: een natuurlijke dan wel rechtspersoon niet zijnde een particuliere huishouding;

  • b.

    afvalstoffen: alle stoffen, preparaten of andere producten, waarvan de houder zich, met het oog op de verwijdering daarvan, ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen;

  • c.

    bedrijfsafvalstoffen: afvalstoffen, niet zijnde huishoudelijke afvalstoffen, afvalwater, autowrakken of gevaarlijke afvalstoffen;

  • d.

    inzamelen: de activiteiten gericht op het ophalen of innemen van afvalstoffen die binnen de gemeente ter inzameling worden aangeboden;

  • e.

    erkende inzamelaar: bedrijven die krachtens artikel 10.21 van de Wet milieubeheer bevoegd zijn bedrijfsafvalstoffen in te zamelen.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam "reinigingsrecht" wordt van bedrijven een recht geheven voor de dienst die door de gemeente aan die bedrijven wordt verleend ten aanzien van de inzameling en verwerking van bedrijfsafvalstoffen.

Artikel 3 Maatstaf van heffing en belastingtarief

  • 1.

    Het recht als bedoeld in artikel 2 bedraagt per jaar indien het bedrijf wordt ingedeeld in:

categorie 1

€ 369,82

categorie 2

€ 554,66

categorie 3

€ 832,00

categorie 4

€1.109,47

categorie 5

€1.664,14

  • 2.

    De categorie waarin een bedrijf wordt ingedeeld wordt bepaald aan de hand van de branche waarin het bedrijf werkzaam is en het aantal werkzame personen bij het bedrijf, met inachtneming van de maximaal aan te bieden hoeveelheid afval, conform de bij deze verordening vastgestelde tabel.

  • 3.

    De bedragen genoemd in het eerste lid zijn inclusief 21% omzetbelasting.

  • 4.

    Voor de indeling in een categorie is de situatie op 1 januari van het kalenderjaar bepalend.

  • 5.

    In afwijking van lid 4 wordt bij nieuwe vestiging of bij belangrijke bedrijfsuitbreiding de indeling vastgesteld dan wel herzien op basis van de situatie op de 1ste van de maand, eerstvolgende na vestiging of bedrijfsuitbreiding.

  • 6.

    Bij overschrijding van de toegestane hoeveelheid aan te bieden afval wordt de indeling in een categorie overeenkomstig aangepast met ingang van de datum waarvoor het hogere afvalaanbod geldt.

  • 7.

    Periodiek vindt herijking plaats van de bedrijven binnen de categorieën. Indien een bedrijf meer afval aanbiedt dan is toegestaan binnen de categorie, kan de gemeente het bedrijf in de bijbehorende heffingscategorie indelen.

Artikel 4 Belastingtijdvak

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 5 Belastingplicht

  • 1.

    Het recht wordt geheven van het bedrijf op wiens aanvraag dan wel ten behoeve waarvan de inzameling en verwerking van de afvalstoffen als bedoeld in artikel 2 geschiedt.

  • 2.

    Elk bedrijf is verplicht van het produceren van bedrijfsafval aangifte te doen bij de gemeente.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 6 Wijze van heffing

Het recht wordt geheven bij wege van aanslag.

Artikel 7 Vrijstelling

Het recht wordt niet geheven van bedrijven waarvan de aard van bedrijfsactiviteiten het aannemelijk maakt dat die bedrijven geen gebruik maken van de gemeentelijke inzamelvoorzieningen dan wel dat die bedrijven een geldig contract met een erkende afvalinzamelaar kunnen overleggen.

Artikel 8 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan € 20.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen, waarbij de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 9 Kwijtschelding

Bij de invordering van het reinigingsrecht wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2022.

  • 2.

    De Verordening reinigingsrecht 2021, vastgesteld op 10 november 2020, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022.

  • 4.

    Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening reinigingsrecht 2022".

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 9 november 2021.

De griffier, De voorzitter,

A.E.T. Wepster, A.W. Kolff

Bijlage 1 Tarieventabel

Behorende bij de Verordening reinigingsrecht 2022

Behorende bij artikel 3, lid 2

Reinigingsrecht bedrijfsafval 2022Gemeente Dordrecht

per jaar

Tarief

excl. BTW

incl. BTW

categorie 1

€ 305,64

€ 369,82

categorie 2

€ 458,40

€ 554,66

categorie 3

€ 687,60

€ 832,00

categorie 4

€ 916,92

€ 1.109,47

categorie 5

€ 1.375,32

€ 1.664,14

Limiet aan te bieden hoeveelheid afval per categorie:

categorie 1:

gemiddeld tot 1 zak van 40 liter per week, met een maximum van incidenteel 2 zakken (80 liter) per week;

categorie 2:

gemiddeld tot 2 zakken van 40 liter per week, met een maximum van incidenteel 4 zakken (160 liter) per week;

categorie 3:

gemiddeld tot 6 zakken van 40 liter per week, met een maximum van incidenteel 8 zakken (320 liter) per week;

categorie 4:

gemiddeld tot 9 zakken van 40 liter per week, met een maximum van incidenteel 12 zakken (480 liter) per week;

categorie 5:

maximaal 15 zakken van 40 liter per week.

Bij gebruik van containers met toegangscontrole geldt 1 succesvolle inwerphandeling als 1 zak.

Klassenindeling reinigingsrecht op basis van:

aantal werknemers en KvK branche-indeling

Aantal werknemers

Indeling

Afwijking n.a.v. branche-indeling

niet van toepassing

categorie 1

Indeling op basis van aangetoond lage hoeveelheden afval

1 tot en met 4

categorie 2

industrie

indeling in categorie 3

horeca

indeling in categorie 3

5 tot en met 9

categorie 3

Industrie

indeling in categorie 4

horeca

indeling in categorie 4

gezondheids- en welzijnszorginstellingen

indeling in categorie 2

meer dan 9

categorie 4

industrie

indeling in categorie 5

horeca

indeling in categorie 5

gezondheids- en welzijnszorginstellingen

indeling in categorie 2

niet van toepassing

categorie 5

Alle bedrijven die onafhankelijk van het aantal werknemers en branche-indeling meer dan 10 zakken, maar maximaal 15 vuilniszakken per week aanbieden.

Indien, al dan niet incidenteel, meer afval vrij komt dient dat separaat aan een erkende inzamelaar aangeboden te worden.

Voor categorie 1 t/m 4 geldt dat bedrijven die, ongeacht het aantal werknemers en branche-indeling, meer aanbieden dan het toegestane aantal zakken, in een overeenkomstige hogere categorie vallen.

Behorende bij raadsbesluit van 9 november 2021,

De griffier,

A.E.T. Wepster

Bijlage 2 Leeswijzer

Bedrijven zonder geldig afvalcontract krijgen een aanslag reinigingsrecht. Hiervoor krijgen bedrijven een basis dienstverlening ten behoeve van de inzameling van GFT (groente-, fruit- en tuinafval – exclusief swill), oud papier en karton, glas, textiel en restafval (exclusief grof vuil). HVC geeft aan welke inzamelmiddelen of voorzieningen daarvoor gebruikt dienen te worden.

GFT kan worden ingezameld met een minicontainer die om de week wordt geleegd. Papier en karton wordt maandelijks ingezameld door verenigingen. Glas en textiel kan in de daarvoor bestemde containers worden gedeponeerd.

Alle overige afvalinzameling of afgifte dient te geschieden tegen betaling aan een erkende commerciële afvalinzamelaar.

De categorie-indeling is gebaseerd op het aantal werkzame personen, inclusief ingehuurd personeel. Daarnaast wordt voor een aantal specifieke branches (industrie, horeca en gezondheids en welzijnszorginstellingen) afgeweken van de standaard categorie-indeling. Dit omdat deze branches gemiddeld meer, dan wel minder afval produceren bij een bepaald aantal werkzame personen.

Zo wordt bijvoorbeeld een horecaondernemer met 1 tot en met 4 werknemers in categorie 3 ingedeeld.

Een gezondheidsinstelling met 5 tot en met 9 werknemers heeft een indeling in categorie 2.

Een gezondheidsinstelling met 1 tot en met 4 werknemers heeft eveneens een indeling in categorie 2.

Indien aantoonbaar meer afval wordt aangeboden dan de hoeveelheidlimiet behorend bij een categorie, wordt een bedrijf ingedeeld in een hogere categorie. Dit kan een andere datum zijn dan de datum waarop de overtreding is geconstateerd; bijvoorbeeld indien het hogere afvalaanbod samenhangt met een belangrijke bedrijfswijziging die eerder heeft plaatsgevonden.

Bedrijven waarvan aantoonbaar meer dan 10 vuilniszakken maar niet meer dan 15 vuilniszakken per week worden aangeboden worden ongeacht het aantal werknemers en de branche-indeling in categorie 5 ingedeeld. Bedrijven met meer dan 15 vuilniszakken per week worden geacht voor het meerdere een apart afvalcontract te sluiten en mogen daarvoor geen gebruik maken van de collectieve afvalvoorzieningen. Dit omdat anders een te groot beslag gelegd wordt op de capaciteit van de afvalvoorzieningen.

Zo wordt bijvoorbeeld een gezondheidsinstelling met 1 tot 4 werknemers en 10 zakken afval per week in categorie 4 ingedeeld.

Bij containers met toegangscontrole geldt een succesvolle inwerphandeling als één zak.

De ondernemer moet zelf aangifte doen van het aanbieden van afval zonder afvalcontract en van gewijzigde situaties.

Indien geconstateerd wordt dat geen of onjuiste aangifte is gedaan, wordt een aanslag dan wel een navorderingsaanslag opgelegd over de periode dat geen of te weinig reinigingsrecht is geheven. Alleen wanneer de ondernemer kan aantonen dat de situatie later is ontstaan, bijvoorbeeld door vestiging, wordt de ingang van de belastingplicht op basis van die datum bepaald.

Indien geconstateerd wordt dat een bedrijf meer dan 15 zakken per week aanbiedt, kan de toegang tot de gemeentelijke inzamelvoorzieningen worden ontzegt.