Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten

Geldend van 19-11-2021 t/m heden

Intitulé

Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten

Hoofdstuk I Algemene bepalingen

Artikel 1 Inleidende bepaling

Krachtens deze verordening worden geheven:

  • a.

    een afvalstoffenheffing;

  • b.

    reinigingsrechten.

Artikel 2 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld.

Hoofdstuk II Afvalstoffenheffing

Artikel 3 Aard van de belasting

Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

Artikel 4 Belastbaar feit en belastingplicht

  • 1. De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

  • 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt:

    • a.

      degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht feitelijk gebruik maakt van het perceel;

    • b.

      ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 6 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7 Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt.

Artikel 9 Termijnen van betaling

  • 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in maximaal drie gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste werkdag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. Elk van de volgende termijnen vervalt telkens een maand later.

  • 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen (onroerende-zaakbelastingen of andere heffingen) minimaal € 90,00 en maximaal € 4.000,00 is, en zolang de gemeente gemachtigd is de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso af te schrijven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke maandelijkse termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste werkdag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. Elk van de volgende termijnen vervalt telkens een maand later.

  • 3. In aanvulling op het eerste en tweede lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen (onroerende-zaakbelastingen of andere heffingen) meer is dan € 4.000,00, dat de aanslagen moeten worden betaald in één termijn welke vervalt op de laatste werkdag 3 maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 4. In aanvulling op het eerste, tweede lid en derde lid geldt, in het geval dat het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen (onroerende zaakbelastingen of andere heffingen) minder dan € 90,00 bedraagt, en zolang de gemeente gemachtigd is de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso af te schrijven, dat de aanslagen moeten worden betaald in drie gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste werkdag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. Elk van de volgende termijnen vervalt telkens een maand later.

  • 5. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Hoofdstuk III Reinigingsrechten

Artikel 10 Belastbaar feit

Onder de naam "reinigingsrechten" worden rechten geheven zowel voor het genot van verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde bezittingen, werken of inrichtingen.

Artikel 11 Belastingplicht

De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Artikel 12 Maatstaf van heffing en belastingtarief

  • 1. De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 13 Wijze van heffing

De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld.

Artikel 14 Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten

De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.

Artikel 15 Termijnen van betaling

De op grond van artikel 13, geheven rechten moeten worden betaald:

  • a.

    ingeval van uitreiking van de kennisgeving:

    op het tijdstip van uitreiking;

  • b.

    ingeval van toezending van de kennisgeving:

    binnen 14 dagen na de dagtekening.

Hoofdstuk IV Aanvullende bepalingen

Artikel 16 Kwijtschelding

Op de invordering van de afvalstoffenheffing is de kwijtscheldingsregeling, gebaseerd op artikel 26 van de Invorderingswet 1990, van toepassing. De kwijtscheldingsregeling is niet van toepassing op de bedragen onder Hoofdstuk 1, tarief extra container en Hoofdstuk 2, reinigingsrechten punt 2.1 en 2.2.

Artikel 17 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. De Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2021 van 12 november 2020 en de Eerste wijzigingsverordening reinigingsheffingen 2021 worden ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.

  • 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022.

  • 4. Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2022".

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Achtkarspelen van 4 november 2021.

De griffier,

dhr. G. Andringa

De voorzitter,

dhr. mr. O.F. Brouwer

Bijlage 1: Tarieventabel behorende bij de "Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten in de gemeente Achtkarspelen".

Hoofdstuk 1. Maatstaf en tarief afvalstoffenheffing.

  • 1.1

    De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar (meerpersoons) € 366,72

  • 1.2

    De belasting bedraagt per perceel per belastingtijdvak (eenpersoons) € 256,68

    indien daarvan door een persoon gebruik wordt gemaakt.

    De bovenvermelde tarieven hebben betrekking op één grijze en één groene minicontainer.

  • 1.3

    Op aanvraag kunnen één of meerdere extra minicontainers worden geleverd.

    De belasting bedraagt voor elke volgende minicontainer per belastingjaar € 183,72

Hoofdstuk 2. Maatstaven en tarieven reinigingsrechten.

  • 2.1

    Inzamelen van particulier huishoudelijke afvalstoffen en of tuinafval indien daarvoor geen belasting wordt geheven bedoeld in artikel 3 van de verordening,

    per ophaalbeurt, excl. btw. € 65,30

  • 2.2

    Bouw- en sloopafval, hout (sloop/bouwhout), puin, gips, tuinhout/bielzen en dakleer, brengen en achterlaten op het gemeentelijk milieuterrein is het tarief tarief:

    Kofferbak (tot 0,5m3) € 5,-

    Aanhanger (0,5-1m3) € 12,-

    Tandemasser (vanaf 1m3) € 35,-

Tarieventabel, behoort bij raadsbesluit van 4 november 2021 tot vaststelling van de "Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten in de gemeente Achtkarspelen".

De griffier,

dhr. G. Andringa