Nadere regel subsidie Ruimtelijke Strategie Utrecht: ruimte voor initiatief

Geldend van 03-11-2021 t/m heden

Intitulé

Nadere regel subsidie Ruimtelijke Strategie Utrecht: ruimte voor initiatief

Burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht

gelet op artikel 156 lid 3 Gemeentewet;

gelet op artikel 3 lid 2 van de Algemene Subsidieverordening gemeente Utrecht;

gelet op de overgenomen motie 2017/49 Prioriteiten voor alle passende initiatieven;

gelet op het raadsbesluit van 15 juli 2021 Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 Utrecht dichtbij: de tien-minutenstad

Besluiten vast te stellen de volgende nadere regel:

Ruimtelijke Strategie Utrecht: ruimte voor initiatief.

Artikel 1 Definities

In deze nadere regel wordt verstaan onder:

  • Draagvlak: steun van mensen voor de uitvoering van het initiatief.

  • Cofinanciering: gezamenlijke financiering waarbij naast de gemeente een of meer andere financieringsbronnen betrokken zijn.

  • Gebiedsontwikkeling-nieuwe-stijl: gebiedsontwikkeling met andere manieren van samenwerking en financiering of verdienmodellen, met gedeeld opdrachtgeverschap en met een bredere focus dan alleen vastgoed en grond, vaak (gecombineerd met) kleinschalige ontwikkelingen van onderop (samen stad maken) en maatschappelijke doelstellingen.

  • Maatschappelijke prestaties: prestaties waarbij de primaire doelstelling niet is om winst te maken, maar waarbij winst een middel is om maatschappelijke doelen mee te verwezenlijken.

Artikel 2 Doel

Deze nadere regel heeft als doel het regisseren en faciliteren van ontwikkelingen passend bij de investeringsopgave van de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (RSU 2040).

Uitgangspunten van de RSU 2040 zijn onder andere:

  • Gezond stedelijk leven voor iedereen is het ijkpunt voor de groei van de stad;

  • Utrecht gebruikt vier hoofdrichtingen bij de ontwikkeling van gebieden: Koesteren, Inbreiden, Transformeren en Uitleg. (Maatschappelijke) voorzieningen groeien mee met de groei of verandering van de stad;

  • Utrecht bouwt aan een inclusieve stad, waar plek is voor iedereen en waarin scheidslijnen en barrières worden geslecht;

  • Utrecht kiest voor groen, landschap, erfgoed en water als structurerende elementen en werkt aan een klimaatbestendige stad;

  • Utrecht stimuleert een groei van de werkgelegenheid die in aard en omvang aansluit bij de groei van de (beroeps)bevolking; Utrecht profileert zich daarbij onder andere op circulaire economie en maakindustrie;

  • Utrecht kiest voor meervoudig ruimtegebruik en functiemening boven enkelvoudig ruimtegebruik, zodat de beperkte ruimte optimaal wordt benut.

Artikel 3 Eisen aan de subsidieaanvrager

  • 1.

    De subsidie kan worden aangevraagd door natuurlijke personen en rechtspersonen die willen investeren in activiteiten die passen bij de activiteiten die voor ondersteuning in aanmerking komen (zie artikel 5). We denken primair aan maatschappelijke, culturele, sociale of creatieve ondernemers.

  • 2.

    Deze subsidie is beschikbaar voor rechtspersonen die helpen om aanvragers te ondersteunen in het zoeken van financiën en het maken van een sluitende businesscase. Zij doen namens aanvragers een aanvraag. Deze rechtspersonen zetten de ontvangen subsidie als rentedragende lening uit bij de aanvrager. Voor het doel van het opnieuw inzetten van de gelden die worden ontvangen in het kader van het uitzetten van de subsidie als lening bij de aanvrager, vraagt deze rechtspersoon toestemming bij het college. Indien deze toestemming niet is verleend kan de subsidie worden teruggevorderd.

Artikel 4 Vaststelling subsidieplafond

Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks het subsidieplafond vast door middel van de subsidiestaat.

Artikel 5 Subsidiabele activiteiten

De volgende activiteiten komen voor subsidie in aanmerking:

  • 1.

    (stimulerings-)bijdrage aan de initiatiefnemer(s) voor hun project of hun rol in gebiedsontwikkeling-nieuwe-stijl/samen stad maken.

  • 2.

    Tijdelijke invulling van een locatie of gebouw.

  • 3.

    Experiment op het terrein van gebiedsontwikkeling-nieuwe-stijl/samen stad maken.

  • 4.

    Kennisontwikkeling over gebiedsontwikkeling-nieuwe-stijl/samen stad maken die in ieder geval ook ten goede moet komen aan de gemeentelijke organisatie.

  • 5.

    Projecten of activiteiten die anderszins bijdragen aan de doelstellingen en keuzen die in de RSU 2040 zijn vastgelegd (zie artikel 2).

  • 6.

    Het leveren van maatschappelijke prestaties.

  • 7.

    Het realiseren van activiteiten met een maatschappelijke impact die niet door reguliere marktpartijen wordt uitgevoerd en die verder gaat dan verantwoordelijkheden die volgens bestaande regelgeving al vereist zijn.

  • 8.

    Activiteiten in het kader van de behandel- en begeleidingskosten van aanvragers onder lid 2 van artikel 3. Indien door de het college besloten wordt de aanvraag geen subsidie te verstrekken, zijn de reeds gemaakte behandel- en begeleidingskosten voor rekening van de aanvrager.

Artikel 6 Eisen aan de subsidieaanvraag

Voor de subsidieaanvraag gelden de volgende eisen:

  • Een activiteitenplan met aandacht voor het doel (artikel 2).

  • Een sluitende begroting, het hebben van een haalbare businesscase of de potentie om daar met lichte ondersteuning toe te komen.

  • De subsidieaanvraag lost een bestaand knelpunt op en/of komt tegemoet aan een wens of vraagstuk van de samenleving.

  • Er is vanuit de samenleving draagvlak voor uitvoering van de wens of voor de oplossing van het knelpunt.

  • De aanvrager vermeldt met wie of welke organisaties wordt samengewerkt.

  • Er is sprake van cofinanciering (niet vereist in geval van kennisontwikkeling).

  • Er is geen structurele subsidie-afhankelijkheid.

  • De subsidieaanvraag komt niet in aanmerking voor subsidie als het initiatief ook zelf bij een bank kan lenen.

  • Voor subsidieaanvragers onder lid 1 van artikel 3 geldt dat het moet gaan om een initiatief met vastgoed en/of grond.

  • De kosten van de activiteiten genoemd onder lid 8 van artikel 5 van deze nadere regel mogen niet hoger zijn dan 15% van de benodigde subsidie. Deze kosten worden per verleningsbeschikking aangegeven. Voor de behandel- en begeleidingskosten wordt een maximaal uurtarief gehanteerd van € 100,- (exclusief BTW) per uur. Het uurtarief is, gezien de werkzaamheden, redelijk en uitlegbaar ten opzichte van gangbare tarieven voor vergelijkbare werkzaamheden.

Artikel 7 Indieningstermijn subsidieaanvraag

De aanvragen kunnen gedurende het gehele jaar worden ingediend met DigiD en/of e-herkenning via het digitale loket bij burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht.

Artikel 8 Maximaal subsidiebedrag per aanvraag/aanvrager

  • De subsidie per aanvraag bedraagt maximaal de helft van de goedgekeurde kosten die worden gemaakt voor de subsidiabele activiteiten met een maximum van € 100.000,- en kan op twee manieren vorm krijgen:

    • De gemeente verleent de initiatiefnemer een financiële bijdrage in de vorm van een subsidie (lening) voor het uitvoeren van de aanvraag.

    • De gemeente geeft ondersteuning in natura.

  • Bij initiatieven voor kennisontwikkeling kan 100% aan subsidie worden verstrekt.

  • In het geval van staatssteun worden andere percentages aangehouden.

Artikel 9 Beoordeling subsidieaanvraag

De aanvragen worden beoordeeld op basis van de eisen in artikel 5.

Om de hoogte van de ondersteuning te bepalen, worden de doelstellingen en keuzen zoals vastgelegd in de RSU 2040 (zie artikel 2) als vertrekpunt genomen.

Artikel 10 Besluitvorming

De aanvragen worden in behandeling genomen op volgorde van binnenkomst van de volledige aanvraag.

Het college neemt binnen 13 weken na de datum van indiening van een complete aanvraag een beslissing over de aanvraag.

Artikel 11 Evaluatie

Het beleid waarvoor de subsidie Ruimtelijke Strategie Utrecht: ruimte voor initiatief wordt ingezet, wordt periodiek geëvalueerd. De evaluatie kan leiden tot aanpassing van de nadere regel.

Artikel 12 Verplichtingen

  • 1.

    De subsidie die de aanvrager genoemd onder artikel 3 lid 2 van deze nadere regel ontvangt van de gemeente Utrecht om initiatieven van Utrechtse stadmakers te financieren, wordt langjarig onderdeel van het investeringsvermogen van het fonds van deze aanvrager. Als de subsidie na (eerste) periode van financiering (deels) terugkomt naar de aanvrager genoemd onder artikel 3 lid 2 van deze nadere regel, wordt dit opnieuw ingezet om nieuwe stadmakersinitiatieven in de gemeente Utrecht te financieren.

  • 2.

    De aanvrager genoemd onder artikel 3 lid 2 van deze nadere regel en het college beslissen gezamenlijk in welke stadmakersinitiatieven het deel dat het college door middel van subsidie heeft bijgedragen in het fondsvermogen geherinvesteerd wordt.

  • 3.

    Indien er op dat moment geen geschikt initiatief is of de subsidie niet geheel geherinvesteerd kan worden, blijft het gedeelte dat het college heeft bijgedragen door middel van subsidie in het fondsvermogen, in beheer van de aanvrager genoemd onder artikel 3 lid 2 van deze nadere regel, totdat er een geschikt initiatief zich aandient. Indien de subsidie niet binnen een half jaar geherinvesteerd kan worden, kan het college de subsidie lager vaststellen of de vaststelling intrekken.

  • 4.

    Indien de aanvrager genoemd onder lid 2 van artikel 3 van deze nader regel geliquideerd wordt, is er een vergoeding verschuldigd voor het bedrag dat de door het college verstrekte subsidies hebben bijgedragen aan de vermogensvorming van de aanvrager. In het geval van nog lopende financieringen worden op dat moment nadere afspraken gemaakt over het beheer van de financiering en de vergoeding van de met subsidie van het college behaald vermogensvoordeel.

  • 5.

    De financieringen die deels of niet terugkomen van de door aanvrager genoemd onder artikel 3 lid 2 van deze nadere regel gefinancierde projecten, worden naar rato van de eigen ingebrachte financiering in mindering gebracht op het gedeelte van het investeringsvermogen dat is opgebouwd met subsidiegelden. De aanvrager genoemd onder artikel 3 lid 2 van deze nadere regel verstrekt ieder jaar een overzicht van de hoogte van fondsvermogen dat is opgebouwd met subsidiegelden van het college.

Artikel 13 Intrekking

De Beleidsregel Ruimtelijke Strategie Utrecht: ruimte voor initiatief wordt bij bekendmaking van deze nadere regel ingetrokken.

Artikel 14 Overgangsbepalingen

De Beleidsregel Ruimtelijke Strategie Utrecht: ruimte voor initiatief blijft ook na de intrekking van toepassing op subsidiebesluiten die onder de werking van deze regeling zijn genomen en aanvragen die voor bekendmaking van deze nieuwe regeling zijn ingediend.

Artikel 15 Inwerkingtreding

Deze nadere regel treedt in werking de dag na bekendmaking.

Artikel 16 Citeertitel

Deze nadere regel wordt aangehaald als Nadere regel subsidie Ruimtelijke Strategie Utrecht: ruimte voor initiatief.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, in de vergadering van 26 oktober 2021

De secretaris, De burgemeester,

Gabriëlle G.H.M. Haanen Sharon A.M. Dijksma