Regioplan Bevordering Basisvaardigheden regio Midden Holland “Een (basis)vaardige regio” 2020-2024

Geldend van 29-10-2021 t/m heden

Intitulé

Regioplan Bevordering Basisvaardigheden regio Midden Holland “Een (basis)vaardige regio” 2020-2024

Het college van burgemeester en wethouders van Gouda;

gelezen het voorstel van 13 juli 2021;

gelet op artikel 160, 168 en 171 van de Gemeentewet;

besluit tot:

  • 1.

    Het vaststellen van het Regionaal plan ‘Een basisvaardige regio Midden-Holland 2020-2024’;

  • 2.

    Het mandateren van de portefeuillehouder Onderwijs voor tekstuele wijzigingen in het plan.

1. Inleiding

In het dagelijks leven hebben mensen basisvaardigheden (taal, rekenen en digitale vaardigheden) nodig. Maar niet iedereen beheerst deze vaardigheden op het vaak vereiste niveau. Een grote groep heeft moeite met lezen, schrijven, rekenen en/of digitale vaardigheden. Het gaat hierbij om 2,5 miljoen mensen in Nederland, ongeveer 60% heeft Nederlands als moedertaal.

Het gebrek aan deze basisvaardigheden vormt voor hen een barrière om zelfstandig mee te doen in onze maatschappij. Zij ervaren hier dagelijks de gevolgen van: bij het helpen van hun kinderen met schoolwerk, bij het vinden of behouden van werk, bij digitaal bankieren, en bij het communiceren met bijvoorbeeld een wijkverpleegkundige of een medewerker bij het gemeenteloket. Snelle ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in onze samenleving stellen hun aanpassingsvermogen extra op de proef. De eisen die worden gesteld aan de vaardigheden van mensen worden steeds hoger en digitalisering maakt de samenleving voor sommigen complexer. Een groeiend aantal mensen verliest de aansluiting met de maatschappij door deze veranderingen.

In de beleidsbrief: ‘Samen aan de slag voor een vaardig Nederland’ (18 maart 2019) hebben de bewindslieden van de ministeries van OCW, SZW, BZK en VWS aangekondigd samen met de gemeenten in de periode 2020-2024 een merkbare verbetering te realiseren in het bereiken van mensen met beperkte basisvaardigheden met een kwalitatief aanbod op maat. Daar trekt het Rijk 425 miljoen euro voor uit. Doel van de aanpak is:

  • -

    De doelgroep centraal stellen, deze meer bereiken (met name NT1-ers) en de verbinding maken met gemeentelijk beleid sociaal domein, LEA, bibliotheekbeleid en het RMC.

  • -

    Meer inzicht krijgen in de kwaliteit en effectiviteit van het non-formele aanbod.

  • -

    De gemeenten krijgen de regie over de aanpak laaggeletterdheid.

Deze doelen zijn in overleg tussen de voornoemde ministeries en de VNG nader uitgewerkt en per september 2019 vastgelegd in het Bestuursakkoord “Samen aan de slag voor een vaardig Nederland 2020 tot en met 2024”. Vastgelegd is dat elke regio uiterlijk eind 2020 een regionaal programma laaggeletterdheid heeft opgesteld waarin wordt beschreven hoe de doelstellingen moeten worden gerealiseerd.

Voornoemde ministeries en VNG hebben bepaald dat het Bestuursakkoord wordt uitgevoerd onder regie van de centrumgemeente Gouda. Samen met de regiogemeenten wordt een regionaal plan, gericht op de aanpak van laaggeletterdheid binnen de regio Midden Holland, ontwikkeld en uitgevoerd.

Daarbij wordt de aanpak (nog meer) gekoppeld aan diverse onderdelen van het sociaal domein (zoals arbeidsmarkt, onderwijs en zorg) en worden slimmere verbindingen gemaakt, zodat nog meer mensen (met name NT1-ers) een passend ontwikkeltraject kunnen volgen. Het regioplan wordt op een aantal punten verder uitgewerkt in lokale plannen.

In voorliggend regionaal plan worden visie, ambitie en doelen aangaande de bevordering van basisvaardigheden in de regio Midden Holland beschreven en wordt een vertaalslag gemaakt naar regionale en lokale samenwerking met verschillende beleidsterreinen en andere relevante partners. Tot de regio Midden Holland behoren de contactgemeente Gouda en de regiogemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas.

Leeswijzer.

Hoofdstuk 2 beschrijft de problematiek van laaggeletterdheid. Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van het wettelijk kader voor de aanpak van laaggeletterdheid binnen de regio. In Hoofstuk 4 worden missie, visie en ambities van het plan beschreven. Ook wordt ingegaan op de regionale doelstellingen en de doelgroep. Vervolgens wordt in hoofdstuk 5 ingegaan op de actielijnen. Er worden 5 actielijnen onderscheiden; Educatie, Sociaal Domein, Gezondheid en Zorg, Arbeidsmarkt en Onderwijs. Per domein worden de acties, partners, doelen en resultaten concreet en meetbaar benoemd. Hoofdstuk 6 geeft inzicht in hoe de regievoering door de contactgemeente Gouda en de regiogemeenten wordt ingevuld. De financiële paragraaf wordt in hoofdstuk 7 toegelicht.

In de bijlagen vindt u een begrippenkader en verschillende tabellen die de situatie in de regio Midden Holland met betrekking tot laaggeletterdheid in cijfers weergeven.

2. Laaggeletterdheid als maatschappelijk probleem

Beperkte basisvaardigheden is een groot maatschappelijk probleem. Uit allerlei onderzoeken blijkt dat beperkte basisvaardigheid bij mensen het leven op verschillende domeinen beïnvloedt, waardoor het ook grote gevolgen heeft voor de samenleving. Dit kost onze maatschappij 1,13 miljard euro per jaar. Deze kosten komen voor rekening van onder andere de beperkt vaardigen zelf, de werkgevers, de zorgverzekeraars en organisaties en de overheid. Doordat onder andere schaamte een grote rol speelt in het herkennen en erkennen van het probleem, is laaggeletterdheid vaak onzichtbaar en daarmee onvoldoende

grijpbaar.

  • a)

    Arbeidsmarktgebied.

  • Beperkte basisvaardigheid onder werknemers heeft tot gevolg; verminderde productiviteit, onvoldoende doorstroming in het bedrijf en onveilige situaties op het werk vanwege het niet begrijpen van werkinstructies, veiligheidsvoorschriften etc. Ook verdienen werknemers met beperkte basisvaardigheden gemiddeld minder dan mensen die geletterd zijn: ruim één op de drie laaggeletterden behoort tot de laagste inkomensgroep.

  • In de regio Midden Holland zijn er van de 81.900 werknemers 5395 (7,48%) onvoldoende vaardig (bron CBS). Deze werknemers zijn werkzaam in sectoren waar laaggeletterdheid vaker voorkomt, namelijk de Facilitair e dienstverlening, Schoonmaak, Groensector, Industrie, Horeca, Procesindustrie, Handel, Bouw en Transport

  • b)

    Gezondheid en zorg.

  • Ongeveer 3 op de 10 Nederlanders (36%) heeft moeite met het begrijpen en toepassen van gezondheidsinformatie (bronnen: WHO, stichting KIJK-sluiter en het Nivel Consumentenpanel Gezondheidszorg onderzoek). Het aantal Nederlanders met beperkte gezondheidsvaardigheden is nog hoger (48%) wanneer men uitgaat van de brede definitie waarbij sociaal psychologische kenmerken (bijv. vertrouwen, zelfregie, motivatie) zijn opgenomen (Rademakers, 2014). Voor de regio Midden Holland komt dit neer op 54.000 tot ongeveer 72.000 personen die moeite hebben met de verwerking van gezondheidsinformatie.

  • Mensen met beperkte basisvaardigheden lijden vaker aan leefstijlgerelateerde ziekten en hebben een kortere levensverwachting (1,5 maal groter sterfterisico) dan geletterden. Ook hebben ze lage gezondheidsvaardigheden zoals moeite met het lezen van een bijsluiter, een vragenlijst invullen en het op tijd innemen van medicijnen. Verder hebben ze vaker een hoger zorggebruik en maken vaker hogere zorgkosten (Van der Heide & Rademakers, 2015). Zij lopen meer kans op ziekenhuisopname, medicatiefouten en overlijden. Het is dus belangrijk om hier rekening mee te houden bij je benadering van patiënten of cliënten.

  • Uit recent onderzoek van het RIVM (bron RIVM, 2020) blijkt dat vooral laaggeletterden door de coronamaatregelen hard getroffen worden. Ze hebben moeite met het begrijpen van de coronamaatregelen, ervaren daardoor chronische stress en mijden of stellen zorg uit.

  • c)

    Armoede en schulden.

  • Mensen met beperkte basisvaardigheden zijn 3x zo vaak afhankelijk van een uitkering als een geletterde. In de regio Midden Holland is het percentage laagtaalvaardige cliënten dat een beroep doet op allerlei gemeentelijke diensten of het UWV hoog. 44,7% Van het aantal bij UWV geregistreerde personen zonder een dienstverband met een WW-, bijstands-, Wajong- of WIA/WAO uitkering (n=8056) is laaggeletterd. Onder personen met een Wajong uitkering (n=575) is het percentage laaggeletterden zelfs 67%, terwijl onder bijstandsgerechtigden (n=2155) het percentage 54,4% is. Daarnaast leeft 1 op de 5 minstens een jaar onder de armoedegrens.

  • Laaggeletterden zijn ook oververtegenwoordigd onder de schuldenaren die zich aanmelden bij schuldhulpverlening (Mesis, 2016).

  • Van de 6650 huishoudens met problematische schulden binnen de regio Midden Holland (bron: CBS 2018) is ongeveer de helft (3325 personen) laaggeletterd (uitgaande van gegevens van het NIBUD, 2018). Basisvaardigheden zijn essentieel om financieel zelfredzaam te zijn en om een stabiele financiële situatie te krijgen en te houden.

  • d)

    Onderwijs.

  • Basisonderwijs.

  • Volgens de PO-raad stroomt 20% van de basisschoolleerlingen uit zonder het vereiste referentieniveau 2F voor taal (onder dit referentieniveau wordt gesproken van laaggeletterdheid). Ook het ministerie van OCW geeft aan dat 30% van de leerlingen bij de uitstroom uit het basisonderwijs over onvoldoende leesvaardigheid beschikt. Voor de regio Midden Holland betekent dit dat van de 21.549 kinderen met een achterstandscore in het Primair Onderwijs 7.542 leerlingen met een leesachterstand en 4.309 leerlingen met een taalachterstand het primair onderwijs zullen uitstromen. Deze kinderen met een achterstandsscore vertegenwoordigen 11.120 gezinnen (bron OCW) van wie de ouders laaggeschoold en derhalve onvoldoende basisvaardig zijn. Daarvan hebben 4.259 gezinnen een Nederlandse achtergrond en 6.861 gezinnen een migratie-achtergrond.

  • Vervolgonderwijs.

  • Dat leerlingen het basisonderwijs uitstromen zonder het vereiste referentieniveau heeft gevolgen voor hun schoolloopbaan in het vervolgonderwijs. Landelijke cijfers tonen aan dat over alle leerwegen gemiddeld 25% van de Vmbo leerlingen in Midden Holland in 2018 de landelijke rekentoets niet heeft gehaald (bron DUO, 2018). 27% van de mbo 2-studenten en 11% van de mbo 3-studenten slaagt er niet in het gewenste referentieniveau 2F te halen (College voor Toetsen en Examens, 2017). Voor de regio Midden Holland betekent dit dat van de 913 Mbo2 leerlingen, 247 leerlingen en dat van de 1163 Mbo3 leerlingen, 128 leerlingen het vereiste referentieniveau 2F niet halen. Dit heeft consequenties voor het vinden en behouden van een baan.

3. Wettelijk kader Regionale Aanpak Laaggeletterdheid regio Midden Holland.

3.1 Inleiding

Basis voor het Regioplan ¨Een (basis)Vaardige Regio¨ 2020-2024 voor de regio Midden Holland is de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB), de nieuwe Wet Inburgering (WIB) en het programma Tel mee met Taal 2 van het ministerie van OCW (vervolgaanpak laaggeletterdheid 2020-2024). Met de WIB komt taalbevordering opnieuw bij gemeenten te liggen. Samen met de WEB, de Participatiewet en het landelijk actieprogramma Tel mee met Taal 2 (vervolgaanpak) biedt dit kansen voor gemeenten om de taalaanpak effectiever in te zetten en zo in beide doelgroepen (NT1 en NT2) laaggeletterdheid terug te dringen..

Landelijk actieprogramma ‘Tel mee met Taal 2 vervolgaanpak 2020-2024’.

In de beleidsbrief “Samen aan de slag voor een vaardig Nederland” (18 maart 2019) hebben de bewindslieden van OCW, SZW, BZK en VWS aangekondigd in het kader van het landelijk actieprogramma Tel mee met Taal 2 (vervolg aanpak), samen met gemeenten een merkbare verbetering te realiseren in het bereiken van de diverse groepen laaggeletterden met een kwalitatief aanbod op maat in de periode 2020-2024.

Voor dit programma stelt het Rijk aan de 35 contactgemeenten per 2020 een decentralisatie-uitkering in het Gemeentefonds beschikbaar voor het versterken van hun regierol op beleidsniveau. Het beschikbare bedrag loopt op van € 5 miljoen in 2020 tot € 7,3 miljoen in 2024 (2021 € 5,5; 2022 € 6,05; 2023 € 6,65 miljoen).

Het programma beoogt de landelijke infrastructuur voor een gezamenlijke aanpak laaggeletterdheid te versterken. Hiermee wil de overheid de volgende 3 doelstellingen bereiken:

  • 1.

    Bereiken van met name de doelgroep met Nederlands als moedertaal met een aanbod op maat.

  • 2.

    Weten wat werkt. Het Rijk wil meer kennis en meer transparantie over kwaliteit, resultaten en effecten van het ondersteuningsaanbod. Het Rijk streeft naar een kwaliteitskader voor het non-formele taalaanbod en naar de monitoring van de resultaten.

  • 3.

    Samen aan de slag onder regie van de gemeenten. Het Rijk wil dat onder regie van gemeenten, samen met scholen, werkgevers, bibliotheken, zorg en andere maatschappelijke organisaties, iedereen geholpen wordt die moeite heeft met basisvaardigheden

Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB).

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het organiseren van een passend opleidingsaanbod voor hun laaggeletterde inwoners.

Om dit te realiseren ontvangen gemeenten op basis van de WEB budget van het Rijk. Het WEB-budget is een specifieke uitkering die aan de centrumgemeente van de regio wordt verstrekt.

De gemeente Gouda is voor de regio Midden Holland de centrumgemeente. Als uitwerking van de doelen die in het bestuurs- akkoord zijn vastgelegd zet het Rijk in op voortzetting van de specifieke uitkering volwasseneneducatie.

Het Rijk verstrekt aan 35 contactgemeenten in de regio’s een structureel bedrag van € 60,3 miljoen als specifieke uitkering voor de regionale aanpak van laaggeletterdheid bij volwassenen op basis van de WEB. De tot op heden gehanteerde verdeelsleutel wordt daarbij gecontinueerd.

De WEB schrijft voor dat de regiogemeenten samen een Regionaal Programma Volwasseneneducatie (RPVE) opstellen.

Het RPVE heeft als doel basisvaardigheden onder volwassenen in de regio te bevorderen door het bieden van passend aanbod op het gebied van taal, rekenen en digitale vaardigheden. Binnen dit kader wordt voor de periode 2020-2024 het accent binnen de regio Midden Holland gelegd op een drietal doelen, namelijk, een hoger bereik van met name NT1-ers, een regionaal kwaliteitskader voor het non-formele aanbod en monitoring van de resultaten. Deze punten komen overeen met de doelen van het landelijk actieprogramma Tel mee met Taal 2.

De nieuwe Wet Inburgering 2021 (WIB)

Op 1 januari 2022 gaat de WIB in. Het doel van deze wet is dat alle nieuwkomers met een inburgeringsplicht zo snel mogelijk de Nederlandse taal beheersen in woord en geschrift op het voor hen hoogst haalbare niveau.

Ook dient deze groep zo snel mogelijk – het liefst betaald – werk te krijgen, om zo volwaardig mee te kunnen doen in Nederland.

In het nieuwe inburgeringsstelsel krijgen de gemeenten de regie over de uitvoering van de WIB.

Er komen 3 nieuwe leerroutes om in te burgeren:

  • De B1 route; een route voor taal en (vrijwilligers)werk. Inburgeringsplichtigen spreken en schrijven binnen maximaal 3 jaar de Nederlandse taal op niveau B1. Tegelijk kunnen zij participeren door middel van (vrijwilligers)werk.

  • De onderwijsroute; een route vooral voor jongeren. Zij halen zo snel mogelijk een schooldiploma.

  • De zelfredzaamheidsroute; een route voor inburgeringsplichtigen waarvoor route 1 en 2 niet haalbaar is. Deze groep inburgeraars kunnen vervolgens aansluiten op een WEB-traject.

Door de nieuwe wet inburgering kunnen gemeenten betere en slimmere verbindingen leggen tussen de inburgering en de andere wettelijke taken in het Sociaal Domein (Jeugdwet, Participatiewet, WMO 2015, Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening). Daarnaast kunnen gemeenten de kwaliteit van de inburgeringscursussen beter waarborgen. Dit biedt mogelijkheden om problemen rondom laaggeletterdheid bij nieuwkomers integraal aan te pakken, omdat veel nieuwkomers gebruik maken van één of meer voorzieningen op grond van deze wetten.

4. Regionale Aanpak Een Basisvaardige regio Midden Holland

4.1 Inleiding.

Ongeveer 1 op de 5 mensen in de regio Midden Holland heeft moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. Dit betekent dat een grote groep inwoners nog aan de kant staat en problemen ervaart op gebieden zoals gezondheid, werk, inkomen en schulden, en participatie. Reden genoeg voor de gemeenten in de regio Midden Holland om gezamenlijk te investeren in de ontwikkeling van de basisvaardigheden van deze inwoners.

In dit plan wordt de regionale aanpak van laaggeletterdheid in de regio Midden Holland voor de periode 2020-2024 uiteengezet. Doel van het plan is om uiterlijk eind 2024, onder regie van de centrumgemeente Gouda van de regio Midden Holland, een effectieve bevordering van de basisvaardigheden onder NT1-ers te realiseren die aansluit op de lokale en regionale infra- en netwerkstructuur in de regio. Het regionaal plan is een aanvulling op de lokale aanpak laaggeletterdheid waardoor de integrale regionale aanpak wordt gewaarborgd.

4.2 Missie, Visie en Ambitie

De missie van de regio Midden Holland is de aanpak van laaggeletterdheid te verankeren in de samenleving zodat huidige en

nieuwe laaggeletterden gestimuleerd worden zich te blijven ontwikkelen in taal-, reken- en digitale vaardigheden.

De regionale visie is dat iedere burger toegang heeft tot het leren en ontwikkelen van basisvaardigheden zodat men (meer)

zelfredzaam wordt en duurzaam kan blijven meedoen in de samenleving.

In het regioplan streven we naar een vaardiger Midden Holland zodat laaggeletterden in de regio, naar eigen vermogen, kunnen werken aan de eigen basisvaardigheden en duurzaam kunnen inzetten op scholing, werk, participatie en een goede gezondheid.

4.3 Doelen Regioplan Een (Basis)Vaardige Regio Midden Holland 2020-2024

  • 1. Onder regie van de centrumgemeente Gouda is er in 2024 een effectieve aanpak bevordering van basisvaardigheden gerealiseerd.

    • -

      Er is een goede regionale en lokale netwerkstructuur van signalering, motivatie, toeleiding en scholing van laaggeletterden.

    • -

      De aanpak van laaggeletterdheid (van herkennen tot volgen van een cursus) is in íedere gemeente binnen de regio inhoudelijk, financieel en organisatorisch verankerd binnen het gemeentelijk beleid voor het brede Sociaal Domein.

    • -

      Er is een duidelijke groei van 5000 mensen dat een traject basisvaardigheid heeft gevolgd. Daarvan is 40% (2000) mensen met een Nederlandse achtergrond.

  • 2. Er is een systematisch en eenduidig kwaliteits- en monitoringssysteem voor het non-formele aanbod binnen de regio Midden Holland dat voldoet aan de kwaliteitsnormen van het ministerie van OCW.

Om de regionale doelen te halen wordt onder regie van de gemeenten:

  • 1.

    de verantwoordelijkheid voor het voorkomen en bestrijden van laaggeletterdheid bij de gemeenten en partners gelegd omdat alle partijen binnen het (taal)netwerk een wettelijke taak/verantwoordelijkheid hebben en/of er belang bij hebben om vanuit eigen beleid te investeren in het voorkomen en bestrijden van laaggeletterdheid.

  • 2.

    de aanpak van laaggeletterdheid zoveel mogelijk verankerd in het reguliere beleid en in de uitvoering van de partners of binnen bestaande of nieuwe samenwerkingsverbanden tussen de partners in het (taal)netwerk.

  • 3.

    de focus gelegd op de vindplaatsen van de NT1-doelgroep om genoemde doelgroep te bereiken, namelijk; Sociaal Domein, Arbeidsmarkt, Gezondheid, het Onderwijs en Educatie. Binnen deze domeinen is het aantal NT1-ers oververtegenwoordigd. Gemeenten en maatschappelijke organisaties kunnen laaggeletterden vinden door hun data-, cliënten- of personeelsbestanden (in het geval van werkgevers) te doorzoeken op basis van informatie die indicatief is voor laaggeletterdheid (opleidingsniveau Mbo1 of lager). Deze domeingerichte aanpak is essentieel voor een effectieve aanpak laaggeletterdheid aangezien onderzoek uitwijst dat laaggeletterdheid het beste aangepakt kan worden in de context van de omgeving waarin de doelgroep zich bevindt.

  • 4.

    aan de partners de functie toegekend van signalering van laaggeletterdheid, motiveren van laaggeletterden, testen op taalniveau en toeleiding naar een aanbod basisvaardigheid en dit te integreren binnen de eigen werkprocessen.

  • 5.

    de netwerk-/infrastructuur versterkt door, daar waar nodig, nieuwe verbindingen te leggen tussen partners, betere toeleidingsroutes te ontwikkelen, maatwerk te leveren en medewerkers toe te rusten om NT1-ers te bereiken.

4.4 Doelgroep.

Mensen met beperkte basisvaardigheden komen voor in alle lagen van de bevolking. Binnen het regionaal plan ligt de focus op de NT1-groep. Dit zijn mensen van 18 jaar en ouder met een Nederlandse achtergrond, die beperkt basisvaardig zijn en niet inburgeringsplichtig zijn (geen inburgeraars). Het betreft:

  • 1.

    Ouders van kinderen met een onderwijsachterstandsscore. Volgens de definitie van OCW zijn deze ouders vaak laaggeschoold en beschikken derhalve over beperkte basisvaardigheden.

  • 2.

    Werkenden die over onvoldoende basisvaardigheden beschikken en die daardoor belemmeringen in hun werk of op de arbeidsmarkt ervaren.

  • 3.

    Mensen die afhankelijk zijn van gemeentelijke steunregelingen en die onvoldoende basisvaardig zijn.

  • 4.

    Leerlingen binnen het VO (Praktijkonderwijs, Vmbo onderbouw en onderbouw VO) en Mbo leerlingen die over beperkte basisvaardigheden beschikken.

  • 5.

    Jongeren zonder startkwalificatie bij wie de achterstand in taal het behalen van een startkwalificatie, het volgen van vervolgonderwijs of het vinden van werk bemoeilijkt.

  • 6.

    Ouderen (vanaf 55 jaar) met beperkte basis- of gezondheidsvaardigheden.

4.5 Uitgangspunten Regionaal Plan een (Basis)Vaardige Regio Midden Holland 2020-2024

Uitgangspunten van het Regionale Plan Een (Basis)Vaardige Regio 2020-2024 zijn:

  • 1.

    Laaggeletterdheid is een breed maatschappelijk thema en raakt verschillende maatschappelijke domeinen. De aanpak van laaggeletterdheid is een middel tot maatschappelijke participatie, zelfredzaamheid en preventie.

  • 2.

    Het brede (taal)netwerk in de regio Midden Holland (gemeenten, educatie, welzijn, zorg, onderwijs en het bedrijfsleven) geeft uitvoering aan voornoemde ambities en doelstellingen.

  • 3.

    Alle partijen binnen het (taal)netwerk hebben een wettelijke taak/verantwoordelijkheid en/of hebben er belang bij om vanuit eigen beleid te investeren in het voorkomen en/of bestrijden van laaggeletterdheid. De aanpak dient daarom zoveel mogelijk verankerd te zijn in het reguliere beleid en in de uitvoering van de partners in het netwerk of binnen bestaande of nieuwe samenwerkingsverbanden tussen de partners.

  • 4.

    Gemeenten hebben bij de regionale aanpak van laaggeletterdheid naast de regierol ook een voorbeeldfunctie. De voorbeeldrol uit zich in het gebruik van direct duidelijke en begrijpelijke taal (niveau B1) in de communicatie met de burger en in de signalerende en doorverwijzende functie bij laaggeletterdheid binnen het Sociaal Domein en in de dienstverlening aan de gemeentelijke balies en loketten. Deze voorbeeldfunctie is een belangrijke voorwaarde om partners aan te sporen actie te ondernemen bij het voorkomen en bestrijden van laaggeletterdheid.

  • 5.

    Voor het bereiken van NT1-ers ligt de focus op de vindplaatsen van de NT1-doelgroep bij werkgevers, UWV, scholen, welzijnsorganisaties en gemeenten.

  • 6.

    Door stevig in te zetten op onder andere preventie zal de problematiek met betrekking tot laaggeletterdheid op termijn opgelost zijn. Voor preventie en een effectieve aanpak van laaggeletterdheid worden nieuwe structurele verbindingen en samenwerkingsstructuren gerealiseerd tussen netwerkpartners.

  • 7.

    Om de beoogde doelen te halen staat het bieden van maatwerk centraal in de aanpak laaggeletterdheid. Formeel en non-formeel aanbod sluiten zoveel mogelijk aan op de leermotieven, de leervraag en de leerbehoeften van de doelgroep.

  • 8.

    Er wordt uitgegaan van de leermotivatie van NT1-ers (zie bijlage 9. Leermotieven NT1-leerders). NT1-ers hanteren, ondanks de ervaren drempels zoals schaamte en taboe, vaak specifieke motieven om toch weer de stap te zetten naar het volgen van een educatief traject, het traject vol te houden en te voltooien. Deze motieven zijn negatief of positief geïnspireerd. Zo kunnen ouders met schoolgaande kinderen gemotiveerd zijn een educatief traject te volgen omdat zij hun kind willen begeleiden en stimuleren met schoolwerk, terwijl werknemers met lage taalvaardigheid een taaltraject kunnen gaan volgen omdat de werkgever dat eist. Gemeenten en partners kunnen leermotieven inzetten (bijv. bij een intakegesprek) om NT1-ers te bewegen naar een educatief traject.

  • 9.

    Om de effectiviteit van de aanpak laaggeletterdheid te vergroten wordt een verbinding binnen het Sociaal Domein gelegd tussen de WEB en het nieuwe inburgeringsbeleid (WIB).

5. Samenwerkingsagenda

5.1 Inleiding

Om uitvoering te geven aan visie, ambitie en doelstellingen van het Regioplan is onderstaand actieplan opgesteld. Hierin is cruciaal dat gemeenten en samenwerkingspartners de urgentie zien van het voorkomen en bestrijden van laaggeletterdheid binnen hun domein/werkveld, dat zij erkennen dat zij laaggeletterden hebben in hun werkveld en dat zij zich kunnen aanpassen aan de doelgroep en daar tijd aan mogen besteden. Een andere voorwaarde voor succes is dat er taalaanbod ‘op maat’ is. Ook is het van belang dat er niet alleen over de doelgroep (NT1) wordt gepraat/beslist maar vooral ook met de doelgroep.

5.2 Actielijnen Regionaal Plan Een (Basis)Vaardige Regio Midden Holland 2020-2024

In onderstaand actieplan gaat het om de volgende domeinen:

  • 1.

    Arbeidsmarkt.

  • 2.

    Educatie: gericht op de verbetering van de toeleiding van NT1-ers naar een educatief aanbod en op de ontwikkeling van het monitoringsysteem en het kwaliteitskader van het non-formele aanbod.

  • 3.

    Onderwijs, waarbij onderscheid wordt gemaakt in de aanpak van laaggeletterdheid bij ouders van kinderen in het basisonderwijs en binnen het vervolgonderwijs (Pro, Vmbo, VSO) en het MBO).

  • 4.

    Sociaal Domein en Gezondheid.

Per domein worden het doel, de aanpak ter voorkoming of bestrijding van laaggeletterdheid, de mogelijke partners en de beoogde resultaten beschreven.

Wat gaan we doen

Regionaal

  • -

    Opstellen van een programma van eisen ten behoeve van de aanbesteding van de WEB-middelen voor de periode tot en met 2024.

  • -

    Afspraken maken over monitoren van de resultaten van dit plan.

  • -

    Eventueel, begroting opstellen naar aanleiding van dit plan, ten behoeve van de besteding van de decentralisatiemiddelen 2020-2024.

  • -

    Aanpak van laaggeletterdheid verbinden met regionale samenwerkingsverbanden. Denk hierbij aan het Helix overleg, Team Midden Holland Werkt Door, WSP, UWV, VNO-NCW en het ESF Plusprogramma etc.

  • -

    Een of meerdere werksessies organiseren met de (kern) uitvoerders/partners om de rollen, taken en voorwaarden vast te leggen ten behoeve van de realisatie van het regionale plan.

Lokaal

  • -

    Iedere gemeente is verantwoordelijk voor de regie op de lokale aanpak van laaggeletterdheid voor haar eigen inwoners, én voor de lokale uitvoering van dit plan. Iedere gemeente vult hiervoor deze regierol zelf in.

  • -

    Gemeenten kunnen een relatie leggen tussen het regioplan en gemeentelijke coalitieakkoorden; hoe draagt aanpak laaggeletterdheid bij aan de gestelde doelen in deze akkoorden?

  • -

    Gemeenten kunnen zelf op zoek gaan naar lokale middelen voor de financiering van onderdelen van het regioplan. Te denken valt aan middelen in het kader van Onderwijsachterstandenbeleid, Participatiebudgetten, Nationaal Programma Onderwijs etc..

5.3 Actielijn Arbeidsmarkt

Laaggeletterden zijn vooral werkzaam in de sectoren Facilitaire Dienstverlening, Schoonmaak, Groensector, Industrie, Horeca, Procesindustrie, Handel, Bouw en Transport. Een betere taal- en rekenvaardigheid versterkt iemands arbeidsmarktpositie en zelfstandigheid. De focus van de actielijn Arbeidsmarkt ligt op het ondersteunen van laaggeletterde werknemers in basisvaardigheden waardoor ze duurzaam inzetbaar blijven.

Doelen

  • 1.

    Aanpak van laaggeletterdheid integreren in het personeelsbeleid van bedrijven.

  • 2.

    Duurzame inzetbaarheid van werknemers vergroten door het bevorderen van hun basisvaardigheden.

  • 3.

    Minimaal 20 bedrijven in de regio Midden Holland hebben een actieplan/plan van aanpak voor Taal op de werkvloer ontwikkeld en uitgevoerd.

Partners

het Team Midden-Holland Werkt Door vanuit het Leerwerkloket Midden-Holland (in samenwerking met het Werkgeversservicepunt (WSP)), Ferm Werk (Zuidplas), Uitzendbranche in Midden Holland

Aanpak

Teneinde werkgevers te activeren om te investeren in basisvaardigheden zullen Team Midden Holland Werkt Door en Ferm Werk, werkgevers een reeks laagdrempelige diensten en services bieden gericht op de bestrijding van laaggeletterdheid op de werkvloer. Daarnaast zal het Team insteken op plannen van werkgevers om te investeren in duurzame inzetbaarheid van personeel, in veiligheid en in nieuwe ontwikkelingen (waaronder digitalisering), en de belemmeringen (beperkte basisvaardigheden) die werkgevers daarbij ondervinden. Dit biedt een bredere basis voor werkgevers om te investeren in menselijk kapitaal waarbij aandacht is voor basisvaardigheden. De diensten en services bestaan uit:

  • 1.

    Informatie en voorlichting over laaggeletterdheid (bijv. flyers etc.), workshops of Webinars voor werkgevers over de problematiek van laaggeletterdheid op de werkvloer en mogelijke oplossingen;

  • 2.

    Het verrichten van een werkgeversscan (digitaal en om de 2 jaar) omtrent plannen van werkgevers om te investeren in menselijk kapitaal en de problematiek van laaggeletterdheid die daarbij een rol speelt;

  • 3.

    Workshops of trainingen aan HRM-leden/sollicitatiecommissies over signalering en herkennen van laaggeletterdheid, het testen van sollicitanten op basisvaardigheden en over taal op de werkvloer;

  • 4.

    Ondersteuning van werkgevers bij de ontwikkeling van een HRM-beleid/actieplan waarin basisvaardigheden een centrale plaats inneemt, door middel van (digitale) checklists;

  • 5.

    Advies over scholingsregelingen en subsidiemogelijkheden (O&O fondsen, Tel mee met Taal regeling, ESF-subsidies, SLIM regeling etc.). Bedrijven kunnen zelf of in samenwerkingsverband een subsidieaanvraag indienen.

    Afhankelijk van de ingezette subsidieregeling kunnen werkgevers eventueel ook ontzorgd worden bij de aanvraag van subsidies en bij de administratieve afhandeling van de subsidieaanvraag. Hieraan zijn kosten verbonden.

  • 6.

    Vraagbaak. Het Leerwerkloket functioneert als vraagbaak voor werkgevers.

  • 7.

    Bij bedrijven waar het personeel vooral uit uitzendkrachten bestaat, wordt de samenwerking gezocht met de uitzendbranche, omdat uitzendorganisaties ook de wettelijke plicht hebben om te investeren in scholing van uitzendkrachten.

Resultaat

  • 1.

    Team Midden Holland Werkt Door en Ferm Werk bieden werkgevers diensten en services aan ter bestrijding van laaggeletterdheid op de werkvloer. Deze diensten en services zijn geïntegreerd in de reguliere werkwijze.

  • 2.

    Minimaal 30 bedrijven hebben een aanpak laaggeletterdheid op de werkvloer verankerd in hun HRM-/personeelsbeleid. Dit betekent concreet dat laaggeschoolde (Mbo1 of lager) sollicitanten en werknemers gescreend worden op laaggeletterdheid en een aanbod van taal op de werkvloer krijgen aangeboden indien blijkt dat men beperkt taalvaardig is. ,

  • 3.

    Per jaar hebben minimaal 5 bedrijven in de regio Midden Holland een actieplan of plan van aanpak voor Taal op de werkvloer ontwikkeld en uitgevoerd of jaarlijks hebben minimaal 150 werknemers een aanbod Taal op de werkvloer gevolgd.

Wat gaan we doen

Regionaal

Het Leerwerkloket Midden Holland is verantwoordelijk voor de uitvoering van het Taalakkoord werkgevers. Het Team Midden Holland Werkt Door is verantwoordelijk voor de uitvoering van het ESF Plusprogramma 2021-2027 in de arbeidsmarktregio Midden Holland. In dat kader is het van belang dat Team Midden Holland Werkt Door en Ferm Werk laaggeletterdheid steeds agenderen in de communicatie naar de werkcoaches, accountmanagers, onderwijspartners en werkgevers.

Verder:

  • -

    Komt er een presentatie over de werkgeversbenadering aan het Team Midden Holland Werkt Door en het Ferm Werk.

  • -

    Bereiden de partners werkgeversaanpak laaggeletterdheid voor door:

    • °

      Een inventarisatie te maken van de 30 grootste werkgevers in de regio in de sectoren waar laaggeletterdheid het vaakst voorkomt.

    • °

      Een communiqué te ontwikkelen om werkgevers te informeren over de werkgeversaanpak

    • °

      Een werkgeversscan ¨Investeren in menselijk kapitaal en laaggeletterdheid¨ te ontwikkelen.

    • °

      Een Webinar te ontwikkelen over beleid en maatregelen die werkgevers kunnen nemen om laaggeletterdheid beleidsmatig aan te pakken.

  • -

    Voeren partners jaarlijks of 2-jaarlijks de werkgeversscan uit onder werkgevers in de regio. De werkgeversscan gaat in op een aantal onderwerpen waaronder het aantal/percentage werknemers dat laaggeletterd is (Mbo1 of lager), de aanpak van laaggeletterdheid door werkgevers, percentage uitzendkrachten, uitzendbureaus waar werkgevers mee samenwerken, plannen voor investeren in laaggeletterdheid aan de ene kant, en aan de andere kant plannen voor investeringen in digitalisering, veiligheid, duurzame inzetbaarheid van medewerkers en de belemmeringen die daarbij een rol spelen (namelijk lage basisvaardigheid).

  • -

    Benadert het Leerwerkloket werkgevers met een voorstel tot samenwerking tussen werkgevers op het gebied van de aanpak van laaggeletterdheid op de werkvloer. Het voorstel wordt gedaan op basis van de resultaten van de werkgeversscan.

  • -

    Betrekt het Leerwerkloket taalaanbieders bij de plannen van de werkgevers om laaggeletterdheid op de werkvloer aan te pakken. Werkgevers worden door het Leerwerkloket aangespoord om uitzendbureaus te betrekken bij de aanpak van laaggeletterdheid op de werkvloer, indien uitzendkrachten oververtegenwoordigd zijn binnen het bedrijf.

  • -

    Ontwikkelen partners met werkgevers en bij voorkeur uitzendbureaus een gezamenlijk plan, accorderen deze gezamenlijk en dienen als samenwerkingsverband een subsidieaanvraag in (indien nodig).

  • -

    Streven partners ernaar werkgevers te ontlasten en/of te ontzorgen bij het voorbereiden en indienen van subsidieaanvragen. Dit doen ze met name door:

    • °

      te bepalen voor welke subsidieregelingen voor de plannen in aanmerking komen. Zowel het Leerwerkloket als het WSP hebben daar een goed overzicht van.

    • °

      bij complexe subsidieaanvragen zorg te dragen voor voldoende professionele ondersteuning. Daar zijn kosten aan verbonden. Een aantal subsidieregelingen dekken deze kosten deels of volledig.

    • °

      in te zetten op een combinatie van subsidieregelingen. Hierdoor zijn de kosten voor de werkgever minimaal.

    • °

      in een samenwerkingsverband van bedrijven een subsidieaanvraag in te dienen.

  • -

    Monitoren partners de uitvoering van het plan, maken deel- en eindrapportages (aan de hand van formats) en dragen deze rapportages over aan contactgemeente Gouda en de regiogemeenten.

  • -

    Ontvangt de projectleider alle deel- en eindrapportages van de gemeenten en maakt op basis daarvan een eindrapportage ter verantwoording aan de lokale besturen en het ministerie van OC&W.

  • -

    Zijn de partners verantwoordelijk voor het borgen van bovengenoemde aanpak binnen hun reguliere dienstverlening.

  • -

    Wordt er een estafette-actie georganiseerd waarbij werkgevers die laaggeletterdheid op de werkvloer oppakken, het estafette- stokje overdragen aan werkgevers die dat alsnog moeten doen. Er wordt gezorgd voor de nodige media-aandacht.

5.4 Actielijn Educatie

De actielijn Educatie is gericht op verbetering van het toeleidingsproces en op de ontwikkeling van een monitoringsysteem voor het non-formele aanbod.

5.4.1 Verbetering toeleidingsproces NT1-ers.

Tweederde van de mensen met beperkte basisvaardigheden in de arbeidsmarktregio Midden Holland zijn mensen met een Nederlandse achtergrond. Toch zijn er weinig media-uitingen die specifiek gericht zijn op de doelgroep NT1. In het kader van het Regioplan een (Basis)Vaardige Regio 2020-2024 zal meer aandacht besteed worden aan laaggeletterden die een Nederlandse achtergrond hebben. Campagne zal worden gevoerd op o.a. de Week van de Alfabetisering of de Week van de Schulden.

Doelen

  • 1

    Meer NT1-ers toeleiden naar een aanbod basisvaardigheden.

  • 2

    Verbetering van het toeleidingsproces

Partners

Aanbieders van formeel en non-formeel aanbod, gemeenten

Aanpak

Om meer NT1-ers te bereiken worden publiciteitscampagnes gevoerd in De Week van Lezen en Schrijven en tijdens De Week van de Mediawijsheid, De Week van de Armoede of De Week van het Geld (om maar enkele voorbeelden te noemen) om het aanbod basisvaardigheden te presenteren en het bereik onder NT1-ers te vergroten. De campagne heeft enerzijds bewustwording over en het bespreekbaar maken van laaggeletterdheid tot doel en anderzijds het verhogen van het bereik onder de NT1-groep door het aanbod laagdrempelig en toegankelijk te presenteren;

Ten tweede zullen gemeenten gezamenlijk een werkconferentie/werksessies organiseren met alle toeleiders. Gezamenlijk wordt gekeken naar de huidige structuur en werkwijze van toeleiding van NT1-ers (zoek-/vindkanalen, effectiviteit van de vindplaatsen, etc.), de knelpunten met de huidige toeleiding van NT1-ers en de mogelijke verbeterpunten. Op basis van de bevindingen zal een verbeterplan worden opgesteld en geïmplementeerd door de toeleiders.

Resultaat

  • 1.

    Een duidelijke toename van het aantal mensen (met name NT1) dat een aanbod basisvaardigheden heeft gevolgd. Er worden minimaal 100 NT1-ers in 2021, oplopend tot 300 NT1-ers in 2024 doorverwezen naar het Taalhuis/Bibliotheek.

  • 2.

    Er is een goede en verbeterde netwerkstructuur van vinden, bereiken, toeleiding en scholing van laaggeletterden. Organisaties weten elkaar te vinden en verwijzen potentiele laaggeletterden door naar het Taalhuis/Taalaanbieders. Potentiele laaggeletter- den blijven na doorverwijzing in beeld.

Wat gaan we doen.

Regionaal

Onder regie van de gemeenten worden de volgende stappen genomen:

  • -

    Aan de hand van een vragenlijst wordt een inventarisatie gemaakt van de effectiviteit van de toeleidingsroutes voor NT1-ers.

  • -

    Aan de hand van de analyse wordt een werksessie gehouden waarin de knelpunten besproken worden en voorstellen worden gedaan ter verbetering van het toeleidingsproces. Daarbij wordt ook gekeken naar de randvoorwaarden die nodig zijn voor een succesvolle toeleiding van NT1-ers. Het één en ander wordt verwerkt in een implementatieplan.

  • -

    Het implementatieplan wordt besproken in het WEB overleg. Daarbij wordt gekeken naar de randvoorwaarden die nodig zijn voor de implementatie van de verbeterpunten.

Lokaal

  • -

    De toeleiders zijn verantwoordelijk voor het implementeren van het plan op lokaal niveau.

  • -

    De gemeenten nemen gezamenlijk het initiatief voor de organisatie van de werksessie.

  • -

    De gemeenten monitoren, evalueren de implementatie van de verbetervoorstellen en stellen eventueel bij. Dit kan in een vervolgsessie of schriftelijk gebeuren.

  • -

    Borging. Toeleiders dragen zorg voor de borging van de resultaten.

  • -

    Gemeenten dragen zorg voor de terugkoppeling van de resultaten aan de contactgemeente Gouda en de projectleider.

Met betrekking tot de mediacampagne. Gemeenten ontwikkelen en/of voeren eigen lokale mediacampagnes uit. Daarin kunnen gemeenten onderscheid maken tussen de doelgroep, de omgeving van deze doelgroep en anderen die willen helpen, en professionals van bedrijven en organisaties. Dit plan is leidend voor lokale communicatie-uitingen en plannen.

5.4.2 Ontwikkelen kwaliteitskader en monitoringsysteem non-formeel aanbod

Het ministerie van OCW vindt het belangrijk dat de kwaliteit van het non-formele aanbod versterkt en gewaarborgd wordt. Om dat te realiseren wil het Ministerie gemeenten ondersteunen bij de ontwikkeling van een monitor en een kwaliteitskader voor het non-formeel aanbod. In dat kader wil het ministerie in 2021 een landelijke handreiking Breed Kwaliteitsbeleid opleveren. In 2022 zal in opdracht van OCW, het CBS een landelijke monitor ontwikkelen die aangevuld dient te worden met monitoringsgegevens van de gemeenten en/of de aanbieders binnen de regio.

Doelen

Aanbieders van non-formeel aanbod hebben een kwaliteits- en monitoringssysteem dat voldoet aan de kwaliteitseisen van het

Ministerie van OCW en dat aansluit op de landelijke monitor.

Partners

Taalaanbieders van non-formeel aanbod en QWasp

Aanpak

Voor de ontwikkeling van het kwaliteitskader voor het non-formele aanbod zal het Ministerie van OCW een landelijke handreiking Breed Kwaliteitsbeleid in 2021 opleveren. In 2022 zal het CBS een landelijke monitor ontwikkelen die aangevuld dient te worden met monitoringsgegevens van de gemeenten en/of de aanbieders binnen de regio.

Voor de monitoring van het non-formele aanbod binnen de regio Midden Holland werken de aanbieders met de impactmeting- en registratietool van Qwasp i.s.m. de Unesco Leerstoel Volwasseneneducatie van de Universiteit van Brussel. QWasp draagt zorg voor het uploaden van de monitoringsgegevens van het non-formele aanbod in de regio naar het monitoringsysteem van CBS.

Resultaat

  • 1.

    Er is een structuur van kwalitatieve en systematische monitoring van het non-formele aanbod. Processen en kwaliteit worden gevolgd en bijgesteld als dat nodig is.

  • 2.

    Het non-formele aanbod wordt jaarlijks gemonitord, geëvalueerd en de resultaten zijn opgeleverd aan OCW.

Wat gaan we doen.

Regionaal

Gemeenten gaan gezamenlijk een monitoringsysteem voor het non-formele aanbod ontwikkelen en implementeren.

  • -

    Projectleider meldt de regio Midden Holland aan voor deelname aan de CBS pilot

  • -

    Gemeenten:

    • °

      besteden de implementatie van het monitoringssysteem uit aan QWasp. Het monitoringssysteem bevat zowel output als outcome gegevens.

    • °

      ondersteunen QWasp bij de implementatie van het monitoringssysteem door contactgegevens van aanbieders/toeleiders te verstrekken aan QWasp en door de vragenlijst impactmeting samen te stellen.

    • °

      monitoren het non-formeel aanbod op bereik en effect. Dit doen ze aan de hand van de evaluaties en verantwoordingen van de uitvoerende partijen of op basis van de evaluaties die door QWasp worden gegenereerd.

    • °

      Stellen de aanpak eventueel bij in overleg met de taalaanbieders.

  • -

    QWasp draagt zorg voor:

    • °

      het overzetten van de cursistengegevens van aanbieders naar het monitoringssysteem van QWasp.

    • °

      het organiseren van de Webinar taalinstellingen monitoring trajecten volwasseneneducatie.

    • °

      het voldoen aan de voorwaarden van het monitoringssysteem van het brede kwaliteitskader dat ontwikkeld wordt door OC&W en de implementatie van het brede kwaliteitskader binnen de regio.

    • °

      de jaarlijkse overdracht van de outputgegevens aan CBS.

    • °

      de eerste, tweede en vervolgmeting impactonderzoek trajecten volwasseneneducatie.

    • °

      de eerste rapportage van de impactonderzoek-trajecten volwasseneneducatie.

    • °

      de jaarlijkse rapportage van het non-formeel aanbod aan de contactgemeente Gouda en de regiogemeenten.

5.5 Actielijn Onderwijs

De actielijn Onderwijs bestaat uit de actielijn Voor- en Vroegschoolse en Basisschoolperiode, en de actielijn Vervolgonderwijs

5.5.1 Actielijn Samenwerking Voor- en Vroegschoolse Educatie, Basisonderwijs en Bibliotheekwezen

Ouders van leerlingen met een achterstandsscore zijn laaggeschoold en kunnen derhalve moeilijk een wezenlijke bijdrage leveren aan de onderwijsontwikkeling van het kind. Basisscholen worstelen al jaren om deze groep ouders daadwerkelijk te betrekken bij de onderwijsontwikkeling van het kind. Ook binnen de VVE spant men zich in om het pedagogisch klimaat thuis van deze groep ouders te verbeteren. Deze ouders zijn, gezien het lage opleidingsniveau, hoogstwaarschijnlijk beperkt vaardig. Het gaat om meer dan 11.120 gezinnen van wie de kinderen een achterstandsscore hebben. Het ontwikkelen van de basisvaardigheden van deze groep ouders is een maatschappelijke opgave van het Bibliotheekwezen. Taalhuis/Bibliotheken worden daarom beschouwd als de meest geschikte partners voor VVE en basisscholen om basisvaardigheid onder deze groep te versterken en om zodoende het pedagogische en educatieve klimaat thuis te stimuleren.

Doelen

  • 1.

    Versterken van de maatschappelijke rol van de Taalhuizen/het Bibliotheekwezen in Midden Holland m.b.t. de aanpak van laaggeletterdheid onder NT1-ers.

  • 2.

    Bevordering van de basisvaardigheden van met name NT1-ouders van kinderen met een achterstandsscore.

  • 3.

    Stimuleren van ouderparticipatie en het versterken van het pedagogisch klimaat thuis.

Partners

Bibliotheken, basisscholen en VVE instellingen.

Aanpak.

De aanpak richt zich op de versterking van de lokale samenwerking tussen het primair onderwijs (minimaal 3 basisscholen), de VVE en Taalhuis/ Bibliotheek in de regio Midden Holland. De samenwerking is gericht op een formele/informele toeleiding van ouders naar het Taalhuis/de Bibliotheek en het bieden van een laagdrempelig en passend aanbod aan ouders van kinderen met een achterstandsscore. Het gaat om een gezinsgericht aanbod en een groepsgericht aanbod. Bij het gezinsgerichte aanbod kan gedacht worden aan ontwikkelingsprogramma’s voor ouders en kinderen zoals Boekstart en VoorleesExpress.

Het groepsgerichte aanbod bestaat uit een standaard (laagdrempelig) aanbod basisvaardigheden (taalles in groepen, via een taalcoach of meeleeskring en digitale vaardigheden) en een vraaggericht aanbod. Het vraaggerichte aanbod is gebaseerd op een inventarisatie van de leerbehoeften van ouders en raakt verschillende levensdomeinen waaronder financiële zelfredzaamheid, gezondheid, digitalisering, werk, omgaan met de school en ouders van jonge kinderen (ondersteuning van de onderwijsontwikkeling van het kind). Dit domeingerichte aanbod biedt ook mogelijkheden om allerlei camouflagecursussen te organiseren voor ouders die moeilijk bereikbaar zijn. Het aanbod kan op school, in de wijk of in de Bibliotheek plaatsvinden.

We gaan uit van een groeimodel waarbij steeds meer scholen zich zullen aansluiten bij dit samenwerkingsverband om voor hun ouders een laagdrempelig en passend educatief aanbod te organiseren. De ouderpopulatie van de deelnemende scholen heeft voornamelijk een Nederlandse achtergrond en is laaggeschoold, c.q. laaggeletterd (Mbo1 of lager).

Resultaat

  • 1.

    Er is in 2024 een structurele samenwerking tussen basisonderwijs, Taalhuis/Bibliotheken en VVE gericht op het voorkomen en bestrijden van laaggeletterdheid onder NT1-ouders en hun kinderen. Het gaat om NT1-ouders van kinderen met een achterstandsscore.

  • 2.

    Jaarlijks bereiken van 210 ouders die laaggeletterd zijn met een aanbod basisvaardigheden.

Wat gaan we doen

Regionaal

  • -

    Bij de planvorming kunnen Taalhuizen/Bibliotheken kijken hoe zij elkaar regionaal kunnen versterken.

  • -

    Daartoe ontwikkelen de Bibliotheken in de regio Midden Holland een gezamenlijke visie.

Lokaal

Gemeenten voeren regie op:

  • -

    Aansluiting van dit initiatief op het Lokale Preventieakkoord Inclusie en Meedoen, de Gelijke Kansen Alliantie, het Onderwijsachterstandenbeleid/Lokaal Onderwijsbeleid (LEA) en het beleid voor het Bibliotheekwezen.

  • -

    Belangstelling onder basisscholen peilen voor deelname aan de pilot in samenwerking met VVE en het Bibliotheekwezen. Voorwaarde voor deelname is dat de ouderpopulatie van de deelnemende scholen overwegend NT1-ouders zijn.

  • -

    Het instellen een stuurgroep door partners die als wegbereider dient om het plan in te voeren.

  • -

    De oriëntatie door partners op samenwerking (aftrap). Partners bespreken gezamenlijk de problematiek, inventariseren in welke mate het plan in hun visies en streefdoelen past, welke wensen partners hebben en wat zij elkaar te bieden hebben op genoemd gebied. Aan de hand hiervan besluiten zij om de samenwerking inhoudelijk verder uit te werken.

  • -

    Het opstellen van een basisplan door de stuurgroep en het bespreken hiervan met financierders (regulier en/of tijdelijke middelen) en met alle geledingen (besturen, directies en inhoudelijke medewerkers) van de betrokken scholen, VVE en Bibliotheken..

  • -

    Het opstellen van een samenwerkingsovereenkomst en het gezamenlijk ondertekenen hiervan.

  • -

    Monitoring, tussenevaluatie en eventuele bijstelling van de uitvoering.

  • -

    Het opleveren van tussen- en eindrapportages aan de lokale besturen, de contactgemeente en de projectleider.

  • -

    Het opstellen van de eindrapportages, ter verantwoording van de middelen, door de projectleider aan de hand van de deelrapportages voor het lokaal bestuur van de contactgemeente Gouda en het ministerie van OC&W

  • -

    De borging. Zorgdragen voor structurele financiering van dit initiatief.

Bijzonderheden

  • -

    Scholen verschillen in denominatie, onderwijsmethodes, visies over het onderwijs en opvoeding etc. Samenwerking impliceert daarom dat partners flexibel inspelen op deze verschillen en de daaruit voortvloeiende behoeften van de scholen en ouders.

  • -

    Uit onderzoek blijkt de inzet van leermotieven effectief bij het overhalen van ouders om een educatief aanbod te volgen, door te zetten en te voltooien. In dit project sluiten we aan bij de leermotieven van NT1-ers om hen te motiveren en te bewegen naar een educatief aanbod. Schooldirecteuren, begeleiders en schoolassistenten, maar ook pedagogisch medewerkers (in de VVE) hebben daarin een belangrijke rol.

  • -

    Het basisplan gaat in op o.a. de doelen, de doelgroepen, de aard en omvang van de problematieken waar hulp voor gezocht wordt, het samenwerkingsmodel, een overzicht van de partners in de betrokken gemeente(n) waarmee samengewerkt gaat worden, de expertise die de partners gaan inzetten, de taken, functies en verantwoordelijkheden van betrokken partijen, huisvestingsmogelijkheden of wensen hiervoor, uitgangspunten voor de werkwijze van het team, personele inzet en eventueel kosten, voorstellen voor aansturing, financiering en evaluatie etc..

5.5.2 Actielijn vervolgonderwijs

VSO en VO scholen bereiden leerlingen voor op verschillende soorten van hoger onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs op het vervullen van een beroep. Ook binnen het vervolgonderwijs zijn er echter leerlingen die het gewenste referentieniveau 2F niet halen. Dit heeft consequenties voor het vervolgonderwijs of voor het vinden en behouden van een baan.

In dat kader hebben scholen ook de verantwoordelijkheid om extra aandacht te besteden aan basisvaardigheden in het curriculum en te zorgen dat leerlingen het gewenste referentieniveau halen.

Doelen

  • 1.

    De ontwikkeling en implementatie van een structureel en aanvullend studie- en begeleidingstraject voor studenten met beperkte basisvaardigheden binnen het VO en het MBO.

  • 2.

    Meer studenten met beperkte basisvaardigheden, basisvaardig maken (niveau 2F voor taal en/of rekenen).

  • 3.

    Meer studenten met beperkte basisvaardigheden laten doorstromen naar een reguliere opleiding en (start)kwalificatie of het voorkomen van voortijdige uitval.

Partners Mbo-scholen, VSO, Pro, VO en BO scholen.

Aanpak

De aanpak is gericht op extra begeleiding van leerlingen met beperkte basisvaardigheden. Scholen kunnen zelfstandig of in samenwerking (bijvoorbeeld in het kader van de ontwikkeling van een doorgaande lijn) de extra begeleiding in basisvaardigheden organiseren. Het gaat om samenwerking tussen PO en het vervolgonderwijs (VO of MBO) of om samenwerking tussen het VO (PO en Vmbo) en het VO/MBO. Het aanbod bestaat uit een nulmeting van het referentieniveau van leerlingen, extra begeleiding, ondersteuning bij studievaardigheden (bijv. technisch lezen), en generieke en/of beroepsgerichte lessen in algemene vaardigheden als taal, rekenen en digitale vaardigheden. Daarnaast kan de begeleiding zich ook richten op zaken zoals het omgaan met culturele verschillen, beleefdheidsvormen, proactieve werkhouding etc. De extra ondersteuning zou minimaal 1 schooljaar kunnen duren. Extra begeleiding kan ook georganiseerd worden in het kader van de ontwikkeling van een doorgaande leerlijn of een doorstroomprogramma (o.a. naar werk).

Er wordt gewerkt met een of meerdere groepen van 15 tot maximaal 20 studenten per groep per jaar. De lessen worden verzorgd door docenten NT1/NT2 afhankelijk van de samenstelling van de groep/groepen. Sommige Vmbo scholen tonen ook interesse in het ontwikkelen van basisvaardigheden van ouders van leerlingen in het Pro en Vmbo.

Ter de financiering van de plannen voor extra ondersteuning in basisvaardigheden zetten scholen eigen middelen in en/of doen een beroep op landelijke subsidieregelingen. De subsidieregeling Tel mee met Taal voorziet in de mogelijkheid om projecten of activiteiten van VO-/Mbo-scholen gericht op bestrijding van laaggeletterdheid onder de ouders van leerlingen te financieren.

Resultaat

  • 1.

    Scholen voor BO, VO (PO en Vmbo) en MBO scholen ontwikkelen en bieden taalondersteuning of begeleidingstrajecten voor leerlingen die het referentieniveau 2F voor taal en rekenen niet hebben behaald. Het ondersteunings- of begeleidingstraject is structureel opgenomen binnen het schoolcurriculum.

  • 2.

    Aan het eind van het traject hebben leerlingen het gewenste referentieniveau 2F behaald.

  • 3.

    Jaarlijks zijn er minimaal 60 leerlingen die een traject volgen/hebben gevolgd.

Wat gaan we doen

Regionaal

  • -

    In het kader van de uitvoering van het ESF Plus programma dient laaggeletterdheid geagendeerd te worden in de communicatie met de onderwijspartners (VSO en Pro). In dat kader dient benadrukt te worden dat bij de ontwikkeling van trajecten die gericht zijn op de begeleiding en opleiding van kwetsbare leerlingen uit het voortgezet speciaal onderwijs (vso) en het praktijkonderwijs (pro) naar werk, rekening gehouden dient te worden met basisvaardigheden van leerlingen. Gedacht kan worden aan additionele taalondersteuning of extra begeleiding in basisvaardigheden.

  • -

    Trajecten die uit deze middelen gefinancierd worden kunnen in een samenwerkingsverband van Pro- of Vso scholen georganiseerd worden.

Lokaal

Onder regie van gemeenten:

  • -

    Gemeenten overleggen met de VO (Vmbo en PO) en MBO scholen op lokaal niveau over de aanpak van laaggeletterdheid binnen het vervolgonderwijs.

  • -

    Gemeenten peilen de belangstelling van scholen om als individuele school of in samenwerkingsverband laaggeletterdheid op te pakken.

  • -

    Scholen voor VO (PrO en Vmbo) en MBO ontwikkelen individueel of in samenwerkingsverband plannen of voorstellen voor extra begeleiding of incorporeren deze in bredere trajecten gericht op vervolgonderwijs of werk.

  • -

    Scholen financieren de plannen uit eigen middelen of doen daarvoor een beroep op landelijke regelingen. De projectleider geeft daarbij de nodige ondersteuning.

  • -

    Scholen monitoren de voortgang, dragen zorg voor deelrapporten over de voortgang en een eindrapport over de resultaten.

  • -

    Deelrapporten worden overgedragen aan de projectleider, op basis daarvan wordt een eindrapportage gemaakt ter verantwoording aan het bestuur van de contactgemeente en het ministerie van OC&W.

  • -

    De projectleider adviseert inhoudelijk over de kwaliteit van de plannen en over mogelijke subsidiekanalen.

  • -

    Borging. Scholen zoeken naar eigen/structurele middelen om deze initiatieven of samenwerkingsverbanden te borgen in de reguliere werkwijze

5.6 Actielijn Sociaal Domein

Het percentage laagtaalvaardige cliënten dat een beroep doet op allerlei gemeentelijke diensten/het UWV in de regio Midden Holland is hoog. Laaggeletterdheid is daarom niet alleen een indicator voor de afhankelijkheid van gemeentelijke regelingen, maar tevens een belangrijke voorspeller van maatschappelijk succes op verschillende levensdomeinen (onderwijs, arbeidsmarkt, gezondheid etc.). Vandaar dat de focus binnen deze actielijn er op gericht is om laaggeletterdheid centraal te stellen binnen het Sociaal Domein en deze te verbinden met gezondheid. Een samenhangende aanpak van laaggeletterdheid binnen het Sociaal Domein zal bijdragen aan arbeidsontwikkeling en participatie, financiële zelfredzaamheid, gezondheid, kansengelijkheid en zelfredzaamheid. Hoe hoger de geletterdheid, des te groter de kans op maatschappelijk succes.

Doelen

  • 1.

    Centrumgemeente Gouda en de regiogemeenten hebben een voorbeeldfunctie in de communicatie met laaggeletterden.

  • 2.

    Het realiseren van een effectieve en samenhangende aanpak laaggeletterdheid binnen het Sociaal Domein.

  • 3.

    Het bevorderen van de basisvaardigheden bij cliënten die beperkt basisvaardig zijn en die afhankelijk zijn of een beroep doen op gemeentelijke voorzieningen binnen het Sociaal Domein.

  • 4.

    Het bevorderen van 'gezondheidsvaardige zorgorganisaties' binnen de regio. Gezondheidsvaardige zorgorganisaties maken het mensen gemakkelijk hun weg te vinden binnen de organisatie of het zorgstelsel, gezondheidsinformatie te begrijpen en toe te passen en optimaal gebruik te maken van de ondersteuning en zorg (Brach et al., 2012). In een Gezondheidsvaardige organisatie is de communicatie aangepast op het niveau van de laaggeletterde zorgcliënt, zijn verzorgenden, is zorgpersoneel getraind in het signaleren en herkennen van laaggeletterdheid, zijn huisartsen goed in staat om laaggeletterden te coachen bij therapietrouw en zijn apothekers getraind om laaggeletterden beter te begeleiden in hun medicijngebruik. Verder wordt cliënten met beperkte gezondheidsvaardigheden geleerd om adviezen van huisartsen en/of recepten en bijsluiters beter te begrijpen en om te gaan met digitalisering in de zorg.

Partners

Sociaal Domein, Ferm werk, Promen, UWV, Zorgpartners Midden Holland, Huisartsenkring Rijnland/Midden Holland, Groene Hart Ziekenhuis en Mediis

Aanpak

De aanpak is gericht op het ontwikkelen en het implementeren van een geïntegreerde aanpak laaggeletterdheid binnen het Sociaal Domein waarbij een verbinding wordt gemaakt met gezondheid. De verbinding tussen het Sociaal Domein en gezondheid moet leiden tot het creëren van 'gezondheidsvaardige organisaties'. De aanpak binnen het Sociaal Domein bestaat uit de volgende maatregelen:

  • a)

    Ontwikkelen en implementeren van een samenhangende aanpak van laaggeletterdheid binnen het Sociaal Domein. Daartoe zullen de ambtenaren de training “KLASSE! De impact van laaggeletterdheid binnen het Sociaal Domein” van CINOP volgen. Zo zijn ambtenaren voldoende toegerust om het implementatieproces adequaat te begeleiden.

  • b)

    De processen van herkennen, signaleren, doorverwijzen naar Taalhuis/Bibliotheek en het screenen van mensen op laaggeletterdheid, zijn structureel verankerd in bestaande werkprocessen en in de formele taakstelling.

  • c)

    Verbinding maken tussen (de aanpak van laaggeletterdheid binnen) het Sociaal Domein en gezondheid. Hierdoor worden zorgorganisaties gestimuleerd om beleid/actieplannen te ontwikkelen gericht op de aanpak van laaggeletterdheid of het bevorderen van de gezondheidsvaardigheid van hun organisaties. Gemeenten stimuleren dit door de samenwerking op te zoeken met zorgpartners (waaronder VGZ, de preferente zorgverzekeraar in de regio) in de regio en te sturen:

    • op de koppeling beleid Sociaal Domein en beleid gezondheidsachterstanden;

    • door gezondheid te betrekken bij de aanpak van armoede, schulden, eenzaamheid en laaggeletterdheid;

    • via opdrachtgeverschap;

    • op waar GIDS-gelden aan besteed worden;

    • op welke doelen of thema’s centraal staan in de lokale preventieakkoorden (bijv. laaggeletterdheid valt onder het thema Inclusie binnen het Lokaal Preventie-akkoord Gouda). Daarnaast is er in een Lokaal Preventie-akkoord ook ruimte om in te zetten op achterliggende problematiek bij gezondheid zoals schulden, armoede, laaggeletterdheid en eenzaamheid.

  • Gemeenten bepalen bij voorkeur gezamenlijk op welke wijze sturing wordt gegeven aan het stimuleren van gezondheidsvaardige organisaties of de aanpak van laaggeletterdheid in de zorg.

  • d) Om de communicatie binnen het sociaal domein af te stemmen op het niveau van laaggeletterden (niveau B1) zal er een analyse worden gemaakt van de communicatiemiddelen van de gemeente en een veranderplan worden opgesteld en geïmplementeerd

Resultaat Sociaal Domein

Er is een effectieve en samenhangende aanpak laaggeletterdheid binnen het Sociaal Domein. Dit houdt het volgende in:

  • a)

    Voorbeeldfunctie: de gemeentelijke communicatie is aangepast op het niveau van de laaggeletterde burger (niveau B1). Dit wordt onderdeel van het gemeentelijke communicatieplan. Folders, brochures of websites zijn goed leesbaar voor iedereen en behalen het Keurmerk Gewone Taal van Stichting Makkelijk Lezen. Baliemedewerkers en ambtenaren zijn getraind in communiceren op niveau B1.

  • b)

    Processen van signaleren, testen en doorverwijzen naar formeel en non-formeel aanbod moeten structureel verankerd zijn in de werkprocessen binnen het Sociaal Domein. Om te bepalen of een cliënt getest dient te worden op beperkte basisvaardigheid wordt allereerst uitgegaan van diens opleidingsniveau (Mbo1 of lager).

  • c)

    Medewerkers zijn toegerust om laaggeletterdheid te herkennen en maken gebruik van kennis en bewezen methodieken om de doelgroep NT1 te bereiken. Ook zijn ze bekend met de mogelijkheden die het netwerk biedt om doorgaande ontwikkelingslijnen op het gebied van basisvaardigheden van de doelgroep te bewaken en te bevorderen.

  • d)

    Bij cliënten die een uitkering ontvangen en/of begeleid worden naar een vorm van (arbeids-)participatie, is het niveau van basisvaardigheden gecheckt en in beeld.

  • e)

    Beperkte basisvaardigheden is op-/meegenomen in re-integratie-, scholings-, werkgelegenheids-, schuldsanerings- en participatietrajecten.

  • f)

    Jaarlijks hebben 150 cliënten met beperkte vaardigheden via Sociaal Domein een scholing basisvaardigheden gevolgd.

Resultaat op het gebied van Gezondheidszorg

Er is een lokale en/of regionale aanpak van laaggeletterdheid in relatie tot gezondheidsvaardigheden waarbij:

  • a)

    30% Van de huisartsenpraktijken in 2024 een beleids-/actieplan Gezondheidsvaardigheden heeft ontwikkeld en geïmplementeerd.

  • b)

    Zorgpartner Midden Holland en het Groene Hart Ziekenhuis (bij voorkeur) een beleids-/actieplan gezondheidsvaardigheden hebben ontwikkeld en uitgevoerd.

Wat gaan we doen

Regionaal

Op regionaal niveau hebben gemeenten de volgende taken:

  • -

    Gemeenten maken gezamenlijk een afspraak met CINOP over het volgen van de training KLASSE! De impact van laaggeletterdheid binnen het sociaal domein. Met deze trainingen zijn de ambtenaren voldoende toegerust om de aanpak laaggeletterdheid integraal te verankeren binnen het brede Sociaal Domein. ,

  • -

    Gemeenten stemmen de lokale aanpakken van laaggeletterdheid binnen het Sociaal Domein met elkaar af in het WEB-overleg en bepalen (bij voorkeur) gezamenlijk op welke wijze sturing wordt gegeven aan de bevordering van Gezondheidsvaardige organisaties.

  • -

    Informeren en betrekken van VGZ, de preferente zorgverzekeraar in de regio, bij de zorgaanpak.

  • -

    Uitvoeren van een regionaal onderzoek naar de ¨Gezondheidsvaardigheid van zorgorganisaties en hun behoeften op dit gebied¨ binnen de regio uitvoeren.

  • -

    Aan de hand van de onderzoeksresultaten gesprekken voeren met zorgorganisaties in de regio over samenwerking en het ontwikkelen van een regionaal plan Gezondheidsvaardige zorgorganisaties Midden Holland'. Bepalen welke overige partners willen deelnemen aan het plan, te denken valt aan bijvoorbeeld Pharos, Alliantie Gezondheidsvaardigheden, Reos (ROS-netwerk), LHV Toolkit etc.

  • -

    Uitvoeren van een concept regionaal plan Gezondheidsvaardige Zorgorganisaties.

  • -

    Tussen- en eindevaluaties uitvoeren en eindverslagen opleveren aan projectleider, gemeenten, zorginstellingen en OCW.

  • -

    Borging van resultaten

Lokaal

Iedere gemeente is verantwoordelijk voor de regie op de lokale aanpak van laaggeletterdheid voor haar eigen inwoners én voor de lokale uitvoering van dit plan als het de actielijn Sociaal Domein betreft. Iedere gemeente vult hiervoor zijn regierol zelf in.

  • -

    De gemeenten bepalen deels zelf de scope van de aanpak laaggeletterdheid binnen het Sociaal Domein.

  • -

    Gemeenten maken een analyse van de communicatiemiddelen op het gebruik van ¨Gewone Taal¨.

  • -

    Gemeenten verkrijgen commitment bij de leiding voor de invoering van een samenhangende aanpak gericht op laaggeletterdheid waarbij werkprocedures gericht op het opsporen en testen van cliënten (NT1-ers) op laaggeletterdheid en het doorverwijzen van NT1-ers naar het Taalhuis/De Bibliotheken verankerd zijn in de reguliere werkwijze. De doelstellingen van de gewenste verandering zijn SMART geformuleerd

  • -

    Er wordt een projectorganisatie ingesteld. De projectorganisatie maakt een analyse van de huidige werkprocessen binnen het Sociaal Domein.

  • -

    Procesontwerp. Gemeenten bepalen de gewenste verandering en ontwerpen een nieuw proces. Daarbij wordt rekening gehouden met de randvoorwaarden (beschikbaarheid van financiële middelen, tijd, personele capaciteit, materialen etc..)

  • -

    Gemeenten maken een implementatiestrategie gericht op het vergroten van de bekendheid van de gewenste verandering, de bevordering van de acceptatie van de verandering, de invoering en monitoring van de verandering en op de borging van het gebruik van de verandering.

  • -

    Gemeenten dragen zorg voor de implementatie van de gewenste verandering. Daarbij zorgen de gemeenten gezamenlijk dat de ambtenaar voldoende toegerust is door het volgen van de Training KLASSE! De impact van laaggeletterdheid binnen het sociaal domein. Daarnaast organiseert elke gemeente afzonderlijk een werksessie voor het realiseren van een samenhangende aanpak binnen het Sociaal Domein.

  • -

    Gemeenten monitoren de voortgang van de implementatie, evalueren deze, stellen deze indien nodig bij en koppelen de resultaten van hun veranderproces terug aan de contactgemeente Gouda via tussen- en eindrapportages.

  • -

    Gemeenten borgen de resultaten van de verandering en nemen daartoe gepaste maatregelen.

  • -

    De projectleider schrijft een eindrapportage aan de hand van de deel- en eindrapportages op lokaal niveau en legt verantwoording af aan het bestuur van de contactgemeente Gouda, de regiogemeenten en OCW.

6. Regievoering.

De centrumgemeente Gouda heeft de regie over de monitoring van dit plan. Elke gemeente is zelf verantwoordelijk voor het lokaal vormgeven van en regie voeren over het beleid ten aanzien van laaggeletterdheid. De regionale ambtenaren, vertegenwoordigd in het WEB-overleg, hebben samen de regie over agendering van de integrale aanpak laaggeletterdheid bij de relevante samenwerkingsverbanden, zoals het Helix Overleg, WSP etc.

Verantwoordelijkheid centrumgemeente Gouda

Gouda is centrumgemeente voor de regio Midden Holland en ontvangt naast de regionale WEB-middelen, een decentralisatie-uitkering van het Rijk voor het samen met de regiogemeenten opstellen en uitvoeren van het regionaal Plan Laaggeletterdheid “Een (taal)Vaardige Regio”. Vanuit de rol van centrumgemeente heeft Gouda de volgende wettelijke taken:

  • 1.

    Het opstellen van een regionaal plan van aanpak laaggeletterdheid.

  • 2.

    Financieel verantwoordelijk voor een juiste besteding en verantwoording van de budgetten (doelspecifieke middelen en decentralisatie uitkering). Zij voert dit in samenspraak met de regiogemeenten uit.

  • 3.

    Projectleiderschap van het Regionaal Plan Laaggeletterdheid op strategisch niveau, samen met de regiogemeenten.

  • 4.

    Regievoering m.b.t. de voorbereiding en uitvoering van het Regionaal Plan “Een (Basis)Vaardige Regio” 2020-2024 en hoofdverantwoordelijk voor coördinatie, afstemming en samenwerking binnen de regio en haar (taal)netwerkpartners. Het Regionaal Plan “Een (Basis)Vaardige Regio” 2020-2024 moet door de colleges van Gouda en de regiogemeenten worden vastgesteld.

Als centrumgemeente zorgt Gouda ervoor dat het definitieve Regionaal Plan tijdig wordt ingediend bij het Ministerie van OCW.

De evaluatie en eindverantwoording ligt bij het Rijk evenals de openbare bekendmaking van het plan en de resultaten daarvan. Centrumgemeente Gouda draagt samen met de regiogemeenten ook zorg voor voldoende lokale of bovenlokale aanbieders voor het gewenste aanbod;

Verantwoordelijkheid regiogemeenten

De gemeenten in de regio hebben zelf de verantwoordelijkheid om te zorgen voor:

  • 1.

    inzicht in de vraag naar taal- en rekenonderwijs onder hun inwoners;

  • 2.

    het monitoren op bereik en effect van de aanpak van laaggeletterdheid en het leveren van verantwoordingsinformatie die de centrumgemeente nodig heeft voor de verantwoording aan het Ministerie. Dit doen ze aan de hand van de evaluaties en verantwoordingen van de uitvoerende partijen.

  • 3.

    het bepalen of zij al dan niet een eigen financiële bijdrage leveren en/of deze van partners vragen;

  • 4.

    de gezamenlijke uitvoering van de actielijnen die in het regionaal plan zijn opgenomen, op regionaal en lokaal niveau.

7. Financiële paragraaf.

Ter uitwerking van de doelen en de financiering van de acties en instrumenten zijn onderstaande middelen beschikbaar:

Doelspecifieke uitkering Volwasseneneducatie

Het Rijk verstrekt aan 35 contactgemeenten in de regio’s een structureel bedrag van € 60,3 miljoen als specifieke uitkering voor de regionale aanpak van laaggeletterdheid bij volwassenen op basis van de WEB. Voor de regio Midden Holland komt de specifieke uitkering neer op € 655.880 euro (incl. een indexering van € 19.471,- euro per jaar). De Doelspecifieke uitkering is bestemd voor het educatieve (trajecten taal, rekenen en digitale vaardigheden) aanbod aan inwoners van 18 jaar en ouder die niet inburgeringsplichtig zijn. Wervingskosten en kosten die te maken hebben met coördinatie en administratie mogen niet betaald worden uit deze middelen.

Tabel 1. Doelspecifieke uitkering Volwasseneneducatie regio Midden Holland 2021

Regiogemeenten

Specifiek Web budget

Totaal Web budget per jaar

Bodegraven-Reeuwijk

73.348

 

Gouda

273.335

655.880

Waddinxveen

69.306

 

Zuidplas

96.849

 

Krimpenerwaard

129.510

 

Het Web-budget voor 2022 en de daarop volgende jaren wordt pas bekend gemaakt bij de septembercirculaire van het betreffende jaar. Voor de komende jaren kan echter uitgegaan worden van hetzelfde bedrag als in 2021.

Decentralisatie-uitkering

Naast de specifieke uitkering Volwasseneducatie stelt het Rijk aan de 35 contactgemeenten per 2020 een decentralisatie-

uitkering in het Gemeentefonds beschikbaar voor het versterken van hun regierol op beleidsniveau. Het beschikbare bedrag

loopt op van € 5 miljoen in 2020 tot € 7,3 miljoen in 2024 (2021 € 5,5; 2022 € 6,05; 2023 € 6,65 miljoen).

De decentralisatie-uitkering is onder andere bestemd voor de ondersteuning van de contactgemeenten bij de coördinatie en de uitvoering van het regioplan. Gemeenten kunnen deze middelen vrij besteden aan bijvoorbeeld coördinatie, deskundigheids- bevordering, wervingsactiviteiten voor moeilijk bereikbare doelgroepen en verbetering van de samenwerking. In 2021 is er een bedrag van € 121.654 gereserveerd voor de regio Midden Holland. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de decentralisatie uitkering per gemeente.

Tabel 2. Decentralisatie-uitkering

Regiogemeenten

Budget 2020

Budget 2021

Gouda

106.793,-

112.033,-

Waddinxveen

1.723,-

1.807,-

Bodegraven-Reeuwijk

1.823,-

1.912,-

Krimpenerwaard

3.219,-

3.377,-

Zuidplas

2.407,-

2.525,-

Totaal

115.965,-

121.654

 

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de bestedingsruimte vanaf 2021 tot en met 2024 voor de regio Midden Holland.

Tabel 3. Decentralisatie-uitkering per jaar en jaarlijkse bestedingsruimte regio 2020-2021 Midden Holland

Begroting Decentralisatie-uitkering per jaar

2021

2022

2023

2024

Beschikbare uitkering

121.654

121.654

121.654

121.654

overheveling vanuit 2020 (onder voorbehoud)

34.420

 
 
 
 

€ 156.074

 
 
 

Uitgaven Decentralisatie-uitkering

 
 
 
 

Projectleider

63.862

53.218

53.218

-

QWasp, monitoring VE

16.940

16.940

16.940

16.940

Netwerkfabriek Bibliotheek Gouda

5.750

5.750

5.750

5.750

NT1 camouflage aanbod, trajecten & projecten

51.080

 
 
 

Totale uitgaven

€ 137.632

€ 75.908

€ 75.908

€ 22.690

 
 
 
 
 

Bestedingsruimte Decentralisatie uitkering

€ 18.442

€ 45.746

€ 45.746

€ 98.964

 

Van de decentralisatie-uitkering voor 2021 is na overheveling van de rest-uitkering uit 2020 (overheveling is onder voorbehoud) en de reserveringen voor 2021 een restbedrag van € 18.442,- over. Dit bedrag is gereserveerd voor een NT1-leergang voor de WEB-ambtenaren. Vanaf 2022 komt meer budget beschikbaar voor de aanpak van laaggeletterdheid, doordat de kosten voor project- leiderschap lager uitvallen en doordat de kosten voor het Netwerkfabriek Bibliotheek Gouda mogelijk komen te vervallen. In het laatste jaar is het vooralsnog onzeker of en hoe de projectleiderschap ingevuld wordt.

Overige landelijke middelen

De specifieke uitkering is niet toereikend om alle laaggeletterde inwoners van onze regio een passend traject te bieden. We moeten daarom ook kijken naar aanvullende financieringsmogelijkheden. Het gaat om de volgende landelijke financieringsmogelijkheden:

  • 1.

    Actielijn VVE Basisonderwijs en Bibliotheekwezen. Voor deze actielijn kunnen partners een beroep doen op lokale regelingen in het kader van het Onderwijsachterstandenbeleid, het Gelijke Kansenbeleid/de landelijke regeling Versoepeling Doorstroomprogramma´s Primair Onderwijs en/of de Tel mee met Taal-regeling (voor ouders of voor experimenten).

  • 2.

    Actielijn Arbeidsmarkt. Voor de financiering van Actielijn arbeidsmarkt kunnen partners een beroep doen op verschillende landelijke subsidies voor personeel of een combinatie van deze subsidies:

    • -

      Het ESF-Plusprogramma 2021-2027. Het programma focust zich onder andere op de ondersteuning van kwetsbare werkzoekenden en werkenden om aan het werk te komen en te blijven. Dit programma wordt uitgevoerd door het Team Midden Holland Werkt Door met haar partners op het gebied van Onderwijs en Arbeidsmarkt. Voor de periode 2021-2023 is € 770.000,- beschikbaar voor de arbeidsmarktregio.

    • -

      De SLIM-subsidieregeling gericht op investeringen in de ontwikkeling van medewerkers. Deze regeling verstrekt subsidie van maximaal € 25.000,- voor enkelvoudige bedrijven en maximaal € 500.000,-. voor samenwerkingsverbanden.

    • -

      De Tel mee met Taal-regeling (voor werkgevers) gericht op het voorkomen of verminderen van laaggeletterdheid op de werkvloer. Deze regeling verstrekt een subsidie van minimaal € 1500,- tot maximale subsidie van € 125.000,- per plan.

    • -

      Het MKB-Idee voor werkgevers die willen investeren in het ontwikkelen van het personeel, maar die daarbij belemmeringen ervaren. Deze regeling is voor 2021 tijdelijk gesloten en wordt in 2022 vervangen door het STAP-budget. Met het STAP-budget kan iedere burger (als werkende of niet-werkende) een individueel leer- en ontwikkelbudget van maximaal €1.000,- (inclusief btw) aanvragen. Het budget wordt ingezet voor de eigen ontwikkeling en voor het vergroten van de eigen inzetbaarheid op de arbeidsmarkt. De indientermijn is vanaf 1 januari 2022.

    • -

      Verder zal via de werkgevers in de regio samenwerking gezocht worden met de uitzendbranche in Midden Holland. De verwachting is dat veel laaggeletterde werknemers een uitzendcontract hebben. Uitzendbureaus zijn wettelijk verplicht jaarlijks geld te reserveren voor de scholing van uitzendkrachten of om een scholingsbijdrage ter beschikking te stellen aan het scholingsfonds van de uitzendbranche, Stichting Doorzaam (CAO Welzijnsbranche). Uitzendkrachten zonder startkwalificatie, dat wil zeggen: geen diploma op minimaal mbo-niveau 2 of op havo- of vwo-niveau, kunnen het uitzendbureau vragen een kwalificerend traject te bekostigen.

  • 3.

    Actielijn Vervolgonderwijs. De financiering van de kosten van initiatieven gericht op de aanpak van laaggeletterdheid in het vervolgonderwijs komen voor rekening van het VO en MBO onderwijs. Landelijke middelen waarop scholen ook een beroep op kunnen doen zijn:

    • -

      De Tel mee met Taal-regeling voor ouders of experimenten. Deze regeling verstrekt een maximale subsidie per project van € 125.000,-.

    • -

      De regeling Versoepeling Doorstroomprogramma’s PO – VO/MBO en VMBO – HAVO/MBO. Deze subsidieregeling is gericht op leerlingen die extra begeleiding nodig hebben om op het juiste niveau te kunnen doorstromen. De regeling bevordert de samenwerking tussen PO en het vervolgonderwijs of tussen het VMBO en HAVO/MBO. De maximaal te verstrekken subsidie is 49.000,- per doorstroomactiviteit.

    • -

      Het ESF Plusprogramma 2021-2027. Het programma richt zich onder andere op de begeleiding en opleiding van leerlingen uit het voortgezet speciaal onderwijs (vso) en het praktijkonderwijs (pro) om de stap naar de arbeidsmarkt te kunnen maken.

  • 4.

    Actielijn Sociaal Domein. Het ESF Plus programma zal ook door het Team Midden Holland Werkt Door ingezet worden voor trajecten om mensen werkzoekenden te helpen aan scholing of werk. Binnen deze trajecten kan voor zover nodig aandacht besteed worden aan basisvaardigheden.

Onderstaande tabel biedt een overzicht van de additionele financiële mogelijkheden.

Actielijnen

Overige financieringsmogelijkheden

Regeling

VVE-Basisonderwijs-Bibliotheek

Tel mee met Taal regeling voor ouders:

Max. subsidie € 125.000,- per project

Indieningstermijn: 1 juni – 30 juni 2021

67% van de kosten vergoed

Tel mee met Taal regeling voor experimenten

Max. subsidie € 125.000,- per project

Indieningstermijn: 1 januari – 28 februari 2021

80% van de kosten vergoed

Gelijke Kansen Alliantie: Versoepeling Doorstroomprogramma´s PO:

Max. € 49.000,- per doorstroomprogramma/PO school

Arbeidsmarkt

Tel mee met Taal-regeling voor werkgevers

Min € 1500,- per project, max. € 125.000,- per project

Indieningstermijn: 1 juni – 30 juni 2021

67% van de kosten vergoed

SLIM regeling: Stimuleren Slim Leren in MKB

Maximaal € 25.000,-. subsidie voor enkelvoudige bedrijven Maximaal € 500.000,-. voor samenwerkingsverbanden

Indieningstermijn van 2 maart tot en met 31 maart en van

1 september tot en met 30 september

Uitzendbranche

Scholingsmiddelen uitzendbranche

STAP Budget

Als werkende of niet-werkende kan men een individueel leer- en ontwikkelbudget van maximaal €1.000,- (inclusief btw) aanvragen.

Indientermijn vanaf 1 januari 2022

ESF Plus programma

Het ESF-programma 2021-2027 focust zich o.a. op de ondersteuning van kwetsbare werkzoekenden en werkenden om aan het werk te komen en te blijven.

NL Leert Door

Subsidies voor begeleidings- (1000,- max), scholings- (400, tot 800,-), ontwikkeladviesactiviteit (560,-) en EVC (1000,- max).

Sociaal Domein

Decentralisatie uitkering

(NT1 leergang)

ESF Plus programma

Het ESF-programma 2021-2027 focust zich o.a. op de ondersteuning van kwetsbare werkzoekenden om aan het werk te komen en te blijven.

Vervolgonderwijs

Versoepeling Doorstroomprogramma´s Vmbo-VO/Mbo:

max. € 49.000,- per doorstroomprogramma/Vmbo vestiging

Tel mee met Taal regeling voor experimenten

Max. subsidie € 125.000,- per project

Indieningstermijn: 1 januari – 28 februari 2021

80% van de kosten vergoed

ESF Plus programma

Het ESF-programma 2021-2027 focust zich o.a. op de begeleiding en opleiding van leerlingen uit het voortgezet speciaal onderwijs (vso) en het praktijkonderwijs (pro) om de stap naar de arbeidsmarkt te kunnen maken.

Zorg en Gezondheid

VGZ als preferente zorgverzekeraar in de regio

Nader te bepalen

Reos (onderdeel van het ROS netwerk)

Nader te bepalen

Ondertekening

Aldus besloten in de vergadering van 13 juli 2021.

Burgemeester en wethouders van Gouda,

de secretaris a.i.,

B. van Spréw

de burgemeester,

mr. drs. P. Verhoeve

Bijlage 1. Begrippenkader

Begrippen

Toelichting

NT1

Mensen met Nederlands als moedertaal (eerste taal) die 18+ en niet inburgeringsplichtig zijn.

NT2

Mensen met Nederlands als tweede taal.

Basisvaardigheid

Verzamelnaam voor specifieke vaardigheden die de basis vormen voor het verdere leerproces. Deze vaardigheden zijn lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden.

Laaggeletterdheid

Laaggeletterdheid is een overkoepelende term voor het moeite hebben met lezen, schrijven, rekenen en (daardoor) digitale vaardigheden (definitie Stichting Lezen en Schrijven). Laaggeletterden hebben daardoor moeite met het begrijpen en toepassen van informatie en beheersen niet het minimale niveau om volwaardig in de Nederlandse maatschappij te functioneren, eindniveau VMBO of niveau mbo 2/3 (niveau 2F binnen de Standaarden en eindtermen Volwassenen Educatie).

Geletterdheid

Vanaf niveau 2F spreekt het Ministerie van OCW van geletterdheid. Dit niveau komt overeen met eindniveau van het vmbo en van mbo 2/3. Geletterdheid is de competentie om informatie te verwerven, te verwerken en gericht te gebruiken. Dit betekent in de praktijk met taal, cijfers en grafische gegevens kunnen omgaan en gebruik kunnen maken van ICT.

Gezondheidsvaardig

Gezondheidsvaardig is het vermogen om informatie over gezondheid te verkrijgen, te begrijpen, te beoordelen en te gebruiken bij het nemen van gezondheidsgerelateerde beslissingen (HLS-EU Consortium, 2012). Bredere definities omvatten ook sociale en psychologische kenmerken (zoals zelfvertrouwen, motivatie en het kunnen nemen van verantwoordelijkheid voor de eigen gezondheid).Er wordt daarbij tegenwoordig vaak een onderscheid gemaakt tussen functionele gezondheidsvaardigheden (het kunnen lezen, begrijpen en toepassen van informatie over gezondheid) en vaardigheden die daarop voortborduren. Deze vaardigheden worden interactieve en kritische vaardigheden genoemd en zijn gericht op het kunnen communiceren met zorgverle- ners en het kunnen beoordelen van informatie

Gezondheidsvaardige organisaties

Gezondheidsvaardige zorgorganisaties maken het mensen gemakkelijk hun weg te vinden binnen de organisatie of het zorgstelsel, gezondheidsinformatie te begrijpen en toe te passen en optimaal gebruik te maken van de ondersteuning en zorg (Brach et al., 2012).

Formeel aanbod

Systematisch en gestructureerd aanbod binnen een omgeving die ontworpen is om te leren, met als doel het behalen van erkende diploma’s of certificaten.

Non formeel aanbod

Non-formeel aanbod: georganiseerd aanbod, doelgericht maar misschien minder gestructureerd en systematisch in vergelijking met formeel leren. Het non-formeel aanbod is niet gericht op het behalen van een erkend diploma of certificaat. De omgeving is niet per se ontworpen als leeromgeving. Denk bijvoorbeeld aan cursussen in een bibliotheek of wijkcentrum, of aan werkplekleren.

WEB

Wet Educatie en Beroepsonderwijs

WEB-middelen

Budget dat iedere arbeidsmarkregio ontvangt van het Rijk om te besteden aan lessen voor inwoners die bij de start nog geen taal- of rekenniveau 2F beheersen. Dit geld is niet bedoeld voor de inburgering.

Decentralisatie-uitkering

Dit is extra geld dat de gemeenten/regio mogen gebruiken om in dit geval laaggeletterdheid aan te pakken. Het hoeft in tegenstelling tot de WEB-middelen niet besteed te worden aan de lessen.

Taalniveaus: 1 F – 2 F

De taalniveaus geven aan hoe vaardig een taalgebruiker is. Voor Nederlandstaligen gebruiken we de niveaus 1F, 2F, 3F en 4F. 1 F is het niveau eind-basisschool/MBO1, 2 F is het taal- en rekenniveau dat gehaald moet worden op MBO 2 en 3. 3F en 4F zijn voor de hogere onderwijs- niveaus.

Taalniveaus: A1- A2 – B1

Voor anderstaligen gebruiken we de Europese aanduiding: A1, A2, B1, B2, C1 en C2. De taalniveaus lopen op in moeilijkheid en geeft aan hoe goed je een tweede taal beheerst (dus niet je moedertaal). A2 is het niveau dat inburgeraars tot nu moeten beheersen. In de nieuwe wet inburgering is het streefniveau B1. Met dit niveau is de verwachting dat mensen zelfredzaam kunnen zijn op taalgebied.

Bijlage 2. Aantal 15-65 jarigen met beperkte basisvaardigheden regio Midden Holland

Tabel 1. Aantal 15-65 jarigen met beperkte basisvaardigheden in de regio Midden Holland

Gemeenten

Aantal 15-65 jarigen

Laaggeletterdheid in %

Laaggeletterdheid abs.

Aantal 65+

Totaal

Gouda

47.321

22%

10.410

3.050

13.460

Waddinxveen

18.295

15%

2.744

803

3.547

Bodegraven-Reeuwijk

21.688

15%

3.253

953

4.206

Krimpenerwaard

35.025

17%

5.954

1744

7.698

Zuidplas

27.830

20%

5.566

1630

7.196

Totaal Regio MH

150.159

18,6%

27.927

8.180

36.107

Het aantal laaggeletterde 65+ is berekend op basis van landelijke cijfers (bron: Aanpak Laaggeletterdheid, Algemene Rekenkamer, 2016).

Bijlage 3. Aantal geregistreerde personen GWU bestand regio Midden Holland

Bijlage 3 geeft een overzicht het aantal bij UWV geregistreerde personen (zonder dienstverband) met een WW-, bijstands-, Wajong-, WGA of WAO uitkering, die dienstverlening ontvangen van gemeenten of UWV (Cijfers per juli 2020) en het aantal personen dat laaggeletterd is.

Tabel 2. Aantal uitkeringsgerechtigden zonder baan per gemeente per juli 2020

GWU bestand zonder dienstverband naar uitkeringssoort per gemeente

 

Bodegraven Reeuwijk

Gouda

Krimpener-waard

Waddinxveen

Zuidplas

Totaal

WW uitkering

273

709

369

263

427

2041

Bijstandsuitkering

363

1939

741

332

584

3959

WIA/WAO

109

337

159

96

126

827

Wajong

58

253

109

70

85

575

Nuggets

72

266

123

76

117

654

Totaal

875

3504

1501

837

1339

8056

GWU zonder dienstverband Cijfers per juli 2020

Tabel 3. Aantal laaggeletterden binnen het GWU bestand zonder baan per gemeente regio Midden Holland.

Aantal laaggeletterdheid onder GWU bestand zonder dienstverband per gemeente

 

Bodegraven Reeuwijk

Gouda

Krimpener-waard

Waddinxveen

Zuidplas

Regiototaal

Uitkeringsgerechtigden

875

3504

1501

837

1339

8056

Percentage laagopge- leiden

40%

48,7%

41,8%

43,5%

41,3%

44,7%

Aantal laaggeletterden binnen GWU bestand zonder baan

353

1707

627

364

553

3604

GWU zonder dienstverband Cijfers per juli 2020

Tabel 4. Aantal laaggeletterden binnen het GWU bestand zonder baan naar uitkeringssoort

Aantal laaggeletterde GWU bestand regio Midden Holland

 

Totaal regio

Laaggeletterden abs.

% laaggeletterden

WIA/WAO

827

337

40,7%

Wajong

575

385

67,0%

WW-uitkering

2041

561

27,5%

Bijstandsuitkering

3959

2155

54,4%

GWU bestand totaal

8056

3604

44,7%

Tabel 5. Aantal laaggeletterden binnen het GWU bestand zonder baan Gemeente Bodegraven Reeuwijk naar uitkeringssoort

Bodegraven Reeuwijk

 

Totaal

Laaggeletterden abs.

% laaggeletterden

WIA/WAO

109

46

42,2%

Wajong

58

35

60,3%

WW-uitkering

273

82

30,0%

Bijstandsuitkering

363

174

47.9%

GWU bestand Bodegraven-Reeuwijk

875

353

40,3%

Tabel 6. Aantal laaggeletterden binnen het GWU bestand zonder baan Gemeente Krimpenerwaard naar uitkeringssoort

Krimpenerwaard

 

Totaal

Laaggeletterden abs.

% laaggeletterden

WIA/WAO

159

64

40,3%

Wajong

109

76

69,7%

WW-uitkering

369

121

32,8%

Bijstandsuitkering

741

335

45,2%

GWU bestand Krimpenerwaard

1501

627

41,8%

Tabel 7. Aantal laaggeletterden binnen het GWU bestand zonder baan Gemeente Gouda naar uitkeringssoort

Gouda

 

Totaal

Laaggeletterden abs.

Laaggeletterden in %

WIA/WAO

337

139

41,2%

Wajong

253

170

67,2%

WW-uitkering

709

182

25,7%

Bijstandsuitkering

1939

1147

59,2%

GWU bestand Gouda

3504

1707

48,7%

Tabel 8. Aantal laaggeletterden binnen het GWU bestand zonder baan Gemeente Waddinxveen naar uitkeringssoort

Waddinxveen

 

Totaal

Laaggeletterden abs.

Laaggeletterden in %

WIA/WAO

96

37

38,5%

Wajong

70

48

68,6%

WW-uitkering

263

72

27,4%

Bijstandsuitkering

332

180

54,2%

GWU bestand Waddinxveen

837

364

43,5%

Tabel 9. Aantal laaggeletterden binnen het GWU bestand zonder baan Gemeente Zuidplas naar uitkeringssoort

Zuidplas

 

Totaal

Laaggeletterden abs.

Laaggeletterden in %

WIA/WAO

126

51

40,5%

Wajong

85

56

65,9%

WW-uitkering

427

104

24,4%

Bijstandsuitkering

584

319

54,6%

GWU bestand Zuidplas

1339

553

41,3%

Bijlage 4. Aantal laaggeletterde gezinnen/huishoudens met problematische schulden

Tabel 10. Aandeel huishoudens met problematische schulden regio Midden Holland

Gemeenten

Totaal aantal gezinnen

In percentage

Aantal laaggeletterde huishoudens

Bodegraven Reeuwijk

730

5,3%

367

Gouda

2890

8,7%

1453

Krimpenerwaard

1220

5,2%

613

Waddinxveen

770

6,6%

387

Zuidplas

1040

6,1%

523

Totaal

6650

 

3343

Het aantal laaggeletterde huishoudens met problematische schulden is berekend op basis van cijfers van het NIBUD.

Bron aantal huishoudens met problematische schulden: CBS, 2018.

Bijlage 5. Aantal personen met beperkte gezondheidsvaardigheden.

Tabel 11. Aantal 15-65 jarigen met beperkte gezondheidsvaardigheden in de regio Midden Holland

Gemeenten

Aantal 15-65 jarigen

Aantal mensen met lage gezondheidsvaardigheden

Gouda

47.321

14.196

Waddinxveen

18.295

5.489

Bodegraven-Reeuwijk

21.688

6.506

Krimpenerwaard

35.025

10.508

Zuidplas

27.830

8.349

Totaal Regio MH

150.159

45.048

Bijlage 6. Aantal werknemers met beperkte basisvaardigheden per bedrijfstak

Het betreft uitsluitend bedrijfstakken waarin laaggeletterde werknemers oververtegenwoordigd zijn. De percentages

laaggeletterdheid zijn gebaseerd op gegevens van Buisman et al, 2013.

Tabel 12. Aantal laaggeletterde werknemers per bedrijfstak in de regio Midden Holland.

Aantal medewerkers per sector

Aantal laaggeletterde werknemers per bedrijfstak regio Midden Holland

Totaal

% laaggeletterden

Aantal laaggeletterden

X 1000

 
 

Industrie

3,9

13,9%

542

Bouwnijverheid

7,6

12,7%

965

Handel en Horeca

23,7

9,5%

2252

Vervoer en opslag

4,4

8,6%

378

Financiële & zakelijke dienstverlening

3

6,5%

195

Openbaar bestuur en overheidsdiensten

1

4,2%

42

Gezondheids- en welzijnszorg

15,3

9,7%

1484

Overige dienstverlening

1,2

8,2%

98

 

Totaal

80.9

7,2%

5827

Tabel 13. Aantal laaggeletterde werknemers per bedrijfstak per gemeente regio Midden Holland

 

Aantal laaggeletterde werknemers per bedrijfstak per gemeente

Bodegraven-Reeuwijk

Gouda

Krimpener-

waard

Waddinx-veen

Zuidplas

Totaal

Industrie

153

389

.

.

.

542

Bouwnijverheid

152

190

279

63

152

965

Handel & Horeca

428

608

371

408

437

2252

Vervoer en opslag

59

52

112

103

52

378

Financiële & zakelijke dienstverlening

20

104

32

13

26

195

Openbaar bestuur en overheidsdiensten

.

.

25

17

.

42

Gezondheids- en welzijnszorg

97

902

233

97

155

1484

Overige dienstverlening

16

34

16

16

16

98

Totaal

925

2279

1068

717

838

5827

Bijlage 7. Aantal leerlingen BO met een achterstandsscore en de gezinnen

Tabel 14. Aantal leerlingen met een achterstandsscore BO en hun gezinnen naar migratie-achtergrond

Gemeenten

Aantal achterstands-

kinderen

Aantal gezinnen

Gezinnen met een Nederlandse achtergrond

Gezinnen met een migratie-achtergrond

Bodegraven Reeuwijk

3.699

1.681

644

1.037

Gouda

7.633

3.469

1.329

2.140

Krimpenerwaard

5.366

2.439

934

1.505

Waddinxveen

2.871

1.305

500

805

Zuidplas

4.895

2.225

852

1.373

 

Totaal regio

24.464

11.120

4.259

6.861

Toelichting: Uitgegaan is van een gemiddelde Nederlandse gezin van gemiddeld 2,2 kinderen per gezin.

Bijlage 8. Aantal leerling primair onderwijs met lees- en taalachterstanden

Tabel 15. Aantal leerlingen met een lees- en taalachterstand in het primair onderwijs.

Gemeenten

Aantal leerlingen primair onderwijs

Taalachterstand

Leesachterstand

Bodegraven Reeuwijk

3.239

647

1.133

Gouda

6.404

1.280

2.241

Krimpenerwaard

5.026

1.005

1.759

Waddinxveen

2.695

539

943

Zuidplas

4.185

837

1.464

Totaal regio

21.549

4.309

7.542

Toelichting: De cijfers geven een indicatie van het aantal leerlingen met lees- en taalachterstand binnen het primair onderwijs per gemeente binnen de regio Midden Holland. De cijfers zijn indicatief en zijn gebaseerd op landelijke gegevens van De Onderwijsinspectie en de PO-Raad.

Bijlage 9. Aantal leerlingen in het VO, Mbo en aantal voortijdig schoolverlaters (VSV-ers)

Tabel 16. Aantal VSV-ers binnen de regio Midden Holland

VSV-ers VO en Mbo regio Midden Holland schooljaar 2018/2019

 

VO totaal

Mbo totaal

Totaal

Bodegraven Reeuwijk

5

41

46

Gouda

14

103

117

Krimpenerwaard

5

60

65

Waddinxveen

3

30

33

Zuidplas

12

50

62

Totaal

39

284

323

Tabel 17. Aantal VSV-ers binnen de VO regio Midden Holland

VSV-ers VO regio Midden Holland schooljaar 2018/2019

 

Onderbouw

Vmbo bovenbouw

Havo/Vwo bovenbouw

VO Totaal

Bodegraven Reeuwijk

2

1

2

5

Gouda

5

6

3

14

Krimpenerwaard

2

3

 

5

Waddinxveen

1

1

1

3

Zuidplas

5

4

3

12

Totaal

15

15

9

39

Tabel 18. Aantal leerlingen per onderwijstype regio Midden Holland (bron: DUO 2019, NJI 2020)

 

Bodegraven Reeuwijk

Gouda

Krimpenerwaard

Waddinxveen

Zuidplas

 

BO

3109

6075

4852

2584

4018

 

SBO

68

190

102

56

85

 

SO

62

139

72

55

82

 

Totaal BO

3239

6404

5026

2695

4185

 
 
 
 
 
 
 
 

VO

2097

4023

3158

1542

2555

 

VSO

67

161

97

46

86

 

PrO

64

199

113

41

76

 

Totaal VO

2228

4383

3368

1629

2717

 

Bijlage 10. Leermotieven NT1-leerders

Een belangrijk verschil tussen NT1-leerders zoals we die kennen uit de formele educatie en NT2- leerders is dat zij in de meeste gevallen pas de stap zetten om weer te gaan leren, als het voor hen bijna onontkoombaar is geworden. Heel vaak worden ze door een verandering van hun situatie gedwongen om stappen te zetten. Dat is lang niet altijd negatief gemotiveerd, de aanleiding kan ook heel positief zijn.

In het kader van het Aanvalsplan Laaggeletterdheid 2006 – 2011 zijn in het verleden alle aanbieders (voornamelijk ROC ’s) bevraagd over de motivatie die NT1-leerders aangeven in de (verlengde) intake om een educatief traject te volgen. Hierbij ging het nog niet zozeer over de vraag welke leerdoelen of -vragen de leerders hadden, maar vooral om meer inzicht te krijgen in de motivatie van mensen die, ondanks de nodige (ervaren) drempels, toch weer de stap naar het volgen van een educatief traject hebben gezet. Die motivatie kan daarna weer een aanknopingspunt zijn om de vertaling te maken naar concrete leerdoelen of leervragen. Redenen om de stap naar scholing te maken die regelmatig werden genoemd zijn:

Naaste omgeving

  • -

    Het ontstaan van een crisissituatie (b.v. het overlijden van een partner of het uit huis gaan van kinderen) waardoor hun vangnet wegvalt. Het vangnet dat altijd allerlei, vaak administratieve, taken opving. Soms gaat dit al aan de feitelijke crisissituatie vooraf, als men beseft dat men ook alleen voor dergelijke taken kan komen te staan;

  • -

    Het ervaren van een gevoel van afhankelijkheid van anderen, dat men graag wil doorbreken;

  • -

    Het hebben van kinderen die naar school gaan en die men wil begeleiden en stimuleren en helpen of het krijgen van kleinkinderen voor wie men wil kunnen voorlezen;

  • -

    Vaak is het ook een algemeen gevoel dat men zich volwaardig en gerespecteerd wil voelen;

Werkomgeving

  • -

    Op het werk wordt veelal gevraagd of geëist van de medewerkers dat zij een cursus gaan volgen, bijvoorbeeld om zich bij te scholen of om het werk te kunnen behouden (door deze externe factor wordt men geconfronteerd met de eigen beperkte vaardigheden).

  • -

    Uiteraard kan het ook zo zijn, dat werknemers zelf mogelijkheden zien voor positieverbetering en zichzelf verder willen ontwikkelen binnen het werk, beter willen kunnen functioneren op de werkplek of hun kansen op de arbeidsmarkt willen vergroten, al dan niet vanuit een werkloosheidspositie.

Dagelijks leven

Andere motivaties die worden genoemd zijn:

  • -

    Het (willen) uitoefenen van een hobby waarvoor betere basisvaardigheden nodig zijn;

  • -

    Het kunnen gebruiken van digitale middelen zoals een laptop, een tablet of een smartphone en kunnen omgaan met sociale media een trigger om weer te gaan leren. Die motivatie kan zowel vanuit de deelnemer zelf komen, maar soms ook vanuit de externe omgeving. Steeds meer functies in het dagelijks leven vinden immers online plaats (bankieren, overheidscommunicatie, belasting invullen, informatie verwerven, werk zoeken, een reis boeken, winkelen enzovoort).

  • -

    De behoefte om in staat te zijn zelf (mede) te beslissen over allerhande zaken die te maken hebben met gezondheid. Hierbij valt te denken aan het zelf opzoeken van informatie, het kunnen lezen van medicijnvoorschriften, het kunnen omgaan met medische hulpapparatuur, het begrijpen van informatie die verstrekt wordt door zorgaanbieders en verzekeraars.

Het leren volhouden

Bovenstaande leermotieven of leerdoelen hebben te maken met redenen om de stap te zetten een educatief traject te volgen. Er zijn ook redenen waarom deelnemers die een maal de stap hebben gezet, gemotiveerd zijn om door te gaan en vol te houden, hoe moeilijk het soms ook is. Voor bepaalde deelnemers speelt het sociale aspect van leren ook mee. De opbrengst van leren werkt uiteraard motiverend, maar ook het gegeven dan men lotgenoten tegenkomt. De deelnemers vinden het gezellig en het helpt soms ook om gevoelens van eenzaamheid te doorbreken. Vanuit cursusaanbod op het gebied van digitale vaardigheden komt vaak de constatering dat men onvoldoende taalvaardig is. Veel computercursussen dienen dan ook als een manier om deelnemers verder toe te leiden naar taal- of rekentrajecten.

Bijlage 11. Taken en verantwoordelijkheden Projectleider

Taken Strategisch Projectleider.

  • -

    Web-overleggen plannen en voorzitten.

  • -

    Partners regelmatig attenderen op de maatschappelijke opgave m.b.t. laaggeletterdheid, hen wijzen op hun verantwoordelijkheid voor en hun bijdrage aan deze opgave.

  • -

    Zorgdragen voor de inhoudelijke coördinatie van de uitvoering van het regioplan

  • -

    Zorgen dat partners het regioplan ondersteunen en de inhoudelijke activiteiten van het plan uitvoeren.

  • -

    Bewaken van de voortgang van de uitvoering van het regioplan: erop toezien dat het plan volgens afspraak en planning wordt uitgevoerd, dat voortgangs- en eindrapportages tijdig worden opgeleverd en dat resultaten behaald worden.

  • -

    Verantwoordelijk voor de voortgangs- en eindrapportages aan de besturen van de regiogemeenten en het Ministerie van OCW. Daartoe verzamelt de projectleider deelrapportages van de verschillende partners of uitvoerders

  • -

    Onderhoudt contacten met partners en ondersteunt en/of adviseert partners inhoudelijk over de ontwikkeling en uitvoering van de plannen: mogelijke aanpak, instrumenten, voortgang, subsidiemogelijkheden, knelpunten en oplossingen, en eventuele bijsturing van de plannen.

  • -

    Bewaakt in overleg met de subsidie-coördinator van de contactgemeente Gouda de begroting van de plannen en de subsidiering van de plannen.

  • -

    Verantwoordelijk voor het behalen van de resultaten van het regioplan (kwalitatief en kwantitatief).

  • -

    Houdt regionale en/of landelijke ontwikkelingen m.b.t. laaggeletterdheid bij en vertaalt deze naar regionale en/of lokale activiteiten die relevant zijn voor de uitvoering van het regioplan.

  • -

    Onderhoudt contacten met landelijke partners, VNG en CBS, Divosa, LES t.b.v. de uitvoering van het plan en werkt zo nodig samen met deze partijen om te komen tot een goede afstemming en uitvoering van het regionale plan

Bijlage 12. Menukaart Stichting Lezen en Schrijven