Subsidieregeling Transitie Cultuur Arnhem 2.0

Geldend van 19-10-2021 t/m 30-12-2022

Intitulé

Subsidieregeling Transitie Cultuur Arnhem 2.0

HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN ARNHEM;

Overwegende dat:

- de gemeente Arnhem uitvoering geeft aan het Arnhems steunpakket kunst en cultuur 2021, waarbij zij middelen op een rechtmatige en transparante wijze wil verstrekken via een subsidieregeling, door onderstaande nadere regels vast te stellen;

Gelet op:

Artikel 4:23 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 4, eerste en tweede lid, van de Algemene subsidieverordening Arnhem 2016;

BESLUIT:

vast te stellen

Subsidieregeling Transitie Cultuur Arnhem 2.0

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

  • a. Creatieve maker: een verzamelnaam voor de beroepen en bedrijfstypen gericht op de exploitatie van kunstzinnigheid en intellectueel eigendom werkzaam in de culturele en creatieve sector;

  • b. Culturele instelling: een rechtspersoonlijkheid die zich tot doel stelt culturele activiteiten zonder winstoogmerk te verrichten ten behoeve van de ingezetenen van Cultuurregio 025;

  • c. Organisatie: een commercieel of non-profit samenwerkingsverband tussen twee of meer personen, waarbij kennis, vaardigheden en kracht worden gebundeld om een doel te bereiken of in een behoefte te voorzien;

  • d. Transitie: Sectorbrede ontwikkeling naar een weerbaardere en flexibeler culturele sector, onder andere op het gebied van programmering en productie, organisatie en bedrijfsvoering;

  • e. Innovatie: voor de aanvrager zijnde een nieuwe, experimentele wijze van produceren of programmeren of het organiseren daarvan (procesmatig, bedrijfsvoering, etc.) ;

  • f. Duurzaam: iets dat lang meegaat of permanent kan worden toegepast en overdraagbaar is;

  • g. Collectief belang: de activiteit komt ten goede aan meerdere creatieve makers en/of culturele instellingen buiten de aanvragende partijen zelf en niet aan één enkele instelling of maker;

  • h. Samenwerkingsverband: afspraken over de manier waarop twee of meerdere partijen samenwerken;

  • i. Cultuurregio 025: Dit is de cultuurregio bestaand uit de gemeenten Arnhem, Berg en Dal, Beuningen, Duiven, Doesburg, Druten, Heumen, Lingewaard, Montferland, Mook en Middelaar, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort, Wijchen en Zevenaar;

  • j. Penvoerder: instelling of organisatie die een aanvraag om subsidie indient namens een samenwerkingsverband en de correspondentie rond een project voert en daarmee optreedt als aanspreekpunt voor het samenwerkingsverband;

  • k. Verdienmodel: de manier waarop een instelling, organisatie of creatieve maker haar omzet maakt;

  • l. Publieksbenadering: de wijze waarop publiek benaderd of bereikt wordt;

  • m. Het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem;

  • n. ASV: Algemene Subsidieverordening Arnhem 2016;

  • o. Awb: Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 2. Toepassingsbereik

Deze subsidieregeling heeft als doel bij te dragen aan de transitie van de culturele en creatieve sector naar een flexibele, wendbare en weerbare sector. Opdrachtgeverschap richting makers, duurzame innovatie en structurele bedrijfsmatige samenwerking staan centraal. De directe aanleiding zijn de gevolgen van de coronacrisis voor de culturele en creatieve sector. Bestaande werkwijzen en verdienmodellen staan hierdoor onder druk en vragen om duurzame innovatie en bedrijfsmatige samenwerking. Ook de verbinding met andere domeinen dan de kunst- en cultuursector zijn hiervoor van belang.

Artikel 3. Subsidie
  • 1. Het college kan subsidie verstrekken voor de volgende activiteiten:

  • Deelregelingen Innovatie productie en presentatie Klein/Groot: activiteiten die gericht zijn op of bijdragen aan de duurzame innovatie van de productie of presentatie van cultuur, waarbij andere vormen van publieksbenadering, nieuwe verdienmodellen en afzetmarkten in de praktijk worden onderzocht of daarmee wordt geëxperimenteerd, ook buiten de culturele sector zelf.

  • Deelregeling Samenwerkingsverbanden en professionalisering: activiteiten die erop gericht zijn om in gezamenlijkheid de organisatie, faciliteiten en middelen efficiënter en effectiever in te zetten of in te richten, en zo een gezamenlijke professionaliseringslag te realiseren.

  • 2. Het college kan per aanvraagronde van een deelregeling eenmalig subsidie per aanvrager verstrekken. Er kan per deelregeling dus slechts één aanvraag per ronde worden ingediend. Aanvragers mogen wel voor meerdere deelregelingen aanvragen.

  • 3. Alleen kosten die in redelijkheid direct verband houden met de activiteiten waarvoor subsidie nodig is, zijn subsidiabel. Kosten zoals inkoop horeca, reguliere exploitatiekosten, kosten in natura of niet-projectgebonden kosten worden niet beschouwd als subsidiabele kosten.

  • 4. Niet voor subsidie komen in aanmerking activiteiten waarvoor de gemeente al subsidie verstrekt of waarvan men mag verwachten dat die tot de reguliere bedrijfsvoering van de aanvrager behoren.

Artikel 4 Eisen
  • 1. Indien er publieksactiviteiten plaatsvinden dan moeten deze een openbaar karakter hebben en in ieder geval (groten)deels in Arnhem plaatsvinden.

  • 2. De subsidie dient een aanvulling te zijn op andere inkomsten.

  • 3. In hoofdstuk 2 zijn specifieke eisen per categorie opgenomen die in aanvulling op dit artikel in acht moeten worden genomen.

Artikel 5 Subsidieplafond
  • 1. Het college stelt de volgende subsidieplafonds vast:

Deelregeling Innovatie Productie en Presentatie - Klein €100.000

Deelregeling Innovatie Productie en Presentatie - Groot €290.000

Deelregeling Samenwerkingsverbanden en professionalisering €120.000

Artikel 6 Aanvraagtermijnen
  • 1. Een subsidieaanvraag wordt ingediend volgens onderstaand schema:

  • Subsidiecategorie

    Indienstermijn

    Opmerkingen

    Innovatie Productie en presentatie - Klein

    15 december

    Indien tussentijds extra middelen beschikbaar komen, dan kunnen deze worden ingezet voor een nieuwe aanvraagronde in 2022.

    Innovatie Productie en Presentatie - Groot

    - Eerste deel aanvraag (videopitch): 1 december 2021

    - Tweede deel aanvraag (plan en begroting): 1 februari 2022

    Indien tussentijds extra middelen beschikbaar komen, dan kunnen deze worden ingezet voor een nieuwe aanvraagronde in 2022.

    Samenwerkingsverbanden en professionalisering

    - Eerste deel aanvraag (videopitch): 1 december 2021

    - Tweede deel aanvraag (plan en begroting): 1 februari 2022

    Indien tussentijds extra middelen beschikbaar komen, dan kunnen deze worden ingezet voor een nieuwe aanvraagronde in 2022.

  • 2. Uitsluitend aanvragen die binnen de in het eerste lid genoemde termijnen worden ingediend en compleet zijn worden door het college in behandeling genomen. Indien een aanvraag niet compleet is, dan zal aanvrager in de gelegenheid worden gesteld de aanvraag te completeren, binnen zeven werkdagen na de indieningstermijn.

Artikel 7 De aanvraag - deelregeling Innovatie Productie en Presentatie - Klein
  • 1. De aanvrager moet aangeven bij welke deelregeling wordt aangevraagd.

  • 2. De aanvraag wordt opgesteld aan de hand van het Richtlijnendocument dat het college voor deze deelregeling heeft opgesteld.

  • 3. Een organisatie of instelling kan zonder samenwerkingspartner een aanvraag indienen.

  • 4. Voor de beoordeling van de aanvraag zijn, naast het bepaalde in artikel 4:2 van de Awb en artikel 7 van de ASV, de volgende stukken noodzakelijk:

    • a.

      een projectplan met een beschrijving van wie men is, wat men wil doen, waarom, welke resultaten gerealiseerd gaan worden en waarom die aansluiten bij het doel van de subsidieregeling (duurzame innovatie).

    • b.

      een sluitende, realistische begroting met dekkingsplan;

    • c.

      bij een aangevraagde subsidie vanaf €5.000: het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar;

    • d.

      als een aanvrager voor het eerst subsidie aanvraagt bij de gemeente Arnhem, de volgende documenten:

  • 1. een actueel exemplaar van het uittreksel van de Kamer van Koophandel;

  • 2. de meest recente statuten (voor organisaties);

  • 3. een actueel bankafschrift.

  • 5. De beslissing op de subsidieaanvraag wordt uiterlijk binnen 3 maanden na de indieningstermijn. zoals vermeld in het eerste lid van artikel 6 van deze regeling genomen. Het college maakt deze beslissing schriftelijk bekend aan de aanvrager binnen 3 weken nadat zij is genomen.

Artikel 8 De aanvraag - deelregelingen Innovatie Productie en Presentatie - Groot en Samenwerkingsverbanden en professionalisering
  • 1. De aanvrager moet aangeven bij welke deelregeling wordt aangevraagd.

  • 2. De aanvraag wordt opgesteld aan de hand van het Richtlijnendocument dat het college voor deze deelregeling heeft opgesteld.

  • 3. Een penvoerder dient de aanvraag namens de samenwerkende partijen in.

  • 4. Voor de beoordeling van de aanvraag zijn, naast het bepaalde in artikel 4:2 van de Awb en artikel 10 van de ASV, de volgende stukken noodzakelijk:

    • a.

      voor het eerste deel van de aanvraagronde: een video-pitch van maximaal 3 minuten. Hierin wordt uitgelegd wie men is, wat men wil doen en met wie, waarom dit past binnen het doel van de subsidieregeling (duurzame innovatie) en welke resultaten gerealiseerd gaan worden.

    • b.

      voor het tweede deel van de aanvraagronde: een projectplan met een beschrijving van wie men is, wat men wil doen, waarom dit past binnen het doel van de subsidieregeling (duurzame innovatie), welke resultaten gerealiseerd gaan worden, welk collectief belang gediend wordt en hoe resultaten gedeeld gaan worden. Daarnaast geeft het projectplan antwoord op de aanvullende vragen: met wie men samenwerkt en welke afspraken daarover gemaakt zijn. Tevens wordt verwacht dat men in het projectplan rekening houdt met de korte schriftelijke reactie van de adviescommissie zoals bedoeld in het vierde lid;

    • c.

      een sluitende, realistische begroting met dekkingsplan;

    • d.

      bij een aangevraagde subsidie vanaf €5.000: het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar;

    • e.

      bij een aangevraagde subsidie vanaf €10.000: het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van de voorgaande twee jaren;

    • f.

      een ingevulde en ondertekende samenwerkingsovereenkomst, waarvoor het format wordt gebruikt dat het college hiervoor heeft opgesteld;

    • g.

      als een aanvrager voor het eerst subsidie aanvraagt bij de gemeente Arnhem, de volgende documenten:

  • 1. een actueel exemplaar van het uittreksel van de Kamer van Koophandel;

  • 2. de meest recente statuten (voor organisaties);

  • 3. een actueel bankafschrift.

  • 5. Indien de aanvrager door het eerste deel van de aanvraagronde (videopitches) komt, ontvangt de aanvrager een korte schriftelijke reactie van de adviescommissie (zoals bedoeld in artikel 9 van deze regeling) met daarin een eerste reflectie en enkele aandachtspunten voor het tweede deel van de aanvraagronde.

  • 6. De beslissing op de subsidieaanvraag wordt uiterlijk binnen 3 maanden na de indieningstermijn. zoals vermeld in het eerste lid van artikel 6 van deze regeling genomen. Het college maakt deze beslissing schriftelijk bekend aan de aanvrager binnen 3 weken nadat zij is genomen.

Artikel 9 Adviescommissies
  • 1. Een ambtelijke commissie bij deelregeling Samenwerkingsverbanden en professionalisering en een externe commissie bij deelregelingen Innovatie Productie en presentatie - Groot/Klein adviseren het college over de beoordeling en verdeling zoals bedoeld is artikel 12 van deze regeling conform het bepaalde in deze regeling.

  • 2. De commissies adviseren over de aanvragen:

    • a.

      afzonderlijk als commissielid;

    • b.

      in samenhang als commissie bij de (afzonderlijke) deelregelingen Innovatie Productie en presentatie - Groot/Klein deelregeling Samenwerkingsverbanden en professionalisering over het geheel van de aanvragen voor dezelfde deelregeling.

Artikel 10 Weigeringsgronden

De subsidieverstrekking kan naast de in artikel 4:25 en 4:35 van de Awb genoemde gevallen in ieder geval geweigerd worden indien:

  • a. er gegronde reden bestaat aan te nemen dat de activiteiten van de aanvrager niet in voldoende mate in het algemeen gemeentelijk belang zijn;

  • b. de aanvrager ook zonder subsidie over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden, kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken;

  • c. de activiteiten zoals blijkt uit de ingediende begroting een onvoldoende betrouwbare financiële basis hebben;

  • d. de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld;

  • e. de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde;

  • f. de activiteiten een politiek, godsdienstig of levensbeschouwelijk doel hebben;

  • g. de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording aflegt omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn;

  • h. de aanvraag niet aan het bepaalde in deze regeling voldoet.

Artikel 11 Bevoorschotting

Op basis van een verleende subsidie kan door het college een voorschot van 100% op de subsidie worden verstrekt.

Artikel 12 Verplichtingen

Bij een besluit tot subsidieverlening worden aan de subsidieontvanger in ieder geval de volgende verplichtingen opgelegd:

  • a. de subsidieontvanger verleent alle medewerking aan evaluatie en monitoring en gebruikt daarvoor het format dat de gemeente hanteert.

  • b. de subsidieontvanger meldt onmiddellijk iedere relevante wijziging ten opzichte van de gegevens die bij de aanvraag zijn overgelegd.

Hoofdstuk 2 Specifieke bepalingen

In aanvulling op hoofdstuk 1 gelden de volgende specifieke bepalingen ten behoeve van aanvragen voor subsidie op grond van de categorieën.

Artikel 13 Deelregeling Innovatie Productie en Presentatie - Klein
  • 1. Aanvullende eisen:

    • a.

      Activiteiten dienen primair gericht te zijn op innoveren in nieuwe vormen van productie en presentatie van cultuur.

    • b.

      Activiteiten moeten betrekking hebben op Arnhem of op Arnhem en haar culturele infrastructuur.

    • c.

      Activiteiten mogen bij voortzetting niet leiden tot een structurele verhoging van de subsidiebehoefte bij de aanvrager.

  • 2. De wijze van beoordelen en verdelen:

    • a.

      De beoordeling geschiedt op basis van de criteria Mate van duurzame innovatie en Kwaliteit van het totale plan.

    • b.

      In de beoordelingsronde worden de aanvragen die op basis van het eerste lid zijn geselecteerd in onderlinge samenhang beoordeeld op basis van de volgende criteria, waarbij de volgende weging plaatsvindt:

  • - Mate van duurzame innovatie 0-10 punten, vermenigvuldigd x factor 10 = max. 100

  • - Kwaliteit van het totale plan, inclusief dekkingsplan en de mate waarin het plan als geheel bijdraagt aan de doelstelling van de subsidieregeling 0-10 punten, vermenigvuldigd x factor 5 = max. 50

    • c.

      Op grond van de mate waarin de aanvragen voldoen aan de weergegeven criteria stelt het college een rangorde van de aanvragen vast. Op elke criterium moet men minimaal de helft van de maximale punten scoren.

    • d.

      Aanvragen die naar het oordeel van het college voor subsidiëring in aanmerking komen, worden in volgorde van de rangorde (deels of geheel) toegekend tot en voor zover het subsidieplafond is bereikt.

  • 3. De hoogte van de subsidie:

  • De hoogte van de subsidie is maximaal 75% van de subsidiabele kosten tot een maximum van €10.000,-.

.

Artikel 14 Deelregeling Innovatie Productie en Presentatie - Groot
  • 1. Aanvullende eisen:

    • a.

      Activiteiten dienen primair gericht te zijn op innoveren in nieuwe vormen van productie en presentatie van cultuur.

    • b.

      Activiteiten moeten betrekking hebben op Arnhem of op Arnhem en haar culturele infrastructuur.

    • c.

      Activiteiten mogen bij voortzetting niet leiden tot een structurele verhoging van de subsidiebehoefte bij de aanvrager.

  • 2. De wijze van beoordelen en verdelen:

    • a.

      De eerste selectie van aanvragen (in de vorm van videopitches) geschiedt op basis van de beoordelingscriteria Mate van duurzame innovatie, Mate van collectief belang en Kwaliteit van het totale plan. Commissieleden stemmen of de aanvragen voldoende aansluiten bij de beoordelingscriteria. Aanvragen waarbij minimaal de helft van de aanwezige commissieleden voor stemmen, gaan door naar het tweede deel van de aanvraagronde.

    • b.

      In het tweede deel van de aanvraagronde worden de aanvragen die op basis van het eerste lid zijn geselecteerd in onderlinge samenhang beoordeeld op basis van dezelfde criteria, waarbij de volgende weging plaatsvindt:

  • - Mate van duurzame innovatie 0-10 punten, vermenigvuldigd x factor 10 = max. 100

  • - Mate van collectief belang 0-10 punten, vermenigvuldigd x factor 5 = max. 50

  • - Meerwaarde van het samenwerkingsverband 0-10 punten, vermenigvuldigd x factor 5 = max. 50

  • - Kwaliteit van het totale plan, inclusief dekkingsplan en de mate waarin het plan als geheel bijdraagt aan de doelstelling van de subsidieregeling 0-10 punten, vermenigvuldigd x factor 5 = max. 50

    • c.

      Op grond van de mate waarin de aanvragen voldoen aan de weergegeven criteria stelt het college een rangorde van de aanvragen vast. Op elke criterium moet men minimaal de helft van de maximale punten scoren.

    • d.

      Aanvragen die naar het oordeel van het college voor subsidiëring in aanmerking komen, worden in volgorde van de rangorde (deels of geheel) toegekend tot en voor zover het subsidieplafond is bereikt.

  • 3. De hoogte van de subsidie:

  • De hoogte van de subsidie is maximaal 75% van de subsidiabele kosten tot een maximum van €50.000,-. Als er sprake is van een samenwerkingsverband tussen organisaties uit Arnhem en andere gemeenten uit Cultuurregio 025, is het maximale subsidiebedrag €75.000,-.

  • De kosten voor extern uitbesteed advies en onderzoek zijn subsidiabel tot maximaal 10% van de totale kosten.

Artikel 15 Deelregeling Samenwerkingsverbanden en professionalisering
  • 1. Aanvullende eisen:

    • a.

      Activiteiten dienen primair gericht te zijn op bedrijfsmatige samenwerking en professionalisering.

    • b.

      Activiteiten moeten betrekking hebben op Arnhem of op Arnhem en haar culturele infrastructuur.

    • c.

      Activiteiten mogen bij voortzetting niet leiden tot een structurele verhoging van de subsidiebehoefte bij de aanvrager.

  • 2. De wijze van beoordelen en verdelen:

    • a.

      De eerste selectie van aanvragen middels de video-pitches geschiedt op basis van de beoordelingscriteria Mate van efficiënte en effectieve bedrijfsmatige samenwerking, Mate van collectief belang, Meerwaarde van het samenwerkingsverband en Kwaliteit van het totale plan. Commissieleden stemmen of de aanvragen voldoende aansluiten bij de beoordelingscriteria. Aanvragen (pitches) waarbij minimaal de helft van de aanwezige commissieleden voor stemmen, gaan door naar het tweede deel van de aanvraagronde.

    • b.

      In het tweede deel van de aanvraagronde worden de aanvragen die op basis van het eerste lid zijn geselecteerd in onderlinge samenhang beoordeeld op basis van dezelfde criteria, waarbij de volgende weging plaatsvindt:

  • - Mate van efficiënte en effectieve bedrijfsmatige samenwerking 0-10 punten, vermenigvuldigd x factor 10 = max. 100

  • - Mate van collectief belang 0-10 punten, vermenigvuldigd x factor 5 = max. 50

  • - Meerwaarde van het samenwerkingsverband 0-10 punten, vermenigvuldigd x factor 5 = max. 50

  • - Kwaliteit van het totale plan, inclusief dekkingsplan en de mate waarin het plan als geheel bijdraagt aan de doelstelling van de subsidieregeling 0-10 punten, vermenigvuldigd x factor 5 = max. 50

    • c.

      Op grond van de mate waarin de aanvragen voldoen aan de weergegeven criteria stelt het college een rangorde van de aanvragen vast. Op elke criterium moet men minimaal de helft van de maximale punten scoren.

    • d.

      Aanvragen die naar het oordeel van het college voor subsidiëring in aanmerking komen, worden in volgorde van de rangorde (deels of geheel) toegekend tot en voor zover het subsidieplafond is bereikt.

  • 3. De hoogte van de subsidie:

  • De hoogte van de subsidie is maximaal 75% van de subsidiabele kosten tot een maximum van €20.000,-. Als er sprake is van een samenwerkingsverband tussen organisaties uit minimaal Arnhem en andere gemeenten uit Cultuurregio 025, is het maximale subsidiebedrag €30.000,-.

  • De kosten voor het inschakelen van externe adviseurs zijn subsidiabel tot maximaal 20% van de totale kosten.

Hoofdstuk 3 Slotbepalingen

Artikel 16 Afwijkingsmogelijkheid

Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van een aanvrager afwijken van een of meerdere bepalingen van deze regeling.

Artikel 17 Evaluatie en monitoring

Deze regeling en het functioneren ervan zullen in 2022 worden geëvalueerd.

Artikel 18 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: "Subsidieregeling Transitie Cultuur Arnhem 2.0".

Artikel 19 Inwerkingtreding en vervaldatum

Deze regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking ervan en vervalt op 31-12-2022.

Artikel 20 Intrekking

De subsidieregeling Transitie Cultuur Arnhem intrekken per datum inwerkingtreding van deze regeling.

Ondertekening

Het college van burgemeester en wethouders voornoemd,

de secretaris, de burgemeester,

TOELICHTING

Algemeen

De 'Subsidieregeling Transitie Cultuur Arnhem 2.0', van het college van burgemeester en wethouders, treft een kader voor de volgende soorten activiteiten:

Deelregeling Innovatie Productie en Presentatie - Klein

Deelregeling Innovatie Productie en Presentatie - Groot

Deelregeling Samenwerkingsverbanden en professionalisering.

Wijze van verdeling

Het college heeft per deelregeling een subsidieplafond vastgesteld. De deelregelingen zijn voor de verdeling van het beschikbare budget (subsidieplafond) gebaseerd op een zogenaamd tendersysteem. Hierbij wordt het beschikbare budget verdeeld op basis van een onderlinge vergelijking. Aanvragen met de hoogste scores komen in aanmerking, totdat het subsidieplafond bereikt is. Het is van belang dat er van tevoren duidelijk is aan welke criteria wordt getoetst. In de regeling zijn deze criteria daarom expliciet vermeld, met de maximale puntenscore daarbij. In hoofdstuk 2 zijn de criteria met maximale puntenscore, beschreven.

Per aanvraagronde is er een ondergrens qua score (minimaal de helft van de maximale score) waaraan een organisatie minimaal moet voldoen om in aanmerking te komen voor subsidie. Wordt de ondergrens behaald, dan is toekenning van een subsidie nog afhankelijk van de plaats in de rangorde én het beschikbare gemeentelijke subsidiebudget.

Adviescommissies

Subsidieaanvragen binnen deelregeling Samenwerkingsverbanden en professionalisering worden beoordeeld door één ambtelijke commissie. Aanvragen voor deelregelingen Innovatie Productie en Presentatie - Klein/Groot worden beoordeeld door de commissie Transitie Cultuur Arnhem.

De ambtelijke commissie voor deelregeling Samenwerkingsverbanden en professionalisering bestaat uit minimaal drie medewerkers eventueel aangevuld met experts vanuit het werkveld.

Beide commissies adviseren:

a. per aanvraag. Iedere aanvraag wordt afzonderlijk beoordeeld aan de hand van de genoemde criteria en het bijbehorende puntensysteem. De commissie kan zodoende in de beoordeling specifieke aspecten van de aanvraag meewegen, bijvoorbeeld of het een beginnende aanvrager is. De commissie kan een aanvrager uitnodigen om onduidelijkheden mondeling toe te lichten aan de commissie.

b. over het geheel aan aanvragen. Dit is een beleidsmatig advies vanuit het totale aanbod in de subsidieperiode, specifiek de variatie, pluriformiteit en spreiding van het aanbod.

Het advies van de commissies aan het college betreft alle in de regeling genoemde criteria en is, voor zover van toepassing, gebaseerd op een puntentelling. Het advies geeft voor zover van toepassing een rangorde van de aanvragen aan. De commissies geven ook een advies inzake de hoogte van het toe te kennen subsidiebedrag, waarbij rekening wordt gehouden met het subsidieplafond. Aanvragen die naar het oordeel van het college voor subsidiëring in aanmerking komen, worden in rangorde toegekend tot en voor zover het subsidieplafond is bereikt.

Toelichting Criteria:

Mate van duurzame innovatie

Onder innovatie wordt verstaan voor de aanvrager zijnde nieuwe, experimentele wijze van produceren of programmeren, of het organiseren daarvan (procesmatig, bedrijfsvoering, etc.), of een combinatie daarvan. Onder duurzaam verstaan we iets dat lang meegaat of permanent kan worden toegepast en dat overdraagbaar is. Het is aan de aanvrager om goed te onderbouwen wat er innovatief is aan zijn aanvraag en dat er echt sprake is van een beoogd duurzaam resultaat. Activiteiten die leiden tot aanvullend of vervangend aanbod op bestaand aanbod zonder dat de subsidiebehoefte van de organisatie structureel stijgt, sluiten goed aan bij deze regeling. Activiteiten die leiden tot een structurele verhoging van de subsidiebehoefte van de organisatie / aanvrager worden binnen deze regeling niet als duurzaam beschouwd.

Mate van efficiënte en effectieve bedrijfsmatige samenwerking

De bedrijfsmatige samenwerking moet voordelen opleveren voor de betrokken organisaties (zoals vrijspelen van middelen, professionalisering van de organisatie) en het brede culturele werkveld moet profiteren van de samenwerking. Er wordt gekeken in hoeverre het project bijdraagt aan een efficiënte en effectieve bedrijfsmatige samenwerking en of resultaten overdraagbaar zijn naar derden. Belangrijk daarbij is dat de aanvrager helder haar beoogde resultaten op zowel de korte-, middellange- als lange termijn laat zien en onderbouwt. Kortstondige, niet-structurele bedrijfsmatige samenwerking valt buiten deze regeling.

Mate van collectief belang

Onder collectief belang wordt verstaan dat de activiteit ten goede komt aan meerdere creatieve makers / culturele instellingen en niet aan één enkele instelling of maker. De subsidieregeling is erop gericht om de culturele sector als geheel te versterken. Plannen die daar aantoonbaar aan bijdragen kunnen voor subsidie in aanmerking komen. Plannen die meer gericht zijn op de eigen organisatie of een beperkte groep, worden binnen deze regeling niet als bijdragend aan een collectief belang beschouwd. Daarbij wordt bekeken hoe resultaten gedeeld worden, ook buiten de partners van het samenwerkingsverband, en wat dat concreet oplevert voor derden.

Meerwaarde van het samenwerkingsverband

Onder samenwerkingsverband wordt verstaan afspraken over de manier waarop twee of meerdere partijen samenwerken. Dit kunnen culturele partijen zijn, maar ook partners uit het bedrijfsleven, onderwijs of sociale domein. Een samenwerkingsverband bevat afspraken over de manier waarop twee of meerdere partijen samenwerken: rolverdeling en hoe ieder bijdraagt (zowel financieel als inhoudelijk) aan het project. Een gewenst samenwerkingsverband bestaat uit partijen die op basis van heldere afspraken elkaar echt aanvullen, nodig hebben en versterken om de projectresultaten te realiseren. Ook dient er sprake te zijn van een gelijkwaardige samenwerking. Dat betekent niet dat elke organisaties evenveel (financieel en/of inhoudelijk) moet bijdragen, maar wel dat er zeggenschap binnen het project is. Door helderheid te geven over de rolverdeling tussen alle samenwerkingspartijen en hoe zij bijdragen (zowel financieel als inhoudelijk) aan het project, het behalen en verspreiden van de projectresultaten kan de meerwaarde van de samenwerking worden beoordeeld.

Samenwerking buiten de eigen sector of eigen gemeente, met een aantoonbare meerwaarde, wordt zeer gewaardeerd.

Kwaliteit van de aanvraag

Er wordt hier gekeken naar de professionaliteit van de aanvrager en de kwaliteit en capaciteit van de aanvrager in relatie tot de activiteiten die zij wil uitvoeren. Geeft de aanvrager het vertrouwen dat zij de beschreven activiteiten professioneel, realistisch en geloofwaardig kan organiseren en toont zij hierin voldoende ambitie? Hoe is de kwaliteit van het totale plan, inclusief dekkingsplan en de mate waarin het plan als geheel bijdraagt aan de doelstelling van de subsidieregeling? Bij alle categorieën is de eerlijke beloning van kunstenaars en mensen werkzaam in de culturele sector het uitgangspunt. Dat betekent dat aanvragers zich moeten houden aan afspraken die in de sector zijn gemaakt over een eerlijk loon (door bijvoorbeeld de CAO te volgen of honorering richtlijnen zoals het kunstenaarshonorarium).Ook wordt er verwacht bij verenigingen en stichtingen dat er geen vermenging is tussen bestuur en (betaalde) uitvoering. Tot slot wordt gekeken of de aanvraag consistent is in visie, doel, opzet en uitvoering en daarmee in zijn geheel voldoende overtuigt.

Toelichting Samenwerkingsovereenkomst

In deze overeenkomst - waarvoor het college een format heeft opgesteld - spreken de samenwerkingspartners hun intentie uit om in het specifieke project of initiatief samen te werken. Daarbij wordt aangegeven wie welke rol en verantwoordelijkheid op zich neemt. Het gaat om de partners die betrokken zijn bij het initiëren en realiseren van het project of initiatief. Het inhuren van zzp'ers alleen voor de uitvoering van (delen van) het project valt hier niet onder en hoeft niet als zodanig te worden opgenomen in de overeenkomst.

Toelichting videopitch

De videopitch duurt maximaal drie minuten. Hierin wordt uitgelegd wie men is, wat men wil doen en met wie, waarom dit past binnen het doel van de subsidieregeling (duurzame innovatie) en welke resultaten gerealiseerd gaan worden. De inhoud van de videopitch is leidend, niet de vorm (het beeld)