Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 28 september 2021, PZH-2021-783471982 (DOS-2016-0005086), tot vaststelling van het Openstellingsbesluit subsidie Natuur in de Stad Zuid-Holland 2021 (Openstellingsbesluit subsidie Natuur in de Stad Zuid-Holland 2021)

Geldend van 08-10-2021 t/m heden

Intitulé

Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 28 september 2021, PZH-2021-783471982 (DOS-2016-0005086), tot vaststelling van het Openstellingsbesluit subsidie Natuur in de Stad Zuid-Holland 2021 (Openstellingsbesluit subsidie Natuur in de Stad Zuid-Holland 2021)

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland;

Gelet op artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland 2013 en gelet op artikel 2.3.3 van de Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016;

Overwegende dat

  • -

    Provincie Zuid-Holland verantwoordelijk is voor de bescherming en behoud van gezonde populaties inheemse planten- en diersoorten in het stedelijk gebied en hier invulling aan geeft middels het instrument icoonsoorten;

  • -

    Provincie Zuid-Holland zich onderscheidt van andere provincies door het grote oppervlak aan stedelijk gebied;

  • -

    Natuurwaarden in de stad bijdragen aan het behalen van de natuurdoelen vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn en daarmee bijdraagt aan het leef- en vestigingsklimaat in Zuid-Holland;

Besluiten vast te stellen het volgende besluit:

Openstellingsbesluit subsidie Natuur in de Stad Zuid-Holland 2021

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit openstellingsbesluit wordt verstaan onder:

  • a.

    Asv: Algemene subsidieverordening Zuid-Holland 2013;

  • b.

    biodiversiteit: verscheidenheid van inheemse plant- en diersoorten die voorkomen in Zuid-Holland;

  • c.

    icoonsoorten: plant- en diersoorten die een specifiek landschapstype representeren in Zuid-Holland;

  • d.

    Srg: Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016;

  • e.

    VHR-soorten: plant- en diersoorten die vallen onder het beschermingsregime van de Vogel- en Habitatrichtlijn.

Artikel 2 Subsidiabele activiteiten en prestaties

  • 1. Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die gericht zijn op de verbetering van het leefgebied van icoonsoorten of VHR-soorten.

  • 2. Subsidie als bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt in de vorm van een projectsubsidie.

  • 3. De activiteit, bedoeld in het eerste lid, draagt bij aan de populaties inheemse plant- en diersoorten in de bebouwde kom van steden en dorpen in Zuid-Holland.

Artikel 3 Doelgroep

Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 2 wordt verstrekt aan een ieder die hiervoor een activiteit wil ondernemen in de bebouwde kom van steden en dorpen in Zuid-Holland.

Artikel 4 Deelplafond

Het deelplafond voor activiteiten als bedoeld in artikel 2 bedraagt € 200.000,00.

Artikel 5 Aanvraagperiode

  • 1. Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 2 kan worden ingediend van:

    • a.

      1 december 2021 tot en met 14 januari 2022;

    • b.

      17 januari 2022 tot en met 1 maart 2022;

    • c.

      2 maart 2022 tot en met 15 april 2022;

    • d.

      19 april 2022 tot en met 1 juni 2022.

  • 2. Een aanvraag voor subsidie wordt niet behandeld indien deze na 1 juni 2022 wordt ontvangen.

Artikel 6 Aanvraagvereisten

Naast de gegevens, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Asv, gaat een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, in ieder geval vergezeld van:

  • a.

    een projectplan waarin in ieder geval is opgenomen:

    • 1°.

      op welke wijze de activiteit wordt uitgevoerd;

    • 2°.

      een onderbouwing voor welke icoonsoorten of VHR-soorten het leefgebied verbetert en waarom;

    • 3°.

      de locatie van het plangebied;

    • 4°.

      of, en zo ja hoe, er gemonitord gaat worden;

    • 5°.

      of er beheer nodig is, hoe dit beheer er uit ziet en hoe zorg wordt gedragen dat dit beheer ook blijvend uitgevoerd gaat worden;

  • b.

    een begroting en een dekkingsplan;

  • c.

    de planning van het project;

  • d.

    indien van toepassing, een omgevingsvergunning voor het project of een verklaring waarin wordt aangegeven dat de gemeente deze activiteit wil onderzoeken inzake de vergunbaarheid;

  • e.

    indien de aanvrager geen eigenaar is van de grond de toestemming van de grondeigenaar;

  • f.

    indien er sprake is van samenwerking met andere bedrijven of instanties draagt het project de instemming van de betreffende bedrijven of instanties;

  • g.

    een ondertekende de-minimisverklaring als bedoeld in Verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU, L 352), indien de aanvrager een onderneming is.

Artikel 7 Weigeringsgronden

De subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

    de activiteit niet uitvoerbaar is vanwege wettelijke of praktische belemmeringen;

  • b.

    de aanvrager niet de eigenaar van het terrein is of door de eigenaar geen toestemming gegeven is;

  • c.

    de uitvoering van de activiteit op de locatie van het plangebied niet realistisch is;

  • d.

    voor dezelfde activiteit op grond van een andere provinciale regeling subsidie is gevraagd of verstrekt;

  • e.

    de aanvrager reeds subsidie heeft ontvangen op grond van deze regeling;

Artikel 8 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    de activiteit wordt gerealiseerd in de bebouwde kom van steden en dorpen in Zuid-Holland;

  • b.

    de activiteit bevordert de kwaliteit van het leefgebied van icoonsoorten of VHR-soorten;

  • c.

    indien mogelijk wordt er gebruik gemaakt van inheemse of streekeigen beplanting.

Artikel 9 Subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 2.3.5 van de Srg komen voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie in ieder geval de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    de kosten voor fysieke maatregelen;

  • b.

    eventuele kosten voor monitoring tot een maximum van 10% van de subsidiabele kosten;

  • c.

    eenmalige afkoop beheer tot een maximum van 10% van de subsidiabele kosten.

Artikel 10 Subsidiehoogte

In afwijking van artikel 2.3.6 van de Srg bedraagt de hoogte van de subsidie 75% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 10.000,00.

Artikel 11 Rangschikking

  • 1. In afwijking van artikel 1.3 van de Srg worden aanvragen voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, die voor subsidie in aanmerking komen gerangschikt.

  • 2. Aanvragen worden gehonoreerd op volgorde van rangschikking, beginnend met de aanvraag die het hoogst aantal punten heeft behaald.

  • 3. De rangschikking wordt gemaakt op basis van de volgende beoordelingscriteria:

    • a.

      de mate waarin de activiteit bijdraagt aan het leefgebied van icoonsoorten of VHR-soorten in de stad of in het dorp;

    • b.

      het aantal VHR-soorten dat meeprofiteert van de activiteit;

    • c.

      de mate waarin de activiteit realistisch en efficiënt of doelgericht is;

    • d.

      de mate waarin de activiteit gemonitord wordt met betrekking tot de doelsoort;

    • e.

      de mate waarin de activiteit wordt geïntegreerd op de planlocatie;

    • f.

      de mate waarin voorzien wordt in het meerjarig beheer van de activiteit.

  • 4. Bij de beoordelingscriteria kunnen de volgende punten worden behaald:

    • a.

      het criterium, bedoeld in het derde lid, onder a, maximaal 5 punten;

    • b.

      het criterium, bedoeld in het derde lid, onder b, maximaal 3 punten;

    • c.

      het criterium, bedoeld in het derde lid, onder c, maximaal 5 punten;

    • d.

      het criterium, bedoeld in het derde lid, onder d, maximaal 3 punten;

    • e.

      het criterium, bedoeld in het derde lid, onder e, maximaal 5 punten;

    • f.

      het criterium, bedoeld in het derde lid, onder f, maximaal 5 punten.

  • 5. Indien toepassing van het derde en vierde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt de rangorde van die aanvragen bepaald door het hoogste aantal punten behaald voor de criteria, genoemd in het derde lid, onder a en c.

  • 6. Indien toepassing van het derde, vierde en vijfde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt de rangorde van die aanvragen bepaald door het hoogste aantal punten behaald voor het criterium, genoemd in het derde lid, onder b.

  • 7. Indien toepassing van het zesde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt de rangorde van die aanvragen bepaald door loting.

Artikel 12 Verplichtingen van de subsidieontvanger

In afwijking van artikel 1.4, eerste lid, van de Srg, wordt aan de subsidieontvanger de verplichting opgelegd om:

  • a.

    binnen twaalf maanden na bekendmaking van de beschikking tot subsidieverlening te beginnen met de uitvoering van de activiteit;

  • b.

    binnen achttien maanden na bekendmaking van de beschikking tot subsidieverlening de activiteit gerealiseerd te hebben;

  • c.

    mee te werken aan publiciteit over de activiteit.

Artikel 13 Staatssteun

Indien de subsidie is aan te merken als steunmaatregel in de zin van artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is Verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU, L 352) van overeenkomstige toepassing.

Artikel 14 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin dit besluit wordt geplaatst.

Artikel 15 Werkingsduur

Dit openstellingsbesluit vervalt op 1 januari 2023 met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Artikel 16 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit subsidie Natuur in de Stad Zuid-Holland 2021.

Ondertekening

Den Haag, 28 september 2021

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland

drs. H.M.M. Koek, secretaris

drs. J. Smit, voorzitter

TOELICHTING

Provincie Zuid-Holland onderscheidt zich van andere provincies door het grote oppervlak aan stedelijk gebied. Dit stedelijk gebied herbergt diverse kwetsbare plant- en diersoorten. Door de invoering van de Wet natuurbescherming is Provincie Zuid-Holland sinds 1 januari 2017 verantwoordelijk voor het behoud en bescherming van gezonde populaties van inheemse plant- en diersoorten binnen én buiten natuurgebieden, waaronder de soorten van het stedelijk gebied. Hier ligt een grote opgave: door ontwikkelingen in de bouw, toename van verlichting / verdichting en isolatie van woningen is veel leefgebied verdwenen van deze soorten. Daarbij verwacht Zuid-Holland komende jaren nog een flinke bouwopgave. Er wordt op diverse sporen gewerkt om dit leefgebied te beschermen en te verbeteren. Zo is afgelopen jaar door Bureau Stadsnatuur een rapport opgesteld dat concrete bouwstenen bevat voor het gemeentelijke omgevingsplan en ook diverse adviezen geeft om de biodiversiteit in stedelijk gebied te verbeteren (zie: https://www.naturetoday.com/intl/nl/nature-reports/message/?msg=27496). Over dit onderwerp worden nog dit jaar bestuurlijke én ambtelijke bijeenkomsten georganiseerd om andere partijen te informeren, motiveren en enthousiasmeren hiervoor.

Het Openstellingsbesluit subsidie Natuur in de Stad Zuid-Holland 2021 (hierna: openstellingsbesluit) biedt financiële ondersteuning aan projecten die het leefgebied van beschermde soorten in stedelijk gebied verbeteren. Hiervan profiteren over het algemeen meerdere plant- of diersoorten.

Eenieder die hier ideeën bij heeft krijgt nu mogelijkheden om hier uitvoering aan te geven.

Europese staatssteunregelgeving

De provincie toetst subsidieaanvragen aan de Europese staatssteunregelgeving. Staatssteun omvat, kort gezegd, niet-marktconforme voordelen van de overheid aan ondernemingen, waarmee de mededinging wordt vervalst en het handelsverkeer ongunstig wordt beïnvloed. Als een aangevraagde subsidie leidt tot het verstrekken van onverenigbare staatssteun dan kan de provincie deze weigeren.

Provinciale subsidies aan ondernemingen die voldoen aan de staatssteuncriteria moeten in beginsel ter goedkeuring worden aangemeld bij de Europese Commissie. De aanmeldingsplicht kent echter een aantal uitzonderingen.

Eén van de uitzonderingen is geregeld in de de-minimisverordening. Subsidie die onder de zogenaamde de-minimisverordening valt levert geen staatssteun op. Deze verordening is in beginsel van toepassing op subsidies waarvan het bruto steunbedrag, ongeacht vorm en doel, voor een onderneming over een periode van drie belastingjaren het plafond van € 200.000,00 niet overschrijdt. De subsidieaanvrager dient een de-minimisverklaring te ondertekenen, waarmee wordt aangetoond dat het plafond niet wordt overschreden.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 2 Subsidiabele activiteiten en prestaties

Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die gericht zijn op de verbetering van het leefgebied van icoonsoorten of VHR-soorten. De gedachte hierachter is dat de activiteiten die bijdragen aan de verbetering van het leefgebied van deze soorten ervoor zorgen dat veel andere plant- en diersoorten ook hiervan profiteren.

Artikel 4 Deelplafond en artikel 5 Aanvraagperiode

Er is voor gekozen om voor dit openstellingsbesluit één deelplafond op te nemen en dit plafond niet te verdelen over de vier aanvraagperioden. Dit betekent dat als het deelplafond volledig is benut voordat bijvoorbeeld de laatste aanvraagperiode is ingegaan er geen subsidie meer kan worden verleend in die aanvraagperiode.

Artikel 11 Rangschikking

De aanvragen worden niet op volgorde van binnenkomst behandeld, maar worden gerangschikt. De rangschikking wordt gemaakt op basis van de criteria zoals opgenomen in het derde lid.