Gemeenschappelijke regeling Meerschap Paterswolde 2019

Geldend van 02-10-2021 t/m heden

Intitulé

Gemeenschappelijke regeling Meerschap Paterswolde 2019

Gemeenschappelijke regeling tussen de gemeenten Groningen en Tynaarlo

De raden en colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Groningen en Tynaarlo, ieder voor zover zij voor de eigen gemeente bevoegd zijn;

DE RAAD VAN DE GEMEENTE;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders;

Overwegende:

dat met name in verband met de herindeling van de voormalige gemeenten Haren, Ten Boer en Groningen tot de nieuwe gemeente Groningen, de bestuurlijke situatie is gewijzigd.

dat als gevolg van die herindeling de gemeenschappelijke regeling Meerschap Paterswolde dient te worden gewijzigd;

gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Gemeentewet;

HEEFT BESLOTEN:

de Gemeenschappelijke regeling Meerschap Paterswolde 2019 vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van de Gemeenschappelijke regeling Meerschap Paterswolde 2016

HOOFDSTUK I Begrippen

Artikel 1

De regeling verstaat onder:

a.

‘het lichaam’

:

het rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam genaamd ‘Meerschap Paterswolde’ gevestigd te Haren;

b.

‘deelnemers’

:

de aan deze regeling deelnemende gemeenten;

c.

‘algemeen bestuur’

:

het in artikel 4 onder a genoemde orgaan van het lichaam;

d.

‘dagelijks bestuur’

:

het in artikel 4 onder b genoemde orgaan van het lichaam;

e.

‘voorzitter’

:

het in artikel 4 onder c genoemde orgaan van het lichaam;

f.

‘gebied’

:

het gebied zoals aangegeven op bijgevoegde kaart;

g.

‘gedeputeerde staten’

:

gedeputeerde staten der provincie Groningen en gedeputeerde staten van de provincie Drenthe;

h.

‘wet’

:

de ‘Wet gemeenschappelijke regelingen’.

HOOFDSTUK II Algemene bepalingen

Artikel 2

  • 1. Het lichaam heeft binnen zijn gebied ten doel de behartiging van de recreatie, de natuurbescherming en de landschapsverzorging, waaronder begrepen het beheer van het (openbaar) water, voor zover dat bij de deelnemers berustte.

  • 2. Iedere deelnemer kan, na instemming van het algemeen bestuur, aan het lichaam taken overdragen die in overeenstemming zijn met het doel van het lichaam.

  • 3. Een deelnemer draagt aan het lichaam de bevoegdheden over die nodig zijn voor de uitvoering van de door die deelnemer aan het lichaam overgedragen taken, daaronder begrepen de bevoegdheid tot het in verband met de aan het lichaam overgedragen taken betreffende het opleggen en/of heffen van belastingen, heffingen en/of retributies.

Artikel 3

Tot de taken die in overeenstemming zijn met het doel van het lichaam behoren onder meer:

  • a.

    de instandhouding en verbetering van het natuur- en landschapsschoon;

  • b.

    het onderhoud en de exploitatie van inrichtingen en eigendommen;

  • c.

    het beheer van het (openbaar) water binnen zijn gebied voor zover dat bij de deelnemers berustte;

  • d.

    het vaststellen van verordeningen, al dan niet door strafbepaling of bestuursdwang te handhaven, die de belangen van de recreatie, natuurbescherming of landschapsverzorging of het beheer van het (openbaar) water als bedoeld in artikel 2 lid 1 betreffen;

  • e.

    advisering over plannen tot regeling van de bebouwing en de bestemming van de gronden;

  • f.

    het in opdracht van een of meer deelnemers verrichten van andere taken met betrekking tot de recreatie, de natuurbescherming en de landschapsverzorging, een en ander zoals in artikel 2 genoemd.

HOOFDSTUK III Organen van het lichaam

Artikel 4

De organen van het lichaam zijn:

  • a.

    het algemeen bestuur,

  • b.

    het dagelijks bestuur en

  • c.

    de voorzitter.

Artikel 5 Het algemeen bestuur

  • 1. Het algemeen bestuur bestaat uit de volgende zes leden:

    • a.

      één lid uit het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tynaarlo en twee leden uit het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen;

    • b.

      twee leden uit de raad van de gemeente Groningen;

    • c.

      één lid uit de raad van de gemeente Tynaarlo;

  • 2. De raad van ieder der deelnemende gemeenten wijst uit zijn midden minimaal 1 plaatsvervangend lid aan om zitting te nemen in het algemeen bestuur.

  • 3. De in het eerste lid bedoelde leden worden benoemd door de raden van de deelnemers.

Artikel 6

  • 1. Aan het algemeen bestuur behoren met betrekking tot de in artikel 2 omschreven doeltaken alle bevoegdheden, welke niet in of ingevolge de bepalingen van deze regeling aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter zijn opgedragen.

  • 2. Bij de uitoefening van de taak en de bevoegdheid van het algemeen bestuur vinden, de in de Gemeentewet gestelde bepalingen zoveel mogelijk overeenkomstige toepassing.

Artikel 7

  • 1. De leden worden benoemd voor een periode gelijk aan de zittingsduur van de leden van de gemeenteraden. Zij zijn terstond herbenoembaar.

  • 2. Een lid dat ophoudt lid te zijn van de raad uit wiens midden hij is benoemd c.q. ophoudt burgemeester of wethouder van de desbetreffende gemeente te zijn, houdt tevens op lid te zijn van het algemeen bestuur.

  • 3. Een lid kan te allen tijde ontslag vragen.

  • 4. Een lid, dat ontslag heeft gevraagd, blijft zijn functie waarnemen tot zijn opvolger is benoemd; in de benoeming van een nieuw lid wordt binnen acht weken voorzien.

Artikel 8

  • 1. Leden van het algemeen bestuur zijn gehouden aan de raad die deze leden heeft aangewezen, de door een of meerdere leden van die raad gevraagde inlichtingen te verstrekken.

  • 2. Het verzoek om inlichtingen wordt schriftelijk ter kennis gebracht van de door de raad aangewezen leden van het algemeen bestuur.

  • 3. De verlangde inlichtingen worden, zo mogelijk binnen veertien dagen, schriftelijk aan de raad verstrekt.

  • 4. Indien bij de leden van het algemeen bestuur tegen het verstrekken van de verlangde inlichtingen overwegend bezwaar bestaat, wordt daarvan met redenen omkleed mededeling gedaan overeenkomstig het bepaalde in het derde lid.

  • 5. Een lid van het algemeen bestuur kan door de raad die dit lid heeft aangewezen ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid.

  • 6. De raad kan dit lid uitnodigen in zijn vergadering te verschijnen teneinde deze verantwoording af te laten leggen.

  • 7. De raad van een deelnemende gemeente kan een door hem aangewezen lid van het algemeen bestuur ontslag verlenen indien dit lid het vertrouwen van de raad niet meer bezit.

Artikel 9

Het algemeen bestuur is gehouden aan de raden van de deelnemende gemeenten de door een of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen te verstrekken.

Artikel 8, leden 2, 3 en 4 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 10

  • 1. Het algemeen bestuur vergadert tenminste twee keer per jaar.

  • 2. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar, tenzij anders wordt besloten.

  • 3. Ten aanzien van beraadslagen en het nemen van besluiten zijn de artikelen 17 t/m 20, 22 t/m 23 en 25 t/m 32 van de gemeentewet zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

  • 4. In een besloten vergadering wordt niet beraadslaagd, noch een besluit genomen over:

    • a.

      het vaststellen dan wel wijzigen van de begroting;

    • b.

      het voorlopig vaststellen van de rekening;

    • c.

      het wijzigen of opheffen van deze regeling overeenkomstig artikel 28.

Artikel 11

Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast.

Artikel 12 Het dagelijks bestuur

  • 1. De leden van het dagelijks bestuur worden op voordracht als bedoeld in het volgende lid aangewezen door en uit het algemeen bestuur.

  • 2. Het dagelijks bestuur bestaat uit drie leden, één lid vanuit de gemeente Tynaarlo en twee leden vanuit de gemeente Groningen, aangewezen op voordracht van de deelnemers.

  • 3. Ten aanzien van de leden van het dagelijks bestuur is artikel 8 lid 7 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 13

  • 1. Het dagelijks bestuur bereidt de vergaderingen van het algemeen bestuur en de daarop betrekking hebbende agenda voor.

  • 2. Verder behoort tot de taak en bevoegdheid van het dagelijks bestuur:

    • a.

      het dagelijks bestuur van het lichaam te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet het algemeen bestuur of de voorzitter hiermee is belast;

    • b.

      het voorbereiden van al hetgeen in het algemeen bestuur ter overweging en beslissing moet worden gebracht;

    • c.

      het uitvoeren van de besluiten van het algemeen bestuur;

    • d.

      de zorg voor het beheer en het onderhoud van al hetgeen tot het eigendom van het lichaam behoort;

    • e.

      het vaststellen van plannen en voorwaarden van aanbesteding of uitvoeren van werken en leveringen ten behoeve van het lichaam;

    • f.

      het toezicht op de uitvoering van werken, uitgevoerd in het kader van de verwezenlijking van het in artikel 2 gestelde doel;

    • g.

      het beheer van de inkomsten en uitgaven van het lichaam;

    • h.

      het afkondigen van besluiten, waarvan de afkondiging door de wet of besluit van het algemeen bestuur is voorgeschreven;

    • i.

      het vaststellen van regels over de ambtelijke organisatie van het lichaam.

  • 3. Het dagelijks bestuur neemt, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, alle conservatoire maatregelen en doet wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit.

  • 4. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het lichaam; met betrekking tot de bewaring en het beheer van deze bescheiden alsmede het toezicht daarop zijn de bepalingen met betrekking tot de archivering van de gemeente Groningen van overeenkomstige toepassing.

Artikel 14

  • 1. Het dagelijks bestuur en een of meer leden daarvan zijn gehouden aan het algemeen bestuur de door een of meer leden daarvan gevraagde inlichtingen te verstrekken.

  • 2. Het dagelijks bestuur is gehouden aan de raden van de deelnemende gemeenten de door een of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen te verstrekken.

  • 3. Artikel 8, leden 2, 3, en 4, zijn zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

  • 4. Het dagelijks bestuur en een of meer leden daarvan kunnen door het algemeen bestuur ter verantwoording worden geroepen voor het door hen gevoerde beleid.

  • 5. Artikel 8, leden 5 en 6, zijn zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Artikel 15

  • 1. De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn niet openbaar.

  • 2. Het dagelijks bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast.

  • 3. Besluiten worden genomen bij meerderheid van stemmen.

  • 4. Ten aanzien van het beraadslagen en het nemen van besluiten zijn artikel 56 en 58 van de gemeentewet voorzover mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Artikel 16 De voorzitter

  • 1. Op voordracht van het dagelijks bestuur wordt door het algemeen bestuur uit het dagelijks bestuur, een voorzitter aangewezen voor een periode van vier jaar of bij tussentijds aantreden voor de nog lopende zittingsduur.

  • 2. Het voorzitterschap wordt vervuld door het lid van het dagelijks bestuur afkomstig uit de gemeente Groningen.

  • 3. De voorzitter wordt bij afwezigheid of ontstentenis vervangen door een door of uit het algemeen bestuur te benoemen vice-voorzitter, zijnde het lid van het dagelijks bestuur uit de gemeente Tynaarlo.

Artikel 17

  • 1. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen en dagelijks bestuur.

  • 2. Hij draagt zorg voor de uitvoering van de besluiten van het dagelijks bestuur.

  • 3. Hij ondertekent alle stukken die van het algemeen en van het dagelijks bestuur uitgaan.

  • 4. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid kan het dagelijks bestuur hem toestaan de ondertekening van stukken die van het dagelijks bestuur uitgaan op te dragen aan een ander lid van het dagelijks bestuur, aan de secretaris of aan een of meer andere medewerkers in functie werkzaam bij het Meerschap.

  • 5. Hij vertegenwoordigt het lichaam in alle rechtsgedingen en bij alle buitengerechtelijke rechtshandelingen; hij kan laatstgenoemde vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aangewezen gemachtigde.

  • 6. Ingeval met een van de deelnemers een rechtsgeding wordt gevoerd of een rechtshandeling wordt verricht, en de voorzitter van het bestuur lid is van de raad of het college van die deelnemer, vertegenwoordigt de vice-voorzitter het lichaam; het bepaalde in de laatste volzin van het vorige lid is van overeenkomstige toepassing.

HOOFDSTUK IV De secretaris

Artikel 18

  • 1. Het algemeen en het dagelijks bestuur en de voorzitter worden terzijde gestaan door een secretaris.

  • 2. De secretaris wordt in die functie benoemd, geschorst en ontslagen door het algemeen bestuur.

  • 3. De secretaris mede-ondertekent alle stukken die van het algemeen en dagelijks bestuur uitgaan, tenzij de ondertekening ingevolge het bepaald in artikel 17 lid 4 aan de secretaris of een andere medewerker werkzaam voor het Meerschap is opgedragen.

  • 4. De secretaris is belast met de bewaring en het beheer van het archief van het lichaam.

  • 5. Het dagelijks bestuur besluit over nadere regels over de taak en over de verdere bevoegdheden van de secretaris.

  • 6. Bij verhindering of ontstentenis wordt de secretaris vervangen door een loco-secretaris; deze wordt in die functie benoemd, geschorst en ontslagen door het dagelijks bestuur. Op de werkzaamheden van de loco-secretaris is het bepaalde in de leden 1 tot en met 5 van overeenkomstige toepassing.

HOOFDSTUK V Het Personeel

Artikel 19

  • 1. Het dagelijks bestuur beslist omtrent benoeming, schorsing en ontslag van ambtenaren in dienst van het lichaam.

  • 2. Het dagelijks bestuur stelt voor het personeel zo nodig een taakomschrijving en een instructie vast.

  • 3. Ten aanzien van de bezoldiging en rechtspositie van de ambtenaren en de arbeidscontractanten in dienst van het lichaam worden de voorschriften, geldende voor de ambtenaren en arbeidscontractanten in dienst van de gemeente Groningen, zoveel mogelijk overeenkomstig toegepast.

HOOFDSTUK VI Financiële bepalingen

Artikel 20

  • 1. Het boekjaar van het lichaam is gelijk aan het kalenderjaar.

  • 2. Met betrekking tot het financieel beheer, de inrichting van de begroting, de rekening en de boekhouding stelt het algemeen bestuur nadere regels vast overeenkomstig het bepaalde in artikel 212 en 213 van de gemeentewet.

Artikel 21

De geldmiddelen van het lichaam worden onder meer gevormd door:

  • a.

    de bijdragen van de deelnemers overeenkomstig de daarvoor getroffen regeling;

  • b.

    de bijdragen van andere openbare lichamen;

  • c.

    de bijdragen van anderen;

  • d.

    overige inkomsten.

Artikel 22

  • 1. De deelnemers dragen bij in het nadelige saldo volgens de volgende verdeelsleutel:

    gemeente Groningen

    85,5%

    gemeente Tynaarlo

    14,5%

  • 2. De deelnemers betalen aan het lichaam een voorschot overeenkomstig de in het vorige lid gemaakte verdeling in het volgens de begroting te verwachten nadelige saldo.

  • 3. Dit voorschot wordt door de deelnemers uitgekeerd in twee gelijke termijnen, te weten voor 1 februari en voor 1 augustus van het lopende boekjaar.

  • 4. De bedragen van de voorschotten kunnen worden gewijzigd, zo dikwijls in de loop van een begrotingsjaar wijziging wordt gebracht in het begrote nadelige saldo.

  • 5. Binnen een maand na ontvangst door gedeputeerde staten van de vastgestelde rekening over een jaar bericht het dagelijks bestuur aan de deelnemers, onder overlegging van een gewaarmerkt afschrift van die rekening, op welk bedrag hun bijdrage in het nadelige saldo in dat dienstjaar definitief is vastgesteld.

  • 6. De vereffening van het verschil tussen het definitief vastgesteld bedrag van de bijdrage in het nadelige saldo en het aan het lichaam uitgekeerde voorschot over het betreffende jaar geschiedt bij de uitbetaling van de eerstvolgende termijn, bedoeld in het vierde lid.

Artikel 23

  • 1. Het voordelig saldo van een definitief vastgestelde rekening wordt in principe terugbetaald aan de deelnemers.

  • 2. Het algemeen bestuur kan besluiten tot het geven van een andere bestemming aan het voordelig saldo als bedoeld onder 1.

Artikel 24

De betaling van de rente en aflossing van de door het lichaam aangegane geldleningen en rekening-courantverhoudingen wordt door de deelnemers gegarandeerd in de verhouding waarin zij bijdragen in het nadelige saldo, voorzover die garantie niet door anderen wordt gegeven.

Artikel 25

  • 1. Het dagelijks bestuur zendt de kadernota inhoudende de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening voor 15 april aan de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 2. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast uiterlijk op 15 juli van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor zij geldt.

  • 3. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting voor 1 mei toe aan de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 4. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, tweede en derde lid van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 5. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen omtrent de ontwerpbegroting bij het dagelijks bestuur hun zienswijze naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijzen zijn vervat bij de ontwerpbegroting zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.

  • 6. Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur de begroting aan de raden van de deelnemers die terzake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen.

  • 7. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval voor 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten.

  • 8. Het bepaalde in het derde, vijfde en zesde lid is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.

Artikel 26

  • 1. Het algemeen bestuur stelt jaarlijks uiterlijk op 1 juli vast de rekening over het afgelopen jaar en zendt deze vergezeld van daarbij behorende toelichtende bescheiden alsmede van een verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid, opgemaakt door een buiten het lichaam staande deskundige als bedoeld in artikel 213 lid 2 van de Gemeentewet, voor 15 juli van het jaar volgende op dat waarop de rekening betrekking heeft, aan de raden der deelnemers ter kennisneming.

  • 2. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten.

HOOFDSTUK VII Uittreding, toetreding, wijziging en opheffing

Artikel 27 Uittreding

  • 1. Elke deelnemer heeft het recht tot uittreding uit de regeling. Zijn daartoe strekkende besluit wordt, binnen een maand nadat het genomen is, aan het algemeen bestuur ter kennisneming toegezonden.

  • 2. De uittreding heeft plaats aan het einde van het kalender jaar, drie jaar nadat het besluit is genomen en aan het algemeen bestuur ter kennisneming is toegezonden.

  • 3. Het algemeen bestuur bepaalt of en zo ja in hoeverre en over hoeveel jaren de betrokken deelnemer tot een bijdrage gehouden is in de kosten van rente en afschrijvingen op de tijdens zijn deelneming aangevangen, al dan niet voltooide investeringen en in de kosten van onderhoud en exploitatie van de uit deze investeringen bekostigde werken. Het algemeen bestuur bepaalt de hoogte van de bijdrage en kan de uittredende deelnemer toestaan de betaling hiervan over een aantal jaren te verdelen.

    Bij de vaststelling van de bijdrage zal geen rekening worden gehouden met investeringen en met kosten van onderhoud en exploitatie van de uit deze investeringen bekostigde werken, welke gedaan, respectievelijk gemaakt zijn gedurende de periode tussen de toezending van het besluit tot uittreding aan het algemeen bestuur en het tijdstip van uittreding.

  • 4. Indien door de uittreding kosten ontstaan als gevolg van niet nakoming van contractuele verplichtingen van het lichaam, kunnen deze kosten volledig worden doorberekend aan de uittredende gemeente.

  • 5. Een besluit tot uittreding wordt toegezonden aan gedeputeerde staten.

Artikel 28 Wijziging, opheffing, toetreding

  • 1. Het algemeen bestuur besluit tot wijziging of opheffing van de regeling.

  • 2. Het algemeen bestuur besluit over de toetreding van nieuwe leden.

  • 3. Wijziging of opheffing van de regeling en toetreding van nieuwe leden heeft slechts plaats indien tenminste 5/6 gedeelte van de uitgebrachte stemmen zich daarvoor heeft uitgesproken.

  • 4. In afwijking van het bepaalde in de leden 1 tot en met 3 kunnen ook de raden en colleges van de deelnemers unaniem besluiten tot wijzing of opheffing van de regeling, of de toetreding van nieuwe deelnemers.

  • 5. Een besluit tot wijziging of opheffing van, of tot, toetreding tot de regeling wordt door het gemeentebestuur van de gemeente Groningen toegezonden aan gedeputeerde staten.

Artikel 29

  • 1. Het dagelijks bestuur zal, nadat tot opheffing van deze gemeenschappelijke regeling is besloten, overgaan tot de voorbereiding van de liquidatie van het lichaam.

    Het liquidatieplan wordt vastgesteld door het algemeen bestuur en behoeft goedkeuring van gedeputeerde staten.

  • 2. Het dagelijks bestuur is belast met de liquidatie.

HOOFDSTUK VIII Extern klachtrecht

Artikel 30

  • 1. In overeenstemming met het bepaalde in de Algemene Wet Bestuursrecht en artikel 10 lid 4 van de wet Gemeenschappelijke Regelingen, kan een ieder een klacht, zijnde een verzoekschrift zoals bedoeld in art. 9:18, 1e lid van de Algemene wet bestuursrecht, indienen over een gedraging, in de uitoefening van zijn functie, van een bestuursorgaan van de gemeenschappelijke regeling, of een voor deze regeling werkzame ambtenaar of een daarmee op grond van diens werkzaamheid gelijk te stellen persoon (inclusief hij die op basis van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam is voor deze regeling).

  • 2. De behandeling van klachten als bedoeld in lid 1 is opgedragen aan de ombudsman van de gemeente Tynaarlo.

  • 3. Op de behandeling van klachten als bedoeld in lid 1 is van toepassing de klachtenregeling van de gemeente Tynaarlo.

HOOFDSTUK IX Overige bepalingen

Artikel 31

De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

Artikel 32

  • 1. Het gemeentebestuur van Groningen draagt zorg voor de toezending van deze regeling aan gedeputeerde staten.

  • 2. Deze gewijzigde regeling treedt in werking op de 1e van de kalendermaand nadat deze gewijzigde regeling conform lid 3 bekend is gemaakt. Op die datum vervalt de eerder geldende regeling op het Meerschap Paterswolde.

  • 3. Het gemeentebestuur van Groningen draagt zorg voor de bekendmaking in de deelnemende gemeenten door bekendmaking van de inhoud daarvan in de Staatscourant.

  • 4. Het lichaam is de voortzetting van het rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam ‘Meerschap Paterswolde’, gevestigd te Haren, en heeft als zodanig al diens rechten en verplichtingen.

  • 5. Het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging, opheffing, uittreding en toetreding.

Artikel 33

  • 1. In alle gevallen, waarin deze regeling niet voorziet, beslist het algemeen bestuur, zoveel mogelijk overeenkomstig de terzake geldende bepalingen van de Gemeentewet en de Wet gemeenschappelijke regelingen.

  • 2. De regeling kan worden aangehaald onder de titel: ‘Gemeenschappelijke regeling Meerschap Paterswolde 2019’.

Ondertekening

Datum inwerkingtreding: op de 1e van de kalendermaand nadat deze gewijzigde regeling door ieder van de deelnemers op de gebruikelijke wijze bekend is gemaakt.

Gemeente Groningen:

Raadsbesluit dd. 18 december 2019 op voorstel college van 19 november 2019.

Gemeente Tynaarlo:

Raadsbesluit dd. 17 december 2019 op collegevoorstel van 26 november 2019.

De griffier,

De voorzitter,

BIJLAGE: Grens van het gebied van het Meerschap Paterswolde

afbeelding binnen de regeling

Het Algemeen Bestuur van het Meerschap Paterswolde heeft in haar vergadering

Van 9 december 2019 besloten

Het Algemeen Bestuur stelt onder voorbehoud van goedkeuring door de raden van de gemeenten Groningen en Tynaarlo de gemeenschappelijke regeling Meerschap Paterswolde 2019 vast onder gelijktijdige intrekking van de gemeenschappelijk regeling Meerschap Paterswolde 2016.

Het Algemeen Bestuur stelt de concept gemeenschappelijke regeling Meerschap Paterswolde 2019 vast en besluit deze ter vaststelling voor te leggen aan de colleges en raden van de gemeenten Groningen en Tynaarlo, ieder voor zover het zijn eigen bevoegdheid betreft, onder gelijktijdige intrekking door hen van de gemeenschappelijk regeling Meerschap Paterswolde 2016.

Haren, 9 december 2019

Het Algemeen Bestuur van het Meerschap Paterswolde Namens hen,

Mevrouw I. Jongman,

voorzitter.

K. Hunziker,

secretaris.