Beleidsregel toewijzing woonwagenstandplaatsen gemeente Horst aan de Maas 2021

Geldend van 01-10-2021 t/m heden

Intitulé

Beleidsregel toewijzing woonwagenstandplaatsen gemeente Horst aan de Maas 2021

De raad van de gemeente Horst aan de Maas;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 26 juli 2021;

gemeentebladnummer 2021.073;

gelet op het bepaalde in de Gemeentewet;

b e s l u i t :

1. Instellen van een registratie voor standplaatszoekende.

2. De toewijzingsregels voor woonwagenstandplaatsen vast te stellen en per direct in te laten gaan.

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze beleidsregel verstaat onder:

Standplaats:

  • Een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten (artikel 1, onderdeel j, van de Wet op de huurtoeslag).

Woonwagen:

  • Een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst (artikel 1, onderdeel l, van de Wet op de huurtoeslag).

Woonwagenbewoners:

  • Woonwagenbewoners zijn mensen die zich van generatie op generatie als zodanig manifesteren en die zich beschouwen als een bevolkingsgroep met een van andere bevolkingsgroepen te onderscheiden cultuur.

Woonwagenlocatie:

  • Clustering van kavels die gekenmerkt zijn als standplaats ten behoeve van het plaatsen van een woonwagen.

Spijtoptanten:

  • Voormalige woonwagenbewoners die tijdelijk in een reguliere woning hebben gewoond met de intentie terug te keren naar het woonwagenleven.

Afstammingsbeginsel:

  • Bepaling uit de Woonwagenwet: het beginsel dat een standplaats of woonwagen die vrijkomt enkel weer beschikbaar komt voor mensen die afstammen van oude woonwagenbewoners.

Aanverwantschap:

Bloedverwantschap:

Sociale binding:

  • De relatie of band tussen mensen en groepen op sociaal gebied. Deze band is van belang, omdat hiermee steun en hulp wordt gevonden en de sociale cohesie bevorderd wordt. Het wordt gekenmerkt door emoties als affectie en vertrouwen.

Er is sprake van sociale binding als:

  • één van de gezinsleden (eerstegraads bloed- en aanverwanten) op dit moment in de gemeente Horst aan de Maas woont;

  • één van de gezinsleden (eerstegraads bloed- en aanverwanten) in het verleden in de gemeente Horst aan de Maas heeft gewoond;

Artikel 2 Toepassingsbereik

Deze beleidsregel is van toepassing bij de toewijzing van huurstandplaatsen op woonwagenlocaties in de gemeente Horst aan de Maas, voorzover eigendom van de gemeente Horst aan de Maas.

Artikel 3 Inschrijving

  • 1. Standplaatszoekenden moeten zich inschrijven bij de gemeente op de daartoe aangewezen wijze. De inschrijver dient de volgende zaken aan te geven:

    • a.

      Met welke personen hij of zij zich gezamenlijk inschrijft voor één standplaats (beschrijving van zijn of haar huishouden);

    • b.

      Of er sprake is van bloed- of aanverwantschap in relatie tot bewoners van een woonwagenlocatie. Indien hier sprake van is dient de inschrijver aan te geven welke locatie het betreft en dient aangetoond te worden van welk type bloed- of aanverwantschap sprake is;

    • c.

      Of er sprake is van bloed- of aanverwantschap in relatie tot andere ingeschrevenen;

    • d.

      Of hij of zij op dit moment op een standplaats, een (sociale) huurwoning of koopwoning woonachtig is in de gemeente Horst aan de Maas;

    • e.

      Of hij of zij sociale binding heeft met de gemeente en op welke manier hier sprake van is.

    • f.

      Voor welke woonwagenlocatie de standplaatszoekende een voorkeur heeft.

    • g.

      Of hij of zij voorkeur heeft voor de huur van alleen een standplaats of een voorkeur heeft voor de huur van een standplaats inclusief woonwagen.

  • 2. Door de inschrijver moet een kopie van een geldig identiteitsbewijs overlegd worden.

  • 3. Indien lid 1 onderdeel e. van toepassing is en de belangstellende op dit moment buiten de gemeente Horst aan de Maas woonachtig is, dient hij of zij een uittreksel BRP met adreshistorie te overleggen aan de gemeente Horst aan de Maas.

  • 4. Inschrijving is mogelijk vanaf 18 jaar.

  • 5. De gemeente houdt een wachtlijst bij van ingeschreven standplaatszoekenden.

Artikel 4 Aanbieding

Vrijkomende standplaatsen en huurwoonwagens worden aangeboden via het centrale digitale inschrijf- en aanbodplatform ‘Thuis in Limburg’. Een standplaatszoekende dient zich dus ook bij Thuisinlimburg in te schrijven als standplaatszoekende. De standplaatszoekende kan reageren op een aangeboden standplaats. Na sluiting van de reactietermijn zal de standplaatszoekende die volgens de artikel 6 geldende volgordebepaling als eerste in aanmerking komt vervolgens op de hoogte gesteld worden en als eerste de gelegenheid krijgen op de aanbieding in te gaan. De standplaats wordt in de op het moment van beschikbaarheid bestaande vorm aangeboden, hiervan kan niet worden afgeweken. Bij afwijzing van de aanbieding door een standplaatszoekende zal bekeken worden welke standplaatszoekende de volgende is volgens de in artikel 6 bepaalde volgordebepaling.

Artikel 5 Toewijzing

Voor de toewijzing van een standplaats komen in aanmerking:

  • a.

    Personen die meerderjarig zijn en de Nederlandse nationaliteit bezitten of op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander worden behandeld, dan wel vreemdeling zijn en rechtmatig verblijf in Nederland hebben als bedoeld in artikel 8, onderdelen a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000 en;

  • b.

    die tijdig hebben gereageerd op de aanbieding als bedoeld in artikel 4 en de in artikel 3 gevraagde gegevens hebben overlegd.

Artikel 6 Volgorde bij toewijzing

Toewijzing van standplaatsen op bestaande locaties vindt plaats aan de hand van de volgende voorrangsregels en volgorde waarbij het afstammingsbeginsel centraal staat:

  • A.

    Het kind dat op de betreffende woonwagenlocatie is opgegroeid / het kind dat het merendeel van zijn/haar jeugd op de betreffende woonwagenlocatie heeft gewoond;

  • B.

    Familie (spijtoptanten) van de huidige woonwagenbewoners van de betreffende woonwagenlocatie die kunnen aantonen dat (één van) de ouder(s) of de kandidaat zelf voor 1 maart 1999 in een woonwagen hebben gewoond in de gemeente Horst aan de Maas;

  • C.

    De overige woonwagenbewoners / spijtoptanten die een standplaats, een (sociale) huurwoning of koopwoning in de gemeente Horst aan de Maas achterlaten onder voorwaarde dat die daardoor beschikbaar komt;

Bij het toewijzen van standplaatsen op nieuw te ontwikkelen woonwagenlocaties kan de eerste toewijzing niet plaatsvinden op basis van de bepalingen onder A t/m C. In dit geval zal de volgorde bepaald worden aan de hand van de toewijzingscriteria genoemd onder D t/m F.

  • D.

    Standplaatszoekende wiens ouders woonachtig zijn op een woonwagenlocatie in de gemeente Horst aan de Maas;

  • E.

    Familie (spijtoptanten) van de huidige woonwagenbewoners van de woonwagenlocaties in de gemeente Horst aan de Maas die kunnen aantonen dat (één van) de ouder(s) of de kandidaat zelf voor 1 maart 1999 in een woonwagen hebben gewoond in de gemeente Horst aan de Maas;

  • F.

    De overige woonwagenbewoners / spijtoptanten die een standplaats, een (sociale) huurwoning of koopwoning in de gemeente Horst aan de Maas achterlaten onder voorwaarde dat die daardoor beschikbaar komt;

Voor al bovenstaande bepalingen geldt indien blijkt dat er sprake is van gelijke geschiktheid, de standplaatszoekende met de langste woonduur in Horst aan de Maas voorrang zal krijgen. Indien er dan nog sprake is van gelijke geschiktheid zal er een loting plaatsvinden.

Indien er standplaatsen op meerdere locaties gelijktijdig beschikbaar zijn, zal bij de toewijzing rekening gehouden worden met de voorkeur voor een woonwagenlocatie. Als er meerdere standplaatsen op één locatie tegelijkertijd beschikbaar zijn, zal de standplaatszoekende die als eerste in aanmerking komt als eerste de gelegenheid krijgen om te kiezen. Bij gelijke geschiktheid zal de woonduur in Horst aan de Maas doorslaggevend zijn. Indien er dan nog sprake is van gelijke geschiktheid zal er een loting plaatsvinden.

Voordat definitief tot een toewijzing van een standplaats overgegaan wordt, zal altijd in overleg getreden worden met de huidige bewoners van de betreffende woonwagenlocatie. De sociaal-maatschappelijke verhoudingen op de betreffende woonwagenlocatie kunnen aanleiding zijn om af te wijken van de in artikel 6 beschreven volgorde.

Artikel 7 Afzien van toewijzing

Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van deze beleidsregel besluiten om de vrijgekomen standplaats niet toe te wijzen indien:

  • a.

    Toewijzing niet wenselijk is in verband met sociaal-maatschappelijke verhoudingen op de desbetreffende woonwagenlocatie;

  • b.

    De kandidaat op de wachtlijst een gerechtelijk vonnis van de rechtbank ten aanzien van een (andere) standplaats van de gemeente Horst aan de Maas niet is nagekomen. In een dergelijke situatie kan de gemeente na het onherroepelijk worden van het vonnis ook overgaan tot verwijdering van de kandidaat van de wachtlijst. De kandidaat kan zich dan opnieuw inschrijven op de wachtlijst;

Daarnaast kan de gemeente in bijzondere andere situaties (openbare orde) besluiten om af te wijken van de hierboven vermelde prioriteitsvolgorde.

Burgemeester en wethouders kunnen op een later moment besluiten toch over te gaan op toewijzing van de standplaats, bijvoorbeeld wanneer een nieuwe geschikte standplaatszoekende zich inschrijft.

Artikel 8 Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking de dag na datum van bekendmaking.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van 21 september 2021.

De raad voornoemd,

De voorzitter,

drs. R.F.I. Palmen

De griffier,

mr. R.J.M. Poels

Toelichting

Deze beleidsregel is van toepassing op alle standplaatsen die in eigendom zijn van de gemeente Horst aan de Maas . Deze beleidsregel is opgesteld om te zorgen voor een eerlijke en transparante verdeling van de standplaatsen waarbij de aanbevelingen in het landelijke beleidskader over het gemeentelijke woonwagen- en standplaatsenbeleid leidraad zijn. Op deze wijze wordt zorggedragen dat het gemeentelijke toewijzingsbeleid aansluit bij het mensrechtelijke kader voor deze doelgroep.