Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen Zuidplas 2021

Geldend van 31-08-2021 t/m heden

Intitulé

Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen Zuidplas 2021

De raad van de gemeente Zuidplas;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 1 juni 2021;

gelet op artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de Gemeentewet;

besluit vast te stellen de volgende verordening:

Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen Zuidplas 2021

HOOFDSTUK 1. INLEIDENDE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    begraafplaatsen: de gemeentelijke begraafplaatsen:

    • begraafplaats Essehof te Nieuwerkerk a/d IJssel;

    • de Oude begraafplaats aan de Prinses Beatrixstraat te Nieuwerkerk a/d IJssel;

    • begraafplaats Zevenhuizen aan de Zuidplasweg te Zevenhuizen;

    • begraafplaats Middelweg te Moordrecht;

    • begraafplaats Koningin Julianastraat te Moordrecht;

    • begraafplaats Westhage te Moerkapelle;

    • de Oude begraafplaats Moerhage te Moerkapelle.

  • b.

    particulier graf: een particulier graf, keldergraven daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven en begraven houden van overledenen en het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

  • c.

    algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waar de mogelijkheid wordt geboden tot het doen begraven en begraven houden van overledenen;

  • d.

    keldergraf: een kunststof, betonnen of gemetselde constructie die in de grond is geplaatst en waarin een of meerdere overledenen worden begraven en begraven gehouden of asbussen worden bijgezet;

  • e.

    kindergraf: een particulier graf waarin gelegenheid wordt geboden tot het begraven en begraven houden van een persoon vanaf 1 tot en met 11 jaar;

  • f.

    babygraf: een graf waarin overledenen vanaf zwangerschap tot 1 jaar na geboorte worden begraven;

  • g.

    urnengraf: een particulier graf, een urnenkeldergraf daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen en het verstrooien van as;

  • h.

    urnenplaats: een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend voor het plaatsen van en geplaatst houden van asbussen of urnen in een bovengrondse urnenvoorziening;

  • i.

    urnennis: een nis in een urnenmuur waarin de gelegenheid wordt geboden tot het bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

  • j.

    asbus: een bus ter berging van as van een overledene;

  • k.

    urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen;

  • l.

    verstrooiingsplaats: een plaats bij de gemeente in beheer waar as van een overledene kan worden verstrooid;

  • m.

    grafbedekking: monumenten, gedenktekens of vaste planten die op het graf of de urnenplaats zijn geplaatst;

  • n.

    monument: een grafsteen, liggende of staande zerk, sierurn, sluitplaat, of ander gedenkteken ter nagedachtenis van een overledene;

  • o.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zuidplas;

  • p.

    beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaatsen of degene die hem vervangt;

  • q.

    rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf, een particulier (kelder-)urnengraf, een particuliere urnenplaats of een urnennis;

  • r.

    eigenaar: natuurlijk persoon of rechtspersoon die met toestemming van de rechthebbende de grafbedekking op een graf in eigendom heeft;

  • s.

    gebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf is verleend, dan degene die redelijkerwijs geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden.

  • t.

    belanghebbende: een verzamelnaam voor alle contactpersonen met een belang bij een graf, een natuurlijk persoon of rechtspersoon, niet zijnde een rechthebbende. Belanghebbenden maken deel uit van de categorie ‘gebruikers’;

  • u.

    aanvrager: de persoon of rechtspersoon die – al dan niet door tussenkomst van een uitvaartondernemer – opdracht geeft voor een begrafenis, bijzetting, herdenkings-plechtigheid of asverstrooiing en hiervoor de betalingsplichtige is. Tevens de persoon of rechtspersoon die de uitgifte van een graf, (kelder-)urnengraf, urnennis of gedenkteken verzoekt en hiervoor de betalingsplichtige is;

  • v.

    wet: Wet op de Lijkbezorging en de daaruit voortvloeiende regelgeving;

  • w.

    grafrecht: het uitsluitend recht op een particulier graf, urnennis, urnenplaats of urnengraf

  • x.

    gebruiksrecht: het recht op het gebruik van een ruimte in een algemeen graf;

  • y.

    plaatsingsrecht: het recht tot het doen aanbrengen van een naamplaatje op een algemene herdenkingszuil bij een asverstrooiingsveld;

  • z.

    grafakte: de beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht waarin overeenkomstig de bepalingen van de ‘Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen Zuidplas 2021’ door of namens het college een grafrecht wordt verleend;

  • aa.

    lijkbezorging: het lichaam van een overledene of doodgeborene laten begraven of cremeren of op een andere bij of krachtens de wet voorziene wijze;

  • bb.

    schudden of samenvoegen: het op verzoek van de rechthebbende een graf extra diep uitgraven, waarbij de overblijfselen van meerdere lagen worden samengevoegd op of onder de onderste laag.

Artikel 2. Uitbreiding begrippen particulier en algemeen graf

  • 1. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang onder 'particulier graf' mede verstaan: kindergraf, babygraf, keldergraf, urnengraf en urnenplaats.

Artikel 3. Beheer

  • 1. Het beheer van de begraafplaatsen berust bij het college.

  • 2. Het beheer omvat:

    • a.

      dagelijkse leiding van de gemeentelijke begraafplaatsen;

    • b.

      de bijbehorende administratie van de begraafplaatsen;

    • c.

      het onderhouden van de begraafplaatsen;

  • 3. Het college wijst één of meer verantwoordelijken aan voor het dagelijkse beheer en de administratie.

HOOFDSTUK 2. OPENSTELLING, ORDE EN RUST OP DE BEGRAAFPLAATS

Artikel 4. Openstelling begraafplaatsen

  • 1. De begraafplaatsen zijn dagelijks toegankelijk gedurende door het college bij nadere regels vast te stellen tijden. Het college maakt deze tijden openbaar bekend.

  • 2. Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaatsen kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten.

  • 3. Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen niet voor het publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van begrafenissen, de bezorging van as of algemene herdenkingsbijeenkomsten.

Artikel 5. Ordemaatregelen

  • 1. Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

  • 2. De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid bedoelde aanwijzing houden van de begraafplaats verwijderen of laten verwijderen.

  • 3. Het is verboden om met motorrijtuigen op de begraafplaats(en) te rijden, behalve met toestemming van de beheerder. Motorvoertuigen waarvoor toestemming is verleend mogen niet harder dan 5 km per uur.

  • 4. Het is niet toegestaan om op de begraafplaats te fietsen en te skeeleren, tenzij anders bepaald.

  • 5. De beheerder is bevoegd om bezoekers met een beperking toestemming te verlenen voor het bezoeken van de begraafplaats met een fiets, rolstoel of ander aangepast voertuig.

  • 6. Alleen hulphonden zijn toegestaan op de begraafplaatsen.

  • 7. Asverstrooiing op de begraafplaats(en) is alleen mogelijk in overleg met, na toestemming van en in het bijzijn van de beheerder.

  • 8. Het verontreinigen van de begraafplaats en het plaatsen van gebruiksvoorwerpen buiten de grafafmetingen, zoals afval, vazen, potten, gieters, gereedschap en bankjes, is niet toegestaan.

  • 9. Lopen op graven is niet toegestaan in verband met respect voor de overledenen en nabestaanden, het voorkomen van schade aan de grafbedekking en andere voorwerpen op het graf, tenzij de bereikbaarheid voor uitvoering van werkzaamheden belemmerd wordt.

  • 10. Het is aan steenhouwers, hoveniers en daarmede gelijk te stellen personen verboden, anders dan met toestemming van de beheerder, werkzaamheden aan grafbedekkingen op de begraafplaats te verrichten.

  • 11. Het college kan via nadere regels aanvullende ordemaatregelen vaststellen.

Artikel 6. Plechtigheden

  • 1. Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en andere plechtigheden op de begraafplaats kunnen slechts plaatsvinden nadat deze ten minste zes werkdagen tevoren schriftelijk zijn gemeld aan de beheerder. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal plaatsvinden worden in overleg met de aanvrager door de beheerder vastgesteld.

  • 2. De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

Artikel 7. Opgravingen, samenvoegingen en ruimingen

  • 1. Bij het opgraven van overledenen, de samenvoeging van stoffelijke resten en de ruiming van graven zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze werkzaamheden zijn belast.

  • 2. Het college kan nadere regels vaststellen omtrent het opgraven, samenvoegen en ruimen van graven.

  • 3. De rechthebbende op een particulier graf kan bij de beheerder een aanvraag indienen om de menselijke resten te doen verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze te cremeren of elders opnieuw te doen begraven.

  • 4. Het schudden of samenvoegen van een graf kan alleen op verzoek van de rechthebbende en met toestemming van de beheerder.

HOOFDSTUK 3. VOORSCHRIFTEN VOOR LIJKBEZORGING

Artikel 8. Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf

  • 1. Degene die wil begraven, as wil bijzetten of as wil verstrooien, geeft daarvan uiterlijk drie werkdagen voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om de overledene binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.

  • 2. Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaatsen op aanwijzen en onder toezicht van de beheerder. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder kenbaar hebben gemaakt. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Zij dienen bij de werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen.

  • 3. De rechthebbende is verplicht bij een bijzetting in een particulier graf voor de tijdelijke verwijdering van gedenktekens ofwel het vrijmaken van het graf te zorgen. Dit is voor rekening van de rechthebbende en dient drie volle werkdagen voor de geplande bijzetting gereed te zijn.

Artikel 9. Lijkomhulsel en grafgiften

  • 1. Rechthebbenden of gebruikers leveren, gebruiken en accepteren uitsluitend lijkomhulsels, die voldoen aan de in of krachtens de wet dan wel op basis van publiekrechtelijke verordeningen, privaatrechtelijke reglementen of algemene voorwaarden gestelde regels ten aanzien van de doorlaatbaarheid van vloeistoffen en gassen, mechanische eigenschappen, vorm en biologische afbreekbaarheid. Genoemde regels zijn vastgesteld in het Besluit op de lijkbezorging en de Technische adviezen voor inrichting begraafplaatsen, graven en asverstrooiing. In geval van ernstige en gerechtvaardigde twijfel of de materialen aan deze eis voldoen, kan de beheerder een controle instellen. Blijken de gebruikte materialen niet aan de eis te voldoen dan kan begraving geweigerd worden.

  • 2. Rechthebbenden of gebruikers zijn verplicht bij het verzoek tot het verlof tot begraven en op het aanvraagformulier voor een begrafenis het gebruik van lijkhoezen aan de beheerder door te geven.

  • 3. Het is verboden om te begraven in een zinken of andere metalen of kunststof (binnen)kist.

  • 4. Het is niet toegestaan voorwerpen aan de grafruimte toe te voegen die de vertering van het lijk belemmeren of voorkomen en/of vervuilend zijn.

  • 5. De beheerder kan bij het ter begraving aanbieden van een kist of ander lijkomhulsel verzoeken om een schriftelijke verklaring omtrent de aanwezigheid van de in voorgaande leden bedoelde materialen en voorwerpen.

  • 6. De beheerder kan door middel van steekproeven controleren of aan de bepalingen in dit artikel is voldaan.

Artikel 10. Te overleggen stukken

  • 1. Tot begraving wordt niet eerder overgegaan dan nadat het verlof tot begraven en het registratiedocument behorende bij het lijkomhulsel zijn overgelegd aan de beheerder. Het registratiedocument bevat een registratienummer dat overeenkomt met het nummer op het lijkomhulsel en zichtbaar is aangebracht, de naam van de overledene, overlijdens- en geboortedata van de overledene dan wel het geslacht van de doodgeborene, vergezeld van een overlijdensverklaring van een arts.

  • 2. Indien de begraving of de bezorging van as in een bestaand particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overlegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.

  • 3. Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn, met minimaal 5 jaar, zodanig dat de dan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende.

  • 4. Indien de burgemeester verlof heeft verleend om een overledene binnen 36 uur na het overlijden te begraven dient het bedoelde verlof van de burgemeester worden overlegd.

  • 5. De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn.

Artikel 11. Tijden van begraven en asbezorging

De tijden van begraving en bijzetting worden door het college bij nadere regels vastgesteld.

Artikel 12. Gemeentelijke voorzieningen

  • 1. Het gebruik van gemeentelijke voorzieningen, voor zover aanwezig of beschikbaar, dient schriftelijk te worden aangevraagd bij de beheerder, uiterlijk om 8.00 uur van de werkdag voorafgaande aan die waarop de begraving of bijzetting zal plaatsvinden.

  • 2. Het college kan bij nader vast te stellen regels voorwaarden verbinden aan het gebruik van gebouwen die bij de gemeente in beheer zijn.

HOOFDSTUK 4. INDELING EN UITGIFTE VAN DE GRAVEN

Artikel 13. Indeling graven en asbezorging

Op de begraafplaatsen kunnen worden uitgegeven:

  • a.

    particuliere graven;

  • b.

    particuliere kindergraven;

  • c.

    particuliere babygraven

  • d.

    particuliere (kelder-)urnengraven;

  • e.

    particuliere urnenplaatsen;

  • f.

    particuliere urnennissen;

  • g.

    algemene graven.

Artikel 14. Aantal overledenen in graven en asbussen in asvoorzieningen

  • 1. Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel overledenen en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in de particuliere graven en hoeveel bijzettingen van asbussen er in en op de particuliere urnengraven kunnen plaatshebben. Het college bepaalt tevens de afmetingen van de particuliere graven.

  • 2. Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel overledenen kunnen worden bijgezet in algemene graven. Asbus bijzettingen zijn niet toegestaan in algemene graven. Het college bepaalt tevens de afmetingen van de algemene graven.

  • 3. Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel asbussen met of zonder urn in urnennissen worden bijgezet.

Artikel 15. Volgorde van uitgifte

  • 1. Graven worden slechts voor directe begraving en in volgorde van ligging uitgegeven, tenzij door de beheerder anders is bepaald.

  • 2. De beheerder kan een particulier graf toewijzen anders dan voor directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens de situatie op de begraafplaats niet bezwaarlijk is.

  • 3. Het college bepaalt via nadere regels onder welke voorwaarden reserveringen mogelijk zijn.

Artikel 16. Categorieën

Het college kan bij nader vast te stellen regels de particuliere graven onderverdelen in categorieën. Het college bepaalt voor de verschillende categorieën de situering en gebruiksvoorwaarden.

Artikel 17. Termijnen particuliere graven en algemene graven

  • 1. Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, grafrechten. Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels de termijnen. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf wordt uitgegeven.

  • 2. Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met via nadere regels vast te stellen termijnen, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.

  • 3. Als het grafrecht niet voor het einde van de termijn van de afloop van het recht is voldaan vervalt het grafrecht na het einde van die termijn terug aan de gemeente.

  • 4. Het gebruik van algemene graven wordt verleend voor een bij nadere regels vast te stellen termijn. Deze termijn kan niet worden verlengd.

  • 5. Indien een rechthebbende afstand heeft gedaan van zijn asbus en deze niet wenst op te halen, wordt de as ambtshalve verstrooid, op een door de beheerder te bepalen tijdstip en plaats, zonder kennisgeving aan en buiten aanwezigheid van nabestaanden.

  • 6. Dubbelgraven (twee enkele graven naast elkaar) worden uitgegeven voor een gelijke termijn vanaf eenzelfde datum en kunnen alleen gelijktijdig verlengd worden voor eenzelfde termijn. Bij een bijzetting waarbij de resterende termijn minder is dan de vereiste wettelijke grafrust van 10 jaar dienen de beide rechten gelijktijdig verlengd te worden met een gelijke termijn van minimaal 5 jaar.

Artikel 18. Keldergraven

  • 1. Het college kan bij nader vast te stellen regels voorwaarden stellen aan het oprichten van nieuwe keldergraven.

  • 2. Het college kan bij nader vast te stellen regels voorwaarden stellen aan het gebruik van bestaande keldergraven.

  • 3. Het college kan bij nader vast te stellen regels voor reeds bestaande keldergraven de vergunningsvoorwaarden wijzigen of intrekken.

  • 4. Aan het oprichten van keldergraven zijn plaatsingskosten verbonden

Artikel 19. Overschrijving van verleende grafrechten

  • 1. Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven op naam van een ander natuurlijk persoon of rechtspersoon. Het college kan via nadere regels voorwaarden verbinden aan wie het grafrecht kan worden overgeschreven.

  • 2. Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het particuliere graf worden overgeschreven op naam van een natuurlijk persoon of rechtspersoon, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan binnen zes maanden na het overlijden van de rechthebbende. Indien de overleden rechthebbende in het graf dient te worden begraven, of indien de asbus met zijn resten in het graf dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand te worden gedaan. Het college kan via nadere regels voorwaarden verbinden aan wie het grafrecht kan worden overgeschreven.

  • 3. Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn kan het college het particuliere graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat inmiddels is geruimd.

  • 4. De rechthebbende en/of belanghebbende is verplicht om zijn/haar adresgegevens aan de beheerder van de begraafplaats op te geven, alsmede de wijziging van hun adres.

Artikel 20. Vervallen grafrechten

  • 1. Het grafrecht vervalt:

    • a.

      door het verlopen van de termijn waarvoor het recht is verleend;

    • b.

      indien de rechthebbende afstand doet van het recht;

  • 2. Het college kan de grafrechten vervallen verklaren:

    • a.

      indien de betaling van het grafrecht ̶ ondanks een aanmaning ̶ niet binnen drie maanden na aanvang van die termijn is geschied;

    • b.

      indien de rechthebbende ̶̶ ̶ ondanks een aanmaning ̶ in verzuim blijft een op grond van deze verordening op hem rustende verplichting na te komen of daarmee in strijd handelt;

    • c.

      indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving van het recht niet wordt gedaan binnen de in artikel 19, lid 2 genoemde termijn van zes maanden na het overlijden van de rechthebbende;

  • 3. Onder in verval zijnde graven wordt verstaan:

    • a.

      breuk van het monument;

    • b.

      het onleesbaar afgesleten zijn van teksten;

    • c.

      beplanting buiten de toegestane afmetingen (groeiend boven de toegestane hoogte en buiten de grafafmeting);

    • d.

      omgevallen monumenten, dan wel monumenten die (deels) beschadigd zijn geraakt;

    • e.

      graven die een risico vormen voor de veiligheid van medewerkers en bezoekers van de begraafplaats (ondeugdelijke constructies volgens huidige richtlijnen).

  • 4. In de gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b, c en d en in het tweede lid vindt geen terugbetaling plaats van (een deel van) de betaalde rechten.

Artikel 21. Afstand doen van graven

Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het particuliere graf, ongebruikte graven inbegrepen. Van de ontvangst van zodanige verklaring doet het college schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.

HOOFDSTUK 5. GRAFBEDEKKINGEN

Artikel 22. Vergunning grafbedekking

  • 1. Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke vergunning nodig van het college.

  • 2. De rechthebbende van een particulier graf of de belanghebbende van een algemeen graf vraagt de vergunning voor het hebben van een grafbedekking aan.

  • 3. Het college kan nadere regels vaststellen omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen.

  • 4. Het college kan de vergunning weigeren indien:

    • a.

      Niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels, genoemd in het derde lid;

    • b.

      De grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;

    • c.

      De duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;

    • d.

      De constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.

  • 5. Het college kan bij nadere regels het plaatsingsrecht voor naamplaatjes op algemene herdenkingszuilen regelen.

Artikel 23. Aansprakelijkheid

  • 1. Zolang het graf niet geruimd mag worden, blijft de rechthebbende of de gebruiker aansprakelijk voor de in artikel 22 bedoelde grafbedekking en gedenkmonument, maar ook beplantingen en andere voorwerpen. Al hetgeen wat op het graf geplaatst is, wordt geacht voor rekening en risico van de rechthebbende van een particulier graf of de belanghebbende van een algemeen graf te zijn aangebracht.

  • 2. Het plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking geschiedt door en voor rekening en risico van de rechthebbende of belanghebbende van de grafbedekking.

  • 3. Schade en eventuele gevolgschade door derden is voor rekening en risico van de rechthebbende of belanghebbende van de grafbedekking en deze dient de daaraan toegebrachte schade, door welke omstandigheid ook, op eerste aanschrijven te herstellen.

  • 4. Indien binnen twaalf weken na de dag van aanschrijving geen herstel of vernieuwing heeft plaatsgevonden, is de beheerder bevoegd tot verwijdering en afvoer van de gedenktekens of beplantingen en andere voorwerpen over te gaan zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.

  • 5. Indien door een ondeugdelijke (geworden) constructie naar het oordeel van de beheerder een gevaarlijke situatie is ontstaan, kan de beheerder direct maatregelen treffen.

Artikel 24. Onderhoud door de beheerder van de begraafplaats

  • 1. Het college voorziet slechts in het algemeen onderhoud van de begraafplaats. Dit betreft het onderhouden van de wegen en paden, bomen, algemeen groen en algemene voorzieningen zoals de watertappunten. Daarnaast zorgt het college voor het rechtzetten van monumenten ten gevolge va verzakking en het aanvullen van graven na verzakking.

  • 2. De beheerder van de begraafplaats is gerechtigd om altijd, zonder toestemming van de eigenaar van de grafbedekking, overhangend groen van graven en beplanting die buiten en boven de toegestane maximale hoogte uitreikt, te snoeien of te verwijderen, zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op een vergoeding.

Artikel 25. Onderhoud door rechthebbende of gebruiker

  • 1. Het plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking gebeurt door, voor rekening van en voor risico van de rechthebbende of de belanghebbende van het graf.

  • 2. De rechthebbende of de belanghebbende is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen. Het college kan nadere regels vaststellen omtrent een nadere specificering en de wijze van onderhouden.

  • 3. Indien de rechthebbende of de belanghebbende nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan de beheerder de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende dertien weken ter beschikking van de rechthebbende of de belanghebbende en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.

  • 4. De verwijdering vindt niet plaats dan nadat het college de rechthebbende of de belanghebbende door middel van een verklaring schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de grafbedekking. Wanneer het adres van de rechthebbende of de belanghebbende niet bekend is maakt het college de verklaring bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.

  • 5. Het college kan de rechthebbende of de belanghebbende per aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen binnen de door het college gestelde termijn indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van de beheerder het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar op levert voor derden.

  • 6. Schade als gevolg van brand, vandalisme, vorst, storm, bliksem, wateroverlast en andere van buiten komende oorzaken, is voor rekening van de rechthebbende of gebruiker.

Artikel 26. Grafbeplanting

  • 1. Het college kan nadere regels vaststellen omtrent de aard, de afmetingen en de wijze van aanbrengen van grafbeplanting.

  • 2. Niet-blijvende beplanting op een graf die, naar oordeel van de beheerder, in een verwaarloosde staat verkeert kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op een vergoeding.

Artikel 27. Tijdelijke verwijdering grafbedekking

  • 1. Het afnemen en herplaatsen van een gedenkteken respectievelijk afdekplaat ten behoeve van de begraving van een overledene of de bijzetting van een asbus in het particulier graf geschiedt namens de rechthebbende en is voor rekening en risico van de rechthebbende.

  • 2. Een rechthebbende of belanghebbende van een grafbedekking is verplicht te gedogen dat de op een graf aanwezige gedenktekens, beplanting en voorwerpen door de gemeente tijdelijk geheel of gedeeltelijk worden verwijderd en herplaatst, indien dit voor een begraving of bijzetting in de nabijheid van het graf of om een andere reden nodig is.

  • 3. Een rechthebbende en eigenaar van een grafbedekking is verplicht te gedogen dat tijdelijk grond op een graf geplaatst wordt, indien dit voor een begraving of bijzetting in de nabijheid van het graf of om een andere reden nodig is.

  • 4. De gemeente zal er alles aan doen om de beplanting die teruggeplaatst moet worden na een bijzetting, in een zo goed mogelijke staat te houden. Het kan echter voorkomen dat na terugplaatsing de beplanting niet meer aanslaat. Hiervoor neemt de gemeente geen verantwoordelijkheid.

Artikel 28. Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn

  • 1. De grafbedekking wordt na het verstrijken van de termijn van uitgifte in opdracht van de beheerder door de begraafplaatsmedewerkers van het graf verwijderd.

  • 2. Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking maakt het college ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd per brief aan de rechthebbende of wanneer het een algemeen graf betreft aan de belanghebbende bekend, gelijktijdig met de aanbieding van een verlenging, of wanneer het een algemeen graf betreft met het aanschrijven over de verlopen graftermijn. Wanneer het adres van de rechthebbende niet bekend is, maakt het college het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend.

  • 3. Indien de grafbedekking bij afloop van de grafrechtentermijn niet verwijderd is, vervalt deze aan de gemeente, zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is.

  • 4. Voorafgaande de verwijdering van de grafbedekking is melding en toestemming van de beheerder nodig over het tijdstip en wijze van verwijdering.

Artikel 29. Losse voorwerpen

  • 1. Het is niet toegestaan om losse voorwerpen te plaatsen op een grafbedekking.

  • 2. Zolang het graf niet geruimd mag worden, blijven de op de graven bevestigde voorwerpen ter beschikking van de eigenaar van de grafbedekking.

  • 3. Na afloop van het grafrecht of het gebruik, vervalt het recht op deze voorwerpen aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.

HOOFDSTUK 6. RUIMING VAN GRAVEN EN URNENFACILITEITEN.

Artikel 30. Ruiming, bezorging van overblijfselen en as

  • 1. Het voornemen van het college om een graf te laten ruimen wordt ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het grafrecht of het gebruiksrecht verloopt per brief aan de rechthebbende of wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend gemaakt. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is, maakt het college het voornemen tot ruiming van het graf gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend.

  • 2. De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met menselijke resten worden geconfronteerd.

  • 3. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten worden overgebracht naar een verzamelgraf of worden verdiept begraven en de aanwezige as wordt verstrooid op een van de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaats.

  • 4. De rechthebbende van een particulier graf of de belanghebbende van een algemeen graf kan gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de beheerder een schriftelijke aanvraag indienen om bij ruiming de menselijke resten, indien mogelijk, bijeen te brengen voor crematie of voor herbegraving elders.

  • 5. Het college kan nadere regels vaststellen over het ruimen, schudden, bezorgen van overblijfselen en as en het plaatsingsrecht voor gedenkplaatjes.

HOOFDSTUK 7. IN STAND HOUDEN HISTORISCHE GRAVEN EN BIJZONDERE GRAFBEDEKKING

Artikel 31. Lijst historische graven

  • 1. Het college houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.

  • 2. Van de in het eerste lid bedoelde lijst wordt aantekening gemaakt in het grafregister.

  • 3. Voordat tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de in lid 1 genoemde lijst te worden bijgeschreven.

  • 4. Het college beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan.

HOOFDSTUK 8. INRICHTING REGISTER

Artikel 32. Voorschriften

  • 1. De administratie bevat een openbaar register van diegenen die zijn begraven of waarvan de as is bezorgd. In dit register worden de naam, de geboortedatum en de datum van overlijden opgenomen. Daarbij is vermeld de grafaanduiding en de dag van de begraving of bijzetting.

  • 2. De administratie bevat gegevens van alle rechthebbenden en belanghebbenden van de graven en urnenplaatsen, met hun namen en adressen en geboortedatum. Dit register is niet openbaar doch de gegevens van rechthebbenden en belanghebbenden kunnen worden verstrekt aan derden, indien hun belangen dit rechtvaardigen.

  • 3. De rechthebbenden van particuliere graven, urnennissen of urnengraven, belanghebbenden van algemene graven en eigenaren van grafbedekkingen voor zover niet de rechthebbende of gebruiker van het graf, zijn verplicht de wijziging van hun NAW-gegevens binnen een maand aan de administratie van de begraafplaats door te geven.

  • 4. Het grafregister wordt bijgehouden door de beheerder van de begraafplaats.

  • 5. Een plattegrond van de begraafplaatsen, waarop de graven genummerd zijn aangeduid, wordt bijgehouden door de beheerder van de begraafplaats.

HOOFDSTUK 9. SLOTBEPALINGEN

Artikel 33. Beslissingsbevoegdheid

In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.

Artikel 34. Intrekking oude regeling

  • 1. De ‘Verordening op het beheer en gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Zuidplas 2012, vastgesteld op 29 november 2011, wordt ingetrokken.

Artikel 35. Overgangsbepaling

  • 1. Besluiten van het college van de gemeente Zuidplas van voor 1 januari 2021 die genomen zijn krachtens de destijds geldende verordeningen op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

  • 2. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, is daarop deze verordening van toepassing.

Artikel 36. Strafbepaling

Overtreding van enige bepaling van deze verordening of van een krachtens enige bepaling van deze verordening gegeven voorschrift wordt, voor zover niet reeds bij of krachtens de wet strafbaar gesteld, gestraft met een geldboete van de eerste categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

Artikel 37. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 29 juni 2021.

Artikel 38. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen Zuidplas 2021.

Ondertekening

Aldus besloten door de raad van de gemeente Zuidplas in de openbare raadsvergadering van 29 juni 2021.

de griffier

de voorzitter

Toelichting Beheersverordening begraafplaatsen Zuidplas

WIJZIGINGEN IN WET- EN REGELGEVING

Wet op de lijkbezorging

De Wet op de lijkbezorging is op 12 juni 2009 gewijzigd. De wijziging werd van kracht op 1 januari 2010. Deze wijziging heeft gevolgen voor de model-beheersverordening begraafplaatsen, zoals deze was opgesteld door de VNG in 2003.

De wijzigingen die aanpassing van het model noodzakelijk maken betreffen de volgende wetsartikelen:

N.B. Een uitgebreidere toelichting op de gewijzigde artikelen staat in hoofdstuk ‘2 ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING’.

Artikel 1. ‘Begripsbepalingen’

Lid b. en g. In de vorige verordening werd ook de mogelijkheid geboden as te doen verstrooien in of op de particuliere graven en urnengraven. Dat is nu niet meer het geval.

Lid c. Algemeen graf: hierin stond voorheen dat verlenging niet mogelijk was. Deze toevoeging is verwijderd in de nieuwe verordening.

Lid h. Urnentuin: dit is veranderd in urnenplaats.

Lid i. Urnennis: de beschrijving hiervan is vereenvoudigd. Verwijderd is de toevoeging dat de nis in beheer is bij de houder van de begraafplaats. Ook is de toevoeging van urnenzuil verwijderd.

Lid l. Verstrooiingsplaats: hier is toegevoegd dat deze in beheer is bij de gemeente.

Lid q. Rechthebbende: verwijderd is de toevoeging: “dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden.”

Het begrip ‘Particuliere gedenkplaats’ is verwijderd.

Toegevoegd

Toegevoegd zijn de volgende begrippen:

  • Babygraf. Hierin worden overledenen vanaf zwangerschap tot 1 jaar na geboorte begraven.

  • Monument: Dit is een grafsteen, liggende of staande zerk, sierurn, sluitplaat, of ander gedenkteken ter nagedachtenis van een overledene.

  • Eigenaar: deze heeft (met toestemming van de rechthebbende) de grafbedekking op een graf in eigendom.

  • Belanghebbende: dit werd in de vorige verordening onder het begrip ‘gebruikers’ beschreven. Een belanghebbende valt nog steeds in de categorie ‘gebruikers’ maar in dit artikel is deze groep apart omschreven.

  • Aanvrager: degene die opdracht geeft voor een begrafenis, bijzetting, herdenkings-plechtigheid of asverstrooiing, en tevens degene die een graf, nis of gedenkteken aanvraagt en hiervoor betalingsplichtige is.

  • Verder zijn de volgende begrippen toegevoegd: Wet, grafrecht, gebruiksrecht, plaatsingsrecht, grafakte, lijkbezorging, schudden of samenvoegen.

Deze begrippen zijn tevens toegevoegd in de artikelen waar deze van toepassing zijn.

Artikel 3. ‘Beheer’

Dit artikel is toegevoegd. Het begrip ‘Beheer’ werd in de vorige verordening niet nader omschreven.

Artikel 5. ‘Ordemaatregelen’

Dat men niet mag skeeleren op de begraafplaats is toegevoegd in dit artikel. Voorheen mochten fietsen en bromfietsen niet meegevoerd worden. Dit is nu gewijzigd in dat fietsen niet bereden mogen worden, tenzij de beheerder een bezoeker met een beperking hiervoor (of een ander voortuig) toestemming verleent. In dit kader is ook het toestaan van hulphonden toegevoegd. Verder staat er nu in deze nieuwe verordening dat het niet toegestaan is om op graven te lopen, de begraafplaats te verontreinigen en allerlei attributen buiten de grafafmetingen te plaatsen. Ook is het steenhouwers en hoveniers verboden om werkzaamheden aan grafbedekkingen te verrichten zonder toestemming van de beheerder.

Artikel 6. ‘Plechtigheden’

Verwijderd is de toevoeging: ‘Begravingen gaan voor alle andere werkzaamheden en plechtigheden.’

Artikel 7. ‘Opgravingen, samenvoegingen en ruimingen’

Dit artikel is uitgebreid met de toevoeging dat het college nadere regels kan vaststellen en dat rechthebbenden bij de beheerder een aanvraag kunnen indienen om menselijke resten te doen verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te plaatsen dan wel cremeren of elders te doen begraven. Het schudden of samenvoegen van een graf kan alleen op verzoek van de rechthebbende en met toestemming van de beheerder.

Artikel 9. ‘Lijkomhulsel en grafgiften’

In dit nieuwe artikel worden de eisen aan lijkomhulsel en grafgiften gesteld.

Artikel 10. ‘Te overleggen stukken’

De verlenging van een uitgiftetermijn van een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrust afloopt is verkort naar 5 jaar. In de vorige verordening was dit 10 jaar.

Toegevoegd is dat bij een begraving binnen 36 uur na overlijden het verlof van de burgemeester moet worden overlegd.

Artikel 11. ‘Tijden van begraven en asbezorgen

Deze tijden zijn niet langer vastgelegd in de verordening, maar zijn nu vastgelegd in de nadere regels.

Artikel 12 ‘Gemeentelijke voorzieningen’

In dit nieuwe artikel wordt het gebruik van gemeentelijke voorzieningen bepaald.

Artikel 14 ‘Aantal overledenen in graven en asbussen in asvoorzieningen ’

In de vorige verordening behandelde dit artikel alleen de algemene graven. Het artikel is nu uitgebreid met regels voor alle type graven.

Artikel 16 ‘Categorieën’

In dit nieuwe artikel wordt vastgelegd dat het college bij nader vast te stellen regels de particuliere graven kan onderverdelen in categorieën.

Artikel 17 ‘Termijnen particuliere graven en algemene graven’

De bepalingen worden nu meer gedetailleerd beschreven.

Artikel 18 ‘Keldergraven’

In dit nieuwe artikel zijn de bepalingen ten aanzien van keldergraven vastgelegd. Er wordt hier verwezen naar de nadere regels.

Artikel 19 ‘Overschrijven van verleende rechten’

Toegevoegd is de bepaling dat de rechthebbende of belanghebbende verplicht is diens actuele adresgegevens door te geven aan de beheerder van de begraafplaats.

Artikel 20 ‘Vervallen grafrechten’

In dit nieuwe artikel is vastgelegd wanneer grafrechten vervallen.

Artikel 23 ‘Aansprakelijkheid’

In dit nieuwe artikel wordt de aansprakelijkheid ten aanzien van grafbedekking, gedenkmonument, beplanting en andere voorwerpen bepaald.

Artikel 25 ‘Onderhoud door rechthebbende of gebruiker’

Toegevoegd is dat schade als gevolg van brand, vandalisme, vorst, storm, bliksem, wateroverlast en andere van buiten komende oorzaken, voor rekening van de rechthebbende of gebruiker is.

Artikel 26 ‘Grafbeplanting’

In dit nieuwe artikel wordt gesteld dat het college nadere regels kan vaststellen ten aanzien van de grafbeplanting. De beheerder mag naar eigen oordeel niet-blijvende beplanting verwijderen zonder dat daar een vergoeding voor verschuldigd is.

Artikel 27 ‘Tijdelijke verwijdering grafbedekking’

Het verwijderen van een gedenkteken of afdekplaats is soms nodig bij een begraving of bijzetting. In wiens naam dit gebeurt, wie dit betaalt, wie het risico op zich neemt en hoe de gemeente en rechthebbenden van nabijgelegen graven dienen om te gaan met de eventuele invloed die een dergelijke actie heeft op nabijgelegen graven ligt vast in dit artikel.

Artikel 28 ‘Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn’

Toegevoegd in dit artikel is dat voorafgaand aan de verwijdering van de grafbedekking melding en toestemming van de beheerder nodig is over het tijdstip en wijze van verwijdering.

Artikel 29 ‘Losse voorwerpen’

In dit nieuwe artikel zijn de regels ten aanzien van losse voorwerpen vastgelegd.

Artikel 30 ‘Ruiming, bezorging van overblijfselen en as’

Lid 1. Ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het grafrecht of het gebruiksrecht verloopt, ontvangen belanghebbende van een algemeen graf ontvangen voortaan, net als rechthebbenden van een particulier graf, een brief.

Lid 3. De plaats waar bij ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten naartoe worden overgebracht is specifieker beschreven, namelijk naar een verzamelgraf of verdiept begraven.

Lid 5. Ten aanzien van het ruimen, schudden, bezorgen van overblijfselen en as en het plaatsingsrecht voor gedenkplaatjes wordt nu verwezen naar de nadere regels.

Artikel 31 ‘Lijst historische graven’

Toegevoegd is dat van de lijst van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft, aantekening gemaakt wordt in het grafregister.

Artikel 32 ‘Voorschriften’

In de vorige verordening stond dat het college voorschriften vaststelt voor het register van de begraven lijken. De vastgestelde voorschriften zijn in de nieuwe verordening beschreven.

Artikel 33 ‘Beslissingsbevoegdheid’

Toegevoegd is dat het college beslist in gevallen waarin de verordening niet voorziet.

Artikel 36 ‘Strafbepaling’

Toegevoegd is dat er naast een geldboete van de eerste categorie ook gestraft kan worden met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. Dit was al het geval omdat een dergelijk besluit op dezelfde wijze bekendgemaakt wordt als alle overige besluiten van het gemeentebestuur die algemeen verbindende voorschriften inhouden (zie artikel 139 van de Gemeentewet). Nu is het ook opgenomen in de verordening.

2 ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 1.

In dit artikel worden de gebruikte begrippen gedefinieerd.

b. Een particulier graf werd in oude verordeningen aangeduid als ‘eigen’ graf of familiegraf. Ook in het algemeen spraakgebruik wordt de term ‘eigen graf’ nog altijd gebezigd. In overeenstemming met de Wet op de lijkbezorging wordt de aanduiding particulier graf aangehouden.

c. Volgens artikel 23, tweede lid van de Wet op de lijkbezorging is het aan de houder van de begraafplaats te bepalen wie in een algemeen graf wordt begraven.

d. Keldergraven worden in de praktijk steeds vaker gebruikt. Deze constructies kunnen ook bovengronds worden geplaatst, als onderdeel van een muur of wand.

Wanneer een of meerdere lijken worden begraven of asbussen worden bijgezet in een grafkelder, spreekt men van een keldergraf, in tegenstelling tot een zandgraf.

q. en r. De termen rechthebbende, eigenaar, gebruiker, belanghebbende en aanvrager zijn nader gedefinieerd.

Artikel 2.

Voor een particulier graf, particulier urnengraf en particuliere gedenkplaats gelden vrijwel dezelfde rechten en plichten.

Artikel 3

Dit artikel beschrijft dat de eindverantwoordelijkheid op het beheer van de begraafplaatsen bij het college ligt. Het beschrijft wat deze verantwoordelijkheden inhouden en dat het college een of meer personen aanwijst die in praktische zin verantwoordelijk zijn voor het dagelijkse beheer en de administratie.

Artikel 4.

Dit artikel maakt het de beheerder tevens mogelijk de begraafplaats geheel of gedeeltelijk te sluiten wanneer dit voor het ruimen van graven of groot onderhoud noodzakelijk is.

Artikel 5.

Het model bevat gedragsvoorschriften voor hen die van de begraafplaats gebruik maken, in het belang van orde, rust en netheid. Tegen overtreding van de voorschriften is straf bedreigd. De politie kan als gevolg van de strafbedreiging tegen ordeverstoringen optreden en zo nodig proces verbaal opmaken.

De bepaling dat personen die werkzaamheden aan grafbedekkingen op de begraafplaats hebben te verrichten daarvoor toestemming van de beheerder dienen te vragen is gesteld in het kader van de openbare orde: Steenhouwers en hoveniers moeten zich er steeds van bewust zijn dat hun werkzaamheden storend kunnen zijn voor rouwenden en tijdens uitvaartplechtigheden.

Artikel 6.

Met dit artikel wordt beoogd plechtigheden ordelijk te doen verlopen. Door te eisen dat de mededeling zes werkdagen vooraf moet plaatshebben, kan worden voorkomen dat de plechtigheid samenvalt met een begrafenis. Een begrafenis dient volgens de wet uiterlijk op de zesde werkdag na het overlijden te geschieden.

Bijeenkomsten die het karakter van een plechtigheid te buiten gaan, kunnen het karakter hebben van een openbare manifestatie. Hiervan moet vooraf kennisgeving worden gedaan aan de burgemeester volgens de Wet openbare manifestaties van 1988 en mogelijk van toepassing zijnde APV-bepalingen, zoals artikel 2.1 van de model-APV.

Artikel 7.

Uitdrukkelijk is gesteld dat bij opgraving van een lichaam of bij ruiming van een of meer graven alleen de personen aanwezig mogen zijn die met de werkzaamheden zijn belast. Voorts is vastgelegd dat er ten aanzien van opgravingen, samenvoegingen en ruimingen nadere regels gesteld kunnen worden. Wanneer rechthebbenden menselijke resten willen laten verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te plaatsen of om deze te laten cremeren of elders te laten begraven, dan kunnen zij hiervoor een aanvraag indienen bij de beheerder. Het schudden van een graf is het dieper doen begraven van menselijke resten. Dit kan alleen geschieden op verzoek van de rechthebbende, met toestemming van de beheerder.

Artikel 8.

Een schriftelijke kennisgeving is nodig omdat duidelijk vast moet liggen wat voor graf er wordt gevraagd.

De as kan volgens artikel 62 van de Wet op de lijkbezorging worden bijgezet in of op een graf dan wel op een afzonderlijke plaats, meestal een urnennis.

Indien de nabestaanden alle of bepaalde werkzaamheden zelf willen verrichten zijn, ook om redenen van veiligheid, toch de aanwijzingen en de hulp van het personeel van de begraafplaats nodig. Het gaat dan vooral om het openen en sluiten van het graf. De werkzaamheden kunnen eventueel door de nabestaanden en het personeel van de begraafplaats samen worden verricht. Zo kunnen de nabestaanden bijvoorbeeld een begin maken. Vervolgens kan het personeel de handelingen verrichten waar ervaring voor nodig is of die van de nabestaanden te zware lichamelijke inspanning vragen. Werkzaamheden als het aanbrengen van de grafranden ter stutting van de grond om het geopende graf en het verwijderen van die randen voor het sluiten van het graf zullen door het personeel moeten worden verricht.

Lid 3 van artikel 8: in geval van een bijzetting in een eigen graf zorgt meestal de uitvaartondernemer voor het tijdelijk verwijderen van de grafbedekking ofwel de gedenksteen. Als lokale keuze moet worden vastgelegd dat er meer kosten bij nabestaanden in rekening worden gebracht wanneer het tijdig weghalen niet tijdig voltooid is, namelijk 3 volle werkdagen voor de begrafenis. Een voorbeeld: maandag wordt een reservering gemaakt voor de begrafenis op zaterdag, dat betekent dat er t/m dinsdag tijd is voor vrijmaken van het graf te zorgen.

Artikel 9

In dit nieuwe artikel worden de eisen aan lijkomhulsel en grafgiften gesteld. Om ervoor te zorgen dat het doel van begraven niet belemmerd wordt, dienen biologisch afbreekbare materialen gebruikt te worden. De kist of het omhulsel moet zijn vervaardigd met toepassing van biologisch afbreekbare materialen die het doel van begraving niet belemmeren (Besluit op de lijkbezorging, artikel 4, eerste lid). Daarmee wordt bedoeld dat de kist of het omhulsel zodanig moet zijn dat een optimaal verteringsproces gewaarborgd is, zodat het graf na afloop van de minimale grafrusttermijn (tien jaar) op een correcte wijze kan worden geruimd. Ook voorwerpen die de vertering van het lijk belemmeren danwel vervuilend zijn, zijn in het graf verboden.

Wanneer rechthebbenden of gebruikers een lijkhoes willen gebruiken dan dienen zij dit kenbaar te maken wanneer ze het verlof tot begraven aanvragen. Ook dienen ze dit in te vullen op het aanvraagformulier voor een begrafenis. De beheerder kan een schriftelijke verklaring vragen ten aan zien van de aanwezigheid van verboden materialen. Ook kan hij steekproeven houden om te controleren of er wordt voldaan aan de bepalingen. Wanneer de beheerder vermoedt dat er niet aan de eisen voldaan wordt, kan hij de begraving weigeren.

Artikel 10.

De Wet op de lijkbezorging schrijft voor dat de behandelende arts of de gemeentelijke lijkschouwer een verklaring van overlijden afgeeft aan de ambtenaar van de burgerlijke stand. Vervolgens geeft deze schriftelijk verlof tot begraven of cremeren (artikel 11). Dit verlof dient te worden overlegd aan de beheerder. Door de medewerking aan de begrafenis te weigeren wanneer dit verlof niet in zijn bezit is voldoet de beheerder aan de wettelijke vereisten.

De bezorging van as omvat zowel het bijzetten als de verstrooiing.

Er mag van worden uitgegaan dat het stoffelijk overschot van de rechthebbende zelf in het particuliere graf mag worden bijgezet (lid 2). Het verzoek tot overschrijving van het recht dient in dit geval wel vóór de bijzetting te worden gedaan volgens artikel 17, tweede lid.

De wettelijke minimum grafrusttermijn (lid 3) is de termijn dat een lijk volgens de wet ten minste begraven moet blijven voordat het mag worden geruimd. Het is voorgekomen dat in particuliere graven begravingen of bijzettingen betrekkelijk kort voor het aflopen van de uitgiftetermijn plaatsvonden. Daarom is vastgelegd dat in dergelijke gevallen begraving of bijzetting alleen kan plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn. De verlenging omvat minimaal 5 jaar tegen het geldende tarief.

In sommige religies wordt verlangd dat een begrafenis plaatsvindt binnen 36 uur na overlijden. Ook in geval van lijkvinding kan het nodig zijn binnen deze termijn te begraven. Echter, in de Wet op de lijkbezorging staat in artikel 16: ‘Begraving of crematie geschiedt niet eerder dan 36 uren na het overlijden en uiterlijk op de zesde werkdag na het overlijden.’ In artikel 17 van dezelfde wet staat dat de ‘burgemeester van de gemeente, na een arts te hebben gehoord, voor de begraving of crematie daarvan een andere termijn kan stellen. Begraving of crematie binnen 36 uur na het overlijden staat hij echter niet toe dan in overeenstemming met de officier van justitie. Van het besluit van de burgemeester staat binnen 24 uur beroep open op onze Commissaris in de provincie, die daarop onmiddellijk beslist. De Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.’

Wanneer de burgemeester verlof heeft verleend om een overledene binnen 36 uur na het overlijden te begraven, dan dient het door de burgemeester verleende verlof bij begraving te worden overlegd.

Artikel 11.

Artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging verplicht tot de mogelijkheid van begraven op iedere dag gedurende een bij gemeentelijke verordening te bepalen tijd, met uitzondering van zon- en feestdagen. Gemeenten zijn vrij te bepalen dat ook op zondag of een algemeen erkende feestdag wordt begraven. Daarnaast zijn er ook andere gevallen denkbaar waarin de nabestaanden er een belang bij hebben om op een zon- of feestdag een begrafenis of asbezorging te kunnen doen plaatshebben. In de praktijk is het mogelijk om de begraafplaats alleen in bijzondere gevallen hiervoor open te stellen.

Een bijzonder geval kan zich voordoen als de burgemeester toestemming heeft gegeven om een lijk binnen 36 uur te begraven. Sommige nabestaanden vragen om deze toestemming om godsdienstige redenen. Daarnaast kan spoed geboden zijn in geval van lijkvinding. In de nadere regels worden de precieze tijden genoemd alsmede de eisen die gesteld worden aan begraving en bezorging van as buiten de gestelde tijden.

Artikel 12

In dit nieuwe artikel wordt het gebruik van gemeentelijke voorzieningen bepaald. Deze voorzieningen omvatten: klokluiden (op een beperkt aantal begrafenissen mogelijk), zelf het graf dichten door nabestaanden, de kist met touwen laten dalen, het gebruik van gebouwen. Indien men hiervan gebruik wil maken, dan dient dit schriftelijk vooraf aangevraagd te worden bij de beheerder. Dit dient te geschieden uiterlijk vóór 8.00 uur van de werkdag voor de begrafenis of bijzetting. Middels nadere regels kan het college regels en voorwaarden verbinden aan het gebruik van de gebouwen die de gemeente beheert.

Artikel 13.

Naast de particuliere graven noemt dit artikel de verschillende andere soorten van voorzieningen op de begraafplaats. Gedenkplaatsen kunnen bijvoorbeeld worden uitgegeven voor vermisten of als de persoon in het buitenland is overleden en het stoffelijk overschot niet naar Nederland is vervoerd.

Artikel 14.

Het Besluit op de lijkbezorging van 4 december 1997 bevat in artikel 5 de bepaling dat er ten hoogste drie lijken boven elkaar mogen worden begraven.

Artikel 15.

Een graf zal alleen buiten de volgorde van ligging worden toegewezen als dit niet bezwaarlijk is voor de situatie op de begraafplaats. Hierbij kan worden gedacht aan het aanzien van de begraafplaats en de gesteldheid van de bodem.

Artikel 16.

In dit nieuwe artikel wordt vastgelegd dat het college bij nader vast te stellen regels de particuliere graven kan onderverdelen in categorieën. Het college bepaalt in dat geval voor de verschillende categorieën de situering en gebruiksvoorwaarden.

Artikel 17.

Soms verkeren rechthebbenden in de onjuiste veronderstelling dat de uitgiftetermijn pas begint te lopen op het moment van de eerste begraving of bijzetting. Daarom is de laatste zin in het eerste lid van artikel 17, betreffende de aanvang van de termijn, opgenomen.

De Wet op de lijkbezorging bepaalt in artikel 28 dat vanaf twee jaar voor het verstrijken van de lopende termijn verlenging van de termijn kan worden aangevraagd. Binnen een jaar na het begin van deze periode moet, volgens het tweede lid van genoemd wetsartikel, het college de rechthebbende op het graf mededelen dat de termijn gaat aflopen. Volgens het oude wetsartikel diende deze mededeling schriftelijk te geschieden ‘aan de rechthebbende wiens adres de houder van de begraafplaats bekend is of redelijkerwijs bekend kan zijn’. Het laatste deel van de zin (‘of redelijkerwijs bekend kan zijn’) is bij de wijziging van de wet geschrapt. In het kader van de vermindering van administratieve lasten komt de verantwoordelijkheid voor het geven van het juiste adres nu uitdrukkelijk bij de rechthebbende te liggen. Van de houder van de begraafplaats wordt dan niet méér verlangd dan dat hij het adres uit zijn eigen administratie gebruikt. Tevens ontslaat dit de beheerder van de plicht het GBA-netwerk te (doen) raadplegen. Wanneer niet binnen drie maanden om verlenging van het recht is verzocht, dient de mededeling bekend te worden gemaakt bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats tot aan het einde van de periode dat de rechthebbende om verlenging van de termijn van uitgifte kan vragen.

Indien er ten tijde van de opheffing van de begraafplaats nog rechten op particuliere graven bestaan, zal in overleg met de rechthebbenden moeten worden bezien welke beslissingen er ten aanzien van die graven zullen worden genomen.

Artikel 18.

In dit nieuwe artikel zijn de bepalingen ten aanzien van keldergraven vastgelegd. Er wordt verwezen naar de nadere regels ten aanzien van de regels en voorwaarden ten aanzien van het oprichten van keldergraven, het gebruik van keldergraven en de regels voor reeds bestaande keldergraven. Ook wordt er gesteld dat er plaatsingskosten zijn verbonden aan het oprichten van keldergraven.

Artikel 19.

Het recht op een particulier graf wordt verleend door een beschikking van het college. Hierin wordt aan de aanvrager het uitsluitend recht gegeven om lijken in een bepaald graf te doen begraven. In juridisch opzicht is een vergelijking mogelijk met de vergunning een standplaats in te nemen op de openbare weg. De koopman mag op een bepaalde plaats staan. Net als bij de standplaatsvergunning steunt het recht om lijken in een bepaald graf te begraven op een persoonlijke beschikking. De eigenaar kan zijn recht dus niet verkopen. Het recht kan op verzoek van de rechthebbende wel worden overgeschreven op een ander.

In het vorige model was bepaald dat het recht op een graf slechts kon worden overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner van de (overleden) rechthebbende dan wel op naam van een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad. Slechts wanneer er gewichtige redenen bestonden was overschrijving op naam van een ander mogelijk. Uit de praktijk bleek dat deze beperking niet of lastig te handhaven is en bovendien administratieve lasten veroorzaakt. Daarom is deze regel geschrapt. Wel wordt nu de mogelijkheid geboden het recht over te schrijven op naam van een rechtspersoon.

Het is gewenst dat er na overlijden van een rechthebbende een nieuwe rechthebbende wordt aangewezen die de verantwoordelijkheid voor de grafruimte en de daaraan verbonden kosten op zich neemt. De termijn, waarbinnen de aanvraag tot overschrijving kan worden gedaan, is gesteld op zes maanden na het overlijden van de rechthebbende. Er is geen reden een langere termijn aan te houden.

Het vierde lid van dit artikel geeft het college de mogelijkheid zo nodig van de genoemde termijn af te wijken.

In het geval dat de stoffelijke resten van de rechthebbende in het graf moeten worden bijgezet dient het verzoek tot overschrijving vóór de bijzetting te worden gedaan. Doorgaans worden, na een overlijden, door de nabestaanden meteen al de noodzakelijke regelingen getroffen. Logischerwijs is dan het aanwijzen van een nieuwe rechthebbende daar één van.

Wanneer nabestaanden ontbreken is er de mogelijkheid de rechten over te schrijven op naam van de notaris die de nalatenschap beheert, of op naam van de Stichting Grafzorg Nederland.

De rechthebbende of belanghebbende van een graf is verplicht om diens actuele adresgegevens door te geven aan de beheerder van de begraafplaats.

Artikel 20.

In dit nieuwe artikel is vastgelegd wanneer grafrechten vervallen. Dit is het geval wanneer de graftermijn verloopt of de rechthebbende zelf afstand doet van het grafrecht. Daarnaast kan het college ook grafrechten vervallen verklaren wanneer er (ondanks een aanmaning) niet op tijd betaald is voor het grafrecht, de rechthebbende zijn verplichtingen niet nakomt of in strijd met de verordening handelt (bijvoorbeeld als deze het graf niet goed onderhoud, zoals beschreven in artikel 23) en wanneer de rechthebbende is overleden en de aanvraag voor overschrijving van het grafrecht niet binnen zes maanden na diens overlijden plaatsvindt.

Ook wordt hier de definitie van ‘in verval zijnde graven’ beschreven.

Artikel 21.

Dit artikel is opgenomen om buiten twijfel te stellen dat de rechthebbende afstand van het graf kan doen.

Artikel 22.

Als elke regelgeving voor grafbedekkingen ontbreekt kan het aanzien van begraafplaatsen chaotisch worden. Ook en vooral dienen de veiligheidsaspecten te worden genoemd. Het andere uiterste, een strak keurslijf van bepalingen die elke persoonlijke of kunstzinnige uiting aan banden legt of onmogelijk maakt, moet worden voorkomen. Dit model geeft de burgers de nodige vrijheid; het beperkt zich tot het aangeven van minimumeisen voor de afmetingen, constructie en materiaalkeuze waaraan de grafbedekking moet voldoen. Deze eisen zijn uitgewerkt in de nadere regels van het college.

De vergunningseis geldt voor de grafbedekkingen op algemene en voor die op eigen graven, en omvat zowel het gedenkteken als de winterharde beplantingen.

Als er geen grafbedekking wordt aangebracht zal wel moeten worden aangeduid dat er iemand begraven ligt om te voorkomen dat bezoekers ongewild over het graf lopen. Uit een aanduiding bij het graf en uit de administratie zal voorts moeten blijken wie daar begraven is.

Artikel 23.

In dit nieuwe artikel wordt de aansprakelijkheid ten aanzien van grafbedekking, gedenkmonument, beplanting en andere voorwerpen bepaald. Zolang het graf niet geruimd mag worden, ligt dit bij de rechthebbende of de gebruiker. Dit houdt in dat de grafbedekking, gedenkmonument, beplanting en andere voorwerpen voor rekening en risico van de rechthebbende of belanghebbende is. Deze is ook aansprakelijk voor schade en eventuele gevolgschade door derden is. Op eerste aanschrijven dient deze de schade te herstellen. Wanneer dit niet op tijd gebeurt, dan mag de beheerder gedenktekens of beplanting en andere voorwerpen verwijderen en afvoeren zonder dat hij daarvoor dient te betalen. De beheerder mag meteen ingrijpen wanneer een gevaarlijke situatie ontstaat door een ondeugdelijke constructie.

Artikel 24.

In dit artikel is duidelijk omschreven welke onderdelen van het onderhoud door de gemeente worden verzorgd. Het onderhoud door de gemeente is een minimale zorg met de bedoeling dat de begraafplaats als geheel een verzorgd aanzien heeft.

Artikel 25.

In dit artikel worden de rechten en de plichten van de rechthebbende of, in het geval van algemene graven, van de gebruiker ten aanzien van de grafbedekking omschreven. Alleen in dit artikel is sprake van plichten voor (bepaalde) nabestaanden van overledenen die zijn bijgezet in een algemeen graf. Daarom wordt hier de in artikel 1 (‘Begripsbepalingen’) gedefinieerde term ‘gebruiker’ gebezigd in plaats van de ruimer op te vatten term ‘belanghebbende’, die voorkomt in verband met het begrip ‘algemeen graf’ in de Wet op de lijkbezorging (artikel 27a).

De eigendom en daarmee ook de risicoaansprakelijkheid van hetgeen op het graf is geplaatst ligt, volgens art. 32a van de Wet op lijkbezorging, bij de rechthebbende. Van natrekking is geen sprake zolang het graf niet geruimd mag worden.

Indien er sprake is van verwaarlozing van de grafbedekking kan de beheerder van de begraafplaats de rechthebbende of de gebruiker aanspreken en sommeren tot het verrichten van herstelwerkzaamheden aan de grafbedekking. De Wet op de lijkbezorging bepaalt in artikel 28, het vierde tot en met het zevende lid, dat het recht op het graf vervalt wanneer vijf jaar na constatering en bekendmaking van de verwaarlozing niet in het onderhoud is voorzien. Hierbij wordt rekening gehouden met de termijn van grafrust en de uitgiftetermijn van het graf.

Artikel 26.

In dit nieuwe artikel wordt gesteld dat het college nadere regels kan vaststellen ten aanzien van de grafbeplanting. De beheerder mag naar eigen oordeel niet-blijvende beplanting verwijderen zonder dat daar een vergoeding voor verschuldigd is.

Artikel 27.

Het verwijderen van gedenkteken of afdekplaat is soms nodig bij een begraving of bijzetting. In wiens naam dit gebeurt, wie dit betaalt, wie het risico op zich neemt en hoe de gemeente en rechthebbenden van nabijgelegen graven dienen om te gaan met de eventuele invloed die een dergelijke actie heeft op nabijgelegen graven ligt vast in dit artikel.

Voor rekening en risico van de rechthebbende is het afnemen en herplaatsen van een gedenkteken of afdekplaat vanwege een begraving of bijzetting. Dit gebeurt ook namens deze.

Wanneer er een begraving of bijzetting plaatsvindt, kan dit invloed hebben op naburige graven. In dat geval zijn de rechthebbenden of belanghebbenden van deze naburige graven verplicht toe te staan dat hun gedenktekens, beplanting en voorwerpen tijdelijk geheel of gedeeltelijk worden verwijderd en herplaatst en dat er tijdelijk grond op hun graf wordt geplaatst. De gemeente zal de beplanting na terugplaatsing in een zo goed mogelijke staat houden. Wanneer de beplanting na terugplaatsing niet meer aanslaat, dan neemt de gemeente hiervoor geen verantwoordelijkheid.

Artikel 28.

De rechthebbende dient volgens artikel 28, tweede lid van de Wet op de lijkbezorging ten minste een jaar voor het verstrijken van de termijn van het recht op de hoogte te worden gesteld van dit feit, en van de mogelijkheid verlenging van het recht te vragen. In veel gevallen kan dan gelijktijdig de mededeling worden gedaan dat, wanneer niet om verlenging wordt verzocht, het college opdracht zal geven de grafbedekking na het verstrijken van de termijn te verwijderen en het graf te ruimen.

Ook nabestaanden van overledenen die zijn begraven in een algemeen graf dienen, volgens artikel 27a van de Wet op de lijkbezorging, op hoogte te worden gesteld van het verstrijken van de termijn van uitgifte. Deze mededeling dient volgens de wet ‘ten minste zes maanden en ten hoogste twaalf maanden voor het verstrijken van de termijn van uitgifte’ aan de belanghebbende bij dat graf te worden gedaan. Hierbij kan dan gelijktijdig de mededeling worden gedaan dat de mogelijk aanwezige grafbedekking zal worden verwijderd en dat het graf zal worden geruimd.

De bordjes bij de graven met een mededeling dienen alleen aan de bezoekers van die graven op te vallen. Op enkele begraafplaatsen zijn goede ervaringen opgedaan met bordjes van 15 x 10 cm in een onopvallende kleur.

De grafbedekking kan ook worden verwijderd nadat het college het grafrecht vervallen heeft verklaard omdat er na het overlijden van de rechthebbende niet tijdig een nieuwe rechthebbende is aangewezen, of omdat het onderhoud van het graf is verwaarloosd (artikel 28, zesde lid van de Wet op de lijkbezorging). In dat geval geldt eveneens het vereiste van de voorafgaande mededeling per brief of door het plaatsen van een bordje bij het graf gedurende minstens een jaar.

Voor relevante wetgeving omtrent eigendom van roerende zaken zie artikel 8, Burgerlijk Wetboek Boek 5 en artikel 5:30 Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 29.

In dit nieuwe artikel zijn de regels ten aanzien van losse voorwerpen vastgelegd. Voorwerpen die op het graf liggen nadat het grafrecht is verstreken vervallen aan de gemeente zonder dat deze een vergoeding verplicht is.

Artikel 30.

Volgens artikel 31, tweede lid van de Wet op de lijkbezorging kan een eigen graf alleen geruimd worden met toestemming van de rechthebbende. Het recht op een graf kan echter vervallen na het verstrijken van de termijn, of omdat er na het overlijden van de rechthebbende niet tijdig een nieuwe rechthebbende is aangewezen (artikel 19, derde lid van dit model). Ook kan het recht vervallen na verwaarlozing van het onderhoud, volgens artikel 28, zesde lid van de Wet op de lijkbezorging.

De mededeling dat het college voornemens is om de graven te ruimen wordt gedaan zowel aan de rechthebbenden op eigen graven als aan de nabestaanden van overledenen die zijn begraven in een algemeen graf.

Eenieder kan van zijn zienswijze doen blijken, bijvoorbeeld omdat het graf van historische betekenis is (zie artikel 31).

Het vierde lid van artikel 30 opent de mogelijkheid ook bij ruiming van algemene graven de stoffelijke overblijfselen dan wel de as een andere bestemming te geven dan die welke genoemd is in het derde lid.

Met betrekking tot het ruimen is in het model gekozen voor een zorgplicht voor de gemeente, als beheerder van de begraafplaats. Op de beheerder rust de plicht er zorg voor te dragen dat met de menselijke resten welke bij de ruiming van een graf worden aangetroffen te allen tijde respectvol wordt omgegaan. Er dienen bovendien maatregelen te worden getroffen zodat bezoekers van de begraafplaats niet met de menselijke resten worden geconfronteerd.

Artikel 31.

Het is voorgekomen dat graven die van bijzondere waarde zijn ondoordacht werden geruimd. Een graf kan van betekenis zijn vanwege de persoon die er is begraven, maar ook uitsluitend vanwege het gedenkteken. De overledene kan voor de plaatselijke gemeenschap van betekenis zijn geweest. Het gedenkteken kan opvallen door zijn vormgeving en door het gebruikte materiaal. Als voorbeeld kunnen gietijzeren gedenktekens worden genoemd, vaak subtiel voorzien van symbolen van de dood. Het materiaal herinnert aan een reeds lang verdwenen nijverheid en is alleen al daardoor van waarde. Er dienen maatregelen te worden getroffen zodat graven van bekende overledenen niet meer ondoordacht worden geruimd en zeldzame voorwerpen op een terrein dat zozeer aan het verleden herinnert, behouden blijven.

Artikel 32.

Het register van de bezorgde as is niet opgenomen in het model, aangezien artikel 10 van het Besluit op de lijkbezorging van 4 december 1997 gedetailleerde voorschriften voor dit register geeft.

In een openbaar te raadplegen register dat in beheer is bij de administratie zijn diegenen te vinden die begraven zijn of waarvan de as is bezorgd. In dit register zijn naam, geboortedatum en de datum van overlijden, grafaanduiding en dag van begraving of bijzetting opgenomen. Niet openbaar zijn de gegevens ten aanzien van rechthebbenden en belanghebbenden. Wanneer dit in hun belang is, kunnen deze gegevens wel verstrekt worden aan derden.

Rechthebbenden, belanghebbenden en eigenaren van grafbedekkingen zijn verplicht hun actuele adresgegevens door te geven aan de administratie. Bij verhuizing dienen zij dit binnen een maand door te geven aan de administratie.

De plattegrond van de begraafplaats en het grafregister worden bijgehouden door de beheerder van de begraafplaats.

Artikel 33.

Dit artikel spreekt voor zich.

Artikel 34.

In artikel 34 wordt geen tijdstip vermeld waarop de oude verordening wordt ingetrokken. Dat is ook niet nodig. De datum waarop de oude regeling vervalt, is de datum waarop de nieuwe verordening in werking treedt.

Artikel 35.

Dit artikel spreekt voor zich.

Artikel 36.

De beheersverordening begraafplaatsen is een besluit van het gemeentebestuur op overtreding waarvan straf is gesteld. Een dergelijk besluit wordt op dezelfde wijze bekendgemaakt als alle overige besluiten van het gemeentebestuur die algemeen verbindende voorschriften inhouden (zie artikel 139 van de Gemeentewet). Voorts is de gemeente gehouden dit besluit mede te delen aan het parket van het arrondissement waarin de gemeente is gelegen, volgens artikel 143 van de Gemeentewet.

Artikel 37.

Dit artikel spreekt voor zich.

Artikel 38.

In de citeertitel wordt een jaartal opgenomen om de betrokken regeling te onderscheiden van de voorgaande regeling.