Gemeente Beesel Nadere Regels Wmo 2021

Geldend van 26-08-2021 t/m heden

Intitulé

Gemeente Beesel Nadere Regels Wmo 2021

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beesel;

gezien het voorstel van 29 juni 2021;

gelet op het bepaalde in Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Wmo verordening gemeente Beesel 2016;

b e s l u i t

  • 1.

    vast te stellen de beleidsregel Gemeente Beesel Nadere Regels Wmo 2021;

  • 2.

    in te trekken de beleidsregel Besluit maatschappelijke ondersteuning Beesel 2015 op 19 december 2014 en Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Beesel 2015 vastgesteld op 19 december 2014

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel en de daarop berustende bepalingen verstaan we onder:

  • a.

    het college: college van burgemeester en wethouders van gemeente Beesel;

  • b.

    Elementaire woonruimtes: Hiermee wordt bedoeld de woonkamer, keuken, slaapkamer, natte cel en de toilet.

  • c.

    Leefeenheid: Alle bewoners die een gemeenschappelijke woning bewonen met als doel een duurzaam huishouden te voeren.

  • d.

    SMART: Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Resultaatgericht, Tijdsgebonden. Een instrument wat ondersteund in het toetsen van doelstellingen.

  • e.

    Thuis: onder thuis wordt niet de woning bedoeld waar de inwoner nu woont maar een woning maar een woning waar de inwoner in haar nabije leefwereld kan wonen.

Alle andere begrippen die in deze beleidsregel worden gebruikt en die hierboven niet nader zijn omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, de Algemene wet bestuursrecht, alsmede andere wet- en regelgeving.

Hoofdstuk 2 Algemene uitgangspunten bij een (maatwerk)voorziening

Artikel 2 Stappenplan

Een onderzoek vindt plaats middels een volgend stappenplan:

  • 1.

    Vraaginventarisatie:

  • Wat is de ondersteuningsvraag van de inwoner?

  • 2.

    Breng de problemen/beperkingen in kaart:

  • Welke problemen worden ondervonden bij de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, dan wel het zich kunnen handhaven in de samenleving?

  • 3.

    Vaststellen van aard en omvang van de noodzakelijke hulp:

  • Welke ondersteuning is noodzakelijk en in welke omvang?

  • 4.

    Bepalen of en in hoeverre de eigen kracht, gebruikelijke hulp, mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk de nodige ondersteuning kunnen bieden.

  • 5.

    Bepaal of en welke mogelijke voorliggende (algemene) voorzieningen de nodige ondersteuning kunnen bieden.

  • 6.

    Vaststellen welke individuele voorziening (een maatwerkvoorziening) de ondersteuningsvraag en ervaren problemen/beperkingen compenseert.

  • Doelstellingen worden SMART beschreven en geëvalueerd

  • 7.

    Voor zover het onderzoek naar de nodige ondersteuning specifieke deskundigheid vereist zal een (onafhankelijk) (medisch) deskundig advies opgevraagd worden.

Artikel 3 Eigen kracht

  • 1. We spreken van eigen kracht bij de volgende mogelijkheden, deze lijst is niet :

    • a.

      Gebruik maken van andere mogelijkheden voor het kunnen verminderen of wegnemen van aanwezige beperkingen. Daarbij denkend aan het gebruik maken van vrijwilligers of deelname aan behandeling;

    • b.

      Rekening houden met noodzaak bij andere routes/ voorzienbaarheid. Je dient passende keuzes te maken voor de toekomst, veelal wanneer je weet dat je bijvoorbeeld rekening dient te houden met beperkingen;

    • c.

      Herschikking van de eigen woning;

    • d.

      Het doen van een beroep op andere wetten (zoals de Zvw en PW).

Artikel 4 Gebruikelijke hulp

  • 1. Het is de normale, dagelijkse zorg die partners of ouders en inwonende kinderen geacht worden elkaar onderling te bieden omdat ze als leefeenheid een gezamenlijk huishouden voeren en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van dat huishouden. Onderstaande opsomming geeft enkele voorbeelden aan wat valt onder gebruikelijke zorg, deze lijst is niet onuitputbaar:

    • a.

      het verzorgen van de brood- en warme maaltijden;

    • b.

      het doen van boodschappen;

    • c.

      de textielverzorging;

    • d.

      schoonmaakwerkzaamheden;

    • e.

      administratie en financiën;

    • f.

      bezoek aan onder andere huisarts, ziekenhuis, tandarts en kapper;

    • g.

      het bezoeken van familie en vrienden;

    • h.

      het tijdelijk, maximaal 3 maanden, oplossen van huishoudelijke taken door een wijziging in de medische situatie;

    • i.

      wederkerigheid bieden en ontvangen .

Artikel 5 Algemene voorzieningen

  • 1. De volgende algemene voorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar:

    • a.

      open inloop locaties Bösdael, Huiberg, Offenbeckerhof, Het Spick;

    • b.

      tegemoetkoming zelfredzaamheid en participatie;

    • c.

      respijtzorg;

    • d.

      wensbus;

    • e.

      onafhankelijke cliëntondersteuning;

    • f.

      welzijn werk/ maatschappelijke ondersteuning;

    • g.

      Steunpunt eenzaamheid;

    • h.

      budgetbegeleiding;

    • i.

      mantelzorgondersteuning;

    • j.

      ondersteuning vanuit vrijwilligers.

Artikel 6 Algemeen gebruikelijke voorzieningen

  • 1. De volgende voorzieningen worden als algemeen gebruikelijk geacht bij woning en mobiliteitsvragen aanvragen, dit betreft een niet uitputbare lijst:

    • a.

      antislipvloer/ coating;

    • b.

      autoaccessoires zoals stuurbekrachtiging, elektrisch bedienbare ruiten, trekhaak, airconditioning;

    • c.

      bakfiets, fietskar, aanhangfiets;

    • d.

      boodschappenservice;

    • e.

      duofiets huren;

    • f.

      een-hendel mengkranen;

    • g.

      elektrische fiets/ tandem (al dan niet met lage instap) voor personen vanaf 16 jaar en ouder;

    • h.

      glazenwasser;

    • i.

      keramische- of inductiekookplaat;

    • j.

      klussendienst;

    • k.

      kosten voor verhuizen (tenzij medisch noodzakelijk);

    • l.

      maaltijdendienst;

    • m.

      ophogen tuin/ bestrating;

    • n.

      losse standaard douche/toiletstoel;

    • o.

      glijstang in de douche;

    • p.

      particuliere hulp in de huishouden;

    • q.

      personenauto en de hieraan verbonden gebruikskosten;

    • r.

      renovatie van badkamer, toilet en keuken binnen 20 jaar;

    • s.

      rollator;

    • t.

      scootmobielhuren;

    • u.

      standaard drempelhulpen te koop bij Medipoint of een bouwmarkt;

    • v.

      thermostatische kranen;

    • w.

      tweede toilet;

    • x.

      tweede trapleuning;

    • y.

      verhoogde toilet of toiletverhoger;

    • z.

      voorzieningen te koop in een winkel, bouwmarkt.

    • aa.

      wandbeugels;

    • bb.

      zonwering (inclusief elektrische bediening).

Artikel 7 Herindicering

  • 1. Als wijziging op artikel 2.3.2. van de Wet maatschapellijke ondersteuning 2015 is de inwoner verantwoordelijk om 8 weken voor de einddatum van de indicatie een melding als bedoeld artikel 2 van Wmo verordening gemeente Beesel 2016 in te dienen.

  • 2. Wanneer de melding niet binnen deze 8 weken gedaan wordt vindt het onderzoek zo spoedig mogelijk plaats.

  • 3. Wanneer het onderzoek later plaatsvinden dan de einddatum van de geldende indicatie en heeft een inwoner zicht te laat gemeld dan wordt door consulent bepaald of we hier een kortdurende overbruggingsindicatie voor afgeven. Onderstaande uitgangspunten geven weer wanneer we in uitzonderlijke situaties een overbruggingsindicatie afgeven:

    • a.

      Wanneer veiligheid in gedrang is

    • b.

      Wanneer er spoedige opvang (beschermd wonen/ maatschappelijke opvang) noodzakelijk is.

    • c.

      Wanneer plotseling de mantelzorger vervalt (respijt) Belangrijk hierin is dat het wegvallen van een mantelzorger door eisen keuzes dan geldt dit niet.

    • d.

      Wanneer plotseling mobiliteit naar de elementaire woonruimtes wegvalt.

    • e.

      Bij het overlijden van de partner

Hoofdstuk 3 Hulp in het huishouden

Artikel 8 Doelstelling

  • Een schoon en leefbare woning

  • Schone was

Artikel 9 Gebruikelijke zorg bij huishoudelijke zorg

Voorwaarden waarbij er bij gebruikelijke zorg als bedoeld in artikel 11 b Wmo verordening gemeente Beesel 2016 afwijkend besloten kan worden:

  • 1.

    Bij kamerverhuur reken we de huurder van de desbetreffende ruimte niet tot het huishouden.

  • 2.

    Als het meerdere kamers huurders betreft op één adres en gemeenschappelijke ruimten delen, dan geldt dat de overige huurders de gemeenschappelijke de gemeenschappelijke ruimtes onderhouden.

  • 3.

    Wanneer een huisgenoot van zorgvrager geen gebruikelijke zorg kan leveren doordat hij afwezig is wegens werk; denk hierbij aan offshore werk, internationaal vrachtverkeer en werk in het buitenland waardoor de huisgenoot niet structureel wekelijks de huishoudelijke taken kan uitvoeren.

  • 4.

    In terminale situaties (levensverwachting is minder dan 3 maanden)

  • 5.

    Bij een tijdelijke crisis met als gevolg dat de enkele ouder wordt belast met de opvoeding en verzorging van de kinderen in combinatie met werk.

  • 6.

    Indien de aanwezige huisgenoten niet (meer) leerbaar zijn.

Artikel 10 Bijdrage van kinderen aan het huishouden

In geval de leefeenheid van de zorgvrager mede bestaat uit kinderen, dan gaat de Wmo-consulent ervan uit, dat de kinderen, afhankelijk van hun leeftijd en psychosociaal functioneren, een bijdrage kunnen leveren aan de huishoudelijke taken.

  • Kinderen tot 5 jaar leveren geen bijdrage aan de huishouding.

  • Kinderen van 5 tot en met 12 jaar worden naar hun eigen mogelijkheden betrokken bij lichte huishoudelijke werkzaamheden als opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen en kleding in de wasmand doen.

  • Kinderen van 13 tot en met 17 jaar kunnen, naast bovengenoemde taken hun eigen kamer op orde houden, rommel opruimen, stofzuigen, bed verschonen.

  • Vanaf de leeftijd van 18 jaar kan een inwonend kind alle huishoudelijke taken overnemen naast hun reguliere school/opleiding/werk.

Artikel 11 Inkomenstoets

  • 1. Bij de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden wordt bij de beoordeling van de eigen kracht de financiële mogelijkheden meegewogen. Wanneer uit het onderzoek blijkt dat een inwoner financieel daadkrachtig is om de voorziening particulier te kunnen bekostigen dan wordt dit als een oplossing gezien voor de ondersteuningsbehoefte in eigen kracht. Particuliere hulp is hierin algemeen gebruikelijk te verkrijgen binnen de gemeente.

  • 2. Er wordt ten alle tijden een volledig onderzoek gedaan

  • 3. De gemeente Beesel gaat uit van 2 inkomensgrenzen

    • 1.

      Niet AOW gerechtigden

    • 2.

      AOW gerechtigden

    2021

    Wettelijk minimum loon

    150% wettelijk minimum loon

    200% wettelijk minimum loon

     
     

    AOW Gerechtigd

    Niet-AOW gerechtigd

    Bruto inkomen

    Maand

    Jaar

    € 1701,00

    € 20.412,00

    € 2.551,50

    € 30.618,00

    € 3.402,00

    € 40.824,00

  • 4. het indienen van een IB60 formulier maakt onderdeel uit van de informatie zoals bedoeld in artikel 5 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Beesel 2016.

  • 5. Er vindt geen onderzoek plaats op een melding hulp in het huishouden wanneer de inwoner het IB60 formulier niet indient niet zoals bedoeld in artikel 9 lid 4 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Beesel 2016.

  • 6. Wanneer een inwoner een inkomensgrens heeft van 200% van bruto wettelijk minimum loon (niet AOW gerechtigden) of 150% (AOW gerechtigden) dan wordt verwacht dat de inwoner op basis van eisen kracht de ondersteuningsvraag hulp in het huishouden kan wegnemen.

  • 7. Wanneer uit onderzoek blijkt dat dit voor een inwoner niet lukt dan worden ook de lasten meegenomen in het onderzoek.

  • 8. In het onderzoek wordt rekening gehouden met het in beslag gelegde gezinsinkomen, of er sprake is van schulden of een aflossingsverplichting en of schuldhulpverlening aanwezig is.

Artikel 12 Particuliere ondersteuning bij het huishouden

De particuliere hulp wordt als algemeen gebruikelijk beschouwd als de aanvrager particuliere hulp heeft, en de inzet van ondersteuning bij het huishouden betrekking heeft op huishoudelijke taken die op het moment van de aanvraag door de particuliere hulp worden uitgevoerd.

Aanspraak op ondersteuning bij het huishouden in relatie tot particuliere hulp bestaat als er aangetoond kan worden dat er sprake is van een wijziging van de situatie waardoor particuliere ondersteuning geen passende oplossing meer is en een compensatieplicht is vastgesteld.

Artikel 13 Specifieke uitgangspunten

  • 1. Er wordt uitgegaan van de specifieke uitgangspunten benoemd in de ‘Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019’

    • a.

      Definitie van deze doelstelling:

      Een huis is schoon en leefbaar indien het normaal bewoond en gebruikt kan worden en voldoet aan basale hygiëne-eisen.

    • b.

      Schoon staat voor: een basishygiëne borgen, waarbij vervuiling van het huis en gezondheidsrisico’s van bewoners worden voorkomen.

    • c.

      Leefbaar staat voor: opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen.

    • d.

      De afbakening van de ruimtes waarop de voorziening betrekking heeft: De inwoner moet gebruik kunnen maken van een schone woonkamer, slaapvertrekken, de keuken, sanitaire ruimtes en gang/trap.

    • e.

      De afbakening van activiteiten die onder de voorziening vallen en welke niet: Het schoonmaken van de buitenruimte bij het huis (ramen, tuin, balkon, etc.) maken geen onderdeel uit van Huishoudelijke Ondersteuning.

    • f.

      De normering van de voorziening: Voor de onderbouwing van de maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp, maken we gebruik van het HHM-normenkader.

    • g.

      We gaan uit van de doelstellingen ‘schoon en leefbaar huis’ en ‘wasverzorging’. De doelstellingen ‘boodschappen en regie/organisatie’ zijn geen ondersteuningsvormen die onderdeel uitmaken van de voorziening hulp in het huishouden.

    • h.

      Het nemen van ene huisdier betreft een keuze, hiervoor geven we in afwijking tot het normenkader geen extra ondersteuning voor in.

    • i.

      De mogelijkheid om voor bijzondere situaties af te wijken van het normenkader: Wanneer cliënten als gevolg van hun (medische) beperkingen onvoldoende ondersteund worden door de basisvoorziening schoon huis, kunnen aanvullende maatwerkmodules ingezet worden.

    • j.

      De minuten opbouw is dan als volgt opgebouwd:

Hoofdstuk 4 Individuele begeleiding

Artikel 14 Kortdurende ondersteuning met specifieke doelstellingen

  • 1. Dit betreft volwassenen met (enkelvoudige) problematiek waarbij de focus ligt op het herstellen van en/of vergroten van de zelfredzaamheid. De ondersteuning is ter bevordering van één of meerdere levensdomeinen. De inwoner is in beginsel zelfstandig/zelfredzaam en door een incident heeft de inwoner tijdelijk ondersteuning nodig. De ondersteuning is op maat, passend bij de behoefte en mogelijkheden van de cliënt en gericht op het effectief en efficiënt te bereiken resultaat. Deze ondersteuning kent een afgebakende periode met een duidelijk start- en eindmoment. Daarna kan de inwoner (weer) zelfstandig verder. Er is dan geen (professionele) ondersteuning meer nodig.

    De voorziening kan de volgende doelstellingen hebben:

    • afschalen naar het voorliggend veld, de sociale basis;

    • snel herstel van de zelfredzaamheid en het normaliseren van de situatie;

    • versterken van de draagkracht, zodat professionele ondersteuning (in de toekomst) niet meer nodig is

    • aanleren of versterken van vaardigheden die nodig zijn om zo zelfstandig mogelijk te functioneren en participeren;

    • flexibele inzet met korte wachttijden;

    • gericht op het voorkomen van recidive;

    • aanbieders voelen zich gezamenlijk verantwoordelijk voor dit perceel, zoeken

  • de samenwerking actief op en benutten elkaars expertise.

  • 2. Dit betreft begeleiding individueel basis.

  • 3. Dit betreft begeleiding gemiddeld tussen de 0 en de 4 uur voor een maximale duur van 6 maanden.

  • 4. Verlenging van deze maatwerkvoorziening is niet mogelijk, tenzij er sprake is van:

    • a.

      live-event die een behoorlijke impact. Denk hierin aan het overlijden van partner, verliezen van werk/inkomen.

    • b.

      Een behandeling die niet gestart is

Artikel 15 individuele begeleiding ouderdom gerelateerde klachten

  • 1. Inwoners met ouderdom gerelateerde klachten (vaak inwoners vanaf 75 jaar) waarvan de ondersteuning is gericht op stabilisatie van de situatie thuis. Doelstelling is deze ouderen zo lang als mogelijk verantwoord en zelfstandig thuis te laten wonen. Het gaat daarbij om de volgende problematieken: psycho-geriatrisch en/of somatisch.

  • Het gaat om ondersteuning met als centrale doelstelling stabilisatie. Doelen van de ondersteuning zijn verder:

    • De cliënt ervaart een zinvolle dag invulling en participeert naar vermogen;

    • De cliënt ervaart een goede kwaliteit van leven;

    • De cliënt ervaart geen sociaal isolement;

    • De mantelzorger is ontlast;

    • De cliënt leert omgaan met zijn/haar fysieke en/of cognitieve beperkingen;

    • De cliënt is en /of wordt geactiveerd om verdere fysieke en/of cognitieve problemen te voorkomen;

    • De cliënt krijgt ondersteuning/activiteiten aangeboden die passen bij zijn ondersteuningsvraag;

    • De cliënt ontvangt ondersteuning op zelfregie wanneer hij/zij tekortschietende vaardigheden heeft op zelfregelend vermogen.

  • 2. Dit betreft begeleiding individueel basis.

  • 3. Dit betreft begeleiding gemiddeld tussen de 1 en de 3 uur voor een maximale duur van 2 jaar.

Artikel 16 Kortdurende ondersteuning/ complexe en meervoudige ondersteuningsvraag

  • 1. Dit betreft volwassenen die vanwege psychische of psychosociale problemen niet in staat zijn op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg, met hulp van sociale netwerk of met gebruikmaking van voorliggende voorzieningen zich te handhaven in de samenleving. Er is bij deze doelgroep sprake van perspectief op zelfstandigheid. Begeleiding richt zich op meerdere levensdomeinen.

    Het betreft ondersteuning die wordt geboden aan cliënten met uiteenlopende problematieken of beperkingen, zoals:

    • psychische of psychiatrische klachten;

    • verslavingsproblematiek;

    • verstandelijke beperkingen.

  • Een combinatie van bovenstaande problematieken komt vaak voor.

    Het traject heeft als doel:

    • De cliënt leert/versterkt (sociale) vaardigheden die nodig zijn om zo zelfstandig mogelijk te functioneren en participeren;

    • De cliënt leert omgaan met zijn/haar psychische beperkingen/probleemgedrag;

    • De cliënt krijgt ondersteuning/activiteiten aangeboden die passen bij zijn ondersteuningsvraag;

    • De cliënt ervaart geen sociaal isolement;

    • De cliënt maakt minder gebruik van professionele zorg en zoveel mogelijk gebruik van het voorliggend veld/sociaal netwerk;

    • specifiek doel voor product dagbesteding: De cliënt heeft een dagritme en zinvolle daginvuling.

  • 2. Uitgangspunt is begeleiding individueel basis.

  • 3. Begeleiding individueel gespecialiseerd wordt ingezet wanneer:

    • a.

      is bedoeld voor kwetsbare personen met een intensieve begeleidingsvraag gedurende maximaal 5 dagen per week. De aanbieder levert naast planbare zorg, ook oproepbare zorg binnen een redelijke tijd.

    • b.

      Afschaling betreft van Beschermd Wonen of Beschermd Thuis en er sprake is van specialistische ondersteuning.

    • c.

      Specialistische ondersteuning nader wordt gespecificeerd door een (onafhankelijke) deskundige.

  • 4. Dit betreft begeleiding enkel mogelijk met (onafhankelijk) (medisch) deskundig advies.

  • 5. Dit betreft begeleiding gemiddeld tussen boven de 4 uur voor een maximale duur van 1 jaar.

    • a.

      Verlenging van deze maatwerkvoorziening is niet mogelijk, tenzij er sprake is:

    • b.

      van live-event die een behoorlijke impact. Denk hierin aan het overlijden van partner, verliezen van werk/inkomen.

    • c.

      Een behandeling die niet gestart is.

Artikel 17 Langdurige ondersteuning en eenvoudige ondersteuningsvraag

  • 1. Dit betreft volwassenen die door de aard van hun beperking of vraagstukken, langdurig minimale ‘professionele’ ondersteuning nodig hebben op één of meerdere levensdomeinen.

    Ondersteuning is gericht op het stabiel krijgen en houden van de situatie in de eigen woonomgeving. In de praktijk kan er tijdelijk geen ondersteuningsbehoefte zijn, een intensievere, ondersteuningsbehoefte of juist een beperktere ondersteuningsbehoefte (waakvlamcontact) zijn. Inzet van ondersteuning is sterk onderhevig aan de behoefte van de volwassenen.

  • Aanleren is in de meeste situaties niet meer mogelijk. Vaker is sprake van het overnemen van taken.

  • Deze voorziening heeft als doel om:

    • uitstroom naar voorliggend veld/sociale basis;

    • afschalen naar een waakvlamcontact;

    • aanleren/versterken van vaardigheden die nodig zijn om zo zelfstandig mogelijk te functioneren en participeren;

    • zinvolle daginvulling.

  • 2. Dit betreft begeleiding individueel basis.

  • 3. Er wordt een maximale indicatie afgegeven voor 1,5 uur per week voor de duur van 2 jaar..

Artikel 18 Maaltijdondersteuning - Persoonlijke verzorging

  • 1. Doelstelling het ondersteunen bij, of overnemen van, activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging waarin begeleiding geboden moet worden, gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid. Hiermee wordt niet bedoeld de taken die normaliter door de wijkverpleging vanuit de zorgverzekeringswet worden uitgevoerd.

  • 2. Je kunt hierbij denken aan:

    • a.

      klaarmaken en klaarzetten van maaltijden.

  • 3. Dit wordt maximaal als volgt geïndiceerd:

    • a.

      10 minuten voor de warme maaltijden

    • b.

      5 minuten per broodmaaltijd

    • c.

      Deze indicatie wordt voor maximaal 6 maanden afgegeven.

Hoofdstuk 5 Dagbesteding

Artikel 19 Doelstelling dagbesteding

  • Bieden van passende ondersteuning aansluitend bij de beperking en de mogelijkheden van de deelnemer.

  • Behouden en/of versterken van de zelfredzaamheid en het functioneren binnen het eigen sociale netwerk.

  • Behouden en/of vergroten van de participatiemogelijkheden.

  • Verminderen en/of voorkomen van een eventueel sociaal isolement.

  • Stabiliseren van de (fysieke of cognitieve) problemen en/of vergroten van de kwaliteit van leven

  • Leren omgaan met en/of voorkomen van verergering van fysieke/cognitieve beperkingen.

  • Ontlasting van de mantelzorger.

Artikel 20 Wanneer zet je deze maatwerkvoorziening in:

Dagbesteding wordt in de volgende situaties toegekend:

  • De inwoner maakt gebruik van de algemene voorziening en deze is gezien grotere zorgvraag niet meer passend.

  • De deskundige heeft beoordeeld dat de algemene voorziening niet meer passend is omdat:

    • De fysieke zorgbehoefte te groot is

    • Er meer structuur en regelmaat geboden moet worden

    • Er professionele begeleiding noodzakelijk is

    • Wegens grotere vraag naar respijtzorg die de Open Inloop niet (volledig) kunnen opvangen.

Artikel 21 Specifieke uitgangspunten bij deze maatwerkvoorziening:

  • 1. Er wordt maximaal 2 dagen/ 4dagdelen dagbesteding toegekend.

  • 2. Bij een indicatie aanvraag voor dagbesteding zwaar dient een afgekeurde WLZ-aanvraag aangetoond te worden of vind er een medisch onafhankelijk onderzoek plaats.

  • 3. Bij een indicatie aanvraag voor meer dan 2 dagen/ 4 dagdelen dient een afgekeurde WLZ-aanvraag aangetoond te worden of vind er een medisch onafhankelijk onderzoek plaats.

  • 4. Onderstaande schema welke regionaal is vastgesteld met aanbieders wordt gebruikt voor de bepaling of licht, midden of zware dagbesteding noodzakelijk is.

  • Licht

    Midden

    Zwaar

    Algemeen

    Indien er geen algemene voorziening is of als deze:

    - niet meer toereikend (onvoldoende aansluiting, te druk/te veel prikkels, meer activiteiten passend bij hulpvraag) is

    - niet meest passend (een maatwerkvoorziening dagbesteding sluit beter aan qua aanbod activiteiten) is

    - of te vrijblijvend (meer structuur nodig) is

    Komt bij ouderenzorg weinig voor of tijdelijk tot Wlz-indicatie Komt vooral bij mensen met NAH/ LG en psychiatrie voor

    Geen prikkeling nodig om naar de dagbesteding te gaan

    Prikkeling nodig om naar de dagbesteding te komen (in structuur laten gedijen)

    Directievere benadering nodig om naar de dagbesteding te komen (in structuur laten gedijen)

    Lichte aansturing nodig om tot activiteit te komen. Nog eigen initiatief aanwezig

    Meerdere momenten van aansturing is nodig m.b.t. activiteiten, groepsproces, contacten leggen

    Voortdurende aansturing is nodig m.b.t. activiteiten, groepsproces, contacten leggen

    Signaleren en adviseren aan cliënt en zo nodig aan familie of professionals, monitoren of dit wordt opgevolgd. Je geeft het advies rechtstreeks aan de cliënt

    Signaleren en doorgeven aan cliënt én aan familie of professionals.

    Signaleren en doorgeven aan familie of professionals.

    Lichamelijke ondersteunings-

    vraag zeer beperkt, vrijwel geen ondersteuning ADL Voorbeeld: meelopen naar toilet en andere ADL, aansturen/ herinneren

    Toezien op uitvoeren van ADL taken en lichte ondersteuning, zoals hulp bij toiletgang en andere ADL door 1 persoon

    Overname ADL taken (o.a. brood smeren)

    Ondersteuning toiletgang en andere ADL door 2 personen of 1 persoon met transferhulpmiddel (tillift enz.

    Lichte ondersteuning communicatie

    Aansturing/ begeleiding bij communicatie

    Continu begeleiding bij communicatie

    Aanleren is mogelijk, bijv. een spel

    Een enkelvoudige taak is nog aan te leren

    Aanleren is niet mogelijk

     

    Specifiek voor arbeidsmatige dagbe-

    steding: Toewerken naar resocialisatie of beroepshouding of toewerken naar

    ontwikkeldoelen

     

    Medisch

    Zuurstoftoediening; de cliënt kan zelfstandig hiervoor zorgen

    Zuurstoftoediening: de cliënt kan gedeeltelijk zelfstandig hiervoor zorgen. Controle en bewaking is noodzakelijk

    Overname /Risicovolle handeling. Hulp bij beademing/zuurstoftoediening

    Voedseltoediening (kan brood / warme maaltijd zijn maar ook sondevoeding): cliënt doet dit zelfstandig, evt. na herinnering door professional

    Controle en bewaking op omvang voeding (neemt iemand de voeding wel tot zich of niet te veel)

    Overname. De cliënt kan dit niet zelfstandig toedienen. De handeling wordt geheel overgenomen. Sprake van slikgevaar

     

    Epilepsie; wegrakingen/absences komen incidenteel voor.

    Controle en bewaking, sturing nodig, inspelen op de groep, er is aandacht nodig van de professional

    Epilepsie, sprake van grand mal (zwaardere toevallen). Overnemen. Continue nabijheid nodig

    Stomazorg kan cliënt zelfstandig; eraan herinneren

    Stomazorg hulp bij stomazak legen

    Totale stomazorg overnemen

    Medicatie: toediening door cliënt ze

    Medicatie onder toezicht professional

    Toediening medicatie door professional

    Geen valrisico, geen mobiliteitsprobleem

    Verhoogd valrisico, alert zijn, wankel op de benen

    Valrisico hoog, erbij blijven met verplaatsingen

    Gedrag

    Psychisch redelijk stabiel

    Verandering in gedrag, vervaging normen en waarde

    Probleemgedrag

     

    Verbaal agressief gedrag

    Verbaal agressief gedrag en fysiek gericht op personen of spullen

     

    Verbaal seksueel ontremd gedrag

    Seksueel ontremd gedrag, ongewenste intimiteiten

     

    Lichtere vormen van psychiatrische ziektebeelden zoals depressief of kleptomanisch

    Zwaardere vormen van psychiatrisch gedrag zoals zelfmutilatie en zelfmoordneigingen. Of zwaardere vormen van psychiatrische ziektebeelden zoals manisch-depressief, pleinvrees of bipolaire stoornis

    Behoefte aan praatje en aandacht, weinig begeleiding nodig om in groep mee te doen

    Periodes met 1 op 1 contact met begeleiding

    Overwegend 1 op 1 contact met begeleiding

    Goed stuurbaar gedrag in een groeps-

    proces

    Regelmatig sturing op gedrag nodig

    m.b.t. groepsproces

    Voortdurend sturen op gedrag m.b.t.

    groepsproces, veel sturen op motiveren om te komen

Hoofdstuk 6: Vervoer naar dagbesteding

Artikel 22 doelstelling vervoer naar dagbesteding

  • Inwoner bereikt de dagbestedingslocatie en thuis.

  • Inwoner wordt begeleid vervoerd van en naar woning

  • Inwoner kan in een rolstoel vervoerd worden naar de dagbesteding en terug.

Artikel 23 vormen van vervoer

  • Dagbesteding basis, inwoner is in staat om in een taxibus te stappen en op een stoel plaats te nemen.

  • Dagbesteding rolstoel, inwoner moet zittend in een rolstoel vervoerd worden.

Artikel 24 uitgangspunten vervoer

  • 1. Vervoer naar dagbesteding kan alleen afgegeven worden wanneer er een geldende dagbestedingsindicatie is.

  • 2. Er wordt onderzoek gedaan naar de vervoersmogelijkheden van de inwoner, er wordt niet standaard uitgegaan van een vervoersindicatie bij het afgeven van dagbesteding.

  • 3. Het geven van dubbele indicaties/stapeling wordt tegengegaan, bij het verstrekken van een vervoersvoorziening zoals een scootmobiel of driewielfiets wordt verwacht dat de inwoner zelfstandig het vervoer naar de dagbesteding kan realiseren tenzij hier (medische) aantoonbare redenen voor zijn dat dit niet het geval is.

Hoofdstuk 7 Respijtzorg

Artikel 25 doelstelling respijtzorg

  • Ontlasten van mantelzorger(s)

  • Goede balans in draagkracht en belastbaarheid

Artikel 26 vormen van respijtzorg

  • Logeren, sporadisch en structureel

  • Voorzieningen zoals hulp in het huishouden of dagbesteding ter ontlasting van gebruikelijke hulp/mantelzorg.

Artikel 27 uitgangspunten respijtzorg

  • 1. Er dient onderzoek te worden gedaan naar de verhouding tussen draagkracht en draaglast van de individuele cliënt, maar juist ook naar de lichamelijke en/of geestelijke conditie van de partner of huisgenoot, het sociale netwerk en de wijze van omgang met problemen.

  • 2. Factoren die van invloed kunnen zijn op draagkracht zijn bijvoorbeeld de mate waarin er sprake is van (on)planbare zorg, het ziektebeeld en de prognose, bijkomende problemen van sociale, emotionele of relationele aard.

  • 3. Respijtzorg kan zowel sporadisch als structureel ingezet worden.

Hoofdstuk 8 Onroerende woningaanpassingen en verhuiskostenvergoeding

Artikel 28 Doelstelling

  • Veilig en zelfstandig gebruik kunnen maken van de elementaire woonruimtes

  • Langer zelfstandig ‘thuis’ wonen

Artikel 29 Wanneer zet je deze maatwerkvoorziening in:

  • 1. De inwoner heeft een geschikte woning waarbij hij/zij alle elementaire woonruimtes kan bereiken.

  • 2. De inwoner kan gebruik maken van deze elementaire woonruimtes

  • 3. Er ontstaat geen acuut gevaar in het gebruik van deze woonruimtes

Artikel 30 Proces onderzoek

  • 1. Bij verhuizen

  • Als aanvulling op artikel 2 gelden de volgende factoren die onderzocht moeten worden:

    • De aanwezigheid van aangepaste of eenvoudig aan te passen woningen binnen 25 Kilometer;

    • Kostenvergelijking tussen aanpassen en verhuizen;

    • Bij een verhuizing wegens medische noodzaak moet een woning binnen 6 maanden beschikbaar zijn;

    • Sociale omstandigheden;

    • Afstemming met andere voorzieningen;

    • Werksituatie

    • Verandering in woonlasten

    • De wil van de cliënt om te verhuizen

  • 2. Bij het onderzoeken van een traplift

    • Situatie van de trap

    • Ruimte op zowel begane als 1e verdieping

    • De toegankelijkheid wanneer een traplift geplaatst zou worden

    • Veiligheid

    • Rolstoel geschiktheid en verzorgingsgeschiktheid van de woning

  • 3. Bij het onderzoeken van een Woningaanpassing

    • Situatieschets van de ruimte die aangepast wordt

    • Toe en doorgankelijkheid van de woning en elementaire woonruimtes

    • Veiligheid

    • Rolstoelgeschiktheid en verzorgingsgeschiktheid van de woning

Artikel 31 Specifieke uitgangspunten bij deze maatwerkvoorziening:

  • 1. Een inwoner is zelf verantwoordelijk voor het tijdig inschrijven als woningzoekende.

  • 2. Voorliggend op een onroerende voorziening is verhuizen naar een geschikte woning

  • 3. Bovenstaande is geldig op voorzieningen kleiner dan € 1500 mits verwachting dat geen verdere aanpassing nodig is.

  • 4. Voorliggend is roerende woonvoorzieningen t.o.v. onroerende voorzieningen.

  • 5. Voorliggend op het aanpassen is het aanvragen van een hypotheek of lening

  • 6. Wanneer uit onderzoek blijkt dat verhuizen met medische noodzaak noodzakelijk is dan kan er aanspraak gedaan worden op een verhuiskostenvergoeding.

  • 7. Voorzienbaar is dat iemand in zijn eigen woning op een gegeven moment wegens ouderdomsklachten niet meer in staat is tot het:

    • a.

      kunnen nemen van treden / traplopen;

    • b.

      kunnen instappen van een bad / douche;

    • c.

      meer over drempels kunnen stappen

  • 8. Wanneer een inwoner wegens voorzienbare ouderdomsklachten een aanvraag doet wordt deze aanvraag afgewezen wegens voorzienbaarheid. De inwoner had zich kunnen voorbereiden op de klachten en de aanpassingen die noodzakelijk zijn om te kunnen functioneren in een woning.

  • 9. Bij grootschalige woningaanapssingen > € 25.000 wordt advies gevraagd van een onafhankelijk bouwkostenadviesbureau.

Hoofdstuk 9 Mobiliteitsvoorzieningen

Artikel 32 Doelstelling

  • 1. De inwoner kan zichzelf verplaatsen handmatig of elektrisch verplaatsen/verplaatst worden in en rondom zijn woning (korte afstanden).

  • 2. De inwoner kan veilige transfers maken naar andere voorzieningen (bed/toilet/verplaatsing middel e.d.)

  • 3. De inwoner kan vervoersbestemmingen bereiken (middellange tot lange afstanden), onderstaande lijst geeft weer wat vervoersbestemmingen zijn. Deze lijst is niet uitputtend en kan per inwoner verschillen

    • Supermarkt/ Winkels

    • Familie/ Netwerk

    • Sociale bezigheden

    • Ziekenhuis/dokter

    • Hobby’s

Artikel 33 Wanneer zet je deze maatwerkvoorziening in:

Mobiliteits voorzieningen kunnen worden ingezet voor korte, middellange en lange afstanden en worden ingezet wanneer een inwoner fysieke beperkingen ondervindt waardoor hij/zij met de algemeen gebruikelijke voorzieningen (bijlage ..) de vervoersbehoefte niet kan oplossen.

Wanneer vervoersbehoefte op werk alleen aanwezig is dan is de UWV voorliggend.

Artikel 34 Specifieke uitgangspunten bij deze maatwerkvoorziening:

  • 1. Korte afstanden

    • Uit onderzoek van deskundige blijkt wat de noodzaak is voor een voorziening.

    • Handmatige voorzieningen zijn voorliggend.

    • Uit onderzoek blijkt of er sprake is van noodzakelijke elektrische ondersteuning.

      • Elektrische ondersteuning wordt alleen toegekend mits er een paramedisch advies ligt of een onafhankelijk medisch advies.

      • Met de voorziening wordt rekening gehouden met de afhankelijkheid van een ander, of iemand zichzelf vervoerd of dat iemand vervoerd wordt.

    • Met de voorziening wordt rekening gehouden met eventueel gebruik van andere voorzieningen zoals

      • Mobiliteitsvoorzieningen (tillift/ rolstoel)

      • Douchetoilet voorzieningen

      • Omnibuzz

  • 2. Middellange afstanden

    • Uit onderzoek van deskundige blijkt wat de noodzaak is voor een voorziening.

    • Handmatige voorzieningen zijn voorliggend.

    • Uit onderzoek blijkt of er sprake is van noodzakelijke elektrische ondersteuning.

      • Elektrische ondersteuning wordt alleen toegekend mits er een paramedisch advies ligt of een onafhankelijk medisch advies.

      • Elektrische ondersteuning op de rolstoel wordt alleen verstrekt met een onafhankelijk medisch advies.

      • Elektrische rolstoel is voorliggend op het plaatsen van elektrische ondersteuning op een handmatige rolstoel.

      • Driewielfiets zonder ondersteuning is voorliggend op de scootmobiel

  • 3. Lange afstanden

    • Voor lange afstanden geldt dat het CVV, Omnibuzz en het Valys voorliggend is.

    • Het openbaar vervoer en De wensbus is voorliggend op mobiliteitsvoorzieningen

      • Er worden geen dubbele voorzieningen afgegeven voorbeeld scootmobiel en Omnibuzz voor dezelfde doelstellingen.

Hoofdstuk 10 collectief vraagafhankelijke vervoer/ Omnibuzz

Artikel 35 Doelstelling

Bereiken van sociale doeleinden zoals:

  • Familie / netwerk

  • Hobby's / activiteiten

Artikel 36 Wanneer zet je deze maatwerkvoorziening CVV in:

Collectief vraag afhankelijk (CVV) vervoer is bedoeld voor het bereiken van sociale doeleinden wanneer iemand geen gebruik meer kan maken van het eigen vervoer, OV of andere voorliggende voorzieningen.

Artikel 37 Specifieke uitgangspunten bij deze maatwerkvoorziening:

  • 1. CVV indicatie wordt voor het eerst afgegeven voor de duur van een half jaar, na dit half jaar wordt het gebruik getoetst.

    • a.

      Bij geen gebruik van de CVV indicatie wordt deze ongeacht redenen stop gezet en is er geen mogelijkheid meer voor het doen van een nieuwe aanvraag tenzij aangetoond wordt dat de vervoersvoorziening aanzienbaar gewijzigd is.

    • b.

      Bij minimaal gebruik < 50 zones per jaar of minder dan 10 keer gebruik van de voorziening gebruikt is wordt de indicatie stopgezet en wordt verwezen naar de wensbus/ taxi.

    • c.

      Bij gebruik > 50 zones of meer dan 10 keer wordt de vervoersvoorziening afgegeven voor 1 jaar voor het aantal noodzakelijk in te schatten zones.

  • 2. Bij de 2e verlenging (dus na 1,5 jaar) wordt de voorziening voor langdurige tijd geïndiceerd mits aangetoond wordt dat de vervoersvoorziening ook structureel en langdurig ingezet gaat worden.

  • 3. CVV indicatie wordt afgegeven voor maximaal 590 zones op jaarbasis tenzij uit onderzoek blijkt dat het aantal zones onvoldoende is door bezoek specifieke puntlocaties zoals de open inlopen.

  • 4. Dubbele indicaties voor dezelfde vervoersvraag wordt niet verstrekt (scootmobiel en CVV). Er wordt rekening gehouden met het aantal zones wanneer een inwoner ook een scootmobiel voorziening heeft.

  • 5. CVV is niet bedoeld voor ziekenhuisbezoek, hier wordt een uitzondering in gemaakt wanneer inwoner kan aantonen dat alle andere mogelijke oplossingen niet structureel passend zijn voor.

  • 6. Het is algemeen gebruikelijk dat de inwoner enkele keren per jaar de taxi neemt naar het ziekenhuis, hiervoor wordt geen indicatie CVV afgegeven.

Hoofdstuk 11 Regels voor een persoonsgebonden budget (pgb)

Artikel 38 Proces onderzoek

  • 1. Als aanvulling op artikel 2 dient het volgende onderzocht te worden bij een onderzoek over een pgb:

    • a.

      de motivatie voor de keus van een pgb.

  • 2. Aanvullend op lid 1 in het kader van het onderzoek hulp bij het huishouden, individuele begeleiding en dagbesteding moet het volgende onderzocht zijn;

    • a.

      pgb vaardigheid van inwoner of eventuele budgethouder, dit wordt getoetst middels de landelijke handreiking: Toetsing op de pgb vaardigheid vanuit de Rijksoverheid;

    • b.

      indien er sprake is van een budgethouder wordt tevens nader onderzocht:

      • i.

        relatie met inwoner;

      • ii.

        de betrokkenheid/ aanwezigheid bij de inwoner.

    • c.

      Door wie wordt de dienst geleverd;

    • d.

      Op welke wijze de kwaliteit wordt gewaarborgd;

    • e.

      Wat zijn de kosten voor de dienstverlening.

    • f.

      Beoordeling van een opgesteld plan door inwoner en/of budgethouder, eventueel in samenwerking met diegene die de dienst gaat leveren. Dit plan dient de volgende motivering te bevatten:

      • i.

        Op welke wijze een pgb leidt tot het bereiken van de voor cliënt gewenste doelen en resultaten.

      • ii.

        Welke vorm van ondersteuning passend is met het bijbehorend tarief.

      • iii.

        Hoe de cliënt, op eigen kracht of met zijn vertegenwoordiger, die bij een pgb horende taken en verplichtingen uit kan voeren.

  • 3. Aanvullend op lid 1 in het kader van aanschaf van een voorziening

    • a.

      De beoogde voorziening die inwoner wenst aan te schaffen;

    • b.

      Het doel van de beoogde voorziening;

    • c.

      Betreft het doel compensatie van de beperkingen zoals wordt bedoeld met een passende maatwerkvoorziening

    • d.

      Op welke wijze er wordt voorzien in onderhoud en verzekering

    • e.

      Op welke wijze de voorziening gestald wordt/ waar de voorziening wordt geplaatst;

Artikel 39 Voorwaarden voor een persoonsgebonden budget voor diensten

  • 1. Bij gezinsleden wordt er in eerste instantie uitgegaan van gebruikelijke hulp/ bij familie mantelzorgtaken.

  • 2. Alleen als er sprake is van bijzondere omstandigheden in het individuele geval wordt er een persoonsgebonden budget verstrekt voor ondersteuning uit het netwerk.

  • 3. Indien er sprake is van overbelasting bij de gewenste hulpverlener dan is dit een contra-indicatie voor het inzetten van een Persoonsgebonden budget.

  • 4. Bij het beoordelen of een inwoner pgb vaardig is, beoordelen we of inwoner zijn/haar belangen kan behartigen en de bijhorende taken van een pgb kan uitvoeren.

  • 5. Wanneer het Persoonsgebonden budget wordt beheerd en de belangen worden behartigd door iemand uit het sociaal netwerk, dan kan er gevraagd worden voor een schriftelijke bevestiging van gewaarborgde hulp of een wettelijk vertegenwoordiger.

  • 6. Wanneer het persoonsgebonden budget wordt beheerd en de belangen worden behartigd door iemand uit het sociaal netwerk dan spreken we van een budgethouden. Hierbij dient er rekening te worden gehouden met:

    • a.

      Hulpverlening en budget mogen niet door 1 hand worden georganiseerd.

    • b.

      Er mag geen sprake zijn van een nauwe relatie tussen uitvoerder en budgethouder.

    • c.

      De budgethouder dient in ieder geval onafhankelijk, aanwezig en bereikbaar te zijn.

  • 7. Bij de beoordeling van de kwaliteit van een maatwerkvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget wordt uitgegaan van wettelijke kwaliteitseisen voor de maatwerkvoorziening waarvoor het pgb bedoeld is.

  • 8. We gaan uit van de zorg in natura tarieven zoals deze beschreven zijn onder artikel 43 met de volgende regels:

    • a.

      Wanneer het pgb door sociale netwerk geleverd wordt geldt dat 100% van het wettelijk minimumloon gebruikt wordt;

    • b.

      Wanneer het pgb uitgevoerd wordt door een zzp’er dan wordt eruit gegaan van het 30% onder het maximumtarief NZA;

    • c.

      Wanneer het pgb uitgevoerd wordt door een organisatie dan geldt hiervoor maximaal 100% van de ZIN prijs.

  • 9. Het volledige bedrag aan pgb dient verantwoord te worden. Er wordt geen verantwoordingsvrij bedrag gehanteerd.

  • 10. Wanneer er een andere voorziening gekocht wordt van het pgb ten opzichte van de beoogde voorziening die noodzakelijk blijkt uit het onderzoek wordt er geen pgb bedrag afgegeven voor het onderhoud. Voorbeelden hiervan zijn:

    • a.

      Elektrische voorziening i.p.v. een handmatige voorziening

    • b.

      Een 4 wiel scootmobiel i.p.v. een 3 wiel scootmobiel

    • c.

      Een rolstoel met andere (voorkeurs)instellingen ten opzichte van de noodzakelijke instellingen.

Artikel 40 Voorwaarden persoonsgebonden budget voor de aankoop van roerende voorzieningen

  • 1. Wat betreft de aankoop van voorzieningen maakt het college per toekenning een berekening. Daarbij moet het bedrag voldoende zijn om de voorziening aan te schaffen om de bestaande problemen voldoende te compenseren.

  • 2. De hoogte van het persoonsgebonden budget wordt als volgt vastgesteld:

    • a.

      Het PGB-bedrag voor voorzieningen is toereikend en vergelijkbaar met de natura voorziening.

    • b.

      De bedragen zijn afgeleid van de bedragen voor de natura voorzieningen, inclusief de voor de gemeente geldende korting.

    • c.

      De belanghebbende levert een offerte aan welke goedgekeurd dient te worden door het college.

    • d.

      Een aanvraag voor een PGB kan geweigerd worden voor zover de kosten van het PGB hoger zijn dan de kosten van de maatwerkvoorziening in natura. Een belanghebbende kan zelf bijbetalen wanneer de door hen gewenste voorziening adequaat duurder is dan het door het college voorgestelde aanbod.

    • e.

      De belanghebbende dient een factuur aan te leveren van de door hem betaalde kosten.

  • 3. Bij de beoordeling van de kwaliteit van een maatwerkvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget wordt uitgegaan van wettelijke kwaliteitseisen voor de maatwerkvoorziening waarvoor het pgb bedoeld is.

  • 4. Het persoonsgebonden budget voor de aankoop van een voorziening wordt geacht in ieder geval toereikend te zijn voor een periode overeenkomend met de afschrijvingstermijn die van toepassing is op de met het persoonsgebonden budget te verwerven voorziening.

  • 5. Het verstrijken van de afschrijvingstermijn betekent niet automatisch dat recht bestaat op een nieuwe voorziening. In zulke situaties zal altijd beoordeeld worden of de oude voorziening nog bruikbaar is en een passende bijdrage kan leveren aan de zelfredzaamheid en participatie van de budgethouder

  • 6. Een PGB voor een auto-aanpassing is gelijk aan de door het college geaccepteerde offerte. Er moeten minimaal twee offertes ter beoordeling worden overlegd. Er wordt uitgegaan van een levensduur van de aanpassingen van minimaal 5 jaar.

  • 7. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken en teruggevorderd als blijkt dat het pgb binnen 6 maanden na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.

Artikel 41 Voorwaarden persoonsgebonden budget voor de aankoop van onroerende woningaanpassing

  • 1. De kostprijs van een pgb is gelijk aan deze van een de zorg in natura prijs die de gemeente betaald voor de goedkoopst compenserende voorziening

  • 2. Bouwkundige en/of woontechnische voorzieningen aan de eigen woning worden op basis van een kostenraming door een bouwkundige vastgesteld. De hoogte van het PGB is gelijk aan het bedrag van de goedkoopste door het college geaccepteerde offerte.

  • 3. De inwoner moet 3 offertes overhandigen van gecertificeerde aanbieders voor het aanvragen van een pgb bij een onroerende woningaanpassing.

  • 4. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken en teruggevorderd als blijkt dat het pgb binnen 6 maanden na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.

  • 5. Bij een pgb voor een verhuiskostenvergoeding betreft uitsluitend de kosten van een verhuisbedrijf. De cliënt levert 2 offertes aan. Het persoonsgebonden budget wordt toegekend op basis van de goedkoopst adequate offerte. Met een maximum bedrag van 1500,- euro.

  • 6. Voor een Bouwkundige en/of woontechnische voorziening (betreft keuken, tegels, sanitair en natte cel) geldt een afschrijvingstermijn van 25 jaar.

  • 7. Voor een traplift geldt een afschrijvingstermijn van 10 jaar.

  • 8. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor een traplift wordt toegekend op basis van de tegenwaarde van de (koop)prijs van de goedkoopst-adequate nieuwe voorziening inclusief onderhoud zoals dat door het college aan de leverancier wordt betaald.

Artikel 42 Regels voor financiële tegemoetkoming

Het college aan een cliënt een financiële tegemoetkoming verstrekken. De regels inzake maatwerkvoorziening en in het bijzonder de regels inzake pgb’s zijn van overeenkomstige toepassing op de financiële tegemoetkoming tenzij de aard van de financiële tegemoetkoming zich tegen analoge toepassing verzet waaronder begrepen het opleggen van een bijdrage en het voldoende compenseren. Een financiële tegemoetkoming hoeft niet toereikend te zijn.

Het college kan een tegemoetkoming verstrekken in geval van:

  • woningsanering;

  • verhuis- en inrichtingskosten;

  • bezoekbaar maken van een woning niet zijnde het hoofdverblijf;

  • vervoerskosten;

  • sportvoorziening.

Hoofdstuk 12 Financiële paragraaf

Artikel 43 Tarieven maatwerkvoorziening

Onderstaande tarieven zijn vastgesteld voor 2021 en worden jaarlijks geïndexeerd. De laatste tarieven zijn ten alle tijden terug te vinden op:

  • de website van de MGR Home | MGR Sociaal Domein Limburg Noord (sociaaldomein-limburgnoord.nl)

  • de website van Omnibuzz Home - Omnibuzz, maatwerk in vervoer

    • 1.

      Voor de maatwerkvoorzieningen gelden de volgende tarieven.

      • a.

        Hulp in het huishouden alphatrots € 18,94

      • b.

        Hulp in het huishouden € 30,29

      • c.

        Begeleiding individueel € 60 per uur

      • d.

        Begeleiding specialistisch € 69 per uur

      • e.

        Dagbsteding licht € 7,57 per uur

      • f.

        Dagbesteding midden € 10,68 per uur

      • g.

        Vervoer basis naar dagbesteding € 13,75 per etmaal

      • h.

        Vervoer rolstoel naar dagbesteding € 21,99 per etmaal

      • i.

        Persoonlijke verzorging € 49,80 per uur

      • j.

        Logeren € 145,41 per etmaal

      • k.

        Collectief Vraagafhankelijk vervoer € 2,44 per zone

        • i.

          Aandeel inwoner € 0,83 per aandeel

Hoofdstuk 13 Slotbepalingen

Artikel 45. Inwerkingtreding, intrekking en citeertitel

  • 1. Deze beleidsregel halen we aan als “Gemeente Beesel Nadere Regels Wmo 2021”.

  • 2. Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking.

  • 3. De ‘Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Beesel 2015 en Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Beesel 2015 ’ vastgesteld op 19 december 2014, trekken we in op de datum genoemd in lid 2.

Ondertekening

Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beesel in zijn vergadering van 29 juni 2021.

Rick Nillesen,

secretaris

Bob Vostermans,

burgemeester