Verordening artikel 212

Geldend van 09-07-2021 t/m heden

Intitulé

Verordening artikel 212

De raad van de gemeente Oss;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 mei 2021

gelet op het advies van de rekeningcommissie van 10 juni 2021;

gelet op artikel 212 van de Gemeentewet;

besluit de volgende verordening vast te stellen:

Verordening over de uitgangspunten voor de begroting en verantwoording, het financieel beleid en het financieel beheer van de gemeente Oss 2021

HOOFDSTUK 1. BEGROTING EN VERANTWOORDING

Artikel 1. Programma’s, producten en taakvelden
  • 1.

    De raad stelt in ieder geval bij het begin van de nieuwe raadsperiode een programma-indeling vast.

  • 2.

    In de programmabegroting en jaarstukken staat de onderverdeling van de programma’s in producten en taakvelden, inclusief de financiën daarvan.

  • 3.

    De onderverdeling van de programma’s in producten en taakvelden staat voor de raadsperiode vast, tenzij er redenen zijn voor een wijziging. Wijzigingen worden bij de begroting expliciet genoemd.

  • 4.

    De raad kan bij aanvang van een nieuwe raadsperiode een aantal thema’s vaststellen.

  • 5.

    De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.

  • 6.

    De raad stelt op voorstel van het college de beleidsindicatoren in de begroting (en bijlage) vast. Het voorstel van het college bevat ten minste de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.

Artikel 2: Kaders begroting
  • 1.

    Het college biedt de gemeenteraad uiterlijk 4 weken voor de raadsvergadering een nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming.

  • 2.

    Het college betrekt de raad bij de voorbereiding van deze nota.

  • 3.

    De raad stelt deze nota voor het zomerreces vast.

Artikel 3: Programmabegroting
  • 1.

    Het college biedt de gemeenteraad uiterlijk 4 weken voor de raadsvergadering de programmabegroting aan. De programmabegroting is de vertaling van de kadernota, zowel inhoudelijk als financieel. Het is de begroting voor het volgende jaar inclusief een meerjarenraming.

  • 2.

    De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma.

  • 3.

    In de jaarlijkse programmabegroting geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.

  • 4.

    De raad stelt de begroting voor 15 november vast.

  • 5.

    De raad stelt gelijktijdig met de programmabegroting het Najaarsbericht Grondbedrijf vast. Dit is een tussentijdse actualisatie van het laatst vastgestelde Meerjarenprogramma Grondbedrijf.

  • 6.

    In het Najaarsbericht worden (rekenkundige) uitgangspunten en nieuwe projecten expliciet opgenomen.

Artikel 4: Uitvoering begroting
  • 1.

    Het college zorgt ervoor dat de begroting uitgevoerd wordt.

  • 2.

    Het college zorgt ervoor dat de raad de uitvoering van de begroting kan beoordelen en evalueren.

  • 3.

    Het college informeert de raad minstens 2 keer per jaar over financiële afwijkingen bij het uitvoeren van de begroting. De raad neemt een besluit over de afwijkingen.

  • 4.

    De raad heeft het budgetrecht over de begroting. Zij is bevoegd om inhoudelijke financiële wijzigingen door te voeren, budget te storten of onttrekken uit een reserve, of investeringskredieten te beschikbaar stellen.

    Met betrekking tot overige financiële wijzigingen hanteren we de volgende afspraken:

  • 4.1

    De gemeenteraad is bevoegd om de begroting te wijzigen over programma niveau, die reserves raken en per saldo geld kosten.

  • 4.2

    Het college is bevoegd om de begroting te wijzigen mits het gaat om

    • :

  • wijzigingen die per saldo geen geld kosten

  • wijzigingen die géén betrekking hebben op reserves

  • wijzigingen tussen producten van meer dan € 100.000 per jaarschijf, maar binnen een programma

  • wijzigingen die betrekking hebben op voorzieningen

  • wijzigingen die het begrotingstotaal niet meer dan € 100.000 beïnvloeden (wijziging in lasten en baten).

  • 4.3

    De ambtelijke organisatie is bevoegd om de begroting te wijzigen mits het gaat om:

  • niet-inhoudelijke wijzigingen

  • wijzigingen die per saldo geen geld kosten

  • wijzigingen die géén betrekking hebben op reserves en voorzieningen

  • wijzigingen tussen producten tot maximaal € 100.000 per jaarschijf per begrotingswijziging

  • wijzigingen die het begrotingstotaal niet meer dan € 100.000 beïnvloeden (wijziging in lasten en baten) per begrotingswijziging.

4.4 Wijzigingen die reserves raken, waarvan de mutatie binnen het doel van de reserve past van maximaal € 100.000, nemen we op in het overzicht van budgettair neutrale wijzigingen binnen de Eerste financiële tussenrapportage of in de programmabegroting.

  • 5.

    Het college kan een investeringskrediet beschikbaar stellen voor niet voorziene investeringen binnen bestaand beleid en met reeds aanwezige dekking voor kapitaallasten.

  • 6.

    Het college kan besluiten nemen over de inzet van de post onvoorzien. Het college legt hierover verantwoording af aan de raad.

Artikel 5. Jaarstukken
  • 1.

    Het college biedt de gemeenteraad uiterlijk 4 weken voor de raadsbehandeling de programma-evaluatie aan. Daarin legt het college verantwoording af over de realisatie van de doelstellingen uit de begroting.

  • 2.

    Het college biedt de gemeenteraad uiterlijk 4 weken voor de raadsbehandeling de jaarstukken aan, te weten het jaarverslag en de jaarrekening. De inhoud van de programma-evaluatie gebruiken we als onderdeel van het jaarverslag. In de jaarstukken legt het college verantwoording af over de realisatie van de begroting (beleidsmatig en financieel).

  • 3.

    Daarbij geeft het college op productniveau een toelichting op financiële afwijkingen boven de € 100.000.

  • 4.

    De raad bepaalt aan de hand van het jaarverslag of de doelstellingen en het beleid bijgesteld moeten worden.

  • 5.

    De raad stelt de jaarstukken over het afgelopen jaar voor 15 juli vast.

  • 6.

    De raad stelt gelijktijdig met de jaarstukken het Meerjarenprogramma Grondbedrijf vast. Dit bestaat uit een verantwoording over de grondexploitatie van het afgelopen jaar en een prognose voor de komende jaren.

  • 7.

    Daarbij zijn overschrijdingen van de baten en lasten van de totale grondexploitatie in een bepaald jaar niet onrechtmatig als deze binnen de ramingen van de totale looptijd passen.

Artikel 6. Reserves en voorzieningen
  • 1.

    Het college biedt de raad jaarlijks, tegelijk met de programmabegroting, een nota reserves aan. Deze nota behandelt in ieder geval:

  • 1.2

    het doel en het meerjarig verloop van de reserves

  • 1.3

    de noodzakelijke omvang van de reserves

  • 2.

    De raad stelt de nota reserves vast.

  • 3.

    De voorzieningen worden jaarlijks beoordeeld bij het opstellen van de jaarrekening. Daarbij wordt in ieder geval aandacht besteed aan:

    • 3.1

      het doel van de voorzieningen

    • 3.2

      de noodzakelijke omvang van de voorzieningen

Artikel 7. Paragrafen
  • 1.

    Op basis van de landelijke verslagleggingsvoorschriften (BBV) neemt het college verplichte paragrafen op bij de begroting en de jaarstukken:

    • 1.1

      Weerstandsvermogen en risicobeheersing

    • 1.2

      Onderhoud kapitaalgoederen

    • 1.3

      Financiering

    • 1.4

      Verbonden partijen

    • 1.5

      Grondbeleid

    • 1.6

      Lokale heffingen

    • 1.7

      Bedrijfsvoering

7a. Weerstandsvermogen en risicobeheersing
  • 1.

    In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing staat in ieder geval:

  • 1.1 De weerstandscapaciteit: de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten te dekken.

  • 1.2

    Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.

    1.3 Een aantal financiële kengetallen

7b. Onderhoud kapitaalgoederen
  • 1.

    In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen noemen we voor onze kapitaalgoederen de volgende onderdelen:

    • 1.1

      het beleidskader

    • 1.2

      de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties

    • 1.3

      de vertaling van de financiële consequenties in de begroting

  • 2.

    We onderscheiden de volgende kapitaalgoederen:

    • 2.1

      Voorzieningen in de openbare ruimte

    • 2.2

      Buitensportaccommodaties

    • 2.3

      Gemeentelijke gebouwen (inclusief gebouwen basisonderwijs)

7c. Financiering
  • 1.

    De paragraaf financiering bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties, reserves en producten wordt toegerekend en de financieringsbehoefte.

7d. Verbonden partijen
  • 1.

    De paragraaf verbonden partijen bevat een overzicht van de externe rechtspersonen waar Oss een bestuurlijke en financiële band mee heeft. Dat kunnen de volgende instellingen zijn:

    • 1.1

      Gemeenschappelijke regelingen (GR)

    • 1.2

      Vennootschappen waarin de gemeente financieel deelneemt (naamloze of besloten vennootschap

    • 1.3

      Verenigingen waar de gemeente lid van is

    • 1.4

      Stichtingen waarin de gemeente een bestuurszetel heeft

  • 2.

    Het college per verbonden partij inzicht in:

    • 2.1

      De naam en de vestigingsplaats.

    • 2.1

      Het openbaar belang dat op deze wijze behartigd wordt.

    • 2.3

      De veranderingen die zich tijdens het begrotingsjaar hebben voorgedaan in het belang dat de we in de verbonden partij hebben.

    • 2.4

      Het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar. Als dat niet bekend is, vermelden we de meest recente cijfers die bekend zijn.

    • 2.5

      Het resultaat van de verbonden partij.

7e. Grondbeleid
  • 1.

    Deze paragraaf beschrijft op hoofdlijnen het grondbeleid, de financiële positie en het weerstandsvermogen van het grondbedrijf.

7f. Lokale heffingen
  • 1.

    De paragraaf betreffende de lokale heffingen bevat ten minste:

    • 1.1

      de geraamde inkomsten

    • 1.2

      het beleid ten aanzien van de lokale heffingen

    • 1.3

      een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen en de kostendekkendheid ervan

    • 1.4

      een aanduiding van de lokale lastendruk

    • 1.5

      een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid

7g. Bedrijfsvoering
  • 1.

    De paragraaf bedrijfsvoering bevat een verwijzing naar het programma waarin het onderdeel organisatie is toegelicht. Dit bevat tenminste inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering.

HOOFDSTUK 2. FINANCIEEL BELEID

Artikel 8. Investeringen, activering en afschrijving
  • 1.

    De spelregels voor het aanvragen van investeringen, de activering en afschrijving daarvan staan in de Nota investeringsbeleid. Daarnaast staan hierin de uitgangspunten voor de toerekening van rente. Het college biedt de nota minimaal eens in de 5 jaar ter vaststelling aan de gemeenteraad aan.

Artikel 9. Grond(prijs)beleid
  • 1.

    De uitgangspunten voor het grondbeleid en het grondprijsbeleid staan in afzonderlijke nota’s. In de nota grondbeleid staat in ieder geval hoe we omgaan met strategische aankopen. Verder leggen we in een nota vast hoe we omgaan met de reserves en voorzieningen, risicobeheersing en tussentijdse winstnemingen. Het college biedt deze nota’s minimaal eens in de 5 jaar ter vaststelling aan de gemeenteraad aan.

Artikel 10. Kostprijsberekening
  • 1.

    We berekenen zoveel mogelijk de integrale kostprijs. Dat betekent dat we bij het bepalen van kostprijzen zowel de directe als de indirecte kosten (overhead) meenemen.

  • 2.

    In onze begroting en jaarrekening rekenen we alleen de directe kosten aan activiteiten toe. De indirecte kosten rekenen we buiten de begroting om aan de activiteiten toe. Dat doen we met een opslag voor overhead.

  • 3.

    Alleen bij de activiteiten van het grondbedrijf berekenen we in de begroting en jaarrekening de indirecte kosten door. Deze zijn onderdeel van het uurtarief.

  • 4.

    Bij de berekening van de tarieven voor lokale heffingen rekenen we een opslagpercentage voor overhead toe. Het percentage bepalen we door de overheadkosten te relateren aan de loonsom inclusief structurele inhuur.

  • 5.

    Bij het bepalen van de tarieven voor lokale heffingen zien we daarnaast de BTW en de kwijtschelding als kosten. We maken ook een inschatting van het percentage dat oninbaar is. Al deze kosten rekenen we door in de tarieven.

Artikel 11. Vaststelling tarieven
  • 1.

    Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke belastingen, heffingen en leges. De raad stelt de tarieven vast.

Artikel 12. Financieringsfunctie
  • 1.

    Het college neemt in een treasurystatuut regels op voor het beheer van de geldstromen, de beheersing van de risico’s daarvan en de informatievoorziening daarover. Verder staat hierin hoe de bevoegdheden en verantwoordelijkheden verdeeld zijn en wat de uitgangspunten zijn voor de administratieve organisatie en interne controle van de financieringsfunctie. Het college biedt het treasurystatuut minimaal eens in de 5 jaar ter vaststelling aan de gemeenteraad aan.

Artikel 13. Verstrekking subsidies
  • 1.

    Het college zorgt voor het beleid en de interne regels voor het verstrekken van subsidies en steunverlening aan instellingen en bedrijven binnen de algemene subsidieverordening. Het college biedt de algemene subsidieverordening minimaal eens in de 5 jaar ter vaststelling aan de gemeenteraad aan.

  • 2.

    Het college biedt de gemeenteraad in de programmabegroting een overzicht van de begrote subsidies en in de jaarstukken een overzicht van de verstrekte subsidies aan.

Artikel 14. Inkoop en aanbesteding
  • 1.

    Het college zorgt voor het beleid en de interne regels voor de inkoop en aanbesteding van goederen, werken en diensten.

Artikel 15. Voorziening voor oninbare vorderingen
  • 1.

    Voor de volgende openstaande vorderingen wordt een voorziening voor oninbaarheid gevormd op basis van het historische percentage van oninbaarheid:

    • 1.1

      onroerende zaakbelasting

    • 1.2

      precariobelasting

    • 1.3

      hondenbelasting

    • 1.4

      rioolheffing

    • 1.5

      afvalstoffenheffing

    • 1.6

      onderdelen van de wet BUIG

  • 2.

    Voor de overige vorderingen wordt een voorziening voor oninbaarheid gevormd op basis van een beoordeling van onder andere de inbaarheid van de openstaande vorderingen.

  • 3.

    In specifieke situaties met grote risico’s bepalen we op basis van alle informatie die we hebben hoe hoog de voorziening moet zijn.

HOOFDSTUK 3. FINANCIEEL BEHEER

Artikel 16. Administratie
  • 1.

    Het college is verantwoordelijk voor de opzet en het bijhouden van de administratie. Daarbij staan de uitvoering van de begroting, de (bij)sturing daarop en het afleggen van verantwoording daarover centraal.

Artikel 17. Financiële organisatie
  • 1.

    Het college zorgt voor een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden en verantwoordelijkheden.

  • 2.

    Het college regelt de verlening van mandaten en volmachten die nodig zijn voor het uitvoeren van de begroting.

  • 3.

    Het college neemt maatregelen om frauderisico’s te minimaliseren en informeert de raad hier periodiek over.

  • 4.

    In het kader van de jaarrekening zorgt het college jaarlijks voor de interne controle van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij eventuele afwijkingen neemt het college maatregelen.

HOOFDSTUK 4. SLOTBEPALINGEN

Artikel 18. Citeertitel
  • 1.

    Deze verordening wordt aangehaald als ‘Financiële verordening gemeente Oss 2021’.

Artikel 19. Inwerkingtreding en intrekken oude regelingen
  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op 9 juli 2021 en is van toepassing vanaf het begrotingsjaar 2021.

  • 2.

    De ‘Financiële verordening gemeente Oss 2018’, vastgesteld in de raadsvergadering van 5 juli 2018, wordt gelijktijdig ingetrokken.

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 8 juli 2021.

De gemeenteraad voornoemd,

De griffier, De voorzitter,

drs. P.H.A. van den Akker drs. W.J.L. Buijs-Glaudemans

Coll:

Ondertekening