Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aa en Hunze houdende regels omtrent de peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie (Beleidsregels (VVE) peuteropvang 2021 gemeente Aa en Hunze)

Geldend van 09-07-2021 t/m heden

Intitulé

Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aa en Hunze houdende regels omtrent de peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie (Beleidsregels (VVE) peuteropvang 2021 gemeente Aa en Hunze)

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aa en Hunze, gelet op

  • -

    De Algemene subsidieverordening gemeente Aa en Hunze 2021

overwegende dat:

  • 1.

    aan alle kinderopvangorganisaties in de gemeente Aa en Hunze de mogelijkheid wordt geboden om een subsidieaanvraag in te dienen om peuteropvang uit te voeren;

  • 2.

    uit de Wet Kinderopvang volgt dat de verantwoordelijkheid voor peuteropvang voor ouders die niet in aanmerking komen voor de Kinderopvangtoeslag van het Rijk, bij de gemeente ligt;

  • 3.

    het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie de basisvoorwaarden stelt aan de kwaliteit van voorschoolse educatie;

  • 4.

    de Wet op het primair onderwijs de opdracht geeft om regels vast te stellen over de uitvoering van de voor- en vroegschoolse educatie;

  • 5.

    uit de Jeugdwet volgt dat de gemeente de wettelijke taken voor de jeugdhulp uitvoert en samen met het onderwijs (Passend Onderwijs) verantwoordelijk is voor het versterken van preventie en het vroegtijdig onderkennen van ondersteuningsvragen;

  • 6.

    dat als gevolg van de harmonisatie de Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang vanaf 1 januari 2018 hogere eisen stelt aan de kwaliteit van kinderopvang en peuterspeelzalen;

  • 7.

    dat deze subsidieregeling wordt uitgevoerd door de instelling voor peuteropvang waar de peuter is geplaatst;

  • 8.

    dat de gemeente de subsidie toekent aan ouders of verzorgers van de peuter dat gebruik maakt van de peuteropvang bij de instelling naar keuze waar de peuter is geplaatst.

Besluit vast te stellen:

De beleidsregels Peuteropvang en Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) 2021

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Aanbieder 

Een aanbieder van peuteropvang, die voldoet aan de wettelijke voorschriften en gemeentelijke voorwaarden.

Aanvrager

De LRK-geregistreerde aanbieder van kinderopvang in de gemeente Aa en Hunze.

College

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aa en Hunze.

Gesubsidieerd arrangement

Ouders (ouder(s) en of verzorger(s)) kunnen slechts gebruik maken van peuteropvang een gesubsidieerd arrangement als de mogelijkheden om gebruik te maken van kinderopvangtoeslag zijn uitgeput. Voor een gesubsidieerd arrangement komen in aanmerking de ouders:

  • die wonen en ingeschreven staan in Aa en Hunze en

  • die niet vallen onder de kinderopvangtoeslag regeling en informatie kunnen overleggen waaruit dit blijkt, maximaal voor 2 dagdelen of

  • die vallen onder de kinderopvangtoeslagregeling en waarvan één van de ouders/verzorgers kan aantonen dat er een vast dienstverband is van minder dan 12 uur, en binnen deze uren geen peuteropvang arrangement kan worden aangeboden, komt in aanmerking voor maximaal 1 dagdeel gesubsidieerde peuteropvang.

JGZ

Jeugdgezondheidszorg voor 0-4 jarigen, in gemeente Aa en Hunze uitgevoerd door Stichting Icare JGZ.

Gecertificeerde voorschoolse voorziening

Een voorziening voor peuteropvang die zowel aan de geldende wettelijke eisen, als aan het in Aa en Hunze van toepassing zijnde kwaliteitskader voldoet.

Kinderopvangtoeslag toeslagtabel

Een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang van de overheid. De overheid betaalt een percentage van de kosten van kinderopvang. De hoogte van deze tegemoetkoming (kinderopvangtoeslag) hangt af van het inkomen van de ouders. Hoe lager het inkomen, des te hoger de bijdrage.

Kinderopvangtoeslagtabel

De tabel voor de berekening van een inkomensafhankelijke ouderbijdrage van de overheid (zie www.belastingdienst.nl), voor ouders die gebruik maken van (gesubsidieerde) kinderopvang.

Landelijk Register Kinderopvang (LRK)

een register met gegevens van alle gecertificeerde Kinderopvangvoorzieningen in Nederland. Hierin staat tevens vermeld of voorschoolse educatie wordt aangeboden;

Ouder of verzorger

Persoon met ouderlijk gezag of verzorger, die in de gemeente Aa en Hunze woont en waarvan de peuter naar een kinderopvang gaat in diezelfde gemeente. Bij het bepalen wie de ouder/verzorger is wordt aangesloten bij de term ‘ouder’ zoals bepaald in de Wet kinderopvang.

Ouderbijdrage

Een financiële vergoeding die ouders/verzorgers moeten betalen voor de deelname van hun peuter aan de peuteropvang. Deze ouderbijdrage is inkomensafhankelijk en gebaseerd op de kinderopvangtoeslagtabel.

Peuter

Een kind in de leeftijd van 2 jaar tot 4 jaar dat peuteropvang of VVE krijgt aangeboden op een in het LRK-geregistreerde kinderopvang.

Peuteropvang

Het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van peuters tot de eerste dag van de maand waarop het basisonderwijs voor die kinderen begint.

Peuterplek

Eén dagdeel van 3,5 uur of 4 uur gedurende minimaal 40 weken, maximaal 46 weken.

Artikel 2 Algemeen

Het college beschouwt de peuteropvang als een algemene voorziening voor de stimulering van de ontwikkeling van 2 tot 4 jarigen en de continuïteit daarvan. Peuteropvang biedt een pedagogisch verantwoorde voorziening waar kinderen van 2 tot 4 jaar kunnen spelen, elkaar kunnen ontmoeten, zich optimaal kunnen ontwikkelen en waar eventuele belemmeringen van hun optimale ontwikkeling gesignaleerd en positief gestimuleerd worden. Het college stimuleert ouders om hun peuters van 2 tot 4 jaar de peuteropvang te laten bezoeken.

Artikel 3 Doel

Peuteropvang in Aa en Hunze betreft:

  • een basisvoorziening die toegankelijk is voor alle peuters in Aa en Hunze; ook voor ouders die geen beroep kunnen doen op de kinderopvangtoeslag van de belastingdienst (niet -KOT);

  • een basisvoorziening van 8 uur per week, beschikbaar voor alle peuters. Peuters die een aanvullend aanbod nodig hebben komen in aanmerking voor 16 uur peuteropvang per week (VVE) of op maat ingevuld maar in ieder geval 960 uur in 1,5 jaar;

  • een basisvoorziening die voldoende verspreid over de gemeente aanwezig is;

  • een basisvoorziening die binnen de financiële kaders van de gemeente in stand gehouden kan worden.

Artikel 4 Subsidieaanvrager

  • 1. Voor subsidie Peuteropvang komen in aanmerking de ouders of verzorgers van een peuter die geen gebruik kan maken van de kinderopvangtoeslag van het Rijk.

  • 2. De subsidie voor de ouders of verzorgers wordt aangevraagd door de aanbieder (de aanvrager), nadat de ouder/verzorger de aanbieder hiervoor toestemming heeft verleend.

  • 3. De aanvrager bepaalt, aan de hand van door de ouders of verzorgers te verstrekken actuele inkomensgegevens, welke ouders of verzorgers in aanmerking komen voor subsidie Peuteropvang.

  • 4. De aanvrager brengt de subsidie in mindering op het door ouders of verzorgers van de peuter te betalen eigen bijdrage voor gebruik van een peuteropvangplaats en een VVE plaats.

Artikel 5 Aanbod

  • 1. De volgende activiteiten worden aangeboden voor de per peuterplek gefinancierde peuteropvang of VVE door het college:

    • a.

      Peuteropvang voor peuters van 2 tot 4 jaar, gedurende twee dagdelen per week, maximaal 8 uren, gedurende minimaal 40 weken in een jaar. Er maken maximaal 16 peuters deel uit van een peutergroep.

    • b.

      VVE voor peuters van 2,5 tot 4 jaar met een door ICARE JGZ (consultatiebureau) afgegeven indicatie VVEi , maximaal 16 uur per week, gedurende minimaal 40 tot maximaal 46 weken in een jaar en met maximaal 16 peuters in een groep.

  • 2. De volgende producten worden geleverd door de kinderopvangorganisatie:

    • a.

      een pedagogisch beleidsplan waarin is opgenomen:

      • de visie op de ontwikkeling van kinderen

      • de visie op de omgang met en tussen kinderen

      • de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker en/of coach met betrekking tot de verhoging van de kwaliteit van de voorschoolse educatie

    • b.

      een werkplan waarin wordt beschreven op welke wijze de organisatie een bijdrage levert aan het stimuleren van:

      • de algemene ontwikkeling zowel qua motoriek, creativiteit en culturele overdracht als taal en cognitieve vaardigheden van peuters;

      • de sociaal emotionele ontwikkeling;

      • de wijze waarop afstemming met het basisonderwijs om de doorgaande ontwikkelingslijn te waarborgen plaats vindt.

    • c.

      een zorgplan waarin de gevolgde procedure wordt beschreven met betrekking tot:

      • de signalering van achterstanden bij peuters, door het opstellen van een plan van aanpak en het bijhouden van een monitor;

      • de verwijzing van ouders naar hulp- en dienstverlening/opvoedondersteuning (Stichting Attenta en andere externen zoals logopedie en fysiotherapie);

      • het onderhouden van een werkrelatie met de jeugdgezondheidszorg in het kader van “Vroeg erbij”.

    • d.

      plan met betrekking tot ouderbetrokkenheid. Hierin wordt beschreven op welke wijze invulling wordt gegeven aan de ontmoetingsmogelijkheid en ouderbetrokkenheid voor ouders.

    • e.

      werken met een VVE programma gecertificeerd door het NJI en bij voorkeur Piramide.

    • f.

      meewerken aan de monitoring van de voortgang van kinderen.

  • 3. Er is zoveel mogelijk sprake van gemengde groepen: peuters met en zonder VVE-indicatie en peuters die wel of niet vallen onder de kinderopvangtoeslag spelen en ontwikkelen zich samen in een groep.

  • 4. De aanbieder van peuteropvang wisselt ervaringen uit met ouders over hun kinderen, stelt met hen samen het plan van aanpak vast voor de VVE doelen, en biedt ouders ondersteuning bij opvoed- en ontwikkelingsvragen.

Artikel 6 Kwaliteitseisen

  • 1. De kwaliteit van de peuteropvang en VVE dient te voldoen aan de wettelijk gestelde kwaliteitseisen.

  • 2. De aanbieder staat ingeschreven in het Landelijke Register Kinderopvang (LRK).

  • 3. De aanbieder houdt een registratiesysteem bij, waarin is opgenomen:

    • a.

      de NAW gegevens van de kinderen;

    • b.

      de doelgroepcriteria VVE;

    • c.

      de datum waarop kinderen zijn gestart het programma en de leeftijd;

    • d.

      categorie van de ouderbijdrage;

    • e.

      het opleidingsniveau van de ouders (gewichtenregeling). Dit staat in de verwijzing van Icare, niet in het registratiesysteem van de kinderopvangaanbieders.

  • 4. Voor de aanbieders van VVE geldt dat de pedagogisch medewerkers in vaste dienst en invalkrachten voor een langdurige periode:

    • a.

      geschoold zijn in een door het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) erkend (zie bijlage) VVE programma, bij voorkeur een VVE certificaat voor het werken met Piramide;

    • b.

      voldoende Nederlands spreken; voldoen aan taalniveau 3f (mondelinge- en leesvaardigheid) en 2f (schrijfvaardigheden).

  • 5. De aanbieder van peuteropvang en VVE legt afspraken over taken van pedagogisch medewerkers (o.a. voorbereidings- en evaluatietijd, oudercontactmomenten en overlegmomenten) schriftelijk vast.

  • 6. De aanbieder van VVE legt afspraken over de rollen en taken van de pedagogisch beleidsmedewerker en/of de coach voor verhoging van de kwaliteit van voorschoolse educatie schriftelijk vast (per 1-1-2022).

  • 7. De aanbieder legt de verdeling van uren over de locaties van de pedagogisch beleidsmedewerker en/of de coach vast in het pedagogisch beleidsplan (per 1-1-2022).

  • 8. De aanbieder draagt zorg voor continuïteit op de groepen.

  • 9. De aanbieder is bereid om informatie aan te leveren voor kwalitatieve monitoring. De onderwerpen voor kwalitatieve monitoring worden in overleg met de aanbieders bepaald.

Artikel 7 Aanvraag, aanvraagtermijn en wijzigingen

  • 1. De aanvrager vraagt subsidie aan door het indienen van het ingevulde aanvraagformulier uit bijlage 1.

  • 2. De aanvraag wordt ingediend voor 1 oktober en voor nieuwe organisaties op het moment dat wordt gestart met de peuteropvang en/of VVE.

  • 3. Wijzigingen die redelijkerwijs relevant kunnen zijn voor de subsidieaanvraag of de subsidieverstrekking worden direct doorgegeven aan het college.

Artikel 8 Subsidiehoogte per locatie

  • 1. De hoogte van het subsidiebedrag per locatie is het totaal van de uren van de gesubsidieerde peuteropvang volgens deze regeling minus het totaal van de ouderbijdragen (op basis van de kinderopvangtoeslagtabel). Voor het uurtarief van peuteropvang wordt aangesloten bij het maximumtarief kinderopvang op basis van de toeslagen Rijksoverheid.

  • 2. De hoogte van het subsidiebedrag per locatie is het totaal van de uren van VVE volgens deze regeling, minus het totaal van de ouderbijdragen. Voor het uurtarief van VVE wordt aangesloten bij het maximumtarief kinderopvang op basis van de toeslagen Rijksoverheid, vermeerderd met:

    • a.

      een toeslag van €1,25 per uur ten behoeve van de extra inspanningen die geleverd moeten worden voor het begeleiden en de daarbij behorende observaties en administratie van een doelgroep peuter, en

    • b.

      een toeslag van € 0,71 per uur voor de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker en/of coach.

  • 3. De toeslagen genoemd onder lid 2 worden jaarlijks geïndexeerd met het prijsindexcijfer voor de Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers.

  • 4. Per peuter komt maximaal 1 peuterplaats voor subsidie in aanmerking.

Artikel 9 Weigeringsgronden

Naast de weigeringsgronden in de Algemene wet bestuursrecht kan het college de subsidieverlening, geheel of gedeeltelijk weigeren, indien de instelling niet voldoet aan de wettelijke voorschriften die gelden voor kinderopvanginstellingen, de Algemene subsidieverordening en de Beleidsregel (VVE) peuteropvang 2021 gemeente Aa en Hunze.

Artikel 10 Financiële bepalingen

  • 1. In de subsidieregel wordt uitgegaan van een inkomensafhankelijke ouderbijdrage. De inkomensafhankelijke ouderbijdragetabel is gelijk aan de door de Rijksoverheid jaarlijks vast te stellen kinderopvangtoeslagtabel.

  • 2. Voor het bepalen of ouders/verzorgers gebruik kunnen maken van gesubsidieerde peuteropvang of VVE vraagt de aanbieder de daarvoor benodigde gegevens aan de ouders/verzorgers. Het niet overleggen van de benodigde informatie betekent uitsluiting van een gesubsidieerde peuterplek.

  • 3. Indien gebruik wordt gemaakt van peuteropvang of VVE, stelt de gemeente geen subsidie beschikbaar voor peuteropvang of VVE als de ouder/verzorger gebruik kan maken van de kinderopvangtoeslagregeling van het Rijk.

  • 4. Subsidie wordt toegekend aan de hand van het aantal bezette (VVE)peuterplekken door peuters waarvan de ouders geen gebruik kunnen maken van de toeslagregeling kinderopvang minus de van toepassing zijnde ouderbijdragen.

  • 5. De kinderopvanginstelling brengt maandelijks aan de ouders/verzorgers een op grond van het adviestabel inkomensafhankelijke bijdrage in rekening. Deze ouderbijdrage is bedoeld voor eenverdieners. Tweeverdieners betalen voor het bijwonen van de peuterprogramma’s een uurtarief en krijgen vervolgens compensatie via het Rijk in de vorm van kinderopvangtoeslag.

  • 6. Per kwartaal wordt een declaratieformulier ingediend. Dit formulier kan worden ingediend nadat het college van burgemeester en wethouders een positieve beschikking op het verzoek van de aanvrager heeft afgegeven.

  • 7. De aanbieder stelt zich bereid op om financiële informatie aan te leveren en is verplicht om mee te werken aan een financiële controle.

  • 8. Geen subsidie zal worden verstrekt voor de opvang van een peuter waarvan de opvang al op een andere manier wordt gesubsidieerd.

  • 9. Voor de ouders die recht hebben op kinderopvangtoeslag geldt dat:

    • a.

      tenminste de eerste 2 dagdelen bekostigd worden via de kinderopvangtoeslagregeling;

    • b.

      het 3e en/of 4e dagdeel via de kinderopvangtoeslagregeling wordt bekostigd als de peuter al gebruik van maakt van deze dagdelen;

    • c.

      het 3e en/of 4e dagdeel gesubsidieerd wordt als b. niet aan de orde is.

  • 10. Ouders zonder kinderopvangtoeslag (KOT) komen in aanmerking voor een gesubsidieerd Peuter- of VVE arrangement waarvan:

    • a.

      de eerste 2 dagdelen op basis van het uurtarief minus de ouderbijdrage die wordt vastgesteld conform de kinderopvangtoeslagtabel van de Belastingdienst van het betreffende jaar;

    • b.

      het 3e en 4e dagdeel op basis van het uurtarief.

Artikel 11 Reikwijdte van de beleidsregels

Deze regeling is van toepassing op de uitvoering van gesubsidieerde (VVE) peuteropvang binnen de kinderopvang in de gemeente Aa en Hunze. De inhoud van deze beleidsregels kan gewijzigd worden indien het overheidsbeleid een wijziging ondergaat die van invloed is op de gemaakte afspraken.

Artikel 12 Hardheidsclausule

Het college heeft de mogelijkheid om van deze beleidsregels af te wijken als die voor een belanghebbende gevolgen zouden hebben die niet in verhouding staan tot de doelen die met deze beleidsregels worden nagestreefd.

Artikel 13 Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op 1 juli 2021 en vervangen de Beleidsregel Peuteropvang en Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) 2020.

Artikel 14 Citeertitel

Deze beleidsregel wordt elders aangehaald als ‘Beleidsregels (VVE) peuteropvang 2021 gemeente Aa en Hunze’.

Ondertekening

Aldus besloten in de vergadering van burgemeesters en wethouders van d.d. 29 juni 2021,

mevrouw mr. M. Tent

secretaris

de heer A.W. Hiemstra

burgemeester


Noot
i

In Aa en Hunze gelden de volgende criteria voor het afgeven van een VVE-indicatie door Icare JGZ:

• Beide ouders hebben maximaal LBO/ VBO, praktijkonderwijs of VMBO basis- of kaderberoepsgerichte leerweg gevolgd of maximaal twee jaar voortgezet onderwijs in andere schoolopleiding, aansluitend op basisonderwijs. NB Bij één oudergezinnen of co-ouderschap, is het opleidingsniveau bepalend van de ouder die belast is met de dagelijkse zorg voor de peuter.

• Nederlands is voor minder dan de helft de spreektaal in het gezin.

• De ouders nemen deel aan een inburgeringstraject.

• De jeugdarts of jeugdverpleegkundige constateert een achterstand in de (Nederlandse) spraak-taalontwikkeling op basis van de hiervoor geldende richtlijnen.

• De jeugdarts of jeugdverpleegkundige signaleert een verhoogd risico op spraak-taalachterstand. Dit is de professionele inschatting van de jeugdarts of jeugdverpleegkundige, op basis van o.a. omgevingsanalyse en/of andere risicofactoren die van invloed kunnen zijn op de spraak-taalontwikkeling van de peuter.

• Kinderen met (dreigende) achterstanden op sociaal-emotioneel of motorisch gebied, van wie vermoeden bestaat dat extra stimulering achterstand kan voorkomen of verkleinen. Als er geen sprake is van (ook) een risico op spraak-taalachterstand dient afgewogen te worden of VVE de geëigende interventie is.