Verordening van de raad van de gemeente Edam-Volendam houdende regels omtrent het innemen van ligplaatsen en het gebruik van de haven (Havenbeheersverordening Edam-Volendam)

Geldend van 08-07-2021 t/m heden

Intitulé

Verordening van de raad van de gemeente Edam-Volendam houdende regels omtrent het innemen van ligplaatsen en het gebruik van de haven (Havenbeheersverordening Edam-Volendam)

De raad van de gemeente Edam-Volendam;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4 mei 2021 nummer D-RVS-21116911;

gelet op de artikelen 149 en 156 van de Gemeentewet;

overwegende dat het wenselijk is om kaders te creëren waarmee de gemeentelijke belangen in de havens worden beschermd en dat tegelijkertijd de rechten en plichten met betrekking tot het gebruik van de havens inzichtelijk worden gemaakt;

B E S L U I T :

vast te stellen de volgende Havenbeheersverordening Edam-Volendam.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1:1 Definities

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • beroepsvisserijschip: schip op de door het college vastgestelde lijst;

  • bruine vloot: schepen behorende tot de vloot van de professionele passagiersvaart (chartervaart) met traditionele zeilschepen in Nederland;

  • college: college van burgemeester en wethouders;

  • gevaarlijke stoffen: stoffen die gevaar voor explosie, brand, corrosie, vergiftiging, bedwelming of straling kunnen opleveren, zoals vermeld in de IMO-code (het IMO-nummer is het scheepsidentificatienummer dat bestaat uit drie letters “IMO” (voor International Maritime Organisation) gevolgd door zevencijferig getal dat wordt uitgegeven door Lloyd’s Register bij de bouw van een zeeschip) voor het vervoer van verpakte gevaarlijke stoffen over zee (International Maritime Dangerous Goods Code), de Code voor de bouw en uitrusting van schepen die gevaarlijke chemicaliën in bulk vervoeren (International Bulk Chemical Code), de Internationale Code voor de bouw en uitrusting van schepen die vloeibaar gemaakte gassen in bulk vervoeren (International Gas Carrier Code) en het in de bijlage bij het Europees Verdrag inzake het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over binnenwateren opgenomen Reglement (ADN), met uitzondering van eetbare oliën;

  • haven:

    • te Edam: de Buitenhaven, het Oorgat, de Nieuwe Haven, alsmede het gedeelte van de Nieuwe Haven tot de oostelijke ringvaart van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier;

    • te Volendam: de haven, aan de zijde van het IJsselmeer begrensd door de denkbeeldige lijn tussen de uiteinden van de beiden havenhoofden, inclusief de buitensteiger;

      zoals aangegeven op de kaarten (bijlagen 1 en 2) bij deze verordening;

  • historisch schip: schip op de door het college vastgestelde lijst;

  • ligplaats: plaats ingericht of gebruikt om er met een schip af te meren of op enigerlei andere wijze met de vaste grond verbonden hebben van een schip;

  • plezierschip: een jacht of ander schip dat uitsluitend wordt gebruikt voor sportbeoefening of vrijetijdsbesteding;

  • schip: elk drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebruikt dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen of vervoeren van al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen, drijvende werktuigen zoals kranen, baggermolens, pontons of materieel van soortgelijke aard, alsmede woonschepen en woonarken;

  • schipper: degene die aan boord van een schip voortdurend of tijdelijk het gezag voert;

  • woonark: een schip, niet zijnde een woonschip, dat feitelijk niet geschikt en bestemd is om te worden gebruikt als middel tot verplaatsing te water en dat wordt gebruikt of is bestemd voor permanent woon- en nachtverblijf van één of meer personen;

  • woonschip: een schip dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als of te oordelen naar zijn constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd tot dag- of nachtverblijf van één of meer personen;

  • zeilplank: een klein schip, al dan niet voorzien van een vrij bewegende zeiltuigage, die is gemonteerd op een in alle richtingen draaibare mastvoet en die tijdens het zeilen niet in een vaste positie wordt ondersteund of met een peddel wordt voortbewogen.

Artikel 1:2 Toepassingsgebied

Deze verordening is van toepassing in de haven.

Artikel 1:3 Normadressaat
  • 1. Tenzij in deze verordening anders is bepaald, is de schipper verantwoordelijk voor de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening.

  • 2. Bij afwezigheid van een schipper, is de eigenaar verantwoordelijk voor de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening.

Artikel 1:4 Toepassingsgebied

Het college wijst een havenmeester aan.

Artikel 1:5 Nadere regels

Het college kan nadere regels stellen in het kader van de orde, de veiligheid, de bescherming van het milieu, de kwaliteit van de dienstverlening in of in de omgeving van de haven of ter voorkoming van gevaar, schade of hinder, over:

  • a.

    de gegevens die aan de havenmeester moeten worden gemeld voordat met een schip de haven wordt aangedaan, voordat ligplaats wordt ingenomen of voordat bepaalde activiteiten worden ondernomen;

  • b.

    de wijze waarop de melding, bedoeld onder a, dient plaats te vinden;

  • c.

    de voorwaarden waaronder schepen zich in een door het college aangewezen gebied mogen bevinden, welke betrekking kunnen hebben op daar te ondernemen activiteiten en op eisen waaraan schepen of bemanning moeten voldoen om deze activiteiten te mogen ondernemen;

  • d.

    de wijze van afmeren van schepen en het innemen van een ligplaats.

Hoofdstuk 2 Orde in en gebruik van de haven

Artikel 2:1 Ligplaatsenoverzicht

Het college stelt een ligplaatsenoverzicht vast, bestaande uit een kaart van de haven met daarop aangegeven de plaatsen of gebieden die bestemd zijn voor bepaalde categorieën schepen.

Artikel 2:2 Meldplicht bij de havenmeester
  • 1. Eenieder die met een schip een ligplaats in de haven wenst in te nemen, is verplicht zich direct na aankomst met dit schip in de haven te melden bij de havenmeester. Hij meldt hierbij zijn naam, woonplaats, mobiele telefoonnummer(s), de naam en lengte van het schip en het aantal personen.

  • 2. Valt het aankomsttijdstip, bedoeld in het eerste lid, buiten de openingstijden van het havenkantoor, dan geldt de verplichting zich te melden zodra het kantoor weer geopend is.

  • 3. Indien de schipper langer dan 24 uur niet aanwezig is op het schip, meldt hij dit bij de havenmeester.

Artikel 2:3 Wijze van innemen van een ligplaats
  • 1. Het gestelde bij en krachtens deze verordening ontheft de schipper niet van zijn verplichting zich ervan te overtuigen dat de plaats voor zijn schip veilig is.

  • 2. De schipper is verplicht er voor zorg te dragen dat het schip, zolang het een ligplaats inneemt, ten genoegen van het college is vastgemaakt aan de daartoe bestemde ringen of meerpalen.

  • 3. Het is zonder toestemming van het college verboden een schip vast te leggen of vastgelegd te houden met een slot. In bijzondere gevallen, zulks ter beoordeling van het college, is het college bevoegd het slot te verbreken.

Artikel 2:4 Verplaatsen van een schip
  • 1. Het college kan een schipper schriftelijk opdragen een schip te verplaatsen of te doen verplaatsen naar een andere ligplaats, als dit in het kader van de bescherming van de orde, de veiligheid of het milieu in of in de omgeving van de haven noodzakelijk is.

  • 2. Als geen gevolg wordt gegeven aan de opdracht een schip te verplaatsen, kan het college het schip voor rekening en risico van de schipper verplaatsen of doen verplaatsen.

  • 3. In spoedeisende gevallen of als de schipper onbekend is, kan het college het schip voor rekening en risico van de schipper of direct verplaatsen of doen verplaatsen.

Artikel 2:5 Verbod innemen ligplaats
  • 1. Het is verboden ligplaats in te nemen of ingenomen te houden indien het daarvoor verschuldigde havengeld of andere vorderingen met betrekking tot het havengeld niet zijn voldaan.

  • 2. Het is verboden een schip ligplaats in te nemen indien hiervoor in de haven geen ruimte meer aanwezig is, dit ter beoordeling van de havenmeester.

  • 3. Het is verboden een schip ligplaats in te nemen of zich met een schip te bevinden op een plaats die daartoe niet bestemd is.

  • 4. Onverminderd het derde lid is de havenmeester bevoegd al dan niet onder voorwaarden toestemming te verlenen ligplaats in te nemen, indien dit naar zijn oordeel gelet op de beschikbare ruimte in de haven mogelijk en wenselijk is.

  • 5. Het is verboden met een schip ligplaats in te nemen waarvan de lengte meer dan 40 meter bedraagt (inclusief vaste boegspriet, papegaaistok en roer).

  • 6. Onverminderde het vijfde lid is de havenmeester bevoegd al dan niet onder voorwaarden toestemming te verlenen ligplaats in te nemen aan de buitensteiger met een schip langer dan 40 meter.

Artikel 2:6 Gebruik van een schip
  • 1. Het is verboden een schip permanent te gebruiken als woon- of nachtverblijf, tenzij sprake is van een woonschip of woonark.

  • 2. Het is verboden een schip te gebruiken voor het uitoefenen van een bedrijf of beroep. Onder dit verbod valt ook het verbod zich met een dergelijk schip in de haven te bevinden.

  • 3. Het verbod van het tweede lid geldt niet, indien de havenmeester al dan niet onder voorwaarden toestemming verleent ligplaats in te nemen, indien dit naar zijn oordeel gelet op de beschikbare ruimte in de haven mogelijk is.

  • 4. Het verbod in het tweede lid geldt niet voor:

    • a.

      beroepsvisserijschepen;

    • b.

      de bruine vloot;

    • c.

      historische schepen;

    • d.

      schepen van Rederij Volendam Marken Express;

    • e.

      schepen, liggend bij zeilmakerij Jan Schokker;

    • f.

      schepen, liggend bij machinefabriek en reparatiebedrijf W. Prins B.V.;

    • g.

      gebruik, dat onderdeel uitmaakt van een door de burgemeester op grond van de Algemene plaatselijke verordening Edam-Volendam vergund evenement.

Artikel 2:7 Duur verblijf in de haven
  • 1. Het is verboden met een schip langer dan veertien dagen achtereen te verblijven in de haven.

  • 2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:

    • a.

      beroepsvisserijschepen;

    • b.

      de bruine vloot;

    • c.

      historische schepen;

    • d.

      woonschepen en woonarken;

    • e.

      schepen van Rederij Volendam Marken Express;

    • f.

      schepen, liggend bij zeilmakerij Jan Schokker;

    • g.

      schepen, liggend bij machinefabriek en reparatiebedrijf W. Prins B.V.;

  • voor zover deze schepen zijn gelegen in de daartoe in het ligplaatsenoverzicht op grond van artikel 2:1 aangewezen plaatsen of gebieden.

  • 3. In afwijking van het eerste lid is de havenmeester bevoegd al dan niet onder voorwaarden toestemming te verlenen ligplaats in te nemen voor een langere periode dan veertien dagen indien dit naar zijn oordeel gelet op de beschikbare ruimte in de haven mogelijk en wenselijk is.

  • 4. Indien en voor zover door weersomstandigheden het vertrek uit de haven naar het oordeel van de havenmeester onverantwoord is, mag een schip de in het eerste lid bedoelde verblijfsduur overschrijden voor zo lang de weersomstandigheden dit noodzakelijk maken.

  • 5. Indien tussen periodes, waarin een schip in de haven aanwezig is, minder dan 48 uur is gelegen, worden deze periodes voor de bepaling van de termijn, bedoeld in de vorige leden, als aaneengesloten beschouwd.

Artikel 2:8 Langszij gemeerde schepen
  • 1. De schipper van een schip is verplicht een ander schip langszij te laten meren.

  • 2. De schipper van een schip, dat langszij een ander schip gemeerd ligt, is verplicht het andere schip, indien de schipper daarvan dit wenst, gelegenheid te geven te ontmeren en te vertrekken.

  • 3. De betreffende schipper dient de opvarenden van het langszij gemeerde schip toe te staan en gelegenheid te bieden om via zijn schip het langszij gemeerde schip te verlaten.

Artikel 2:9 Vrije doorvaart

De schipper is verplicht er voor zorg te dragen dat de vrije doorvaart in de haven altijd mogelijk is.

Artikel 2:10 Maatregelen bij ijsgang of dichtgevroren water

Bij ijsgang of dichtgevroren water in de haven is de schipper verplicht, als hij met zijn schip een ligplaats wenst in te nemen of te verlaten, dan wel een aanwijzing van de havenmeester daartoe ontvangt, voor zijn rekening en risico zo nodig het ijs te breken of een sleepboot te gebruiken.

Artikel 2:11 Varen in de haven
  • 1. Het is verboden met een schip in de haven te varen met een snelheid van meer dan 6 kilometer per uur (3,2 knopen).

  • 2. Het is verboden in de haven te varen anders dan voor het direct aanmeren of vertrekken of het rechtstreeks varen naar een aangrenzend vaarwater.

  • 3. Het is verboden om in de haven met enig schip te zeilen.

Artikel 2:12 Zwem- en visverbod
  • 1. Het is verboden om in de haven zwemmen of te vissen.

  • 2. Het college kan van het verbod in het eerste lid ontheffing verlenen.

Artikel 2:13 Woonschepen en woonarken
  • 1. Het is verboden met een woonschip of woonark een ligplaats in te nemen buiten de daartoe in het ligplaatsenoverzicht op grond van artikel 2:1 aangewezen plaatsen of gebieden.

  • 2. Het is verboden zonder vergunning van het college met een woonschip of woonark een ligplaats in te nemen.

  • 3. De in het tweede lid bedoelde vergunning wordt geweigerd, indien sprake is van strijd met het bestemmingsplan, het bepaalde in het eerste lid of indien de betreffende ligplaats reeds is vergund.

  • 4. Aan de in het tweede lid bedoelde vergunning kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden in het belang van de openbare orde, de volksgezondheid, de veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente.

  • 5. De eigenaren of gebruikers van een woonschip of woonark zijn verplicht de door hen ingenomen ligplaats en de onmiddellijke omgeving daarvan voortdurend gereinigd te houden. Zij zijn gehouden daarbij de door of vanwege het college gegeven aanwijzingen op te volgen.

  • 6. De eigenaren of gebruikers van een woonschip of woonark zijn verplicht om wanneer hen dat door of vanwege het college is bevolen, vanwege uit te voeren werkzaamheden, tijdelijk een andere door het college aangewezen ligplaats in te nemen, aan dat bevel binnen 48 uur gevolg te geven.

Artikel 2:14 Verbod zeilplanken in de haven

Het is verboden met een zeilplank of soortgelijk vaartuig in de haven te varen.

Artikel 2:15 Verwaarloosde en gezonken schepen
  • 1. Het is verboden met een schip dat in onvoldoende staat van onderhoud is of in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert ligplaats in te nemen of te hebben.

  • 2. De schipper of eigenaar van een schip welke zich in onvoldoende staat van onderhoud is of in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert, dient zijn schip uit de haven te verwijderen of in voldoende staat van onderhoud te brengen binnen een maand na constatering door de havenmeester.

  • 3. Het college kan een schip, zo dikwijls als zij dit nodig acht, onderwerpen aan een onderzoek door een door hen aangewezen deskundige. De schipper is verplicht medewerking te verlenen aan het onderzoek.

  • 4. Indien een afgekeurd schip is hersteld, mag dit niet eerder in gebruik worden genomen dan nadat het door het college op grond van een nieuw deskundigenonderzoek is goedgekeurd.

  • 5. De schipper van een gezonken schip is verplicht het schip onmiddellijk te verwijderen of te doen verwijderen.

  • 6. Indien de schipper geen gehoor geeft aan het bepaalde in het vijfde lid, zal het college het schip op kosten van de schipper verwijderen.

Artikel 2:16 Gebruik reddingsmiddelen en brandbestrijdingsmiddelen

Het is verboden de zich op de wal bevindende reddingsmiddelen en brandbestrijdingsmiddelen te gebruiken anders dan bij onmiddellijk gevaar, dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken of te verwijderen.

Artikel 2:17 Voorzieningen en voorwerpen
  • 1. Het is eenieder verboden voorzieningen of voorwerpen in, op, onder of boven water te hebben, te plaatsen of aan te brengen, als daardoor gevaar, schade of hinder kan ontstaan.

  • 2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het hebben, plaatsen of aanbrengen van scheepstoebehoren en voorzieningen die dienen, en als zodanig in gebruik zijn, voor het laden en lossen van schepen.

Hoofdstuk 3 Veiligheid en bescherming milieu in en in de omgeving van de haven

Artikel 3:1 Beperken van gevaar, schade of hinder
  • 1. Eenieder draagt voldoende zorg voor de veiligheid en leefomgeving in en rond de haven;

  • 2. Eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn activiteit gevaar, schade of hinder kan hebben, is verplicht:

    • 2.

      alle maatregelen te nemen, die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen;

    • b.

      voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken;

    • c.

      als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt, die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevraagd.

Artikel 3:2 Verontreiniging van lucht; stank-, hinder- of risicoveroorzakende stoffen

Het is verboden stoffen uit een schip te laten ontsnappen, waardoor gevaar, schade of hinder ontstaat of kan ontstaan.

Artikel 3:3 (Huishoudelijk) afval
  • 1. Onverminderd het bepaalde in de Afvalstoffenverordening gemeente Edam-Volendam is het verboden zich van huishoudelijke afvalstoffen afkomstig uit een in de haven liggend schip te ontdoen anders dan door gebruikmaking van de daartoe bij de haven geplaatste en als zodanig aangegeven afvalstoffencontainers. Grof huishoudelijk afval dient aangeboden te worden aan een erkend inzamelaar.

  • 2. Chemische toiletten of afgewerkte olie mogen alleen in de daarvoor ingerichte verzamelplaatsen geleegd of gestort worden.

  • 3. Het is aan boord van een schip verboden een afvalverbrandingsoven in gebruik te hebben.

  • 4. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op schepen, die gebruikt worden voor het uitoefenen van een bedrijf of beroep. Bedrijfsafval dient op de daarvoor voorgeschreven wijze te worden afgevoerd.

Artikel 3:4 Verbod open vuur

Het is verboden om in de haven aan boord van een schip enigerlei wijze open vuur, behoudens vaste kooktoestellen, te bezigen.

Artikel 3:5 Brandstof

Het is verboden om met een schip in de haven brandstof in te nemen, tenzij:

  • a.

    dit tijdig is gemeld bij de havenmeester;

  • b.

    de levering plaatsvindt door een bedrijf, dat voldoet aan de daarvoor geldende wettelijke vereisten en

  • c.

    de levering plaatsvindt door of onder toezicht van een medewerker van genoemd bedrijf.

Artikel 3:6 Melding bedrijfsstoring, gebrek of schade
  • 1. Bedrijfsstoringen, gebreken of schades aan of aan boord van een schip die gevaar, schade of hinder kunnen veroorzaken aan het schip of de omgeving, worden direct aan de havenmeester gemeld.

  • 2. De melding bedoeld in het eerste lid vindt plaats per telefoon, per marifoon op het daarvoor bestemde kanaal of per e-mail.

Artikel 3:7 Melding en verwijdering van te water geraakte stoffen of voorwerpen

Degene door wiens toedoen een voorwerp of stof vrijkomt of in het water terechtkomt, waardoor gevaar, schade of hinder wordt of kan worden veroorzaakt, draagt ervoor zorg dat:

  • a.

    daarvan onmiddellijk kennis wordt gegeven aan de havenmeester; en

  • b.

    de stof of het voorwerp onmiddellijk wordt verwijderd, tenzij dit redelijkerwijs niet uitvoerbaar is.

Artikel 3:8 Verrichten van werkzaamheden

Het is eenieder verboden om aan, buiten boord of onder een schip of aan een voorwerp aan boord van een schip werkzaamheden te verrichten of doen verrichten, die verband houden met de bedrijfsgereedheid, de aanpassing, het herstel of de verbetering van het schip of het voorwerp, tenzij:

  • a.

    het schip ligplaats heeft op of bij een scheepswerf waarvoor een vergunning krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend;

  • b.

    hiervoor al dan niet onder voorwaarden toestemming is verleend door de havenmeester.

Hoofdstuk 4 Handhaving

Artikel 4:1 Aanwijzingen havenmeester
  • 1. De havenmeester kan mondeling of schriftelijk aanwijzingen geven in het belang van de orde en veiligheid in de haven, in het bijzonder ter regeling van het scheepvaartverkeer, het innemen van ligplaats en ter voorkoming van gevaar, schade of hinder.

  • 2. Eenieder tot wie een aanwijzing is gericht, is gehouden de aanwijzing onmiddellijk op te volgen.

  • 3. Het is verboden te handelen in strijd met de gegeven aanwijzing.

Artikel 4:2 Sanctiebepaling

Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie.

Artikel 4:3 Toezichthouders
  • 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast:

  • a.

    de havenmeester;

  • b.

    de opsporingsambtenaren zoals bedoeld in artikel 141, aanhef en onder b van het Wetboek van Strafvordering;

  • c.

    de buitengewoon opsporingsambtenaren zoals bedoeld in artikel 142, eerste lid, onder a en c van het Wetboek van Strafvordering die bevoegd zijn voor het grondgebied van de gemeente Edam-Volendam;

  • d.

    de functionarissen die bij het team Bouwen en Milieu van de gemeente Edam-Volendam werkzaam zijn in de functie van medewerker vergunningverlening, toezicht en handhaving.

  • 2. Het college kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.

Artikel 4:4 Betreden van woonruimten

Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.

Artikel 4:5 Ontzegging toegang haven
  • 1. Indien na overtreding van een verbod in deze verordening naar het oordeel van het college ernstige vrees bestaat dat de openbare orde of de veiligheid in de haven door de overtreder(s) opnieuw zal kunnen worden verstoord, kan het college het schip van deze overtreder(s) voor maximaal drie maanden de toegang tot de haven ontzeggen. Indien de overtreder(s) nadien de orde opnieuw verstoort, kan de ontzegging voor een langere periode worden opgelegd.

  • 2. Indien het daarvoor verschuldigde havengeld of andere vorderingen met betrekking tot het havengeld niet worden voldaan, kan het college het betreffende schip de toegang tot de haven ontzeggen.

Hoofdstuk 5 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 5:1 Intrekking oude verordening en overgangsrecht
  • 1. De Verordening havens en openbaar water gemeente Edam-Volendam wordt ingetrokken. 

  • 2. Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in het eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

Artikel 5:2 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die waarop zij is bekendgemaakt.

Artikel 5:3 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Havenbeheersverordening Edam-Volendam.

Ondertekening

Aldus besloten door de gemeenteraad van

Edam-Volendam in zijn openbare vergadering

d.d. 1 juli 2021,

de griffier,

mr. M. van Essen.

de voorzitter,

L.J. Sievers.

Bijlage 1: kaart haven Edam zoals bedoeld in artikel 1.1 (D/21/116998)

foto

Bijlage 2: kaart haven Volendam zoals bedoeld in artikel 1.1 (D/21/117032)

foto

Toelichting (D/21/116997)

Algemeen

Omdat het huidige en gewenste gebruik niet overeenstemt met de in 2017 vastgestelde Verordening havens en openbaar water gemeente Edam-Volendam is er voor gekozen deze te herzien.

De Havenbeheersverordening Edam-Volendam bevat de regels die van toepassing zijn op schepen wanneer deze de gemeentelijke haven aandoen. Hiermee worden de gemeentelijke belangen beschermd en tegelijkertijd worden de rechten en plichten van zowel de scheepvaart als de havenmeester inzichtelijk gemaakt. Daarbij heeft deze verordening voor ogen dit alles op een overzichtelijke, duidelijke manier te regelen, ontdaan van overbodige regels en administratieve lasten.

Artikelsgewijze toelichting

Enkel die bepalingen die nadere toelichting behoeven worden hieronder behandeld.

Artikel 1:1 Definities

De bruine vloot is de professionele passagiersvaart (chartervaart) met traditionele zeilschepen in Nederland. De vloot bestaat uit meer dan 400 zeilschepen, waarmee in het verleden vracht werd vervoerd. Met deze schepen kunnen tegenwoordig vaarvakanties gemaakt worden variërend van één dag tot meer dan vier weken. De term verwijst naar de oorspronkelijke kleur van de zeilen op deze schepen. De kleur ontstond door het tanen van de zeilen met cachou. De meeste van deze schepen zijn van het type platbodem en rondbouw, maar ook andere types als de rivierklipper worden daarbij geteld. Vaak worden alle varende monumenten gezien als bruine vloot, maar zeker niet alle historische schepen worden nog beroepsmatig gebruikt. Schepen van de vloot varen voornamelijk op het Markermeer, het IJsselmeer en de Waddenzee.

Artikel 2:1 Ligplaatsenoverzicht

Door het vaststellen van een ligplaatsenoverzicht kan het college bepalen waar in de haven bepaalde plaatsen of gebieden bestemd zijn voor bepaalde categorieën schepen. Het college werkt dit uit op een kaart. Het aanwijzen van die gebieden is mede ingegeven door het feit dat van oudsher met verschillende partijen privaatrechtelijke overeenkomsten bestaan. Deze rechten moeten worden gerespecteerd in de publiekrechtelijke regeling (=deze verordening).

Artikel 2:2 Meldplicht bij de havenmeester

Het is om meerdere redenen wenselijk dat de havenmeester beschikt over de contactgegevens van de schipper of eigenaar van een schip. Indien tijdens diens afwezigheid een calamiteit in de haven of aan boord van het schip plaatsvindt, moet de havenmeester de mogelijkheid hebben snel met betrokkene(n) te communiceren. Gelet daarop de verplichting afwezigheid van langer dan 24 uur te melden bij de havenmeester.

Artikel 2:5 Verbod nemen ligplaats

Het is verboden ligplaats in te nemen op een plaats die daartoe niet bestemd is. Dit verbod is gerelateerd aan het ligplaatsenoverzicht (artikel 2:1). Gebieden/plaatsen aangewezen voor bepaalde categorieën schepen zijn dus ook voor die schepen bestemd. Afhankelijk van de bezetting in de haven kan de havenmeester al dan niet onder voorwaarden toestemming geven ligplaats in te nemen in een gebied/plaats aangewezen voor andere categorieën schepen. Is de ruimte weer nodig voor een schip, die wel behoort tot het voor dat gebied aangewezen categorie, dan zal het andere schip op aanwijzing van de havenmeester moeten verplaatsen. Deze bevoegdheid is voor de havenmeester opgenomen, omdat het niet wenselijk is bepaalde schepen te moeten weigeren vanwege de beschikbare ruimte in het overige deel van de haven, terwijl in de aangewezen gebieden (al dan niet tijdelijk) wel ruimte aanwezig is.

Artikel 2:6 Gebruik van een schip

Het toeristisch-recreatief gebruik van de haven als passantenhaven staat voorop. Door van oudsher met verschillende partijen bestaande privaatrechtelijke overeenkomsten, liggen er in de haven ook schepen met een bedrijfsmatig karakter. Dit geldt en gold sowieso ook voor de beroepsvisserij. Overigens passen de traditionele vissersschepen bij de uitstraling van een toeristisch-recreatieve haven. Dit geldt ook voor schepen, die behoren tot de bruine vloot en andere historische schepen. Omdat dergelijke schepen vaak ook bedrijfsmatig worden gebruikt, dient dit gebruik als uitzondering te worden toegestaan. De havenmeester heeft ook de bevoegdheid passanten met een bedrijfsmatig karakter toe te staan, indien dit naar zijn oordeel gelet op de bezetting van de haven mogelijk is.

Artikel 2:7 Duur verblijf in de haven

Zoals hiervoor al aangegeven, staat het gebruik van de haven als passantenhaven voorop. Gelet daarop wordt het innemen van een ligplaats beperkt tot maximaal 14 dagen. Vanwege bestaande privaatrechtelijke afspraken, de historisch-recreatieve toegevoegde waarde van het soort schip of de aard van het schip (woonschip/woonark) geldt dat uitgangspunt niet voor de genoemde categorieën schepen, die liggen in de daarvoor aangewezen gebieden (zie artikel 2:1).

Afhankelijk van de bezetting in de haven kan de havenmeester ook een langer verblijf van een schip toestaan.

Artikel 2:12 Zwem- en visverbod en 2:14 Verbod zeilplanken in de haven

Vissen, zwemmen, surfplanken, sup-boards en vergelijkbare vaartuigen is/zijn niet toegestaan in de haven met het oog op de veiligheid in de haven. Van het verbod te vissen in de haven kan het college ontheffing verlenen. Een ontheffing wordt alleen verleend aan degene aan wie de gemeente op grond van de Visserijwet 1963 het visrecht heeft verhuurd. In de haven is de gemeente namelijk als eigenaar van het water/de ondergrond ook rechthebbende om te vissen. Dit recht kan worden verhuurd.

Artikel 2:13 Woonschepen en woonarken

Door de gebieden/plaatsen aan te wijzen waar woonschepen/woonarken mogen liggen in het ligplaatsenoverzicht, zou afgezien kunnen worden van een vergunningenstelsel. Tenslotte is het beleid niet gericht op verdere uitbreiding van het aantal woonschepen/woonarken en worden de ligplaatsen voor woonschepen ook geregeld in het bestemmingsplan. Om financiering bij een financiële instelling te verkrijgen wordt echter aan eigenaren van woonschepen/woonarken veelal gevraagd een ligplaatsvergunning over te leggen. Om die reden is het vereiste van een vergunning voor woonschepen/woonarken gehandhaafd.

Artikel 3:8 Verrichten van werkzaamheden

Dit artikel geeft regels over het verrichten van werkzaamheden aan schepen. Hieronder vallen ook werkzaamheden die buiten boord of onderwater aan het schip plaatsvinden. Het verbod richt zich tot ‘eenieder’.

Grotere reparaties aan schepen vinden doorgaans plaats op of aan een werf. Kleine reparaties worden echter vaak aan boord verricht door de eigen bemanning of door buitenstaanders. Het verrichten van reparaties kan onder bepaalde omstandigheden gevaren met zich meebrengen.

Om te voorkomen dat een kleine scheepsreparatie buiten een werf tot een reparatie van grote omvang, met inherente veiligheidsrisico's en grote tijdsduur uitgroeit, kunnen dergelijke werkzaamheden alleen met toestemming van de havenmeester plaatsvinden.

Artikel 4:4 Betreden van woonruimten

In artikel 5:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is bepaald dat een toezichthouder een woning niet mag betreden als de bewoner daar geen toestemming voor geeft. De bevoegdheid tot het binnentreden is gestoeld op artikel 149a van de Gemeentewet. Artikel 149a strekt ertoe dat de gemeenteraad in bepaalde gevallen de bevoegdheid kan verlenen tot het binnentreden in woningen zonder toestemming van de bewoner. Het gaat hier om binnentreden ter uitoefening van toezicht en opsporing in verband met de naleving van voorschriften inzake handhaving van de openbare orde of veiligheid en bescherming van het leven of de gezondheid van personen.

Het binnentreden in woningen behoort niet tot de bevoegdheden die afdeling 5.2 van de Awb aan iedere toezichthouder verleent. De bevoegdheid tot uitoefening van bestuursdwang is in de Gemeentewet voor alle gevallen geregeld in artikel 125. De Algemene wet op het binnentreden is ook hier van toepassing, zodat voor binnentreden zonder toestemming van de bewoner een machtiging noodzakelijk is.   

De Algemene wet op het binnentreden maakt onderscheid tussen het bevoegd zijn tot binnentreden in een woning en het nodig hebben van een machtiging om tot binnentreden in een woning in een concreet geval over te mogen gaan. Artikel 149a attribueert aan de gemeenteraad de bevoegdheid om personen de bevoegdheid, en dus niet de machtiging, te verlenen tot binnentreden. Op grond van art. 5:27, tweede lid, van de Awb is het bestuursorgaan dat bestuursdwang toepast bevoegd tot het verlenen van deze machtiging.

De bevoegdheid tot binnentreden zal slechts uitgeoefend mogen worden voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van de taak waarvoor binnen wordt getreden, nodig is. Opgemerkt wordt dat onder het begrip ‘woning’ tevens een woning aan boord van een schip moet worden verstaan.