Openstellingsbesluit subsidie stad-land-verbindingen in Zuid-Holland 2021

Geldend van 18-11-2021 t/m heden

Intitulé

Openstellingsbesluit subsidie stad-land-verbindingen in Zuid-Holland 2021

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland;

Gelet op artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland 2013 en gelet op artikel 2.11.2 van de Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016;

Overwegende dat het wenselijk is om de bereikbaarheid van groengebieden en de recreatieve routes in het buitengebied te vergroten voor recreanten vanuit hun woning;

Besluiten vast te stellen het volgende besluit:

Openstellingsbesluit subsidie stad-land-verbindingen in Zuid-Holland 2021

Artikel 1 Begripsbepaling

In dit openstellingsbesluit wordt verstaan onder:

  • a.

    Asv: Algemene subsidieverordening Zuid-Holland 2013;

  • b.

    Srg: Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016;

  • c.

    Stad-land-verbinding: een verbinding van een centrum of woongebied met een groengebied en/of een routestructuur in het buitengebied door middel van een veilige en aantrekkelijke wandel- of fietsverbinding of het verbeteren van de toegang van of naar een groengebied of routestructuur waardoor de afstand van een centrum of woongebied relatief kleiner wordt.

Artikel 2 Subsidiabele activiteit en prestatie

  • 1. Subsidie kan worden verstrekt voor maatregelen om een stad-land-verbinding te realiseren of te verbeteren.

  • 2. Subsidie als bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt in de vorm van een projectsubsidie.

Artikel 3 Doelgroep

Subsidie als bedoeld in artikel 2 wordt uitsluitend verstrekt aan publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtspersonen.

Artikel 4 Deelplafonds

Het deelplafond voor dit openstellingsbesluit bedraagt € 320.000,00 voor maatregelen als bedoeld in artikel 2.

Artikel 5 Aanvraagperiode

  • 1. Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 2 kan worden ingediend van 1 juli 2021 tot en met 15 september 2021.

  • 2. Een aanvraag voor subsidie wordt niet behandeld indien deze na 15 september 2021 wordt ontvangen.

Artikel 6 Aanvraag vereisten

Naast de gegevens, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Asv, gaat een aanvraag voor subsidie vergezeld van:

  • a.

    een omschrijving van de te verrichten werkzaamheden, inclusief een planning en een kaartbeeld waar de fysieke ingrepen worden gedaan;

  • b.

    een opgave van de voortgang ter verkrijging van een vergunning, in- of toestemming, indien dit voor de uitvoering van maatregelen vereist is;

  • c.

    een omschrijving van de wijze waarop het beheer en onderhoud geregeld is;

  • d.

    een omschrijving van de wijze waarop gecommuniceerd wordt over de maatregel en het betrekken van de provincie en regio hierbij.

Artikel 7 Weigeringsgronden

In aanvulling op de artikelen 11 en 12 van de Asv wordt subsidie als bedoeld in artikel 2.11 Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016 geweigerd indien:

  • a.

    De aanvraag niet voldoet aan de subsidievereisten, als bedoeld in artikel 8 van dit openstellingsbesluit;

  • b.

    De maatregel niet uitvoerbaar is vanwege praktische belemmeringen;

  • c.

    Voor dezelfde maatregel op grond van een andere provinciale regeling subsidie is gevraagd of verstrekt;

  • d.

    De maatregel op provinciale grond wordt uitgevoerd;

  • e.

    minder dan 15 punten worden behaald op de beoordelingscriteria, als bedoeld in artikel 12 van dit openstellingsbesluit.

Artikel 8 Subsidievereisten

Om voor een subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • 1.

    De voorgestelde maatregelen en de gebieden die verbonden worden hierdoor zijn vrij toegankelijk;.

  • 2.

    Het beheer en onderhoud is voor minimaal zeven jaar aantoonbaar geborgd.

Artikel 9 Subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 2.11.7 van de Srg komen voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie in ieder geval de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    De kosten voor proces- en ontwerpkosten;

  • b.

    De kosten van de fysieke investering;

  • c.

    De kosten van de voorlichting en/of communicatie;

  • d.

    Personeelskosten tot maximaal € 75,- per uur exclusief BTW.

Artikel 10 Niet-subsidiabele kosten

De volgende kosten komen niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    Kosten voor achterstallig onderhoud;

  • b.

    Kosten voor beheer en onderhoud;

  • c.

    Kosten recreant-werende maatregelen.

Artikel 11 Verdeling en subsidiehoogte

  • 1. De hoogte van de subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 100.000,00.

  • 2. Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat de subsidie minder dan € 10.000,00 bedraagt, wordt de subsidie niet verstrekt.

Artikel 12 Rangschikking

  • 1. In afwijking van artikel 1.3 van de Srg worden aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen gerangschikt.

  • 2. Aanvragen worden gehonoreerd op volgorde van rangschikking, beginnend met de aanvraag die het hoogst aantal punten heeft behaald.

  • 3. De rangschikking wordt gemaakt op basis van de volgende beoordelingscriteria:

    • a.

      Criterium a: Aantoonbare meerwaarde voor burgers;

    • b.

      Criterium b: Toegevoegde waarde aan het geheel van recreatiemogelijkheden in de omgeving voor ontspannen en inspannen;

    • c.

      Criterium c: De mate waarin het project bijdraagt aan het verbeteren van de beweegvriendelijkheid volgens de kaart ‘Kernindicator Beweegvriendelijke Omgeving’;

    • d.

      Criterium d: De mate waarin het project bijdraagt aan andere provinciale opgaven.

  • 4. Bij de beoordelingscriteria kunnen de volgende punten worden behaald:

    • a.

      Het criterium bedoeld in het tweede lid, onder a: 0 tot en met 10 punten;

    • b.

      Het criterium bedoeld in het tweede lid, onder b: 0 tot en met 10 punten;

    • c.

      Het criterium bedoeld in het tweede lid, onder c: 0 tot en met 10 punten;

    • d.

      Het criterium bedoeld in het tweede lid, onder d: 0 tot en met 5 punten.

  • 5. Gedeputeerde Staten rangschikken een aanvrager hoger, naar mate in totaal meer punten aan het project zijn toegekend.

  • 6. Indien toepassing van het vierde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt de rangorde van die aanvragen bepaald door het aantal punten voor het criterium a.

  • 7. Indien toepassing van het vijfde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt de rangorde van die aanvragen bepaald door loting.

Artikel 13 Voorbehoud

Indien voor de realisatie van het project vergunning, in- of toestemming nodig is dan wordt de subsidie verstrekt onder voorbehoud van de verkrijging hiervan.

Artikel 14 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger dient binnen een half jaar na bekendmaking van de beschikking tot subsidieverlening te starten met de uitvoering van de activiteit.

Artikel 15 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin dit besluit wordt geplaatst.

Artikel 16 Werkingsduur

Dit openstellingsbesluit vervalt op 1 maart 2023 met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn aangevraagd.

Artikel 17 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit subsidie stad-land-verbindingen in Zuid-Holland 2021.

Ondertekening

Den Haag, 22 juni 2021

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland

drs. H.M.M. Koek, secretaris

drs. J. Smit, voorzitter

Bijlage 1 Kernindicator Beweegvriendelijke omgeving

TOELICHTING

Algemeen:

Het doel van dit openstellingsbesluit is om de aanleg te stimuleren van mogelijkheden voor burgers om vanuit huis binnen 15-20 minuten wandelend/fietsend een groengebied, wandel-, fiets- of vaarroute in het buitengebied te bereiken.

Een stad-land-verbinding zorgt voor het behalen van dit doel door:

  • 1.

    De verbinding/route van een centrum/woongebied naar een groengebied of een routestructuur in het buitengebied veiliger, aantrekkelijk en/of relatief korter te maken;

  • 2.

    Het oplossen van een knelpunt of opheffen van een ontbrekende schakel in de verbinding;

  • 3.

    Het toevoegen van een ingang van een groengebied, waardoor de afstand vanuit een stad/wijk relatief kleiner wordt;

  • 4.

    Het toevoegen van voorzieningen bij een ingang groengebied of bij een opstap- of knooppunt van een routestructuur, waardoor het aantrekkelijker wordt om vanuit huis met de fiets of lopend naar een gebied of route te gaan.

Artikelsgewijze toelichting:

Artikel 6 Aanvraag vereisten

Een aanvraag bestaat minimaal uit een aanvraagformulier Srg (file:///P:/Downloads/aanvraagformulier_subsidieregeling_groen_zuid-holland_2016_mei_2021_1.pdf ), een begroting en financieringsplan gebaseerd op het volgende format (file:///P:/Downloads/format_begrotings_en_financieringsplan_okt_2017%20(3).pdf ), indien van toepassing een de minimisverklaring ( file:///P:/Downloads/verklaring_de-minimissteun_2016.pdf) en een projectplan.

Het financieringsplan moet goed inzicht geven in de financiële onderbouwing en bestaat in ieder geval uit:

  • een specificatie van de totale projectkosten;

  • een specificatie van het dekkingsplan, inclusief een kopie bewijs van eventuele toegezegde financiering indien het project wordt medegefinancierd door een organisatie niet zijnde de aanvrager.

Eventueel kan een toelichting bijgevoegd worden.

Het projectplan moet inzicht geven welk centrum/woongebied wordt verbonden met welk groengebied en/of recreatieroute. Het projectplan wordt gebruikt voor de rangschikking op basis van artikel 12. Om het project voor een criterium te kunnen scoren, moet een het projectplan voldoende inzicht geven. Als een criterium niet naar voren komt in het projectplan krijgt dit criterium een score van 0 punten.

In het projectplan zit:

  • Een omschrijving van de maatregelen en de hiervoor te verrichten werkzaamheden.

  • Een omschrijving waaruit een aantoonbare meerwaarde voor burgers blijkt. Dit kan onderbouwd worden door wensen vanuit de buurt, burgerinitiatieven, een onderbouwing van het aantal potentiële gebruikers enz.;

  • Een planning, die een goed beeld geeft wanneer het project wordt uitgevoerd en wanneer het opgeleverd wordt. In de planning wordt ook eventuele vergunningen meegenomen;

  • Hoe dit project bijdraagt aan het vergroten van de bereikbaarheid maken van het gebied voor inspannen en ontspannen;

  • Een kaartbeeld van de maatregelen en een kaartbeeld met recreatiemogelijkheden in de buurt (groengebieden/recreatieve routes) worden gebruikt voor de beoordeling van criterium b en c. Voor een goede beoordeling heeft een kaart met de ligging van het terrein een topografische ondergrond.

  • Verder bevat de aanvraag:

    • o

      Een bewijs van noodzakelijke vergunning e.d., inclusief planning;

    • o

      Een beschrijving van beheer en onderhoud;

    • o

      Een communicatieplan

    • o

      Een ondertekende de-minimisverklaring als bedoeld in de De-minimisverordening, indien aanvrager een onderneming is. Voorwaarde in deze regeling is dat subsidie aan ondernemingen dient te voldoen aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in de De-minimisverordening. Dit mede in verband met de administratieve lasten voor de uitvoering. Wanneer aan een onderneming niet meer dan € 200.000,00 per drie belastingjaren aan subsidie of voordeel wordt verleend, geeft de Europese commissie aan dat dit als de-minimissteun wordt gezien en niet wordt aangemerkt als staatssteun. Alle entiteiten die vallen onder juridische of feitelijke zeggenschap van dezelfde entiteit worden daarbij als één onderneming beschouwd; dit wordt uitgewerkt in art 2, tweede lid van de De-minimisverordening. Daarnaast is een de-minimisverklaring vereist. Voorts moet de steunverlening voldoen aan de eisen die ten aanzien van cumulatie worden gesteld zoals uiteengezet in artikel 5 van de De-minimisverordening.

Artikel 7 Weigeringsgronden

Een aanvraag om subsidie wordt ingevolge dit openstellingsbesluit in ieder geval geweigerd, als zich een van de gevallen uit artikelen 11 en 12 van de Asv zich voordoet. Ook bevat het openstellingsbesluit zelf een aantal extra weigeringsgronden:

  • De provincie verstrekt alleen subsidie voor “levensvatbare” projecten. Projecten die op voorhand al niet uitvoerbaar blijken vanwege wettelijke of praktische belemmeringen, zullen niet worden gesubsidieerd.

  • Aanvragen die onder een andere provinciale subsidieregeling reeds een subsidie hebben ontvangen, worden niet gehonoreerd. Er kunnen voor een aanvraag wel verschillende subsidies worden verstrekt, maar voor de verschillende onderdelen, behorend bij onderscheidende beleidsprestaties, kan slechts één enkele subsidie worden verstrekt.

  • Alle volledige aanvragen worden gerangschikt op basis van artikel 12 van dit openstellingsbesluit. Er kunnen maximaal 35 punten worden behaald. Als het totaal aantal behaalde punten in de rangschikking 15 punten of minder is, wordt de aanvraag geweigerd.

Artikel 8 Subsidievereisten

Wil een subsidieaanvraag kunnen worden toegewezen, dan moet de aanvraag minimaal voldoen aan alle subsidievereisten.

Artikel 12 Rangschikking

Alle volledige aanvragen worden gerangschikt op basis van de criteria (a) tot en met (d). In totaal kunnen maximaal 40 punten worden behaald:

Criterium

Maximale punten

Beoordeling

a

10

Onvoldoende (0 punten), matig (4 punten), voldoende (6 punten), goed (8 punten) en uitstekend (10 punten)

b

10

Onvoldoende (0 punten), matig (4 punten), voldoende (6 punten), goed (8 punten) en uitstekend (10 punten)

c

10

Kernindicator Beweegvriendelijke Omgeving (BVO) groter dan 3,5 (2 punten), tussen 3-3,5 (4 punten), tussen 2,6-3 (6 punten), tussen 2-2,6 (8 punten) en tussen 1-2 (10 punten)

d

5

Onvoldoende/niet (0 punt), matig (2 punten), voldoende (3 punten), goed (4 punten) en uitstekend (5 punten)

De criteria worden als volgt toegelicht:

Criterium a: Aantoonbare meerwaarde voor burgers

Bij dit criterium wordt gekeken naar het verwachte gebruik na aanleg en/of de maatregel aansluit bij de wensen van de burgers/buurt. Bij de beoordeling wordt gekeken naar hoeverre dit wordt onderbouwd op basis van beleidsdocumenten of onderzoeken. Bij dit criterium wordt ook het ontstaan van een veilige, vindbare verbinding meegenomen. Een veilige verbinding kan zorgen dat kinderen, ouderen en mensen, die moeilijk ter been zijn makkelijker naar een groengebied kunnen, waardoor de kans dat zij gebruik gaan maken van dit groengebied wordt vergroot.

Dit betreft het hoofdcriterium. Dat heeft bijvoorbeeld ook tot gevolg dat, indien aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, de rangorde van die aanvragen wordt bepaald door het aantal punten voor dit criterium.

Criterium b: Toegevoegde waarde aan het geheel van recreatiemogelijkheden voor ontspannen en inspannen

Bij dit criterium wordt gekeken naar het geheel van voorzieningen in de buurt en de mogelijkheden die ontstaan door het aanleggen/verbeteren van de stad-land-verbinding. Indien in de buurt al veel verbindingen zijn, is de toegevoegde waarde lager dan wanneer er geen directe verbinding is. Bij dit criterium wordt ook de beleefbaarheid van de verbinding meegenomen. De beleefbaarheid kan vergroot worden door toevoegen van groen, informatieborden, bankjes, aansluiting bestaande lijnvormige structuren enz.

Criterium c: De mate waarin het project bijdraagt aan het verbeteren van de beweegvriendelijkheid

Bij dit criterium krijgt een project punten voor het toevoegen van een verbinding aan de beweegmogelijkheden in een gebied. Hoe slechter een gebied op dit moment scoort op beweegvriendelijkheid hoe hoger de punten. Hierbij wordt de Kernindicator Beweegvriendelijke Omgeving (BVO) uit de Atlas Leefomgeving voor de toetsing gebruikt. Zie bijlage 1 Kernindicator Beweegvriendelijke Omgeving.

Criterium d: De mate waarin verbinding bestaat met andere provinciale opgaven

Idealiter hebben de investeringen een zo hoog mogelijke maatschappelijke waarde, niet alleen uit oogpunt van recreatie, maar ook uit oogpunt van natuur, biodiversiteit, gezondheid, klimaat (zowel adaptatie: wateropvang als mitigatie: CO2-opslag) en erfgoed.

Bij dit criterium wordt verstaan onder

  • -

    Onvoldoende: maatregel bevat geen elementen waarmee andere provinciale opgaven mee worden versterkt;

  • -

    Matig: maatregel bevat elementen die bijdragen aan het thema van één van de andere provinciale opgaven bijv. het kruidenrijk maken van een berm sluit aan bij biodiversiteit, maar is niet hetzelfde als het realiseren van een provinciale ecologische verbinding;

  • -

    Voldoende: maatregel bevat elementen die bijdragen aan het realiseren van een andere provinciale opgave zoals bijv. realiseren stuk provinciale ecologische verbinding, versterken van een erfgoed icoon/erfgoedlijn, versterken lijnen uit het Landschapspark Zuidvleugel;

  • -

    Goed: maatregel bevat elementen die bijdragen aan het realiseren van een andere provinciale opgave en draagt bij aan een thema van derde provinciale opgave;

  • -

    Uitstekend: maatregel sluit aan bij het realiseren van meerdere provinciale opgaven.