Nadere regel subsidie onderwijs gemeente Utrecht

Geldend van 01-07-2021 t/m heden

Intitulé

Nadere regel subsidie onderwijs gemeente Utrecht

Burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht;

gelet op:

• Artikel 3 lid 2 Algemene subsidieverordening Gemeente Utrecht (ASV);

• Artikel 156 lid 3 Gemeentewet.

besluiten vast te stellen de nadere regel subsidie onderwijs gemeente Utrecht

Hoofdstuk 1 Inhoudsopgave

Hoofdstuk 2 Algemene bepalingen

2.1. Algemene bepalingen

Hoofdstuk 3 Aanvullende bepalingen

3.1. Taal- en talentontwikkeling

3.2. Een passende plek

3.3. Soepele overgangen

3.4. Voldoende (goede) leraren

Hoofdstuk 4 Slotbepalingen

4.1. Besluitvorming, Monitoring & evaluatie

4.2. Inwerkingtreding en citeertitel

Hoofdstuk 2 Algemene bepalingen

Paragraaf 2.1

Algemene bepalingen

Artikel 2.1.1 Definities

In deze nadere regel wordt verstaan onder:

  • a.

    Aanvrager: Een (rechts-)persoon die op de voorgeschreven wijze een aanvraag indient om subsidie te verkrijgen;

  • b.

    Achterstandsscore: als bedoeld in artikel 27 van het Besluit bekostiging Wet op het primair onderwijs;

  • c.

    Combinatiefunctie (CF): Een combinatiefunctie is een functie waarbij een werknemer, in dienst is bij één werkgever maar werkzaamheden verricht ten behoeve van een combinatie van minimaal twee werkvelden/sectoren, waaronder het onderwijs;

  • d.

    Doorgaande leerlijn: Verdeling van de lesstof over de schooljaren waarbij leerstof en het onderwijsresultaat van voorschoolse educatie, primair onderwijs, voortgezet onderwijs en vervolgonderwijs naadloos op elkaar aansluiten;

  • e.

    Jongeren in het voortgezet onderwijs: Jongeren die onderwijs volgen aan één van de scholen voor voortgezet onderwijs in Utrecht;

  • f.

    Leerlingaantal: het aantal leerlingen dat in de administratie van de Dienst Uitvoering Onderwijs staat ingeschreven op een school op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de subsidieaanvraag wordt ingediend;

  • g.

    NT2 onderwijs: modules Nederlandse Taal gericht op het niveau Staatsexamen;

  • h.

    Ouderbetrokkenheid: Ouders nemen hun rol in het ondersteunen van hun kind ten behoeve van de ontwikkeling van het kind thuis, op (voor)school en in de wijk;

  • i.

    Penvoerder: Een schoolbestuur die mede namens een andere organisatie(s) subsidie aanvraagt;

  • j.

    Psychosociale pedagogische interventie (PPI): Hulp aan en ondersteuning van jongeren in het voortgezet onderwijs die een aanzienlijk risico lopen om voortijdig school te verlaten;

  • k.

    School: alle op grond van de Wet op het primair onderwijs, Wet op de expertisecentra, Wet op het voortgezet onderwijs en Wet educatie en beroepsonderwijs erkende scholen;

  • l.

    Schoolbestuur: Wettelijk erkend bevoegd gezag dat de school beheert en bestuurt;

  • m.

    Schoolplan: Het vierjarenplan van een school waarmee zij de kwaliteit bewaakt en verantwoording aflegt aan de Inspectie van het Onderwijs.

Artikel 2.1.2 Beleidsdoelstelling Goed onderwijs voor de Utrechtse jeugd

In Utrecht willen we dat alle kinderen en jongeren gezond en veilig kunnen opgroeien en de ruimte krijgen om hun talenten te ontwikkelen. Voor de meeste kinderen en jongeren verloopt dit zonder grote problemen, maar voor sommigen is hier ondersteuning bij nodig. De partners in de Utrechtse OnderwijsAgenda werken met elkaar samen aan goed onderwijs voor de Utrechtse jeugd.

We willen voortdurend leren, mét onze partners, omdat we beseffen dat we elkaar nodig hebben, voor contact maken met de mensen, en voor ervaring, kennis en expertise. De gemeente werkt daarbij vanuit een eigen rol en taak in het overstijgend algemeen belang van inwoners van Utrecht, en van kwetsbare inwoners in het bijzonder. Daarom wil de gemeente voor het onderwijsbeleid werken aan de volgende opgaven:

  • Gelijke onderwijskansen voor ieder kind.

  • De beste leraren.

  • Bouwen en verbinden voor de toekomst.

  • Werk voor iedereen.

Een van de manieren waarop de gemeente werkt aan deze opgaven is het beschikbaar stellen van subsidie. De manier en de mate waarin we subsidie verstrekken is voor elke opgave verschillend. We sluiten aan bij wat voor elke opgave de optimale werkwijze is.

We werken samen met de onderwijspartners volgens het Utrechts Sturingsmodel dat bestaat uit de vier pijlers: waarden, kaders, dialoog, en monitorinformatie.

De gemeente Utrecht werkt aan het onderwijsbeleid vanuit de volgende waarden:

  • De ontwikkeling van kinderen en jongeren (Ontwikkeling)

  • We gaan uit van de mogelijkheden en talenten van kinderen en jongeren. We willen iedere jongere de kans bieden zich te ontplooien tot zelfstandig burger om mee te kunnen doen aan de maatschappij. Leraren die zichzelf blijven ontwikkelen zijn cruciaal voor de ontwikkeling van kinderen en jongeren.

  • De omgeving van kinderen en jongeren (Ontmoeting)

  • Onderwijskansen willen we vergroten door een sterkere verbinding tussen thuis, school en de buurt. We investeren in samenwerking tussen school, ouders en leefomgeving. We vinden het belangrijk dat kinderen met verschillende achtergronden elkaar ontmoeten en leren samenwerken.

  • Gelijkheid betekent niet hetzelfde (Maatwerk)

  • We investeren in een stevige basis, goed onderwijs voor alle kinderen. Sommige leerlingen hebben iets extra’s nodig. Door een tijdige en gerichte inzet kunnen alle leerlingen de kans krijgen om hun talenten te ontdekken en ontwikkelen. We laten ons leiden door wat leerlingen nodig hebben, daarbij leveren we maatwerk, zoeken we naar creatieve oplossingen en treden we soms buiten de kaders.

  • Samen kom je verder (Partnerschap)

  • Met de partners wordt de ondersteuning geboden om jongeren hun schoolloopbaan zo goed mogelijk te laten doorlopen. Er is aandacht voor ieders rol en verantwoordelijkheid. Er is sprake van transparantie in de inzet en de effecten die worden nagestreefd. Als duidelijk is dat een interventie niet werkt wordt ermee gestopt. De gemeente Utrecht is ambitieus en realistisch.

De kaders voor subsidie worden gesteld door het budgetplafond en deze nadere regel.

Bij de dialoog met onze onderwijspartners gaat het gesprek naast waarden en kaders ook over het samen ontwikkelen en delen van kennis en ervaring, en over effectiviteit.

De monitorinformatie die samen met de onderwijspartners wordt ontwikkeld is van belang om de effectiviteit van verschillende vormen van inzet te evalueren en daarvan te leren voor het vervolg.

Artikel 2.1.3 Eisen aan de subsidieaanvrager

De subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid. De aanvrager is een bestuur van een onderwijsinstelling, een samenwerkingsverband van onderwijsinstellingen, of een stichting zonder winstoogmerk die aantoonbaar samenwerkt met het Utrechtse onderwijs- of taalnetwerk.

In de paragrafen 3.1, 3.2, 3.3 en 3.4 staat aangegeven welke rechtspersonen kunnen aanvragen en welke aanvullende eisen er worden gesteld.

Het is toegestaan dat één schoolbestuur als penvoerder mede namens een andere organisatie(s) subsidie aanvraagt voor een activiteit waarin de betreffende organisaties samenwerken.

Artikel 2.1.4 Vaststelling subsidieplafond

Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks de subsidieplafonds per doelstelling vast door middel van de subsidiestaat. Deze is te vinden op www.utrecht.nl/subsidie.

Artikel 2.1.5 Eisen aan de subsidieaanvraag

Om voor subsidie in aanmerking te komen dient een aanvrager in ieder geval een bijdrage te leveren aan de doelstellingen van de Programmabegroting van de gemeente Utrecht en het behalen van de doelstellingen zoals beschreven in deze nadere regel.

De aanvrager dient een integrale aanvraag in voor alle activiteiten met een jaarsubsidie, uitgezonderd de activiteiten waarin meerdere schoolbesturen samenwerken. Voor eenmalige activiteiten en voor activiteiten waarin meerdere organisaties met elkaar samenwerken, kunnen afzonderlijke aanvragen worden ingediend.

De aanvraag wordt ter attentie van burgemeester en wethouders ingediend en bevat in elk geval:

  • 1.

    Een algemene visie van de aanvrager voor de onderdelen waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

  • 2.

    Een beschrijving van de doelstellingen en activiteiten op de onderdelen waarvoor subsidie wordt aangevraagd. De aanvrager geeft aan hoe de activiteiten bijdragen aan de te bereiken doelstellingen.

  • 3.

    Een sluitende begroting met een heldere onderbouwing van de kosten waarvoor subsidie wordt aangevraagd. In de begroting neemt de aanvrager ook op welke andere (rijks)subsidies of fondsen de aanvrager voor deze activiteiten ontvangt en hoe deze middelen worden ingezet.

  • 4.

    Een toelichting om de manier waarop de aanvrager de beschikbare middelen verdeelt over de scholen en hoe deze verdeling aansluit bij de doelstellingen.

  • 5.

    De periode waarvoor de aanvrager subsidie aanvraagt.

  • 6.

    Het beschikbare budget voor jaarsubsidies kan eventueel voor meerdere jaren worden verleend. Als de aanvrager voor meerjarige subsidie in aanmerking wil komen, moet dat duidelijk in de subsidieaanvraag worden aangeven. Dit kan voor maximaal 3 jaar.

  • 7.

    In de aanvraag geeft de aanvrager de inzet voor social return aan als op jaarbasis de subsidie van de gemeente meer dan 100.000 euro bedraagt. De nadere detaillering van social return kan samen met burgemeester en wethouders later worden ingevuld na het besluit tot verlening.

Aantal leerlingen en achterstandsscore

Bij sommige subsidiabele activiteiten wordt de hoogte van de subsidie per kalenderjaar bepaald door middel van een verdeelsleutel. De werking van de verdeelsleutel wordt nader toegelicht bij de subsidies waarin deze van kracht is.

Artikel 2.1.6 Indieningstermijn subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen dienen uiterlijk 1 oktober voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd te worden ingediend door middel van e-herkenning.

Voor Utrecht Leert! (artikel 3.4.1) kunnen aanvragen gedurende het hele jaar worden ingediend.

Voor de aanvragen voor Onderwijsimpuls (artikel 3.4.3) is er een tweede indieningstermijn, uiterlijk de eerste vrijdag na de meivakantie zoals vastgesteld door het Rijk, van het lopende kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

Artikel 2.1.7 Beoordeling subsidieaanvraag

Bij de inhoudelijke beoordeling van de subsidieaanvraag wordt naar een aantal aspecten gekeken.

De volgende criteria worden gehanteerd bij de beoordeling van de aanvraag:

  • 1.

    De mate waarin de activiteiten en werkwijzen aansluiten bij de doelstellingen die de aanvrager heeft opgenomen in de aanvraag.

  • 2.

    De mate waarin de geformuleerde doelstellingen in de aanvraag aansluiten bij de ambitie van de Utrechtse OnderwijsAgenda.

  • 3.

    De wijze waarop de aanvrager vormgeeft aan de doorontwikkeling en een lerende organisatie.

  • 4.

    De kwaliteit en samenhang van de samenwerking met partners.

  • 5.

    Het aangevraagde bedrag staat in redelijke verhouding tot de beoogde resultaten.

In de paragrafen 3.1, 3.2, 3.3 en 3.4 kunnen aanvullende dan wel afwijkende criteria voor de beoordeling staan.

Hoofdstuk 3 Aanvullende bepalingen

Paragraaf 3.1.

Taal- en talentontwikkeling

In deze paragraaf staan de subsidies die tot doel hebben het verminderen van taal- en onderwijsachterstanden. Daar vallen ook onder brede talentontwikkeling en cultuureducatie, en de inzet van personeel dat hierbij kan ondersteunen.

Artikel 3.1.1. Versterken van taal

Versterken van taal maakt in Utrecht deel uit van het onderwijsachterstandenbeleid. De aanvrager kan deze subsidie inzetten op de manier die past bij de taalachterstandenproblematiek van elke afzonderlijke school. De middelen voor taalachterstandenbestrijding dienen te worden ingezet in die groepen en voor die leerlingen die deze intensievere/extra inzet het hardst nodig hebben. Vanwege de doorgaande lijn met de voorschoolse educatie, wordt er verwacht dat een deel van deze middelen in ieder geval worden ingezet in de kleutergroepen.

1. Beoogd effect

Leerlingen met (een risico op) een taalachterstand optimaal toerusten om hun schoolloopbaan goed te kunnen vervolgen.

2. Aanvullende eisen aan de subsidieaanvrager

Deze subsidie kan worden aangevraagd door Utrechtse schoolbesturen primair onderwijs met een of meer scholen die volgens het CBS een achterstandsscore van minimaal 1,25 hebben.

3. Subsidiabele activiteiten

Activiteiten ter verbetering van de taalprestaties van leerlingen met (een risico op) een taalachterstand.

4. Aanvullende eisen aan de subsidieaanvraag

In de aanvraag geeft de aanvrager zijn algemene visie op het bestrijden van taal/onderwijsachterstanden en welke scholen voor welke activiteiten subsidie ontvangen en hoeveel leerlingen met (een risico op) een taalachterstand met deze activiteiten worden bereikt. Er wordt een beschrijving op hoofdlijnen verwacht.

5. Verdeelsleutel subsidiebedrag

Het voor deze activiteiten beschikbare subsidiebedrag wordt naar rato verdeeld onder de aanvragers op basis van de optelsom van alle achterstandsscores van alle scholen per bestuur die volgens het CBS een minimale gemiddelde achterstandsscore van 1,25 hebben.

De gemiddelde achterstandsscore wordt berekend door de achterstandsscore [zonder drempel] te delen door het aantal leerlingen.

Artikel 3.1.2. Transformatie Brede School Academie

De Brede School Academie maakt onderdeel uit van het onderwijsachterstandenbeleid in Utrecht.

1. Beoogd effect

  • De subsidie is alleen nog beschikbaar voor 2022 met als doel het borgen van activiteiten voor hogere taalprestaties en bredere maatschappelijke ontwikkeling in het onderwijsaanbod.

  • Voor leerlingen met een taalachterstand en talentvolle leerlingen die onderpresteren op taal in het primair onderwijs en in de overgang naar het voortgezet onderwijs.

2. Aanvullende eisen aan de subsidieaanvrager

Deze subsidie kan worden aangevraagd door één Utrechts schoolbestuur primair onderwijs met een of meer scholen die volgens het CBS een achterstandsscore van minimaal 1,25 hebben, dat mede namens ander(e) schoolbestuur/schoolbesturen aanvraagt.

3. Subsidiabele activiteiten

  • het uitvoeren van activiteiten Brede School Academie in primair onderwijs en in de overgang naar het voortgezet onderwijs;

  • algemene coördinatie;

  • het vormgeven van de overgang naar een digitale interventie en het borgen van de Brede School Academie in het primair onderwijs.

4. Aanvullende eisen aan de subsidieaanvraag

  • welke scholen betrokken zijn;

  • het aantal te bereiken leerlingen met een taalachterstand;

  • een begroting waarin onderscheid wordt gemaakt naar personeelskosten, lesmateriaal, programmakosten, huisvesting.

Artikel 3.1.3. Taal en onderwijs voor nieuwkomers Primair Onderwijs

1. Beoogd effect

Nieuwkomers (leerlingen in het PO) leren de Nederlandse taal zodat zij na ca. 1½ jaar Taalschool bij uitstroom naar het reguliere onderwijs Nederlands spreken, lezen en schrijven – passend bij het vastgestelde uitstroomniveau.

2. Aanvullende eisen aan de subsidieaanvrager

Deze subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door één schoolbestuur Primair Onderwijs dat namens de andere schoolbesturen de voorziening Taalschool in Utrecht in stand houdt.

3. Subsidiabele activiteiten

Het aanbieden van (taal)onderwijs en adequate begeleiding aan nieuwkomers gericht op het leren van de Nederlandse taal, met als doel Nederlands kunnen spreken, lezen en schrijven – passend bij het vastgestelde uitstroomniveau.

Artikel 3.1.4. Taal en onderwijs voor nieuwkomers Voortgezet Onderwijs

1. Beoogd effect

Nieuwkomers (leerlingen in het VO) leren de Nederlandse taal zodat zij na ca. 1½ jaar bij uitstroom naar het reguliere onderwijs Nederlands spreken, lezen en schrijven – passend bij het vastgestelde uitstroomniveau.

2. Aanvullende eisen aan de subsidieaanvrager

Eén schoolbestuur Voortgezet Onderwijs, dat namens de ander schoolbesturen de Internationale schakelklassen in Utrecht verzorgt.

3. Subsidiabele activiteiten

Het aanbieden van (taal)onderwijs) en adequate begeleiding) aan nieuwkomers gericht op het leren van de Nederlandse taal, met als doel Nederlands kunnen spreken, lezen en schrijven. Leerlingen stromen succesvol door naar voortgezet onderwijs of vervolgonderwijs dat past bij het vastgestelde uitstroomniveau.

Artikel 3.1.5. NT2-onderwijs voor volwassenen HBO+ zonder inburgeringsplicht

1. Beoogd effect

Voor nieuwkomers zonder inburgeringsplicht en een opleiding op tenminste hbo-niveau bestaat geen landelijk beleid dat hen in staat stelt de Nederlandse taal te leren. Zij krijgen met deze subsidie de mogelijkheid om de Nederlandse taal te leren en waar mogelijk een Staatsexamen NT2 te behalen. Zo wordt hen de mogelijkheid geboden om hun talenten te ontwikkelen, zodat zij zelfstandig kunnen deelnemen aan de Utrechtse samenleving, op de arbeidsmarkt, in de buurt en in hun rol als ouder van hun kinderen op en rond de school.

2. Aanvullende eisen aan de subsidieaanvrager

Deze subsidie wordt verleend aan één aanvrager, met aantoonbare ervaring in de organisatie van NT2 cursussen voor volwassenen. Bij meerdere aanvragers, zullen de aanvragen worden beoordeeld volgens de criteria in paragraaf 2.7.

3. Subsidiabele activiteiten

De uitvoering van taalmodules, als stappen die gericht zijn op het niveau van het Staatsexamen NT2. Het gaat om kosten die noodzakelijk zijn voor werving en intake van deelnemers, organisatie, materialen, deskundige docenten en noodzakelijke registratie en administratie.

De aanvrager geeft tevens aan welke eigen bijdrage deelnemers betalen.

4. Aanvullende eisen

De organisatie voldoet aan de kwaliteitseisen die door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn gesteld aan het non-formeel onderwijs gefinancierd uit de WEB, het keurmerk Blik op Werk of een vergelijkbaar keurmerk dat is goedgekeurd door het ministerie van SZW.

De organisatie rapporteert ieder kwartaal over in-, uit- en doorstroom van deelnemers, redenen van uitval en behaalde resultaten. Op grond van nieuwe eisen van het ministerie van SZW kunnen nieuwe eisen worden gesteld aan aard en inhoud van de rapportage.

De organisatie is in staat en bereid om actief deel uit te maken van het Utrechtse taalnetwerk voor volwassenen

Artikel 3.1.6. Talentontwikkeling Primair Onderwijs

Activiteiten

1. Beoogd effect

Een samenhangend aanbod van talentontwikkeling, ouderbetrokkenheid en pedagogische aanpak/burgerschap.

2. Aanvullende eisen aan de subsidieaanvrager

Deze subsidie kan worden aangevraagd door schoolbesturen Primair Onderwijs, die een of meer scholen hebben met een achterstandsscore van 1,25 of hoger.

3. Subsidiabele activiteiten

Minimaal 50% van de leerlingen van de scholen met een achterstandsscore van 1,25 of hoger maakt kennis met activiteiten voor sport, kunst, cultuur en techniek die aanvullend zijn op het verplichte curriculum. Deze activiteiten vinden bij voorkeur plaats binnen het netwerk van de Brede School. De Brede School stimuleert actief de deelname van leerlingen die dat nodig hebben om gelijke kansen te krijgen.

De school werkt hierin samen met externe partners vanuit een gedeelde pedagogische werkwijze.

Het activiteitenbudget is alleen in te zetten ten behoeve van activiteiten

4. Aanvullende eisen aan de subsidieaanvraag

Een activiteitenplan per jaar waarin de activiteiten, beoogde doelen, verwachte resultaten en bereik zijn opgenomen.

5. Verdeelsleutel subsidiebedrag

Het beschikbare subsidiebedrag wordt verdeeld onder de aanvragers op basis van de leerlingenaantallen op de scholen die volgens het CBS een gemiddelde achterstandsscore van 1,25 of hoger hebben. Schoolbesturen zijn vrij het bedrag naar eigen inzicht over de scholen binnen het bestuur te verdelen, zolang ze de scholen die een achterstandsscore van meer dan1,25 hebben hierbij betrekken.

Combinatiefuncties

1. Beoogd effect

Voor Brede Scholen is in totaal 11,8 fte combinatiefuncties beschikbaar. De combinatiefunctionaris Brede School zorgt voor coördinatie en samenhang van het activiteitenaanbod, voor deskundigheidsbevordering van de medewerkers en een gezamenlijke pedagogische aanpak van de samenwerkende partners. Ook zorgen zij voor samenhang binnen het netwerk in de wijk.

De aanvraag is gebaseerd op het meerjarenplan Brede School waarin de activiteiten, beoogde doelen, verwachte resultaten en bereik zijn opgenomen.

De combinatiefunctionaris is inzetbaar op meerdere Brede Scholen. Het schoolbestuur kan de inzet flexibel verdelen naar eigen inzicht en in overleg met de andere betrokken schoolbesturen.

2. Aanvullende eisen aan de subsidieaanvrager

Deze subsidie kan worden aangevraagd door schoolbesturen Primair Onderwijs die fungeren als penvoerders voor de Brede school.

3. Verdeelsleutel subsidiebedrag

Het beschikbare subsidiebedrag wordt verdeeld onder de aanvragers op basis van het aantal fte combinatiefunctionarissen dat bij het betreffende bestuur in dienst is. De hoogte van de subsidie voor de salariskosten van de combinatiefunctionaris per fte bedraagt maximaal een 11,8ste deel van het beschikbare subsidiebedrag.

Inzet voor FTE-combinatiefuncties kan niet worden ingezet voor activiteiten.

Artikel 3.1.7. Talentontwikkeling Voortgezet Onderwijs

Activiteiten

1. Beoogd effect

Leerlingen maken kennis met een breed palet aan activiteiten, ontdekken waar ze goed in zijn en ontwikkelen hun talenten.

2. Aanvullende eisen aan de subsidieaanvrager

Deze subsidie kan worden aangevraagd door Schoolbesturen Voortgezet Onderwijs voor scholen met een VMBO-afdeling.

3. Subsidiabele activiteiten

Minimaal 50% van de leerlingen van het VMBO maakt kennis met activiteiten voor sport, kunst, cultuur en techniek die aanvullend zijn op het verplichte curriculum. De Brede School stimuleert actief de deelname van leerlingen die daarmee een meer gelijke kans krijgen om hun talenten te ontwikkelen.

De school werkt hierin samen met externe partners vanuit een gedeelde pedagogische werkwijze.

De school maakt hiervoor per jaar een activiteitenplan waarin de activiteiten, beoogde doelen, verwachte resultaten en bereik zijn opgenomen.

Het beschikbare bedrag per schoolbestuur is gebaseerd op het aantal leerlingen op de deelnemende scholen dat afkomstig is uit een postcode-cumulatiegebied. Het schoolbestuur kan de beschikbare middelen naar eigen inzicht verdelen over de deelnemende scholen.

Het activiteitenbudget is alleen in te zetten ten behoeve van activiteiten.

Combinatiefuncties

1. Beoogd effect

De combinatiefunctionaris zorgt voor coördinatie en samenhang van het activiteitenaanbod, voor deskundigheidsbevordering van de medewerkers en een gezamenlijke pedagogische aanpak van de samenwerkende partners.

Voor de scholen die subsidiabele activiteiten voor talentontwikkeling aanbieden is per school tenminste 0,6 fte combinatiefunctie beschikbaar. In totaal is voor 7,4 fte subsidie beschikbaar. Het schoolbestuur kan de beschikbare inzet naar eigen inzicht verdelen over de deelnemende scholen binnen hun bestuur.

2. Verdeelsleutel subsidiebedrag

De hoogte van de subsidie voor de salariskosten van de combinatiefunctionaris per fte is gelijk aan de hoogte van het totaal beschikbare subsidiebedrag voor de combinatiefunctie, gedeeld door het aantal fte. Inzet voor FTE-combinatiefuncties kan niet worden ingezet voor activiteiten

Artikel 3.1.8. Cultuureducatie, cultuur voor ieder kind

1. Beoogd effect

  • Alle leerlingen in het primair onderwijs en voortgezet (speciaal) onderwijs komen in aanraking met cultuur, zowel actief als receptief en reflectief.

  • Cultuureducatie biedt leerlingen de kans om hun creatief talent te ontdekken en te ontwikkelen. Cultuureducatie kan worden vormgegeven als een apart vak. Het kan ook volledig worden geïntegreerd in het curriculum van de school: dan is er sprake van cultuuronderwijs.

2. Aanvullende eisen aan de subsidieaanvrager

Voor deze subsidie komen uitsluitend in aanmerking:

  • schoolbesturen PO en schoolbesturen VO, zoals beschreven in artikel 2.1.5;

  • schoolbesturen speciaal onderwijs en schoolbesturen voortgezet speciaal onderwijs met een school of onderwijsinstelling binnen de grenzen van de gemeente Utrecht;

  • (Brede) Scholen die gezamenlijk met andere (brede) scholen vorm willen geven aan hun beleid op het gebied van cultuureducatie, kunnen ervoor kiezen een gezamenlijke aanvraag in te dienen;

  • Cultuur & School voor expertise, bemiddeling en het zichtbaar maken van het aanbod middels een online/offline community voor het PO- en VO-onderwijs.

3. Subsidiabele activiteiten

Deze subsidie kan worden aangevraagd voor activiteiten die bijdragen aan het cultuuronderwijs of aan cultuureducatie op de school, in samenhang met de in het schoolplan vastgestelde visie op cultuureducatie.

Materialen zijn alleen subsidiabel als cultuureducatie het hoofddoel is. Kosten van ICT komen niet in aanmerking voor subsidie.

4. Aanvullende eisen aan de subsidieaanvraag

Uit de aanvraag en de begroting dient te blijken:

  • hoe de cultuureducatie aansluit op de meerjarenvisie van het schoolbestuur;

  • hoe de scholen cultuureducatie verwerken in het curriculum;

  • een beschrijving van de activiteiten op hoofdlijnen.

Artikel 3.1.9. Onderwijsondersteunende activiteiten

1. Beoogd effect

Kinderen en jongeren kunnen gebruik maken van een samenhangend aanbod van talentontwikkeling, ouderbetrokkenheid en pedagogische aanpak/burgerschap dat door een derde partij in samenwerking met de school wordt aangeboden.

2. Aanvullende eisen aan de subsidieaanvrager

Voor deze subsidie komen uitsluitend organisaties zonder winstoogmerk in aanmerking, niet zijnde schoolbesturen die in aanvulling op en in samenwerking met de (Brede) school activiteiten organiseren op het gebied van talentontwikkeling, ouderbetrokkenheid en/of burgerschap.

3. Subsidiabele activiteiten

  • Activiteiten die kinderen en jongeren stimuleren om zich breed te ontwikkelen en te oriënteren op de maatschappij, in aanvulling op hetgeen er op de (Brede) School gebeurt.

  • Activiteiten met als primaire doel huiswerkbegeleiding gericht op een bepaald schoolvak of toets-/ examentraining komen niet voor subsidie in aanmerking.

Activiteiten zijn alleen subsidiabel als er sprake is van aangetoonde en door de betreffende school/scholen onderschreven samenwerking met één of meerdere scholen.

4. Aanvullende eisen aan de subsidieaanvraag

Uit de aanvraag en de begroting dient te blijken:

  • hoe wordt samengewerkt met de (brede) school/scholen, hiervoor dient een samenwerkingsdocument/activiteitenplan medeondertekend te worden door de betreffende school of scholen;

  • een beschrijving van de activiteiten op hoofdlijnen;

  • of er eventueel aanvullende/andere financiering is naast de subsidie, bijvoorbeeld eigen bijdragen, financiering door het schoolbestuur, sponsoring, andere subsidies of anderszins. Dubbele subsidiering door bijvoorbeeld verschillende afdelingen van de gemeente kan een reden voor afwijzing zijn.

5. Verdeelsleutel subsidiebedrag

  • Per aanvrager mag maximaal €10.000 worden aangevraagd per school waarmee wordt samengewerkt en maximaal €25.000 indien met meer dan 2 scholen wordt samengewerkt.

  • Er is sprake van een subsidieplafond: indien de optelsom van de aangevraagde bedragen het beschikbare bedrag overstijgt wordt het beschikbare bedrag naar rato verdeeld over de aanvragers.

Paragraaf 3.2.

Een passende plek

In deze paragraaf staan subsidies die tot doel hebben activiteiten ter ondersteuning van leerlingen die iets extra’s nodig hebben on te kunnen aansluiten in het onderwijs, en waarin het samenwerkingsverband of de jeugdhulp geen eigen opdracht heeft.

Artikel 3.2.1. Ondersteuning peuter bij overgang naar (speciaal) Primair Onderwijs

1. Beoogd effect

De gezamenlijke ambitie is dat kinderen veilig en gezond opgroeien en de mogelijkheid krijgen zich maximaal te ontwikkelen. Er wordt gestreefd naar duurzame verbetering van het welzijn van jonge kinderen, ouders en hun omgeving. Er wordt ingezet in op preventie, vroeg signalering, een doorgaande lijn (van voorschoolse voorziening naar het primair (speciaal) onderwijs) en duurzame oplossingen. Hierbij staat de vraag van ouders centraal en wordt passende voorlichting en ondersteuning geboden. Ondersteuning vindt plaats in de leefomgeving van het kind/gezin.

De notitie Kernpartneraanpak Voorschoolse Educatie vormt het kader voor de gezamenlijke opdracht van de kernpartners (Jeugdgezondheidszorg, Buurtteam Jeugd & Gezin, aanbieders Voorschoolse Educatie, Samenwerkingsverband Utrecht PO) om goede en passende ondersteuning te bieden aan jonge kinderen en hun ouders in de stad Utrecht, ieder vanuit zijn eigen expertise en rol.

Het betreft hier kinderen in de leeftijd van 0-6 jaar met specifieke ontwikkelings- en/of gedragsproblemen en/of een verhoogd risico op leerproblemen en/of achterstanden in de schoolvaardigheden.

Het vergroten van de handelingsbekwaamheid van pedagogisch medewerkers en leerkrachten en ouders van deze kinderen.

2. Aanvullende eisen aan de subsidieaanvrager

Deze subsidie is bedoeld voor de uitvoering van de rol van het Samenwerkingsverband Primair Onderwijs. Voor deze subsidie komen uitsluitend in aanmerking: Samenwerkingsverbanden Primair Onderwijs zoals gesteld in paragraaf 2.3.

3. Subsidiabele activiteiten

  • Ontwikkeling en uitvoering van de kernpartneraanpak Voorschoolse Educatie met betrokken partners op wijk en stedelijk niveau (aanbieders Voorschoolse Educatie, Jeugdgezondheidszorg (Voorschoolse Educatie aandachtsfunctionaris van de wijk), Buurtteam Jeugd & Gezin, Samenwerkingsverband Utrecht PO).

  • (Door)ontwikkeling van en uitvoering geven aan het expertiseteam Het Jonge Kind.

  • Inzet van het samenwerkingsverband Utrecht PO op de bestaande verbindingsgroep en mogelijke ontwikkeling van nieuwe groepen, zoals besloten wordt met betrokken partners (schoolbesturen, aanbieders VE, samenwerkingsverband Utrecht PO en gemeente Utrecht).

Artikel 3.2.2. Orthopedagogisch Didactisch Centrum (OPDC) Utrecht

1. Beoogd effect

Ondersteunen en versterken van overbelaste jongeren met meervoudige problematiek die dreigen uit te vallen op school. Zij worden met ondersteuning teruggeleid naar de school van herkomst of doorgeleid naar een andere passende plek.

2. Aanvullende eisen aan de subsidieaanvrager

Deze subsidie kan worden aangevraagd door het samenwerkingsverband Voortgezet Onderwijs.

3. Subsidiabele activiteiten

  • Aanvullende maatwerktrajecten en gedragsinterventies voor leerlingen naast het reguliere onderwijsaanbod. Deze kunnen zowel plaatsvinden op de locatie van het OPDC als op de scholen voor voortgezet onderwijs.

  • Verzorgen van een schakelfunctie naar passend onderwijs in het voorgezet onderwijs.

De school van inschrijving draagt 95% van de reguliere bekostiging over aan de OPDC bij plaatsing.

Op het OPDC:

  • is bij alle leerlingen sprake van gestapelde problematiek, ontvangen de leerlingen onderwijs en begeleiding, inclusief eventuele stages op hun niveau;

  • wordt gewerkt aan gedragsverandering, werkhouding en het wegwerken van leerachterstanden;

  • wordt specifieke gedragsinterventies ingezet zo nodig in samenwerking met externe partners;

  • wordt specifiek ondersteuning op leren ingezet daar waar specialisme is vereist zo nodig in samenwerking met externe partners;

  • wordt zo nodig verdiepend onderzoek gedaan;

  • wordt er gewerkt in samenwerking met kernpartners en JOU (wijkgerichte aanpak) aan optimale ondersteunen in hun brede ontwikkeling waarbij zelfregulatie van de leerling alsook 1 gezin/kind 1 plan als basis dienen;

  • is tussentijdse in- en uitstroom mogelijk;

  • schakelen de leerlingen binnen 2 jaar terug naar de school van herkomst of door naar ander passend traject;

  • is het mogelijk eindexamen te doen, in samenwerking met VO/VSO.

Artikel 3.2.3. Psychosociale pedagogische interventie in het Voortgezet Onderwijs

1. Beoogd effect

  • De psychosociale pedagogische interventie richt zich op het voorkomen van voortijdig schoolverlaten van jongeren met uiteenlopende (relatief lichte) psychosociale problemen, zoals gebrek aan motivatie, weinig zelfvertrouwen, geen vriend(inn)en, moeilijkheden thuis.

  • Doel van de hulp en ondersteuning is het duurzaam versterken en verbeteren van het functioneren van de jongere (en zijn omgeving) zodat de schoolloopbaan kan worden voortgezet.

2. Aanvullende eisen aan de subsidieaanvrager

De subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door rechtspersonen die samenwerken met Samenwerkingsverbanden Voortgezet Onderwijs zoals gesteld in paragraaf 2.3.

3. Subsidiabele activiteiten

  • Een overleg met jongere, ouders, school en kernpartners (vooraf, tijdens en na het traject van hulpverlening).

  • Een ondersteuningsplan (onderdeel van het onderwijsondersteuningsplan en een eventueel gezinsplan).

  • Het bieden van hulp en ondersteuning aan jongeren met psychosociale problemen in kleine groepen (8-10 jongeren).

  • Het professionaliseren van schoolmedewerkers ten behoeve van de omgang met de jongere(n).

Deelname van leerlingen aan PPI gebeurt:

  • Op verzoek van de school en in nauwe samenwerking en afstemming met ouders/verzorgers, school en de kernpartners passend onderwijs (leerplicht, buurtteam Voortgezet Onderwijs, jeugdgezondheidszorg).

4. Aanvullende eisen aan de subsidieaanvraag

In aanvulling op artikel 2.1.5 geeft de aanvrager in de aanvraag een beschrijving van zijn visie op de hulp en ondersteuning aan jongeren met psychosociale problemen in het voortgezet onderwijs. De aanvrager geeft tevens aan welke rol hij voor zichzelf ziet in het Utrechts zorglandschap en hoe hij samenwerkt met andere Utrechtse partijen rondom de jongeren in het voortgezet onderwijs.

Artikel 3.2.4. Regionale aanpak voorkomen voortijdig schoolverlaten, SchoolWerkt-agenda

1. Beoogd effect

Jongeren in RMC-regio 19 Utrecht die de aansluiting met school en werk dreigen te verliezen worden begeleid op hun unieke pad naar kansrijke deelname aan de samenleving door het voorkomen van (tijdelijke) schooluitval en door in te zetten op het behalen van een startkwalificatie om een goede aansluiting te vinden op de arbeidsmarkt. De aanvrager zet de subsidie in conform de afspraken in de regionale SchoolWerkt-agenda.

2. Aanvullende eisen aan de subsidieaanvrager

Voor deze subsidie komen in aanmerking de deelnemende partners in de regionale aanpak VSV-regio 19:

  • samenwerkingsverbanden Voortgezet Onderwijs binnen RMC-regio 19 Utrecht;

  • besturen van deelnemende MBO-instellingen binnen RMC-regio 19 Utrecht voor de eigen organisatie of namens andere MBO-instellingen binnen RMC-regio 19 Utrecht;

  • RMC-regio 19 Utrecht (penvoerder), aanvragende voor een of meer MBO-instellingen binnen RMC- regio 19 Utrecht die voldoen aan de daarvoor vastgestelde criteria;

  • contactgemeenten binnen de sub regio’s in RMC-regio 19 Utrecht, zijnde Nieuwegein, Woerden en Zeist.

3. Subsidiabele activiteiten

De subsidiabele activiteiten en subsidiecyclus zijn opgenomen in het regionale programma VSV zoals vastgesteld door de regionale Stuurgroep SchoolWerkt. Voor meer informatie zie de website www.schoolwerkt.nl.

4. Verdeelsleutel

De wijze van verdeling van beschikbare Rijksmiddelen voor de regionale aanpak VSV wordt vastgesteld door de regionale Stuurgroep SchoolWerkt en vastgelegd in het Regionaal Programma VSV, de SchoolWerkt-agenda.

5. Beoordeling

De beoordeling en toetsing van de aanvraag vindt plaats door de centrumgemeente in RMC-regio 19 Utrecht. Uitvoering vindt plaats binnen de kaders die zijn afgesproken met de partners in RMC-regio 19 Utrecht en zijn vastgelegd in het regionale programma VSV.

Paragraaf 3.3.

Soepele overgangen

In deze paragraaf staan de subsidies die tot doel hebben om de oriëntatie en de overgangsmomenten in de schoolloopbaan van leerlingen zo te structureren dat leerlingen zich breed kunnen oriënteren en een bewuste keuze kunnen maken voor hun opleiding met het oog op de toekomst.

Artikel 3.3.1. Overgang primair onderwijs (PO) naar voortgezet onderwijs (VO)

1. Beoogd effect

Alle Utrechtse leerlingen vinden een plek op het voortgezet onderwijs die aansluit bij hun niveau.

2. Aanvullende eisen aan de subsidieaanvrager

Deze subsidie kan worden aangevraagd door het samenwerkingsverband Sterk VO.

3. Subsidiabele activiteiten

De subsidie Overgang primair onderwijs (PO) naar voortgezet onderwijs (VO) (ook wel POVO) kan worden aangevraagd voor structurele stedelijke coördinatie POVO. Er is één stedelijk coördinatiepunt POVO ingericht. Het stedelijk coördinatiepunt POVO heeft als taken:

  • het jaarlijks opstellen van een overstapprocedure en jaarplanning in opdracht van de gezamenlijke schoolbesturen;

  • het voorzien van informatie aan scholen en ouders;

  • een helpdeskfunctie voor inhoudelijke vragen van scholen;

  • het coördineren van het aanmeldproces en waar nodig loting;

  • het faciliteren van de digitale en warme overdracht van alle Utrechtse leerlingen;

  • het bijdragen aan deskundigheidsbevordering van scholen;

  • het jaarlijks evalueren en verbeteren van de POVO-procedure.

Artikel 3.3.2. Loopbaanoriëntatie in een doorgaande leerlijn in PO en VO

1. Beoogd effect

Het stimuleren van jongeren om díe ervaringen op te doen die helpen een realistisch toekomstbeeld te ontwikkelen leidend tot:

• een bewuste(re) keuze voor een vervolgopleiding: waarbij in de keuze aandacht is voor de kans op een baan na afronding van de vervolgopleiding (kiezen met het hart én het hoofd);

• gelijke kansen op een succesvolle toekomst.

2. Aanvullende eisen aan de subsidieaanvrager

Voor deze subsidie komen uitsluitend in aanmerking organisaties met minimaal drie jaar aantoonbare ervaring met het organiseren van onder meer snuffelstages, sollicitatietrainingen en loopbaanoriëntatie voor po en vo en met een aantoonbaar relevant netwerk van scholen en werkgevers.

3. Subsidiabele activiteiten

De subsidie kan worden aangevraagd voor:

  • activiteiten gericht op competentieontwikkeling en persoonlijke begeleiding in het kader van loopbaanoriëntatie voor leerlingen in het basisonderwijs en voortgezet (speciaal) onderwijs;

  • bijdragen aan de uitvoering van het LOB-beleid van Utrechtse scholen, waaronder het ondersteunen van scholen met het vormgeven van het netwerk van stages;

  • het leveren van een bijdrage aan kennis en leernetwerken van het stedelijk LOB-netwerk over het LOB-beleid en overgang naar vervolgonderwijs, dagbesteding en/of arbeid;

  • het samen met de scholen en samenwerkingsverbanden informeren van ouders over LOB en kansrijke beroepsrichtingen;

  • periodiek rapporteren en adviseren over de LOB-ontwikkelingen op de scholen ten behoeve van gemeentelijk beleid.

4. Aanvullende eisen aan de subsidieaanvraag

Aanvullend op artikel 2.1.5 geeft de aanvrager in de aanvraag een overzicht van de afspraken per school bestaande uit de geplande activiteiten en het verwachte aantal te bereiken leerlingen.

Artikel 3.3.3. Stedelijke coördinatie loopbaanoriëntatie Voortgezet Onderwijs (VO) naar Middelbaar Beroepsonderwijs (MBO)

1. Beoogd effect

Alle scholen voor voortgezet onderwijs bieden leerlingen die de overstap maken van voortgezet onderwijs naar MBO, loopbaanoriëntatie en begeleiding (LOB) aan volgens de Utrechtse LOB-standaard van het samenwerkingsverband Sterk VO. Leerlingen weten wat voor hen kansrijke keuzes zijn.

2. Aanvullende eisen aan de subsidieaanvrager

Voor deze subsidie komt/komen uitsluitend in aanmerking: samenwerkingsverbanden Voortgezet Onderwijs, zoals gesteld in artikel 2.1.3.

3. Subsidiabele activiteiten

De subsidie kan worden aangevraagd voor:

  • stedelijke coördinatie VO-MBO en implementatie van regionaal beleid op de scholen;

  • inzet begeleiders passend onderwijs op aandacht voor studiekeuze, loopbaanroute en benodigde ondersteuning op de vervolgschool;

  • deskundigheidsbevordering en kennisdeling, minimaal 3 x per jaar bijeenkomsten;

  • ondersteunen LOB-projecten van scholen inclusief trainingen;

  • scholen ondersteunen bij het uitvoeren van de aanpak ouderbetrokkenheid.

Paragraaf 3.4.

Voldoende (goede) leraren

In deze paragraaf staan subsidies die betrekking hebben op het terugdringen van het lerarentekort en het stimuleren van de ontwikkelmogelijkheden voor scholen en hun onderwijspersoneel, in het belang van onderwijskansen voor de Utrechtse jeugd.

Artikel 3.4.1. Utrecht Leert!

1. Beoogd effect

Onderwijsbestuurders kunnen subsidie aanvragen voor activiteiten die bijdragen aan de doelstellingen van het plan van aanpak voor het terugdringen van het lerarentekort, Utrecht Leert!.

2. Aanvullende eisen aan de subsidieaanvrager

Subsidie kan worden aangevraagd door onderwijsbestuurders die zijn aangesloten bij Utrecht Leert! ten behoeve van primair onderwijs, voortgezet (speciaal) onderwijs, MBO en onderwijsinstellingen die personeel opleiden voor deze onderwijssectoren.

3. Aanvullende eisen aan de subsidieaanvraag

De aanvraag kan gedurende het hele jaar worden ingediend. De aanvraag is vooraf getoetst door het bestuurlijk overleg Utrecht Leert! op de bijdrage aan de gezamenlijke doelstellingen van Utrecht Leert!.

4. Hoogte subsidiebedrag

De hoogte en looptijd van de subsidie wordt bepaald door het bestuurlijk overleg Utrecht Leert!.

Artikel 3.4.2. Tegemoetkoming loonkosten onderwijsondersteunend personeel in vaste dienst Primair Onderwijs

1. Beoogd effect

Leraren en schoolleiders worden op school ondersteund in hun dagelijkse taken.

2. Aanvullende eisen aan de subsidieaanvrager

De subsidie kan worden aangevraagd door schoolbesturen voor scholen voor Primair Onderwijs in de gemeente Utrecht.

3. Subsidiabele activiteiten

De subsidie is een tegemoetkoming voor de loonkosten van een onderwijsondersteunend medewerker in vaste dienst.

Per PO-locatie kan er voor maximaal 1 medewerker ondersteunend personeel in vaste dienst subsidie worden aangevraagd.

4. Afwijkende eisen aan de aanvraag

In afwijking van artikel 2.1.5 hoeft bij de aanvraag geen begroting te worden ingediend.

5. Verdeelsleutel subsidiebedrag

De verdeelsleutel van de subsidie is als volgt: subsidieplafond per fte 6.468/ aantal aangevraagde fte’s (maximaal 0,8 fte per locatie) = bedrag per locatie op basis van 0,8 fte.

Artikel 3.4.3. Onderwijsimpuls voor toekomstbestendig onderwijs

1. Beoogd effect

Scholen en schoolbesturen in het funderend onderwijs kunnen met een incidentele subsidie een professionele lerende cultuur op school stimuleren en onderwijsontwikkeling versnellen.

2. Aanvullende eisen aan de subsidieaanvrager

Subsidie kan worden aangevraagd door Utrechtse besturen voor primair onderwijs, voortgezet onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs als:

  • initiatiefnemer;

  • penvoerder voor een initiatief van één of meerdere scholen van het betreffende schoolbestuur;

  • penvoerder voor samenwerking met derden;

  • penvoerder voor samenwerking tussen schoolbesturen of scholen van verschillende schoolbesturen.

3. Subsidiabele activiteiten

Activiteiten richten zich op tenminste een van de onderstaande thema’s:

  • toekomstbestendig onderwijs: Initiatieven die bijdragen aan onderwijs voor de toekomst, het leren van de leerlingen stimuleren, het onderwijs slim organiseren;

  • professionele leergemeenschap: Initiatieven die ruimte geven aan scholen en docenten om van elkaar te leren en om samen te werken aan geïnspireerde onderwijsteams.

  • Kosten van lesmaterialen en ICT komen niet in aanmerking voor subsidie.

4. Aanvullende eisen aan de subsidieaanvraag

De aanvragen kunnen worden ingediend in twee tijdvakken:

  • tot 1 oktober voor projecten die starten in de eerste helft van het volgend kalenderjaar;

  • tot de eerste vrijdag na de meivakantie zoals vastgesteld door het Rijk, voor projecten die starten in de eerste helft van het volgende schooljaar.

  • Minimaal 25% van de beschikbare subsidie blijft beschikbaar voor de 2e tranche met indieningsdatum in mei.

De looptijd van de subsidie is maximaal 18 maanden. Het subsidiebedrag onderwijsimpuls is maximaal € 150.000 per aanvraag. Een school mag deelnemen aan meerdere aanvragen. Het subsidiebedrag onderwijsimpuls per school is maximaal € 100.000 per twaalf maanden.

5. Beoordeling

Bij de inhoudelijke beoordeling van de subsidieaanvraag wordt de aanvraag eerst getoetst of voldoende wordt gescoord op de volgende criteria:

  • De aanvraag draagt bij aan de doelstellingen en actualiteit van de Utrechtse OnderwijsAgenda rond gelijke onderwijskansen en voldoende goede onderwijsprofessionals.

  • De subsidieaanvrager draagt zelf bij; cofinanciering in geld, in de inzet van uren of anderszins.

  • De omvang van de subsidie staat in redelijke verhouding tot het aantal leerlingen of docenten dat ermee wordt bereikt.

  • De voortzetting van de inzet is na deze eenmalige subsidie niet afhankelijk van gemeentelijke financiële ondersteuning.

  • Er is voorzien in het borgen van kennis en ervaring.

  • Er is aantoonbare kennisdeling over het project met andere Utrechtse scholen.

  • Het project heeft een concrete startdatum en looptijd.

Uitsluitend aanvragen die voldoende scoren op deze criteria, komen in aanmerking voor subsidie.

Als de totale aangevraagde subsidie van aanvragen die voldoende scoren op voorgaande criteria hoger is dan het subsidiebedrag voor de subsidieperiode, wordt aan deze aanvragen een score toegekend op basis van de mate waarin wordt voldaan aan onderstaande aanvullende criteria:

  • de mate waarin het project bijdraagt aan gelijke onderwijskansen en voldoende goede onderwijsprofessionals;

  • de inzet vindt plaats in samenwerking tussen twee of meer Utrechtse scholen;

  • de inzet komt rechtstreeks ten goede aan leerlingen en/ of docenten;

  • de inzet is innovatief.

De score op deze criteria bepaalt de onderlinge weging en prioriteit van de aanvragen. Op basis daarvan worden de aanvragen geheel of gedeeltelijk verleend.

Bij de beoordeling van de aanvragen kan het college zich laten adviseren door (externe) deskundigen.

Hoofdstuk 4 Slotbepalingen

Paragraaf 4.1

besluitvorming, monitoring en evaluatie

Artikel 4.1.1 Besluitvorming

De aanvragen worden door het college op basis van de genoemde criteria beoordeeld.

Het college besluit binnen 13 weken na de indieningstermijn over alle aanvragen die tijdig volledig zijn ontvangen. Bij aanvragen die later pas volledig zijn besluit het college binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvragen.

Artikel 4.1.2 Monitoring en evaluatie

Om de ambities zoals benoemd in artikel 2.1.2 te realiseren wordt de subsidie vanuit de gemeente ingezet voor goed onderwijs en gelijke kansen voor alle Utrechtse leerlingen. Door voor alle leerlingen de mogelijkheid te creëren om een goede start te maken en een goede schoolloopbaan te doorlopen. De inzet van de subsidie is voornamelijk bedoeld om achterstanden in het onderwijs te voorkomen en te bestrijden.

De monitoring vindt plaats op zowel inspanning als effect.

1. Inspanning: De inspanning die de aanvrager levert om doelstellingen te bereiken. Er wordt op meetbare inspanning gemonitord. De evaluatie van de inspanning kan gevolgen hebben voor de hoogte van de verleende subsidie.

2. Effect: Het effect dat de aanvrager bereikt op de doelstellingen. Gebaseerd op de ambities in paragraaf 2.2 worden over een termijn van 4 jaar de effectiviteit geëvalueerd. De evaluatie van effectiviteit heeft geen gevolgen voor de hoogte van de verleende subsidie.

Paragraaf 4.2

Inwerkingtreding en citeertitel

Artikel 4.2.1 Inwerkingtreding

Deze nadere regel treedt in werking de dag na bekendmaking van deze nadere regel. Tegelijk hiermee wordt de Nadere Regel Onderwijs gemeente Utrecht - Goed onderwijs voor de Utrechtse Jeugd met publicatiedatum 16 juni 2020 ingetrokken.

Artikel 4.2.2 Citeertitel

Deze nadere regel wordt aangehaald als: Nadere regel subsidie Onderwijs gemeente Utrecht.

Ondertekening

Aldus is vastgesteld door burgemeester en wethouders van Utrecht in hun vergadering van 22 juni 2021

De secretaris, De burgemeester,

Gabriëlle G.H.M. Haanen Sharon A.M. Dijksma