Leggerboek oppervlaktewaterlichamen en vaarwegen Mark-Vlietsysteem

Geldend van 29-06-2021 t/m heden

Intitulé

Leggerboek oppervlaktewaterlichamen en vaarwegen Mark-Vlietsysteem

Leeswijzer

Een legger bestaat uit een leggerboek, leggerkaarten, leggertabellen en overige documenten als profieltekeningen. Er is onder andere in te vinden waar duikers, keringen, waterbergingen, vaarwegen en waterlopen liggen en wie verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud. De legger van Waterschap Brabantse Delta is opgedeeld in verschillende deelleggers. Er zijn leggers voor bergingsgebieden, keringen, vaarwegen en oppervlaktewaterlichamen.

Dit is het leggerboek behorende bij de Legger oppervlaktewaterlichamen en vaarwegen Mark-Vlietsysteem en is van toepassing op de aangewezen oppervlaktewaterlichamen met scheepvaart functie (vaarwegen) binnen het beheergebied van het waterschap.

In dit leggerboek vindt u allereerst algemene bepalingen omtrent deze legger, waaronder de juridische grondslag, de aanleiding, begripsomschrijvingen en het toepassingsbereik. In hoofdstuk 2 zijn de leggerbepalingen geformuleerd. De eerste paragraaf ziet op de waterstaatswerken, de tweede ziet op de onderhoudsplicht. In het derde hoofdstuk zijn de bepalingen uit hoofdstuk 2 nader toegelicht.

De legger is digitaal in te zien op het hoofdkantoor van Waterschap Brabantse Delta en is tevens raadpleegbaar via: https://www.brabantsedelta.nl/legger.

1 ALGEMENE BEPALINGEN

1.1

Inwerkingtreding

Deze legger wordt aangeduid als Legger oppervlaktewaterlichamen en vaarwegen Mark-Vlietsysteem. Deze legger is vastgesteld door het dagelijks bestuur en treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.

1.2

Begripsomschrijving

In deze legger wordt verstaan onder:

  • a.

    A- en B-wateren: oppervlaktewaterlichamen, geregistreerd in de legger als respectievelijk A- of B-water overeenkomstig artikel 5.1 van de Waterwet;

  • b.

    Afmeting waterstaatswerk: meetbare maten in m, mNAP, cm, ha, m3;

  • c.

    Bergingsgebied: een krachtens de Wet ruimtelijke ordening voor waterstaatkundige doeleinden bestemd gebied, niet zijnde een oppervlaktewaterlichaam of onderdeel daarvan, dat dient ter verruiming van de bergingscapaciteit van een of meer watersystemen en ook als bergingsgebied in de legger is opgenomen;

  • d.

    Beschermingszone: aan een waterstaatswerk grenzende zone zoals bedoeld in de Keur, waarin ter bescherming van dat werk voorschriften en beperkingen kunnen gelden;

  • e.

    Buitengewoon onderhoud: het in stand houden van het waterstaatswerk overeenkomstig het in de legger bepaalde omtrent ligging, vorm, afmeting en constructie;

  • f.

    Constructie waterstaatswerk: functionele eisen; hoofdonderdelen van een object;

  • g.

    Gewoon onderhoud: werkzaamheden die de functie van het waterstaatswerk in stand houden;

  • h.

    Het waterschap: Waterschap Brabantse Delta;

  • i.

    Insteek: het als zodanig in de legger aangegeven snijpunt van de lijn van talud en maaiveld, dan wel, bij afwezigheid in de legger, de lijn van een oppervlaktewaterlichaam waar talud en maaiveld elkaar snijden;

  • j.

    Keur: verordening van het waterschap op grond van artikel 78 van de Waterschapswet;

  • k.

    Kruinbreedte: breedte van de waterkering op het hoogste punt in het dwarsprofiel van het dijklichaam;

  • l.

    Kruinhoogte: hoogte van de waterkering;

  • m.

    Legger: legger als bedoeld in artikel 5.1 van de Waterwet of in artikel 78, tweede lid, van de Waterschapswet;

  • n.

    Maaiveld: hoogteligging van het grondoppervlak in een gebied, met uitzondering van taluds en bermen of andere (kunstmatige) verhogingen dan wel verlagingen;

  • o.

    Normatieve toestand: de richting, vorm, afmeting of constructie van een waterstaatswerk;

  • p.

    Onderhoudsplichtigen: natuurlijke personen of rechtspersonen die in de legger of in artikel 5.2 van de Keur zijn aangewezen tot het verrichten van gewoon of buitengewoon onderhoud aan waterstaatswerken;

  • q.

    Onderhoudsverplichting: de aansprakelijkheid voor onderhoud van bij het waterschap in beheer zijnde objecten, zoals bepaald in hoofdstuk 2 van de Keur en vastgelegd in de legger of in voorschriften bij watervergunningen;

  • r.

    Ondersteunend kunstwerk: werken die van belang zijn voor de taakuitoefening van het waterschap, voor de waterkering of voor het functioneren van de waterhuishouding;

  • s.

    Oppervlaktewaterlichaam: samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, alsmede de bijbehorende bodem, oevers en, voor zover uitdrukkelijk aangewezen krachtens de Waterwet, drogere oevergebieden, alsmede flora en fauna;

  • t.

    Overige kering: waterkering - niet zijnde een primaire, regionale of compartimenteringskering - die beveiliging biedt tegen wateroverlast en op de legger staat;

  • u.

    Primaire kering: waterkering die beveiliging biedt tegen overstroming doordat deze behoort tot een dijkring ofwel vóór een dijkring is gelegen zoals aangegeven in bijlage 1 en 1a van de Waterwet en legger;

  • v.

    Profiel oppervlaktewaterlichaam: de beschrijving van het dwars- of lengteprofiel van een oppervlaktewaterlichaam uitgedrukt in afmetingen (bodembreedte, talud) en hoogtes (bodemhoogte) die representatief zijn voor een bepaalde locatie of traject;

  • w.

    Profiel van vrije ruimte: de ruimte zoals vastgelegd in de legger ter weerszijden van, boven en onder een waterstaatswerk of een toekomstig waterstaatswerk die naar het oordeel van de beheerder nodig is voor toekomstige verbeteringen;

  • x.

    Provinciale verordening: Verordening van Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant houdende regels omtrent omgeving (Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant);

  • y.

    Regionale kering: een waterkering geregistreerd zoals aangegeven in de provinciale verordening en in de legger als regionale waterkering, die beveiliging biedt tegen overstroming;

  • z.

    Talud: hellend oppervlak van oppervlaktewaterlichamen en waterkeringen;

  • aa.

    Vaarweg: oppervlaktewaterlichaam met de functie vaarweg;

  • ab.

    Vaarwegbeheer: de aanleg en instandhouding van de infrastructuur voor de scheepvaart. De beheerder heeft als taak ervoor te zorgen dat de desbetreffende waterstaatsobjecten blijven beantwoorden aan de specifieke doelstellingen en eisen van de scheepvaart;

  • ac.

    Vergunning: vergunning als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet;

  • ad.

    Vorm waterstaatswerk: de verschijningsvorm van het waterstaatswerk;

  • ae.

    Waterhuishoudkundige functie: de functie die de provincie en / of het waterschap aan het waterstaatswerk heeft toegekend;

  • af.

    Waterkering: kunstmatige hoogte, natuurlijke hoogte of gedeelte daarvan, of hoge gronden met ondersteunende kunstwerken, die een waterkerende of mede een waterkerende functie hebben en als zodanig geregistreerd zijn in de legger;

  • ag.

    Waterstaatswerk: oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering of ondersteunend kunstwerk;

  • ah.

    Watersysteem: samenhangend geheel van een of meer oppervlaktewaterlichamen en grondwaterlichamen, met bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken;

  • ai.

    Werken: alle door menselijk toedoen ontstane of te maken constructies met toebehoren.

1.3

Grondslag

Wet- en regelgeving

Met de intrede van de Waterwet (Wtw) heeft de wetgever het vaarwegbeheer een plaats gegeven in de Waterwet. Daarvoor is in artikel 3.2 lid 1 Wtw bepaald dat bij provinciale verordening voor de regionale wateren overheidslichamen i.c. waterschappen worden aangewezen die geheel of gedeeltelijk zijn belast met het beheer. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de taken van het waterschap zoals opgenomen in artikel 2 lid 2 van de Waterschapswet, tenzij bij reglement of anderszins (lees: bij provinciale verordening) neventaken of andere taken aan het waterschap worden opgedragen.

Naast de taken die op grond van de Waterschapswet en het Reglement aan de waterschappen zijn toebedeeld, kunnen op grond van artikel 3.2 Wtw beheer en zorgplichten aan het waterschap worden toebedeeld. Belangrijk is wat de Waterwet in artikel 1.1 lid 1 verstaat onder beheer. Beheer is de: ‘overheidszorg met betrekking tot een of meer afzonderlijke watersystemen of onderdelen daarvan, gericht op de in artikel 2.1 genoemde doelstellingen.’ De in artikel 2.1 Wtw genoemde doelstellingen betreffen: a. voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met b. bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en c. vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. Onderdeel van de laatste doelstelling, vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen is de vaarwegfunctie.

Ten behoeve van deze specifieke functie is in artikel 2.11 Wtw een provinciale normeringsbevoegdheid opgenomen waarin wordt bepaald dat bij provinciale verordening en met het oog op internationale verplichtingen of bovenregionale belangen voor regionale wateren normen worden vastgesteld voor de aan watersystemen toe te kennen functies. Dit houdt in, dat de provincie is belast met dit specifieke onderdeel van het watersysteembeheer; de vaarwegfunctie. Daarmee heeft de provincie de bevoegdheid om aan een provinciaal water de functie van vaarweg toe te kennen en daarbij tevens de normen vast te stellen waaraan die vaarweg moet voldoen, zoals vaarwegdiepten, profielen en scheepvaartklassen (of CEMT-klassen). Door deze bevoegdheid is de provincie belast met het vaarwegbeheer en als zodanig vaarwegbeheerder over de provinciale vaarwegen (water met de functie vaarweg) gelegen in de provincie. Door middel van artikel 3.2 lid 1 Wtw kan de provincie bij provinciale verordening het waterschap geheel of gedeeltelijk belasten met het vaarwegbeheer.

Vooruitlopend op de intrede van de Omgevingswet heeft de provincie de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (hierna: IO) vastgesteld. In deze verordening heeft de provincie het waterschap belast met de uitvoering van het vaarwegbeheer (art. 4.8 lid 1 IO) over in de verordening aangewezen provinciale vaarwegen (art. 7.17 lid 1 IO). Voor de uitvoering van het vaarwegbeheer in de IO heeft het waterschap de volgende bevoegdheden: de opdracht tot regeling en bestuur van het vaarwegbeheer (verordeningsbevoegdheid) en het toezicht op de vaarwegen (art. 4.10 t/m 4.11 IO). Hiervoor kan het waterschap regels opnemen in een waterschapsverordening (de Keur). De bevoegdheid tot vaststellen van de scheepvaartklassen (CEMT-klassen) heeft het waterschap echter niet. Deze bevoegdheid is aan Gedeputeerde Staten van de provincie opgedragen (art. 5.6 IO). Het waterschap dient de hoedanigheid van de wateren als vaarweg, de scheepvaartklasse als opgenomen binnen het werkingsgebied Provinciale vaarweg en het profiel vast te leggen in de legger (art. 4.9 IO).

In artikel 5.1 lid 1 Wtw is bepaald dat het waterschap als beheerder zorgdraagt voor de vaststelling van een legger, waarin is omschreven waaraan waterstaatswerken naar ligging, vorm, afmeting en constructie moeten voldoen: ook wel “de Waterwetlegger”. Daarnaast is bepaald dat de ligging van waterstaatswerken en daaraan grenzende beschermingszones moeten worden aangegeven op een overzichtskaart. De Waterwet bepaalt dat bij provinciale verordening nadere voorschriften kunnen worden gegeven of vrijstellingen worden verleend voor leggers. Dit is gebeurd in artikel 4.14 en 4.15 IO.

De legger op grond van de Waterwet moet worden onderscheiden van de legger als bedoeld in artikel in artikel 78 lid 2 van de Waterschapswet. Hierin is bepaald dat het algemeen bestuur een legger vaststelt waarin onderhoudsplichtigen of onderhoudsverplichtingen worden aangewezen: ook wel “de Onderhoudslegger”. Het waterschap combineert beide leggers in één document.

Beleid

De beleidsregel “Waterlopen op orde 2011: Beleidsregel voor het rangschikken van oppervlaktewaterlichamen en het aanwijzen van onderhoudsplichtigen en onderhoudsstroken” ziet op de categorisering van oppervlaktewaterlichamen in A-, B- of C-waterlopen. Aan de hand van criteria worden de waterlopen gecategoriseerd. De categorisering heeft consequenties voor onderhoudsplichten, keurregels en de aanwezigheid van (obstakelvrije) beschermingszones.

Verhouding legger en Keur

De Keur stelt regels over waterstaatswerken, beschermingszones, profielen van vrije ruimte en grondwaterlichamen. In de legger is bepaald waar welke regels uit de Keur van toepassing zijn; de legger is van belang voor de reikwijdte van de verbods- en beheerbepalingen van de Keur.

1.4

Aanleiding/doel

Doel Legger

De legger van het waterschap is opgedeeld in verschillende deelleggers: leggers voor bergingsgebieden, keringen, vaarwegen en oppervlaktewaterlichamen. In de legger is bepaald aan welke kenmerken een waterstaatswerk en bijbehorende ondersteunende kunstwerken moeten voldoen om naar behoren te functioneren. De legger legt naast de ligging en begrenzing van waterstaatswerken en beschermingszones, de technische eisen qua vorm, afmeting en constructie vast. Daarnaast zijn onderhoudsverplichtingen en onderhoudsplichtigen vastgelegd. De legger is van belang voor de toetsing van de waterstaatswerken aan de gestelde normen. Deze legger gaat specifiek over vaarwegen.

Vaarwegen

Het waterschap is belast met de uitvoering van het beheer over de Provinciale vaarweg. Onder vaarwegbeheer wordt verstaan: de aanleg en instandhouding van de infrastructuur ten behoeve van de scheepvaart. Het waterschap heeft als beheerder de taak er voor te zorgen dat de betreffende waterstaatsobjecten blijven beantwoorden aan de specifieke doelstellingen en eisen vanuit de scheepvaart. Het stelt regels in het belang van de instandhouding, bruikbaarheid en bescherming van de Provinciale vaarweg, evenals daartoe behorende kunstwerken.

Actualisatie

Voor het verkleinen van administratieve lasten en vergroten van efficiëntie is het wenselijk toe te werken naar één integrale legger voor bergingsgebieden, keringen, vaarwegen en oppervlaktewater-lichamen. Het actualiseren van de legger vaarwegen is onderdeel hiervan. Dit bevordert het gebruiksgemak en sluit met zicht op de Omgevingswet aan bij de wens van overheden om regels met betrekking tot de leefomgeving te bundelen en te vereenvoudigen. Hoe actueler de legger, hoe beter de ontwikkeling van de leefomgeving plaats kan vinden.

1.5

Toepassingsbereik

De Legger oppervlaktewaterlichamen en vaarwegen Mark-Vlietsysteem is van toepassing op oppervlaktewaterlichamen met vaarwegfunctie en bijbehorende overige keringen en ondersteunende kunstwerken in het beheergebied van het waterschap. Vanwege de vaarwegfunctie zijn aanvullende eisen gesteld aan de legger in de provinciale verordening (IO). Ook ziet deze legger op onderhoudsverplichtingen en onderhoudsplichtigen van deze waterstaatswerken. Het ziet op de volgende provinciale vaarwegen:

  • de rivieren Mark en Dintel;

  • het Mark-Vlietkanaal;

  • Roode Vaart;

  • Roosendaalsche en Steenbergse vliet (inclusief de Steenbergse en Heense haven).

foto

Figuur 1 Het beheergebied van Waterschap Brabantse Delta. De ligging van het Mark-Vlietstelsel is globaal aangegeven. De exacte ligging en begrenzingen zijn weergegeven op de bij deze legger behorende leggerkaart en tabellen.

2 LEGGERBEPALINGEN

2.1

Algemene uitgangspunten

In dit hoofdstuk is kort toegelicht welke informatie de legger bevat en hoe die informatie geraadpleegd kan worden. Het volgende hoofdstuk geeft nadere toelichting op deze algemene leggerbepalingen.

De Legger oppervlaktewaterlichamen en vaarwegen Mark-Vlietsysteem bestaat naast dit leggerboek uit de volgende onderdelen, die onlosmakelijk deel uitmaken van deze legger:

  • leggerkaart: een grafische weergave van alle waterstaatswerken en zones die deel uitmaken van de legger. De kaart geeft naast de ligging van vaarwegen en havens de ondersteunende kunstwerken, overige keringen en (afwijkende) beschermingszones weer. Ook zijn kadastrale grenzen weergegeven. De kaart is te raadplegen via: https://www.brabantsedelta.nl/legger;

  • leggertabellen: een overzicht met per waterstaatswerk de kenmerkende afmetingen en eigenschappen waaraan het moet voldoen. De tabellen bevatten de gegevens over vorm, afmeting, constructie van vaarwegen en ondersteunende kunstwerken. Daarnaast geeft deze tabel in samenhang met de in dit leggerboek opgenomen bepalingen (afwijkende) afmetingen van beschermingszones weer en geeft het de (afwijkende) onderhoudsplichtigen aan. De leggertabel is per waterstaatswerk te raadplegen via de leggerkaart;

  • profieltekeningen: tekeningen met aanvullende informatie van zowel oppervlaktewaterlichaam- als vaarwegprofielen. Indien van toepassing is de tekening via een hyperlink in de leggerkaart te raadplegen;

  • detailkaarten: aanvullende informatie met betrekking tot ondersteunende kunstwerken die niet op de tabel weergegeven is. Indien van toepassing is de informatie via de leggerkaart te raadplegen.

2.1.1

Oppervlaktewaterlichamen

  • 1.

    Het waterschap is bij verordening belast met de uitvoering van beheer over de Provinciale vaarweg en tevens verantwoordelijk voor het waterkwantiteitsbeheer van vaarwegen en havens, tenzij in de leggertabel anders is bepaald.

  • 2.

    Met betrekking tot oppervlaktewaterlichamen worden alleen die gegevens in de tabel opgenomen, welke karakteristiek zijn voor het waterstaatkundig functioneren en de specifieke functie die een waterloop kan hebben. Categorie A-waterlopen zijn ingetekend op de leggerkaart. Vaarwegen zijn tevens als vlak ingetekend op de kaart. Profieltekeningen zijn indien van toepassing via een hyperlink in de leggerkaart te raadplegen.

  • 3.

    Meanderende oppervlaktewaterlichamen hebben geen vast profiel en geen vaste ligging. Op de leggerkaart is een vlak ingetekend dat het gebied aangeeft waarbinnen het oppervlaktewaterlichaam zich bevindt.

2.1.2

Ondersteunende kunstwerken en werken

  • 1.

    In deze legger komen ondersteunende kunstwerken voor die ondersteunend zijn aan:

    • een oppervlaktewaterlichaam vanwege de waterbeheerfunctie;

    • een oppervlaktewaterlichaam vanwege de scheepvaartfunctie; en/of

    • een overige kering.

De ligging en relevante specificaties van de kunstwerken zijn vastgelegd op de leggerkaart, in de leggertabel en op detailkaarten indien van toepassing.

  • 2.

    Werken zijn niet van belang voor de taakuitoefening van het waterschap, voor een kering of voor het functioneren van de waterhuishouding en zijn derhalve niet opgenomen op de leggerkaart of in de leggertabel.

2.1.3

Overige keringen

De ligging van overige keringen en bijbehorende beschermingszones zijn vastgelegd op de leggerkaart. De specificaties zijn vastgelegd in de leggertabel.

2.1.4

Profiel van vrije ruimte

Op de leggerkaart kan een profiel van vrije ruimte zijn aangegeven zoals bedoeld in de Keur. Er geldt geen profiel van vrije ruimte, tenzij op de leggerkaart anders is bepaald.

2.1.5

Beschermingszones

  • 1.

    Aan vaarwegen voorzien van een verankerde damwand of kademuur is een beschermingszone toegekend die aan de zijde van de damwand of kademuur reikt tot 1 meter vanaf het achterste punt van de verankering. Bij het soort kademuren en damwanden die in het Mark-Vlietsysteem zijn toegepast, is de noodzakelijke verankering meestal 10 meter, tenzij in de leggertabel bij het ondersteunende kunstwerk anders is bepaald.

  • 2.

    Onverminderd het eerste lid kan in de leggertabel van deze legger ook op andere plaatsen langs categorie A waterlopen een beschermingszone worden aangewezen zoals bedoeld in de Keur, met inachtneming van artikel 5.3 van de Keur. Er geldt behoudens het bepaalde in het eerste lid geen beschermingszone, tenzij op de leggerkaart anders is bepaald.

  • 3.

    De beschermingszones langs overige keringen reiken aan beide zijden tot 2,5 meter gemeten vanuit het waterstaatswerk. Deze beschermingszones zijn als vlak ingetekend op de leggerkaart.

2.2

Onderhoudsplicht

Artikel 2.2.1 Hoofdelijke aansprakelijkheid
  • 1.

    Wanneer percelen met een beperkt recht zijn bezwaard, dan wel krachtens persoonlijk recht in gebruik zijn gegeven, rusten de in deze legger aan de eigenaar opgelegde verplichtingen van de Keur ook op de beperkt gerechtigden en in geval er sprake is van een persoonlijk recht ook op de gebruikers.

  • 2.

    Voor de nakoming van de in de Keur aan de eigenaar opgelegde verplichtingen is ieder van de genoemde gerechtigden alsmede de eigenaar hoofdelijk aansprakelijk.

Artikel 2.2.2 Oppervlaktewaterlichamen

De onderhoudsplicht voor gewoon en buitengewoon onderhoud zoals bedoeld in de Keur aan oppervlaktewaterlichamen categorie A binnen het Mark-Vlietsysteem ligt bij het waterschap, tenzij in de leggertabel anders is bepaald.

Artikel 2.2.3 Ondersteunende kunstwerken
  • 1.

    De onderhoudsplicht voor gewoon en buitengewoon onderhoud zoals bedoeld in de Keur voor een kunstwerk dat ondersteunend is aan zowel de waterbeheerfunctie als de scheepvaartfunctie, ligt bij de onderhoudsplichtige van het oppervlaktewaterlichaam of overige kering waar het kunstwerk ondersteunend aan is, tenzij in de leggertabel, een projectplan, een vergunning of algemene regel anders is bepaald.

  • 2.

    De onderhoudsplicht voor een kunstwerk dat slechts ondersteunend is aan de scheepvaartfunctie, ligt bij de eigenaar van het kunstwerk, tenzij in de leggertabel anders is bepaald.

Artikel 2.2.4 Overige keringen
  • 1.

    Gewoon onderhoud zoals bedoeld in de Keur berust bij de eigenaar van de grond waarop de overige kering ligt, tenzij in de leggertabel anders is bepaald.

  • 2.

    Het buitengewoon onderhoud zoals bedoeld in de Keur berust bij het waterschap, tenzij in de leggertabel anders is bepaald.

3 TOELICHTING LEGGERBEPALINGEN

3.1

Toelichting algemene uitgangspunten

3.1.1

Oppervlaktewaterlichamen

In reguliere leggers voor oppervlaktewaterlichamen komen verschillende categorieën oppervlaktewaterlichamen voor. Die categorisering vindt plaats op grond van criteria in de beleidsregel Waterlopen op orde 2011. Aan oppervlaktewaterlichamen kunnen op grond van provinciaal beleid of regelgeving ook bijzondere (ecologische) functies toegekend zijn, zoals ecologische verbindingszone en vismigratieroute, maar ook sportvisserij of scheepvaart. Op grond van de beleidsregel worden oppervlaktewaterlichamen met bijzondere waterhuishoudkundige functie o.a. als categorie A-waterlopen aangemerkt. De categorisering heeft consequenties voor onderhoudsplichten, keurregels en de aanwezigheid van (obstakelvrije) beschermingszones. In de leggertabel is aangegeven welke bijzondere functie(s) een waterloop heeft.

Relevante gegevens voor het waterstaatkundig functioneren van een waterloop die op de tabel staan, zijn in elk geval:

  • Bodembreedte;

  • Taludhelling linkerzijde;

  • Taludhelling rechterzijde;

  • Hoogteligging van de bodem bovenstrooms;

  • Hoogteligging van de bodem benedenstrooms.

Relevante gegevens voor de vaarwegfunctie van een waterloop die in de tabel staan, zijn de scheepvaartklassen (per vaarweg, volgens de internationale CEMT-klassen) en de maximale afmetingen van schepen.

Naast de gegevens in leggertabellen zijn van verschillende specifieke situaties aanvullende profieltekeningen opgenomen ter verduidelijking. De maten vormen zowel het dwars- als lengteprofiel van een oppervlaktewaterlichaam. Deze maten zijn gerelateerd aan knooppunten in het watersysteem. Dit is hieronder schematisch weergegeven.

foto

De knooppunten zijn weergegeven op de leggerkaart. Voor iedere streng tussen knooppunten zijn de maten van het dwarsprofiel opgenomen, de hoogteligging en de lengte t.o.v. het bovenstroomse knooppunt. Knooppunten liggen daar waar waterlopen samenkomen of daar waar het profiel van een waterloop verandert, zoals bij een bodemval of een overgang naar een andere taludhelling. In het uitzonderlijke geval dat de waterloop heel lang is zonder een profielverandering, kan omwille van de nauwkeurigheid van de leggergegevens een extra knooppunt opgenomen zijn.

Voorzieningen voor afwijkende taluds

Er is niet altijd sprake van een standaardprofiel, waarbij de taluds aan beide zijden gelijke hellingen hebben. Naast oppervlaktewaterlichamen met twee verschillende taludhellingen, zijn er oppervlaktewaterlichamen met aan één of beide zijden een zogenaamd ‘accoladeprofiel’. In die gevallen wordt dit niet specifiek aangeduid in de leggertabel, maar wordt verwezen naar een profieltekening. Een accoladeprofiel is een profiel waarbij de oever van een oppervlaktewaterlichaam niet vanaf de bodem tot een het maaiveld doorloopt, maar de oever wordt onderbroken door een stuk vlakke (horizontale) oever. Het vlakke deel van de oever kan zich zowel onder als boven het waterpeil bevinden. In de onderstaande figuur is dit schematisch weergegeven.

foto

In het geval van een accoladeprofiel geldt de standaard opgenomen profielhelling alleen voor het stuk vanaf de bodem. Voor de accolade worden in de tabel de volgende extra maten opgenomen: hoogteligging van het accoladeprofiel t.o.v. de bodem, de breedte van de accolade en de taludhelling vanaf de accolade tot aan het maaiveld. Op de profieltekening is te zien of de accolade aan de linker- of rechterzijde ligt of aan beide zijden.

Bepalen van linker- en rechterzijde van een waterloop

Als er in de leggertabel onderscheid gemaakt wordt tussen de linkerzijde en de rechterzijde is het van belang dat helder is hoe objectief kan worden bepaald welke zijde links en welke zijde rechts is. In de legger wordt daarom als uitgangspunt aangehouden dat geldt dat het profiel bekeken wordt met de stroomrichting mee. De stroomrichting is met een pijltje op de leggerkaart aangegeven.

Meander

Meanderende oppervlaktewaterlichamen hebben geen vast profiel en geen vaste ligging. In deze oppervlaktewaterlichamen hebben natuurlijke beekvormingsprocessen in meer of mindere mate vrij spel. Dit heeft te maken met de bijzondere ecologische functies die op beken rusten. Voor vrij meanderende waterlopen geldt daarom geen instandhoudingsplicht zoals bedoeld in de Keur. Op de leggerkaart zijn deze wateren aangegeven met een arcering die het gebied aangeeft waarbinnen het oppervlaktewaterlichaam zich bevindt. Daar waar een principeprofiel is opgenomen is het om de hydrologische relatie te duiden met de overige gedeelten van het watersysteem waar het meanderende oppervlaktewaterlichaam deel van uitmaakt. Het principeprofiel komt bij voorbaat niet overeen met de praktijk vanwege de hierboven genoemde reden.

3.1.2

Ondersteunende kunstwerken

In veel gevallen heeft een kunstwerk een waterhuishoudkundige functie en is het derhalve ‘ondersteunend’. Indien het kunstwerk slechts dient ter uitbreiding van een tuin of openbare ruimte is het dat niet. Voor verticale verdediging als beschoeiing/damwanden geldt dat deze alleen in deze legger zijn opgenomen als het een ondersteunend kunstwerk betreft en onderdeel is van het waterstaatswerk.

3.1.3

Overige keringen

Overige keringen zijn waterkeringen die geen door het Rijk of provincie opgelegde normering hebben. Waterkeringen binnen het beheergebied van het waterschap zijn onderverdeeld in primaire, regionale en overige keringen. Primaire waterkeringen worden aangewezen en genormeerd door het Rijk in de Waterwet. Regionale keringen worden aangewezen en genormeerd door de provincie in een provinciale verordening.

3.1.4

Profiel van vrije ruimte

De Waterwet en de Keur bieden de mogelijkheid om naast beschermingszones ook profielen van vrije ruimte aan te wijzen. Een profiel van vrije ruimte is een ruimte ter weerszijden van, boven of onder een waterstaatswerk die naar het oordeel van de waterbeheerder nodig is voor toekomstige verbeteringen. Bij oppervlaktewaterlichamen met een vast profiel is deze extra bescherming hoogst zelden nodig. Bovendien voorziet de eventuele beschermingszone van deze wateren daar waar nodig meestal al in een voldoende mate van bescherming, vanwege op grond van de Keur geldende beperkingen op beschermingszones. In beginsel wordt er daarom geen profiel van vrije ruimte aangewezen bij categorie A-waterlopen.

Er wordt geen profiel van vrije ruimte aangewezen voor toekomstige verhoging van overige keringen. De keringen hebben immers maar een beperkte functie en daardoor geen specifieke normering, derhalve is verhoging op termijn niet aannemelijk. Een overige kering wordt hooguit weer op leggerhoogte gebracht indien nodig.

3.1.5

Beschermingszones

Aan een waterstaatswerk kan een zone grenzen waarin ter bescherming van dat werk voorschriften en beperkingen gelden: een beschermingszone. Ingevolge de Keur geldt dat de standaardafmeting van een beschermingszone bij een categorie A-waterloop 5 meter vanuit de insteek van het oppervlaktewaterlichaam is, en dat er aan beide zijden een beschermingszone ligt. Dit is afgestemd op machinaal onderhoud vanaf de kant, waarbij het principe geldt dat beide zijden gelijk belast worden. Bij de reguliere leggers voor oppervlaktewaterlichamen worden alleen afwijkingen van die standaardregel vermeld, bijvoorbeeld als de onderhoudsstrook aan één zijde of beide zijden kleiner is.

Oppervlaktewaterlichamen met vaarwegfunctie zijn echter een uitzondering op de regel, omdat gezien de omvang van de vaarweg deze standaard vanaf het water onderhouden worden. Daarmee is in dit geval de uitzondering juist de regel geworden en is er juist vrijwel nooit sprake van onderhoud vanaf de kant. In deze legger is daarom, in afwijking van andere leggers, specifiek aangegeven waar een beschermingszone geldt en welke afmetingen die heeft.

Er geldt standaard een beschermingszone langs een vaarweg voorzien van een verankerde damwand of kademuur. Ook geldt er standaard een beschermingszone langs overige keringen.

Beschermingszone bij verankerde damwanden/kademuren

Langs oppervlaktewaterlichamen komen ondersteunende kunstwerken zoals damwanden en kademuren voor die in de grond verankerd zijn tegen wegzakken. In die gevallen geldt wel standaard een beschermingszone, waarbij de verankering maatgevend is. De verankering moet immers vervangen of gerepareerd kunnen worden. De regel is dat de beschermingszone in deze gevallen strekt tot 1 meter achter de verankering van de damwand. In de onderstaande figuur is dit schematisch weergegeven. De standaardmaat voor de beschermingszone bij de damwanden/kademuren is 11 meter, tenzij in de leggertabel anders is bepaald.

Principeprofiel verankerde damwand/kademuur:

foto

3.2

Toelichting onderhoudsplicht

De legger legt conform de Waterschapswet de onderhoudsverplichtingen of onderhoudsplichtigen vast. De Keur onderscheidt gewoon onderhoud en buitengewoon onderhoud. Gewoon onderhoud betreft werkzaamheden die de functie van het waterstaatswerk in stand houden. Buitengewoon onderhoud behelst die werkzaamheden die zorgdragen voor het in stand houden van het waterstaatswerk overeenkomstig het in de legger bepaalde omtrent ligging, vorm, afmeting en constructie.

3.2.1

Oppervlaktewaterlichamen

Gewoon onderhoud aan oppervlaktewaterlichamen ziet op het doorstroomprofiel van de waterloop. De onderhoudsplichtige is verplicht tot het verwijderen van voor het functioneren van het oppervlaktewaterlichaam schadelijke begroeiingen en afval. Onder buitengewoon onderhoud kan worden verstaan o.a. het baggeren of herprofileren van de waterloop of het herstellen van het talud.

3.2.2

Ondersteunende kunstwerken

Gewoon onderhoud aan ondersteunende kunstwerken ziet op het doorstroomprofiel van de kunstwerken, zoals het schoonhouden van duikers zodat deze niet verstopt raken. Buitengewoon onderhoud ziet op het in goede staat van onderhoud houden en indien nodig vervangen van ondersteunende kunstwerken.

3.2.3

Overige keringen

Onder gewoon onderhoud aan overige keringen wordt onder meer verstaan het maaien en verzorgen van de grasmat. Buitengewoon onderhoud betreft bijvoorbeeld het weer op hoogte brengen van de kering.

Ondertekening

BIJLAGE I: Berekening aan profielen

In deze legger zijn waarden voor bijvoorbeeld de bodemdiepte en bovenbreedte van oppervlaktewaterlichamen niet opgenomen, omdat deze uit de gegevens in de legger berekend kunnen worden. Ter informatie is hieronder uitgewerkt hoe die berekeningen gedaan kunnen worden.

Berekening bodemdiepte

De bodemdiepte kan bepaald worden aan de hand van de maaiveldhoogte ten opzichte van NAP langs een oppervlaktewaterlichaam. De maaiveldhoogte is niet opgenomen in deze legger maar is te bepalen aan de hand van een actueel hoogtebestand of metingen in het veld.

Bodemdiepte (m) = Maaiveldhoogte (mNAP) – Bodemhoogte (mNAP)

Berekening bovenbreedte van een oppervlaktewaterlichaam

Voor wat betreft de breedte van het oppervlaktewaterlichaam aan het maaiveld geldt dat deze eenvoudig berekend kan worden uit de opgenomen leggergegevens.

Indien de taludhelling aan beide zijden gelijk is:

Bovenbreedte (m) = Bodembreedte (m) + 2 x Bodemdiepte (m) x Taludhelling*

Indien de taludhellingen aan beide zijden verschillend zijn:

Bovenbreedte (m) =

Bodembreedte (m) + Bodemdiepte (m) x Taludhelling links* + Bodemdiepte (m) x Taludhelling rechts*

*) Bij een taludhelling van 1:3 hier dus invullen 3