Nadere regels peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Hellendoorn 2021

Geldend van 19-06-2021 t/m heden

Intitulé

Nadere regels peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Hellendoorn 2021

Nijverdal, 20 april 2021 Nr. 2020-034651

Burgemeester en wethouders van Hellendoorn;

Overwegende dat het voor subsidieverstrekking noodzakelijk is dat nadere regels worden opgesteld;

Gelet op artikel 2, tweede lid, artikel 4, artikel 5, vierde lid en artikel 7, derde lid van de Algemene subsidieverordening samenleving gemeente Hellendoorn 2021;

b e s l u i t e n :

vast te stellen de

Nadere regels peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Hellendoorn 2021

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen
  • 1.

    Alle begrippen die in deze nadere regels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet kinderopvang, het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie en de ASV.

  • 2.

    In deze nadere regels wordt verstaan onder:

    • a.

      aanbieder: een in het landelijk register kinderopvang geregistreerde aanbieder, die voorschoolse educatie en/of peuteropvang aanbiedt;

    • b.

      ASV: Algemene subsidieverordening samenleving gemeente Hellendoorn 2021;

    • c.

      college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hellendoorn;

    • d.

      inkomensverklaring: de Verklaring Geregistreerd Inkomen (VGI), te verkrijgen bij de Belastingdienst;

    • e.

      landelijk uurtarief: het maximum uurtarief voor dagopvang (peuter- en kinderopvang), opgesteld door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

    • f.

      ouderbijdrage of eigen bijdrage: de inkomensafhankelijke bijdrage die door de ouders betaald wordt aan de aanbieder;

    • g.

      peuter: kind van 2 tot 4 jaar dat nog niet tot een school kan worden toegelaten en in de gemeente Hellendoorn woont;

    • h.

      peuteropvang: een aanbod opvang voor peuters van minimaal 6 tot maximaal 8 uur per week gedurende 40 weken per jaar;

    • i.

      VE-aanbod : (het aanbieden van) een door het college gesubsidieerd programma voor voorschoolse educatie (VE), als onderdeel van Voor- en Vroegschoolse Educatie, dat gericht is op het zonder ontwikkelingsachterstand instromen in het basisonderwijs;

    • j.

      VE-indicatie: een indicatie afgegeven aan een kind door de jeugdverpleegkundige van de GGD Regio Twente voor het deelnemen aan VE-aanbod;

    • k.

      VE-peuter: een peuter van 2,5 tot 4 jaar met een VE-indicatie die in de gemeente Hellendoorn woont;

    • l.

      VE-uurtarief: dit tarief wordt vastgesteld door het college en bedraagt € 9,38. Dit uurtarief wordt jaarlijks geïndexeerd aan de hand van dezelfde indexatie die de minister toepast bij het landelijk uurtarief kinderopvang.

Artikel 2 ASV

De ASV is van toepassing op subsidies die op basis van deze nadere regels worden verleend, tenzij in deze regels anders wordt bepaald.

Artikel 3 Doel regeling

Het doel van deze regeling is het door subsidiëring bieden van een kwalitatief hoogwaardig aanbod van peuteropvang en voorschoolse educatie in de gemeente Hellendoorn zodat er gelijke en optimale ontwikkelkansen zijn voor alle kinderen in de leeftijd van 2 jaar tot het moment dat ze naar de basisschool gaan.

Artikel 4 Subsidiabele activiteiten
  • 1.

    Het college kan een subsidie per jaar verlenen voor peuteropvang voor een peuter van wie de ouder(s) niet in aanmerking kom(t)(en) voor kinderopvangtoeslag.

  • 2.

    Het college kan een subsidie per jaar verlenen voor VE-aanbod voor een VE-peuter.

Artikel 5 Criteria voor subsidie
  • 1.

    Het college kan subsidie verlenen voor opvang van peuters die deelnemen aan peuteropvang, indien de peuter deelneemt:

    • a.

      minimaal 6 uur en maximaal 8 uur per week;

    • b.

      minimaal 2 dagdelen per week; en

    • c.

      gedurende 40 weken per jaar.

  • 2.

    Het college kan subsidie verlenen voor opvang van VE-peuters die deelnemen aan VE-aanbod, indien deze peuter deelneemt:

    • a.

      640 uur per jaar;

    • b.

      minimaal 3 dagdelen per week;

    • c.

      maximaal 6 uur per dag; en

    • d.

      40 weken per jaar.

  • 3.

    De aanbieder draagt ervoor zorg dat de ouder(s) vanaf de start van peuteropvang of het VE-aanbod een overeenkomst met hem heeft/hebben gesloten terzake de peuteropvang of het VE-aanbod.

Hoofdstuk 2 Eisen aan de aanbieder en de aanvraag

Artikel 6 Eisen aan de aanbieder
  • 1.

    Aanbieder voor een subsidie peuteropvang is een houder waarvan het kindercentrum is opgenomen in het LRK.

  • 2.

    Aanbieder voor een subsidie VE is een houder waarvan het kindercentrum is opgenomen in het LRK met een VE-registratie en waar gewerkt wordt conform de bepalingen van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.

Artikel 7 Bij de subsidieaanvraag over te leggen gegevens
  • 1.

    Naast de in artikel 5 genoemde gegevens dient de aanvrager bij de aanvraag een overzicht met de contactgegevens over te leggen, bestaande uit:

    • a.

      naam organisatie;

    • b.

      LRK-nummer;

    • c.

      adres organisatie;

    • d.

      correspondentieadres;

    • e.

      correspondentie e-mailadres;

    • f.

      naam contactpersoon;

    • g.

      telefoonnummer contactpersoon.

  • 2.

    De aanbieder van peuteropvang dient bij zijn aanvraag daarnaast de volgende gegevens over te leggen:

    • a.

      het uurtarief;

    • b.

      een opgave van het aantal peuters dat op de peildatum 1 september van het jaar van de aanvraag deelnam aan peuteropvang;

    • c.

      het aantal plaatsen voor peuters waar subsidie voor wordt aangevraagd;

    • d.

      de geraamde ouderbijdrage voor peuteropvang.

  • 3.

    De aanbieder van VE dient bij zijn aanvraag daarnaast de volgende gegevens over te leggen:

    • a.

      het uurtarief;

    • b.

      een opgave van het aantal VE-peuters dat op de peildatum 1 september van het jaar van de aanvraag een VE-aanbod kreeg;

    • c.

      het aantal plaatsen voor VE-peuters waar subsidie voor wordt aangevraagd;

    • d.

      de geraamde ouderbijdrage voor VE-peuters waarvan de ouders niet in aanmerking komen voor een kinderopvangtoeslag;

    • e.

      de geraamde ouderbijdrage voor VE-peuters waarvan de ouders in aanmerking komen voor een kinderopvangtoeslag;

    • f.

      de gehanteerde voorschoolse educatiemethode;

    • g.

      de spreiding van de uren over de week;

    • h.

      de observatiemomenten;

    • i.

      het kindvolgsysteem;

    • j.

      de manier waarop ouderbetrokkenheid wordt gestimuleerd en waarop samengewerkt wordt met het netwerk rond het kind;

    • k.

      de wijze waarop de kwaliteit wordt geborgd.

Hoofdstuk 3 Subsidiebedragen

Artikel 8 Hoogte van de subsidie
  • 1.

    De hoogte van de subsidie wordt voor peuteropvang bepaald aan de hand van:

    • a.

      de opgave van het aantal peuters dat op 1 september in het jaar van de aanvraag deelneemt aan peuteropvang van de aanbieder;

    • b.

      de uurprijs van de aanbieder met als maximum het landelijke uurtarief;

    • c.

      de door de aanbieder ontvangen ouderbijdrage.

  • 2.

    De hoogte van de subsidie wordt voor VE-aanbod bepaald aan de hand van:

    • a.

      de opgave van het aantal VE-peuters dat op 1 september in het jaar van de aanvraag deelneemt aan VE-aanbod van de aanbieder;

    • b.

      het VE-uurtarief;

    • c.

      de door de aanbieder te ontvangen ouderbijdrage voor peuters van ouders die aantoonbaar geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, die in mindering gebracht wordt op de te ontvangen subsidie;

    • d.

      de maximum uurprijs die de Rijksoverheid hanteert voor kinderopvang voor ouders die recht hebben op kinderopvangtoeslag, die in mindering gebracht wordt op de te ontvangen subsidie.

Artikel 9 Subsidieplafond en wijze van verdeling
  • 1.

    De raad stelt een subsidieplafond vast voor VE en voor peuteropvang.

  • 2.

    Als er meer dan één aanvrager recht heeft op subsidie en het subsidieplafond wordt overschreden, dan wordt de subsidie verdeeld over de aanvragers. Dit gebeurt naar rato van de subsidiebedragen die per aanvrager aan de orde zijn en rekening houdend met het aantal gerealiseerde kindplaatsen in het voorgaande jaar om afgebroken trajecten te voorkomen.

Hoofdstuk 4 Subsidieverplichtingen

Artikel 10 Kwaliteitseisen
  • 1.

    Het college verbindt aan de beschikking tot subsidieverlening de verplichting dat de aanbieder voldoet aan de eisen in de Wet Kinderopvang, de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het onderwijstoezicht en het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.

  • 2.

    Indien het een subsidieaanvraag voor VE-aanbod betreft, kan het college aan de beschikking tot subsidieverlening verplichtingen verbinden met betrekking tot onder andere monitoring van de ontwikkeling van de VE-peuter, afspraken met scholen waaronder een warme overdracht, het betrekken van ouders en het borgen van de kwaliteit.

Artikel 11 Tussentijdse rapportage

De aanbieder verstrekt aan het college zowel vóór 15 mei als 1 oktober van het jaar waarop de subsidie betrekking heeft een opgave van de start- en einddatum van de deelname aan VE per peuter op respectievelijk peildatum 1 mei en 15 september van dat jaar per kind en per VE-peuter de hiernavolgende gegevens:

  • a.

    de VE-zaal;

  • b.

    de reden van verwijzing;

  • c.

    het opleidingsniveau van de ouders;

  • d.

    de voortgangsresultaten;

  • e.

    het moment van instroom;

  • f.

    na het beëindigen van het VE-aanbod de naam van de basisschool waar het kind is ingestroomd.

Hoofdstuk 5 Subsidievaststelling

Artikel 12 Subsidievaststelling
  • 1.

    In aanvulling op artikel 16 en 17 van de ASV voegt de aanbieder van peuteropvang bij de aanvraag tot subsidievaststelling een overzicht toe met de volgende gegevens:

    • a.

      de gehanteerde uurprijs van de aanbieder voor peuteropvang;

    • b.

      het aantal gerealiseerde plaatsen per eerste van de maand per locatie;

    • c.

      de ouderbijdrage;

    • d.

      het totaal van het aantal peuters dat in het jaar van de subsidieverlening deelnam aan peuteropvang.

  • 2.

    In aanvulling op artikel 16 en 17 van de ASV voegt de aanbieder van VE bij de aanvraag tot subsidievaststelling een overzicht toe met de volgende gegevens:

    • a.

      de start- en einddatum van de deelname aan VE-aanbod per VE-peuter;

    • b.

      per VE-peuter of de plaats in aanmerking kwam voor kinderopvangtoeslag;

    • c.

      bij peuters waarvan de ouder(s) geen kinderopvangtoeslag ontvang(t)(en), wat de ouderbijdrage was;

    • d.

      bij peuters waarvan de ouder(s) kinderopvangtoeslag ontvang(t)(en), wat de ouderbijdrage was;

    • e.

      het totaal van het aantal VE-peuters dat deelnam aan VE-aanbod.

  • 3.

    De subsidie kan lager worden vastgesteld indien de rapportage hiertoe aanleiding geeft.

  • 4.

    De gemeente is bevoegd steekproefsgewijs de juistheid van de gegevens te controleren. De aanvrager verleent hieraan volledige medewerking.

  • 5.

    De aanvrager legt desgevraagd tot 2 jaar na het jaar waar de subsidieverlening betrekking op heeft aan het college over:

    • a.

      bewijsstukken waaruit blijkt dat rechtmatig aanspraak gemaakt wordt op peuteropvang of VE-aanbod, zoals een ouderverklaring waaruit blijkt dat er geen recht is op kinderopvangtoeslag en een indicatie die gesteld is door de jeugdverpleegkundige;

    • b.

      bewijsstukken waaruit blijkt dat de ouderbijdrage op de juiste manier is vastgesteld, zoals een inkomensverklaring van de belastingdienst.

Artikel 13 Ouderbijdrage
  • 1.

    De ouder(s) is aan de aanbieder een ouderbijdrage verschuldigd voor deelname van de peuter voor 8 uur per week aan de peuteropvang.

  • 2.

    De ouder is aan de aanbieder voor 8 uur per week een ouderbijdrage verschuldigd voor deelname van zijn kind aan VE-aanbod. Voor de overige 8 uur per week is geen ouderbijdrage verschuldigd.

  • 3.

    De aanbieder stelt de hoogte van de ouderbijdrage voor peuteropvang en VE vast aan de hand van:

    • a.

      de door de ouder(s) aan de aanbieder overgelegde meest recente inkomensverklaring(en);

    • b.

      de adviestabel ouderbijdrage van de VNG;

    • c.

      in afwijking van de adviestabel van de VNG wordt aan (een) ouder(s) met een inkomen op bijstandsniveau geen ouderbijdrage gevraagd.

  • 4.

    De ouder(s) meld(t)(en) zo spoedig mogelijk bij de aanbieder per wanneer hij/zij in een gewijzigde inkomenscategorie val(t)(len) en daardoor wel of niet meer voor kinderopvangtoeslag in aanmerking kom(t)(en).

  • 5.

    De aanbieder int de ouderbijdrage bij de ouder(s) en is zelf verantwoordelijk voor een eventueel debiteurenverlies.

Artikel 14 Slotbepalingen
  • 1.

    Dit besluit treedt in werking op de dag, volgende op die van zijn bekendmaking.

  • 2.

    Dit besluit wordt aangehaald als Nadere regels peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Hellendoorn 2021.

Burgemeester en wethouders van Hellendoorn,

de secretaris, de burgemeester,