Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR658833
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR658833/3
Subsidieregeling duurzame Amsterdamse energie
Geldend van 03-06-2026 t/m heden
Intitulé
Subsidieregeling duurzame Amsterdamse energieHet college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,
gelet op artikel 3, tweede lid van de van de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013, artikel 3, eerste lid van de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023 en artikel 149 van de Gemeentewet en gezien de doelstellingen die op het gebied van de opwek en opslag van duurzame energie zijn gesteld in de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050, zoals deze op 23 mei 2020 door de gemeenteraad van Amsterdam is vastgesteld,
besluit de volgende regeling vast te stellen:
Subsidieregeling duurzame Amsterdamse energie
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1.1 Toepasselijkheid Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023
De Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023 is van toepassing, tenzij daarvan in deze regeling uitdrukkelijk wordt afgeweken.
Artikel 1.2 Doel van deze subsidieregeling
Het doel van deze subsidieregeling is uitstoot van gassen die bijdragen aan de opwarming van de aarde te verminderen door het stimuleren van de opwek en opslag van duurzame energie in Amsterdam.
Artikel 1.3 Europees kader bij subsidie aan woningcorporaties
Voor zover een woningcorporatie activiteiten uitvoert die op grond van deze subsidieregeling voor subsidie in aanmerking komen, betreffen het Diensten van Algemene Economisch belang als bedoeld in artikel 47 van de Woningenwet. Het betreft een additionele, specifieke vergoeding in aanvulling op de compensatie die is genoemd in het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015.
Artikel 1.4 Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a.
ASA 2023: de ‘Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023’
- b.
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam;
- c.
DAEB-vrijstellingsbesluit: het Besluit van de Europese Commissie van 20 december 2011, betreffende de toepassing van artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatsteun in de vorm van compensatie voor openbare dienst, verleend aan bepaalde, met beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen (PbEU C9380), dan wel later daarvoor in de plaats treden Europese regelgeving;
- d.
kilowatt: duizend maal de SI-eenheid van vermogen (Watt), waarmee uitdrukking wordt gegeven aan de hoeveelheid energie (Joules) die per tijdseenheid (seconde) wordt overgedragen;
- e.
netbeheerder: een vennootschap die op grond van artikel 10, 13, 14 of 15a van de Elektriciteitswet 1998 is aangewezen voor het beheer van een of meer netten; en
- f.
piekvermogen: het maximale vermogen dat de zonnepanelen en de verdere installatie onder standaard testomstandigheden bestendig kunnen leveren;
- g.
woningcorporatie: Toegelaten instellingen zoals bedoeld in artikel 19 van de Woningwet en het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015;
- h.
zonnepanelen: fotovoltaïsche cellen die invallend (zon)licht omzetten in elektrisch energie;
- i.
zonnepaneleninstallatie: een opstelling van fotovoltaïsche cellen die invallend (zon)licht omzetten in bruikbare elektrisch energie inclusief de montagematerialen, transformatoren, bekabeling en andere benodigdheden die nodig zijn om deze elektrische energie direct te kunnen gebruiken of terug te leveren aan het door de netbeheerder beheerde stroomnet.
Artikel 1.5 Wisselwerking tussen hoofdstukken
Bepalingen in de hoofdstukken van deze regeling, anders dan in hoofdstuk 1, die geen expliciete verwijzing naar een artikelnummer in een ander hoofdstuk of wetgeving in materiele zin bevatten zijn in hun werking beperkt tot het hoofdstuk waar zijn deel van uitmaken.
Artikel 1.6 Aanvraagmoment
Het tijdvak voor het aanvragen van een subsidie eindigt gelijk met de looptijd van het subsidieplafond dat voor de subsidiabele activiteit is bepaald, tenzij in een ander hoofdstuk nadrukkelijk een ander aanvraagtijdvak is bepaald.
Artikel 1.7 Volgorde behandeling aanvragen
-
1. Subsidieaanvragen worden in behandeling genomen in de volgorde van ontvangst daarvan.
-
2. Als tijdstip van ontvangst geldt het moment waarop de aanvraag compleet is.
Artikel 1.8 Geen directe vaststelling
-
1. Subsidies worden niet direct vastgesteld, tenzij hiervan in een ander hoofdstuk nadrukkelijk van wordt afgeweken.
-
2. De voorwaarden voor subsidies groter dan €20.000,- uit artikel 16, eerste lid en artikel 17, leden 2 en 3 van de ASA2023 zijn van overeenkomstige toepassing op subsidies kleiner of gelijk aan €20.000,-.
Hoofdstuk 2 Gebruikte zonnepanelen op Amsterdamse corporatiedaken
Artikel 2.1 Definities
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- -
bestaand gebouw: een gebouw dat niet als nieuwbouw wordt aangemerkt;
- -
EGW: eengezinswoning, zijnde elke woning die tevens een geheel pand vormt. Hieronder vallen vrijstaande woningen, aaneen gebouwde woningen, zoals twee onder één kap gebouwde hele huizen en rijenhuizen;
- -
energiearmoede: als op basis van de gegevens en definities van de Monitor Energiearmoede van TNO en CBS een huishouden te maken heeft met een laag inkomen in combinatie met een hoge energierekening en/of een woning van slechte energetische kwaliteit;
- -
gebruikte zonnepanelen: eerder geïnstalleerde of anderszins incourant geworden zonnepanelen die voor hergebruik geschikt zijn bevonden door een bedrijf dat is gecertificeerd voor het beoordelen van het veilig hergebruik van zonnepanelen;
- -
MGW: meergezinswoning, zijnde een gebouw dat uit meerdere wooneenheden bestaat, waarbij huishoudens boven en/of onder elkaar wonen;
- -
nieuwbouw: een bouwwerk waarvoor nog geen melding of kennisgeving van de gereedkomen van bouw, zoals genoemd in artikel 7, lid g van het Besluit basisregistratie adressen en gebouwen en vereist volgens artikel 1.25, lid 2 van het Bouwbesluit 2012 is gedaan;
- -
woning: een adresseerbaar object dat in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen geregistreerd is met het gebruiksdoel woonfunctie.
Artikel 2.2 Doel van dit hoofdstuk
Het doel van dit hoofdstuk is om woningcorporaties te stimuleren om op of aan hun bestaande, in Amsterdam gelegen, gebouwen gebruikte zonnepanelen aan te leggen en in die gebouwen elektrische boilers te installeren, zodat huishoudens met energiearmoede direct profiteren van lagere elektriciteitskosten.
Artikel 2.3 Subsidiabele activiteiten
Het college kan aan een woningcorporatie ten behoeve van een gebouw dat is gelegen in een in de bijlage genoemde buurten eenmalige subsidie verlenen voor:
- a.
de aanschaf en installatie van gebruikte zonnepanelen op of aan bestaande gebouwen die geheel of ten dele in eigendom zijn van de betreffende woningcorporatie;
- b.
de aanschaf en installatie van elektrische boilers in bestaande woningen, waarbij het gemiddelde piekvermogen per aansluiting ten minste 1800 Wattpiek bedraagt.
Artikel 2.4 Hoogte van de subsidie
-
1. Voor de aanleg van gebruikte zonnepanelen op of aan in Amsterdam gelegen gebouwen, zoals omschreven in artikel 2.3, gelden, afhankelijk van het woningtype, daktype en het aantal zonnepanelen, de subsidiebedragen per gerealiseerde aansluiting van een woning op een zonnepaneleninstallatie zoals opgenomen in onderstaande tabel:
Woningtype
Daktype
3 panelen
4 panelen
5 panelen
6 panelen
EGW
Schuin
-
-
€2.110,00
€2.190,00
EGW
Plat
-
-
€2.335,00
€2.425,00
MGW
Schuin
€1.900,00
€1.950,00
-
-
MGW
Plat
€2.010,00
€2.080,00
-
-
-
2. De hoogte van de subsidie voor de aanschaf en installatie van een elektrische boiler bedraagt €1.815,00 per gerealiseerde aansluiting.
Artikel 2.5 Subsidieplafond
-
1. Het subsidieplafond voor de installatie van gebruikte zonnepanelen wordt voor het tijdvak lopende van de inwerkingtreding van dit hoofdstuk tot en met 31 december 2027 vastgesteld op € 1.500.000.
-
2. Het subsidieplafond voor de installatie van elektrische boilers wordt voor het tijdvak lopende van de inwerkingtreding van dit hoofdstuk tot en met 31 december 2027 vastgesteld op € 414.000.
Artikel 2.6 De aanvrager
De subsidie op grond van dit hoofdstuk kan uitsluitend worden aangevraagd door een woningcorporaties.
Artikel 2.7 Aanvraagtermijn
De subsidieaanvraag kan worden ingediend bij het college tussen de datum van inwerkingtreding van dit hoofdstuk tot en met 31 december 2027.
Artikel 2.8 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
-
1. In aanvulling op artikel 6, tweede lid van de ASA 2023 worden bij de subsidieaanvraag op basis van dit hoofdstuk de volgende gegevens en stukken overlegd:
- a.
kopieën van offertes voor de aanleg van de zonnepaneleninstallaties, voor de installatie van elektrische boilers en offertes voor de gebruikte zonnepanelen waarin wordt verwezen naar het gecertificeerde bedrijf;
- b.
een beknopte beschrijving van de monitoring, communicatie naar de bewoners en de participatie aanpak;
- c.
gegevens over geschiktheid van het dak voor de aanleg op basis van een dakschouw;
- d.
indien het een aanvraag betreft voor een gemengd complex een kopie van de notulen van de ALV van de vve waarin de benodigde meerderheid van de leden van de vve heeft ingestemd met de aanleg van de gebruikte zonnepanelen.
- a.
-
2. De beschrijving van activiteiten, zoals bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel a, subonderdeel i van de ASA2023, bevat voor subsidieaanvragen op basis van dit hoofdstuk in ieder geval een overzichtstabel met de volgende kenmerken:
- a.
de eerste rij, de zogenaamde titelrij, bevat een ingekorte omschrijving van de in onderdeel c van dit lid opgesomde kenmerken;
- b.
iedere rij, behalve de eerste, beschrijft van maximaal één gebouw de in onderdeel c van dit lid opgesomde de kenmerken van dat gebouw;
- c.
iedere kolom beschrijft bij de corresponderende rij de volgende kenmerken van het gebouw of van de op dat gebouw te plaatsen gebruikte zonnepanelen:
- i.
de adressen van de verblijfsobjecten waarop, waarin of waaraan de gebruikte zonnepanelen zullen worden aangelegd en elektrische boilers worden geïnstalleerd;
- ii.
het beoogd aantal huishoudens dat profiteert;
- iii.
het beoogd aantal gebruikte panelen per aansluiting en het beoogde piekvermogen per aansluiting (Wattpiek);
- iv.
het beoogd aantal elektrische boilers dat zal worden geïnstalleerd.
- i.
- a.
-
3. In afwijking van het bepaalde in artikel 2.3 dient een aanvrager, indien de woningen niet zijn gelegen in een buurt als vermeld in de bijlage, toe te lichten dat de aanleg van gebruikte zonnepanelen ten goede komt aan huishoudens in energiearmoede.
Artikel 2.9 Weigeringsgronden
In aanvulling op artikel 8, tweede lid van de ASA 2023 kan het college geheel of gedeeltelijk weigeren een subsidie op basis van dit hoofdstuk te verlenen als:
- a.
een installatie met gebruikte zonnepanelen die is aangelegd op of aan woningen die niet zijn gelegen in een buurt als vermeld in de bijlage niet of nauwelijks aanwijsbaar ten goede zal komen aan huishoudens in energiearmoede;
- b.
de aanvrager gedurende de lopende aanvraagperiode voor dezelfde woningen al een andere subsidieaanvraag heeft gedaan op basis van dit hoofdstuk;
- c.
bij een gebouw waar de aanvraag betrekking op heeft al met de aanleg van de gebruikte zonnepanelen gestart is voordat de subsidie is aangevraagd;
- d.
voor een gebouw waar de aanvraag betrekking op heeft op basis van deze regeling of andere gemeentelijke subsidieregelingen al eerder subsidie is verleend voor de aanleg van een zonnepaneleninstallatie.
Artikel 2.10 Aanvullende verplichtingen
Naast de verplichtingen op grond van artikel 9 en 10 van de ASA2023, zijn aan subsidie op basis van dit hoofdstuk de volgende verplichtingen verbonden:
- a.
de gebruikte zonnepanelen dienen uiterlijk 31 december 2027 te zijn geïnstalleerd, tenzij in de verleningsbeschikking een andere termijn gesteld wordt. Deze termijn kan door het college op verzoek worden verlengd indien het college dit uitstelverzoek, voorzien van een passende verklaring, binnen de gestelde termijn ontvangt;
- b.
de gebruikte zonnepanelen dienen tenminste vijf jaar op, aan of in het vastgoed te functioneren;
- c.
voor zover vereist dient de aanvrager vergunning te hebben verkregen voor de subsidiabele activiteiten voordat deze met de uitvoering is begonnen;
- d.
voor de installatie van een elektrische boiler dient gemiddeld per aansluiting minimaal 1800 Wattpiek aan zonnepanelen-vermogen te worden geïnstalleerd;
- e.
de ontvanger dient aan de door het college met controle belaste personen op verzoek:
- i.
inzage te verlenen in de op de subsidieaanvraag betrekking hebbende bescheiden en tekeningen;
- ii.
de gelegenheid te geven tot het controleren en kopiëren van alle documenten die betrekking hebben op de uit te voeren en uitgevoerde werkzaamheden;
- iii.
alle inlichtingen te verstrekken, die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor het beoordelen of de regeling juist is toegepast en de voorschriften bij subsidieverlening zijn nageleefd; en
- iv.
toegang te verlenen tot de onroerende zaak waarop de subsidieverlening betrekking heeft.
- i.
- f.
de aanvrager administreert de netto kosten die zijn verbonden met de activiteiten op een zodanige wijze dat inzicht kan worden verkregen in de hoogte van deze kosten, zulks afgescheiden van de reguliere bedrijfsvoering, in relatie tot de voor deze activiteiten verstrekte subsidie.
Artikel 2.11 Verantwoording en vaststelling
-
1. Subsidie verleend aan een woningcorporatie op grond van dit hoofdstuk wordt niet direct vastgesteld, ongeacht het verleende bedrag.
-
2. De woningcorporatie dient uiterlijk 12 weken na afloop van de activiteiten een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in bij het college.
-
3. Bij de aanvraag tot vaststelling van een subsidie dienen de volgende stukken te worden ingediend:
- a.
kopieën van de facturen waarop de subsidiabele kosten voldoende duidelijk zijn uitgesplitst en herleidbaar naar de offerte;
- b.
kopieën van de betaalbewijzen van de betaalde facturen;
- c.
een bewijs van keuring waaruit blijkt dat de zonnepanelen op herbruikbaarheid zijn beoordeeld en daarvoor geschikt zijn bevonden;
- d.
een financieel overzicht indien de subsidie hoger is dan € 20.000.
- a.
-
4. Het verslag, zoals vereist in artikel 16, eerste lid, onder a, van de ASA 2023 bevat voor subsidies op basis van dit hoofdstuk in ieder geval ook een overzichtstabel met de volgende kenmerken:
- a.
de eerste rij, de zogenaamde titelrij, bevat een ingekorte omschrijving van de in onderdeel c van dit lid opgesomde kenmerken;
- b.
iedere rij, behalve de eerste, beschrijft van maximaal één gebouw de in onderdeel c van dit lid opgesomde de kenmerken van dat gebouw;
- c.
iedere kolom beschrijft bij de corresponderende rij de volgende kenmerken van het gebouw of van de op dat gebouw te plaatsen gebruikte zonnepanelen:
- i.
de adressen van de verblijfsobjecten waarop, waarin of waaraan de gebruikte zonnepanelen zijn aangelegd en de elektrische boilers zijn geïnstalleerd;
- ii.
het dak- en woningtype;
- iii.
het gerealiseerde aantal gebruikte panelen, het gerealiseerde piekvermogen (Wattpiek) en de opleverdata;
- iv.
het aantal elektrische boilers dat is geïnstalleerd en de opleverdata.
- i.
- a.
Hoofdstuk 3 Bijzondere Zonnepaneleninstallaties
Artikel 3.1 Begripsbepaling
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- -
duurzaam geproduceerde zonnepanelen: fotovoltaïsche cellen waarvan de productie relatief weinig koolstofdioxide en schadelijke stoffen in het milieu heeft gebracht, waarvan het risico laag is dat ze geproduceerd zijn met behulp van gedwongen arbeid, die een hoge omzettingsefficiëntie van licht naar elektriciteit kennen en die zijn opgenomen in bijlage A of op grond van hun productieproces en omzettingsefficiëntie als gelijkwaardig aan de in bijlage A genoemde cellen kunnen worden aangemerkt;
- -
eigenaar: de persoon of organisatie die het volledig eigendom, zowel juridische als economisch, heeft over een goed of zaak, waaronder ook verstaan de Vereniging van Eigenaren en een coöperatieve flatvereniging;
- -
erfpachter: de houder van een zakelijk recht om een onroerende zaak van een ander te houden en te gebruiken, zoals beschreven in 5:85, eerste lid BW;
- -
huurder: de houder van een, op artikel 7:201, eerste lid BW gebaseerd, zakelijk recht om een gebouwonderdeel of ruimte waar zonnepanelen geplaatst kunnen worden te gebruiken;
- -
noodzakelijk lichtgewicht zonnepanelen: fotovoltaïsche cellen die een gewicht hebben van ten hoogste 6 kilogram per vierkante meter paneeloppervlak, die noodzakelijk zijn omdat de draagconstructie van het gebouw waarop of waaraan ze gemonteerd worden niet geschikt is om het gewicht van reguliere panelen te dragen en er geen andere kosteneffectieve maatregelen getroffen kunnen worden om een vergelijkbaar oppervlak aan zonnepanelen op of aan dat gebouw te realiseren;
- -
ondernemer: huurder, erfpachter, eigenaar of opstalhouder, geen woningcorporatie zijnde, die een onderneming, als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de de-minimisverordening drijft;
- -
opstalhouder: de houder van een zakelijk recht om in, op of boven een onroerende zaak van een ander gebouwen, werken of beplantingen in eigendom te hebben of te verkrijgen, zoals bedoeld in artikel 5:101, eerste lid BW;
- -
registerconstructeur: een specialist in de berekening statische bepaaldheid van bouwwerken die geregistreerd is in het register voor constructeurs, zoals deze beschikbaar is op www.constructeursregister.nl;
- -
verblijfsobject: kleinste binnen één of meer panden gelegen en voor woon-, bedrijfsmatige, of recreatieve doeleinden geschikte eenheid van gebruik die ontsloten wordt via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte, onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen en in functioneel opzicht zelfstandig is, zoals bedoeld in artikel 1, lid m van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen.
Artikel 3.2 Doel van dit hoofdstuk
Het doel van dit hoofdstuk is het stimuleren dat gebouwen in Amsterdam van zoveel mogelijk duurzaam geproduceerde zonnepanelen worden voorzien.
Artikel 3.3 Subsidiabele activiteiten
Het college kan een eenmalige subsidie verlenen voor het vanaf 1 juli 2024 op of aan gebouwen in Amsterdam aanleggen van zonnepaneleninstallaties die gebruik maken van zonnepanelen met één of meerdere van volgende kenmerken:
- a.
duurzaam geproduceerd; of
- b.
noodzakelijk lichtgewicht.
Artikel 3.4 Hoogte van de subsidie
-
1. Voor de aanleg van zonnepaneleninstallaties met duurzaam geproduceerde zonnepanelen bedraagt de subsidie per kilowatt piekvermogen van alle duurzaam geproduceerde zonnepanelen die deel uitmaken van de installatie, afhankelijk van de categorie waarin dat type zonnepanelen is ingedeeld in bijlage A of voor zover de panelen als gelijkwaardig aan zonnepanelen in een categorie in bijlage A zijn:
- a.
categorie A: maximaal €100 per kilowatt piekvermogen;
- b.
categorie B: maximaal €50 per kilowatt piekvermogen;
- c.
categorie C: maximaal €10 per kilowatt piekvermogen.
- a.
-
2. Voor de aanleg van zonnepaneleninstallatie met noodzakelijk lichtgewicht zonnepanelen bedraagt de subsidie maximaal €100 per kilowatt piekvermogen van alle noodzakelijk lichtgewicht zonnepanelen die deel uitmaken van die installatie.
-
3. De subsidie voor de aanleg van een zonnepaneleninstallatie bedraagt niet meer dan:
- a.
€100.000 per installatie; en
- b.
100% van de daadwerkelijke gemaakte kosten voor de aanleg van die installatie, nadat deze zijn verminderd met andere verleende of vastgestelde subsidies voor de aanleg van die installatie of delen daarvan.
- a.
-
4. Als zonnepanelen in een installatie zowel duurzaam geproduceerd en noodzakelijk lichtgewicht zijn, dan bedraagt de subsidie maximaal €100 per kilowatt piekvermogen van die panelen.
-
5. Als subsidie wordt aangevraagd voor uitbreiding van een bestaande installatie blijven voor 1 juli 2024 gerealiseerde panelen buiten beschouwing bij het bepalen van de hoogte van de subsidie.
Artikel 3.5 Subsidieplafond
Het subsidieplafond voor zonnepaneleninstallaties bedraagt tussen de inwerkingtreding van het Wijzigingsbesluit Subsidieregeling duurzame Amsterdamse energie bijzondere zonnepanelen 2024 en 31 december 2025 €700.000.
Artikel 3.6 De aanvrager
Deze subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door:
- a.
de eigenaren en erfpachters van het vastgoed waarop, waarin of waaraan de zonnepaneleninstallatie wordt aangelegd; en
- b.
huurders en opstalhouders van het vastgoed waarop, waarin of waaraan de zonnepaneleninstallatie wordt aangelegd die toestemming hebben van de eigenaar of erfpachter.
Artikel 3.7 Bij de aanvraag in te dienen gegevens
-
1. Bij de subsidieaanvraag worden, in aanvulling op indiensvereisten uit de ASA2023, de volgende gegevens en stukken overlegd:
- a.
het adres of de adressen van respectievelijk het verblijfsobject of verblijfsobjecten waarop, waarin of waaraan de zonnepaneleninstallatie zal worden aangelegd;
- b.
kopieën van offertes voor de aanleg van de zonnepaneleninstallaties, waarvoor geldt dat:
- i.
blijkt wat het totale piekvermogen is van de aangelegde zonnepanelen;
- ii.
het subsidiabele deel van de op offerte genoemde kosten voldoende duidelijk is uitgesplitst en aangemerkt;
- iii.
voldoende duidelijk is welke merken en welke typen zonnepanelen zijn toegepast en in welke aantallen deze zijn toegepast;
- i.
- c.
een overzicht van eventuele andere aan te vragen, aangevraagde, verleende of vastgestelde subsidies voor de aanleg van de zonnepaneleninstallatie;
- d.
als subsidie wordt gevraagd voor duurzame zonnepanelen die niet opgenomen zijn in bijlage A: verifieerbare productinformatie over de gebruikte of te gebruiken zonnepanelen, waaruit in ieder geval de gelijkwaardigheid op grond van het productieproces en omzettingsefficiëntie blijkt;
- e.
als subsidie wordt gevraagd voor noodzakelijk lichtgewichte zonnepanelen:
- i.
een rapport of verklaring van een registerconstructeur waaruit volgt dat het gebruik van lichtgewicht zonnepanelen noodzakelijk is om het beoogde aantal zonnepanelen op of aan het gebouw te kunnen realiseren; of
- ii.
een schriftelijke toelichting van de aanvrager waaruit blijkt dat de draagconstructie van het gebouw waarop of waaraan ze gemonteerd worden niet geschikt is om het gewicht van reguliere panelen te dragen en er geen andere kosteneffectieve maatregelen getroffen kunnen worden om een vergelijkbaar oppervlak aan zonnepanelen op of aan dat gebouw te realiseren;
- i.
- f.
als de aanvrager niet de eigenaar of erfpachter is: een bewijs dat de eigenaar of erfpachter instemt met de aanleg van de zonnepaneleninstallatie en met het aanvragen van deze subsidie;
- g.
voor de ondernemers en ondernemingen: een volledig ingevulde verklaring de-minimissteun;
- a.
-
2. Indien subsidie aangevraagd wordt nadat de subsidiabele activiteiten zijn uitgevoerd stelt het college de subsidie in afwijking op artikel 1.8 direct vast. Bij een dergelijke subsidieaanvraag worden in de plaats van de in het eerste lid, onderdeel c genoemde offertes, de in artikel 3.10, genoemde documenten en gegevens ingediend.
Artikel 3.8 Weigeringsgronden
-
1. In aanvulling op artikel 8, eerste lid, van de ASA 2023 weigert het college een subsidie te verlenen voor de subsidiabele activiteiten indien:
- a.
de factuurdatum voor de aanleg van de zonnepaneleninstallaties van voor 1 juli 2024 is;
- b.
de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd niet bijdragen aan de realisatie van het doel van de regeling;
- c.
het gebouw waarop of waarin de zonnepanelen gemonteerd worden niet in Amsterdam gelegen is;
- d.
de ondernemer, niet zijnde de woningcorporatie, niet aan de vrijstellingsvoorwaarden van de de-minimisverordening voldoet;
- e.
de aanvrager gedurende het tijdvak dat op de aanvraag van toepassing is al tweemaal eerder op grond van deze regeling subsidie verleend heeft gekregen voor de aanleg van een zonnepaneleninstallatie;
- f.
de aanvrager een woningcorporatie is en de zonnepaneleninstallaties al gerealiseerd is voordat de aanvraag is ingediend.
- a.
-
2. In aanvulling op artikel 8, tweede lid, van de ASA 2023 kan het college geheel of gedeeltelijk weigeren een subsidie te verlenen als:
- a.
de kosten voor de uitvoering van de voorzieningen waarvoor een subsidieaanvraag wordt gedaan niet in redelijke verhouding staan tot het beoogde resultaat;
- b.
de offertedatum voor de aanleg van de zonnepaneleninstallatie ouder dan 3 maanden is;
- c.
het gebruik van lichtgewicht zonnepanelen niet noodzakelijk is of als deze noodzaak niet voldoende onderbouwd is;
- d.
indien op grond van de subsidieregeling duurzame Amsterdamse energie al eerder subsidie is verleend of vastgesteld voor deze activiteit;
- e.
verlening ertoe zou leiden dat de aanvrager gedurende het huidige tijdvak van het subsidieplafond op grond van dit hoofdstuk meer dan €100.000 subsidie verleend zou krijgen.
- a.
Artikel 3.9 Aanvullende verplichting
Naast de verplichtingen op grond van artikel 9 en 10 van ASA 2023, zijn aan subsidie op basis van dit hoofdstuk de volgende verplichtingen verbonden:
- a.
de zonnepaneleninstallatie dient binnen 1 jaar na verlening van de subsidie te worden aangelegd;
- b.
de zonnepaneleninstallatie dient tenminste vijftien jaar op, aan of in het vastgoed te functioneren;
- c.
voor zover vereist dient de aanvrager vergunning te hebben verkregen voor de subsidiabele activiteiten voordat deze met de uitvoering is begonnen;
- d.
de ontvanger dient aan de door het college met controle belaste personen op verzoek:
- i.
inzage te verlenen in de op de subsidieaanvraag betrekking hebbende bescheiden en tekeningen;
- ii.
de gelegenheid te geven tot het controleren en kopiëren van alle documenten die betrekking hebben op de uit te voeren en uitgevoerde werkzaamheden;
- iii.
alle inlichtingen te verstrekken, die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor het beoordelen of de regeling juist is toegepast en de voorschriften bij subsidieverlening zijn nageleefd; en
- iv.
toegang te verlenen tot de onroerende zaak waarop de subsidieverlening betrekking heeft.
- i.
- e.
de aanvrager administreert de netto kosten die zijn verbonden met de activiteiten op een zodanige wijze dat inzicht kan worden verkregen in de hoogte van deze kosten, zulks afgescheiden van de reguliere bedrijfsvoering, in relatie tot de voor deze activiteiten verstrekte subsidie.
Artikel 3.10 Aanvraag tot vaststelling
In aanvulling op de in artikel 16, eerste lid, onderdelen a en b genoemde gegevens en documenten bevat de aanvraag tot vaststelling van een subsidie kopieën van de facturen, inclusief betaalbewijzen, voor de aanleg van de zonnepaneleninstallaties, waarvoor geldt dat:
- i.
blijkt wat het piekvermogen is van de aangelegde zonnepanelen is;
- ii.
voldoende duidelijk is welke merken en welke typen zonnepanelen zijn toegepast en in welke aantallen deze zijn toegepast;
- iii.
het subsidiabele deel van de in de facturen genoemde kosten voldoende duidelijk is uitgesplitst en aangemerkt;
Hoofdstuk 4 Slotbepalingen
Artikel 4.1 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking.
Artikel 4.2 Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als Subsidieregeling duurzame Amsterdamse energie.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering van 8 juni 2021.
De burgemeester
Femke Halsema
De gemeentesecretaris
Peter Teesink
Bijlage
In artikel 2.3 van de Subsidieregeling duurzame Amsterdamse energie wordt verwezen naar deze bijlage voor de bepaling van de buurten. De grenzen zijn conform de door het college vastgestelde buurtindeling OiS/CBS.
|
Buurten met >15% energiearmoede, LIHE en/of LILEK (Monitor Energiearmoede 2023) |
|
|
Sportpark Middenmeer-Noord |
Tuindorp Nieuwendam-West |
|
Veluwebuurt |
Dijkgraafpleinbuurt |
|
Hakfort/Huigenbos |
Holendrecht-Oost |
|
Loenermark |
Jacob Geelbuurt |
|
Pieter van der Doesbuurt |
Weesp-Zuid II |
|
Tuindorp Nieuwendam-Oost |
Wegener Sleeswijkbuurt |
|
Zeeheldenbuurt |
Vogelbuurt-Noord |
|
Postjeskade e.o. |
Gibraltarbuurt |
|
Trompbuurt |
Marathonbuurt-Oost |
|
Bloemenbuurt-Noord |
Diamantbuurt |
|
Blauwe Zand |
Jan de Louterbuurt |
|
Kelbergen |
Twiske-West |
|
Leliegracht e.o. |
Valkenburg |
|
Buitenveldert-Zuid-Midden |
Buikslotermeer-Noord |
|
Rijnbuurt-Midden |
Rijnbuurt-Oost |
|
Kadoelen |
Paramariboplein e.o. |
|
Tuindorp Oostzaan-Oost |
Kortvoort |
|
Hoptille |
Aalsmeerwegbuurt-West |
|
Zaagpoortbuurt |
Wildeman |
|
Emanuel van Meterenbuurt |
Kadijken |
|
Balboaplein e.o. |
Weteringbuurt |
|
Vogelbuurt-Zuid |
Scheldebuurt-Oost |
|
Delflandpleinbuurt-Oost |
Jacques Veltmanbuurt |
Toelichting
Algemeen deel
Na de ondertekening van het Parijse klimaatverdrag door wereldleiders, het ondertekenen van de Klimaatwet door de Koning, de ondertekening van het Klimaatakkoord door Nederlandse overheden en het bedrijfsleven en het vaststellen van de Routekaart naar een klimaatneutrale stad door de gemeenteraad van Amsterdam in 23 mei 2020 kan er geen twijfel meer over bestaan dat Klimaatverandering door de uitstoot van broeikasgassen een halt toegeroepen moet worden.
De afhankelijk van onze samenleving en van de stad Amsterdam van de energie die met de uitstoot broeikasgassen gepaard gaat is voorlopig echter aanzienlijk. Deze afhankelijkheid onder ogen ziende heeft het college van de gemeente Amsterdam besloten om een subsidieregeling in te richten waarmee de opwek en opslag van duurzame energie gestimuleerd kan worden.
Met duurzaam energie wordt bedoeld dat het beschikbaar en bruikbaar maken van die energie geen of nauwelijks uitstoot van broeikasgassen te weeg brengt. Sommige vormen van energie, zoals elektrische energie, kunnen maar in zeer beperkte mate in hun elektrische vorm opgeslagen worden. Dit levert uitdagingen op als het moment van opwek niet afgestemd kan worden met het moment dat de energie nodig is. Vooral voor vormen van elektriciteitsopwekking, zoals zonnepanelen en wind is dat een behoorlijk uitdaging. Een uitdaging die alleen maar groter zal worden op het moment dat een groter deel van de elektriciteitsopwekking met die bronnen gebeurt. Om deze vormen van energie toch beschikbaar en bruikbaar te houden is speciale opslagapparatuur, zoals een accu, nodig. Het is met het oog op dergelijke maatregelen dat opslag ook onderdeel van deze subsidieregeling is gemaakt.
Met het oog op de grote diversiteit aan methoden die bestaan om energie op te wekken en op te slaan, de sterk verschillende kosten en snel veranderende markt die er is voor verschillende vormen van duurzame opwek en opslag, is besloten om een subsidieregeling op te stellen die een algemeen kader vormt voor subsidiering van activiteiten die daarmee te maken hebben. Binnen dit kader kunnen in verschillende hoofdstukken specifieke maatregelen en doelgroepen gesteund worden om meer bruikbare duurzame energie op te wekken.
Gebruikte zonnepanelen op Amsterdamse corporatiedaken
Op 26 mei 2026 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam besloten om hoofdstuk 2 “Gebruikte zonnepanelen op Amsterdamse corporatiedaken” toe te voegen aan de Subsidieregeling duurzame Amsterdamse energie (SDAE). Dit hoofdstuk heeft als doel woningcorporaties te stimuleren om gebruikte zonnepanelen op of aan hun bestaande gebouwen in Amsterdam te plaatsen. Daarnaast worden zij aangemoedigd om elektrische boilers te installeren in deze gebouwen, waar dat mogelijk is. Zo kunnen huishoudens die te maken hebben met energiearmoede direct profiteren van lagere elektriciteitskosten. De raad heeft op 12 november 2025 een bedrag van € 1.500.000 toegekend uit het klimaatfonds voor de Zonbank Amsterdam om hergebruikte zonnepaneleninstallaties te realiseren bij huishoudens met energiearmoede. De Zonbank is een initiatief dat gebruikte zonnepanelen een tweede leven geeft. De zonnepanelen worden geplaatst bij bewoners die zelf geen zonnepanelen kunnen installeren. Zo besparen zij op energiekosten, wordt verspilling voorkomen en wordt schone energie toegankelijk voor meer Amsterdammers. Tevens heeft het college op 17 maart 2026 een bedrag van € 414.000 toegekend uit de Renovatiemotor en aanvullende rijksmiddelen voor de aanpak van energiearmoede (2026–2027) 0m, waar mogelijk, elektrische boilers te realiseren bij huishoudens met energiearmoede.
Bijzondere zonnepanelen
Op 16 juli 2024 heeft het college van B&W de subsidieregeling uitgebreid met een nieuw hoofdstuk 3. Dit hoofdstuk bevat een de voorwaarden van een subsidie die tot doel heeft om het gebruik van duurzaam geproduceerde zonnepanelen en waar nodig het gebruik van lichtgewicht zonnepanelen te stimuleren.
Veel mensen denken dat zonnepanelen per definitie duurzaam zijn, maar bij de productie van zonnepanelen worden vaak schadelijke stoffen gebruikt en komen vaak grote hoeveelheden broeikasgassen vrij. Ook zijn worden de zonnepanelen soms onder onacceptabele arbeidsomstandigheden geproduceerd. Deze omstandigheden maakt dat goedkoop geproduceerde zonnepanelen zich misschien in financiele zin snel terugverdienen, maar dat de sociale- en milieueffecten van de productie van die zonnepanelen misschien wel nooit gecompenseerd worden door de CO2 besparing die het gevolg is van de door de zonnepanelen geproduceerde stroom. Verantwoord geproduceerde zonnepanelen zijn momenteel echter een stuk duurder in de aanschaf. Met de subsidie wordt beoogt dit kostenverschil te verkleinen.
Centraal in de systematiek van dit regelingsonderdeel staat de lijst van duurzame geproduceerde zonnepanelen en de mogelijkheid voor aanvragers om panelen met gelijkwaardige duurzaamheid voor te stellen.
Sommige daken en gevels zijn niet geschikt om zonnepanelen op te leggen, omdat de draagconstructie van het dak niet sterk genoeg is. In die gevallen kan het zijn dat lichtgewicht zonnepanelen de enige manier zijn om toch goede hoeveelheid zonnepanelen op een dak of gevel te installeren. Lichtgewicht zonnepanelen zijn echter aanzienlijk duurder. Kosten zijn vaak een drempel voor partijen om de stap naar lichtgewicht zonnepanelen te zetten. Vanuit het motto ’geen dak onbenut’ wordt beoogt om dit kostenverschil te verkleinen.
Artikelsgewijze toelichting
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1.1 Toepasselijkheid Algemene subsidieverordening Amsterdam 2023
De regelgevende bevoegdheid die aan de basis ligt van iedere subsidieregeling ligt op grond van artikel 147 van ge Gemeentewet bij de gemeenteraad. De gemeenteraad van Amsterdam heeft met de vaststelling van de Algemene subsidieverordening Amsterdam 2023 (ASA 2023) besloten om deze regelgevende bevoegdheid wat subsidies betreft te mandateren aan het college. De ASA 2023 bepaalt het kader waarbinnen het college de regels over subsidie kan stellen. Dit artikel strekt ertoe expliciet te maken dat naast de regels in de subsidieregeling zelf, dus ook de regels van de ASA 2023 van toepassing zijn. Als vanzelfsprekend zijn ook de relevante regels uit de Algemene Wet Bestuursrecht van toepassing.
Artikel 1.2 Doel van deze regeling
Het doel in dit artikel is zeer algemeen verwoord en omschrijft het doel van de gehele regeling. De vervolghoofdstukken kunnen ieder een eigen doel bevatten, dat past binnen dit algemene doel.
Artikel 1.3 Europees kader bij subsidie aan woningcorporaties
Het subsidiëren van ondernemingen of partijen die deelnemen aan een markt brengt is het waarschijnlijk dat Europese verdragsrechtelijke staatsteun regels mee gaan spelen. Voor woningcorporaties geldt echter een uitzondering, omdat er sprake is van een Dienst van Algemeen Economisch Belang. Deze bepaling strekt ertoe expliciet te maken op welke manier een subsidie aan woningcorporatie geduid dient te worden.
Artikel 1.4 Definities
In dit artikel worden de algemeen geldende definities binnen de regeling bepaald. In de vervolghoofdstukken kunnen ook voor dat hoofdstuk specifieke definities gehanteerd worden. De begrippen die hier gedefinieerd zijn zijn onafhankelijk van context. Een kilowatt is een bepaalde hoeveelheid energie, die hoeveelheid zal niet wijzigen als het onderwerp veranderd.
Geen van deze algemene definities vereisen aanvullende toelichting.
Artikel 1.5 Wisselwerking tussen hoofdstukken
De subsidieregeling duurzame Amsterdamse energie is een verzamelregeling. In ieder hoofdstuk, behalve het eerst een het laatste, wordt een andere (groep) subsidies beschreven met specifieke voorwaarden. Hoofdstuk 1 is een algemeen hoofdstuk en dat is van toepassing op alle hoofdstukken binnen de regeling. Wisselwerking is wel mogelijk als er sprake is van expliciete verwijzing. Verwijzing naar wetgeving in materiele zin is bewust zo breed mogelijk gekozen om expliciete verwijzing naar iedere algemene, burgers bindende rechtsregel mogelijk te maken.
Artikel 1.6 Aanvraagmoment
Deze bepaling is expliciet bedoelt om weigering op grond van artikel 8, eerste lid, onderdeel a van de ASA2023 mogelijk te maken. De weigeringsgrond in artikel 4:25, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht biedt uitsluitend ruimte als het verlenen van de subsidie tot overschrijding van het plafond zou leden. In het geval dat het tijdvak van het plafond verstreken is, is het plafond niet overschreden. Weigering zou dan moeten gebeuren op basis van het feit dat er geen plafond is vastgesteld. Het voorgaande opent een vervelende discussie. Deze bepaling leidt er toe dat het einde van het tijdvak automatisch ook de laatste aanvraagdatum is, tenzij er nadrukkelijk een ander tijdvak is bepaald.
Artikel 1.7 Volgorde behandeling aanvragen
Subsidieaanvragen worden behandeld op van het principe ‘Wie het eerst komt, wie het eerste maalt’.
Artikel 1.8 Geen directe vaststelling
Eerste lid
Dit artikellid is gebaseerd op artikel 15, eerste lid van de ASA2023. Het college stelt hierbij in een nadere regel dat afweken wordt van de bepaling dat subsidies tot en met €20.000 direct vastgesteld worden. Dat betekent dat alle aanvragers van subsidie op grond van deze regeling een aanvraag tot vaststelling moeten indienen, in specifieke hoofdstukken kan hiervan worden afgeweken. De reden voor de uitsluiting van direct vaststelling is dat de hoogte van de subsidies in deze regeling wordt vastgesteld op basis van daadwerkelijk gemaakte kosten. Het is daarom nodig om te bepalen dat de werkzaamheden zijn uitgevoerd en tegen welke kosten.
Tweede lid
Dit artikellid bepaalt wat en wanneer de aanvrager moet indienen in het kader van een aanvraag tot vaststelling voor een subsidie onder de €20.000,- die volgt uit het eerste lid. Gekozen is om de bij vaststelling in te dienen stukken te gelijk te trekken met de vereisten voor subsidies boven de €20.000,-. Ook de indientermijnen wordt gelijkgesteld met die voor een aanvraag tot vaststelling voor subsidies boven de €20.000.
Hoofdstuk 2 Gebruikte zonnepanelen op Amsterdamse corporatiedaken
Artikel 2.1 Definities
Dit artikel bepaalt de definities die specifiek gelden voor hoofdstuk 2. Deze definities kunnen in hun betekenis afwijken van het algemeen spraakgebruik.
Energiearmoede
Onder energiearmoede wordt verstaan: huishoudens die voldoen aan de definitie van “LIHE” en/of “LILEK”, zoals gehanteerd in de Monitor Energiearmoede 2023 van het CBS. “LIHE” staat voor Laag Inkomen, Hoge Energiekosten. “LILEK” staat voor Laag Inkomen, Lage Energetische Kwaliteit. Voor de exacte definities en drempelwaarden van het CBS wordt verwezen naar: https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2025/30/monitor-energiearmoede-2023.
Gebruikte zonnepanelen
Met deze definitie wordt geborgd dat uitsluitend subsidie wordt verstrekt voor aansluitingen met zonnepanelen die daadwerkelijk voor hergebruik in aanmerking komen. Het moet daarom gaan om eerder geïnstalleerde en incourant geworden zonnepanelen die, na beoordeling door een onafhankelijk en daarvoor gecertificeerd bedrijf, geschikt zijn bevonden voor veilig hergebruik. Met de WEEELABEX PV-reuse-certificering wordt aangesloten bij een bestaande en controleerbare kwaliteitsborging voor de voorbereiding op hergebruik van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA). Hiermee wordt voorkomen dat subsidie wordt verstrekt voor panelen waarvan de technische geschiktheid voor hergebruik onvoldoende is vastgesteld, of voor panelen die in feite als regulier nieuw product moeten worden beschouwd. Voor de gecertificeerde bedrijven wordt verwezen naar de lijst op: https://www.weeelabex.org/operators-list/.
Artikel 2.2 Doel van dit hoofdstuk
Het doel van dit hoofdstuk is om woningcorporaties te stimuleren om op of aan hun bestaande in Amsterdam gelegen gebouwen gebruikte zonnepanelen aan te leggen en in bestaande woningen elektrische boilers te installeren, zodat huishoudens met energiearmoede direct profiteren van lagere elektriciteitskosten. Het is de ambitie van het college om hiermee in de komende twee jaar 800 tot 1.000 bewoners die te maken hebben met energiearmoede te voorzien van gratis zonnepanelen.
Artikel 2.3 Subsidiabele activiteiten
Dit artikel bepaalt voor welke activiteit het college subsidie kan verlenen. De subsidie is beschikbaar voor Amsterdamse corporaties voor de aanschaf en de installatiekosten van gebruikte zonnepanelen. Tevens is er budget beschikbaar voor de aanschaf en installatiekosten van elektrische boilers.
Om zoveel mogelijk huishoudens in energiearmoede te bereiken, hanteert de gemeente Amsterdam een buurtgerichte aanpak, gebaseerd op de bovengenoemde Monitor Energiearmoede 2023. Dit is de meest gedetailleerde, openbaar beschikbare dataset. Op basis van deze data, en bij een ondergrens van 15% energiearmoede (LIHE en/of LILEK) op buurtniveau binnen het bezit van woningcorporaties, komen woningen die zijn gelegen in deze geselecteerde buurten rechtstreeks in aanmerking voor subsidie voor de aanleg van gebruikte zonnepanelen. De lijst met deze buurten is opgenomen in de bijlage.
De subsidie is gericht op bestaande gebouwen en dus niet op nieuwbouw. Met het begrip ‘geheel of ten dele’ wordt rekening gehouden met het feit dat de woningcorporaties in Amsterdam veelal woningen bezitten die onderdeel zijn van een Vereniging van Eigenaren. Subsidie kan dus ook verleend worden voor gebruikte zonnepanelen die aangelegd worden op een gebouw waar de corporatie maar gedeeltelijk eigenaar is. Met het begrip eigendom wordt gedoeld op juridisch eigendom, niet economisch eigendom. Eigendom wordt gecontroleerd met behulp van de gegevens uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen van de gemeente Amsterdam.
Als de aanvrager aanvullend een elektrische boiler op de zonnepanelen wil aansluiten, kan binnen deze regeling ook voor die boiler subsidie worden aangevraagd. Voor deze aanvraag dient het gemiddelde piekvermogen per aansluiting ten minste 1800 Wattpiek te zijn. Het gemiddeld piekvermogen wordt vastgesteld op basis van het aantal gerealiseerde aansluitingen, het aantal geïnstalleerde zonnepanelen en het piekvermogen per zonnepaneel. Deze ondergrens is vastgesteld op basis van een inschatting van de energiebesparing, waarbij het opgesteld vermogen een bepalende factor is. Daarbij is uitgegaan van een toepassing waarbij de elektrische boiler rechtstreeks gebruikmaakt van de door de zonnepanelen opgewekte elektriciteit.
Artikel 2.4 Hoogte van de subsidie
In dit artikel wordt de hoogte van de subsidie bepaald. Deze hoogte geldt uitsluitend voor de subsidiabele activiteiten, zoals deze zijn gedefinieerd in artikel 2.3. Het subsidiebedrag is afhankelijk van het aantal gebruikte zonnepanelen van de zonnepaneleninstallatie, het woning- en daktype. De hoogte van de subsidie per project is bepaald op basis van consultatie bij leveranciers en corporaties. Daarbij is uitgegaan van de kosten van een volledige PV-installatie per woningtype, waaronder in ieder geval worden begrepen:
- -
materiaalkosten zoals omvormer(s), montagemateriaal, bekabeling en hardware voor monitoring, met uitzondering van de nieuwprijs van de zonnepanelen;
- -
werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor de oplevering, zoals schouw, werving, hijswerkzaamheden en dakmontage;
- -
kosten voor benodigde vergunningen.
Bij de bepaling van de subsidiebedragen is geen rekening gehouden met aanvullende kosten voor monitoring, onderhoud en nazorg. Hier dient de aanvrager zelf invulling aan te geven. Op deze wijze wordt beoogd gezamenlijk zorg te dragen voor energiekostenbesparing bij huishoudens met energiearmoede. De kosten voor de gebruikte zonnepanelen komen voor rekening van de aanvrager. Op deze wijze wordt beoogd gezamenlijk bij te dragen aan de opschaling van het hergebruik van zonnepanelen.
Artikel 2.5 Subsidieplafond
Dit artikel regelt een tweetal subsidieplafonds voor de activiteiten in dit hoofdstuk. De subsidieplafonds zijn gebaseerd op de ingeplande en thans voorziene activiteiten voor woningcorporaties. Er kan geen subsidie meer worden verstrekt als het plafond is bereikt. Aanvragen zullen dan worden geweigerd op grond van artikel 4:25, tweede lid, van de Awb.
Artikel 2.6 De aanvrager
Dit artikel regelt dat de subsidie uitsluitend is aan te vragen door woningcorporaties. Als een andere partij dan een corporatie de subsidie aanvraagt, dan wordt deze geweigerd op grond van artikel 8, tweede lid, van de ASA 2023.
Artikel 2.7 Aanvraagtermijn
Dit artikel geeft aan dat een aanvraag voor een eenmalige subsidie tussen de inwerkingtreding van dit hoofdstuk en uiterlijk 31 december 2027 bij het college moet zijn ingediend.
Artikel 2.8 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
In dit artikel wordt bepaald welke gegevens ingediend moeten worden bij een aanvraag voor subsidie op basis van dit hoofdstuk.
Het eerste lid, onderdeel a, vraagt om kopieën van verschillende offertes. Uit de offerte van de installateur voor de aanleg van de zonnepaneleninstallatie moet blijken dat de installatie door een professionele installateur zal worden uitgevoerd. Uit de offerte van de leverancier van de gebruikte zonnepanelen moet blijken welk gecertificeerd bedrijf betrokken wordt bij de keuring van de gebruikte zonnepanelen. Uit de offerte van de installateur van de elektrische boiler moet blijken dat de opwek van de zonnepanelen installatie minimaal 1800WP bedraagt.
Onderdeel b vraagt om een korte beschrijving van de aanpak voor de monitoring van de prestaties van de installatie, de wijze van actieve informatie over energiebesparing richting de bewoners, de communicatie met bewoners over het project en de participatieaanpak en betrokkenheid van bewoners bij het project. De prestaties van de installatie worden structureel gemonitord via een digitaal monitoringssysteem. Hiermee worden energieopbrengst, verbruik en storingen inzichtelijk gemaakt. De verzamelde data worden periodiek geëvalueerd en gebruikt om het systeem te optimaliseren en de continuïteit van de energievoorziening te waarborgen. Bewoners worden actief geïnformeerd over energiebesparing door middel van toegankelijke en praktijkgerichte communicatie, zoals digitale nieuwsbrieven, een bewonersportaal en (indien van toepassing) informatiebijeenkomsten. Hierbij wordt aangesloten op de doelstellingen van de Gemeente Amsterdam om energiebewust gedrag te stimuleren. De communicatie over het project is transparant en doorlopend. Bewoners worden tijdig geïnformeerd over de voortgang, resultaten en eventuele werkzaamheden via meerdere kanalen. Daarnaast is er een vast aanspreekpunt ingericht voor vragen en feedback. De participatieaanpak is gericht op het versterken van betrokkenheid en mede-eigenaarschap. Bewoners worden actief betrokken en krijgen de mogelijkheid om mee te denken en, waar passend, mee te beslissen over relevante onderdelen van het project. Dit gebeurt onder andere via bewonersbijeenkomsten, informatiebrieven, in lijn met de participatieprincipes van de Gemeente Amsterdam.
Onderdeel c vraagt om de beschikbare informatie waaruit blijkt dat het dak geschikt is voor aanleg van de installatie, bijvoorbeeld op basis van een dakschouw, technische opname of beoordeling door een deskundige partij.
Onderdeel d vraagt om, indien sprake is van een gemengd complex met een VvE, een kopie van de notulen van de ALV waaruit blijkt dat de benodigde meerderheid heeft ingestemd met de aanleg van de gebruikte zonnepanelen.
Het tweede lid, onderdelen a, b, en c, vraagt erom dat de door de ASA2023 vereiste omschrijving van activiteiten een specifieke tabel bevat. Deze informatie vormt de kern van een subsidieaanvraag. Gevraagd wordt om een tabel van de volgende vorm:
|
Gebouwnaam (indien van toepassing) |
Straatnaam of straatnamen |
Huisnummers en toevoegingen |
Postcode(s) |
Beoogd aantal aansluitingen/huishoudens |
Beoogd aantal zonnepanelen en piekvermogen (in Wattpiek per aansluiting) |
Beoogd aantal elektrische boilers |
|
De Beker |
Gijsbrecht van Aemstelstraat |
4 – 8 (even) |
1094TX |
4 |
6 zonnepanelen per aansluiting. 1920 Wp per aansluiting* |
1 |
|
De Kop |
i. Rooseveltlaan ii. Maasstraat |
i. 104 – 210 (even) ii. 69 – 85 (oneven) |
i. 1084 ZE ii. 1084 ZS |
25 |
i. 3-4 zonnepanelen per aansluiting, afhankelijk van deelname bewoners. ** 1200-1600Wp per aansluiting, afhankelijk van deelname bewoners. |
3 |
Het beoogd piekvermogen wordt vastgesteld op basis het beoogd aantal gebruikte zonnepanelen en de productspecificaties van de zonnepanelen, zoals omschreven in de offerte van de leverancier. Indien er geen productspecificaties in de offerte staan, dient een piekvermogen van 320 Wattpiek per zonnepaneel toegepast te worden.
Indien sprake is van een meergezinswoning en/of het aantal zonnepanelen per aansluiting op voorhand nog niet vastgesteld kan worden, dient een grove indicatie van het aantal zonnepanelen per aansluiting vermeld te worden zoals omschreven in het voorbeeld.
Het derde lid vraagt, in afwijking van het bepaalde in artikel 2.3, indien de woningen niet zijn gelegen in een buurt als vermeld in de bijlage, beknopt toe te lichten dat de aanleg van gebruikte zonnepanelen ten goede komt aan huishoudens in energiearmoede. De aanvrager verstrekt daarbij uitsluitend gegevens op geaggregeerd niveau. Persoonsgegevens of andere tot individuele huishoudens herleidbare informatie worden niet overgelegd. De toelichting voor woningen buiten de vermelde buurten kan onder meer bestaan uit:
- -
de inzet van ondersteuning of signalen die bij de corporatie bekend zijn, bijvoorbeeld via energiecoaches, huisbezoeken of vergelijkbare trajecten;
- -
signalen van betaalstress, betalingsachterstanden of andere vormen van financiële kwetsbaarheid;
- -
woningtypen en/of technische kenmerken die samenhangen met hoge elektriciteitslasten, zoals all-electric voorzieningen, beperkte isolatie in relatie tot energieverbruik, of andere relevante gebouwkenmerken.
Artikel 2.9 Weigeringsgronden
Dit artikel bevat aanvullende weigeringsgronden. Naast deze weigeringsgronden dient het college ook te toetsen aan de weigeringsgronden die zijn voorgeschreven in de Awb en de ASA2023. Het college kan op basis van deze weigeringsgronden besluiten om subsidie te weigeren of lager vast te stellen.
Artikel 2.10 Aanvullende verplichtingen
Dit artikel regelt de verplichtingen die voor de aanvrager gelden als deze subsidie verleend krijgt op grond van dit hoofdstuk. Voor al deze verplichtingen geldt dat niet naleving op grond van artikel 4:48, eerste lid, onderdeel b Awb kan leiden tot wijziging of intrekking van de verleende subsidie en dat niet naleving op grond van artikel 4:46, tweede lid, onderdeel b Awb kan leiden tot lagere vaststelling. Elk onderdeel van dit artikel bevat een afzonderlijke verplichting:
Onderdeel a ziet op het stellen van een standaard uitvoeringstermijn tot uiterlijk 31 december 2027. Het college kan bij de subsidieverlening kiezen om een langere uitvoeringstermijn te geven. De aanvrager kan ook verzoeken om een langere uitvoeringstermijn. Een dergelijk verzoek moet met redenen omkleed zijn.
Onderdeel b ziet erop te borgen dat gebruikte zonnepanelen ten minste vijf jaar opwek kunnen realiseren.
Onderdeel c ziet erop te borgen dat geen subsidie wordt verstrekt wordt als de noodzakelijke vergunningen niet verleend zijn. Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om ervoor te zorgen dat alle benodigde vergunningen tijdig worden verkregen.
Onderdeel d strekt ertoe te borgen dat het aangesloten zonnepanelenvermogen bij installaties met elektrische boilers voldoet aan het minimale, gemiddelde piekvermogen van 1800 wattpiek.
Onderdeel e ziet erop om de gemeente in de mogelijkheid te stellen of subsidie terecht verleend is. Er ontstaat een verplichting om mee te werken met de met controle belaste persoon, ongeacht of het nu om toegang tot documenten of toegang tot onroerende zaken gaat.
Onderdeel f ziet op de verplichting van de corporaties om een duidelijke administratie bij de houden, waaruit goed opgemaakt kan worden welke kosten het gevolg zijn van de gesubsidieerde activiteiten.
Artikel 2.11 Verantwoording en vaststelling
Het eerste lid bepaalt dat subsidie verleend op grond van dit hoofdstuk niet direct wordt vastgesteld. Voor subsidies tot en met €20.000 wordt daarmee afgeweken van de ASA2023. Dat betekent dat alle aanvragers van subsidie op grond van dit hoofdstuk een aanvraag tot vaststelling moeten indienen.
Het tweede lid regelt wanneer de aanvraag tot subsidievaststelling moet worden ingediend voor subsidies op basis van dit hoofdstuk.
In het derde lid worden de facturen en bewijzen van betaling van deze facturen gevraagd. Het is van belang dat op de facturen duidelijk aangegeven is bij welk gebouw en welke gebruikte zonnepanelen en geïnstalleerde elektrische boilers ze horen.
Het vierde lid vraagt om een tabel die de evenknie is van het eerste lid van artikel 2.8, maar dan in de vaststellingsfase. Wederom wordt gevraagd om een dergelijke overzichtstabel, waaruit tenminste de volgende onderdelen kunnen worden achterhaald:
- -
het definitief aantal woningen met een aansluiting op zonnepanelen;
- -
het definitief aantal zonnepanelen;
- -
het definitief gerealiseerd piekvermogen (in Wattpiek);
- -
het type woningen: meergezinswoning (MGW) of eengezinswoning (EGW);
- -
het type daken: schuin of plat;
- -
Het aantal geïnstalleerde e-boilers (eventueel in losse factuur ter bewijs).
|
Gebouwnaam (indien van toepassing) |
Straatnaam of straatnamen, huisnummers en toevoegingen |
Woning- en daktype |
Behaald aantal aansluitingen |
Totaal aantal geïnstalleerde zonnepanelen en totaal piekvermogen (in Wattpiek) |
Behaald aantal elektrische boilers |
|
|
De Beker |
Gijsbrecht van Aemstelstraat 4-8 (even) |
|
EGW. Plat dak |
4 |
24 panelen. 7.680 Wattpiek. |
4 e-boilers |
|
De Kop |
Rooseveltlaan 104-210 (even) |
|
MGW. Plat dak |
15 |
60 panelen. 19.200 Wattpiek. |
0 e-boilers |
|
De Kop |
Maasstraat 69 – 85 (oneven) |
|
MGW. Schuin dak |
10 |
40 panelen. 12.800 Wattpiek |
0 e-boilers |
Het verslag wordt ingediend ten behoeve van de vaststelling van het subsidiebedrag. Per woningcomplex moet duidelijk zijn om hoeveel aansluitingen, welk woningtype(s), welk type daken en hoeveel zonnepanelen het gaat. Daarnaast moet inzichtelijk zijn hoeveel elektrische boilers zijn geïnstalleerd en of het aangesloten zonnepanelenvermogen bij installaties met elektrische boilers voldoet aan het minimale piekvermogen van gemiddeld 1800 wattpiek. Dit wordt aangetoond op basis van het behaald aantal aansluitingen en het totaal opgesteld piekvermogen.
Hoofdstuk 3 Bijzondere zonnepanelen
Artikel 3.1 Begripsbepaling
In dit artikel worden een aantal hoofdstuk specifieke definities geïntroduceerd. Deze definities zijn in aanvulling op de definities in artikel 1.4. De begrippen ‘duurzaam geproduceerde zonnepanelen’ en ‘noodzakelijk lichtgewicht zonnepanelen’ spelen een sleutelrol in dit hoofdstuk.
Duurzaam geproduceerde zonnepanelen hebben specifieke kenmerken. Op basis van deze kenmerken zijn ze ingedeeld zijn in categorieën A, B of C. In bijlage A bij deze regeling tref je per categorie de kenmerken van de zonnepanelen in deze categorie en een lijst van zonnepanelen die in deze categorie zijn ingedeeld. Het college onderkent dat deze lijst van zonnepanelen in de zeer snel ontwikkelende zonnepanelenmarkt vrijwel niet uitputtend kan zijn en heeft daarom een mogelijkheid gecreëerd voor aanvragers om te laten zien dat de panelen die zij beogen te gebruiken gelijkwaardig zijn. Bij het bepalen van de gelijkwaardigheid zijn de kenmerken, zoals die in bijlage A voor iedere categorie bepaald zijn leidend.
Bij de noodzakelijk lichtgewicht zonnepanelen is er één kenmerk aan de zonnepanelen leidend, dat is namelijk het gewicht per vierkante meter. De uitdaging van deze bepaling zit echter in het begrip ‘noodzakelijk’. Er is een algemene invulling gegeven aan het begrip noodzakelijk. Het gaat er om dat de draagconstructie van het gebouw de panelen niet kan dragen. Daarbij moet wel duidelijk zijn dat er geen andere kosteneffectieve maatregelen getroffen kunnen worden om een vergelijkbaar oppervlak aan zonnepanelen op of aan het gebouw te realiseren. Het is niet mogelijk om een uitputtende lijst van die andere kosteneffectieve maatregelen te geven. Hieronder volgen daarom een aantal voorbeelden:
- •
verbetering van de (nood)waterafvoer om wateraccumulatie op het dak te voorkomen;
- •
vermindering van de hoeveel grind of steen op het dak;
- •
versterking van de draagconstructie;
- •
ballastvrije montage van de zonnepanelen, doormiddel van fixatie aan de constructie;
- •
gebruik van overspannende montagesystemen;
- •
vervangen van dakbedekking en het verwijderen van oude lagen dakbedekking.
De aanleg van minder panelen is bewust niet opgenomen bij deze voorbeelden, want het doel is wel zoveel mogelijk stroom op te wekken met de beschikbare gebouwruimte. Het is bij de beoordeling of er sprake is van noodzakelijk lichtgewicht zonnepanelen van belang dat de aanvrager aannemelijk maakt dat andere mogelijk goedkopere maatregelen grondig overwogen zijn.
Artikel 3.3 Subsidiabele activiteiten
Dit artikel bepaalt voor welke activiteiten er op grond van dit hoofdstuk subsidie beschikbaar is.
In de aanhef wordt het begrip ‘eenmalige subsidie’ gebruikt. Dat is een verwijzing naar de definitie in artikel 1, eerste lid onderdeel e van de ASA2023 en maakt vooral duidelijk dat er geen sprake is van een boekjaarsubsidie of een periodieke subsidie die zich met zekere regelmaat herhaalt.
De datum vanaf 1 juli 2024 geeft aan dat zonnepanelen installaties die voor die datum zijn aangelegd niet in aanmerking komen voor subsidie. De factuurdatum van de in te dienen facturen is leidend bij het bepalen van de datum van uitvoering. De keuze voor 1 juli 2024 hangt losjes samen met het moment waarop de subsidie voor het eerste beschikbaar gesteld is. De keuze voor een datum is inherent enigszins triviaal en het zal voor sommige mensen of organisaties die net te vroeg hun installatie hebben aangelegd erg jammer zijn. Tegelijkertijd staat voor deze groep vast dat ze de keuze om dergelijke panelen aan te schaffen hebben gemaakt, zonder dat ze rekenden op de subsidie. Het verdient noot dat voor woningcorporaties in feite een andere datum geldt. Woningcorporaties moeten de subsidie aanvragen voordat de werkzaamheden zijn uitgevoerd. Lees hier meer over bij de weigeringsgrond in artikel 3.9, eerste lid, aanhef en onderdeel f.
Voor de begrippen duurzaam geproduceerd en noodzakelijk lichtgewicht zijn definities opgenomen in artikel 3.1.
Artikel 3.4 Hoogte van de subsidie
Het eerste lid bepaalt de hoogte van de subsidie voor duurzaam geproduceerde zonnepanelen. Dat gebeurt op basis van het piekvermogen van de duurzaam geproduceerde zonnepanelen in de installatie. Als er sprake is van delen van een kilowattpiek, dan worden ook dat deel van het bedrag uitgekeerd. Bij het bepalen van de hoogte van de subsidie tellen alleen de duurzaam geproduceerde zonnepanelen in de installatie mee. Als panelen als gelijkwaardig aan een bepaalde categorie worden beoordeeld, dan kan ook aanspraak gemaakt worden op een subsidiehoogte die hoort bij die categorie.
Het tweede lid van dit artikel bepaalt de hoogte van de subsidie voor installaties met lichtgewicht zonnepanelen. Ook daarvoor geldt dat dit gebeurt op basis van het piekvermogen van de noodzakelijk lichtgewicht zonnepanelen in de installatie. Als er sprake is van delen van een kilowattpiek, dan worden ook dat deel van het bedrag uitgekeerd. Bij het bepalen van de hoogte van de subsidie tellen alleen de duurzaam geproduceerde zonnepanelen in de installatie mee.
Het derde lid beschrijft twee aanvullende maximeringen van de hoogte van subsidie. Het laagste van de van toepassing zijnde maxima is leidend bij het bepalen van de hoogte van de subsidie. Het onderdeel a stelt een maximum per installatie. Het onderdeel b bepaalt dat de daadwerkelijk gemaakte kosten leidend zijn, maar eventuele andere subsidies voor de installatie of delen van de installatie moeten wel in minder gebracht worden op de gemaakte kosten. Met dit onderdeel wordt getracht uit te sluiten dat een aanvrager door veel verschillende subsidies aan te vragen meer dan 100% van de daadwerkelijk kosten gesubsidieerd krijgt. Het voorgaande is onwenselijk, maar bovendien voor subsidies aan woningcorporaties op grond van het Altmark-arrest ontoelaatbaar.
Het vierde lid bepaalt hoe omgegaan wordt met zonnepanelen die zowel noodzakelijk lichtgewicht als duurzaam geproduceerd zijn. In dat geval wordt er niet gestapeld, maar wordt de hoogste van toepassing zijnde subsidie per kilowatt piekvermogen toegepast.
Het vijfde lid betreft een verheldering over de omgang met bestaande onderdelen van zonnepanelen installaties. Het is niet de bedoeling dat de bestaande zonnepanelen in een installatie meetellen als de hoogte van de subsidie bepaald wordt.
Artikel 3.6 De aanvrager
De subsidie kan door een zo breed mogelijke groep aangevraagd worden, maar de aanvrager moet wel zeggenschap hebben over de plek waar de zonnepaneleninstallatie aangelegd wordt. In onderdeel a worden de partijen geïdentificeerd die geacht worden het volledige zeggenschap te hebben over de plek waar de zonnepaneleninstallatie wordt gerealiseerd. Het onderdeel b identificeert de partijen die middels een overeenkomst weliswaar zeggenschap hebben over het vastgoed of de locatie waar de panelen worden gerealiseerd, maar die in een hogere mate afhankelijk zijn van de daadwerkelijke eigenaar of erfpachter van het vastgoed of de locatie. Voor aanvragers in onderdeel b, is daarom vereist dat ze toestemming van de eigenaar of erfpachter hebben. In artikel 3.8, eerste lid, onderdeel f worden indieners in deze categorie gevraagd om bewijs van de benodigde instemming te leveren.
Artikel 3.7 Bij de aanvraag in te dienen gegevens
Dit lijvige artikel bestaat uit twee leden en bepaalt wat een aanvrager allemaal in moet dienen bij de aanvraag voor subsidie.
Het eerste lid bevat de kern van de bepaling. De indieningvereisten komen nadrukkelijk bovenop de indieningsvereisten die volgen uit de ASA2023. De in te dienen gegevens zijn zo geordend dat de zaken die voor alle indieners van toepassing zijn als eerste aan bod komen. Naarmate uitsluitend een specifiekere en daarom kleinere groep in moet dienen is deze later opgenomen in de lijst.
Onderdelen a, b en c gelden voor iedereen.
Onderdeel d is uitsluitend gericht op aanvragers die in aanmerking willen komen voor subsidie voor duurzaam geproduceerde zonnepanelen die niet opgenomen zijn in de lijst in bijlage A. Het is aan de aanvrager om de gelijkwaardigheid van de panelen te onderbouwen. In bijlage A is nader invulling gegeven aan de normen die gelden voor verschillende categorieën panelen. Er wordt gekeken naar:
- a.
hoeveel CO2-equivalent broeikasgas er tijdens de productie is uitgestoten;
- b.
het gebruik van PFAS in de productie van de panelen;
- c.
het gebruik van lood in de productie van de panelen;
- d.
het risico dat er dwangarbeid is gebruikt om de panelen te produceren; en
- e.
de energie omzettingsefficiëntie van de panelen.
De volgende informatie kan onder andere gebruikt worden om de gelijkwaardigheid van een zonnepaneel te onderbouwen:
- a.
Datasheets;
- b.
Geldig Carbon Footprint certificaat volgens de methode Evaluation Carbon simplifié (voor CRE/PPE projecten)
- c.
Informatie over de backsheet (bevat deze PFAS) en de soldeertin (is deze loodvrij)
- d.
Informatie over de productie- en toeleveringsketen; gedetailleerde uitsplitsing naar betrokken vestigingslanden van alle relevante leveranciers van materialen en componenten. Indien daar landen tussen zitten met substantieel risico op dwangarbeid dan dient ook het verslag van een onafhankelijke audit van de betreffende leverancier te worden aangeleverd.
Het kan natuurlijk zijn dat voor een specifieke soort panelen al eerder een aanvraag is ingediend waarmee is vastgesteld dat deze gelijkwaardig zijn. Het college kan niet bij iedere gelijkwaardig beoordeling bijlage A gelijk aanpassen en de regelgevende bevoegdheid verzet tegen mandatering van aanpassing van bijlage A aan een ambtelijke functionaris. Om te proberen te voorkomen dat aanvragers nodeloos iets moeten proberen te bewijzen dat in het verleden door een ander al afdoende bewezen is, zal op de website met informatie over de regeling mogelijk een uitgebreidere lijst van panelen staan dan in bijlage A. Aanvrager die zich laten leiden door lijst van panelen op de website zal hen bij de behandeling van hun aanvraag in principe niet tegengeworpen worden dat de zonnepanelen niet opgenomen zijn in bijlage A van de regeling en dat hun aanvraag niet compleet is. In deze gevallen zal namens het college in de verleningsbeschikking, onder verwijzing naar het nummer van het subsidiebesluit waar de gelijkwaardigheid in eerste instantie is vastgesteld, aangegeven worden dat bij de beoordeling van de aanvraag afgeweken is van artikel 3.7, eerste lid, onderdeel d van de regeling.
Onderdeel e ziet op gevallen waar de aanvrager lichtgewicht zonnepanelen wil. Deze bevoegdheid hangt nauw samen met de discretionaire weigeringsgrond in artikel 3.8, onderdeel c en de definitie van noodzakelijk lichtgewicht zonnepanelen in artikel 3.1. De aanvrager moet de noodzakelijkheid goed onderbouwen. Dat kan middels een rapport van een registerconstructeur, zoals in subonderdeel i wordt voorgesteld. Dat mag ook middels een toelichting van de aanvrager, zoals in het subonderdeel ii wordt voorgesteld. Van een rapport van een registerconstructeur, in principe, grote overtuigingskracht uit. Tegelijkertijd is het begrijpelijk dat voor kleinere zonnepaneleninstallaties een dergelijke professionele berekening niet gedaan wordt, omdat dat te duur is. Daarom kan op grond van subonderdeel ii ook gesteund worden op een schriftelijke toelichting. De overtuigingskracht van een dergelijke toelichting hangt erg af van de kwaliteit ervan. In de artikelsgewijze toelichting bij artikel 1.1 worden voorbeelden gegeven van zaken die in overweging genomen kunnen worden bij het schrijven van een dergelijke toelichting.
Onderdeel f zijn van toepassing op de groep mensen die niet de eigenaar of erfpachter van het vastgoed is. Dit hangt samen met het feit dat zeker moet zijn dat de panelen enige tijd kunnen blijven functioneren op locatie.
Onderdeel g is van toepassing op ondernemers en hangt samen met de verplichting
Het tweede lid gaat nadrukkelijk in op situaties waar de subsidie pas wordt aangevraagd nadat de installatie al is aangelegd. In dat geval wordt de subsidie direct vastgesteld. Om dat te kunnen doen zijn er net iets andere aanvraagvereisten. De gegeven die in het kader van de vaststelling van de subsidie moeten worden overlegd worden aanvullend gevraagd. De offertes mogen achterwege blijven, want de facturen geven in principe de benodigde informatie.
Artikel 3.8 Weigeringsgronden
De twee leden van dit artikel bevatten de weigeringsgronden die gelden voor subsidies die op grond van dit hoofdstuk worden aangevraagd. Het betreft nadrukkelijk aanvullende weigeringsgronden bovenop die weigeringsgronden die uit de ASA2023 volgen.
Het eerste lid betreft de gebonden weigeringsgronden. Er is geen sprake van een discretionaire bevoegdheid. Er is slechts een beoordeling te plegen of voldaan is aan de gestelde voorwaarden. Er is geen sprake van een belangenafweging. Als voldaan is aan de voorwaarden in de onderdelen, dan moet het college de subsidie weigeren.
Het tweede lid betreft de discretionaire weigeringsgronden. Er is veel beleidsruimte. Het college kan (en dus niet moet) de subsidie in deze gevallen weigeren of lager vaststellen. Als voldaan is aan één of meerdere van de voorwaarden moet het college beoordelen of ze de subsidie op die grond willen weigeren en in het besluit de belangenafweging om een weigeringsgrond toe te passen dragend motiveren.
Eerste lid, onderdeel e is er op gericht te verzekeren dat een diverse groep aanvragers gebruik kan maken van deze regeling.
Het eerste lid onderdeel f is er op gericht te voorkomen dat woningcorporaties achteraf subsidies aanvragen. Dit in verband het toepassen van het DAEB-besluit en de vereiste die volgt uit het Altmark-arrest, dat beroep op deze gronden voor toelaatbare staatsteun vereist dat de steun vooraf aangevraagd wordt.
Het tweede lid, onderdeel c is erop gericht om de noodzakelijkheid van de lichtgewicht zonnepanelen te borgen. Niet alleen moet het noodzakelijk zijn, maar ook moet de onderbouwing van die noodzakelijkheid toereikend zijn. Er is gekozen om ook de kwaliteit van die onderbouwing een weigeringsgrond te laten zien, omdat er in artikel 3.7, eerste lid, onderdeel e veel ruimte wordt gelaten aan de aanvragers om kwalitatief diverse onderbouwing te geven. Het college en diens vertegenwoordigers hebben hierin een grote beleidsruimte en moeten zorg dragen voor onderbouwde en consistente beoordeling van aanvragen op dit punt.
Het tweede lid onderdeel e zorgt ervoor dat een aanvrager zijn aanvragen niet strategisch opknipt om de voorwaarde uit artikel 3.4, derde lid, onderdeel a te omzeilen. Ook wordt, net als in het eerste lid onderdeel e verzekert dat een brede groep aanspraak kan maken op deze subsidie. Het laat de ruimte laten voor het college subsidies lager te verlenen, om zo onder het genoemde grensbedrag te blijven. Het voorgaande heeft natuurlijk uitsluitend zin als uit overleg met de aanvrager blijkt dat deze ook met het lagere subsidiebedrag tot uitvoering verwacht over te gaan.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl