Algemene subsidieverordening samenleving gemeente Hellendoorn 2021

Geldend van 12-06-2021 t/m heden

Intitulé

Algemene subsidieverordening samenleving gemeente Hellendoorn 2021

Nijverdal, 25 mei 2021 Nr. 2020-034651

De raad van de gemeente Hellendoorn;

Gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet;

Gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 20 april 2021;

b e s l u i t:

vast te stellen de

Algemene subsidieverordening samenleving gemeente Hellendoorn 2021

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Definities
  • 1.

    Alle begrippen die in deze verordening en de daarop berustende bepalingen gebruikt worden en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Algemene wet bestuursrecht.

  • 2.

    In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    • a.

      college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hellendoorn;

    • b.

      raad: raad van de gemeente Hellendoorn;

    • c.

      incidentele subsidie: subsidie ten behoeve van bijzondere incidentele projecten of activiteiten die niet behoren tot de reguliere bezigheden van de aanvrager en waarvoor het college slechts voor een van tevoren bepaalde tijd van maximaal vier jaar subsidie wil verstrekken;

    • d.

      jaarlijkse subsidie: subsidie, niet zijnde een incidentele subsidie, die per (boek)jaar aan een instelling wordt verstrekt;

    • e.

      meerjarige subsidie: subsidie, niet zijnde een incidentele subsidie, die voor een periode van maximaal vier jaar aan een instelling wordt verstrekt;

    • f.

      vrijwilligersorganisatie: een instelling met rechtspersoonlijkheid die werkzaam is op het terrein van cultuur, welzijn, onderwijs, zorg, sport, recreatie en toerisme en die geheel werkt met vrijwilligers;

    • g.

      beroepsmatig werkende instellingen: een instelling met rechtspersoonlijkheid die werkzaam is op het terrein van cultuur, welzijn, onderwijs, zorg, sport, recreatie en toerisme en die beroepskrachten in dienst heeft;

    • h.

      maatschappelijke ontwikkeling: de beleidsterreinen cultuur, welzijn, onderwijs en zorg;

    • i.

      boekjaar: kalenderjaar;

    • j.

      risicobedrag: het bedrag dat wordt berekend op basis van alle onderdelen van de begroting van de instelling waarop zij risico’s lopen dat meerkosten of minder opbrengsten plaats kunnen vinden.

Artikel 2 Reikwijdte verordening
  • 1.

    Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college op de volgende beleidsterreinen:

    • a.

      maatschappelijke ontwikkeling;

    • b.

      sport;

    • c.

      recreatie en toerisme.

  • 2.

    Het college stelt nadere regels waarin de te subsidiëren activiteiten en de doelgroepen per beleidsterrein worden omschreven.

  • 3.

    Het bepaalde in het tweede lid leidt uitzondering voor subsidieaanvragen van beroepsmatig werkende instellingen.

  • 4.

    Het college is bevoegd in incidentele gevallen, zoals bedoeld in artikel 4:23, derde lid, aanhef en onder d van de Algemene wet bestuursrecht, een eenmalige subsidie te verstrekken voor maximaal vier jaar voor een activiteit die niet is vastgelegd in nadere regels, zoals bedoeld in het tweede lid.

Artikel 3 Bevoegdheid college
  • 1.

    Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van subsidies met inachtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen of het subsidieplafond en – indien de begroting nog niet is vastgesteld, dan wel goedgekeurd – onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.

  • 2.

    Het college is, onverminderd de verplichtingen opgelegd bij deze verordening, bevoegd om voorwaarden aan de beschikking tot subsidieverlening te verbinden.

Hoofdstuk 2 Subsidieplafond

Artikel 4 Subsidieplafond
  • 1.

    De raad kan jaarlijks bij de vaststelling van de begroting per – in artikel 2 genoemd – beleidsterrein besluiten tot het instellen van (een) subsidieplafond(s) voor daaronder vallende activiteiten.

  • 2.

    Het college kan, met inachtneming van de door de raad vastgestelde subsidieplafonds, nadere regels stellen omtrent de verdeling van het beschikbare bedrag.

  • 3.

    Het college kan een subsidieplafond verlagen als:

    • a.

      het plafond wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; en

    • b.

      de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd.

  • 4.

    Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen.

Hoofdstuk 3 Aanvraag van de subsidie

Artikel 5 Bij aanvraag in te dienen gegevens
  • 1.

    Een aanvraag voor een subsidie wordt schriftelijk of digitaal bij het college ingediend. Als het college een aanvraagformulier heeft vastgesteld, geschiedt de aanvraag met behulp van dat aanvraagformulier.

  • 2.

    Bij de aanvraag om subsidie legt de aanvrager de volgende gegevens over:

    • a.

      een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

    • b.

      de doelstellingen en resultaten die daarmee worden nagestreefd, hoe de activiteiten aan dat doel bijdragen en in het bijzonder in welke mate de activiteiten gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen en op door de gemeente vastgestelde doelen of beleidsterreinen;

    • c.

      een begroting die een overzicht bevat van de voor het boekjaar geraamde inkomsten en uitgaven van de aanvrager, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, inclusief cao-consequenties;

    • d.

      een dekkingsplan van de kosten van de activiteiten, waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij andere bestuursorganen of private organisaties of personen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;

    • e.

      als het een (meer)jaarlijkse subsidie betreft, de stand van de reserve op het moment van de aanvraag.

  • 3.

    Indien een aanvrager voor de eerste keer een (meer)jaarlijkse subsidie aanvraagt, voegt hij een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, het jaarverslag, de jaarrekening, de balans en een accountantsverklaring van het voorgaande jaar als bijlagen toe aan het aanvraagformulier.

  • 4.

    Het college is bevoegd ook andere dan of slechts enkele van de in het tweede en derde lid genoemde gegevens te verlangen, indien die voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk respectievelijk voldoende zijn.

Artikel 6 Meerjarige subsidieverlening/begrotingsvoorbehoud
  • 1.

    Het college kan aan vrijwilligersorganisaties subsidie verstrekken voor een periode van ten hoogste vier aaneengesloten jaren.

  • 2.

    Het college kan aan beroepsmatig werkende instellingen subsidie verstrekken voor een periode van ten hoogste vier aaneengesloten jaren.

  • 3.

    Een subsidie, als bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt slechts verleend onder de voorwaarde dat de raad jaarlijks voldoende gelden ter beschikking stelt.

Artikel 7 Aanvraagtermijn
  • 1.

    Een aanvraag voor een (meer)jaarlijkse subsidie wordt bij het college ingediend voor 1 oktober in het jaar voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft. Indien van toepassing levert de aanvrager voor 1 juni een prognose over de te verwachten CAO-ontwikkelingen aan.

  • 2.

    Een aanvraag voor een incidentele subsidie moet tenminste 13 weken voor de aanvang van de te realiseren activiteit worden ingediend.

  • 3.

    Het college kan andere termijnen stellen voor het indienen van een aanvraag voor daarbij aan te wijzen subsidies en doet hiervan schriftelijk mededeling.

Artikel 8 Beleidsgestuurde subsidiëring
  • 1.

    Het gemeentelijk beleidskader en financieel kader zijn uitgangspunt voor de subsidiëring van beroepsmatig werkende instellingen.

  • 2.

    Beleidsinhoudelijk wordt gestuurd op het bereiken van maatschappelijke effecten.

  • 3.

    Vraag en aanbod leiden tot overeenstemming over de prestaties die de instelling levert en het subsidiebudget dat daarvoor beschikbaar is.

  • 4.

    Het college vermeldt in de beschikking tot subsidieverlening de geconcretiseerde afspraken met de subsidieontvanger met betrekking tot de te realiseren activiteiten dan wel beoogde effecten in het boekjaar en het benodigde budget.

Artikel 9 Beslistermijn
  • 1.

    Het college beslist op een aanvraag om een incidentele subsidie binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag.

  • 2.

    Het college beslist op een aanvraag voor een (meer)jaarlijkse subsidie uiterlijk 31 december van het jaar waarin de volledige aanvraag is ingediend.

  • 3.

    Het college kan zijn besluit onder opgave van redenen met 8 weken verdagen.

Hoofdstuk 4 Weigering van de subsidie

Artikel 10 Weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:25, 4:35 en 4:51 van de Algemene wet bestuursrecht kan subsidie worden geweigerd als:

  • a.

    de aanvraag niet vóór de in artikel 7 gestelde termijnen is ingediend;

  • b.

    de activiteiten van de aanvrager niet zijn gericht op de gemeente of haar ingezetenen of niet aanwijsbaar ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen;

  • c.

    reeds subsidie is verleend voor de beoogde doelstellingen of activiteiten aan een ander;

  • d.

    de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met het bepaalde bij of krachtens de wet, het algemeen belang of de openbare orde;

  • e.

    de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken;

  • f.

    subsidieverstrekking niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens deze verordening;

  • g.

    de subsidie niet of in onvoldoende mate besteed zal worden aan het doel waarvoor subsidie wordt gevraagd dan wel de subsidie niet of in onvoldoende mate is besteed aan het doel waarvoor subsidie is verleend;

  • h.

    naar het oordeel van het college de aanvrager onvoldoende rekening houdt of heeft gehouden met het gestelde in hoofdstuk 6.

Hoofdstuk 5 Verstrekking van de subsidie/bevoorschotting

Artikel 11 Betaling en bevoorschotting
  • 1.

    Indien een beschikking tot subsidievaststelling als bedoeld in artikel 15, eerste lid, wordt gegeven, vindt de betaling van de gehele subsidie in één bedrag plaats.

  • 2.

    Indien besloten wordt tot bevoorschotting van de subsidie worden in het besluit tot subsidieverlening de hoogte en de termijnen van de voorschotten bepaald.

Hoofdstuk 6 Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel 12 Tussentijdse rapportage

De subsidieontvanger kan worden verplicht tussentijds rekening en verantwoording af te leggen over de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten.

Artikel 13 Meldingsplicht
  • 1.

    De subsidieontvanger doet onverwijld schriftelijk melding aan het college, zodra aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.

  • 2.

    Indien gedurende het boekjaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke uitgaven en inkomsten en de begrote uitgaven en inkomsten doet de subsidieontvanger daarvan onverwijld schriftelijk mededeling aan het college onder vermelding van de oorzaak van de verschillen.

Artikel 14 Overige verplichtingen van de subsidieontvanger
  • 1.

    De subsidieontvanger verricht de activiteiten, waarvoor de subsidie is verstrekt.

  • 2.

    De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie, dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen, alsmede de betalingen en ontvangsten kunnen worden nagegaan.

  • 3.

    De maximale omvang van de algemene reserve is 10 procent van het risicobedrag.

  • 4.

    Indien de subsidieontvanger naast de gemeente nog andere inkomsten ontvangt, dient de gemeentelijke verantwoording binnen de totale jaarverantwoording duidelijk gescheiden zichtbaar te worden gemaakt, zodat duidelijk is welk deel van het exploitatietekort c.q. -overschot respectievelijk ten laste dan wel ten gunste van de gemeentelijke reserve is gebracht.

  • 5.

    Alle reserves worden in de jaarrekening toegelicht. Als de doelstelling waarvoor een bestemmingsreserve is gevormd, vervalt, dan wordt het saldo van deze reserve gezien als onderdeel van de algemene reserve.

  • 6.

    De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk schriftelijk over:

    • a.

      besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de rechtspersoon;

    • b.

      ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat de subsidieontvanger de aan de subsidie verbonden voorwaarden geheel of gedeeltelijk niet kan nakomen;

    • c.

      wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het doel van de rechtspersoon.

  • 7.

    De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor:

    • a.

      het oprichten van dan wel deelnemen in een rechtspersoon;

    • b.

      het wijzigen van de statuten anders dan genoemd in het voorgaande lid 6, onder c;

    • c.

      het in eigendom verwerven, vervreemden of bezwaren van registergoederen dan wel het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen of tot huur, verhuur of pacht van registergoederen, indien deze registergoederen mede zijn verworven door middel van subsidiegelden of de lasten daarvoor mede worden bekostigd uit de subsidiegelden;

    • d.

      het aangaan van overeenkomsten tot zekerheidstelling;

    • e.

      het doen van aangifte tot zijn faillissement of het aanvragen van zijn surcéance van betaling.

  • 8.

    Het college beslist binnen vier weken op het verzoek om toestemming als bedoeld in het zevende lid.

  • 9.

    De beslissing kan een keer met vier weken worden verdaagd.

Hoofdstuk 7 Verantwoording en vaststelling van de subsidie

Artikel 15 Verantwoording subsidies tot € 25.000 per jaar
  • 1.

    Subsidies tot € 25.000 worden door het college vastgesteld zonder voorafgaande subsidieverlening.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid kan het college bepalen dat sommige (categorieën van) subsidies niet direct worden vastgesteld zonder voorafgaande subsidieverlening. In die gevallen kan het college de aanvrager verplichten om bij de aanvraag tot vaststelling op de door hem aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

Artikel 16 Verantwoording subsidies vanaf € 25.000 tot € 75.000 per jaar
  • 1.

    Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 25.000, maar minder dan € 75.000, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college:

    • a.

      bij een incidentele subsidie: uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten;

    • b.

      bij een (meer) jaarlijkse subsidie: uiterlijk vóór 1 juni van het jaar na afloop van het kalenderjaar.

  • 2.

    De aanvraag bevat:

    • a.

      een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan; en

    • b.

      een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening).

  • 3.

    Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden, die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd en het college kan bepalen over welke zaken de accountant een verklaring moet afleggen.

Artikel 17 Verantwoording subsidies vanaf € 75.000 per jaar
  • 1.

    Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 75.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college:

    • a.

      bij een incidentele subsidie: uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten;

    • b.

      bij een (meer) jaarlijkse subsidie: uiterlijk vóór 1 juni van het jaar na afloop van het kalenderjaar.

  • 2.

    De aanvraag tot vaststelling bevat:

    • a.

      een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;

    • b.

      een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);

    • c.

      een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; en

    • d.

      een verklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant.

  • 3.

    Indien de subsidieontvanger zijn inkomsten geheel ontleent aan de subsidie omvat het financieel verslag de balans en exploitatierekening met de toelichting en voldoet het aan het hierna gestelde onder a tot en met d:

    • a.

      het financieel verslag geeft een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel wordt gevormd over het vermogen en het exploitatiesaldo en voor zover de aard van het financieel verslag dat toelaat, over de solvabiliteit en liquiditeit van de subsidieontvanger;

    • b.

      de balans met toelichting geeft de grootte en de samenstelling in actief- en passiefposten van het vermogen op het einde van het boekjaar weer;

    • c.

      de exploitatierekening met de toelichting geeft de grootte van het exploitatiesaldo van het boekjaar weer;

    • d.

      het financieel verslag sluit aan op de begroting waarvoor subsidie is verleend en behelst een vergelijking met de gerealiseerde inkomsten en uitgaven van het jaar, voorafgaand aan het boekjaar.

  • 4.

    Indien de subsidieontvanger zijn inkomsten in overwegende mate ontleent aan de subsidie, kan het college bepalen dat het derde lid van overeenkomstige toepassing is.

  • 5.

    Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden, die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd en het college kan bepalen over welke zaken de accountant een verklaring moet afleggen.

Artikel 18 Vaststelling subsidies
  • 1.

    Het college stelt een subsidie van meer dan € 25.000, dan wel een subsidie als bedoeld in artikel 15, tweede lid vast binnen 13 weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij in de nadere regels anders is bepaald.

  • 2.

    Deze termijn kan een keer voor ten hoogste 8 weken worden verdaagd.

  • 3.

    Het college kan categorieën subsidieontvangers aanwijzen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder voorafgaande subsidieverlening.

  • 4.

    Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in de artikelen 16, eerste lid en 17, eerste lid, is ingediend, kan het college de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Als de aanvraag niet binnen deze termijn wordt ingediend, kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling.

Hoofdstuk 8 Overige bepalingen

Artikel 19 Standaardberekeningswijzen van uurtarieven en uniforme kostenbegrippen
  • 1.

    Indien bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, dienen deze tarieven door de subsidieaanvrager te worden berekend aan de hand van een bestendige standaardberekeningswijze.

  • 2.

    De kostenbegrippen die bij de standaardberekeningwijze worden gehanteerd, worden door de subsidieaanvrager nader gedefinieerd.

Artikel 20 Hardheidsclausule

Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, met uitzondering van de artikelen 1, 2, 3, 4, 8 en 9, voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. Het van toepassing verklaren van dit artikel wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad.

Artikel 21 Intrekking

De Algemene subsidieverordening samenleving gemeente Hellendoorn 2014 wordt ingetrokken met ingang van het in artikel 23 genoemde tijdstip.

Artikel 22 Overgangsbepaling

In afwijking van het bepaalde in artikel 21 blijven de Algemene subsidieverordening gemeente Hellendoorn 2014 en de van toepassing zijnde Nadere regels in de volgende situaties nog van toepassing:

  • a.

    op aanvragen om subsidie, die zijn ingediend vóór het in artikel 23 genoemde tijdstip;

  • b.

    op aanvragen om noodsteun voor culturele organisaties die zijn ingediend vóór 16 juni 2021.

Artikel 23 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking.

Artikel 24 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als Algemene subsidieverordening samenleving gemeente Hellendoorn 2021.

De raad voornoemd,

de griffier de voorzitter