Regeling melden vermoeden misstand gemeente Arnhem 2020

Geldend van 01-01-2020 t/m 11-08-2021

Intitulé

Regeling melden vermoeden misstand gemeente Arnhem 2020

Inhoudsopgave

  • Artikel 1 Begripsbepalingen

  • Artikel 2. Informatie, advies en ondersteuning voor de werknemer

  • Artikel 3. Interne melding

  • Artikel 4. Bescherming van de melder tegen benadeling

  • Artikel 5. Het tegengaan van benadeling van de melder

  • Artikel 6. Bescherming van andere betrokkenen tegen benadeling

  • Artikel 7. Intern en extern onderzoek naar benadeling van de melder

  • Artikel 8. Vertrouwelijke omgang met de melding en de identiteit van de melder

  • Artikel 9. Vastlegging, doorsturen en ontvangstbevestiging van de interne melding

  • Artikel 10. Behandeling van de interne melding door de werkgever

  • Artikel 11. Externe melding

  • Artikel 12. Rapportage

  • Artikel 13. Intrekking regeling en inwerkingtreding regeling

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • In deze regeling wordt verstaan onder:

  • werknemer:

  • de persoon die werkt of heeft gewerkt voor de gemeente Arnhem, zoals bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de Wet Huis voor klokkenluiders;

  • werkgever:

  • het college van burgemeester en wethouders, zoals bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Wet Huis voor klokkenluiders;

  • vermoeden van een misstand:

  • het vermoeden van een werknemer, dat binnen de organisatie waarin hij werkt of bij een andere organisatie indien hij door zijn werkzaamheden met die organisatie in aanraking is gekomen, sprake is van een misstand voor zover:

  • a.

    het vermoeden gebaseerd is op redelijke gronden, die voortvloeien uit de kennis die de werknemer bij zijn werkgever heeft opgedaan of voortvloeien uit de kennis die de werknemer heeft gekregen door zijn werkzaamheden bij een ander bedrijf of een andere organisatie, en

  • b.

    het maatschappelijk belang in het geding is bij:

  • 1°. de (dreigende) schending van een wettelijk voorschrift, waaronder een (dreigend) strafbaar feit,

  • 2°. een (dreigend) gevaar voor de volksgezondheid,

  • 3°. een (dreigend) gevaar voor de veiligheid van personen,

  • 4°. een (dreigend) gevaar voor de aantasting van het milieu,

  • 5°. een (dreigend) gevaar voor het goed functioneren van de organisatie als gevolg van een onbehoorlijke wijze van handelen of nalaten;

  • adviseur:

  • een persoon die door zijn functie een geheimhoudingsplicht heeft en die door een werknemer in vertrouwen wordt geraadpleegd over een vermoeden van een misstand;

  • vertrouwenspersoon:

  • de persoon die is aangewezen om als vertrouwenspersoon integriteit voor de gemeente Arnhem te fungeren;

  • afdeling advies van het Huis voor klokkenluiders:

  • de afdeling advies van het Huis voor klokkenluiders, bedoeld in artikel 3a, tweede lid, van de Wet Huis voor klokkenluiders;

  • afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders:

  • de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders, bedoeld in artikel 3a, derde lid, van de Wet Huis voor klokkenluiders.

  • melding:

  • de melding van een vermoeden van een misstand op grond van deze regeling;

  • melder:

de werknemer die een vermoeden van een misstand heeft gemeld op grond van deze regeling.

Artikel 2. Informatie, advies en ondersteuning voor de werknemer

Een werknemer kan bij een vermoeden van een misstand:

  • a.

    een adviseur in vertrouwen raadplegen;

  • b.

    de vertrouwenspersoon als adviseur in vertrouwen raadplegen;

  • c.

    de afdeling advies van het Huis voor Klokkenluiders in vertrouwen raadplegen.

Artikel 3. Interne melding

  • 1. Een werknemer met een vermoeden van een misstand binnen de organisatie van de werkgever kan daarvan melding doen:

  • a.

    bij iedere leidinggevende die binnen de organisatie hiërarchisch een hogere positie bekleedt dan hij;

  • b.

    bij de vertrouwenspersoon.

  • 2. Een werknemer van een andere organisatie die door zijn werkzaamheden met de organisatie van de werkgever in aanraking is gekomen, en een vermoeden heeft van een misstand binnen de organisatie van de werkgever kan ook een interne melding doen.

  • 3. Als de werknemer een vermoeden heeft dat de gemeentesecretaris bij de vermoede misstand betrokken is, moet in deze regeling voor “gemeentesecretaris” “het college” worden gelezen.

  • 4. Een melding laat een wettelijke verplichting tot het doen van aangifte van een strafbaar feit onverlet.

Artikel 4. Bescherming van de melder tegen benadeling

  • 1. De werknemer die te goeder trouw en naar behoren een vermoeden van een misstand meldt, zal in verband daarmee geen nadelige gevolgen voor zijn rechtspositie ondervinden tijdens en na de behandeling van deze melding.

  • 2. Onder nadelige gevolgen wordt in ieder geval verstaan het nemen van een benadelende maatregel, zoals:

  • a. het verlenen van ontslag, anders dan op eigen verzoek;

  • b. het tussentijds beëindigen of het niet verlengen van een aanstelling voor bepaalde tijd;

  • c. het niet omzetten van een aanstelling voor bepaalde tijd in een aanstelling voor onbepaalde tijd;

  • d. het treffen van een disciplinaire maatregel;

  • e. de opgelegde benoeming in een andere functie;

  • f. het onthouden van salarisverhoging, incidentele beloning of toekenning van vergoedingen;

  • g. het onthouden van promotiekansen;

  • h. het afwijzen van een verlofaanvraag.

  • 3. De werkgever zorgt ervoor dat de melder ook niet op andere wijze bij zijn werk nadelige gevolgen ondervindt van de melding.

  • 4. Als de werkgever na het doen van een melding een benadelende maatregel neemt, motiveert de werkgever waarom hij deze maatregel nodig acht en dat deze maatregel geen verband houdt met het te goeder trouw en naar behoren melden van een vermoeden van een misstand.

  • 5. De werkgever spreekt werknemers die zich schuldig maken aan benadeling van de melder daarop aan en kan hen een waarschuwing of een disciplinaire maatregel opleggen.

Artikel 5. Het tegengaan van benadeling van de melder

  • 1. De vertrouwenspersoon kan met de melder bespreken welke risico’s op benadeling aanwezig zijn, op welke wijze die risico’s kunnen worden verminderd en wat de werknemer kan doen als hij van mening is dat sprake is van benadeling.

  • 2. Als de melder vindt dat er daadwerkelijk sprake is van benadeling, kan hij dat bespreken met de vertrouwenspersoon. De vertrouwenspersoon en de melder bespreken welke maatregelen genomen kunnen worden om benadeling tegen te gaan. De vertrouwenspersoon maakt een verslag van deze bespreking en stuurt dit na goedkeuring door de melder naar de gemeentesecretaris.

  • 3. De gemeentesecretaris zorgt ervoor dat maatregelen die nodig zijn om benadeling tegen te gaan worden genomen.

Artikel 6. Bescherming van andere betrokkenen tegen benadeling

  • De werkgever zal:

    • a.

      een adviseur in dienst van de werkgever niet benadelen vanwege het fungeren als adviseur van de melder;

    • b.

      de vertrouwenspersoon niet benadelen vanwege het uitoefenen van de in deze regeling beschreven taken;

    • c.

      andere personen die bij hem in dienst zijn en die op enigerlei wijze betrokken worden bij het eventuele onderzoek naar een vermoeden van een misstand, niet benadelen vanwege de bijdrage die zij te goeder trouw aan dat onderzoek verlenen.

Artikel 7. Intern en extern onderzoek naar benadeling van de melder

  • 1. De melder die meent dat sprake is van benadeling in verband met het doen van een melding van een vermoeden van een misstand, kan de gemeentesecretaris verzoeken om onderzoek te doen naar de wijze waarop er binnen de organisatie met hem wordt omgegaan.

  • 2. Ook de personen bedoeld in artikel 6 kunnen de gemeentesecretaris verzoeken om onderzoek te doen naar de wijze waarop er binnen de organisatie met hen wordt omgegaan.

  • 3. De melder kan ook de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders verzoeken om een onderzoek in te stellen naar de wijze waarop de werkgever zich jegens hem heeft gedragen in verband met het doen van een melding van een vermoeden van een misstand.

Artikel 8. Vertrouwelijke omgang met de melding en de identiteit van de melder

  • 1. De werkgever zorgt ervoor dat de informatie over de melding zodanig wordt bewaard dat deze fysiek en digitaal alleen toegankelijk is voor de personen die bij de behandeling van de melding betrokken zijn.

  • 2. De personen die bij de behandeling van een melding betrokken zijn maken de identiteit van de melder niet bekend zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de melder en gaan vertrouwelijk om met de informatie over de melding.

  • 3. Als het vermoeden van een misstand is gemeld via de vertrouwenspersoon en de melder geen toestemming heeft gegeven zijn identiteit bekend te maken, wordt alle correspondentie over de melding verstuurd aan de vertrouwenspersoon. De vertrouwenspersoon stuurt deze onverwijld door aan de melder.

  • 4. De personen die bij de behandeling van een melding betrokken zijn maken de identiteit van de adviseur niet bekend zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de melder en de adviseur.

Artikel 9. Vastlegging, doorsturen en ontvangstbevestiging van de interne melding

  • 1. De leidinggevende of de vertrouwenspersoon die de melding ontvangt, stuurt de melding met instemming van de melder door aan de gemeentesecretaris.

  • 2. Een mondelinge melding of mondelinge toelichting wordt schriftelijk vastgelegd en ter goedkeuring voorgelegd aan de melder.

  • 3. De gemeentesecretaris stuurt de melder onverwijld een ontvangstbevestiging van de melding.

  • 4. De ontvangstbevestiging bevat minimaal een zakelijke beschrijving van de melding, de datum waarop deze is ontvangen en een afschrift van de melding.

Artikel 10. Behandeling van de interne melding door de werkgever

  • 1. De gemeentesecretaris beslist of naar aanleiding van een melding van een vermoeden van een misstand een onderzoek wordt ingesteld. Indien het vermoeden niet is gebaseerd op redelijke gronden, onvoldoende concreet of betrouwbaar is, of indien op voorhand duidelijk is dat het gemelde geen betrekking heeft op een vermoeden van een misstand, wordt geen onderzoek ingesteld.

  • 2. De gemeentesecretaris stelt een onderzoeksprotocol vast, waarin wordt vastgelegd op welke wijze een onderzoek plaatsvindt.

  • 3. Als de gemeentesecretaris besluit geen onderzoek in te stellen naar aanleiding van een interne melding van een vermoeden van een misstand, informeert hij de melder schriftelijk binnen vier weken na de interne melding. Daarbij wordt aangegeven waarom geen onderzoek wordt ingesteld.

  • 4. De gemeentesecretaris beoordeelt of een externe instantie van de interne melding van een vermoeden van een misstand op de hoogte moet worden gebracht. Indien de gemeentesecretaris een externe instantie op de hoogte stelt, stuurt hij de melder hiervan een afschrift tenzij het onderzoeksbelang of het handhavingsbelang daardoor kunnen worden geschaad.

  • 5. Als de gemeentesecretaris een externe instantie op de hoogte gesteld heeft van de interne melding, kan hij voor het onderzoek aansluiten bij het onderzoek dat deze externe instantie laat verrichten.

Artikel 11. Externe melding

  • 1. Een werknemer kan een vermoeden van een misstand extern melden bij de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders, indien hij:

    • a.

      het niet eens is met de behandeling door de werkgever van het door hem intern gemelde vermoeden van een misstand, of;

    • b.

      niet binnen vier weken een reactie heeft ontvangen op zijn interne melding van een vermoeden van een misstand aan de werkgever.

  • 2. De werknemer kan direct een externe melding doen van een vermoeden van een misstand als het eerst doen van een interne melding in redelijkheid niet van hem kan worden gevraagd.

Artikel 12. Rapportage

  • 1. De gemeentesecretaris stelt jaarlijks ten behoeve van het college een rapportage op over de uitvoering van deze regeling. Deze rapportage bevat in ieder geval:

    • a.

      informatie over het aantal meldingen en onderzoeken, en een indicatie van de aard van de meldingen, de uitkomsten van ingestelde onderzoeken en de standpunten van de werkgever;

    • b.

      algemene informatie over eventuele ervaringen met het tegengaan van benadeling van de melder.

  • 2. De gemeentesecretaris stuurt de rapportage ter bespreking aan de ondernemingsraad.

Artikel 13. Intrekking regeling en inwerkingtreding regeling

  • 1. De Regeling melden vermoeden misstand (2011.0.011.902) wordt ingetrokken.

  • 2. Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2020.

Ondertekening

Arnhem, 3 december 2019

Het college van burgemeester en wethouders voornoemd,

de secretaris, de burgemeester,