Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland houdende nadere regels omtrent de werkzaamheden en gebruik van wegen in beheer (Nadere regels werkzaamheden en gebruik van wegen in beheer bij de provincie Gelderland)

Geldend van 20-05-2021 t/m heden

Intitulé

Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland houdende nadere regels omtrent de werkzaamheden en gebruik van wegen in beheer (Nadere regels werkzaamheden en gebruik van wegen in beheer bij de provincie Gelderland)

Bekendmaking van het besluit van 11 mei 2021 - zaaknummer 2020-013767 tot vaststelling van een regeling

Gedeputeerde Staten van Gelderland

Gelet op artikel 5.6 van de Omgevingsverordening Gelderland

Besluiten

  • 1.

    In te trekken de Nadere regels Wegenverordening Gelderland 2010.

  • 2.

    Vast te stellen de Nadere regels werkzaamheden en gebruik van wegen in beheer bij de provincie Gelderland welke luiden als volgt.

Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen

Artikel 1 (begripsbepalingen)

In deze regeling wordt verstaan onder

  • a.

    buitenreclame: naamsaanduiding, bestemmings- of routebord, niet-zijnde een formele bewegwijzering, aankondiging of aanprijzing, zowel cultureel, ideëel als commercieel, die zichtbaar is in de openbare ruimte met als doel een boodschap, bedrijf, dienst, ideologie, huisstijl, merk of product, te communiceren;

  • b.

    erftoegangsweg: weg die een verblijfsfunctie heeft, gericht is op het toegankelijk maken van erven en waarop uitwisseling zowel op wegvakken als op kruispunten plaatsvindt;

  • c.

    evenement: georganiseerde activiteit op of nabij de provinciale weg die gedurende een korte periode bezoekers en/of deelnemers trekt;

  • d.

    gebiedsontsluitingsweg: weg die de verbindingsschakel vormt tussen stroom- en erftoegangswegen, met een stroomfunctie op de wegvakken en uitwisseling van verkeer op kruispunten en die kleine kernen, woonwijken, bedrijventerreinen en dergelijke bereikbaar maakt;

  • e.

    obstakelvrije zone: gebied langs de rijbaan als bedoeld in het Handboek Wegontwerp van het kennisplatform CROW, publicatie 2013;

  • f.

    stroomweg: weg voor het zo veilig en betrouwbaar mogelijk afwikkelen van grote hoeveelheden doorgaand verkeer met hoge gemiddelde snelheden over langere afstanden;

  • g.

    uitweg: permanente verbinding tussen percelen en de openbare provinciale weg, die een ontsluitingsmogelijkheid biedt voor één of meerdere aanliggende percelen naar een provinciale weg;

  • h.

    voertuig: fiets, bromfiets, gehandicaptenvoertuig, motorvoertuig, tram en wagen;

  • i.

    voorwerpen en stoffen: zaken die niet tot de weg behoren, die niet functioneel zijn voor de weg of het gebruik ervan.

Hoofdstuk 2 Beoordelingsregels

Afdeling 2.1 Werkzaamheden aan wegen

Artikel 2 beoordelingsregels uitweg
  • 1. Voor zover een aanvraag om een vergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 5.3, eerste lid, onderdeel a, wordt een vergunning alleen verleend:

    • a.

      voor ontsluiting van een perceel op de weg van de laagste orde, niet zijnde een stroomweg;

    • b.

      als een perceel nog geen andere uitweg heeft; en

    • c.

      als de verkeersveiligheid en een vlotte doorstroming van het verkeer op de weg bij het gebruik van de uitweg voldoende zijn verzekerd.

  • 2. Bij het beoordelen van de aanvraag wordt in ieder geval rekening gehouden met:

    • a.

      de zichtafstand;

    • b.

      de afstand tot kruisingen, splitsingen, bochten en verkeersregelinstallaties;

    • c.

      de aanwezigheid van verdrijvingsvakken, voorsorteervakken en opstelstroken; en

    • d.

      de aanwezigheid van fysieke belemmeringen.

Artikel 3 beoordelingsregels kabels en leidingen
  • 1. Voor zover een aanvraag om een vergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 5.3, eerste lid, onderdeel b, wordt de vergunning alleen verleend voor het leggen of verleggen, onderhouden, repareren en verwijderen van kabels en leidingen met een openbare functie.

  • 2. Een vergunning wordt geweigerd als de kabels en leidingen in de lengterichting onder de gesloten verharding van de weg liggen.

Afdeling 2.2 Gebruik van wegen

Artikel 4 beoordelingsregels evenementen en wedstrijden zonder voertuigen

Voor zover een aanvraag om een vergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdeel a, voor een evenement of wedstrijd zonder voertuigen buiten de bebouwde kom, wordt de vergunning alleen verleend als:

  • a.

    de weg een erftoegangsweg is of een gebiedsontsluitingsweg is, die wat betreft weginrichting en weggebruik het karakter van een erftoegangsweg heeft;

  • b.

    op de dag van de activiteit aan het gedeelte van de weg dat voor de activiteit nodig is geen wegwerkzaamheden plaatsvinden, tenzij de activiteit en de werkzaamheden verenigbaar zijn; en

  • c.

    op de dag van de activiteit voor het gedeelte van de weg dat voor de activiteit nodig is geen vergunning is verleend voor een andere activiteit, tenzij deze verenigbaar zijn.

Artikel 5 beoordelingsregels roerende zaken, voorwerpen en stoffen: algemeen

Voor zover een aanvraag om een vergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdeel c en d, wordt de vergunning alleen verleend als de roerende zaken, voorwerpen en stoffen niet worden geplaatst:

  • a.

    op de rijbanen van wegen en fietspaden;

  • b.

    in de obstakelvrije zone; of

  • c.

    op het deel van de weg waar werkzaamheden door of namens de provincie plaatsvinden of voorzien zijn; en

  • d.

    op locaties waar het zicht op de weg of op uitwegen wordt beperkt.

Artikel 6 beoordelingsregels handelsreclame, roerende zaken, voorwerpen en stoffen: buitenreclame

Voor zover een aanvraag om een vergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdeel b, c en d, voor buitenreclame, wordt de vergunning alleen verleend voor het plaatsen, aanbrengen of hebben van:

  • a.

    een verwijzingsbord voor toeristisch-recreatieve objecten met inachtneming van de «Richtlijn bewegwijzering» van het Kennisplatform CROW, publicatie 2014;

  • b.

    spandoeken of bogen boven of over de weg voor een evenement of wedstrijd met een minimale doorrijhoogte van 4,6 meter;

  • c.

    een prijzenbord bij een tankstation, dat direct gelegen en ontsloten is aan de weg, als het bord:

    • 1.

      in de onmiddellijke nabijheid van het tankstation wordt geplaatst;

    • 2.

      buiten de obstakelvrije zone van de weg wordt geplaatst;

    • 3.

      niet wordt geplaatst tussen de rijbaan en een fietspad;

    • 4.

      alleen betrekking heeft op de te leveren brandstoffen;

    • 5.

      niet hoger is dan 7,50 meter en niet breder dan 2,40 meter;

    • 6.

      geen afleidende of verblindende verlichting heeft; en

    • 7.

      niet waarneembaar is op een afstand van meer dan 200 meter voor het beslispunt.

  • d.

    buitenreclame met een verkeersfunctie in de berm van de weg;

  • e.

    buitenreclame op het middeneiland van een rotonde, mits:

    • 1.

      het onderhoud van middeneiland van de rotonde door een lokale overheid is overgenomen;

    • 2.

      het bord botsveilig wordt uitgevoerd, geen gelijkenis vertoont met een verkeersteken, niet reflecteert, knippert, verlicht of bewegend is;

    • 3.

      het bord tussen 0,50 meter en 1,00 meter boven de grond wordt geplaatst en niet hoger is dan 0,50 meter en niet breder dan 0,70 meter;

    • 4.

      het bord wordt geplaatst tegenover een toeleidende weg; en

    • 5.

      voor de locatie niet al een vergunning is verleend voor andere buitenreclame.

  • f.

    een informatiebord, mits het bord:

    • 1.

      binnen de bebouwde kom wordt geplaatst;

    • 2.

      buiten de obstakelvrije zone van de weg wordt geplaatst;

    • 3.

      op een afstand van meer dan 15 meter ten opzichte van een zijweg, uitweg of kruispunt wordt geplaatst;

    • 4.

      niet lijkt op verkeersrelevante informatie;

    • 5.

      alleen statische beelden toont met een frequentie van maximaal zes verschillende beelden per minuut;

    • 6.

      geen afleidende of verblindende verlichting heeft; en

    • 7.

      maximaal 1,75 meter hoog, 1,18 meter breed, en 0,34 meter diep is, exclusief het voetstuk.

Artikel 7 beoordelingsregels roerende zaken, voorwerpen en stoffen: standplaats

Voor zover een aanvraag om een vergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdeel c en d, voor het innemen van een standplaats, wordt de vergunning alleen verleend voor:

  • a.

    een parkeer- of carpoolplaats of op de rijbaan tijdens een evenement;

  • b.

    de verkoop van snacks, fruit, consumptie-ijs, frisdranken en bloemen van 1 april tot 1 oktober;

  • c.

    maximaal drie jaar;

  • d.

    één standplaats per locatie; en

  • e.

    een parkeer- of carpoolplaats als er voldoende ruimte overblijft voor de activiteiten waarvoor deze plaats is bedoeld.

Artikel 8 beoordelingsregels voorwerpen en stoffen: gedenkteken

Voor zover een aanvraag om een vergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdeel d, voor een gedenkteken, wordt de vergunning alleen verleend:

  • a.

    langs wegen met een snelheidsregime van 80 km/u of minder;

  • b.

    als het gedenkteken niet in de tussenberm of middenberm wordt geplaatst;

  • c.

    voor één gedenkteken per locatie;

  • d.

    als het gedenkteken qua vorm, afmeting en constructie voldoet aan de volgende eisen:

    • 1.

      het gedenkteken bestaat uit een tegel;

    • 2.

      het gedenkteken heeft een maximale afmeting van 0,80 meter breed en 0,80 meter lang;

    • 3.

      het gedenkteken wordt niet boven het maaiveld aangebracht;

    • 4.

      het gedenkteken bevat geen uitstekende delen; en

    • 5.

      de afstand van de zijkant van het gedenkteken tot de verharding van de weg bedraagt:

      • i.

        bij een weg met een snelheidsregime van 80 km/u: minimaal 3 meter; en

      • ii.

        bij een weg met een snelheidsregime van 60 km/u: minimaal 1,80 meter.

Hoofdstuk 3 Slotbepalingen

Artikel 9 inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 10 citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Nadere regels werkzaamheden en gebruik van wegen in beheer bij de provincie Gelderland

Ondertekening

Gedeputeerde Staten van Gelderland

John Berends

Commissaris van de Koning

Stijn van Wely

plv. Secretaris

Artikelsgewijze toelichting

Deze nadere regels zijn opgesteld als gevolg van het opnemen van de Gelderse Wegenverordening 2010 in de Omgevingsverordening Gelderland. Op hoofdlijnen zijn de criteria die al waren opgenomen in de Gelderse wegenverordening 2010 gelijk gebleven. De nadere regels zijn met name aangevuld ten aanzien van het gebruik van wegen.

De belangrijkste functie van provinciale wegen is het afwikkelen van doorgaand verkeer. Het komt voor dat een aanvrager de weg wil gebruiken voor andere activiteiten. In principe staan wij dit niet toe. In een aantal situaties wordt een uitzondering gemaakt. De nadere regels vormen de beoordelingsregels voor het verlenen, wijzigen of weigeren van vergunningen voor activiteiten op wegen in beheer bij de provincie Gelderland die vergunningplicht zijn op grond van hoofdstuk 5 van de Omgevingsverordening Gelderland. Als voor een activiteit geen specifieke regels gelden, wordt beoordeeld of de activiteit verenigbaar is met de in artikel 5.1 lid 3 Omgevingsverordening Gelderland genoemde te beschermen belangen. Naast de nader regels zijn er voor specifieke onderwerpen ook beleidsregels voor wegen in beheer bij de provincie Gelderland. Deze worden apart vastgesteld.

Artikel2 (beoordelingsregels uitweg)

Op grond van doelmatigheid en verkeersveiligheid wordt een vergunning voor het maken, veranderen en hebben van een uitweg naar de weg alleen verleend voor:

  • -

    een uitweg op wegen van de laagste orde. Het heeft onze voorkeur dat de ontsluiting van een perceel plaats vindt op de al aanwezige (gemeentelijke) toegangswegen, omdat daar de snelheid relatief laag ligt en het verkeer gemakkelijk mengt. Uitwegen op stroomwegen zijn niet toegestaan.

  • -

    als het perceel nog geen andere uitweg heeft. Per perceel wordt er maximaal één uitweg toegestaan. Een perceel wordt in dit verband gezien als een samenhangend geheel van stukken grond. Bij de beoordeling wordt gekeken naar het gebruik van het perceel/de percelen en niet naar het kadastraal perceel. Er wordt geen vergunning verleend voor een tweede uitweg.

  • -

    De uitweg moet ook verkeersveilig zijn en mag de doorstroming van het verkeer op de weg niet belemmeren.

Daarbij wordt er gekeken naar de plaatselijke omstandigheden. Om de verkeersveiligheid te beschermen wordt er ook gekeken naar:

  • -

    zichtafstanden: heeft de weggebruiker voldoende zicht om veilig de weg op te rijden?

  • -

    de afstand tot kruisingen, splitsingen, bochten en verkeersinstallaties in verband met onder andere de veilige remafstand.

  • -

    de aanwezigheid van verdrijvingsvlakken, voorsorteervakken en opstelstroken in verband met onder andere de overzichtelijkheid van de verkeerssituaties.

  • -

    de aanwezigheid van fysieke belemmeringen zoals bijvoorbeeld middengeleiders.

Artikel 3 (beoordelingsregels kabels en leidingen)

De ruimte voor kabels en leidingen op, in, onder, naast de weg is beperkt. Wij gebruiken deze ruimte zoveel mogelijk voor kabels met een openbare functie. Dit zijn kabels en leidingen voor onder andere elektriciteit, gas, water en riolering. Vergunningen voor de aanleg van kabels en leidingen zonder openbare functie worden geweigerd. Met de vergunningplicht willen wij de mogelijke negatieve gevolgen van de werkzaamheden op de verkeersveiligheid en verkeersdoorstroming beperken. Daarom mag een kabel of leiding niet in de lengterichting onder de gesloten verharding van de weg worden gelegd. Als er eenmaal een kabel of leiding is gelegd, moet deze worden onderhouden, gerepareerd of verwijderd. De vergunning die hiervoor nodig is, wordt na aanvraag zoveel mogelijk verleend. De onderhouds- en reparatiewerkzaamheden zijn soms nodig om problemen te voorkomen of te verhelpen. Door kabels en leidingen te verwijderen ontstaat er weer ruimte voor nieuwe kabels en leidingen. Voor kabels en leidingen die vallen onder de Telecommunicatiewet, is dit artikel niet van toepassing.

Artikel4 (beoordelingsregels evenementen en wedstrijden zonder voertuigen)

Een wedstrijd zonder voertuigen is een activiteit zonder voertuigen die zich geheel of gedeeltelijk op of nabij de weg afspeelt, met prestatievergelijkingen tussen deelnemers als hoofddoel waarbij een prijs, beloning of aandenken in het vooruitzicht wordt gesteld. Gezien de weginrichting en het weggebruik, zijn gebiedsontsluitingswegen niet geschikt voor het houden van wedstrijden. Als de weg buiten de bebouwde een gebiedsontsluitingsweg is, die het karakter heeft van een erftoegangsweg of een erftoegangsweg is, dan kan de vergunning wel worden verleend. Een erftoegangsweg is een weg die ligt in een gebied dat een verblijfsfunctie heeft. De weg biedt toegang tot onder andere woningen, bedrijven, scholen en winkels. Het mengen van de verschillende soorten weggebruikers gebeurt op wegvakken en op kruispunten. Om dit veilig te laten gebeuren ligt de snelheid relatief laag. Een gebiedsontsluitingsweg is een weg die erftoegangswegen en stroomwegen met elkaar verbindt middels kruispunten en waarbij de wegvakken een doorstroomfunctie hebben. Een stroomweg is bedoeld voor het zo veilig en betrouwbaar mogelijk afwikkelen van grote hoeveelheden doorgaand verkeer met hoge gemiddelde snelheden over langere afstanden. De snelheid ligt hoger dan op de erftoegangswegen.

Bij de beoordeling van een vergunningaanvraag voor een evenement wordt door ons ook gekeken of deze niet samenvallen met wegwerkzaamheden aan het gedeelte van de weg dat voor het evenement nodig is. Als de wegwerkzaamheden door het evenement worden gehinderd, wordt geen vergunning worden verleend. Hetzelfde geldt bij twee evenementen op hetzelfde tijdstip op dezelfde locatie. Als afstemming niet mogelijk is, dan geldt het principe “wie het eerst komt, die het eerst maalt”. Ook zal een vergunning worden geweigerd als er in redelijkheid verwacht kan worden dat door het evenement onherstelbare of onevenredige schade zal ontstaan aan de weg.

Voor wedstrijden met voertuigen is verbodsbepaling van artikel 10 Wegenverkeerswet 1994 van toepassing.

Artikel5 (beoordelingsregels roerende zaken, voorwerpen en stoffen: algemeen)

Roerende zaken, voorwerpen en stoffen kunnen door het aanwezig zijn op, aan, in, naast, onder of boven de weg een negatieve invloed hebben op de bruikbaarheid van de weg, de veiligheid op de weg en de verkeersdoorstroming. Wij gaan daarom zeer terughoudend om met het verstrekken van vergunningen. Een vergunning wordt alleen verleend in de gevallen genoemd in hoofdstuk 2.

Artikel6 (beoordelingsregels roerende zaken, voorwerpen en stoffen: buitenreclame)

Het provinciebestuur is als wegbeheerder verantwoordelijk voor de veiligheid en doorstroming van het verkeer op haar wegen. Een belangrijke oorzaak voor verkeersonveiligheid is afleiding. Afleiding kan worden veroorzaakt door personen, objecten en gebeurtenissen op en langs de weg. Zij hebben invloed op het rij- en kijkgedrag van weggebruikers. Wij willen daarom zo min mogelijk objecten op, naast of over wegen, die kunnen zorgen voor afleiding van de weggebruiker. In dit artikel zijn de beoordelingsregels opgenomen voor de aanvraag tot het plaatsen van buitenreclame. Deze reclame kan weggebruikers afleiden van hun rijtaak. Als gevolg hiervan vermindert de verkeersveiligheid en de doorstroming op de weg. Het risico op ongevallen wordt hierdoor vergroot. Wij staan deze vorm van reclame niet toe.

Buitenreclame kent vele verschijningsvormen. Alle voorwerpen die gebruikt worden om reclame op aan te brengen worden reclamedragers genoemd.

Zoals hiervoor al is aangegeven is het maken van buitenreclame in beginsel niet toegestaan. In de volgende gevallen wordt op de hoofdregel een uitzondering gemaakt:

  • a.

    verwijzingsborden voor toeristisch-recreatieve objecten ;

  • b.

    buitenreclame met een verkeersfunctie, zoals de campagne “wij gaan weer naar school’;

  • c.

    spandoeken en bogen bij evenementen;

  • d.

    prijzenborden bij tankstations;

  • e.

    buitenreclame op rotondes; en

  • f.

    (digitale) informatieborden.

a. Verwijzingsborden toeristisch-recreatieve objecten

De toeristisch-recreatieve bewegwijzering zorgt ervoor dat de ter plaatse onbekende weggebruiker op een vlotte en veilige manier naar toeristisch-recreatieve accommodaties en gebieden wordt geleid. Een vergunning voor het plaatsen en het houden van een verwijzingsbord wordt alleen verleend als dit de verkeersveiligheid en -doorstroming ter plaatse verbetert. In de CROW “Richtlijn bewegwijzering 2014” (verder: Richtlijn) zijn in hoofdstuk 8 richtlijnen voor deze bewegwijzering opgenomen. Deze richtlijnen zorgen onder andere voor uniformiteit, continuïteit, leesbaarheid en begrijpelijkheid.

Om in aanmerking te komen voor toeristisch-recreatieve bewegwijzering moet op grond van de hiervoor genoemde richtlijn worden voldaan aan het volgende:

  • -

    er moet sprake zijn van een toeristisch-recreatieve voorziening. Hiervan is sprake als de voorziening door aard, omvang en wijze van beheer is ingesteld op bezoek door recreanten en/of toeristen of een vergelijkbare publieksfunctie heeft;

  • -

    de voorziening moet jaarlijks gedurende een vaste periode van minimaal zes maanden geopend zijn;

  • -

    er wordt geen aparte verwijzing geplaatst zolang op basis van de algemene geografische bewegwijzering kan worden gereden naar een geografische bestemming waar het object gelegen is of waarmee het object wordt geassocieerd. Pas op het punt waar de route naar het object hiervan afwijkt, start de toeristische verwijzing;

  • -

    vanaf wegen buiten de bebouwde kom wordt niet verwezen naar objecten die binnen de bebouwde kom zijn gelegen.

Vervolgens wordt er gekeken naar het type weg. In bijlage II van de Richtlijn is een overzicht van toeristische-recreatieve bestemmingen waarnaar kan worden verwezen vanaf een bepaalde wegcategorie. Categorie 1 heeft betrekking op de gebiedsontsluitingswegen en categorie 2 op de erftoegangswegen. Zo mag er op een gebiedsontsluitingsweg niet worden verwezen naar een golfclub. Dit mag wel vanaf een erftoegangsweg.

b. Buitenreclame met verkeersfunctie

Buitenreclame met een verkeersfunctie mag alleen worden geplaatst in bermen van de weg. Buitenreclame boven de weg, dus door onder andere spandoeken en bogen, is niet toegestaan.

c. Spandoeken en bogen bij evenementen

Spandoeken en bogen worden enkel toegestaan bij evenementen en wedstrijden. In die gevallen zal de weg meestal ook zijn afgesloten voor het normale verkeer. De doorrijhoogte van minimaal 4,6 meter is in verband met de doorgang voor politie, brandweer, ambulance en andere calamiteitendiensten.

d. Prijzenborden bij tankstations

Een prijzenbord is een mast met hieraan bevestigd het logo van het tankstation met prijzen van de verschillende brandstoffen.

e. Buitenreclame op rotondes

Het onderhoud aan het middeneiland van rotondes op provinciale wegen dragen wij zoveel mogelijk over aan lokale overheden. Het middeneiland betreft dat deel van de rotonde dat midden in de cirkelvormige weg ligt en geen rijbaan betreft. Voor deze overheden ontstaat dan de mogelijkheid om lokale bedrijven deze rotondes te laten onderhouden. Als tegenprestatie mogen deze bedrijven op de rotonde buitenreclame zonder verkeersfunctie plaatsen. Een vergunning kan alleen worden verleend als is voldaan aan de regels zoals genoemd in dit artikel.

f. Informatiebord

een informatiebord ten behoeve van het informeren van weggebruikers en inwoners langs de weg worden enkel toegestaan onder strenge voorwaarden. Dit is nodig, omdat deze borden gericht zijn op het passerende wegverkeer. Daardoor kan de verkeersveiligheid negatief worden beïnvloed. Het informatiebord mag ook digitaal mag worden uitgevoerd, mits aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan.

Artikel7 (beoordelingsregels roerende zaken, voorwerpen en stoffen: standplaats)

Standplaatsen direct op of aan de weg kunnen de weggebruiker afleiden van de rijtaak. Het kan leiden tot onverwachte gedragingen die de verkeersveiligheid in gevaar brengen. Standplaatsen op of (direct) langs een weg zijn om die reden niet toegestaan. Een vergunning voor een standplaats wordt alleen verleend als wordt voldaan aan dit artikel.

Artikel8 (beoordelingsregels roerende zaken, voorwerpen en stoffen: gedenkteken)

Na een dodelijk verkeersongeluk kan het voor nabestaanden van grote emotionele betekenis zijn om een gedenkteken te plaatsen op de plaats van het ongeval. Een gedenkteken is een voorwerp ter nagedachtenis aan een verkeersdode. Een verkeersdode is een persoon die ten gevolge van een ongeval op de openbare weg, waarbij ten minste een rijdend voertuig is betrokken, binnen dertig dagen aan de gevolgen van dat ongeval overlijdt.

Het plaatsen van voorwerpen en stoffen in buitenbermen is in verband met verkeersveiligheid niet toegestaan. Uit medeleven met de nabestaanden, wijken wij onder voorwaarden af van deze hoofdregel. In dit artikel is deze uitzonderingsmogelijkheid vastgelegd. Deze regels hebben onder andere betrekking op de plek waar het gedenkteken moet komen en de vorm van het gedenkteken.

Gedenktekens mogen alleen daar geplaatst en bezocht worden waar het de veiligheid van de overige weggebruikers en ook de bezoeker(s) niet in gevaar brengt.

Daarom wordt onder andere gekeken naar de plek waar men het gedenkteken wil plaatsen. Deze plek moet minimaal aan de regels genoemd onder a tot en met d voldoen.

Ook aan het gedenkteken zelf stellen wij voorwaarden. Om de uitvoering van gedenktekens zoveel mogelijk te uniformeren, is gekozen voor een gedenktegel. Deze tegel moet voldoen aan de eisen die zijn genoemd onder 1 tot en met 5.

Gepubliceerd te Arnhem

Gedeputeerde Staten van Gelderland

J.C.G.M. Berends - Commissaris van de Koning

S. van Wely - plv . Secretaris