Verordening op de heffing en invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de BIZ Heemstede centrum 2021-2025 (Verordening BIZ Heemstede centrum 2021-2025)

Geldend van 01-01-2022 t/m heden

Intitulé

Verordening op de heffing en invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de BIZ Heemstede centrum 2021-2025 (Verordening BIZ Heemstede centrum 2021-2025)

De raad van de gemeente Heemstede;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 20 oktober;

gelet op de Wet op de bedrijveninvesteringszones;

gezien de uitvoeringsovereenkomst van 26 oktober 2020 gesloten met de Stichting BIZ Heemstede Centrum;

besluit vast te stellen de:

Verordening op de heffing en de invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de BIZ Heemstede centrum 2021-2025 (Verordening BIZ Heemstede centrum 2021-2025).

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    BIZ: Bedrijveninvesteringszone: het aangewezen en gearceerde gebied op de van deze verordening deel uitmakende, en als bijlage 1 toegevoegde, kaart;

  • b.

    BIZ-plan: het plan van aanpak dat door de Stichting is opgesteld waarin is aangegeven hoe de Stichting voornemens is de BIZ-subsidie te besteden;

  • c.

    de Stichting: Stichting BIZ Heemstede centrum;

  • d.

    de wet: de Wet op de bedrijveninvesteringszone;

  • e.

    het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heemstede;

  • f.

    de uitvoeringsovereenkomst: de tussen de gemeente Heemstede en de Stichting BIZ Heemstede centrum gesloten uitvoeringsovereenkomst van 26 oktober 2020, als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet.

Artikel 2 Aanwijzing Stichting

De Stichting BIZ Heemstede centrum wordt aangewezen als Stichting als bedoeld in artikel 7 van de wet waarmee een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht is gesloten, waarin is bepaald dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt verplicht moeten worden verricht.

Hoofdstuk 2 Belastingbepalingen

Artikel 3 Belastbaar feit en aard van de belasting

  • 1.

    Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt jaarlijks een directe belasting geheven ter zake van binnen de BIZ gelegen onroerende zaken die op grond van artikel 220a Gemeentewet niet in hoofdzaak tot woning dienen.

  • 2.

    De BIZ-bijdrage wordt geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid, de veiligheid, de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de BIZ.

Artikel 4 Voorwerp van de belasting

  • 1.

    Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak.

  • 2.

    Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.

Artikel 5 Belastingplicht

  • 1.

    De BIZ-bijdrage wordt geheven van:

  • a.

    de gebruiker, zijnde degene die bij het begin van het kalenderjaar al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht een in de BIZ gelegen onroerende zaak gebruikt;

  • b.

    de eigenaar, zijnde degene die bij het begin van het kalenderjaar het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft van een in de BIZ gelegen onroerende zaak. De eigenaar wordt alleen in geval van leegstand aangeslagen.

  • 2.

    Voor de toepassing van het tweede lid wordt:

  • a.

    gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven. Degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven;

  • b.

    het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld. Degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die onroerende zaak ter beschikking is gesteld.

  • c.

    als eigenaar aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de Basisregistratie Kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.

Artikel 6 Maatstaf van heffing

  • 1.

    De BIZ-bijdrage wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar.

  • 2.

    Indien met betrekking tot de onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met toepassing van artikel 7, alsmede met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.

Artikel 7 Vrijstellingen

  • 1.

    In afwijking van artikel 6 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten de waarde, voor zover dit niet reeds is geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, van:

    • a.

      voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken;

    • b.

      glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onder a bedoelde grond;

    • c.

      onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;

    • d.

      één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen;

    • e.

      natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden;

    • f.

      openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken;

    • g.

      waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning;

    • h.

      werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning;

    • i.

      werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken;

    • j.

      onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst ter zake van brandweerzorg, rampenbeheersing, crisisbeheersing, geneeskundige hulpverlening in de regio en de handhaving van de openbare orde en veiligheid;

    • k.

      straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanig gebouwde eigendommen – niet zijnde gebouwen – die zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri’s , hekken en palen;

    • l.

      plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;

    • m.

      begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;

    • n.

      onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs;

    • o.

      onroerende zaken die worden beheerd door een vereniging of stichting die geen onderneming drijft, voor zover die objecten bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs, voor club- en buurthuiswerk, voor de beoefening van sport, kunst of cultuur, of voor andere activiteiten van sociale of culturele aard;

    • p.

      onbebouwde kavels c.q. braakliggende bouwterreinen;

    • q.

      onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor het verlenen van (medische) zorg en verpleging;

    • r.

      onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor levering van energie, water en telecommunicatie.

  • 2.

    In afwijking van artikel 6 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de BIZ-bijdrage buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

Artikel 8 Tarief BIZ-bijdrage

Het tarief van de BIZ-bijdrage bedraagt:

WOZ KLASSE

WOZ VANAF

WOZ T/M

BIJDRAGE

1

€ 1

€ 100.000

€ 550

2

€ 100.001

€ 200.000

€ 575

3

€ 200.001

€ 500.000

€ 600

4

€ 500.001

€ 700.000

€ 650

5

€ 700.001

€ 1.000.000

€ 700

6

€ 1.000.001

€ 770

Artikel 9 Wijze van heffing

De BIZ-bijdrage wordt jaarlijks bij wege van aanslag geheven.

Artikel 10 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 11 Looptijd belastingheffing

De BIZ-bijdrage wordt ingesteld voor een periode van vijf jaar.

Artikel 12 Kwijtschelding

Bij de invordering van de BIZ-bijdrage wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 13 Nadere regels door het college

Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en de invordering van de BIZ-bijdrage.

Hoofdstuk 3 Subsidiebepalingen

Artikel 14 Algemeen

Op de subsidie op grond van deze verordening is de Algemene subsidieverordening Heemstede 2016

niet van toepassing.

Artikel 15 Subsidieverlening

  • 1.

    De subsidie wordt jaarlijks door het college verleend aan de Stichting BIZ Heemstede Centrum voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst.

  • 2.

    De subsidie wordt verleend op een daartoe gedane aanvraag, die vergezeld moet gaan van de in de uitvoeringsovereenkomst genoemde stukken.

  • 3.

    De subsidie bedraagt maximaal het bedrag van de jaarlijks te ontvangen BIZ-bijdragen.

Artikel 16 Subsidieverplichtingen

Naast de in artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde verplichtingen kunnen aan de Stichting ook andere doelgebonden verplichtingen worden opgelegd. Deze verplichtingen zijn opgenomen in de met de Stichting gesloten uitvoeringsovereenkomst.

Artikel 17 Subsidievaststelling

  • 1.

    De Stichting is verplicht om uiterlijk op 1 mei van het jaar volgende op het subsidiejaar de in de uitvoeringsovereenkomst opgenomen stukken te overleggen.

  • 2.

    De subsidie wordt vastgesteld op de jaarlijks ontvangen BIZ-bijdragen.

  • 3.

    In de uitvoeringsovereenkomst worden nadere regels gesteld over de wijze van bevoorschotting en de verrekening van meer- en minderopbrengsten van de ontvangen BIZ-bijdragen.

  • 4.

    De subsidie wordt vastgesteld uiterlijk zes weken na ontvangst van de in het eerste lid genoemde stukken.

Artikel 18 Melding van relevante wijzigingen

De Stichting stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van:

  • meer dan ondergeschikte veranderingen in haar financiële situatie;

  • een wijziging van de statuten;

  • verandering of beëindiging van activiteiten.

Hoofdstuk 4 Slotbepalingen

Artikel 19 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking per 1 januari 2021.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.

Artikel 20 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als Verordening BIZ Heemstede centrum 2021-2025.

Ondertekening

Vastgesteld door de raad op 26 november 2020 en gewijzigd bij raadsbesluit van 22 december 2021.

Bijlage 1. Gebiedsafbakening BIZ Heemstede centrum

De bedrijveninvesteringszone Heemstede centrum omvat het gebied dat is aangegeven op de onderstaande kaart.

Het gaat hier om de ondernemers van de niet-woningen binnen de gebiedsafbakening gelegen aan de volgende straatnamen:

  • .

    Raadhuisstraat 4 t/m 103

  • .

    Binnenweg 1 t/m 211

  • .

    Julianalaan 2 t/m 6

  • .

    Bronsteeweg 2 t/m 8

  • .

    Blekersvaartweg 57, 72t/m 84

  • .

    Binnendoor 1 t/m 13

  • .

    Raadhuisplein 1

  • .

    Haemstedelaan 2A

  • .

    Kerklaan 1

De zone telt naar de stand van 1 januari 2020 in totaal 197 bijdrageplichtige gebruikers.