Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Medemblik houdende regels omtrent de handhaving van recreatief gebruik van recreatieverblijven (Beleidsregel handhaving recreatief gebruik recreatieverblijven in de gemeente Medemblik 2016)

Geldend van 25-12-2015 t/m heden

Intitulé

Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Medemblik houdende regels omtrent de handhaving van recreatief gebruik van recreatieverblijven (Beleidsregel handhaving recreatief gebruik recreatieverblijven in de gemeente Medemblik 2016)

Burgemeester en wethouders van de gemeente Medemblik;

overwegende dat

  • Wij verantwoordelijk zijn voor de handhaving van de bestemmingsplannen in de gemeente Medemblik;

  • Wij geconstateerd hebben dat op de recreatieparken in Medemblik recreatieverblijven in strijd met de bestemmingsplanvoorschriften gebruikt worden;

  • Wij de wens hebben om hiertegen onmiddellijk en daadkrachtig op te treden, overeenkomstig de beginselplicht tot handhaving;

  • Wij op grond van artikel 5.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot taak hebben zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de op grond van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wetten voor degene die het betrokken project uitvoert geldende voorschriften;

  • Wij op grond van artikel 125 van de Gemeentewet en hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht bevoegd zijn een last onder bestuursdwang of in plaats hiervan een last onder dwangsom op te leggen;

  • Wij het wenselijk achten om beleidsregels vast te stellen met betrekking tot de wijze waarop het opleggen van herstelsancties dient te gebeuren;

  • Wij op grond van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht verplicht zijn overeenkomstig deze beleidsregels te handelen, behalve indien de situatie voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die, wegens de bijzondere omstandigheden, onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.

besluiten vast te stellen:

BELEIDSREGEL HANDHAVING RECREATIEF GEBRUIK RECREATIEVERBLIJVEN IN DE GEMEENTE MEDEMBLIK2016

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Toepassingsbereik

Deze beleidsregels zijn van toepassing op de recreatieverblijven in de gemeente Medemblik die in gebruik zijn in strijd met de geldende bestemmingsplannen.

Artikel 2 Uitgangspunt
  • 1. Burgemeester en wethouders van Medemblik treden eenduidig, doortastend en consistent op tegen onrechtmatig gebruik van recreatieverblijven. Onder het ‘gebruik’ wordt zowel het gebruik van het recreatieverblijf door de eigenaar zelf, als het (doen) laten gebruiken verstaan. Hieronder is inbegrepen het gebruiken van het recreatieverblijf, terwijl men geen eigenaar is van het recreatieverblijf.

  • 2. Burgemeester en wethouders zullen in beginsel aan bewoners die voldoen aan de eisen zoals genoemd in artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder c juncto artikel 4, aanhef en onder 10, bijlage II, van het Besluit omgevingsrecht (Bor) een omgevingsvergunning verlenen voor het bewonen van een recreatiewoning in strijd met het bestemmingsplan. Op grond van artikel 2.25, derde lid, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in samenhang met artikel 5.18, vierde lid, van het Bor geldt een omgevingsvergunning voor het bewonen van een recreatiewoning slechts voor degene aan wie zij verleend is en voor de termijn gedurende welke degene aan wie de vergunning is verleend de desbetreffende recreatiewoning onafgebroken bewoont.

  • 3. Burgemeester en wethouders van Medemblik treden bij voorkeur op door middel van het opleggen van een last onder dwangsom, zoals bedoeld in artikel 5:32 Algemene wet bestuursrecht (Awb).

  • 4. In afwijking van het vorige lid treden burgemeester en wethouders op door middel van een last onder bestuursdwang indien de aanwezige spoed dit vereist of indien het opleggen van een last onder dwangsom om enigerlei reden niet mogelijk is dan wel op een eerder moment onvruchtbaar is gebleken als herstelsanctie.

PRIORITERING

Artikel 3 Prioritering

Gelet op de beperkte handhavingscapaciteit binnen de gemeente, zullen burgemeester en wethouders de volgende prioritering hanteren:

  • 1.

    De handhavingstrajecten op de recreatieparken en campings worden in de volgende volgorde en binnen de daarbij genoemde tijdspaden uitgevoerd:

    Prioriteit 1 – 2013/2015

    • a.

      Vakantiepark Het Grootslag

    • b.

      Recreatiepark De Groote Vliet

    • c.

      Camping Molenwurf

    • d.

      Recreatiepark Klein Giethoorn / de Brug.

    • e.

      Recreatiepark Zuiderzee

  • Prioriteit 2 – 2015/2017

    • f.

      Camping Hauwert

    • g.

      Bungalowpark De Kogge Oostwoud

    • h.

      Park gelegen bij bungelowpark De Kogge, aan Oosteinde 35, Oostwoud

    • i.

      Pension/camping Dijkzicht

  • Prioriteit 3 – 2017/2018

    • j.

      Camping Vislust

    • k.

      Wijngaard Saalhof

    • l.

      Bungalowpark De Maar

    • m.

      Bungalowpark De Vlietlanden

  • 2.

    Wanneer er handhavingverzoeken voor concrete situaties worden ingediend kunnen burgemeester en wethouders van de genoemde prioriteitstelling afwijken.

  • 3.

    Indien na de handhaving zoals genoemd in het eerste lid nog capaciteit overblijft, zullen burgemeester en wethouders zelf actief handhavingstrajecten inzetten.

  • 4.

    De handhaving genoemd in het eerste lid zal primair gericht zijn op recreatieverblijven waarover bij burgemeester en wethouders eerder melding is gedaan van onrechtmatig gebruik. Daarnaast zal het gericht zijn op de onrechtmatige (ver)huur / terbeschikkingstelling van recreatieverblijven aan (buitenlandse) werknemers. Bij voldoende capaciteit zal de handhaving zich vervolgens richten op permanente bewoning en ten slotte op overige vormen van onrechtmatig gebruik. Hierbij zal eerst onderzoek gedaan worden naar het gebruik van recreatieverblijven waarvan één eigenaar meerdere recreatieverblijven in eigendom heeft.

Artikel 3a

De verwachting is dat de regio’s binnen Noord-Holland Noord, gefaciliteerd door de provincie Noord-Holland, eind 2015 opdracht geven voor een Vitaliteitsonderzoek van alle recreatieparken binnen die regio’s. Deze opdracht zal in 2015/2016 verder worden vormgegeven en uitgevoerd.

Burgemeester en wethouders behouden zich het recht voor om geen uitvoering te geven aan het onderhavige beleid in afwachting van de resultaten van het vitaliteitsonderzoek.

Dit geld alleen voor de parken genoemd in prioriteit 2 en 3, g t/m m.

Reeds lopende handhavingzaken zullen worden doorgezet.

WERKWIJZE

Artikel 4 Vooraankondiging
  • 1. Indien een overtreding wordt geconstateerd door een toezichthouder, wordt een brief met het voornemen om een last onder dwangsom op te leggen of bestuursdwang toe te passen, verzonden.

  • 2. De belanghebbende wordt in de gelegenheid gesteld schriftelijk of mondeling zijn zienswijze te geven over het voornemen zoals genoemd in het vorige lid, een en ander overeenkomstig artikel 4:8 en 4:9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

  • 3. Zienswijze termijn op de vooraankondiging is 2 weken.

  • 4. Na de zienswijze termijn controleert de toezichthouder of de strijdige situatie is beëindigd.

Artikel 5 Oplegging dwangsom of bestuursdwang
  • 1. Oplegging van een last onder dwangsom of bestuursdwang wordt uitgevoerd overeenkomstig artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht door toezending of uitreiking van het besluit aan de belanghebbende(n).

  • 2. Voor de termijn waarbinnen de overtreding ongedaan moet worden gemaakt is onderscheid gemaakt tussen:

    • a.

      de overtreding “onrechtmatige verhuur / terbeschikkingstelling aan (buitenlandse) werknemers”;

    • b.

      de overtreding “permanente bewoning in een recreatieverblijf, waarbij het recreatieverblijf voldoet aan de voorschriften uit het bouwbesluit 2012 bestaande bouw”;

    • c.

      de overtreding “permanente bewoning in een recreatieverblijf, waarbij het recreatieverblijf niet voldoet aan de voorschriften uit het Bouwbesluit 2012 bestaande bouw, zoals stacaravans, woonunits en houten chalets”;

    • d.

      de overtreding “permanente bewoning in een recreatieverblijf niet zijnde een bouwwerk zoals motorvoertuigen, kampers, caravans of (trekkers)tenten”.

  • 3. Voor de huisvesting van (buitenlandse) werknemers geldt een begunstigingstermijn van vier weken.

  • 4. Voor permanente bewoning in een recreatieverblijf welke voldoet aan de voorschriften van bestaande bouw van het Bouwbesluit 2012 geldt een begunstigingstermijn van zes maanden tot maximaal twee jaar. De lengte van de begunstigingstermijn wordt daarbij gekoppeld aan de peildatum van inschrijving in de Basisregistratie personen (BRP). Deze inschrijving wordt aangemerkt als ‘start’ bewoning recreatieverblijf als hoofdverblijf. Hierbij worden de navolgende categorieën onderscheiden als in tabel 1 opgenomen:

    Categorieën

    Begunstigingstermijn

    Peildatum inschrijving

    1

    twee jaar

    Bewoning begonnen in de periode: 1 november 2003 tot en met 31 december 2009.

    2

    een jaar

    Bewoning begonnen in de periode: 1 januari 2010 tot en met 31 december 2010.

    3

    zes maanden

    Bewoning begonnen in de periode 1 januari 2011 tot heden.

    4

    zes maanden

    Geen inschrijving maar wel sprake van permanente bewoning (= resultaat onderzoek)

    Tabel 1: Categorieën begunstigingstermijnen

  • 5. Voor permanente bewoning in recreatieverblijf welke niet voldoet aan de voorschriften uit het Bouwbesluit 2012 bestaande bouw, geldt een begunstigingstermijn van zes maanden ongeacht de datum van inschrijving in de Basisregistratie personen (BRP).

  • 6. Voor permanente bewoning in een recreatieverblijf niet zijnde een bouwwerk geldt een begunstigingstermijn van zes weken ongeacht de datum van inschrijving in de Basisregistratie personen (BRP).

  • 7. Het algemene uitgangspunt is dat de dwangsom wordt vastgesteld op een bedrag ineens. Het gehele dwangsombedrag wordt verbeurd indien de last niet, niet tijdig of niet volledig is uitgevoerd na afloop van de gestelde begunstigingstermijn.

  • 8. De hoogte van de dwangsom voor de onrechtmatige verhuur / terbeschikkingstelling aan (buitenlandse) werknemers bedraagt € 5.000,-, ineens.

  • 9. De hoogte van de dwangsom voor permanente bewoning bedraagt € 10.000,- ineens.

  • 10. Er wordt afgezien van het opleggen van een dwangsom indien de door overtreder ingediende zienswijze hiertoe aanleiding geeft of er zich een andere situatie voordoet zoals bedoeld in artikel 8 (hardheidsclausule) van deze beleidsregel.

  • 11. Indien na verbeuring van de maximaal opgelegde dwangsom de overtreding niet is opgeheven zal een tweede Last onder dwangsom worden opgelegd waarbij de dwangsom wordt verdubbeld en of wordt een last onder bestuursdwang opgelegd. In die gevallen wordt geen vooraanschrijving meer verzonden en zal een maximale begunstigingstermijn van zes weken worden gehanteerd.

  • 12. Als de onrechtmatige bewoning in een bepaald recreatieverblijf is beëindigd en vervolgens wordt voortgezet in een ander recreatieverblijf (al dan niet eigendom van dezelfde eigenaar of gefaciliteerd door dezelfde organisatie of persoon), dan geldt een begunstigingstermijn van vier weken voor permanente bewoning en een begunstigingstermijn van twee weken voor huisvesting (buitenlandse) werknemers.

Artikel 6 Invordering van de dwangsom

De invordering van de dwangsom gebeurt conform artikel 5:37 van de Algemene wet bestuursrecht bij beschikking en binnen de termijn genoemd in artikel 5:35 Algemene wet bestuursrecht.

SLOTBEPALINGEN

Artikel 7 Hardheidsclausule

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in gevallen waarin de toepassing van deze beleidsregel naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt voor van de overtreder en/of de rechthebbenden op het gebruik van de zaak waarop de last betrekking heeft af te wijken van deze beleidsregel.

Artikel 8 Citeertitel en inwerkingtreding
  • 1. Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van bekendmaking op de in artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht voorgeschreven wijze.

  • 2. Dit besluit kan worden aangehaald als ‘Beleidsregel handhaving recreatief gebruik recreatieverblijven gemeente Medemblik 2016'.

Ondertekening

Vastgesteld in de vergadering van

De secretaris,

De burgemeester

TOELICHTING

In de beleidsregel zijn de volgende wijzigingen ingevoerd of verwijderd ten opzichte van de “beleidregel handhaving verbod onrechtmatige gebruik recreatiewoningen in de gemeente Medemblik” met nummer IV-14-03999.

Verwijderd:

Artikel 5 lid 1.

Indien bij hercontrole dezelfde overtreding wordt geconstateerd – ook indien deze in de tussengelegen periode tijdelijk ongedaan is gemaakt – wordt de overtreder een last onder dwangsom opgelegd dan wel wordt bestuursdwang toegepast.

Grondslag verwijderen:

Oplegging last onder dwangsom is gericht op het beëindigen en beëindigd houden van de overtreding. Daar waar een overtreding is beëindigd wordt evengoed besloten een last onder dwangsom op te leggen. Specifiek op het beëindigd houden van de overtreding. Op grond van

artikel 5.34 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan het college, op verzoek van de overtreder, de last opheffen indien de last onder dwangsom een jaar van kracht is geweest zonder dat de dwangsom is verbeurd.

Aangepast:

Artikel 5 lid 3

Voor de termijn waarbinnen ongedaan moet worden is onderscheid gemaakt tussen de overtreding “onrechtmatige verhuur aan (buitenlandse) werknemers” en “permanente bewoning”. De hersteltermijn van eerstgenoemde overtreding bedraagt vier weken. Voor permanente bewoning geldt een hersteltermijn van minimaal zes maanden tot maximaal twee jaar. In het beleid IV-14-03999 was deze begunstigingstermijn acht weken.

Grondslag verruiming:

Verruiming begunstigingstermijn huisvesting (buitenlandse) werknemers

  • 1.

    Artikel 5:32a Algemene wet bestuursrecht (Awb) waarin gesteld wordt dat een begunstigingstermijn gesteld moet worden welke de overtreder kan uitvoeren zonder dat een dwangsom wordt verbeurd;

  • 2.

    Uitspraak van de Raad van State (LJN B05696) waarin een termijn van vier weken als redelijk begunstigingstermijn wordt geacht om de huisvesting van buitenlandse werknemers te beëindigen.

Verruiming begunstigingstermijn permanente bewoning

  • 1.

    Artikel 5:32a Algemene wet bestuursrecht (Awb) waarin gesteld wordt dat een begunstigingstermijn gesteld moet worden welke de overtreder kan uitvoeren zonder dat een dwangsom wordt verbeurd;

  • 2.

    De ervaringen uit de praktijk met handhaving op recreatieparken;

  • 3.

    Het beleid van onze buurgemeenten Koggenland en Opmeer waarin zes maanden is gesteld om de permanente bewoning te beëindigen;

  • 4.

    Recente uitspraak van de rechtbank Alkmaar waarin de voorzieningenrechter van oordeel is dat een begunstigingstermijn van zes maanden niet onredelijk kort is (ALK 13/1306 en 13/1307);

  • 5.

    Uitspraak van de Raad van State waarin een begunstigingstermijn van twee jaar als redelijk termijn wordt gevonden; 6. Hanteren van drie categorieën permanente bewoning waarbij de begunstigingstermijn is gekoppeld aan de datum van inschrijving in de Basisregistratie personen (BRP).

Argumentatie categorieën 1, 2 en 3 permanente bewoning.

Categorie 1, Begunstigingstermijn van twee jaar.

In de periode 1 november 2003 tot 31 december 2009 waren de voormalige fusie gemeenten Medemblik, Andijk en Wervershoof niet actief bezig met handhaving. Handhavend optreden tegen onrechtmatige bewoning op recreatieparken had geen (hoge) prioriteit. Dit blijkt o.a. uit het niet doorzetten van de handhaving op recreatiepark de Brug in Opperdoes in 2007. Het negatieve gevolg is dat in de huidige situatie personen al jaren onrechtmatig permanent op een recreatiepark wonen. Gelet op dit gegeven houdt het college rekening. De lengte van de begunstigingstermijn wordt daarom gekoppeld aan de peildatum van inschrijving. Het college is van mening dat een termijn van twee jaar als redelijk termijn kan worden gezien voor personen die zich in de periode 1 november 2003 tot 31 december 2009 hebben ingeschreven in de gemeentelijke Basisregistratie personen (BRP.

Hierdoor wordt tevens invulling gegeven aan artikel 5:32a uit de Algemene wet bestuurrecht (Awb) en de uitspraak van de Raad van State waarin is bepaald dat een begunstigingstermijn van twee jaar van twee jaar redelijk is. (Uitspraak Raad van State, 11 november 2011, zaaknummer 201110622/3/H1)

Categorie 2, Begunstigingstermijn van een jaar

In de periode 1 januari 2010 en 31 december 2010 zijn de voormalig fusie gemeenten Medemblik, Andijk en Wervershoof gestart met de actieve handhaving op recreatieparken. Zo was de voormalig

gemeente Andijk gestart met vakantiepark het Grootslag, de voormalig gemeente Medemblik met het recreatiepark Zuiderzee en de voormalig gemeente Wervershoof met recreatiepark de Groote Vliet. Gelet op dit gegeven, en de verruiming van het beleid voor personen die vallen onder categorie 3, vindt het college een begunstigingstermijn van een jaar redelijk voor personen die zich hebben ingeschreven in de Basisregistratie personen (BRP) in de periode 1 januari 2010 tot en met 31 december 2010.

Categorie 3, Begunstigingstermijn van een half jaar

Vanaf 1 januari 2011 zijn de voormalig gemeenten Andijk, Wervershoof en Medemblik gefuseerd tot nieuw gemeente Medemblik. Vanaf deze peildatum heeft het college een consistent handhavingsbeleid. De begunstigingstermijn van een half jaar voor personen die zich hebben ingeschreven in de Basisregistratie personen (BRP) vanaf 1 januari 2011 is redelijk. Hierbij sluit het college aan bij de uitspraak van de rechtbank Alkmaar waarin een begunstigingstermijn van zes maanden als niet onredelijk kort is. Daarnaast sluit de begunstigingstermijn van zes maanden ook aan bij het beleid van de regio gemeenten Koggenland en Opmeer.

Toevoeging

Het woord ‘terbeschikkingstelling’ is toegevoegd aan artikel 3 lid 4 en artikel 5 lid 2 en 6.

Met deze toevoeging wordt aangesloten bij de huidige praktijk situatie. Het komt namelijk frequent voor dat een werkgever of een uitzendorganisatie het recreatieverblijf ter beschikking stelt aan (buitenlandse) werknemers zonder dat sprake is van een huurovereenkomst tussen beide.

Uitwijken naar ander recreatieverblijf

Als de onrechtmatige bewoning wordt beëindigd en in een ander recreatieverblijf, tevens in eigendom van de dezelfde eigenaar, wordt voorgezet dan geldt een begunstigingstermijn van vier weken voor permanente bewoning en twee weken voor huisvesting van (buitenlandse) werknemers.

Toevoeging artikel 3a

Binnen de regio Noord-Holland Noord is men bezig met het inventariseren van alle recreatieparken. Hierbij wordt onderzoek gedaan naar de vitaliteit (levensvatbaarheid) van de recreatieparken en overige recreatieonderkomens zoals hotels en B&B’s. Dit onderzoek wordt gefaciliteerd door de provincie Noord-Holland. De verwachting is dat eind 2015 opdracht zal worden gegeven voor dit onderzoek. Deze opdracht zal dan in 2015 of 2016 verder worden vormgegeven en uitgevoerd.

Omdat uit dit onderzoek kan blijken dat recreatieparken binnen de gemeente Medemblik niet voldoen aan het vitaliteitsonderzoek. Kunnen burgemeester en wethouders besluiten niet handhavend op te treden tegen de parken genoemd in prioriteit 2 en 3, g t/m m.

Het nog niet handhavend optreden tegen permanente bewoning om de recreatieparken genoemd in prioriteit 2 en 3, g t/m m. Wil niet zeggen dat burgemeester en wethouders de permanente bewoning gedoogd. Indien een verzoek tot handhaving wordt ingediend zullen burgemeester en wethouder op dit verzoek moeten beslissen.

Toevoeging artikel 5

lid 2

Burgemeester en wethouders stellen hoge eisen aan de leefkwaliteit van haar inwoners. Verblijven waarin gewoond mag worden dienen te voldoen aan het Bouwbesluit 2012. Op grond van artikel 4, onderdeel 10 van bijlage 2 Besluit Omgevingsrecht, dient een recreatiewoning te voldoen aan het Bouwbesluit 2012 om aanspraak te maken op een persoonsgebonden gedoogbeschikking. Er is onderscheid gemaakt in recreatieverblijven welke voldoen aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012 bestaande bouw, welke niet voldoen aan het Bouwbesluit 2012 bestaande bouw en recreatieverblijven geen gebouw zijnde.

Burgemeester en wethouders zijn van mening dat wanneer bewoners niet in aanmerking komen voor een gedoogbeschikking, het recreatieverblijf moet voldoen aan de eisen gesteld in het Bouwbesluit 2012 onderdeel bestaande bouw om aanspraak te mogen maken aan de begunstigingstermijnen gesteld in tabel 1.

Lid 4

Dit artikel met bijbehorende tabel is uitsluitend bedoeld voor permanente bewoning van een recreatieverblijf welke voldoet aan het Bouwbesluit 2012 onderdeel bestaande bouw.

Lid 5

Wanneer een recreatieverblijf niet voldoet aan de eisen gesteld in het Bouwbesluit 2012 bestaande bouw, geldt een begunstigingstermijn van zes maanden. Burgemeester en wethouders zijn van mening dat wanneer een recreatieverblijf niet voldoet aan het Bouwbesluit 2012 onderdeel bestaande bouw, men geen aanspraak maakt op de termijnen genoemd in tabel 1.

Lid 6

Betreft permanente bewoning van recreatieverblijven niet zijnde een bouwwerk. Hierbij bedoelen burgemeester en wethouders recreatieverblijven zoals (trekkers)tenten, tour- en stacaravans, kampers of andere motorvoertuigen. Omdat dergelijk verblijven vaak niet zijn voorzien van deugdelijke verwarming, ventilatie, waterdichtheid of niet voldoen aan de brandveiligheidseisen. Kiezen burgemeester en wethouders voor een zeer korte begunstigingstermijn van zes weken.

Lid 11

Toevoeging dat bij een tweede last onder dwangsom geen vooraanschrijving wordt verzonden. Daarnaast toegevoegd dat bij een tweede last onder dwangsom of last onder bestuursdwang een maximale begunstigingstermijn van maximaal zes weken zal gelden.

Lid 12

Uit de praktijk blijkt dat bij huisvesting van (buitenlandse) werknemers in recreatieverblijven deze na het opleggen van een last onder dwangsom worden verplaatst naar andere recreatieverblijven al dan niet op hetzelfde recreatiepark. Vaak zijn deze recreatieverblijven al dan niet in eigendom van dezelfde eigenaar of organisatie. Wanneer dit door de toezichthouder wordt geconstateerd geldt dan een maximale begunstigingstermijn van twee weken voor de huisvesting van (buitenlandse) werknemers en vier weken voor permanente bewoning ongeacht of het recreatieverblijf voldoet aan het Bouwbesluit 2012 onderdeel bestaande bouw.