Nadere regel Ontwikkelsubsidie Cultuur gemeente Utrecht

Geldend van 13-04-2021 t/m 31-12-2021

Intitulé

Nadere regel Ontwikkelsubsidie Cultuur gemeente Utrecht

Burgemeester en wethouders van Utrecht;

- gelet op artikel 156 lid 3 Gemeentewet juncto artikel 3 lid 2 van de Algemene Subsidieverordening (ASV) Gemeente Utrecht;

en gelet op de door de raad vastgestelde nota Kunst kleurt Stad, Cultuurnota 2021-2024 en Cultuurvisie 2030;

Overwegende dat het culturele klimaat in Utrecht gebaat is bij dynamiek en vernieuwing, dat innovatie dient te worden gestimuleerd, en dat de Nadere regel Ontwikkelsubsidie Cultuur is bedoeld om artistieke en organisatorische ontwikkeling bij culturele makers en culturele organisaties te stimuleren door samenwerking te bevorderen;

Besluiten vast te stellen de nadere regel Ontwikkelsubsidie Cultuur gemeente Utrecht

Artikel 1 Definities

In deze nadere regel wordt verstaan onder:

  • a.

    culturele organisatie: een stichting, vereniging of onderneming gevestigd in Utrecht, die minimaal twee medewerkers in loondienst heeft of met twee zelfstandig gevestigde, bij de Kamer van Koophandel ingeschreven medewerkers samenwerkt op basis van een overeenkomst van opdracht. De organisatie is werkzaam op het gebied van beeldende kunst, muziek, theater, mode, letteren, film, dans, design, digitale cultuur (waaronder games en internetkunst), strip en urban culture, of een mix hiervan;

  • b.

    maker: individuele, talentvolle cultuurbeoefenaar of creatief producent woonachtig in Utrecht en/of zijn/haar praktijk hebbend in Utrecht, werkzaam in één van de volgende culturele velden: beeldende kunst, muziek, theater, mode, letteren, film, dans, design, digitale cultuur (waaronder games en internetkunst), strip en urban culture, of een mix hiervan, met of zonder vooropleiding.

Artikel 2 Doel

De gemeente Utrecht ondersteunt het culturele leven in de stad. De Cultuurvisie 2030 ‘Kunst kleurt de stad’ en daarop volgende nota’s vormen hierbij het inhoudelijke beleidskader. Een subsidieaanvraag dient een bijdrage te leveren aan de ambities en doelstellingen die in deze cultuurvisie zijn verwoord.

Als onderdeel van een herstelplan voor de culturele sector na de coronacrisis draagt deze tijdelijke regeling van gemeente Utrecht bij aan ontwikkelruimte, de vierde pijler van “Kunst kleurt de stad”. De gemeente investeert zowel in de artistieke als zakelijk-organisatorische ontwikkeling en verdieping van makers en culturele organisaties en biedt hen ruimte voor experiment, verdieping en professionalisering.

Artikel 3 Eisen aan de aanvrager subsidie

De subsidie kan worden aangevraagd door zowel rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid als door natuurlijke personen met een inschrijving bij de Kamer van Koophandel.

De aanvrager mag geen meerjarige subsidie in het kader van de Cultuurnota 2021-2024 of de tweejarige regeling 2021-2022 ontvangen.

Artikel 4 Vaststelling subsidieplafond

Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks het subsidieplafond vast door middel van de subsidiestaat. Het budget voor 2021 is €500.000,-

Bij eventuele onderbesteding worden de beschikbare middelen ingezet voor het herstel van de cultuursector in de tweede helft van 2021.

Burgemeester en wethouders kunnen de hoogte van het subsidieplafond bij afzonderlijk besluit wijzigen.

Artikel 5 Subsidiabele activiteiten

In het kader van Ontwikkelsubsidie Cultuur subsidiëren burgemeester en wethouders activiteiten zoals:

  • a.

    Experimenten met nieuwe kunst-/werkvormen of nieuwe technieken;

  • b.

    Het volgen van masterclasses; dramaturgische/artistieke begeleiding / residenties;

  • c.

    Research in de aanloopfase naar een nieuw project of een culturele activiteit;

  • d.

    Opzetten van en investeren in artistieke samenwerkingen (zowel op lokaal/nationaal niveau, als internationaal);

  • e.

    Experimenten met nieuwe verdienmodellen;

  • f.

    Investeringen in fondsenwerving en/of nieuwe partnerschappen;

  • g.

    Investeringen in het blijvend versterken van de zakelijke kwaliteit, digitalisering, duurzaamheid, fair practise, diversiteit en inclusie;

  • h.

    Inkopen van trainingen, coaching en of advisering, bijvoorbeeld op het vlak van marketing, pr, fondsenwerving of het schrijven van projectplannen;

  • i.

    Investeringen ten behoeve van verdieping van de artistieke signatuur van de organisatie.

Artikel 6 Niet-subsidiabele activiteiten

Niet subsidiabel zijn:

  • Kosten voor de huur van werkruimte die niet samenhangt met de activiteiten in de aanvraag;

  • Activiteiten die plaatsvinden of zijn gestart voordat de subsidie-uitslag bekend is gemaakt;

  • Aanvragen die zijn gedaan door een maker of organisatie die niet gevestigd is of geen werkpraktijk heeft in Utrecht;

  • Aanvragen die voornamelijk of alleen gericht zijn op het realiseren van een artistiek product, zoals een toneelstuk of expositie.

Artikel 7 Eisen aan de subsidieaanvraag

Een subsidieaanvraag wordt alleen in behandeling genomen als deze:

  • Voldoet aan de eisen en voorwaarden van de geldende ASV;

  • Is ingediend door middel van een volledig en naar waarheid ingevuld en ondertekend digitaal aanvraagformulier via www.utrecht.nl/subsidie;

  • Een ontwikkelplan inclusief sluitende begroting bevat, waarbij het traject en de begroting op zichzelf staan, en dus niet onderdeel uitmaken van een groter traject waarbij andere fondsen zijn betrokken;

  • Het ontwikkelplan mag maximaal 3 A4 beslaan, de sluitende begroting inclusief toelichting mag maximaal 2 A4 beslaan.

Het ontwikkelplan bestaat uit:

  • a.

    Een titel en een planning (inclusief begin- en einddatum);

  • b.

    Een beschrijving van de ontwikkeldoelen/leerdoelen van de aanvrager;

  • c.

    Een korte omschrijving van waar de samenwerking tussen de aanvrager en de organisatie waarmee wordt samengewerkt uit bestaat en heldere informatie over het verwachte effect van de samenwerking op de praktijk van de aanvrager;

  • d.

    Informatie over de praktische uitvoerbaarheid van het ontwikkeltraject.

Het ontwikkelplan wordt mede ondertekend door de organisatie waarmee wordt samengewerkt. Dat kan een Utrechtse organisatie zijn die deel uitmaakt van de Cultuurnota 2021-2024 of van de tweejarige regeling 2021-2022, maar (indien gemotiveerd) zijn ook andere Utrechtse, landelijke of internationale partnerinstellingen toegestaan.

In het geval er een materiële investering nodig is wordt tevens aangegeven:

  • a.

    Waarom deze materiele investering onontbeerlijk en dus noodzakelijk is voor het ontwikkeltraject.

Als bijlage wordt meegestuurd:

  • a.

    Een CV als de aanvraag wordt gedaan door een individuele maker;

  • b.

    Een omschrijving waaruit blijkt dat uw organisatie voldoet aan de definitie van een culturele instelling in het geval de aanvraag wordt gedaan door een culturele organisatie.

De activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd moeten starten in 2021 en mogen doorlopen in 2022.

Per aanvrager wordt maximaal 1 keer subsidie verstrekt uit deze regeling.

Organisaties waarmee wordt samengewerkt, mogen maximaal 3 keer als samenwerkingsorganisatie optreden binnen deze regeling.

Artikel 8 Indieningstermijn subsidieaanvraag

Er wordt bij de Nadere regel Ontwikkelsubsidie Cultuur gewerkt met meerdere tranches.

De aanvragen moeten voor 1 juni 2021, voor 1 september 2021, of voor 1 november 2021 worden ingediend bij burgemeester en wethouders.

Indien het subsidieplafond voortijdig bereikt is worden geplande tranches geannuleerd.

Artikel 9 Maximaal subsidiebedrag per aanvraag/aanvrager

De aan te vragen subsidie voor makers bedraagt minimaal € 2.000 en maximaal € 7.500.

De aan te vragen subsidie voor organisaties bedraagt minimaal € 2.000 en maximaal € 10.000.

Een vergoeding van de eigen uren van de aanvrager mag maximaal 50% van de aangevraagde subsidie bedragen.

Materiële investeringen zoals investeringen in boekhoudprogramma’s, camera’s, laptops of bureau-inventaris zijn enkel toegestaan voor zover de aanschaf noodzakelijk en onontbeerlijk is voor het gewenste ontwikkeltraject. Dergelijke investeringen mogen maximaal 20% van de begroting bedragen.

Artikel 10 Beoordeling subsidieaanvraag

De aanvragen die tijdig en volledig zijn ontvangen en voldoen aan de doelstelling van deze regeling worden individueel op basis van de volgende criteria beoordeeld:

In het geval van artistieke ontwikkeling:

  • De motivering van de aanvrager om zich artistiek te ontwikkelen en bepaalde leerdoelen te behalen;

  • De motivatie van de keuze voor de organisatie waarmee wordt samengewerkt en heldere informatie over het verwachte effect van de samenwerking op de praktijk van de aanvrager;

  • In het geval van zakelijke ontwikkeling

  • De motivering van de aanvrager om zich te professionaliseren;

  • Een haalbaar en realistisch plan van aanpak met bijbehorende begroting om de professionalisering op zakelijk-organisatorisch gebied te bewerkstelligen;

  • De motivatie van de keuze voor de organisatie waarmee wordt samengewerkt en heldere informatie over het verwachte effect van de samenwerking op de praktijk van de aanvrager.

Artikel 11 Besluitvorming

Bij de besluitvorming wordt de volgende procedure gehanteerd:

  • De aanvrager krijgt een schriftelijke bevestiging van de ontvangst van de subsidieaanvraag;

  • Alle aanvragen worden getoetst aan de formele vereisten zoals deze zijn opgenomen in de ASV en in deze nadere regel;

  • De ontvankelijke aanvragen worden op basis van de in artikel 10 benoemde criteria beoordeeld; op basis van deze beoordeling besluiten burgemeester en wethouders binnen 13 weken over de aanvraag, met als streven om binnen 6 weken na indiening een besluit te nemen;

  • Een mondelinge toelichting kan deel uit maken van de subsidieaanvraag. De organisatie waarmee wordt samengewerkt wordt in dat geval ook uitgenodigd;

  • Voor aanvragen die zijn afgewezen, kan éénmaal een herziene aanvraag worden ingediend in een volgende tranche.

Artikel 12 Verantwoording

De subsidie is direct vastgesteld en dat betekent dat de aanvrager achteraf geen verantwoording hoeft af te leggen over de kosten en de uitgevoerde activiteiten. Wel hangen aan de subsidie bepaalde verplichtingen. Het college voert steekproefsgewijs controles uit om na te gaan of deze verplichtingen zijn nagekomen en of de activiteiten daadwerkelijk zijn uitgevoerd. De aanvrager is verplicht om aan deze steekproef mee te werken. Het niet meewerken aan de steekproef kan consequenties hebben voor de hoogte van het subsidiebedrag. De steekproef is in principe een administratieve controle. Hiervoor dient de aanvrager zijn of haar administratie minimaal 6 maanden na afloop van de activiteiten te bewaren.

Artikel 13 Evaluatie

Het beleid in welk kader de subsidie Ontwikkelsubsidie Cultuur wordt ingezet, wordt periodiek geëvalueerd. De evaluatie kan leiden tot aanpassing van de subsidieregeling en deze nadere regel.

Artikel 14 Inwerkingtreding

Deze nadere regel treedt in werking op de dag van bekendmaking. De regeling vervalt per 31 december 2021, met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft op subsidiebesluiten die onder de werking van deze regeling zijn genomen.

Artikel 15 Citeertitel

Er kan naar deze nadere regel worden verwezen als Nadere regel ontwikkelsubsidie cultuur gemeente Utrecht.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van gemeente Utrecht, in de vergadering van 6 april 2021.

De burgemeester,

Sharon A.M. Dijksma

De secretaris

Gabrielle G.H.M. Haanen