Beleidsregels Regeling Tegemoetkoming kosten openbaar vervoer voor mantelzorgers gemeente Amsterdam

Geldend van 31-03-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026

Intitulé

Beleidsregels Regeling Tegemoetkoming kosten openbaar vervoer voor mantelzorgers gemeente Amsterdam

Artikel 1: Begripsomschrijving

  • 1. In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

    • a)

      aanvrager: de alleenstaande, de alleenstaande (ouder) of het gezin;

    • b)

      AOW: Algemene ouderdomswet;

    • c)

      college: het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Amsterdam;

    • d)

      fiscaal inkomen: het brutoloon met daarbij gerekend belaste vergoedingen;

    • e)

      WML: bruto wettelijk minimumjaarloon berekend met het wettelijk minimumloon per uur bij een 36-urige werkweek, inclusief 8% vakantiegeld, zoals vastgesteld door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op 1 juli in het Refertejaar;

    • f)

      mantelzorg: zorg en ondersteuning gegeven aan een naaste (partner, ouder, kind, vriend,buur, kennis) die chronisch ziek is en/of een beperking heeft. De zorg en ondersteuning islangdurig, intensief en onbetaald en wordt gegeven vanuit een persoonlijke band tussenmantelzorger en verzorgde;

    • g)

      mantelzorger: de persoon die mantelzorg verleent;

    • h)

      oudere: degene, die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt;

    • i)

      peildatum: 31 december van het jaar dat voorafgaat aan het jaar van aanvraag;

    • j)

      pensioengerechtigde leeftijd: leeftijd, waarop recht op ouderdomspensioen ontstaat zoalsbedoeld in artikel 1 onder i Algemene Ouderdomswet (AOW);

    • k)

      refertejaar: het laatste volledige kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar van aanvraag;

    • l)

      verzorgde: de persoon die mantelzorg ontvangt;

    • m)

      vrijwilliger: de persoon die werk verricht in enig georganiseerd verband, onverplicht enonbetaald ten behoeve van anderen of de samenleving;

    • n)

      woonadres: het adres in de gemeente Amsterdam waar de aanvrager of de verzorgde opde datum van aanvraag staat ingeschreven in de Basis Registratie Personen (BRP).

  • 2. De overige begrippen in deze beleidsregels worden gebruikt in dezelfde betekenis als in deParticipatiewet.

Artikel 2: Toekenning

Het college kent een tegemoetkoming in de kosten van openbaar vervoer toe aan mantelzorgers indien zij voldoen aan de voorwaarden genoemd in deze beleidsregels.

Artikel 3: Omschrijving tegemoetkoming in de kosten van openbaar vervoer

De tegemoetkoming in de kosten van openbaar vervoer houdt in:

  • -

    een periodiek te laden saldo op een OV-chipkaart;

  • -

    de hoogte van het saldo wordt in uitvoeringsbeleid vastgelegd.

Artikel 4: Voorwaarden voor verstrekking

Om in aanmerking te komen dient de aanvrager:

  • a)

    op de datum van de aanvraag ingeschreven te zijn in de Basisregistratie Personen van de gemeenteAmsterdam;

  • b)

    op de datum van de aanvraag te beschikken over een Burgerservicenummer;

  • c)

    op de Peildatum niet over een vermogen te hebben beschikt dat hoger was dan het op de peildatum geldende bedrag ingevolge artikel 34 lid 3 Participatiewet, of op de datum van aanvraag in geval van een minnelijke schuldregeling, een opgelegde schuldregeling op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen, een schuldregeling van een door de gemeente aangewezen of gemandateerde instantie of een inkomen dat heeft geleid tot de verstrekking van voedselpakketten door Voedselbank Amsterdam of Voedselbank Gooi en Omstreken op basis van de daarvoor geldende toekenningscriteria van Voedselbank Nederland;

  • d)

    over het Refertejaar over een minimuminkomen te beschikken, zoals bedoeld in artikel 5.

  • e)

    mantelzorger te zijn conform de aangegeven definitie van mantelzorg in artikel 1.g;

  • f)

    op de datum van aanvraag 18 jaar of ouder te zijn, doch de pensioengerechtigde leeftijd nog niette hebben bereikt;

  • g)

    te beschikken over een persoonlijke OV-chipkaart;

  • h)

    een afstand te moeten overbruggen van tenminste 3 kilometer tussen het woonadres van de aanvrager het adres van de verzorgde.

Artikel 5: Inkomensbepalingen

  • 5.1 Voor het bepalen van de hoogte van het inkomen worden op de Peildatum de volgende doelgroepen onderscheiden:

    • a)

      de alleenstaande;

    • b)

      de alleenstaande (pleeg)ouder met een kind jonger dan 18 jaar;

    • c)

      de gehuwden of daaraan gelijkgestelden (met kinderen).

  • 2. Onder een minimuminkomen wordt verstaan:

    • a)

      voor gehuwden of daaraan gelijkgestelden (met kinderen): een fiscaal gezinsinkomen, dat minder dan, of gelijk is aan, 130% van het WML;

    • b)

      voor alleenstaande (pleeg)ouders: een fiscaal inkomen, dat minder dan, of gelijk is aan, 90 % van het fiscaal gezinsinkomen bedoeld onder a;

    • c)

      voor alleenstaanden: een fiscaal inkomen, dat minder dan, of gelijk is aan 73,35 % van het fiscaal gezinsinkomen bedoeld onder a;

  • 5.3 In afwijking van lid 2, wordt onder minimuminkomen verstaan:

    Een fiscaal inkomen dat hoger is dan het minimuminkomen, bedoeld in het tweede lid, maar waarvan dat meerdere is aangewend ter aflossing van een schuldenlast in het kader van een minnelijke schuldregeling bij de Kredietbank Amsterdam, een opgelegde schuldregeling op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen of een schuldregeling bij een door de gemeente aangewezen of gemandateerde instantie, of een inkomen op grond waarvan op basis van de daarvoor geldende toekenningscriteria van Voedselbank Nederland voedselpakketten worden verstrekt door Voedselbank Amsterdam of Voedselbank Gooi en Omstreken aan het betreffende huishouden.

  • 5.4 Indien door wijziging in de gezinssituatie van de aanvrager in de loop van het refertejaar twee of meer minimuminkomensniveaus van toepassing zijn, stelt het college naar evenredigheid een individueel minimuminkomensniveau vast.

  • 5.5 Indien over een refertejaar of een deel daarvan, een inkomenstoets in het kader van een gemeentelijke regeling heeft plaatsgevonden en daarbij is vastgesteld dat het inkomen niet hoger is dan het relevante minimuminkomen, kan het college besluiten dat het inkomen over (dat deel van) de referteperiode niet opnieuw wordt getoetst.

  • 5.6 Het inkomensniveau in het jaar voorafgaand aan het refertejaar is van toepassing indien de gegevens over het refertejaar redelijkerwijs niet beschikbaar zijn. Hetzelfde geldt voor het vermogensniveau op de peildatum.

Artikel 6: Uitsluitingsbepalingen

  • 6.1 Geen tegemoetkoming in de kosten van openbaar vervoer wordt verstrekt ten behoeve vanvrijwilligers.

  • 6.2 Geen tegemoetkoming wordt verstrekt aan een mantelzorger als al 3 mantelzorgers voor dezelfdeverzorgde een tegemoetkoming ontvangen.

  • 6.3 Geen tegemoetkoming wordt verstrekt aan een mantelzorger die reeds een tegemoetkomingontvangt voor een andere verzorgde.

  • 6.4 Geen recht op compensatie bestaat in geval van diefstal of verlies van de persoonlijke OV-chipkaartof in het geval van saldo lading op een verlopen of geblokkeerde kaart.

  • 6.5 Geen tegemoetkoming wordt verstrekt voor de periode vóór de datum van aanvraag.

Artikel 7: Aanvraagperiode en aanvraagprocedure

  • 7.1 De aanvraag van een vergoeding wordt uitsluitend in de aanvraagperiode gedaan door indiening van een door het college voorgeschreven formulier. Het formulier wordt ambtshalve of op aanvraag toegestuurd of kan worden gedownload van de website van de gemeente Amsterdam. Tevens kan een aanvraag digitaal worden ingediend. Voor aanvragers met een inkomen op grond waarvan op basis van de daarvoor geldende toekenningscriteria van Voedselbank Nederland voedselpakketten worden verstrekt door Voedselbank Amsterdam of Voedselbank Gooi en Omstreken bestaat een speciaal aanvraagformulier.

  • 7.2 Indien het voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is, is het college bevoegdde mantelzorger om aanvullende informatie te verzoeken. De mantelzorger is desgevraagd verplichtde gevraagde informatie te verstrekken.

Artikel 8: Inlichtingenplicht

  • 8.1 De mantelzorger stelt het college onmiddellijk van alle feiten en omstandigheden op de hoogtewaarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij aanleiding kunnen zijn voor de wijzigingvan de toekenning.

  • 8.2 De inlichtingenverplichting in het eerste lid geldt niet indien die feiten en omstandigheden doorhet college zelf kunnen worden vastgesteld.

Artikel 9: Intrekking en terugvordering

  • 9.1 Het college kan een besluit, genomen op grond van deze beleidsregel, geheel of gedeeltelijkintrekken indien de mantelzorger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt, terwijl demantelzorger wist, of redelijkerwijs had kunnen weten dat deze onvolledig of onjuist waren entot een ander besluit zouden hebben geleid.

  • 9.2 Indien een besluit is ingetrokken kan op basis daarvan een reeds uitbetaalde vergoeding wordenteruggevorderd;

  • 9.3 Indien een vergoeding abusievelijk ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan de mantelzorgeris uitbetaald, kan dit worden teruggevorderd.

Artikel 10: Hardheidsclausule

In bijzondere omstandigheden kan worden afgeweken van de bepalingen in deze beleidsregels, als toepassing daarvan onredelijke gevolgen heeft gezien de doelstelling van de regeling.

Artikel 11: Inwerkingtreding

De beleidsregels treden in werking op de dag na publicatie in het Gemeenteblad.

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als Regeling tegemoetkoming kosten openbaar vervoer voor mantelzorgers.

Ondertekening

Burgemeester en wethouders voornoemd,

Femke Halsema,

burgemeester

Peter Teesink,

gemeentesecretaris

Toelichting op de Beleidsregels Regeling tegemoetkoming kosten openbaar vervoer voor mantelzorgers

Algemeen:

Mantelzorgers in Amsterdam, die 3 kilometer of meer moeten reizen van hun Woonadres naar het adres van de Verzorgde, een inkomen tot 130% van het sociaal minimum hebben en vermogen dat de grens genoemd in de Participatiewet niet overschrijdt, kunnen gebruik maken van de Regeling tegemoetkoming kosten openbaar vervoer voor Mantelzorgers. Deze tegemoetkoming draagt bij aan verlaging van de reiskosten die Mantelzorgers maken. Met de voorgelegde beleidsregels is de regeling nader uitgewerkt en zijn begrippen verduidelijkt.

Artikel 4:

  • 4.f

    Pensioengerechtigden worden van de regeling uitgesloten, aangezien deze groep reeds gebruik kan maken van de regeling gratis OV, zoals uitgevoerd door GVB het gratis abonnement openbaar stadsvervoer voor ouderen. Met dit abonnement kunnen ouderen gedurende de gehele dag en op alle lijnen van GVB gratis met bus, tram en metro reizen en met Connexxion en EBS binnen de “stadsgrenzen” van Amsterdam. Zij zijn op deze wijze voldoende gecompenseerd in te maken reiskosten in verband met het verlenen van Mantelzorg.

  • 4.g

    De aanvrager dient te beschikken over een persoonlijke OV-chipkaart. Deze moet voor eigen rekening worden aangeschaft en de aanvrager dient het nummer van de kaart door te geven aan de gemeente.

Artikel 5:

De berekening van het minimuminkomen, dat geldt voor gehuwden of daaraan gelijkgestelden, is de uitgangsnorm. Het minimuminkomen dat geldt voor alleenstaande ouders en alleenstaanden wordt hiervan afgeleid. De berekende bedragen worden afgerond.

Eerder gold een andere systematiek om jaarlijks de toepasselijke normbedragen te bepalen, namelijk op basis van de brutobedragen voor een IOAW-uitkering. Vanaf de overgang naar de huidige systematiek die gebaseerd is op het wettelijk minimumloon, zijn de genoemde percentages gehanteerd zodat van jaar tot jaar sprake was van een doorlopende ontwikkeling van de het toepasselijk minimuminkomen.

Artikel 6:

  • 6.1

    Vrijwilligers worden van de regeling uitgesloten. De gangbare definitie van vrijwilligerswerk is “werk dat in enig georganiseerd verband, onverplicht en onbetaald wordt verricht ten behoeve van anderen of de samenleving”. Mantelzorg valt buiten de definitie van vrijwilligerswerk. Het vindt plaats in een informele setting, dat wil zeggen in familieverband, vrienden- of kennissenkring. In die zin ontbreekt het georganiseerd verband. Het onverplichte karakter is in de beleving van mantelzorgers vaak evenmin aanwezig, de verplichting wordt op z'n minst sterk gevoeld vanuit morele overwegingen(bron site VNG).

  • 6.2

    en 6.3. Er wordt per verzorgde maximaal aan 3 mantelzorgers een tegemoetkoming verstrekt. Mantelzorg gaat om intensieve zorg, vandaar dat een restrictie aan het aantal mantelzorgers per verzorgde is gesteld. Om dezelfde reden is opgenomen dat een mantelzorger slechts voor één verzorgde de tegemoetkoming kan aanvragen.

  • 6.4.

    Het is de eigen verantwoordelijkheid van een mantelzorger om te zorgen dat de gemeente beschikt over het juiste OV-chipkaartnummer dan wel om het saldo van een oude kaart over te laten zetten op een nieuwe kaart.

  • 6.5

    Er bestaat geen recht op toekenning met terugwerkende kracht