Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam houdende regels omtrent het verstrekken van leningen voor verbetering op het gebied van energiebesparing en het aardgasvrij maken van gebouwen (Nadere regels energietransitieleningen voor kleine bedrijven en organisaties gemeente Rotterdam 2020)

Geldend van 09-07-2021 t/m 16-03-2022

Intitulé

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam houdende regels omtrent het verstrekken van leningen voor verbetering op het gebied van energiebesparing en het aardgasvrij maken van gebouwen (Nadere regels energietransitieleningen voor kleine bedrijven en organisaties gemeente Rotterdam 2020)

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,

gelezen het voorstel van de wethouder Duurzaamheid, Luchtkwaliteit en Energietransitie van 8 december 2020, kenmerk BS20/01507, 20bb016659;

gelet op de artikelen 3, derde lid, 4, 5, 12a, tweede lid, 14 en 17 van de Subsidieverordening Rotterdam 2014;

overwegende dat:

  • -

    het doel van deze regeling is het verduurzamen, energiezuiniger maken en verbeteren van gebouwen van MKB’ers, maatschappelijke organisaties en VvE’s in de gemeente Rotterdam door middel van aantrekkelijke, laag renderende leningen;

  • -

    het ter uitvoering van de Subsidieverordening Rotterdam 2014 gewenst is nadere regels te stellen inzake het verstrekken van leningen voor verbetering op het gebied van energiebesparing en aardgasvrij maken van gebouwen, te verlenen via de Stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn);

besluit:

Artikel 1 Begrippen

In deze nadere regels wordt verstaan onder:

  • -

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam;

  • -

    energietransitielening: een Stimuleringslening van SVn die zakelijk wordt verstrekt, op basis van annuïteit, een looptijd heeft van maximaal 30 jaar en waarbij het rentepercentage en de aktesoort of zekerheid worden vastgesteld op het moment van toewijzing;

  • -

    MKB-ondernemer: een MKB-ondernemer die een onderneming drijft in een pand dat gevestigd is in de gemeente Rotterdam, kleinverbruiker is en staat ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel;

  • -

    Scholen Energiebespaarlening: een lening, gericht op energiebesparende of duurzame energieopwekkende maatregelen die verstrekt wordt uit het Warmtefonds en gericht is op scholen of onderwijsinstellingen;

  • -

    school of onderwijsinstelling: een schoolbestuur of onderwijsinstelling die een gebouw, ten behoeve van het geven van onderwijs, beheert en onderhoudt in de gemeente Rotterdam;

  • -

    SVn: Stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten;

  • -

    verenigingen of stichtingen: een vereniging of stichting die een gebouw beheert in de gemeente Rotterdam;

  • -

    vereniging van eigenaren: een vereniging van eigenaren van een woongebouw als bedoeld in titel 9 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, waarvan de meerderheid van de woningen door eigenaar-bewoners wordt bewoond met minimaal twee leden;

  • -

    VvE Energiebespaarlening; een lening gericht op energiebesparende of duurzame energieopwekkende maatregelen die verstrekt wordt uit het Warmtefonds en gericht is op Verenigingen van Eigenaren.

Artikel 2 Reikwijdte van de regeling

Deze nadere regels zijn uitsluitend van toepassing op verstrekking van leningen door het college voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten.

Artikel 3 Activiteiten

  • 1. Een energietransitielening wordt uitsluitend verstrekt voor de kosten voor het uitvoeren van:

    • a.

      energiebesparende activiteiten; en

    • b.

      gebouwverbeterende activiteiten.

  • 2. Deze activiteiten zijn nader gespecificeerd per subdoelgroep in bijlagen 1 en 2 van deze nadere regels.

  • 3. De activiteiten zijn gericht op het verduurzamen, energiezuiniger maken en verbeteren van gebouwen van de aanvrager in de gemeente Rotterdam.

  • 4. In afwijking van het eerste lid wordt:

    • a.

      aan verenigingen of stichtingen en MKB-ondernemers een energietransitielening verstrekt voor energiebesparende maatregelen;

    • b.

      aan de aanvrager die geen beroep kan doen op de VvE Energiebespaarlening of de Scholen Energiebespaarlening van het Warmtefonds een energietransitielening verstrekt voor energiebesparende maatregelen.

  • 5. Een energietransitielening kan uitsluitend worden verstrekt voor maatregelen die worden uitgevoerd door een erkend aannemer of installateur.

  • 6. Een energietransitielening wordt niet verstrekt indien de aanvrager voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een VvE Energiebespaarlening of de Scholen Energiebespaarlening van het Warmtefonds.

Artikel 4 Doelgroep

Een energietransitielening kan uitsluitend worden verstrekt aan een vereniging van eigenaren, een vereniging, een stichting, een school of onderwijsinstelling of een MKB-ondernemer.

Artikel 5 De energietransitielening

  • 1. In dit artikel wordt onder werkelijke kosten verstaan: de totale kosten van materialen en werkzaamheden of de kosten van de investering voor zover noodzakelijk voor het treffen van maatregelen, vermeerderd met afsluitkosten en eventueel financieringskosten voor het verkrijgen van de energietransitielening.

  • 2. Een energietransitielening kan uitsluitend worden aangevraagd voor de volgende gebouwen:

    • a.

      bestaande gebouwen met zelfstandige wooneenheden, geschikt en bestemd voor permanente bewoning;

    • b.

      bestaande gebouwen en bijbehorende voorzieningen, in gebruik voor maatschappelijke doeleinden door verenigingen of stichtingen;

    • c.

      bestaande gebouwen en bijbehorende voorzieningen, in gebruik door MKB-ondernemers voor de uitoefening van hun onderneming.

  • 3. De energietransitielening wordt verstrekt via een bouwdepot.

  • 4. De maximale hoofdsom van de energietransitielening kan nooit meer bedragen dan de werkelijke kosten van de maatregelen.

Artikel 6 Hoogte van de lening

  • 1. Het college stelt de hoogte van de energietransitielening vast.

  • 2. Voor een vereniging van eigenaren van twee tot en met zeven appartementen bedraagt deze lening ten hoogste € 15.000 per appartement. Voor een vereniging van eigenaren vanaf acht appartementen bedraagt deze lening ten minste € 25.000 en ten hoogste € 500.000.

    Per appartementsrecht geldt bovendien een maximumbedrag van € 25.000. De afsluitkosten kunnen worden meegefinancierd in de energietransitielening indien het maximumbedrag niet wordt overschreden.

  • 3. Voor de overige rechtspersonen bedraagt de energietransitielening ten minste € 10.000 en ten hoogste € 100.000. De afsluitkosten kunnen worden meegefinancierd in de energietransitielening indien het maximumbedrag niet wordt overschreden.

Artikel 7 Plafond

  • 1. Voor leningverstrekking op grond van deze nadere regels geldt voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2023 een plafond van € 5.000.000.

  • 2. Het college kan beslissen de hoogte van het plafond binnen de in het eerste lid genoemde periode te wijzigen.

Artikel 8 Wijze van verdeling

  • 1. Verstrekking van de energietransitielening vindt plaats op volgorde van ontvangst van complete aanvragen, totdat het vastgestelde plafond is bereikt.

  • 2. Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen.

Artikel 9 Aanvraag

  • 1. De energietransitielening wordt digitaal aangevraagd met gebruikmaking van een door het college vastgesteld aanvraagformulier en aangewezen website, waarbij in ieder geval de volgende bescheiden worden overgelegd:

    • a.

      een overzicht van de te treffen maatregelen;

    • b.

      een financiële onderbouwing van de te treffen maatregelen;

    • c.

      een planning van de uitvoering van de werkzaamheden;

    • d.

      indien de aanvrager een vereniging van eigenaren is, het meerjarenonderhoudsplan waarin de te treffen maatregelen zijn opgenomen.

  • 2. Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag binnen twee weken. Indien de aanvraag niet alle gegevens bevat die het college voor het nemen van een beslissing noodzakelijk acht, stelt het college de aanvrager in de gelegenheid de aanvraag binnen een termijn van twee weken aan te vullen.

Artikel 10 Aanvullende weigeringsgronden

De energietransitielening kan worden geweigerd indien al eerder door het college een energietransitielening is verstrekt voor de in artikel 3 genoemde activiteiten en honorering van de aanvraag leidt tot overschrijding van het in artikel 6 genoemde maximumbedrag.

Artikel 11 Verplichtingen

De subsidieontvanger meldt zich binnen acht weken, na dagtekening van de verleningsbeschikking van het college, bij SVn voor het aanvragen van een leenovereenkomst, welke een onafhankelijke krediettoets zal uitvoeren.

Artikel 12 Intrekking verleningsbeschikking

Het college kan een verleningsbeschikking geheel of gedeeltelijk intrekken, indien:

  • a.

    de aanvrager niet voldoet aan de bij of krachtens deze nadere regels gestelde voorschriften of bepalingen;

  • b.

    de energietransitielening is verleend op grond van onjuiste, door de aanvrager verschafte gegevens;

  • c.

    de aanvrager binnen drie maanden geen leenovereenkomst is aangegaan met SVn voor het verleende bedrag.

Artikel 13 Vaststelling

  • 1. De energietransitielening wordt vastgesteld nadat er een aanvraag tot vaststelling is ingediend.

  • 2. De aanvraag van een vaststellingsbeschikking wordt vergezeld van een overzicht van het bouwdepot, op te vragen bij SVn.

Artikel 14 Hardheidsclausule

Het college kan artikel 3, tweede lid, buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang van de verduurzaming van het gebouw zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 15 Inwerkingtreding

  • 1. Deze nadere regels treden in werking met ingang van 29 maart 2021 en vervallen op 1 juli 2024.

  • 2. Deze nadere regels blijven van toepassing op een lening die krachtens deze nadere regels is verstrekt.

Artikel 16 Citeertitel

Deze nadere regels worden aangehaald als: Nadere regels energietransitieleningen voor kleine bedrijven en organisaties gemeente Rotterdam 2020.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van 8 december 2020.

De secretaris,

V.J.M. Roozen

De burgemeester,

A. Aboutaleb

Bijlage 1: activiteiten, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Nadere regels energietransitieleningen voor kleine bedrijven en organisaties gemeente Rotterdam, voor de doelgroep verenigingen van eigenaren.

Onder de in artikel 3, eerste lid, onder a genoemde energiebesparende activiteiten voor de doelgroep vereniging van eigenaren worden verstaan:

  • a.

    energiebesparende aanpassingen bestaande uit:

    • 1°.

      isolatiemaatregelen, bestaande uit:

      • -

        dakisolatie met minimale warmteweerstand (R-waarde) van 3,5 m²K/W;

      • -

        gevelisolatie met minimale warmteweerstand (R-waarde) van 3,5 m²K/W;

      • -

        isolerende deuren en gevelpanelen, waarbij de U-waarde van de deur maximaal 2,0 W/m²K is, tussen het voor- en achterblad van de deur isolatiemateriaal aanwezig is en de isolerende panelen een maximale U-waarde hebben van 0,7 W/m²K;

      • -

        spouwmuurisolatie met een minimale warmteweerstand (R- waarde) van 1,1 m²K/W;

      • -

        vloerisolatie en bodemisolatie met een minimale warmteweerstand (R-waarde) van 3,5 m²K/W;

      • -

        zolder- en vlieringisolatie met een minimale warmteweerstand (R-waarde) van 3,5 m²K/W;

      • -

        hoogrendementsbeglazing met een maximale warmtedoorgangscoëfficiënt (U-waarde) van 1,2 W/m²K en indien hoogrendementsbeglazing wordt geplaatst in een bestaand kozijn dan kan dit kozijn een maximale U-waarde hebben van 2,4 W/m²K;

    • 2°.

      maatregelen met betrekking tot installaties

      • -

        hoogrendementsketel met opgave van merk en type en met een HR107-label, al dan niet in combinatie met een hybride warmtepompsysteem;

      • -

        HRe-ketel met opgave van merk en type, met een minimaal vermogen van 0,8 kWe en maximaal vermogen van 5 kWe, waarbij de HRe-ketel is bestemd voor ruimteverwarming van een bestaande woning, een thermisch vermogen heeft van ten minste 100% en een elektrisch rendement van ten minste 15%;

      • -

        overige collectieve warmtesystemen en bijbehorende leidingen die verduurzamen;

      • -

        overige individuele warmtesystemen en bijbehorende leidingen die verduurzamen, als de VvE hiermee instemt;

      • -

        verdeelsystemen zodat collectieve kosten of verbruik te herleiden zijn tot individuele eigenaren;

      • -

        verzwaren van de elektrische installatie om verduurzaming mogelijk te maken;

      • -

        LED verlichting in gemeenschappelijke ruimtes;

    • 3°.

      maatregelen met betrekking tot de ventilatie

      • -

        warmteterugwinningssysteem waarbij de warmteterugwinning uit ventilatielucht een rendement behaalt van minimaal 90%;

      • -

        gelijkstroompomp of gelijkstroomventilator, met opgave van merk en type;

      • -

        collectieve ventilatiesystemen verduurzamen;

      • -

        werkzaamheden die voortvloeien uit toepassen energiebesparende maatregelen;

  • b.

    het aardgasvrij maken van het pand of complex door aansluiting op een warmtenet, bestaande uit:

    • 1°.

      eigen bijdrage aansluitkosten;

    • 2°.

      bijkomende bouwkundige en installatietechnische aanpassingen.

  • c.

    alle gebouwgebonden duurzame opwek van energie, bestaande uit:

    • 1°.

      zonneboiler, met opgave van merk en type;

    • 2°.

      zonnepanelen, ook inclusief thuisbatterij, met opgave van merk en type;

    • 3°.

      warmtepomp, met opgave van merk en type, waarbij de warmtepomp de hoofdvoorziening voor warmtapwater en de hoofd- en basisruimteverwarming dient te zijn en niet primair gericht op actieve koeling;

    • 4°.

      hulpinstallatie benodigd voor het verdelen van de energie dan wel de kosten van de energie over de verschillende eenheden;

    • 5°.

      opwekking met wind;

    • 6°.

      toepassing van smart grid systemen;

    • 7°.

      overige all-electric oplossingen voor ruimteverwarming;

  • d.

    het aanschaffen van een elektrische kookvoorziening, inclusief aanpassingen aan de elektra en keuken, bestaande uit:

    • 1°.

      aanschaf en installatie van een elektrische, keramische of inductiekookplaat;

    • 2°.

      bijkomende bouwkundige aanpassingen aan de keuken, inclusief verwijderen oude installatie;

    • 3°.

      afsluiting en verwijderen gasleiding en overige afsluitkosten gas;

    • 4°.

      bijkomende installatietechnische aanpassingen aan de stroomvoorziening.

  • e.

    Het aanbrengen van een laadpunt op eigen perceel voor het opladen van een elektrisch aangedreven auto, bestaande uit:

    • 1°.

      installatie van een laadpunt, waarbij het laadpunt voldoet aan internationale afspraken, open protocollen gebruikt worden, de sockets van het type IEC62196 Type II (model 3) zijn, de installatie door een NEN 1010 gecertificeerd installateur wordt geïnstalleerd en de installatie volgens NEN 3140 wordt uitgevoerd;

    • 2°.

      bijkomende installatietechnische aanpassingen aan de stroomvoorziening;

    • 3°.

      bijkomende benodigde brandveiligheidsvoorzieningen.

  • f.

    Begeleidings- en onderzoekskosten, bestaande uit:

    • 1°.

      het opstellen van de haalbaarheidsanalyse;

    • 2°.

      het opstellen van een duurzaam meerjarig onderhoudsprogramma (MJOP) (BRL9500);

    • 3°.

      NEN 2767 conditiemeting;

    • 4°.

      het begeleiden bij het selectieproces van aanbieders;

    • 5°.

      uitvoering van het pre-engineering onderzoek (evt. voorzien van second opinion);

    • 6°.

      juridische begeleiding en het opstellen van de overeenkomsten;

    • 7°.

      energieadvies, alleen als het is uitgevoerd door een BRL9500 gecertificeerd adviseur;

    • 8°.

      accountantskosten indien die benodigd zijn voor de vaststelling van de lening.

Onder de in artikel 3, eerste lid, onder b genoemde gebouwverbeterende maatregelen activiteiten voor de doelgroep vereniging van eigenaren worden verstaan:

  • a.

    onderhoud plegen aan het casco wat ervoor zorgt dat het gebouw aan de vigerende regelgeving voldoet; de casco onderdelen van het gebouw bestaan uit:

    • 1°.

      dak:

      • -

        dakbedekking, indien mogelijk minimaal isolatiewaarde conform energiebesparende maatregelen;

      • -

        goten;

      • -

        dakoverstek

      • -

        dakopbouw en dakkapel(en);

      • -

        schoorstenen, ventilatiekanalen of rookgasafvoer;

    • 2°.

      gevels:

      • -

        metsel- en voegwerk;

      • -

        gevelpanelen en overige gevelafwerkingen;

      • -

        kozijnen, ramen, deuren (waarbij hang- en sluitwerk minimaal moet voldoen aan SKG-klasse);

      • -

        beglazing (minimaal HR++ met U-waarde conform energiebesparende maatregelen;

      • -

        constructieve elementen zoals lateien en kolommen;

      • -

        balkons;

      • -

        galerijen;

      • -

        postvakken en belpanelen;

    • 3°.

      vloer:

      • -

        constructievloer, indien mogelijk minimaal isolatiewaarde conform energiebesparende maatregelen;

      • -

        bodemafsluiting;

      • -

        galerijen;

      • -

        maatregelen om koudebruggen als gevolg van doorlopende betonnen vloeren van binnen naar buiten te onderbreken;

      • -

        geluidsisolerende en brandvertragende of -werende maatregelen;

    • 4°.

      gemeenschappelijke ruimte:

      • -

        trappen;

      • -

        muurafwerking;

      • -

        onderhoud aan bergingen en bergingsgangen en overige gemeenschappelijke ruimtes;

  • b.

    onderhouden en vervangen van installaties zodat deze goed functioneren om veilig en gezond wonen te waarborgen;

    • 1°.

      elektriciteit:

      • -

        de gehele installatie voldoet aan NEN1010, door middel van een keuringsrapport;

      • -

        liftinstallaties, gemeenschappelijke verlichting en overige collectieve voorzieningen die stroom verbruiken;

      • -

        collectieve intercom/deurbelinstallatie;

    • 2°.

      water:

      • -

        de gehele installatie voldoet aan het KIWA-keurmerk, aantoonbaar door middel van een keuringsrapport;

      • -

        loden leidingen vervangen;

      • -

        vervangen, onderhouden of verduurzamen hydrofoor;

    • 3°.

      gas:

      • -

        de gehele installatie voldoet aan Gaskeur CW door middel van een keuringsrapport;

    • 4°.

      riolering, waaronder:

      • -

        hemelwaterafvoer;

      • -

        standleidingen;

    • 5°.

      verwarming of centrale verwarming, waaronder:

      • -

        vloerverwarming;

      • -

        centrale ketel en ketelhuis;

      • -

        onderhouden, isoleren of vervanging van warmteleidingen;

    • 6°.

      ventilatie:

      • -

        vervangen bestaande mechanische ventilatiebox in combinatie met het reinigen van kanalen en inregelen van ventilatie;

      • -

        toepassen mechanische ventilatie, warmteterugwinning ventilatie, balansventilatie of CO2-sturing;

    • 7°.

      passieve koeling, bouwkundige maatregelen voor:

      • -

        nachtventilatie;

      • -

        zonwerende beglazing;

      • -

        buitenzonwering;

      • -

        overstek;

      • -

        groen dak van natuurlijke beplanting;

      • -

        groene gevel met natuurlijke beplanting;

  • c.

    aanpassen van de woonruimte of gemeenschappelijke ruimte waardoor het woonoppervlak of het gebruiksoppervlak groter wordt:

    • 1°.

      Het vergroten van de woning door middel van:

      • -

        dakkapel;

      • -

        dakopbouw;

      • -

        uitbouw/aanbouw bedoeld als woonruimte;

      • -

        vergroten balkon;

      • -

        samenvoegen;

      • -

        verdiepen;

      • -

        bergingen;

      • -

        parkeervoorziening eventueel inclusief oplaadpunten;

      • -

        bijplaatsen van een lift;

      • -

        kosten die samenhangen met besluitvorming en juridische afhandeling;

  • d.

    saneren van asbest op, aan en in de woning, het pand of het complex:

    • 1°.

      asbestdaken;

    • 2°.

      asbest in het gebouw, bestaande uit:

      • -

        panelen in kozijnen;

      • -

        riolering of standleidingen;

      • -

        ventilatiekanalen of rookgasafvoer;

      • -

        vloerafwerking;

    • 3°.

      kosten die samenhangen met tijdelijke (sobere en doelmatige) herhuisvesting tijdens de werkzaamheden;

    • 4°.

      kosten die samenhangen met tijdelijke voorzieningen tijdens de werkzaamheden.

Bijlage 2: activiteiten, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de nadere regels energietransitieleningen voor kleine bedrijven en organisaties gemeente Rotterdam, voor de doelgroep verenigingen of stichtingen; scholen of onderwijsinstellingen en MKB-ondernemers.

Onder de in artikel 3, eerste lid, onder a genoemde energiebesparende maatregelen voor de doelgroep verenigingen of stichtingen; scholen of onderwijsinstellingen en MKB-ondernemers worden verstaan:

  • a.

    verlichting:

    • 1°.

      nieuwe LED armaturen of LED in bestaande armaturen (retro fit) van minimaal 125 lumen/Watt, waarbij voor scholen of onderwijsinstellingen een minimale verlichtingssterkte geldt van 300 lux (klasse C frisse scholen);

    • 2°.

      inregelen van verlichting, bestaande uit verlichtingszones, daglicht afhankelijke regeling, aanwezigheidsdetectie en tijdschakeling;

    • 3°.

      ruimte voorzien van daglichtvoorziening, zodat minder kunstverlichting gebruikt kan worden;

  • b.

    isolatie:

    • 1°.

      dakisolatie met minimale warmteweerstand (R-waarde) van 3,5 m²K/W;

    • 2°.

      gevelisolatie met minimale warmteweerstand (R-waarde) van 3,5 m²K/W;

    • 3°.

      spouwmuur met minimale warmteweerstand (R-waarde) van 1,1 ²K/W;

    • 4°.

      isolerende deuren en gevelpanelen;

    • 5°.

      vloerisolatie en bodemisolatie met minimale warmteweerstand (R-waarde) van 3,5 m²K/W;

    • 6°.

      hoogrendementsbeglazing, met een maximale warmtedoorgangscoëfficiënt U-waarde van 1,2 W/m²K;

    • 7°.

      hoogrendementsbeglazing in een bestaand kozijn met een maximale warmtedoorgangscoëfficiënt U-waarde van 2,4 W/m²K;

    • 8°.

      witte dakbedekking;

    • 9°.

      groen dak van natuurlijke beplanting;

    • 10°.

      groene gevel met natuurlijke beplanting;

    • 11°.

      buitenzonwering;

  • c.

    verwarmen en koelen:

    • 1°.

      vervanging oude gasketel door een HR ketel (HR107 label), indien de oude gasketel geen HR ketel is;

    • 2°.

      waterzijdig inregelen CV installatie;

    • 3°.

      vervanging heaters door infrarood stralingspanelen, alleen voor binnenruimten;

    • 4°.

      all electric of hybride warmtepomp als hoofdverwarming;

    • 5°.

      overstap op lage temperatuur verwarming LTV met een maximale aanvoertemperatuur van 45-55 ᵒC;

    • 6°.

      doorstroomverwarmer voor tapwater, alleen in combinatie met all electric warmtebron;

    • 7°.

      aansluiting op warmtenet, bestaande uit:

      • -

        eigen bijdrage aansluitkosten;

      • -

        bouwkundige en installatietechnische aanpassingen;

    • 8°.

      gebruik van nachtkoeling via ventilatiesysteem;

  • d.

    ventilatie:

    • 1°.

      vervangen bestaande mechanische ventilatiesysteem door nieuw energiezuinige variant;

    • 2°.

      vraaggestuurd ventileren op basis van CO2 en/of vocht;

    • 3°.

      nieuw of aanpassing van het huidige ventilatiesysteem;

    • 4°.

      ventileren met warmteterugwinning uit afvoer ventilatielucht, met een minimaal rendement van 78%;

  • e.

    alle gebouwgebonden duurzame opwek van energie, bestaande uit:

    • 1°.

      zonnepanelen, inclusief thuisbatterij met opgave van merk en type;

    • 2°.

      zonneboilersysteem, alleen bij veel tapwater behoefte;

    • 3°.

      warmtepompboiler systeem, alleen bij veel tapwater behoefte;

  • f.

    het aanbrengen van een laadpunt op eigen perceel voor het opladen van een elektrisch aangedreven auto, bestaande uit:

    • 1°.

      Installatie van een laadpunt, waarbij het laadpunt voldoet aan internationale afspraken, open protocollen gebruikt worden, de sockets van het type IEC62196 Type II (model 3) zijn, de installatie door een NEN 1010 gecertificeerd installateur wordt geïnstalleerd en de installatie volgens NEN 3140 wordt uitgevoerd;

    • 2°.

      bijkomende installatietechnische aanpassingen aan de stroomvoorziening;

    • 3°.

      bijkomende benodigde brandveiligheidsvoorzieningen;

  • g.

    begeleiding- en onderzoekskosten, bestaande uit:

    • 1°.

      het opstellen van de haalbaarheidsanalyse;

    • 2°.

      het opstellen van een duurzaam meerjarig onderhoudsprogramma (MJOP) (BRL9500);

    • 3°.

      NEN 2767 conditiemeting;

    • 4°.

      energieadvies (EPA) uitgevoerd door een BRL9500 gecertificeerd adviseur.

Onder de in artikel 3, eerste lid, onder b genoemde gebouwverbeterende maatregelen voor de doelgroep verenigingen of stichtingen, scholen of onderwijsinstellingen en MKB-ondernemers worden verstaan:

  • a.

    onderhoud plegen aan het casco wat ervoor moet zorgen dat het gebouw aan de vigerende regelgeving voldoet. Casco onderdelen van het gebouw bestaan uit:

    • 1°.

      dak;

      • -

        dakbedekking indien mogelijk minimaal isolatiewaarde conform energiebesparende maatregelen;

      • -

        goten;

      • -

        schoorstenen, ventilatiekanalen of rookgasafvoer;

    • 2°.

      gevels;

      • -

        metsel- en voegwerk;

      • -

        gevelpanelen en overige gevelafwerkingen;

      • -

        kozijnen, ramen, deuren (waarbij hang- en sluitwerk minimaal moet voldoen aan SKG-klasse);

      • -

        beglazing minimaal HR++ met U-waarde conform energiebesparende maatregelen;

    • 3°.

      vloer:

      • -

        constructievloer indien mogelijk minimaal isolatiewaarde conform energiebesparende maatregelen;

      • -

        bodemafsluiting;

      • -

        maatregelen om koudebruggen als gevolg van doorlopende betonnen vloeren van binnen naar buiten te onderbreken;

      • -

        geluidsisolerende en brandvertragende of -werende maatregelen;

  • b.

    onderhouden en vervangen van installaties zodat deze goed functioneren om veilig en gezond wonen te waarborgen;

    • 1°.

      elektriciteit:

      • -

        renovatie of aanpassing van de elektrische installatie, waarbij de gehele installatie voldoet aan NEN1010, door middel van een keuringsrapport;

    • 2°.

      verwarming:

      • -

        renovatie of aanpassing van de gasinstallatie, waarbij de gehele installatie voldoet aan Gaskeur CW door middel van een keuringsrapport;

      • -

        vloerverwarming;

      • -

        centrale ketel en ketelhuis;

      • -

        onderhouden, isoleren of vervanging van warmteleidingen;

    • ventilatie:

      • -

        reinigen kanalen, vervanging filters en inregelen ventilatie in combinatie met vervanging huidige installatie.

Dit gemeenteblad is uitgegeven op 29 maart 2021 en ligt op dins-, woens- en donderdagen van 9.00 tot 13.00 uur ter inzage bij het Bestuurlijk Informatiecentrum Rotterdam (BIR), locatie Wachtruimte Timmerhuis, Halvemaanpassage 1 (trap op, melden bij Informatiebalie)

(Zie ook: www.bis.rotterdam.nl – Regelgeving of Gemeentebladen chronologisch)

Toelichting

Algemene toelichting

De gemeente Rotterdam werkt aan de energietransitie om de klimaatdoelen te behalen en tegelijkertijd te bouwen aan een nieuwe duurzame economie. De gemeente richt in dit kader het Rotterdamse Energietransitiefonds op. Dit fonds heeft als belangrijkste doelstellingen de reductie van de uitstoot van CO2, de verbetering van de luchtkwaliteit en het verminderen van het gebruik van primaire grondstoffen (circulariteit). Uitgangspunt is dat met het Energietransitiefonds initiatieven en projecten worden ondersteund die aan één of meerdere van deze doelstellingen bijdragen. Een van de grootste uitdagingen hierbij is de vraag hoe de energietransitie voor de inwoner van Rotterdam haalbaar en betaalbaar wordt. Deze nadere regels energietransitieleningen voor kleine bedrijven en organisaties, als onderdeel van het Energietransitiefonds, voorziet in het verstrekken van aantrekkelijke, laagrentende leningen om de benodigde duurzame investeringen te financieren.

Deze nadere regels energietransitieleningen voor kleine bedrijven en organisaties is voor VvE’s en scholen en onderwijsinstellingen aanvullend op het Nationaal Warmtefonds. Het Nationaal Warmtefonds staat slechts in beperkte mate het meefinancieren van onderhoudswerkzaamheden toe. Het nemen van verduurzamende maatregelen is vaak juist onderdeel van een grotere onderhoudsingreep. De nadere regels energietransitieleningen voor kleine bedrijven en organisaties voorziet daarom wel in de financiering van noodzakelijk onderhoud en gebouwverbeteringen, zoals onderhoud aan dakbedekking en metselwerk, het vervangen van leidingwerk en installaties en het saneren van asbest. Voor verenigingen en stichtingen en kleine MKB-ondernemers is er landelijk geen aantrekkelijke financiering voor energiebesparende maatregelen, daarom dat deze nadere regels ook voorzien in financiering voor deze doelgroep.

Artikel 1 Begripsbepaling

De energietransitielening betreft een lening aan een rechtspersoon op basis van een onderhandse notariële of hypothecaire akte. De leningen wordt annuïtair afgelost, wat betekent dat het maandbedrag gedurende de gehele looptijd gelijk blijft. Bij annuïtaire aflossing bestaat het maandbedrag telkens uit een deel rente en een deel aflossing. Aan het einde van de looptijd is de lening volledig afgelost.

Bij MKB-ondernemers wordt onder kleinverbruiker verstaan een jaarlijks energieverbruik van minder dan 25.000 m3 gas én 50.000 kWh elektriciteit.

Artikel 3 Activiteiten

In het vierde lid, onder sub a, wordt voor verenigingen of stichtingen en MKB-ondernemers een uitzondering gemaakt op het bepaalde in het eerste lid. Het eerste lid bepaald dat een lening alleen verstrekt kan worden voor een combinatie van energiebesparende én gebouw verbeterende maatregelen. Voor deze doelgroepen zijn er geen laagrentende leningen beschikbaar voor energiebesparende maatregelen op landelijk niveau, bijvoorbeeld bij het Nationaal Warmtefonds. Om die reden geldt de bepaling uit het eerste lid niet voor deze doelgroep.

In het vierde lid, onder sub b, wordt voor verenigingen van eigenaren en scholen of onderwijsinstellingen een uitzondering gemaakt op het bepaalde in het eerste lid, in het geval de energiebesparende maatregelen niet aan de voorwaarden van een VvE Energiebespaarlening of een Scholen Energiebespaarlening van het Warmtefonds voldoen. Bijvoorbeeld voor zonnepanelen, het Warmtefonds staat een aanvraag enkel voor zonnepanelen niet toe. Het college is van mening dat ook enkel zonnepanelen als maatregel bijdragen aan de doelstellingen van het Energietransitiefonds. Daarom staat het college een aanvraag hiervoor wel toe en is deze uitzondering opgenomen.

In het vijfde lid wordt als voorwaarde gesteld dat de werkzaamheden uitgevoerd moeten worden door een erkend aannemer of erkend installateur. Hieronder wordt verstaan een aannemer of installateur die is aangesloten bij een branchevereniging, zoals Bouwgarant voor aannemers of Techniek Nederland of InstallQ voor installateurs.

In het zesde lid is bepaald dat als een aanvraag voldoet aan de voorwaarden van een VvE Energiebespaarlening of een Scholen Energiebespaarlening van het Warmtefonds, er geen energietransitielening vanuit de gemeente wordt verstrekt. Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat er onnodig gemeentelijke middelen worden ingezet voor het uitvoeren van energiebesparende maatregelen als daar op landelijk niveau ook middelen voor beschikbaar zijn.

Artikel 5 De energietransitielening

In het tweede lid, onder sub b, wordt onder het in gebruik zijn van een gebouw voor maatschappelijke doeleinden verstaan het gebruik voor bijvoorbeeld religieuze bijeenkomsten door kerken of moskeeën, voor sportactiviteiten door sportverenigingen of recreatief gebruik door buurt- of speeltuinverenigingen.

Artikel 11 Verplichtingen

In dit artikel wordt de verdere procedure toegelicht alvorens de lening ook daadwerkelijk uitgekeerd wordt. Nadat het college een beschikking afgeeft dient een samenhangende maar wel een aparte procedure opgestart te worden bij SVn. Bij SVn doet de aanvrager een verzoek om een leenovereenkomst aan te gaan. Vervolgens voert SVn een kredietwaardigheidstoets uit, waarbij SVn de wettelijke plicht (zorgplicht) heeft een lening te weigeren indien de uitkomst van de kredietwaardigheidstoets negatief is. Bij een positieve kredietwaardigheidstoets zal SVn een offerte uitbrengen op basis van het aangevraagde leenbedrag en de gewenste looptijd van de lening. Na het akkoord op de offerte wordt de definitieve leenovereenkomst opgemaakt en ter ondertekening voorgelegd aan de aanvrager. Na het tekenen van de leenovereenkomst is de lening pas definitief en wordt de lening via een bouwdepot uitgekeerd.

Artikel 14 Hardheidsclausule

Strikt genomen kan toepassing van de hardheidsclausule enkel en alleen in die gevallen die niet zijn voorzien bij het vaststellen van deze nadere regels. Wordt een geval onder de hardheidsclausule gebracht, dan heeft dit tot gevolg dat de nadere regels op dit punt moeten worden aangepast. Het geval is immers voorzienbaar geworden. Hoewel geprobeerd is zo volledig mogelijk te zijn in de omschrijving van de activiteiten, zijn uitzonderlijke gevallen niet uit te sluiten. De bepaling van de hardheidclausule in deze nadere regels is daarom ruimer geformuleerd, zodat van een strikte hardheidsclausule geen sprake is. Deze bepaling maakt gemotiveerd afwijken van de nadere regels mogelijk, mits aan het bepaalde in dit artikel wordt voldaan.

Bijlagen

  • -

    Van de in de bijlagen benoemde vereiste isolatiewaarden kan op basis van de hardheidsclausule afgeweken worden indien hieraan niet redelijkerwijs voldaan kan worden. In dat geval moet de aanvrager aantonen wat redelijkerwijs maximaal haalbaar is.

  • -

    Bij een aanvraag voor het uitvoeren van gebouwverbeterende activiteiten voor het onderhouden en verbeteren van installaties kan gevraagd worden documenten te overleggen die aantonen dat de installatie voldoet aan de gestelde eisen.

  • -

    Bij het saneren van asbestdaken is niet altijd een vergunning nodig. Wel is het belangrijk dat de nieuwe dakbedekking overeenkomt met de oorspronkelijk profilering. Als men wil afwijken van de oorspronkelijke profilering zal dit in overleg moeten met team welstand van de gemeente.