Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam tot vaststelling van beleidsregels voor tijdelijke ondersteuning bij noodzakelijke kosten met behulp van bijzondere bijstand als bedoeld in artikel 35 van de Participatiewet (Beleidsregels TONK Edam-Volendam 2021)

Geldend van 01-07-2021 t/m 01-10-2021

Intitulé

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam tot vaststelling van beleidsregels voor tijdelijke ondersteuning bij noodzakelijke kosten met behulp van bijzondere bijstand als bedoeld in artikel 35 van de Participatiewet (Beleidsregels TONK Edam-Volendam 2021)

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam;

gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

gelet op artikel 35 van de Participatiewet;

overwegende dat het wenselijk is om als gevolg van de huidige omstandigheden in het kader van de coronacrisis tijdelijk bijzondere bijstand te kunnen verlenen aan personen die door bijzondere omstandigheden bepaalde noodzakelijke woonkosten niet meer kunnen betalen;

overwegende dat de huidige ‘Nota bijzondere bijstand en minimaregelingen in de gemeente Edam-Volendam 2016’ hierin niet voorziet;

dat het om die reden wenselijk is hiervoor aparte, tijdelijke beleidsregels op te stellen;

B E S L U I T:

vast te stellen de Beleidsregels TONK Edam-Volendam 2021.

Artikel 1 Definities

  • 1. In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

    • aanvraag tegemoetkoming in de noodzakelijke kosten (aanvraag TONK): een aanvraag voor bijzondere bijstand op grond van artikel 35, eerste lid, van de wet in verband met bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 5 voor een tegemoetkoming in de noodzakelijke kosten als bedoeld in artikel 6 van deze beleidsregels;

    • college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam;

    • inkomensterugval: een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in het inkomen;

    • wet: de Participatiewet;

    • woonkosten: de kosten van huur (minus huurtoeslag), hypotheekrente, gas, licht en water;

    • woonkostentoeslag: woonkostentoeslag als bedoeld in 5.1 en 5.2 van de Nota bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Edam-Volendam 2016.

  • 2. Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 2 Reikwijdte beleidsregels

Deze beleidsregels zijn van toepassing indien het college een aanvraag TONK als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van deze beleidsregels ontvangt.

Artikel 3 Reguliere beleidsregels bijzondere bijstand niet van toepassing

De “Nota bijzondere bijstand en minimaregelingen in de gemeente Edam-Volendam 2016” is bij een aanvraag TONK nadrukkelijk niet van toepassing.

Artikel 4 Behandeling van de aanvraag

  • 1. Onverminderd artikel 4:5, van de Algemene wet bestuursrecht, neemt het college de aanvraag TONK alleen in behandeling wanneer deze tijdig digitaal is ingediend via het daarvoor bestemde webformulier.

  • 2. Wanneer het vanwege bijzondere omstandigheden niet mogelijk is om digitaal, via het webformulier bedoeld in het eerste lid, een aanvraag TONK in te dienen neemt het college de aanvraag pas in behandeling wanneer deze tijdig per post is ingediend via het daarvoor bestemde schriftelijke formulier.

  • 3. In afwijking van artikel 44, eerste lid, van de wet:

    • a.

      kan aan een aanvraag die uiterlijk 30 april 2021 is ingediend terugwerkende kracht worden verleend tot uiterlijk 1 januari 2021;

    • b.

      kan aan een aanvraag die na 30 april 2021 is ingediend (beperkte) terugwerkende kracht worden verleend tot uiterlijk de eerste dag van de aanvraagmaand.

Artikel 5 Bijzondere omstandigheden

  • 1. Het college beoordeelt of er sprake is van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de wet.

  • 2. Voor de toepassing van deze beleidsregels acht het college bijzondere omstandigheden in ieder geval aanwezig wanneer de rechthebbende aanvrager (hierna: aanvrager):

    • a.

      door de huidige omstandigheden als gevolg van de coronacrisis te maken heeft met een inkomensterugval van ten minste 25% (substantiële inkomensterugval);

    • b.

      daardoor noodzakelijke kosten als bedoeld in artikel 6 niet meer kan voldoen; en

    • c.

      waarvoor andere regelingen niet of onvoldoende soelaas bieden.

  • 3. Het college kan bij de beoordeling van de bijzondere omstandigheden uitgaan van de verklaring van de aanvrager dat de substantiële inkomensterugval het gevolg is van de huidige omstandigheden als gevolg van de coronacrisis.

Artikel 6 Noodzakelijke kosten

Voor de toepassing van deze beleidsregels beschouwt het college de volgende kosten als “noodzakelijke kosten van het bestaan”:

  • 1.

    woonkosten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van deze beleidsregels:

    • a.

      die betrekking hebben op de woning die door de aanvrager wordt bewoond; en

    • b.

      waarvan de aanvrager eigenaar of huurder is.

Artikel 7 Vaststellen inkomen en beoordeling substantiële inkomensterugval

  • 1. Bij de vaststelling van het inkomen hanteert het college de inkomensbepalingen uit de wet, waarbij rekening wordt gehouden met het inkomen van de aanvrager en eventuele partner (inclusief reservering voor vakantietoeslag).

  • 2. In afwijking van het eerste lid maakt het college bij de vaststelling van het inkomen uit arbeid in eigen bedrijf of beroep als zelfstandige gebruik van artikel 6, tweede en derde lid, van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers, met dien verstande dat een negatief inkomen uit eigen bedrijf of beroep op 0 wordt vastgesteld.

  • 3. Voor de vaststelling of sprake is van een substantiële inkomensterugval wordt:

    • a.

      wanneer de inkomensterugval in 2020 heeft plaatsgevonden gekeken naar het oude inkomen (peilmaand januari 2020) en het nieuwe inkomen (peilmaand januari 2021).

    • b.

      wanneer de inkomensterugval zich in 2021 voordoet gekeken naar het nieuwe inkomen in de maand van inkomensterugval en de maand daaraan voorafgaand, als zijnde het oude inkomen.

Artikel 8 Draagkracht uit de bijstandsnorm, inkomen en vermogen

  • 1. Het college maakt geen gebruik van de bevoegdheid om een drempelbedrag te hanteren als bedoeld in artikel 35, tweede lid, van de wet.

  • 2. Er wordt van uitgegaan dat belanghebbenden met een (aanvullende) bijstands(gerelateerde)- uitkering 40% van de toepasselijke bijstandsnorm kunnen besteden aan noodzakelijke kosten van het bestaan als bedoeld in artikel 6. De kostendelersnorm is niet van toepassing.

  • 3. Er wordt van uitgegaan dat belanghebbenden 40% van het inkomen kunnen besteden aan noodzakelijke kosten van het bestaan als bedoeld in artikel 6.

  • 4. Als draagkracht in vermogen wordt aangemerkt 100% van de direct beschikbare geldmiddelen boven de toepasselijke vermogensgrens bedoeld in artikel 34, derde lid, van de wet.

  • 5. Onder direct beschikbare geldmiddelen als bedoeld in het vierde lid wordt in ieder geval verstaan:

    • a.

      contant geld;

    • b.

      geld op betaal- en spaarrekeningen;

    • c.

      cryptovaluta (zoals bitcoins); en

    • d.

      de waarde van effecten (hierbij gaat het om beleggingsrekeningen met aandelen, obligaties, en opties en effecten in depot).

  • 6. Het college kijkt voor de vaststelling van de beschikbare geldmiddelen naar de beschikbare geldmiddelen op de eerste dag van de ingangsmaand waarvoor een tegemoetkoming TONK wordt aangevraagd.

  • 7. De draagkracht in vermogen wordt in mindering gebracht op de berekende tegemoetkoming TONK.

  • 8. Het college kan de draagkracht opnieuw vaststellen wanneer het inkomen in de maanden waarvoor de tegemoetkoming is toegekend wijzigt.

Artikel 9 Toekenning, hoogte, vorm, duur en uitbetaling

  • 1. Het college kent de tegemoetkoming TONK (hierna: tegemoetkoming) toe voor maximaal negen maanden, waarbij uitsluitend een tegemoetkoming kan worden verstrekt als deze betrekking heeft op de maand(en) januari, februari, maart, april, mei, juni, juli, augustus en/of september 2021.

  • 2. Het college verstrekt geen tegemoetkoming als de belanghebbende woonkostentoeslag ontvangt.

  • 3. De tegemoetkoming wordt berekend op de volgende wijze: Het bedrag van de noodzakelijke kosten als bedoeld in artikel 6 minus 40% van de toepasselijke bijstandsnorm dan wel 40% van het inkomen als bedoeld in artikel 8, tweede dan wel derde lid, minus draagkracht in vermogen.

  • 4. De tegemoetkoming bedraagt maximaal € 400,- per huishouden per maand.

  • 5. De tegemoetkoming wordt aangemerkt als periodieke bijzondere bijstand.

  • 6. Een wijziging in het inkomen kan leiden tot aanpassing dan wel beëindiging van de tegemoetkoming.

  • 7. De uitbetaling van de tegemoetkoming vindt maandelijks plaats.

Artikel 10 Geen verhuisplicht

Het college legt bij de toekenning van een aanvraag TONK géén verhuisplicht op.

Artikel 11 Inwerkingtreding

  • 1. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na haar bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 2021.

  • 2. Dit besluit vervalt op 1 oktober 2021 met dien verstande dat het besluit zoals dat luidde op 30 september 2021 van toepassing blijft op de belanghebbende die op grond van dit besluit bijzondere bijstand ontvangt of heeft ontvangen over (een deel van) de periode van januari 2021 tot en met september 2021 en op de financiële afwikkeling van het besluit.

Artikel 12 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels TONK Edam-Volendam 2021.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 16 maart 2021,

het college van burgemeester en wethouders van Edam-Volendam,

de secretaris,

H. van der Woude.

de burgemeester,

L.J. Sievers.