Beleidsregels Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK)

Geldend van 02-07-2021 t/m 31-12-2021

Intitulé

Beleidsregels Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK)

Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Stein,

  • -

    gelet op het bepaalde in artikel 35 van de Participatiewet;

  • -

    gelet op het bepaalde in artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);

  • -

    gelet op de ‘Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Stein 2020’

Besluit:

vast te stellen de ‘Beleidsregels Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK)’.

overwegende dat:

  • -

    het college gebruik maakt van zijn bevoegdheid om aanvullende regels te stellen voor de verstrekking van een tegemoetkoming Tijdelijke ondersteuning noodzakelijk kosten (hierna: TONK);

  • -

    deze tijdelijke aanvullende beleidsregels bedoeld zijn voor huishoudens die te maken hebben met een onvoorzienbare, onvermijdelijke en plotselinge terugval in hun inkomen, als gevolg van de coronacrisis en daardoor in de problemen raken met de betaling van noodzakelijke kosten, met name de woonlasten;

  • -

    deze tijdelijke noodmaatregel ‘TONK’ geldt van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021.

  • -

    in deze periode een ruimere toegang tot het instrument van de bijzondere bijstand wordt geboden voor de specifieke doelgroep van de TONK zoals vastgesteld in deze beleidsregels;

  • -

    het daarom wenselijk is voor dit doel aparte, tijdelijke, beleidsregels vast te stellen.

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

  • 1. Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de ‘Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Stein 2020’, de Participatiewet, de Algemene wet bestuursrecht (Awb), het Burgerlijk Wetboek (BW) en de Wet op de huurtoeslag.

  • 2. TONK: Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten.

  • 3. Woonquote: de verhouding tussen enerzijds de toepasselijke woonlasten en anderzijds het inkomen van januari 2021, uitgedrukt in een percentage;

Artikel 2 Doelgroep en voorliggende voorzieningen

  • 1. Een tegemoetkoming op grond van de TONK is bedoeld voor huishoudens:

    • a.

      die door de huidige omstandigheden als gevolg van de coronacrisis te maken hebben met een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in hun inkomen, én

    • b.

      die daardoor noodzakelijke kosten in de vorm van woonlasten niet meer kunnen voldoen, én

    • c.

      waarvoor andere (voorliggende) regelingen niet of onvoldoende soelaas bieden.

Artikel 3 Geen voorliggende voorzieningen

  • 1. Een uitkering op grond van de volgende regelingen wordt niet beschouwd als een voorliggende voorziening (regeling) voor de TONK;

    • a.

      Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL),

    • b.

      Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW),

    • c.

      Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo).

Artikel 4 Voorwaarden TONK

  • 1. Het college kan een tegemoetkoming TONK verstrekken indien sprake is van een substantiële terugval in inkomen als gevolg van de coronacrisis, waardoor de woonlasten niet meer betaald kunnen worden uit de beschikbare geldmiddelen van de aanvrager en diens eventuele partner

  • 2. Voor de uitvoering van deze regeling is sprake van een substantiële terugval in inkomen indien het inkomensverlies als gevolg van de coronacrisis minimaal 15% bedraagt. Om het inkomensverlies te beoordelen wordt gekeken naar het inkomen over de maand januari 2020 in vergelijking met de maand januari 2021.

  • 3. Voor het vaststellen van het inkomensverlies als bedoeld in het tweede lid dient aanvrager en diens eventuele partner een eigen schriftelijke verklaring te geven. Deze verklaring kan worden opgenomen in het aanvraagformulier. Deze verklaring wordt als afdoende beschouwd.

  • 4. Het college verstrekt geen tegemoetkoming indien de aanvrager over dezelfde periode al een woonkostentoeslag ontvangt op grond van de Participatiewet, die voorziet in de kosten als bedoeld in artikel 5, tweede lid onder a. en b van deze beleidsregels. Voor de kosten genoemd in artikel 5, tweede lid onder c. is dan nog een tegemoetkoming mogelijk.

Artikel 5 Noodzakelijke woonkosten

  • 1. De tegemoetkoming TONK heeft betrekking op de woonkosten van de aanvrager, voor het deel dat niet door de aanvrager gedragen kan worden.

  • 2. De in het eerste lid genoemde woonkosten hebben betrekking op:

    • a.

      de kosten van de kale huur en servicekosten, of

    • b.

      de kosten van de aflossing- en rente voor de hypotheek,

    • c.

      én de kosten van de nutsvoorzieningen voor de woning (gas, water en elektriciteit).

  • 3. De onder het tweede lid genoemde woonkosten moeten betrekking hebben op de zelf bewoonde woning van aanvrager.

  • 4. De noodzakelijke kosten worden bepaald op de daadwerkelijke lasten in de peilmaand.

Artikel 6 De aanvraag

  • 1. De aanvraag voor de tegemoetkoming wordt schriftelijk ingediend via een door het college beschikbaar gesteld formulier.

  • 2. Aanvrager overlegt bij de aanvraag:

    • a.

      de bewijzen van het inkomen van de maand januari 2021, met uitzondering van inkomen (winst of verlies) uit eigen onderneming;

    • b.

      de bewijzen van de noodzakelijke kosten, te weten de in artikel 5 van deze beleidsregels genoemde woonkosten. Er wordt geen rekening gehouden met eventuele correcties achteraf.

  • 3. Een aanvraag tegemoetkoming TONK kan worden ingediend tot 1 november 2021.

Artikel 7 Terugwerkende kracht

Een aanvraag voor een tegemoetkoming TONK kan met terugwerkende kracht worden aangevraagd vanaf 1 januari 2021.

Artikel 8 Inkomenstoets beschikbare geldmiddelen

  • 1. Er wordt geen inkomenstoets gedaan voor wat betreft het inkomen (winst of verlies) uit eigen onderneming.

  • 2. Er wordt enkel een inkomenstoets uit inkomen berekent indien de aanvrager of diens partner beschikken over:

    • a.

      inkomsten uit arbeid;

    • b.

      inkomsten uit uitkering;

    • c.

      inkomsten uit verhuur; en

    • d.

      inkomsten uit partner- en/of kinderalimentatie.

Artikel 9 Peildatum

  • 1. Het inkomen van de aanvrager(s) wordt gebaseerd op de peilmaand januari 2021.

  • 2. Ingeval van een inkomensterugval later dan de peilmaand, maar nog tijdens de in artikel 12, lid 3 van deze beleidsregels genoemde periode, wordt de maand van de inkomstenterugval als peilmaand aangemerkt en gaat het recht op een tegemoetkoming op z’n vroegst die maand in.

  • 3. Een eenmaal vastgestelde tegemoetkoming wordt niet gewijzigd tijdens de periode.

Artikel 10 Maximale vergoeding

  • 1. De hoogte van de tegemoetkoming wordt berekend aan de hand van de woonquote volgens het schema (staffel) dat in de toelichting van dit artikel is opgenomen. De woonquote is de verhouding tussen de woonlasten en het actuele inkomen. Indien de woonquote hoger is dan de normwaarde uit de staffel is er recht op TONK

  • 2. De hoogte van de tegemoetkoming TONK bedraagt maximaal:

    • a.

      € 1.125,00 TONK A, volgens de tabel in de toelichting bij artikel 10, of

    • b.

      € 2.250,00 TONK B, volgens de tabel in de toelichting bij artikel 10, of

    • c.

      € 3.375,00 TONK C, volgens de tabel in de toelichting bij artikel 10, of

    • d.

      € 4.500,00 TONK D, volgens de tabel in de toelichting bij artikel 10.

    Dit betreft eenmalige forfaitaire netto tegemoetkomingen.”.

Artikel 11 Uitbetaling

De uitbetaling van de TONK vindt eenmalig plaats.

Artikel 12 Overige bepalingen

  • 1. Een uitkering op grond van de TONK heeft de vorm van bijzondere bijstand ‘om niet’ en wordt verleend als een eenmalig uit te betalen tegemoetkoming.

  • 2. Een tegemoetkoming kan met terugwerkende kracht worden verleend tot 1 januari 2021.

  • 3. Een eenmalige tegemoetkoming kan worden toegekend over de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 september 2021.

Artikel 13 Hardheidsclausule

Indien de aanvrager niet in aanmerking komt voor een tegemoetkoming op grond van deze beleidsregels kan het college, gelet op alle omstandigheden waaronder een terugval in inkomen van de aanvrager, als gevolg van de coronacrisis, in het individuele geval beoordelen of de aanvrager in afwijking van de beleidsregels alsnog in aanmerking komt voor een tijdelijke tegemoetkoming indien zeer dringende redenen hiertoe noodzaken.

Artikel 14 Inwerkingtreding en looptijd

Het besluit tot wijziging van Beleidsregels Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) treedt in werking op de dag na de dag van bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2021 en worden ingaande 1 januari 2022 ingetrokken.

Artikel 15 Citeertitel

De gewijzigde beleidsregels worden aangehaald als: “Beleidsregels Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) – I ”.

Ondertekening

Aldus besloten door het college van de gemeente Stein in zijn vergadering van 9 maart 2021

De Burgemeester

M.F.H. Leurs-Mordang

De Secretaris

Drs. J.H.J. Sanders

Toelichting ‘Beleidsregels Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK)’

ALGEMENE TOELICHTING

Het kabinet heeft deze aanvullende regeling getroffen voor huishoudens die, als gevolg van corona, in financiële problemen komen met de betaling van hun vaste (woon)lasten.

Het betreft een regeling op basis van de bijzondere bijstand. Gemeenten hebben beleidsvrijheid over de invulling van de TONK. Wij hebben daarom deze beleidsregels opgesteld als addendum op de bestaande beleidsregels bijzondere bijstand. Daarmee geven wij invulling aan de beleidsvrijheid van de gemeente Stein en geven wij bovendien duidelijkheid aan onze burgers en aan de uitvoerders van de regeling.

Wettelijk kader

De basis van deze regeling ligt in artikel 35, eerste lid van de Participatiewet. Er zijn voor de tegemoetkoming TONK géén nadere centrale regels vastgesteld (geen AMvB). Het is en blijft aan de gemeenten om in voorkomende individuele gevallen, ruimhartiger om te gaan met draagkracht. In deze aanvullende beleidsregels is uitgegaan van het bestaande gemeentelijke bijzondere bijstandsbeleid, zoals is vastgelegd in de ‘Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Stein 2020’, waarbij we in deze crisissituatie ruimhartiger omgaan met het vaststellen van de noodzakelijke kosten en met de vaststelling van eigen draagkracht.

ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING

In onderstaande tekst zijn slechts de artikelen of delen hiervan opgenomen die een toelichting behoeven.

  • Artikel 1 betreft de begripsbepalingen en dat behoeft geen toelichting.

  • In artikel 2 is de doelgroep bepaald.

    Uit een brief van de minister van Szw d.d. 4 februari 2021 aan de Tweede Kamer blijkt dat de TONK is bedoeld voor huishoudens die door de huidige omstandigheden te maken hebben met een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in hun inkomen, en die daardoor de noodzakelijke kosten niet meer kunnen voldoen en waarvoor andere regelingen niet of onvoldoende soelaas bieden. Dat geldt bijvoorbeeld voor werknemers die hun baan verliezen en geen recht (meer) hebben op een uitkering (of waarvan de hoogte onvoldoende is om de vaste lasten te betalen), of voor zelfstandigen die vanwege de coronamaatregelen hun opdrachten zien verdwijnen.

  • In artikel 3 is bepaald wat niet als voorliggende voorziening wordt aangemerkt.

    De Participatiewet bepaald (artikel 15 PW) dat geen beroep op (bijzondere) bijstand kan worden gedaan indien er een zgn. voorliggende voorziening is die passend en toereikend is.

    Echter voor de noodmaatregel TONK kan er wel samenloop zijn met andere regelingen uit het steun- en herstelpakket van het Rijk zoals de Tozo (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers). Ook vergoedingen op basis van de TVL (Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB) of NOW (Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid) worden niet beschouwd als voorliggende voorziening. De vorengenoemde regelingen zijn niet toereikend of niet bedoeld voor de (eigen/privé) woonkosten ingeval van een grote inkomensterugval. Wij hebben ervoor gekozen om dit duidelijk in de beleidsregels op te nemen, zodat daarover geen misverstanden in de uitvoering kunnen ontstaan.

  • In artikel 4 zijn de voorwaarden opgenomen.

    De meest relevante voorwaarde is dat er sprake moet zijn van een inkomensverlies, als gevolg van corona, van minimaal 15%. In geval van zelfstandige ondernemers is dat echter niet controleerbaar vast te stellen. We zouden het huidige inkomen moeten vergelijken met het inkomen voorafgaande aan de crisis. Bij een eigen bedrijf ontbreken daarvoor de nodige bewijsstukken, omdat de actuele boekhoudgegevens nog niet beschikbaar zijn. Ook (voorlopige) omzetcijfers zouden geen goed beeld geven van verlies of winst van een bedrijf, omdat daarvoor ook de actuele kosten in beeld moeten zijn alsmede de belastinggegevens. Dit betekent dat het voor de uitvoering onmogelijk is om het huidige inkomen van een ondernemer goed vast te stellen. Dat zou pas kunnen na afloop van het boekjaar. Om de TONK vlot uitvoerbaar te maken, hebben we er dus voor gekozen om die bewijsstukken niet op te vragen, maar om te volstaan met een eigen schriftelijke verklaring waarin de ondernemer verklaard dat er sprake is van een inkomensverlies van minimaal 15% als gevolg van de crisis. Zo’n verklaring wordt ook in de landelijke handreiking van Divosa als afdoende beschouwd.

  • In artikel 5 worden de noodzakelijke kosten benoemd.

    Hier is een opsomming gemaakt van de kosten die wij als noodzakelijk zien voor de uitvoering van de TONK. Dit betreft de kale huur, of de kosten van aflossing- en rente voor de hypotheek én de kosten van gas, water en elektriciteit. Deze kosten moeten betrekking hebben op de (eigen) zelf bewoonde woning van de aanvrager.

  • In artikel 6 wordt de aanvraag beschreven en welke stukken gevraagd worden

    De aanvraag dient schriftelijk via ons aanvraagformulier te worden ingediend. Digitaal aanvragen zou onze voorkeur hebben maar is om praktische redenen niet op korte termijn in te regelen. In lid 2 is vastgesteld welke bewijsstukken moeten worden overgelegd.

    Daarbij wordt wel gevraagd om gegevens van het inkomen (m.u.v. gegevens uit eigen bedrijf). Die gegevens zijn nodig voor de berekening van de woonquote. Daarnaast hebben we bepaald dat een aanvraag kan worden ingediend tot 1 november 2021.

  • Artikel 7 behoeft geen toelichting (regelt terugwerkende kracht tot 1-1-2021).

  • In Artikel 8

    Er wordt niet gekeken naar inkomen uit een eigen bedrijf. In de toelichting bij de beleidsregels is een tabel opgenomen met de staffelmethode aan de hand waarvan de forfaitaire tegemoetkoming wordt berekend.

  • In artikel 9 is bepaald dat de peilmaand om het recht vast te stellen de maand januari 2021 is. Dit is omdat de regeling met terugwerkende kracht tot 1 januari 2021 gaat gelden.

    In lid 3 hebben wij geregeld, dat we ook nog rekening kunnen houden met een inkomensterugval later dan januari maar nog wel binnen de periode waarover de TONK geldt.

  • Artikel 10

    In dit artikel wordt de hoogte van de tegemoetkoming TONK bepaald op basis van de berekening van de woonquote. Daarbij is de onderstaande tabel leidend voor de bepaling van de maximale tegemoetkoming. In de tabel wordt onderscheid gemaakt naar gezinssamenstelling, te weten alleenstaand of gezin en naar hoogte van het actuele inkomen. Wanneer de woonlasten de norm overschrijden bestaat er recht op een TONK-uitkering.

    De woonquote betreft de woonlasten als percentage van het netto inkomen in de peilmaand. Dat wil zeggen de verhouding tussen enerzijds de toepasselijke woonlasten en anderzijds het netto- inkomen, uitgedrukt in een percentage. Voor twee type huishoudens is een grenswaarde per inkomensgroep bepaald. Bij een woonquote op of hoger dan de lagere grenswaarde in onderstaande tabel kan recht bestaan op TONK A. Bij een woonquote op of hoger dan de tweede grenswaarde in onderstaande tabel, maar lager dan 60%, kan recht bestaan op TONK B. Bij een woonquote op of hoger dan 60%, maar lager dan 80%, kan recht bestaan op TONK C en bij een woonquote op of hoger dan 80% TONK D.

    foto

  • De artikelen 11 t/m 15 behoeven geen verdere toelichting

Rekenvoorbeelden hoogte tegemoetkoming:

foto