Beleidsregels marginaal zelfstandigen gemeente Westerkwartier 2021

Geldend van 19-03-2021 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels marginaal zelfstandigen gemeente Westerkwartier 2021

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westerkwartier;

gelezen het advies met registratienummer 196952456;

overwegende dat het ook voor mensen met recht op een uitkering op grond van de Participatiewet, van wie geconstateerd is dat werkzaamheden als marginaal zelfstandige de enige reële optie richting arbeidsmarkt vormen, belangrijk is om naar vermogen te participeren op de arbeidsmarkt en hun kwaliteiten zoveel mogelijk in te zetten;

overwegende dat het voor degene, die van de gemeente toestemming heeft gekregen om als marginaal zelfstandige werkzaamheden te gaan verrichten, reëel is om bij de vaststelling van de in aanmerking te nemen inkomsten rekening te houden met bepaalde bedrijfskosten;

gelet op de artikelen 4:81 Algemene wet bestuursrecht en 7, 9 en 10 van de Participatiewet;

B E S L U I T :

vast te stellen de beleidsregels marginaal zelfstandigen gemeente Westerkwartier 2021.

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1. In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

    • a.

      Pw: de Participatiewet;

    • b.

      Bbz: het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004;

    • c.

      college: het college van burgemeester en wethouders;

    • d.

      uitkeringsgerechtigde: mensen met recht op algemene bijstand op grond van de Pw;

    • e.

      marginale zelfstandige activiteiten: productieve activiteiten van geringe omvang, die bescheiden inkomsten opleveren en die voor eigen rekening en risico worden uitgevoerd door uitkeringsgerechtigden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt vanwege oorzaken als sociaal-culturele achtergronden, het ontbreken van opleiding, het gebrek aan ervaring met het werken in loondienst, of de lange werkloosheidsduur. Kenmerkend voor de activiteiten is dat deze naar verwachting ook op termijn, niet zullen leiden tot voldoende inkomsten om zelfstandig in de kosten van het levensonderhoud te kunnen voorzien;

    • f.

      bedrijf: een bedrijf of een zelfstandig beroep.

  • 2. Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Pw en het Bbz.

Artikel 2 Doelgroep

  • 1. Aan uitkeringsgerechtigden van wie is vastgesteld dat marginale zelfstandige activiteiten de enige reële optie richting arbeidsmarkt vormen om naar vermogen te participeren op de arbeidsmarkt en hun kwaliteiten zoveel mogelijk in te zetten kan het college toestemming verlenen om activiteiten als marginaal zelfstandige te verrichten.

  • 2. Voorafgaand aan het starten van de activiteiten dient de uitkeringsgerechtigde van het college toestemming te hebben verkregen om activiteiten als marginaal zelfstandige te gaan verrichten.

  • 3. Wanneer een uitkeringsgerechtigde bij aanvang van de bijstand voldoet aan de omschrijving die is vermeld in lid 1 kan het college toestemming geven om de activiteiten als marginaal zelfstandige te continueren.

  • 4. Bij het beoordelen van het verzoek om toestemming worden in ieder geval de volgende criteria in aanmerking genomen:

    • a.

      er dient (naar verwachting) sprake te zijn van werkzaamheden van een bescheiden omvang die niet gericht zijn op het (op termijn) wel zelfstandig kunnen voorzien in de kosten van het bestaan;

    • b.

      deze werkzaamheden zullen naar verwachting, ook op termijn, niet leiden tot voldoende inkomsten om zelfstandig in de kosten van het levensonderhoud te kunnen voorzien;

    • c.

      de werkzaamheden leveren (naar verwachting) een bescheiden inkomen op;

    • d.

      de werkzaamheden worden voor eigen rekening en risico uitgevoerd;

    • e.

      de uitkeringsgerechtigde heeft een grote afstand tot de arbeidsmarkt vanwege oorzaken als sociaal-culturele achtergronden, het ontbreken van opleiding, het gebrek aan ervaring met het werken in loondienst, of de lange werkloosheidsduur;

    • f.

      de uitkeringsgerechtigde is niet aan te merken als gevestigde zelfstandige, startende zelfstandige of pré-starter (zoals beschreven in het Bbz).

Artikel 3 Aanvullende voorwaarden en verplichtingen

  • 1. Het tijdsbeslag van de werkzaamheden mag niet meer dan 1224 uur per jaar bedragen.

  • 2. De activiteiten moeten voldoen aan de wettelijke eisen voor zelfstandig ondernemerschap.

  • 3. Het bedrijf van de marginaal zelfstandige dient geregistreerd te zijn in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.

  • 4. Er dienen marktconforme prijzen te worden gehanteerd.

  • 5. Er dient een deugdelijke boekhouding te worden bijgehouden, die voldoet aan de regels zoals de belastingdienst die hanteert.

  • 6. De marginaal zelfstandige dient belastingaangifte te doen.

  • 7. De marginaal zelfstandige dient voor 1 juli van het volgende boekjaar de jaarcijfers, een kopie belastingaangifte en de bijbehorende belastingaanslag bij het college in te leveren.

  • 8. Op verzoek van het college kan de administratie ook op een ander moment worden ingeleverd.

  • 9. De marginaal zelfstandige moet volledig reëel beschikbaar blijven voor de arbeidsmarkt. Deze verplichting wordt onvoorwaardelijk opgelegd. Artikel 9 van de Pw is onverkort van toepassing.

Artikel 4 Wijze van verrekening van inkomsten en bedrijfskosten

  • 1. Het college moet de inkomsten die een marginaal uitkeringsgerechtigde verwerft in beginsel volledig verrekenen met de algemene bijstand.

  • 2. Voor degene die van het college toestemming heeft gekregen om als marginaal zelfstandige werkzaamheden te gaan verrichten is het reëel om bij de vaststelling van de voor de bijstandverlening in aanmerking te nemen inkomsten rekening te houden met bepaalde bedrijfskosten.

  • 3. Bij de vaststelling van de in aanmerking te nemen kosten wordt slechts rekening gehouden met kosten die direct gerelateerd zijn aan de opbrengsten en noodzakelijk zijn om de opbrengsten te genereren of wettelijk noodzakelijk zijn.

  • 4. Bij de verrekening van kosten wordt er verder van uitgegaan dat kosten van afschrijvingen, kosten van bedrijfsleningen en kosten van personeel niet noodzakelijk zijn en niet worden geaccepteerd. Dit kan slechts anders zijn wanneer de werkzaamheden als onderdeel van een re-integratietraject zijn ingezet.

  • 5. Kosten van huisvesting worden geaccepteerd indien het noodzakelijk is dat de activiteiten extern worden uitgevoerd.

  • 6. Bij vervoerskosten wordt uitgegaan van (alleen) zakelijk vervoer (blijkend uit een deugdelijke en sluitende kilometeradministratie) en een kilometerprijs van € 0,19 conform artikel 3.1 5 Wet Inkomstenbelasting. In voorkomende gevallen kunnen kosten van zakelijk openbaar vervoer in aanmerking worden genomen.

  • 7. Kosten in verband met het bijhouden van een deugdelijke boekhouding worden tot een bedrag van maximaal € 1 .000,00 in aanmerking genomen.

  • 8. Wanneer de uitkeringsgerechtigde is aangemerkt als marginaal zelfstandige, geeft hij het college inzicht in de verwachte inkomsten en de daarmee samenhangende beroepskosten. Het college bepaalt de hoogte van de in aanmerking te nemen inkomsten en beoordeelt jaarlijks of de situatie moet worden herzien. Het college beoordeelt op dat moment ook of de uitkeringsgerechtigde nog steeds als marginaal zelfstandige kan worden aangemerkt.

  • 9. Het college besluit op basis van de verwachte inkomsten en bedrijfskosten of er maandelijks een vast bedrag aan netto-inkomsten wordt verrekend of dat netto inkomsten moeten worden opgeven wanneer deze zich voordoen.

  • 10. De uitkeringsgerechtigde kan op elk moment vragen om wijziging van de in het vorige lid genoemde wijze waarop er met de inkomsten en bedrijfskosten wordt omgegaan.

  • 11. Op basis van de in artikel 3 lid 7 genoemde stukken stelt het college de inkomsten uit marginaal zelfstandig ondernemerschap en het recht op uitkering definitief vast.

  • 12. Het verdiende inkomen, zoals dat uit de boekhouding blijkt, is een bruto inkomen. Wanneer dit inkomen uitkomt op een negatief bedrag, wordt het inkomen op nihil gesteld. Het bruto inkomen dient verminderd te worden met te betalen inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen om het te kunnen vergelijken met de (netto) bijstand. Herleiding van het bruto inkomen van de marginaal zelfstandige naar netto inkomen vindt (analoog aan en) overeenkomstig artikel 6 lid 2 Bbz plaats met een forfaitair percentage.

Artikel 6 Intrekking toestemming

Wanneer naar het oordeel van het college niet aan de voorwaarden als genoemd in artikel 3 wordt voldaan of wanneer voortzetting van de marginale zelfstandige activiteiten niet meer verantwoord is, bijvoorbeeld in geval van negatieve bedrijfsresultaten, kan de toestemming tot het verrichten van deze activiteiten worden ingetrokken.

Artikel 7 Onvoorziene gevallen

Het college kan in bijzondere situaties ten gunste van belanghebbende afwijken van de beleidsregels indien toepassing tot onbillijkheden leidt.

Artikel 8 Citeertitel

Deze beleidsregels kunnen aangehaald worden als Beleidsregels marginaal zelfstandigen gemeente Westerkwartier 2021.

Artikel 9 Inwerkingtreding

  • 1. Deze beleidsregels treden in werking op de eerste dag na de bekendmaking ervan.

  • 2. Deze beleidsregels werken terug tot en met 1 januari 2021.

Ondertekening

Aldus besloten in de vergadering

van burgemeester en wethouders

van de gemeente Westerkwartier,

d.d. 9 maart 2021

A. van der Tuuk, burgemeester

A. Schulting, secretaris