Beleidsregel TONK gemeente Utrecht

Geldend van 09-07-2021 t/m 31-12-2021 met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2021

Intitulé

Beleidsregel TONK gemeente Utrecht

Burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht,

Gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 35 van de Participatiewet;

Gezien de Kamerbrief, d.d. 9 december 2020, van de minister van Economische Zaken en Klimaat e.a. inzake Aanpassingen in het economische steun- en herstelpakket als gevolg van de ontwikkeling in de bestrijding van het coronavirus;

Overwegende dat:

  • Zij op grond van titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 35 van de Participatiewet bevoegd zijn, op verzoek van een persoon van 18 jaar of ouder, een tegemoetkoming TONK te verlenen;

  • Het college het wenselijk vindt om aan te geven in welke situaties en onder welke voorwaarden een inwoner in aanmerking kan komen voor een tegemoetkoming Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK);

  • Het daarom wenselijk is voor dit doel een aparte, tijdelijke, beleidsregel vast te stellen.

Besluiten vast te stellen de volgende Beleidsregel TONK gemeente Utrecht

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Definities

  • 1. Deze beleidsregel verstaat onder:

    • a.

      wet: Participatiewet;

    • b.

      inkomen: totaal van het netto maandinkomen exclusief vakantiegeld van de aanvrager en de eventuele partner;

    • c.

      partner: degene met wie de aanvrager een gezamenlijke huishouding voert in de zin van de wet;

    • d.

      startmaand: de maand waarin de terugval van het inkomen voor het eerst minimaal 15% bedraagt;

    • e.

      woning: een zelfstandige of niet-zelfstandige woonruimte, alsmede een woonwagen op een erkende standplaats of een woonschip;

    • f.

      woonquote: vaste woonlasten als percentage van het netto inkomen in de startmaand;

    • g.

      referentiemaand: de maand die wordt gebruikt als referentie voor het inkomen vóór de coronamaatregelen.

  • 2. De begripsbepalingen van de wet zijn op deze beleidsregel van overeenkomstige toepassing.

Artikel 2 Doelgroep en algemene voorwaarden TONK

Een bijdrage TONK is bedoeld voor de aanvrager:

  • a.

    die door de huidige omstandigheden als gevolg van de coronacrisis te maken heeft met een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in het inkomen van minimaal 15% in de startmaand ten opzichte van de referentiemaand;

  • b.

    waarvan de inkomensdaling het gevolg van de coronacrisis is;

  • c.

    waarvan de inkomensdaling een daling betreft van het inkomen uit arbeid en/of het inkomen uit onderneming;

  • d.

    die daardoor de noodzakelijke woonlasten niet meer kan voldoen, en

  • e.

    waarvoor andere regelingen niet of onvoldoende soelaas bieden;

  • f.

    die minimaal 18 jaar oud is en de pensioengerechtigde leeftijd nog niet bereikt heeft.

Artikel 3 Afbakening

  • 1. Deze beleidsregel is voor TONK 1 van toepassing op de aanvraagperiode 15 maart 2021 tot en met 30 september 2021.

  • 2. Een bijdrage TONK 1 kan met terugwerkende kracht worden aangevraagd vanaf 1 januari 2021 en toegekend worden tot 1 juli 2021.

  • 3. Deze beleidsregel is voor TONK 2 van toepassing op de aanvraagperiode 1 augustus 2021 tot en met 31 december 2021.

  • 4. Een bijdrage TONK 2 kan met terugwerkende kracht worden aangevraagd vanaf 1 juli 2021 en toegekend worden tot 1 januari 2022.

  • 5. De ‘Richtlijnen bijzondere bijstand gemeente Utrecht‘ zijn niet van toepassing op de aanvragen TONK

Artikel 4 Aanvraag

  • 1. De aanvraag voor de bijdrage wordt digitaal ingediend via het aanvraagformulier op utrecht.nl/tonk. In afwijking van deze digitale aanvraag is een schriftelijke aanvraag mogelijk indien naar het oordeel van het college bijzondere omstandigheden in het individuele geval hiertoe aanleiding geven.

  • 2. Aanvrager en/of de partner verklaart bij de aanvraag:

    • a.

      dat de substantiële terugval in inkomen het gevolg is van de coronacrisis (Covid-19);

    • b.

      wat de hoogte van het inkomen is van de startmaand;

    • c.

      wat de hoogte van het inkomen is van de referentiemaand;

    • d.

      wat de hoogte van de noodzakelijke woonlasten is, zoals bedoeld in art. 6, van de startmaand.

  • 3. Aanvrager en/of de partner overlegt bij de aanvraag:

    • a.

      de bewijzen van het inkomen van de startmaand;

    • b.

      de bewijzen van het inkomen van de referentiemaand;

    • c.

      de bewijzen van de noodzakelijke woonlasten van de startmaand.

  • 4. De referentiemaand is januari 2020. Aanvragers kunnen een verzoek indienen voor een andere referentieperiode dan januari 2020. Het college kan op grond van dit verzoek een andere referentieperiode hanteren indien bijzondere omstandigheden in het individuele geval hiertoe aanleiding geven.

Artikel 5 Inlichtingenplicht en controle

  • 1. De aanvrager en/of de partner doet aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet kunnen zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op de bijdrage.

  • 2. De aanvrager en/of de partner is verplicht om alle medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is om het recht op de bijdrage te kunnen vaststellen.

  • 3. Bij de toekenning worden de overlegde bewijzen als bedoeld in art. 4 derde lid niet beoordeeld op volledigheid. Ook wordt niet beoordeeld of de gegevens in deze bewijzen overeenkomen met de overige gegevens die zijn verstrekt.

  • 4. Het college controleert steekproefsgewijs achteraf of inwoners die de bijdrage TONK hebben ontvangen hier ook daadwerkelijk recht op hadden. Bij deze controle worden in ieder geval de overlegde bewijzen betrokken als bedoeld in art. 4 derde lid.

Hoofdstuk 2 Recht op toekenning TONK

Artikel 6 Noodzakelijke woonlasten

De bijdrage TONK heeft in ieder geval betrekking op de volgende voor de aanvrager noodzakelijke algemene kosten van bestaan:

  • a.

    kosten van huur voor de woning plus eventuele servicekosten;

  • b.

    kosten van de netto hypotheekrente voor de woning plus eventuele bijdrage Vereniging van Eigenaars (VvE).

Artikel 7 Inkomen en vermogen

  • 1. Onder inkomen wordt verstaan:

    • a.

      inkomen uit arbeid;

    • b.

      inkomen uit de eigen onderneming;

    • c.

      inkomen uit een uitkering, studiefinanciering en pensioen;

    • d.

      inkomen uit verhuur; en

    • e.

      inkomen uit partneralimentatie.

  • 2. Het vermogen van de aanvrager en de partner wordt buiten beschouwing gelaten.

Artikel 8 Toekenning en hoogte bijdrage TONK 1

  • 1. De toekenning en hoogte van de TONK wordt bepaald op basis van de woonquote.

  • 2. De voor de woonquote toepasselijke woonlasten worden als volgt bepaald:

    • a.

      bij huurwoning: kosten in de startmaand van huur vermeerderd met een forfaitair bedrag van € 48 indien er sprake is van servicekosten;

    • b.

      bij eigen woning: kosten in de startmaand van de hypotheekrente en aflossing voor de woning vermeerderd met een forfaitair bedrag van € 100 indien er sprake is van een VVE bijdrage.

  • 3. Om in aanmerking te komen voor TONK dient de woonquote van de aanvrager te voldoen aan een grenswaarde. De grenswaarden in Bijlage 1 bepalen aan welke woonquote minimaal moet worden voldaan.

  • 4. Bij een woonquote op of hoger dan de van toepassing zijnde grenswaarde in Bijlage 1 wordt bepaald of er sprake is van TONK A, TONK B, TONK C of TONK D:

    • a.

      bij een woonquote op of hoger dan de eerste grenswaarde en lager dan de tweede grenswaarde, is sprake van TONK A;

    • b.

      bij een woonquote op of hoger dan de tweede grenswaarde en lager dan 65% is sprake van TONK B;

    • c.

      bij een woonquote op of hoger dan 65% en lager dan 80% is sprake van TONK C;

    • d.

      bij een woonquote op of hoger dan 80% is sprake van TONK D.

  • 5. De bijdrage op basis van deze beleidsregel bedraagt bij TONK A:

    • a.

      € 750 per huishouden bij toekenning per 1 januari 2021;

    • b.

      € 625 per huishouden bij toekenning per 1 februari 2021;

    • c.

      € 500 per huishouden bij toekenning per 1 maart 2021;

    • d.

      € 375 per huishouden bij toekenning per 1 april 2021;

    • e.

      € 250 per huishouden bij toekenning per 1 mei 2021;

    • f.

      € 125 per huishouden bij toekenning per 1 juni 2021.

  • 6. De bijdrage op basis van deze beleidsregel bedraagt bij TONK B:

    • a.

      € 1500 per huishouden bij toekenning per 1 januari 2021;

    • b.

      € 1250 per huishouden bij toekenning per 1 februari 2021;

    • c.

      € 1000 per huishouden bij toekenning per 1 maart 2021;

    • d.

      € 750 per huishouden bij toekenning per 1 april 2021;

    • e.

      € 500 per huishouden bij toekenning per 1 mei 2021;

    • f.

      € 250 per huishouden bij toekenning per 1 juni 2021.

  • 7. De bijdrage op basis van deze beleidsregel bedraagt bij TONK C:

    • a.

      € 2250 per huishouden bij toekenning per 1 januari 2021;

    • b.

      € 1875 per huishouden bij toekenning per 1 februari 2021;

    • c.

      € 1500 per huishouden bij toekenning per 1 maart 2021;

    • d.

      € 1125 per huishouden bij toekenning per 1 april 2021;

    • e.

      € 750 per huishouden bij toekenning per 1 mei 2021;

    • f.

      € 375 per huishouden bij toekenning per 1 juni 2021.

  • 8. De bijdrage op basis van deze beleidsregel bedraagt bij TONK D:

    • a.

      € 3000 per huishouden bij toekenning per 1 januari 2021;

    • b.

      € 2500 per huishouden bij toekenning per 1 februari 2021;

    • c.

      € 2000 per huishouden bij toekenning per 1 maart 2021;

    • d.

      € 1500 per huishouden bij toekenning per 1 april 2021;

    • e.

      € 1000 per huishouden bij toekenning per 1 mei 2021;

    • f.

      € 500 per huishouden bij toekenning per 1 juni 2021.

  • 9. Bij een woonquote onder het van toepassing zijnde percentage in Bijlage 1 wordt de aanvraag afgewezen.

  • 10. De bijdrage wordt eenmalig verstrekt voor ten hoogste de periode van 1 januari tot 1 juli 2021. De bijdrage gaat in vanaf de eerste dag van de startmaand.

  • 11. De uitbetaling vindt eenmalig plaats ter hoogte van de volledige bijdrage.

  • 12. De hoogte van de bijdrage wordt gemaximeerd op het bedrag van de inkomensdaling tussen startmaand en referentiemaand.

Artikel 8a Toekenning en hoogte bijdrage TONK 2

  • 1. De leden 1 tot en met 4, 9, 11 en 12 van artikel 8 zijn van overeenkomstige toepassing op TONK.

  • 2. De bijdrage op basis van deze beleidsregel bedraagt bij TONK A:

    • a.

      € 125 per huishouden bij toekenning per 1 december 2021;

    • b.

      € 625 per huishouden bij toekenning per 1 augustus 2021;

    • c.

      € 500 per huishouden bij toekenning per 1 september 2021;

    • d.

      € 375 per huishouden bij toekenning per 1 oktober 2021;

    • e.

      € 250 per huishouden bij toekenning per 1 november 2021;

    • f.

      € 125 per huishouden bij toekenning per 1 december 2021.

  • 3. De bijdrage op basis van deze beleidsregel bedraagt bij TONK B:

    • a.

      € 1500 per huishouden bij toekenning per 1 juli 2021;

    • b.

      € 1250 per huishouden bij toekenning per 1 augustus 2021;

    • c.

      € 1000 per huishouden bij toekenning per 1 september 2021;

    • d.

      € 750 per huishouden bij toekenning per 1 oktober 2021;

    • e.

      € 500 per huishouden bij toekenning per 1 november 2021;

    • f.

      € 250 per huishouden bij toekenning per 1 december 2021.

  • 4. De bijdrage op basis van deze beleidsregel bedraagt bij TONK C:

    • a.

      € 750 per huishouden bij toekenning per 1 november 2021;

    • b.

      € 1875 per huishouden bij toekenning per 1 augustus 2021;

    • c.

      € 1500 per huishouden bij toekenning per 1 september 2021;

    • d.

      € 1125 per huishouden bij toekenning per 1 oktober 2021;

    • e.

      € 750 per huishouden bij toekenning per 1 november 2021;

    • f.

      € 375 per huishouden bij toekenning per 1 december 2021.

  • 5. De bijdrage op basis van deze beleidsregel bedraagt bij TONK D:

    • a.

      € 3000 per huishouden bij toekenning per 1 juli 2021;

    • b.

      € 2500 per huishouden bij toekenning per 1 augustus 2021;

    • c.

      € 2000 per huishouden bij toekenning per 1 september 2021;

    • d.

      € 1500 per huishouden bij toekenning per 1 oktober 2021;

    • e.

      € 1000 per huishouden bij toekenning per 1 november 2021;

    • f.

      € 500 per huishouden bij toekenning per 1 december 2021.

  • 6. De bijdrage wordt eenmalig verstrekt voor ten hoogste de periode van 1 juli tot 1 januari 2022. De bijdrage gaat in vanaf de eerste dag van de startmaand.

Artikel 9 Voorliggende voorzieningen

  • 1. De aanvrager en/of de partner die aanspraak kan maken op een voorliggende voorziening die toereikend is om de woonlasten te kunnen betalen kan niet in aanmerking komen voor een bijdrage TONK.

  • 2. Een voorliggende voorziening is in ieder geval:

    • a.

      een huurtoeslag van de Belastingdienst op grond van de Wet op de huurtoeslag;

    • b.

      een woonkostentoeslag op grond van de wet;

    • c.

      een huurverlaging op grond van de Wet op de eenmalige huurverlaging.

  • 3. Een verkregen betaalpauze voor de hypotheek wordt beschouwd als een voorliggende voorziening.

Artikel 10 Afzien opleggen verhuisverplichting

Het college legt aan de aanvrager die op basis van deze beleidsregel in aanmerking komt voor de bijdrage TONK, geen verhuisverplichting op.

Hoofdstuk 3 Slotbepalingen

Artikel 11 Inwerkingtreding

  • 1. Deze beleidsregel treedt in werking de dag na bekendmaking in het gemeenteblad.

  • 2. De beleidsregel komt te vervallen per 1 januari 2022.

Artikel 12 Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel TONK gemeente Utrecht.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, in de vergadering van 9 maart 2021.

De secretaris, de burgemeester,

Gabrielle G.H.M. Haanen Sharon A.M. Dijksma

Bijlage 1 - Woonquote

De woonquote betreft de vaste woonlasten als percentage van het netto inkomen in de startmaand. Dat wil zeggen de verhouding tussen enerzijds de toepasselijke woonlasten en anderzijds het netto-inkomen, uitgedrukt in een percentage. Voor twee type huishoudens is een grenswaarde per inkomensgroep bepaald. Bij een woonquote op of hoger dan de lagere grenswaarde in onderstaande tabel kan recht bestaan op TONK A.

Bij een woonquote op of hoger dan de tweede grenswaarde in onderstaande tabel, maar lager dan 65%, kan recht bestaan op TONK B. Bij een woonquote op of hoger dan 65%, maar lager dan 80%, kan recht bestaan op TONK C en bij een woonquote op of hoger dan 80% TONK D.

grenswaarde woonquote per huishoudtype

alleenstaand

gezin

netto inkomen peilmaand t/m

TONK A

TONK B

TONK C

TONK D

TONK A

TONK B

TONK C

TONK D

€2.500

40%

50%

65%

80%

35%

45%

65%

80%

€3.000

40%

50%

65%

80%

40%

50%

65%

80%

€5.000

45%

55%

65%

80%

40%

50%

65%

80%

> € 5.000

50%

60%

65%

80%

50%

60%

65%

80%

Toelichting bij Beleidsregel TONK gemeente Utrecht

Algemeen

Vanuit de wens om huishoudens te ondersteunen waarvoor de bestaande steunmaatregelen geen of onvoldoende soelaas bieden, heeft het kabinet de Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) geïntroduceerd. Deze bijdrage is voor huishoudens die te maken hebben met een inkomensterugval en daardoor de noodzakelijke kosten niet meer kunnen betalen uit het inkomen. Het gaat hierbij om een vergoeding voor daadwerkelijke noodzakelijke kosten, niet om een inkomensondersteunende regeling. De TONK is met name bedoeld voor woonkosten en geldt voor de periode januari tot en met juni 2021.

De bijdrage TONK is een vorm van bijzondere bijstand in het kader van de Participatiewet. Vanwege de zeer bijzondere situatie waarin grote delen van het economische leven stilliggen door de coronamaatregelen, is er aanleiding om tijdelijk af te wijken van regels die normaal gesproken worden gehanteerd bij de bijzondere bijstand. Gemeenten kunnen hiervoor in deze periode de regels van de bijzondere bijstand op onderdelen tijdelijk aanpassen. Met deze beleidsregel TONK geeft het college hieraan invulling voor de gemeente Utrecht.

De Beleidsregel TONK biedt op onderdelen ruimere kaders dan de beleidsregels bijzondere bijstand (zie hiervoor de Richtlijnen Bijzondere bijstand gemeente Utrecht). Zo wordt de toetsing op draagkracht anders ingevuld. Hierdoor zal de doelgroep zich niet beperken tot inwoners met een laag inkomen en een beperkt vermogen.

De TONK is een aanvulling op het bestaande armoedebeleid van de gemeente Utrecht. Mogelijk hebben aanvragers ook recht op andere voorzieningen, of hebben meer aan een andere voorziening zoals woonkostentoeslag. Bij de aanvraag kan de aanvrager aangeven of er behoefte bestaat aan aanvullende hulp en advies. Naar aanleiding hiervan volgt een intakegesprek om de mogelijkheden van ondersteuning verder in kaart te brengen. Dit geldt uiteraard ook voor mensen die geen recht hebben op TONK.

Artikelsgewijs

Artikel 1 Definities

Startmaand en referentiemaand

De startmaand is de maand waarin voor het eerst een inkomensdaling van minimaal 15% bestaat ten opzichte van januari 2020 (de referentiemaand). De startmaand valt binnen de periode vanaf 1 januari 2021 tot 1 juli 2021. De hoogte van de bijdrage is onder andere afhankelijk van deze startmaand.

Woning

Het begrip woning dat voor de TONK wordt gehanteerd wijkt af van het begrip dat de Participatiewet hanteert. Voor de TONK gaat het enkel om zelfstandige woonruimte, dus bijvoorbeeld geen kamerhuur of inwoning.

Het moet bij de TONK dus gaan om huishoudens met een zelfstandige woning (huur of in eigendom); dit kan ook een woonschip zijn of woonwagen. Dat het moet gaan om een zelfstandige woonruimte is ook de hoofdregel bij de huurtoeslag. Het ligt niet voor de hand dat de overheid een bijdrage biedt voor het betalen van hoge kosten van onzelfstandige woonruimte. Wanneer iemand een onzelfstandige woonruimte huurt en de lasten daarvan als gevolg van een inkomensterugval in de coronacrisis niet meer kan betalen, is wellicht een beroep mogelijk op coulance van de verhuurder of hoofdbewoner.

Artikel 2 Doelgroep en algemene voorwaarden TONK

Inkomensterugval

De inkomensterugval wordt bekeken per huishouden, dus niet per persoon. Bij een daling van minimaal 15% van het gezamenlijke inkomen is er mogelijk recht op TONK.

Een bijdrage TONK is bedoeld voor bijvoorbeeld werknemers die hun baan verliezen en geen recht (meer) hebben op een uitkering, of voor zelfstandigen die vanwege de coronamaatregelen hun opdrachten zien verdwijnen. Het kan gaan om flexwerkers en andere werknemers met een loonsverlaging door corona. Ook inwoners die al in 2020 ingestroomd zijn in een uitkering (WW, bijstand of Tozo) vanwege de coronacrisis, maar waarvoor de hoogte van de uitkering onvoldoende is om de vaste woonlasten te betalen, kunnen mogelijk in aanmerking komen voor de TONK.

Coronagerelateerd

Om in aanmerking te komen voor TONK moet de inkomensdaling het gevolg zijn van de coronacrisis. Bij een inkomensdaling door bijvoorbeeld met pensioen gaan of verwijtbaar ontslag is er geen recht op TONK.

Werkgerelateerd

Om in aanmerking te komen voor TONK moet de inkomensdaling met het werk te maken hebben. Dan gaat het bijvoorbeeld om werknemers die hun werk hebben verloren, minder uren werken of die een lager uurtarief betaald krijgen. Huishoudens met minder inkomen door bijvoorbeeld een echtscheiding komen niet in aanmerking voor TONK.

Pensioengerechtigde leeftijd

Huishoudens waarbij aanvrager en eventuele partner de pensioengerechtigde leeftijd bereikt hebben komen niet in aanmerking voor TONK. Huishoudens waarbij één van de partners wel de pensioengerechtigde leeftijd heeft en de ander niet, kunnen bij inkomensterugval als gevolg van corona mogelijk wel aanspraak maken. Ook dan wordt gekeken naar de inkomensterugval van het gezamenlijk inkomen.

Artikel 3 Afbakening

Aanvragers kunnen een bijdrage aanvragen voor de periode 1 januari 2021 tot 1 juli 2021. Binnen deze periode moet er sprake zijn van een inkomensdaling van minimaal 15% ten opzichte van januari 2020. Voor een deel van de doelgroep zal de inkomensdaling in 2020 al zijn ontstaan. Zij kunnen, met terugwerkende kracht, aanvragen per 1 januari 2021.

Hoewel de bijdrage geldt tot 1 juli, kan er in juli nog wel aanvraag ingediend worden met terugwerkende kracht, bijvoorbeeld als de inkomensdaling in juni heeft plaatsgevonden.

Artikel 4 Aanvraag

Digitale aanvraag

Voor de bijdrage TONK geldt een beperkte aanvraagperiode (tot en met 31 juli 2021). Hiervoor wordt een elektronisch aanvraagformulier beschikbaar gesteld op utrecht.nl/tonk waarvoor aanvragers kunnen inloggen met hun DigiD. Dit wordt ook gedaan zodat de toekenning, het bepalen van de hoogte van de bijdrage en de uitbetaling zo veel mogelijk automatisch kunnen plaatsvinden. Daarbij wordt zo veel mogelijk afgegaan op de inlichtingen en verklaringen die de aanvrager verstrekt.

Wanneer iemand aan de hand van de ingevoerde informatie op voorhand niet in aanmerking komt voor de bijdrage, wordt de betrokkene hierover direct geïnformeerd, met de reden waarom geen aanspraak bestaat. Er komt dan geen elektronische aanvraag tot stand.

Verzoek andere referentieperiode

In principe wordt januari 2020 gehanteerd als referentie voor het inkomen vóór corona. Echter is niet voor iedereen dat een reële referentieperiode, bijvoorbeeld als er sprake is van seizoenswerk zoals de horeca, evenementenbranche en niet-essentiële detailhandel. Aanvragers kunnen een verzoek indienen voor een andere referentieperiode, zodat ook in deze situaties aanspraak gemaakt kan worden op TONK.

Om te bepalen of er een andere referentieperiode wordt gehanteerd wordt gekeken of het aannemelijk is dat de inkomensdaling het gevolg is van de coronamaatregelen en welke periode wel een reële periode is voor het inkomen vóór corona.

Artikel 5 Inlichtingenplicht en controle

Controle via steekproef

We gaan uit van het vertrouwensprincipe en baseren de toekenning zoveel mogelijk op grond van verklaringen. We behouden ons het recht voor om steekproefsgewijs controle te doen door bijvoorbeeld de ingeleverde bewijsstukken te controleren, nadere bewijsstukken op te vragen of het Inlichtingenbureau (SUWI-net) te raadplegen.

Artikel 6 Noodzakelijke woonlasten

Toelichting huurwoning

Bij de woonkosten wordt uitgegaan van de kale huur zoals dit ook gehanteerd wordt bij de huurtoeslag. Bij een huurwoning toetsen we ook of er sprake is van servicekosten. Indien hiervan sprake is wordt een bedrag van € 48 opgeteld bij de woonkosten.

Huurtoeslag wordt gezien als een passende en toereikende voorliggende voorziening, waardoor mensen met een kale huur onder € 752,33 per maand over het algemeen niet voor een TONK-vergoeding in aanmerking zullen komen. We verwijzen hun door naar de Belastingdienst voor het aanvragen van een huurtoeslag. Als de huurtoeslag alsnog wordt afgewezen door de Belastingdienst kan de inwoner zich opnieuw melden voor een aanvraag.

Toelichting koopwoning

Bij eigen woningen worden als compensabele woonkosten de kosten van de netto hypotheekrente voor de woning gehanteerd. Voor deze kosten is de bijdrage TONK bedoeld. In het aanvraagformulier vragen wij echter wel om de totale hypotheekkosten van bruto hypotheekrente en aflossing. Deze gegevens zijn van belang om vast te stellen wat de woonquote is.

Bij de koopwoning tellen we ook de kosten van de bijdrage VvE mee. Indien de aanvrager aangeeft deze kosten te hebben wordt er bij de woonkosten een standaardbedrag van € 100 opgeteld.

Artikel 7 Inkomen en vermogen

Inkomen

Bij de TONK wordt bij de bepaling van het recht het inkomen voor de coronacrisis vergeleken met het huidige inkomen. Daarbij wordt alleen gekeken naar het inkomen zoals vastgelegd in art. 7 lid 1.

Bij het vaststellen van het recht op algemene bijstand en andere vormen van bijzondere bijstand worden meer vormen van inkomen betrokken, zoals vakantietoeslag en inkomen in natura. De inkomensbepaling van de TONK is daarmee eenvoudiger en laagdrempeliger. Er hoeven minder gegevens opgegeven te worden bij de aanvraag.

De inkomsten van overige medebewoners (naast de partner) worden niet meegeteld. De kostendelersnorm is ook niet van toepassing.

Het inkomen uit onderneming bepalen we op dezelfde wijze als waarop dat bij de Tozo gebeurt. Daar hebben we ervaring mee opgedaan en geconstateerd dat dat uitvoerbaar is. Voor ondernemers die te maken hebben met zowel TONK als Tozo is het prettig dat in de beide regelingen dezelfde wijze gehanteerd wordt.

Tevens kunnen we daarmee de gegevensuitvraag voor aanvragers die op moment van aanvraag TONK reeds Tozo ontvangen verminderen. Gegevens die we al kennen hoeven ze niet nog een keer op te geven. Dat geldt ook voor bijstandsgerechtigden en huishoudens die recentelijk bijzondere bijstand hebben ontvangen.

Voor de bijdrage TONK is, net als bij de Tozo, het niveau van de netto inkomsten van ondernemers van belang. Bij bruto inkomsten vindt een correctie plaats voor de verwachte belastingen en premies die daarover verschuldigd zijn.

Bij de partneralimentatie beoordelen we wat de verwachting aan daadwerkelijke alimentatie er redelijkerwijs is in de periode tot 1 juli 2021. Daar waar wel aanspraak is op partneralimentatie, maar geen daadwerkelijke betaling plaatsvindt beschouwen we het niet als inkomen.

Kinderalimentatie laten we voor de TONK buiten beschouwing.

Geen vermogensgrens

Door het uitzonderlijke karakter van de coronacrisis en de beperkende maatregelen die hierbij gelden, waardoor grote delen van het economische leven stilliggen, is er aanleiding om voor de TONK geen vermogensgrens te hanteren. Daarnaast vereenvoudigt dit de uitvoering aanzienlijk en kunnen aanvragers sneller een besluit krijgen op hun aanvraag.

Artikel 8 Toekenning en hoogte bijdrage

De woonquote

In samenspraak met het NIBUD is een tabel ontwikkeld, waarin wordt vastgesteld wanneer de woonlasten niet meer zijn op te brengen door de inwoner. In deze tabel wordt onderscheid gemaakt naar gezinssamenstelling (eenpersoons- of meerpersoonshuishoudens) en naar hoogte van het actuele inkomen. Wanneer de woonlasten de norm overschrijden bestaat er recht op een TONK-uitkering.

In de woonlastentabel onderscheiden we verschillende normen. Voor een gezin dat bijvoorbeeld 35% of meer van hun gezamenlijke inkomen van € 2000 kwijt is aan woonlasten geldt de lage norm. Dit gezin kan aanspraak maken op een TONK-uitkering van € 750 (startmaand januari 2021). Indien dit gezin echter meer dan 45% van het inkomen kwijt is aan woonlasten bestaat er recht op een TONK-uitkering van € 1.5000 (startmaand januari 2021). Voor de exacte normen zie Bijlage 1.

Artikel 9 Voorliggende voorzieningen

Voorliggende voorzieningen

TONK betreft een vorm van bijzondere bijstand. Dat betekent dat er alleen sprake kan zijn van recht als andere regelingen, die hetzelfde beogen, geen toegang bieden. Voorliggend op de TONK zijn bijvoorbeeld:

  • 1.

    huurtoeslag:  de huurtoeslag is een bijdrage in de huurkosten van de woning, waarbij normen zijn gesteld t.a.v. de hoogte van de huur, inkomen en vermogen;

  • 2.

    woonkostentoeslag: woonkostentoeslag (WKT) is een bijdrage in de woonkosten als het inkomen plotseling en onverwijtbaar is gedaald. WKT is een vorm van bijzondere bijstand, waarbij de reguliere inkomens- en vermogensnormen worden gehanteerd en wordt gefinancierd vanuit het gemeentefonds. De duur van de WKT is maximaal 12 maanden. Bij de WKT is sprake van een bijdrage op maat voor huishoudens met een laag inkomen en beperkt vermogen;

  • 3.

    huurverlaging op grond van Wet eenmalige huurverlaging: huurders die een te hoge huur betalen voor hun inkomen krijgen in 2021 mogelijk een eenmalige huurverlaging via de woningcorporatie. Deze regeling geldt alleen voor huishoudens die een (zelfstandige) sociale woning van een woningcorporatie huren. Tevens moet worden voldaan aan bepaalde huur- en inkomensgrenzen.

De Participatiewet kent een bredere werking qua voorliggende voorzieningen. Voor de TONK zien we alleen voorzieningen waaruit de woonlasten kunnen worden voldaan als voorliggend. Dat betekent bijvoorbeeld ook dat we kijken naar een eventuele bij de hypotheekverstrekker verkregen pauze van de hypotheeklasten. De woonlasten zijn dan opgeschort of gedaald. Alleen de daadwerkelijk betaalde woonlasten in de peilmaand tellen mee voor de berekening van de woonquote.

Banken zijn door het rijk opgeroepen om te kijken naar hypotheekpauzes voor huishoudens die minder inkomen hebben door de coronacrisis. We vragen voor het recht op TONK, omwille van de snelheid van de toekenning, niet aan aanvragers om eerst te onderzoeken of ze een hypotheekpauze kunnen krijgen.

Artikel 9 Hoogte bijdrage en periode verstrekking

De TONK is een eenmalig bedrag voor de gehele looptijd van de TONK-regeling (1 jan. 2021 tot 1 juli 2021). Dit zal mogelijk niet dekkend zijn voor alle bovenmatige woonkosten, maar het kan wel helpen om problematische schulden te voorkomen.

Huishoudens met een inkomensverlaging door corona later dan januari 2021, maar nog wel tijdens de looptijd van de regeling, krijgen een toekenning naar evenredigheid van de kortere periode.

Artikel 10 Afzien opleggen verhuisverplichting

De inwoner die gebruik maakt van de TONK hoeft zich niet in te zetten om goedkopere woonruimte te vinden. Deze inspanningsverplichting hanteren we normaal gesproken wel als we bijzondere bijstand verlenen voor hoge woonlasten (woonkostentoeslag).