Verordening AOW- en Jeugdtegoed Rotterdam 2021

Geldend van 09-04-2022 t/m heden

Intitulé

Verordening AOW- en Jeugdtegoed Rotterdam 2021

De raad van de gemeente Rotterdam,

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 19 januari 2021; raadsvoorstel nr. 21bb00578; raadsstuk 21bb2221;

gelet op de artikelen 108, 149 en 156 van de Gemeentewet;

overwegende dat:

  • -

    het sinds 1 januari 2015 niet meer mogelijk is om aan groepen AOW-gerechtigden met een laag inkomen en kinderen van ouders die een laag inkomen hebben, een categoriale inkomenstoeslag te verstrekken op grond van de Participatiewet;

  • -

    deze doelgroepen vaak financieel beperkt zijn in hun mogelijkheden tot maatschappelijke participatie;

  • -

    de raad van de gemeente Rotterdam deze doelgroepen wil blijven stimuleren en faciliteren om te participeren in de maatschappij;

  • -

    de Verordening AOW- en Jeugdtegoed Rotterdam 2020 geldt tot 1 maart 2021;

besluit:

Artikel 1 Definities

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • -

    AOW-gerechtigde: persoon die op 1 maart 2021 de leeftijd heeft bereikt waarop hij aanspraak kan maken op een uitkering op grond van de Algemene Ouderdomswet en als ingezetene staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen in Rotterdam;

  • -

    doelgroep: AOW-gerechtigden met een laag inkomen en kinderen en jongeren die ouders hebben met een laag inkomen;

  • -

    inkomen: inkomen als bedoeld in artikel 31, 32 en 33 van de Participatiewet;

  • -

    kind: kind dat op 1 maart 2021 vier jaar of ouder is, maar op 1 maart 2021 nog niet de leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt en als ingezetene staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen in Rotterdam;

  • -

    jongere: jongere die op 1 maart 2021 twaalf jaar of ouder is, maar op 1 maart 2021 nog niet de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en als ingezetene staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen in Rotterdam;

  • -

    laag inkomen: inkomen van ten hoogste 110% van het wettelijk sociaal minimum voor ouders van kinderen en voor AOW-gerechtigden en inkomen van ten hoogste 130% van het wettelijk sociaal minimum voor ouders van jongeren, in tenminste de maand van de aanvraag en uiterlijk de derde maand voorafgaand aan de maand van de aanvraag, waarbij als wettelijk sociaal minimum wordt uitgegaan van:

    • a.

      voor gehuwden: 100% van de bijstandsnorm voor gehuwden;

    • b.

      voor alleenstaanden: 70% van de bijstandsnorm voor gehuwden;

    • c.

      voor alleenstaande ouders: 70% van de bijstandsnorm voor gehuwden, plus de ‘kop’ voor alleenstaande ouders, de zogenaamde alo-kop;

  • -

    Rotterdampas: stadspas, uitgegeven door de gemeente Rotterdam, die een persoon in Rotterdam kan aanvragen en die de mogelijkheid biedt om met reductie deel te nemen aan participatie bevorderende activiteiten;

  • -

    tegoed: AOW- of jeugdtegoed dat op grond van deze verordening kan worden verstrekt aan personen die tot de doelgroep behoren.

Artikel 2 Reikwijdte verordening

Deze verordening heeft betrekking op de verstrekking van een tegoed voor de bevordering van noodzakelijke maatschappelijke participatie van de doelgroep.

Artikel 3 Bevoegdheden college

  • 1. Het college besluit op de aanvraag voor een tegoed.

  • 2. Ten behoeve van de uitvoering van deze verordening kan het college nadere regels vaststellen ten aanzien van in ieder geval:

    • a.

      de doelgroep;

    • b.

      de uiterste aanvraagdatum;

    • c.

      de door de aanvrager te overleggen gegevens;

    • d.

      de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een tegoed;

    • e.

      de berekening van het inkomen;

    • f.

      de toekenning van het tegoed;

    • g.

      het wijzigen of intrekken van het besluit op de aanvraag;

    • h.

      de besteding van het tegoed.

Artikel 4 Aanvraag

  • 1. De aanvraag voor een tegoed wordt ingediend op een door het college vastgesteld aanvraagformulier.

  • 2. Het college kan een tegoed ook ambtshalve verstrekken.

Artikel 5 Verstrekken van het tegoed

  • 1. Het college verstrekt het tegoed aan:

    • a.

      de AOW-gerechtigde met een laag inkomen;

    • b.

      de ouder van het kind of de jongere, welke ouder een laag inkomen heeft.

  • 2. Het tegoed wordt beschikbaar gesteld door middel van storting op de Rotterdampas.

Artikel 6 Hoogte tegoed

  • 1. Het AOW-tegoed bedraagt € 450,- per huishouden, bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Participatiewet.

  • 2. Het jeugdtegoed bedraagt:

    • a.

      € 275,- voor een kind;

    • b.

      € 500,- voor een jongere.

Artikel 7 Bestedingsduur tegoed

  • 1. Het tegoed kan worden besteed tot en met 28 februari 2023.

  • 2. Het tegoed kan uitsluitend worden besteed met een geldige Rotterdampas.

  • 2. Een eventueel saldo van het tegoed op de Rotterdampas vervalt met ingang van de dag waarop de in het eerste lid genoemde periode is verstreken.

Artikel 8 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de AOW-gerechtigde, het kind of de jongere afwijken van artikel 5, eerste lid, van deze verordening als toepassing hiervan gelet op het belang dat dit artikel beoogt te beschermen naar het oordeel van het college tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Artikel 9 Inwerkingtreding en duur

  • 1. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag van de maand, volgend op de maand van bekendmaking in het Gemeenteblad en werkt, voor zover deze dag ligt na 1 maart 2021, terug tot en met 1 maart 2021.

  • 2. Deze verordening vervalt op 1 maart 2022, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op verstrekte tegoeden.

Artikel 10 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening AOW- en Jeugdtegoed Rotterdam 2021.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 18 februari 2021.

De griffier,

I.C.M. Broeders

De voorzitter,

B. van Schaik, plv.

Dit gemeenteblad is uitgegeven op 4 maart 2021 en ligt op dins-, woens- en donderdagen van 9.00 tot 13.00 uur ter inzage bij het Bestuurlijk Informatiecentrum Rotterdam (BIR), locatie Wachtruimte Timmerhuis, Halvemaanpassage 1 (trap op, melden bij Informatiebalie)

(Zie ook: www.bis.rotterdam.nl – Regelgeving of Gemeentebladen chronologisch)

Toelichting op de verordening AOW- en Jeugdtegoed 2021

Algemene toelichting

Met de inwerkingtreding van de Participatiewet op 1 januari 2015 zijn de categoriale regelingen bijzondere bijstand voor AOW-gerechtigden en kinderen van ouders met een minimuminkomen komen te vervallen. De wetgever heeft zich op het standpunt gesteld dat het generieke inkomensbeleid voorbehouden dient te zijn aan het rijk. De Participatiewet richt zich alleen op de participatie van personen vanaf 18 jaar tot de AOW-gerechtigde leeftijd, waarbij participatie gekoppeld is aan werkaanvaarding en sociale activering. De participatie van AOW-gerechtigden en kinderen is geen doel binnen de Participatiewet.

De Gemeente Rotterdam is van mening dat juist voor de doelgroepen AOW-gerechtigden met een laag inkomen en kinderen van ouders die een laag inkomen hebben, maatschappelijke participatie van groot belang is. Daarom is voor deze doelgroepen een regeling opgezet: het AOW- en Jeugdtegoed. De regeling houdt in dat een financieel tegoed wordt gekoppeld aan de Rotterdampas van Rotterdammers die tot de doelgroep behoren.

Omdat deze regeling niet uitgevoerd kan worden op basis van de Participatiewet, zoals hierboven toegelicht, is deze verordening gebaseerd op artikel 108, eerste lid en 149 van de Gemeentewet. In artikel 108, eerste lid Gemeentewet is de autonome verordenende bevoegdheid van het gemeentebestuur geregeld. In artikel 149 van de Gemeentewet is bepaald dat de raad de verordeningen maakt die hij in het belang van de gemeente nodig oordeelt. In de verordening wordt een aantal bevoegdheden met betrekking tot de verstrekking van het AOW- en jeugdtegoed door de raad ter nadere regeling gedelegeerd aan het college. Deze bevoegdheden van het college worden uitgewerkt in de door het college vast te stellen nadere regels en beleidsregels.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1Definities

In dit artikel zijn enkele begrippen omschreven die in deze verordening voorkomen. Ten aanzien van enkele begrippen is aangesloten bij de definities uit de Participatiewet.

Doelgroep

Sinds 1 januari 2015 is het niet meer mogelijk om op basis van de Participatiewet een categoriale regeling bijzondere bijstand te treffen ten behoeve van AOW’ers en kinderen.

Op grond van de autonome verordenende bevoegdheid van de raad is het wel mogelijk om deze doelgroepen door middel van het verstrekken van een tegoed, te stimuleren om te participeren in de samenleving.

Laag inkomen

Voor de inkomensgrenzen is aansluiting gezocht bij de inkomensgrenzen die gelden voor de bijzondere bijstand (Participatiewet). Om voor een tegoed in aanmerking te kunnen komen, mag het inkomen in de maand voorafgaand aan de aanvraag niet hoger zijn dan 110% dan wel 130% van het toepasselijk wettelijk sociaal minimum en is daarmee aan de bovenkant begrensd.

Tegoed

Het tegoed wordt beschikbaar gesteld op de Rotterdampas van de belanghebbende (de AOW-gerechtigde, het kind en de jongere). Als de belanghebbende geen Rotterdampas heeft, moet deze pas eerst worden aangevraagd. Zonder Rotterdampas is het niet mogelijk om het recht te effectueren.

Artikel 2Reikwijdte verordening

De verordening heeft tot doel AOW-gerechtigden met een laag inkomen en kinderen of jongeren die ouders hebben met een laag inkomen, zo volwaardig mogelijk te kunnen laten participeren.

Vanwege de smalle beurs lopen de AOW-gerechtigden en kinderen of jongeren die behoren tot de doelgroep het risico dat zij niet of onvoldoende participeren omdat de financiële middelen ontbreken. Kinderen of jongeren die opgroeien in gezinnen met een laag inkomen hebben vaak geen middelen om deel te kunnen nemen aan activiteiten op het gebied van school, sport en cultuur. Zij kunnen daardoor aansluiting missen en een achterstand oplopen in hun ontwikkeling. AOW-gerechtigden lopen het risico om te vereenzamen en in een isolement te geraken. Onder participatiebevordering wordt in elk geval begrepen het kunnen deelnemen aan sportieve, culturele en educatieve activiteiten. Door middel van een tegoed op de Rotterdampas is het mogelijk om bepaalde producten aan te schaffen die noodzakelijk zijn om mee te kunnen doen aan deze activiteiten. Het gaat hier om een aantal productgroepen die passen bij de doelstelling, zoals sportartikelen, schoolspullen en hobbyartikelen. Over de besteding van het tegoed aan de producten uit de betreffende productgroepen, zijn afspraken gemaakt met winkels. De productgroepen zijn opgenomen in beleidsregels.

Artikel 5Verstrekken van het tegoed

Als een belanghebbende aan de criteria voldoet wordt het tegoed beschikbaar gesteld op de Rotterdampas van de belanghebbende. Onder belanghebbende worden de AOW-gerechtigden, de jongeren en de kinderen verstaan die in aanmerking komen voor een tegoed. Om de toekenning van het tegoed te kunnen effectueren, is het bezit van een Rotterdampas dan ook noodzakelijk. Heeft de belanghebbende nog geen Rotterdampas dan moet hij deze eerst aanvragen. Rotterdammers met een laag inkomen betalen een relatief laag bedrag voor een Rotterdampas. De algemene voorwaarden van de Rotterdampas zijn van toepassing.

Artikel 6Hoogte tegoed

Jongeren van 12 tot en met 17 jaar ontvangen een hoger tegoed dan kinderen van vier tot en met 11 jaar. De reden is dat er dat jongeren van 12 tot en met 17 jaar in het algemeen gesproken meer financiële middelen nodig hebben voor de noodzakelijke participatie dan kinderen van vier tot en met 11 jaar. Kinderen en jongeren moeten op 1 maart 2021 voldoen aan de gestelde leeftijdscriteria.

Artikel 7Bestedingsduur tegoed

Het tegoed op de pas kan alleen worden besteed tijdens de genoemde bestedingsperiode. Het tegoed kan niet in geld worden omgezet. Het tegoed kan uitsluitend besteed worden met een geldige Rotterdampas. De Rotterdampas kent een looptijd van 1 maart 2021 tot en met 28 februari 2022 en van 1 maart 2022 tot en met 28 februari 2023. Om van het tegoed dat is toegekend op grond van deze Verordening gebruik te kunnen blijven maken, is derhalve vereist dat ook na 1 maart 2022 over een geldige Rotterdampas wordt beschikt.

Artikel 8Hardheidclausule

In deze verordening is een hardheidsclausule opgenomen om, in gevallen waarin toepassing van artikel 5 van deze verordening - gegeven de doelstelling en de strekking van deze verordening - een ‘onbillijkheid van overwegende aard zou opleveren’, een onderdeel van die regeling buiten toepassing te laten of daarvan af te wijken. Met andere woorden: de hardheidsclausule ziet op situaties die niet voorzien zijn bij het vaststellen van de verordening en waarin het niet redelijk zou zijn om geen tegoed te verstrekken, ook al wordt niet geheel voldaan aan het bepaalde in de verordening.