Nadere regels geluid in de Algemene Plaatselijke Verordening Bladel

Geldend van 02-03-2021 t/m heden

Intitulé

Nadere regels geluid in de Algemene Plaatselijke Verordening Bladel

Burgemeesters en wethouders van Bladel,

gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 4:5b, 4:5c, 4:5d, 4:5e en 4:6 van de Algemene Plaatselijke Verordening Bladel 2021;

gelet op de functie van artikel 4:6 van de Algemene Plaatselijke Verordening Bladel 2021 als vangnetartikel met de bedoeling te voorzien in een directe handhavingstitel voor incidentele of onvoorziene situaties die geluidshinder geven en als basis voor geluidbeleid voor verschillende lokale vergunningen of ontheffingen;

besluiten vast te stellen:

Nadere regels geluid in de Algemene Plaatselijke Verordening Bladel.

Artikel 1 Definities

  • Antihagelkanon: een installatie waarin gassen worden gemengd en tot ontbranding worden gebracht met als doel het opwekken van een schokgolf. Wanneer geen gebruik wordt gemaakt van gassen wordt het antihagelkanon gelijk gesteld met een knalapparaat;

  • Bijzondere situatie: er is sprake van een bijzondere situatie als er sprake is van een technische noodzaak en/of een maatschappelijke noodzaak.

  • Erf/erven: al dan niet bebouwd perceel of een gedeelte daarvan dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan van toepassing is, deze die inrichting niet verbiedt;

  • Hobbymatige werkzaamheden: werkzaamheden die in het kader van een hobby worden uitgevoerd, zoals hout- of metaalbewerking met gereedschappen, waarbij geen winstoogmerk bestaat en er geen sprake is van een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer;

  • Inrichting: een inrichting in de zin van artikel 1 van de Wet milieubeheer;

  • Knalapparaat: apparaten waarmee door een forse geluidsproductie vogels worden verjaagd;

Voor de overige definities wordt aangesloten bij wat de Wet milieubeheer, het Activiteitenbesluit milieubeheer of de Algemene Plaatselijke Verordening daaronder verstaat.

Artikel 2 Wijze van meten

Metingen worden verricht op het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) over een periode van 1 tot 30 minuten, met een maximaal geluidniveau (piek, LAmax). Metingen worden in principe uitgevoerd op de gevel van de dichtstbijzijnde geluidsgevoelige objecten, op 1,5 meter meethoogte. Als er binnen een afstand van 50 meter van een geluid producerende voorziening (openlucht) geen geluidsgevoelige objecten zijn gesitueerd dan worden de metingen verricht op een afstand van 50 meter. De metingen moeten uitgevoerd worden conform de “Handleiding meten en rekenen industrielawaai”. Bij de beoordeling wordt geen strafcorrectie voor muziekgeluid, bedrijfsduurcorrectie en meteocorrectie toegepast. Voor de beoordeling van de in de diverse artikelen van deze nadere regels opgenomen geluidniveaus wordt aangesloten bij deze wijze van meten.

Artikel 3 Toepassingsbereik

Het op evenementen, als bedoeld in de artikelen 2:24 en 2:25 van de Algemene Plaatselijke Verordening, te produceren geluid valt buiten de werking van deze nadere regels. Wanneer in situaties wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, de Wet milieubeheer, het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit 2012 of de Provinciale milieuverordening zijn de nadere regels ook niet van toepassing.

Artikel 4 Privéfeesten en -bijeenkomsten

  • 1.

    Tijdens privéfeesten of -bijeenkomsten in tuinen of op erven, ongeacht of het plaatsvindt in de openlucht, onder een overkapping of in een tent, mag zonder ontheffing op basis van artikel 4:6 van de Algemene Plaatselijke Verordening per adres gedurende 1 dag/avond/nacht per kalenderjaar het LAr,LT tussen 10.00 en 01.00 uur niet hoger zijn dan 70 dB(A) en 85 dB(C). Tussen 01.00 en 10.00 uur mag het LAr,LT niet hoger zijn dan 40 dB(A) en 55 dB(C).

  • 2.

    Wanneer niet aan het in het eerste lid genoemde aantal van 1 dag/avond/nacht kan worden voldaan moet een ontheffing op basis van artikel 4:6 van de Algemene Plaatselijke Verordening worden aangevraagd. Met een ontheffing blijven dezelfde geluidsnormen gelden. Aan de ontheffing worden aanvullende voorschriften verbonden om overlast voor de omgeving te beperken. In het geval van het verlenen van een ontheffing moet de initiatiefnemer/aanvrager direct omwonenden minimaal 1 week voor gebruikmaking van de ontheffing schriftelijk op de hoogte brengen van de overlast veroorzakende activiteiten. Daarbij wordt aangegeven waaruit de overlast kan bestaan en hoe lang de overlast wordt verwacht.

Artikel 5 Muziek in tuinen of op erven

(Achtergrond)muziek in tuinen of op erven is toegestaan tussen 07.00 en 23.00 uur. Het LAr,LT mag dan niet hoger zijn dan 40 dB(A) en 55 dB(C). Tussen 23.00 en 07.00 uur is dus geen (achtergrond)muziek toegestaan.

Artikel 6 Uitvoeren hobbymatige werkzaamheden

Bij het uitvoeren van hobbymatige werkzaamheden mag het LAr,LT tussen 07.00 en 19.00 uur niet hoger zijn dan 50 dB(A) en het LAmax niet hoger dan 70 dB(A), tussen 19.00 en 23.00 uur niet hoger dan een LAr,LT van 45 dB(A) en een LAmax van 65 dB(A) en tussen 23.00 en 07.00 uur niet hoger dan een LAr,LT van 40 dB(A) en een LAmax van 60 dB(A).

Artikel 7 Muziek in winkelstraten

(Achtergrond)muziek in winkelstraten is toegestaan tussen 07.00 en 21.00 uur. Het LAr,LT mag dan niet hoger zijn dan 40 dB(A) en 55 dB(C). Tussen 21.00 en 07.00 uur is dus geen (achtergrond)muziek toegestaan.

Artikel 8 Bouwlawaai niet bedrijfsmatige uitgevoerde (ver)bouw- en sloopwerkzaamheden

  • 1.

    Voor niet bedrijfsmatig uitgevoerde (ver)bouw- en sloopwerkzaamheden mag voor maximaal 5 avonden/nachten achtereenvolgens het LAr,LT tussen 19.00 en 23.00 uur niet hoger zijn dan 45 dB(A) en het LAmax niet hoger dan 65 dB(A) en mag het LAr,LT tussen 23.00 en 07.00 uur niet hoger zijn dan 40 dB(A) met een LAmax niet hoger dan 60 dB(A) . Op zon- en feestdagen is tussen 07.00 uur en 19.00 uur het LAr,LT niet hoger dan 50 dB(A) met een LAmax niet hoger dan 70 dB(A).

  • 2.

    Wanneer niet aan de in het eerste lid genoemde geluidsnormen kan worden voldaan moet een ontheffing worden aangevraagd.

  • 3.

    Een ontheffing wordt uitsluitend in bijzondere situaties verleend.

  • 4.

    In het geval van het verlenen van een ontheffing moet de initiatiefnemer/aanvrager direct omwonenden minimaal 1 week voor gebruikmaking van de ontheffing schriftelijk op de hoogte brengen van de overlast veroorzakende werkzaamheden. Daarbij wordt aangegeven waaruit de overlast kan bestaan en hoe lang de overlast wordt verwacht.

  • 5.

    De initiatiefnemer/aanvrager maakt gebruik van de akoestisch best beschikbare technieken en de meest gunstige werkwijze.

  • 6.

    Bouwlawaai op werkdagen tussen 07.00 en 19.00 uur en op zaterdag valt buiten de werking van deze nadere regels. Hierop is het Bouwbesluit 2012 van toepassing. Wanneer niet aan de in het Bouwbesluit opgenomen dagwaarde of maximale blootstellingsduur voldaan kan worden is alsnog een ontheffing nodig.

  • 7.

    Werkzaamheden die moeten worden uitgevoerd vanwege het oplossen van een calamiteit vallen buiten de werking van deze nadere regels. Hierop is het aanvragen van een ontheffing dan ook niet aan de orde.

Artikel 9 Bouwlawaai bedrijfsmatig uitgevoerde (ver)bouw- en sloopwerkzaamheden en wegwerkzaamheden

  • 1.

    Wanneer bedrijfsmatige uitgevoerde (ver)bouw- en sloopwerkzaamheden en wegwerkzaamheden de dagwaarden of de maximale blootstellingsduur uit het Bouwbesluit overschrijden is een ontheffing op basis van artikel 4:6 van de Algemene Plaatselijke Verordening nodig. Ook is een ontheffing nodig voor het uitvoeren van bedrijfsmatig uitgevoerde (ver)bouw- en sloopwerkzaamheden en wegwerkzaamheden tussen 19.00 en 07.00 uur en op zon- en feestdagen.

  • 2.

    Aan de ontheffing worden geluidsnormen verbonden. Door de bedrijfsmatig uitgevoerde (ver)bouw- en sloopwerkzaamheden en wegwerkzaamheden mag het LAr,LT,:

    • a.

      bij maximaal 5 dagen/avonden/nachten achtereenvolgens niet hoger zijn dan 65 dB(A), met een LAmax niet hoger dan 85 dB(A);

    • b.

      vanaf de zesde achtereenvolgende dag/avond/nacht niet hoger zijn dan 60 dB(A), met een LAmax niet hoger dan 80 dB(A);

    • c.

      vanaf de elfde achtereenvolgende dag/avond/nacht niet hoger zijn dan 55 dB(A), met een LAmax niet hoger dan 75 dB(A); en

    • d.

      vanaf de veertiende dag/nacht/avond of wanneer er sprake is van een onbeperkt aantal avonden/nachten niet hoger zijn dan 45 dB(A), met een LAmax niet hoger dan 65 dB(A).

  • 3.

    Een ontheffing wordt uitsluitend in bijzondere situaties verleend.

  • 4.

    De initiatiefnemer/aanvrager, welke beschikt over een ontheffing als bedoeld in het eerste lid, brengt direct omwonenden minimaal 1 week voor gebruikmaking van de ontheffing schriftelijk op de hoogte van de overlast veroorzakende werkzaamheden. Daarbij wordt aangegeven waaruit de overlast kan bestaan en hoe lang de overlast wordt verwacht.

  • 5.

    De initiatiefnemer/aanvrager maakt gebruik van de akoestisch best beschikbare technieken en de meest gunstige werkwijze. Ter onderbouwing dat de geluidsnormen gehaald worden moet bij de aanvraag om ontheffing een akoestisch onderzoek worden toegevoegd.

  • 6.

    Werkzaamheden die moeten worden uitgevoerd vanwege het oplossen van een calamiteit vallen buiten de werking van deze nadere regels. Hierop is het aanvragen van een ontheffing dan ook niet aan de orde.

Artikel 10 Knalapparatuur

Als een knalapparaat onderdeel is van een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer valt het onder de regels van die inrichting.

Wanneer geen sprake is van de in het eerste lid genoemde situatie mag het LAmax afkomstig van een knapapparaat tussen 07.00 en 19.00 uur niet hoger zijn dan 70 dB(A), tussen 19.00 en 23.00 uur niet hoger dan 65 dB(A) en tussen 23.00 en 07.00 uur niet hoger dan 60 dB(A).

Antihagelkanonnen, welke in het Besluit omgevingsrecht aangewezen zijn als milieurelevante en vergunningplichtige inrichtingen, vallen niet onder de werking van deze nadere regels.

Artikel 11 Dieren

Degene die buiten een inrichting de zorg heeft voor een dier, voorkomt dat dit voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder veroorzaakt. Wanneer geluidhinder wordt ervaren moet degene die hinder ervaart bijhouden wanneer, hoelang en in welke vorm de hinder plaatsvindt. Het is vervolgens ter beoordeling van het college of er sprake is van ongeoorloofde, onrechtmatige geluidshinder. Of de hinder onrechtmatig is hangt af van de aard, ernst, duur en de omvang van de hinder en de daardoor veroorzaakte ‘schade’.

Artikel 12 Motorvoertuigen en bromfietsen

Het is verboden buiten een inrichting zich met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig te gedragen, dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder ontstaat. Wanneer geluidhinder wordt ervaren moet degene die hinder ervaart bijhouden wanneer, hoelang en in welke vorm de hinder plaatsvindt. Het is vervolgens ter beoordeling van het college of er sprake is van ongeoorloofde, onrechtmatige geluidshinder. Of de hinder onrechtmatig is hangt af van de aard, ernst, duur en de omvang van de hinder en de daardoor veroorzaakte ‘schade’.

Artikel 13 Vrachtauto’s

Het is verboden buiten een inrichting een vrachtauto als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 op zodanige wijze te laden of te lossen dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. Voor wat acceptabel is tussen 23.00 en 07.00 uur aan geluidproductie bij deze laad- en losactiviteiten wordt aangesloten bij de LAr,LT normen uit artikel 2.17 eerste lid van het Activiteitenbesluit milieubeheer, derhalve 50 dB(A) tussen 07.00 en 19.00 uur, 45 dB(A) tussen 19.00 en 23.00 uur en 40 dB(A) tussen 23.00 en 07.00 uur. In de dagperiode tussen 07.00 en 19.00 uur wordt het laden en lossen niet getoetst aan LAmax. Tussen 19.00 en 23.00 uur bedraagt het LAmax niet meer dan 65 dB(A) en tussen 23.00 en 07.00 uur niet meer dan 60 dB(A).

Artikel 14 Overig

  • 1.

    Het LAr,LT voor tijdelijke activiteiten of werkzaamheden is voor niet elders in de nadere regels genoemde vormen van geluidproductie niet hoger dan 50 dB(A) tussen 07.00 en 19.00 uur, 45 dB(A) tussen 19.00 en 23.00 uur en 40 dB(A) tussen 23.00 en 07.00 uur.

  • 2.

    Behoudens elders in deze nadere regels genoemde vormen van geluidproductie is het plaatsen van permanent aanwezige toestellen en/of het uitvoeren van permanente activiteiten die geluidsoverlast veroorzaken dan wel kunnen veroorzaken voor de omgeving niet toegestaan.

Artikel 15 Hardheidsclausule

Onder bijzondere omstandigheden kan gemotiveerd van deze nadere regels af worden geweken. Ook kunnen bij bijzondere omstandigheden nadere voorschriften opgenomen worden in een ontheffing.

Artikel 16 Klachten

Bij klachten van omwonenden moet door de omwonende aangegeven worden waaruit de hinder bestaat. Dit kan gedaan worden door het bijhouden van wanneer, hoelang en in welke vorm de hinder plaatsvindt.

Artikel 17 Inwerkingtreding

Deze nadere regels treden in werking daags na bekendmaking.

Artikel 18 Citeertitel

Deze nadere regels kunnen worden aangehaald als ‘Nadere regels geluid in de Algemene Plaatselijke Verordening Bladel’.

Aldus besloten door burgemeester en wethouders van Bladel op 23 februari 2021.

Ondertekening

de secretaris, drs. E.L.C.M. Mol

de burgemeester, ir. R.P.G. Bosma