Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Smallingerland houdende regels omtrent speelautomatenhallen (Verordening Speelautomatenhallen Smallingerland 2020)

Geldend van 01-03-2021 t/m heden

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Smallingerland houdende regels omtrent speelautomatenhallen (Verordening Speelautomatenhallen Smallingerland 2020)

De gemeenteraad van Smallingerland,

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van Smallingerland van 17 december 2019;

overwegende dat de gemeenteraad van Smallingerland speelautomatenhallen in de gemeente Smallingerland mag en wil toestaan;

gelet op Titel Va, artikel 30c, eerste lid onder b van de Wet op de kansspelen en artikel 149 Gemeentewet;

B E S L U I T

de volgende verordening vast te stellen:

Verordening Speelautomatenhallen Smallingerland 2020

HOOFDSTUK 1 BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a.

de raad:

de gemeenteraad van Smallingerland;

b.

de burgemeester:

de burgemeester van Smallingerland;

c.

het college:

het college van burgemeester en wethouders van Smallingerland

d.

de Wok:

Wet op de kansspelen;

e.

de Wet Bibob:

Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;

f.

Speelautomatenbesluit:

het Speelautomatenbesluit 2000;

g.

speelautomaat:

een toestel, zoals bedoeld in artikel 30, onder a van de Wok, ingericht voor de beoefening van een spel, dat bestaat uit een door de speler in werking gesteld mechanisch, elektrisch of elektronisch proces, waarbij het resultaat kan leiden tot de middellijke of onmiddellijke uitkering van prijzen of premies, daaronder begrepen het recht om gratis verder te spelen;

h.

behendigheidsautomaat:

een speelautomaat, zoals bedoeld in artikel 30, onder b van de Wok, waarvan het spelresultaat uitsluitend kan leiden tot een verlengde speelduur of het recht op gratis spelen en het proces, ook nadat het in werking is gesteld, door de speler kan worden beïnvloed en het geheel of vrijwel geheel van zijn inzicht en behendigheid bij het gebruik van de daartoe geboden middelen afhangt of en in welke mate de speelduur verlengd of het recht of het recht op gratis spelen verkregen wordt;

i.

kansspelautomaat:

een speelautomaat, zoals bedoeld in artikel 30, onder c van de Wok, die geen behendigheidsautomaat is;

j.

speelautomatenhal:

een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van kansspelautomaten te beoefenen, zoals bedoeld in artikel 30c, eerste lid onder b van de Wok;

k.

ondernemer:

de natuurlijke of rechtspersoon, die de speelautomatenhal exploiteert;

l.

beheerder:

degene die met het dagelijks toezicht en de onmiddellijke leiding in een speelautomatenhal is belast;

m.

vergunning:

zoals bedoeld in artikel 30c, eerste lid onder b van de Wok;

n.

openbare weg:

alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot die wegen of paden behorende bermen en zijkanten, evenals kampeerplaatsen en de aan de wegen of paden liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.

HOOFDSTUK 2 VERBODSBEPALING EN VERGUNNINGPLICHT

Artikel 2 Vestigingsvergunning speelautomatenhal
  • 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelautomatenhal te houden, te vestigen of te exploiteren.

  • 2. De burgemeester kan voor maximaal één speelautomatenhal een vergunning verlenen.

  • 3. De burgemeester kan uitsluitend vergunning verlenen voor een speelautomatenhal die gevestigd wordt op een afstand van minimaal 250 meter vanaf de dichtstbijzijnde instelling voor primair of voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs, jongerencentrum of sporthal, waarbij de afstand wordt gemeten tussen de kadastrale perceelsgrens van het perceel waar de speelautomatenhal wordt gevestigd en de hoofdingang van de betreffende onderneming of instelling via de kortste route over de openbare weg.

  • 4. De burgemeester kan voor maximaal 150 kansspelautomaten in de speelautomatenhal, een aanwezigheidsvergunning verlenen.

  • 5. De vergunning wordt verleend voor de duur van tien jaren.

  • 6. Indien er voor de exploitatie van de inrichting tevens een vergunning is vereist op grond van de Drank- en Horecawet of de Drank- en horecaverordening van de gemeente Smallingerland, is de vergunningplicht voor het exploiteren van een horecabedrijf zoals bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening Smallingerland 2013, niet van toepassing.

Artikel 3 Indieningseisen aanvraag vergunning
  • 1. De burgemeester stelt een formulier vast voor het aanvragen van de vergunning.

  • 2. De ondernemer dient de vergunning aan te vragen onder overlegging van:

    • a.

      een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier zoals bedoeld in het vorige lid;

    • b.

      een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel, niet ouder dan zes maanden gerekend vanaf de datum van indiening van de aanvraag;

    • c.

      een bewijsstuk, waaruit blijkt dat de aanvrager in elk geval na vergunningverlening gerechtigd is over het perceel of de ruimte te beschikken;

    • d.

      een kopie legitimatiebewijs en een uittreksel van bevolkingsregister van:

      • -

        de ondernemer dan wel, indien de ondernemer een rechtspersoon is, van degene(n) die de onderneming vertegenwoordigt en

      • -

        de beheerder(s);

    • e.

      een verklaring omtrent het gedrag, niet ouder dan drie maanden, van

      • -

        de ondernemer dan wel, indien de ondernemer een rechtspersoon is, van degene(n) die de onderneming krachtens de statuten vertegenwoordigt(en) en

      • -

        de beheerder(s);

    • f.

      een bewijs van lidmaatschap van de ondernemer bij de VAN Kansspelen Brancheorganisatie, een schriftelijk bewijsstuk waarmee de ondernemer aannemelijk maakt in het eerste jaar van de exploitatie van de speelautomatenhal het lidmaatschap van de VAN Kansspelen Brancheorganisatie te zullen verkrijgen of een schriftelijke en gemotiveerde verklaring die aantoont dat de beoogde bedrijfsvoering in kwalitatieve zin gelijkwaardig is aan de eisen die verbonden zijn aan het VAN-lidmaatschap. In deze gelijkwaardigheidsverklaring moet in ieder geval gemotiveerd zijn uiteen gezet of de bedrijfsvoering voldoet aan de eisen die de VAN ondernemerscode hieraan stelt;

    • g.

      een afschrift van het Certificaat Amusementscentra van de DEKRA, een schriftelijk bewijsstuk waarmee de ondernemer aannemelijk maakt in het eerste jaar van de exploitatie van de speelautomatenhal een Certificaat Amusementscentra van de DEKRA te zullen verkrijgen of een schriftelijk gemotiveerde verklaring waaruit blijkt dat de beoogde bedrijfsvoering in kwalitatieve zin gelijkwaardig is aan de eisen die de DEKRA hieraan stelt;

    • h.

      het bewijsstuk zoals bedoeld in artikel 6 van de Regeling werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen (Het GGZ Nederland certificaat verslavingsproblematiek voor speelautomatencentra) van de in de vergunning benoemde beheerder(s);

    • i.

      een ondernemings- en/of beleidsplan, waarin in ieder geval is opgenomen:

      • -

        een bewijs waaruit blijkt wat de totale investering is en dat deze met voldoende zekerheden is afgedekt met een financiering dan wel uit eigen middelen kan worden gefinancierd;

      • -

        een nauwkeurige beschrijving van de inrichting, waarbij is opgenomen de oppervlakte daarvan met een plattegrond waarop is aangegeven op welke plaats in de speelautomatenhal en in welk aantal kansspel- en/of behendigheidsautomaten worden opgesteld;

      • -

        een motivering waaruit de meerwaarde dan wel toegevoegde waarde van de speelautomatenhal voor de gemeente Smallingerland blijkt;

      • -

        de wijze waarop in de speelautomatenhal de toegangscontrole wordt uitgevoerd, waarbij de leeftijd op deugdelijke wijze wordt gecontroleerd;

      • -

        de wijze waarop kansspelverslaving wordt voorkomen;

      • -

        de wijze waarop de openbare orde en veiligheid wordt gewaarborgd, waarbij nader wordt ingegaan wat het totaal aantal spelers bij een volledige bezetting van de speelautomaten is en hoe de bedrijfsvoering is ingericht om openbare orde problemen te voorkomen.

    • j.

      een afschrift van alle eventueel eerder verleende vergunningen voor een speelautomatenhal, die op naam zijn gesteld van de ondernemer in de afgelopen tien jaren en

    • k.

      een volledig ingevuld en ondertekend vragenformulier met de daarbij horende bijlagen en stukken in het kader van de Wet Bibob.

Artikel 4 Selectieprocedure vergunning
  • 1. Indien er (opnieuw) een vergunning beschikbaar komt, stelt de burgemeester voorafgaand aan de start van de procedure, een selectiedocument vast, waarin de selectieprocedure en de wijze van beoordeling van de aanvragen is vastgelegd.

  • 2. In het selectiedocument zoals bedoeld in het eerste lid, wordt een tijdvak opgenomen binnen welke periode potentiele gegadigden mee kunnen dingen naar de vergunning. De vergunningsprocedure vangt niet eerder aan dan nadat het selectiedocument bekend is gemaakt.

  • 3. Bij meerdere ontvankelijke aanvragen, rangschikt de burgemeester de aanvragen, waarbij een aanvraag hoger wordt gerangschikt naarmate de aanvraag naar het oordeel van de burgemeester een grotere bijdrage levert aan de belangen die deze verordening beschermt. Daarbij toetst de burgemeester aan criteria met betrekking tot:

    • -

      de bijdrage aan de preventie en bestrijding van gokverslaving en beleid gericht op naleving van de regels omtrent wervings- en reclame activiteiten voor kansspelen, zoals bedoeld in het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen;

    • -

      de effecten op de openbare orde, veiligheid en het woon- en leefklimaat en

    • -

      de meerwaarde dan wel toegevoegde waarde van de speelautomatenhal voor de gemeente Smallingerland.

  • 4. Volgens de rangschikking, zoals bedoeld in het derde lid, komt de hoogst gerangschikte aanvraag het eerst voor een vergunning in aanmerking.

Artikel 5 Weigeringsgronden
  • 1. De vergunning wordt geweigerd, indien:

    • a.

      het maximaal aantal af te geven vergunningen, zoals omschreven onder artikel 2, tweede lid van deze verordening, reeds is verleend;

    • b.

      de speelautomatenhal wordt gevestigd binnen de afstand zoals omschreven onder artikel 2, derde lid van deze verordening;

    • c.

      het maximaal aantal opgestelde kansspelautomaten, zoals bedoeld in artikel 2, vierde lid van de verordening, wordt overschreden;

    • d.

      de aanvraag is ingediend buiten het tijdvak zoals omschreven in artikel 4, tweede lid van deze verordening.

    • e.

      de speelautomatenhal niet uitsluitend rechtstreeks vanaf de openbare weg voor het publiek toegankelijk is;

    • f.

      de beheerder(s) de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft (hebben) bereikt;

    • g.

      de ondernemer of de beheerder(s) niet voldoet (voldoen) aan alle eisen zoals genoemd in artikel 4 van het Speelautomatenbesluit;

    • h.

      door de aanwezigheid van de speelautomatenhal naar het oordeel van de burgemeester de woon- en leefsituatie in de naaste omgeving of het karakter van het (naastgelegen) winkelgebied op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloedt;

    • i.

      niet wordt voldaan aan de DEKRA-criteria en de erkenningsvoorwaarden van de VAN Kansspelen Brancheorganisatie;

    • j.

      de ondernemer onvoldoende heeft aangetoond te kunnen en zullen bijdragen aan preventie en bestrijding van gokverslaving en/of de regels omtrent wervings- en reclame activiteiten voor kansspelen, zoals bedoeld in het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen, te kunnen en zullen naleven;

    • k.

      de ondernemer de meerwaarde dan wel toegevoegde waarde van de speelautomatenhal voor de gemeente Smallingerland onvoldoende heeft aangetoond;

    • l.

      de exploitatie of vestiging van de speelautomatenhal strijd oplevert met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan, voorbereidingsbesluit, stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening en het bevoegd gezag niet bereid is deze strijdigheid op te heffen;

    • m.

      ernstig gevaar bestaat dat de vergunning mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten, of strafbare feiten te plegen, zoals bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob.

  • 2. De vergunning kan worden geweigerd indien de aanvraag niet als hoogste is gerangschikt zoals bedoeld in artikel 4, derde en vierde lid van deze verordening.

Artikel 6 Beslistermijn
  • 1. De burgemeester beslist binnen twaalf weken na de datum, waarop hij de aanvraag voor de vergunning met bijbehorende bescheiden heeft ontvangen.

  • 2. Het besluit op de aanvraag kan éénmaal voor ten hoogste twaalf weken worden verdaagd.

  • 3. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.

Artikel 7 Tenaamstelling, locatie en voorschriften vergunning
  • 1. De vergunning is locatiegebonden en kan uitsluitend op naam van de ondernemer worden gesteld. De vergunning is daarmee niet overdraagbaar.

  • 2. In de vergunning word(t)(en) de na(a)m(en) van de beheerder(s) vermeld.

  • 3. De burgemeester verbindt aan de vergunning het voorschrift dat het de vergunninghouder verboden is personen toegang te verlenen tot de speelautomatenhal:

    • a.

      die de leeftijd van 21 jaar nog niet hebben bereikt of

    • b.

      waarvan niet op deugdelijke wijze is vastgesteld dat deze de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt.

  • 4. De burgemeester kan in aanvulling op het derde lid, overige voorschriften en beperkingen verbinden aan de vergunning ter bescherming van de belangen in verband waarmee de vergunning is vereist. Deze kunnen betrekking hebben op:

    • a.

      de openings- en sluitingstijden van de speelautomatenhal;

    • b.

      het toezicht in de speelautomatenhal;

    • c.

      het aantal en type speelautomaten dat mag worden opgesteld;

    • d.

      de exploitatie van de speelautomatenhal en

    • e.

      de Wet Bibob: de vergunninghouder is desgevraagd verplicht is op elk moment gedurende de looptijd van de vergunning een Bibob-formulier in te vullen en/of gegevens daaromtrent te verstrekken.

  • 5. De vergunninghouder is verplicht de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen in acht te nemen.

Artikel 8 Wisseling ondernemer of wijziging beheer
  • 1. Indien de ondernemer komt te overlijden dient, in geval voortzetting van de exploitatie wordt beoogd, door de rechtsopvolgers onder algemene titel binnen twaalf weken een nieuwe vergunning te worden aangevraagd ter voortzetting van de exploitatie voor de nog resterende termijn zoals aan de overleden ondernemer is vergund.

  • 2. In alle andere gevallen van wisseling van ondernemer, dient binnen vier weken na overname van de speelautomatenhal een nieuwe vergunning te worden aangevraagd ter voortzetting van de exploitatie voor de nog resterende termijn zoals aan de oorspronkelijke ondernemer is vergund.

  • 3. Zolang op een tijdig ingediende aanvraag niet is beslist, is voortzetting van de exploitatie toegestaan, met inachtneming van de voorschriften en beperkingen, verbonden aan de van rechtswege vervallen vergunning.

  • 4. Indien de in de vergunning vermelde beheerder de hoedanigheid van beheerder heeft verloren, dient de ondernemer binnen vier weken na de wijziging in het beheer, een wijziging van de vergunning aan te vragen. In afwijking van het bepaalde in artikel 3 van deze verordening, dient de ondernemer daarbij slechts de in artikel 3, tweede lid onder d en e van deze verordening genoemde bescheiden te overleggen.

Artikel 9 Vervallen vergunning
  • 1. De vergunning vervalt, indien:

    • a.

      de ondernemer de exploitatie van zijn speelautomatenhal beëindigt;

    • b.

      de beslissing op een aanvraag voor een nieuwe vergunning in hetzelfde pand onherroepelijk is geworden;

    • c.

      de ondernemer is overleden en er geen aanvraag is ingediend binnen 12 weken na het overlijden;

    • d.

      geen aanvraag tot wijziging van de vergunning is ingediend binnen 26 weken na het verlies van de hoedanigheid van beheerder(s) zoals bedoeld in 8, vierde lid van deze verordening.

  • 2. Indien de vergunning is vervallen geeft de burgemeester toepassing aan de procedure als bedoel in artikel 4 van deze verordening voor zover de burgemeester opnieuw tot het verlenen van een vergunning wil overgaan.

Artikel 10 Intrekking vergunning
  • 1. De burgemeester kan de vergunning intrekken, indien:

    • a.

      ernstig gevaar bestaat dat de vergunning mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten, of strafbare feiten te plegen, zoals bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob;

    • b.

      het lidmaatschap van de VAN speelautomaten brancheorganisatie, zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder d van deze verordening, is beëindigd;

    • c.

      de beheerder(s) niet langer beschik(t)(ken) over een geldig certificaat GGZ Nederland verslavingsproblematiek voor speelautomatencentra, zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder e van deze verordening;

    • d.

      De ondernemer niet langer beschikt over een geldig Certificaat Amusementscentra van de DEKRA, zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder f van deze verordening;

    • e.

      blijkt dat de vergunning ten gevolge van onjuiste of onvolledige opgave is verleend;

    • f.

      de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan zoals in artikel 5, eerste lid van deze verordening;

    • g.

      gehandeld wordt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen;

    • h.

      de exploitatie van een speelautomatenhal gedurende een periode van langer dan zes maanden wordt onderbroken;

    • i.

      aannemelijk is dat de ondernemer of de beheerder betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de speelautomatenhal, die een gevaar opleveren voor de openbare orde of een bedreiging vormen van het woon- of leefklimaat in de omgeving van de speelautomatenhal;

    • j.

      de ondernemer strafbare feiten pleegt in de inrichting, dan wel toestaat of gedoogt dat in zijn inrichting strafbare feiten worden gepleegd;

    • k.

      zich in de speelautomatenhal anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen dat het geopend blijven van de speelautomatenhal gevaar oplevert voor de openbare orde;

    • l.

      de zeggenschap in de rechtspersoon wijzigt, waarbij onder wijziging van zeggenschap onder meer wordt verstaan:

      • -

        een wijziging in aandeelhouderschap door overdacht van aandelen, fusie of splitsing en

      • -

        het sluiten van overeenkomsten waarin aan een (ten tijde van de vergunningverlening) minderheidsaandeelhouder met betrekking tot bepaalde beslissingen en doorslaggevende stem wordt toegekend.

    • m.

      op verzoek van de vergunninghouder.

  • 2. Indien de burgemeester de vergunning heeft ingetrokken, geeft de burgemeester toepassing aan de procedure zoals bedoeld in artikel 4 van deze verordening voor zover hij opnieuw tot het verlenen van een vergunning wil overgaan.

HOOFDSTUK 3 STRAF-EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 11 Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

Artikel 12 Toezicht en opsporing
  • 1. Met het toezicht op het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van de burgemeester aangewezen personen.

  • 2. De opsporing van de strafbare feiten is, behalve aan de in artikel 141 van het Wetboek van strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, opgedragen aan diegenen die door de burgemeester zijn belast met de zorg voor de naleving van deze verordening ieder voor zover het feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld.

Artikel 13 Inwerkingtreding en citeertitel
  • 1. Deze verordening treedt in werking op een nader door de gemeenteraad te bepalen tijdstip.

  • 2. Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening Speelautomatenhallen Smallingerland 2020".

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 4 februari 2020.

griffier,

G.J. Fokkema

voorzitter,

J. Rijpstra

TOELICHTING

Algemeen

1.Wet op de kansspelen

De Wet op de kansspelen (hierna: de Wok) heeft tot doel om het beoefenen van een kansspel met speelautomaten te reguleren.

Daarbij mag enerzijds het automatenspel niet tot zodanige verliezen leiden dat financieel zwakkere groepen in onze samenleving worden benadeeld. Anderzijds moet een redelijke exploitatie van de speelautomaten mogelijk blijven om een vlucht in de illegaliteit te voorkomen.

De Wok en meer specifiek Titel Va regelt tot in de finesses het systeem van toelatings-exploitatie- en aanwezigheidsvergunningen, waardoor het legaal exploiteren van kansspelautomaten mogelijk wordt gemaakt.

2.Verordening speelautomatenhallen

De Wok laat grote lokale verschillen in beleid niet toe. De gemeentelijke overheid wordt in één opzicht echter een aanmerkelijke beleidsruimte gelaten. De gemeenteraad heeft namelijk op grond van artikel 30c, eerste lid, onder b van de Wok de vrijheid om bij verordening te bepalen of, en zo ja hoeveel, speelautomatenhallen met een vergunning van de burgemeester zijn toegelaten. Maakt de raad geen gebruik van de verordenende bevoegdheid dan heeft dit tot gevolg dat de burgemeester voor de vestiging van een speelautomatenhal geen vergunning kan verlenen. Dit komt neer op een algeheel verbod tot het exploiteren van een speelautomatenhal. De Wok laat de raad daarin vrij.

De bepalingen over speelautomatenhallen kunnen in de bestaande Algemene plaatselijke verordening (hierna: Apv) worden opgenomen of in een aparte verordening voor speelautomatenhallen.

Er is gekozen voor het opstellen van een aparte verordening voor speelautomatenhallen.

Ten eerste richten de bepalingen over het exploiteren van een speelautomatenhal zich maar tot een zeer beperkte groep van personen: de exploitanten en beheerders van een speelautomatenhal.

Ten tweede worden bepaalde begrippen in de Apv anders omschreven (zoals openbare weg) of komen begrippen in geheel niet voor in de Apv (zoals ondernemer of beheerder).

Tot slot bevatten de procedurevoorschriften in de Apv andere termijnen.

3.Vergunningenstelsel

De regulering van speelautomaten berust in de Wok op een drieledig onderling verbonden vergunningenstelsel. Alleen toegelaten speelautomaten mogen in de handel worden gebracht, geëxploiteerd en in de daartoe aangewezen inrichtingen worden opgesteld.

  • a)

    Modeltoelating (Kansspelautoriteit)

    De modeltoelating is de vergunning die een fabrikant of importeur nodig heeft om een speelautomaat op de markt te mogen brengen. Modeltoelatingen worden afgegeven door de Kansspelautoriteit na een technische keuring door een keuringsinstelling.

  • b)

    Exploitatievergunning (Kansspelautoriteit)

    Exploiteren is het bedrijfsmatig en als eigenaar gebruiken of aan een ander in gebruik geven van een of meer speelautomaten. Exploitatie van speelautomaten is alleen toegestaan met een exploitatievergunning van de Kansspelautoriteit.

  • c)

    Aanwezigheidsvergunning (burgemeester)

    Kansspelautomaten mogen zonder vergunning niet staan in openbare of voor het publiek toegankelijke plaatsen en ook niet inrichtingen waarvoor een DHW-vergunning nodig is (zoals hotels, pensions, restaurants, cafés, lunchrooms, e.d.).

    In de Wok worden een beperkt aantal plaatsen aangewezen waar met een aanwezigheidsvergunning, speelautomaten mogen worden opgesteld:

    • -

      Hoogdrempelige horeca (art. 30c, eerste lid, onder a Wok).

      Dit zijn DHW-inrichtingen waar het café- of restaurantbedrijf uitgeoefend wordt en waarvan de activiteiten in belangrijke mate gericht zijn op meerderjarigen.

    • En

    • -

      Speelautomatenhallen (art. 30c, eerste lid onder b Wok).

      Dit zijn volgens de wet inrichtingen, anders dan een hoogdrempelige, bestemd om het publiek de gelegenheid te geven een spel door middel van kansspelautomaten te beoefenen.

Zoals hierboven ook al aangegeven, mag een aanwezigheidsvergunning voor een speelautomatenhal alleen worden afgegeven als de raad dit bij gemeentelijke verordening heeft toegestaan. Met deze verordening wordt dit mogelijk gemaakt.

Op basis van de verordening is voor het houden, vestigen of exploiteren van een speelautomatenhal in Smallingerland een vergunning nodig. Om verwarring te voorkomen met de benodigde exploitatievergunning van de Kansspelautoriteit, wordt deze vergunning in de verordening 'vestigingsvergunning' genoemd.

Samengeval heeft een exploitant voor het exploiteren van een speelautomatenhal de volgende vergunningen nodig:

  • -

    van de Kansspelautoriteit: een exploitatievergunning (art. 30h Wok) en

  • -

    van de burgemeester: een aanwezigheidsvergunning (art. 30b Wok) en

    een vestigingsvergunning (art. 30c, eerste lid onder b Wok).

De aanwezigheidsvergunning en de vestigingsvergunning kunnen gelijktijdig worden aangevraagd en gelijktijdig door de burgemeester worden verleend. De Wok regelt voor de aanwezigheidsvergunning de weigeringsgronden en intrekkingsgronden. Voor de vestigingsvergunning is het toetsingskader in de verordening vastgelegd.

Gelet op de onderlinge verbondenheid van deze vergunningen, betekent dit dat de burgemeester de aanwezigheidsvergunning moet intrekken als de ondernemer niet (langer) beschikt over een rechtsgeldige vestigingsvergunning voor een speelautomatenhal.

Leges

Voor de vestigingsvergunning en de aanwezigheidsvergunning moeten leges worden betaald. Voor de vestigingsvergunning worden de verschuldigde leges opgenomen in de Legesverordening Smallingerland.

Voor de aanwezigheidsvergunning is de hoogte en de berekening voor het aantal speelautomaten vastgelegd in het Speelautomatenbesluit.

4. Rechtsbescherming

Tegen besluiten die op grond van titel Va van de Wok zijn genomen zijn de algemene bepalingen omtrent bezwaar en beroep uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Dit betekent dat belanghebbenden tegen een besluit tot verlening of weigering van de vestigingsvergunning zoals vastgelegd in deze verordening een bezwaar kunnen indienen bij de burgemeester en tegen de beslissing op bezwaar in beroep kunnen gaan bij de rechtbank.

5. Handhaving

Bestuursrechtelijk

De Awb is met betrekking tot het opleggen van bestuursrechtelijke sancties, zoals een last onder bestuursdwang of dwangsom, ook van toepassing bij overtreding van de bepalingen uit deze verordening of van de voorschriften van de vestigingsvergunning.

In het kader van de vraag welk orgaan bevoegd is tot het doen uitgaan van een bestuursdwangaanschrijving tot sluiting van een speelautomatenhal en tot het verwijderen van speelautomaten, oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) als volgt: ‘Blijkens het bepaalde in artikel 221 (oud; tegenwoordig artikel 174) van de Gemeentewet is de burgemeester belast met de zorg voor het toezicht op onder meer alle voor het publiek openstaande gebouwen en samenkomsten alsmede op openbare vermakelijkheden. Bedoeld toezicht strekt zich naar het oordeel van de Afdeling mede uit tot het verrichten van uitvoeringshandelingen die daarmee samenhangen. Tot die uitvoeringshandelingen kan een aanzegging van bestuursdwang als de onderhavige worden gerekend. Dat klemt in dit geval te meer waar ingevolge de Wet op de kansspelen ook de bevoegdheid om vergunningen voor het aanwezig hebben van speelautomaten te verlenen bij de burgemeester is gelegd.’ (AR 26 juli 1992, Gst. 6041, nr. 8.) Voor dit oordeel vindt de Afdeling tevens steun in de geschiedenis van de totstandkoming van de Wet op de kansspelen. Uit de Memorie van Toelichting (Tweede Kamer, zitting 1980-1981, 16 481, nr. 3) komt naar voren dat ook de wetgever ervan uitgaat dat het tot de taak van de burgemeester behoort op grond van artikel 221 (oud; tegenwoordig artikel 174) van de Gemeentewet toezicht uit te oefenen op plaatsen en gelegenheden waar speelautomaten staan opgesteld.

Reeds in twee eerdere uitspraken heeft de Voorzitter van de Afdeling deze vraag op gelijke wijze beantwoord (Voorzitter AR, 6 december 1988, KG 1989, 119en Voorzitter AR, 19 december 1988, Gst. 6877 nr.10).

Met deze uitspraken zijn de zelfstandige bestuursdwangbevoegdheid en de uitvoeringsbevoegdheid aan elkaar gekoppeld en bij de burgemeester neergelegd.

Strafrechtelijk

Overtreding van de bepalingen is daarnaast strafbaar gesteld in de verordening. De op te leggen straf mag niet zwaarder zijn dan hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie.

Artikelsgewijs

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In de verordening wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de begripsbepalingen van de Wok en/of de modelverordening van de VNG. De omschrijving van 'weg' is ruimer dan die van de Wegenverkeerswetgeving. Kampeerplaatsen worden in het bijzonder vermeld, omdat in kantines op campings speelautomaten mogen worden opgesteld, wanneer het inrichtingen betreft in de zin van artikel 30c van de Wok.

Artikel 2 Vestigingsvergunning

Eerste lid

Het motief dat aan het vergunningvereiste ten grondslag ligt is bescherming van de openbare orde, specifiek de leef- en woonsituatie.

Tweede

De bevoegdheid van de raad om geen speelautomatenhallen in de gemeente toe te laten, impliceert ook de bevoegdheid om het aantal te beperken tot een maximum. Algemeen uitgangpunt dat qua voorzieningenniveau veelal gehanteerd wordt, is 1 hal per 50.000 inwoners. Gelet op het aantal inwoners in Smallingerland (per 31 mei 2018 op 55.927), wordt er dan ook gekozen voor een maximum van 1 speelautomatenhal.

Derde lid

Hierin is vastgelegd waar een speelautomatenhal niet gewenst is. Daarbij is een afstandscriterium vastgelegd. Dit afstandscriterium is vergelijkbaar met die van het coffeeshopbeleid. Daarbij komt het erop neer dat er binnen een afstand van 250 m. vanaf de dichtstbijzijnde school, jongerencentrum of sporthal geen speelautomatenhal mag worden gevestigd.

Uitgangspunt daarbij is dat een speelautomatenhal uit het directe zicht van kwetsbare groepen ten aanzien van verslaving, dient te worden gehouden. Met name daar waren jongeren samenkomen.

Vierde lid

Op grond van artikel 30c, tweede lid Wok, moet in de verordening voor speelautomatenhallen het maximum aantal toegestane kansspelautomaten in een speelautomatenhal worden vastgelegd. Voor deze verordening is gekozen voor een maximum van 150 kansspelautomaten. Dit aantal is gebaseerd op ervaringscijfers van andere gemeenten en op de Marktscan Landgebonden Kansspelen van de Kansspelautoriteit.

In het kader van preventie en bestrijding van gokverslaving kan het aantal automaten voorts worden gekoppeld aan de oppervlakte van de hal. Dit wordt nader uitgewerkt in beleidsregels. Daarbij wordt de zogenaamde ideale mix het uitgangspunt: verschillende soorten speelautomaten en de onderlinge verhouding daartussen. Uit onderzoek (o.a. D. de Bruin, A. Benschop, R. Braam, D. J. Korf, 2006) blijkt namelijk dat de aanwezigheid van automaten met meer-spelers meer sociale controle met zich mee brengt. Door het opstellen van automaten met meer-spelers wordt het 'sociale spelen' namelijk bevorderd. Als kengetal kan daarbij 1 automaat per 5 m² worden aangehouden.

Vijfde lid

In de Wok is niets bepaald over de duur van een vestigingsvergunning op basis van de verordening voor speelautomatenhallen. In verband met de uitspraak van de Afdeling van 2 november 2016 (ECLI:RVS:2016:2927), is er voor gekozen om een looptijd aan de vergunning te verbinden. Daarbij is gekozen voor een duur van 10 jaren.

Dit vanwege het belang van de continuïteit van de onderneming, de terugverdientijd van investeringen, investering in goed personeel en de gebruikelijke huurperiode van vijf jaar voor bedrijfsruimte.

Daarmee sluit Smallingerland aan bij de meeste andere gemeenten die ook een termijn van 10 jaren hanteren.

Zesde lid

Op basis van artikel 2:28 Apv is voor het exploiteren van een horecabedrijf een exploitatievergunning van de burgemeester vereist.

Aangezien de ondernemer voor de exploitatie van de speelautomatenhal, naast de vestigingsvergunning en aanwezigheidsvergunning ook al een exploitatievergunning van de Kansspelautoriteit nodig heeft, heeft een exploitatievergunningplicht als er tevens sprake is van een horecabedrijf, geen toegevoegde waarde meer. Dit zou ook teveel worden. Vandaar dat de vergunningplicht op basis van 2:28 Apv hier wordt uitgesloten. Deze uitzondering geldt alleen voor de exploitatievergunning van de Apv. De vergunningplicht op basis van de Drank- en Horecawet en Drank- en horecaverordening blijft gewoon gelden, indien er tevens sprake is van een horecabedrijf.

Artikel 3 Indieningseisen aanvraag vergunning

Hierin zijn de indieningseisen voor een aanvraag voor een vergunning opgenomen. Daarbij gaat het om gegevens die nodig zijn om een aanvraag goed te kunnen beoordelen. Deze eisen zijn terug te voeren op de weigeringsgronden (zie ook verderop de toelichting onder artikel 5).

Tweede lid

Onder b en c inschrijving KvK en bewijs beschikkingsrecht perceel of pand

De ondernemer moet zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.

De ondernemer moet daarnaast kunnen aantonen dat deze over het betreffende perceel of pand beschikt of binnen afzienbare tijd de beschikking daarover krijgt, bijvoorbeeld met een huurcontract. Deze gegevens worden gevraagd vanwege de locatiegebondenheid van de vergunning (zie ook de toelichting onder artikel 7).

Onder d legitimatiebewijs en uittreksel bevolkingsregister

Ondernemers en beheerders dienen als gevolg van artikel 30d van de Wok getoetst te worden aan eisen van zedelijk gedrag en op voldoende kennis en inzicht met betrekking tot het gebruik van speelautomaten en de daaraan verbonden risico's van gokverslaving (art. 4 Speelautomatenbesluit). Om deze toets uit te kunnen voeren is een kopie van een niet verlopen legitimatiebewijs noodzakelijk.

Onder e VOG

De vestigingsvergunning is persoonsgebonden. De persoon van de ondernemer en de beheerder spelen een belangrijke rol in de exploitatie van de inrichting en daarmee ook op de wijze waarop de exploitatie de openbare orde en veiligheid beïnvloedt. Om die reden wordt het indienen van een VOG geëist van de ondernemer en beheerder. Daarnaast zal de gemeente in het kader van de wet Bibob de integriteit en achtergrond van de ondernemer en beheerder willen onderzoeken. Een VOG is daarbij een belangrijk hulpmiddel.

Onder f en g

De vergunning wordt geweigerd indien niet wordt voldaan aan de zogenoemde DEKRA-criteria en de erkenningsvoorwaarden van de VAN Kansspelen Brancheorganisatie. De ondernemer dient dan ook aan te kunnen tonen daaraan te kunnen voldoen. De ondernemer dient bij voorkeur lid te zijn van deze brancheorganisatie, maar moet in ieder geval aantonen te kunnen voldoen aan de eisen van de VAN Speelautomaten branche organisatie. Dit kan eventueel ook met een gelijkwaardigheidsverklaring. Daarnaast dient de ondernemer bij voorkeur in het bezit te zijn van het DEKRA-certificaat voor amusementscentra. Indien dat niet het geval is, moet deze in ieder geval een gelijkwaardigheidsverklaring kunnen overleggen. Zie ook de toelichting onder artikel 5 weigeringsgronden.

Onder h verslavingszorg

Het GGZ Nederland certificaat verslavingsproblematiek voor speelautomatencentra geldt als bewijsstuk op het gebied van verslavingszorg. Daaruit blijkt dat de ondernemer en de beheerder van een speelautomatenhal beschikken over voldoende kennis en inzicht met betrekking tot het gebruik van speelautomaten en de daaraan verbonden risico's van gokverslaving geldt (artikel 6, eerste lid van de Regeling werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen).

Onder i ondernemingsplan en/of beleidsplan

Van de aanvrager wordt een ondernemingsplan en/of beleidsplan gevraagd om daarmee de bedrijfsvoering inzichtelijk te maken. Zo moet blijken dat er sprake is van een bestendige exploitatie die past in de omgeving en een meerwaarde dan wel toegevoegde waarde binnen de gemeente Smallingerland vormt. Ook dient de inrichting nauwkeurig te worden beschreven. Dit vloeit voort uit artikel 13 van het Speelautomatenbesluit. De aanvrager dient inzichtelijk te maken hoe de automaten staan opgesteld om te kunnen toetsen aan dit artikel. Dit staat overigens los van het bepaald in artikel 2 van deze verordening op grond waarvan beperkingen kunnen worden gesteld aan het aantal kansspelautomaten. Voor de toegang geldt een minimumleeftijd van 21 jaar. De aanvrager dient dan ook te kunnen aantonen dat de leeftijd op een deugdelijke wijze wordt gecontroleerd. Daarnaast moet beoordeeld kunnen worden hoe kansspelverslaving wordt voorkomen en dient inzichtelijk te worden gemaakt hoe openbare orde problemen worden voorkomen.

Onder j

Om de ervaring van de ondernemer in de speelautomatenbranche te kunnen toetsen, wordt gevraagd om eventuele eerder verleende vergunningen te overleggen. Gezien de gemeentelijke eisen en de eisen uit de Wok en het Speelautomatenbesluit, is het van belang dat de aanvrager aantoonbare ervaring heeft en weet om te gaan met problematiek op het gebied van openbare orde en veiligheid, de impact van de hal op de leefomgeving en het tegengaan van gokverslaving.

Onder k Bibob

De wet Bibob geeft de gemeenten de mogelijkheid om een vergunning te weigeren als het vermoeden bestaat dat daarmee criminele activiteiten worden gefaciliteerd. De praktijk heeft uitgewezen dat vergunningen met betrekking tot kansspelen risicovolle vergunningen zijn op dit vlak. De ondernemer zal in dat kader dan ook een ingevuld en ondertekend Bibob-vragenformulier moeten inleveren. Aan de hand van dit formulier doet de gemeente eerste zelf onderzoek naar de integriteit van de aanvrager. Naar aanleiding van dit onderzoek kan daarna het Landelijk Bureau Bibob worden ingeschakeld voor nader advisering aan de gemeente.

Artikel 4 Selectieprocedure vergunning

In dit artikel is vastgelegd dat de burgemeester voorafgaand aan de start van de vergunningsprocedure een selectiedocument dient vast te stellen waarin de selectieprocedure en de wijze van beoordeling van de vergunningaanvragen is vastgelegd. Deze eis is ingegeven door Nationale en Europeesrechtelijke regelgeving. Uit de uitspraak 'Speelautomatenhal Vlaardingen' van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 november 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2927), volgt dat een vergunning op basis van de een speelautomatenhalverordening, waarbij een maximumstelsel geldt, er sprake is van een schaarse vergunning. Voor het verlenen van een schaarse vergunning dient een transparante en onpartijdige selectieprocedure plaats te vinden.

Kort gezegd gelden er bij het verlenen van een schaarse vergunning drie rechtsnormen:

  • 1.

    Mededinging: er moet voldoende mededingingsruimte zijn voor potentiële gegadigden.

  • 2.

    Tijdelijkheid: een ieder moet kunnen toetreden tot de markt. Een vergunning voor onbepaalde tijd zou dit belemmeren.

  • 3.

    Transparantie: er moet een passende mate van openbaarheid zijn.

Dit wordt vastgelegd in een selectiedocument, waarin de selectieprocedure en de wijze van beoordeling van de aanvragen is vastgelegd. Op het moment dat er (opnieuw) een vergunning beschikbaar komt, zal deze procedure gevoerd moeten worden.

Uitgangspunt van de selectieprocedure is dat er bij meerdere ontvankelijke aanvragen de hoogst gerangschikte aanvraag het eerst voor vergunning in aanmerking komt. Een aanvraag wordt hoger gerangschikt naarmate de aanvraag een grotere bijdrage levert aan de belangen die deze verordening beschermt. Daarbij zal getoetst worden aan criteria met betrekking tot het bestrijden van gokverslaving, de effecten op de openbare orde en veiligheid, het woon- en leefklimaat en de meerwaarde of toegevoegde waarde van een speelautomatenhal voor de gemeente Smallingerland.

Dit wordt verder uitgewerkt in beleidsregels (selectiedocument).

Artikel 5 Weigeringsgronden

Eerste lid

Onder a t/m c

Deze weigeringsgronden zijn terug te voeren op de eisen van artikel 2 van de verordening.

Onder d

Aanvragen die worden ingediend voordat de vergunningprocedure is gestart, worden direct geweigerd. De aanvraag kan niet buiten behandeling worden gesteld, aangezien dit niet een geval betreft zoals opgenomen in artikel 4:5 Awb. Het betreft namelijk niet een gebrekkige aanvraag die kan worden hersteld. Men zal een geheel nieuwe aanvraag moeten indienen, zodra de vergunningprocedure is gestart.

Indien met een aanvraag te laat wordt ingediend, zal deze ook worden geweigerd.

Onder e

Dit vereiste dient om een speelhal duidelijk van de openbare weg af voor een ieder herkenbaar te maken. Tevens om te voorkomen dat in een achteraf lokaal van een gebouw, waarin bijvoorbeeld een horecabedrijf wordt uitgeoefend, een speelhal wordt geëxploiteerd en deze speelhal mede of uitsluitend via het andere bedrijf bereikbaar zou zijn.

Onder f en g

Deze eisen zijn gericht op de eisen waar beheerders en ondernemers aan moeten voldoen op basis van de Wok en het onderliggende Speelautomatenbesluit, zoals voldoende kennis en inzicht met betrekking tot risico's van kansspelverslaving en ten aanzien van de persoon (onder curatele, slecht levensgedrag, e.d.).

Onder h

In het bepaalde onder h komt tot uiting dat de vergunning dient te worden geweigerd, wanneer gevreesd moet worden dat de woon- en leefsituatie door de vestiging van een hal op ontoelaatbare wijze zal worden aangetast. Daarbij wordt rekening gehouden met het karakter van de straat, het winkelniveau aldaar en van de wijk waarin de speelhal is gelegen of zal komen te liggen. In de beoordeling van de aanvragen wordt de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan betrokken. Het is ook mogelijk om een vergunning te weigeren, wanneer er sprake is van een op ontoelaatbare wijze aantasten van het karakter van een (deels van) winkelstraat/-buurt/-centrum. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn in een winkelstraat met winkels van een 'exclusief' karakter. Door de vestiging van een speelhal zal er sprake (kunnen) zijn van een ontoelaatbaar spanningsveld, waardoor een te grote inbreuk mag worden gevreesd op de bestaande functie van de winkelstraat.

Onder i

De VAN Kansspelen Brancheorganisatie hanteert specifieke kwaliteitseisen voor de ca. 210 aangesloten amusementscentra. Deze centra kunnen in aanmerking komen voor de VAN-certificering als zij voldoen aan de voorwaarden van de VAN met betrekking tot de uitstraling van het centrum, van de locatie en het personeel. De VAN-certificering is een vereiste om in aanmerking te komen voor de DEKRA(KEMA)-certificering. Dit DEKRA-certificaat is een waarborg voor een kwalitatief hoogstaand en professioneel geleid amusementscentrum. In samenwerking met de ministeries van EZ, Financiën, Volksgezondheid, Welzijn & Sport, GGZ Nederland en de VNG zijn criteria geformuleerd waaraan een amusementscentrum moet voldoen om voor een DEKRA-certificaat in aanmerking te komen.

Deze organisaties werken onder meer met speciaal ingehuurde 'mistery guests'. Deze bezoeken op regelmatige basis de vestiging van de exploitant. Doel is om de theorie aan de praktijk te toetsen. De door hen geconstateerde aandachtspunten worden in een rapport vastgelegd. De exploitant moet er vervolgens voor zorgen dat deze punten worden opgepakt en zo nodig worden bijgestuurd.

Onder j

Deze eis ziet niet op de persoon van de ondernemer, maar op het te voeren beleid ter voorkoming van kansspelverslaving.

Onder k

De speelautomatenhal dient als amusementscentrum een toegevoegde waarde op te leveren binnen het gebied waar de speelhal wordt gevestigd en de gemeente in het algemeen. De aanvrager dient dit nader te motiveren. In beleidsregels zal dit criterium nader worden uitgelegd en zal dit ook een criterium zijn waaraan getoetst wordt bij de selectieprocedure, zoals is bepaald in artikel 4, derde lid.

Onder l

Hieronder is als weigeringsgrond opgenomen dat er geen sprake mag zijn van strijd met het planologische regime. Vanuit het oogpunt van behoorlijk bestuur zal eerst de mogelijkheid tot meewerken aan strijdigheid worden onderzocht, voordat tot weigering wordt overgegaan.

Op deze wijze wordt ook voorkomen dat op basis van de verordening een vestigingsvergunning wordt verleend, terwijl later op grond van strijd met bijvoorbeeld een bestemmingsplan, de plannen niet uitvoerbaar zijn, omdat men geen gebruik van de vergunning kan maken.

Onder m

Deze grond geeft de burgemeester een reden tot weigering van de vergunning bij gevaar van misbruik van de vergunning in de zin van artikel 3 Wet Bibob.

Tweede lid

Bij de beoordeling van meerdere ontvankelijke aanvragen kan de burgemeester op basis van artikel 4 de aanvraag die niet als hoogste is gerangschikt, weigeren, maar is hij hiertoe niet verplicht. Aangezien het hier gaat om wegingscriteria dient de burgemeester daarbij beleidsvrijheid te hebben. Vandaar het onderscheid met het eerste lid, waarbij die ruimte er niet is.

Artikel 6 Beslistermijn

Er geldt een beslistermijn van twaalf weken. Deze termijn blijkt nodig te zijn voor een zorgvuldige beoordeling van de aanvraag en wordt door alle gemeenten die een speelautomatenverordeningen kennen, gehanteerd.

Op basis van het derde lid, zou een van rechtswege verleende vergunning wegens een termijnoverschrijding verstrekkende gevolgen hebben. Vandaar dat de vergunning wordt uitgezonderd van paragraaf 4.1.3.3. van Awb.

Artikel 7 Tenaamstelling, locatie en voorschriften vergunning

Eerste lid

Gelet op de eisen waaraan de ondernemer dient te voldoen en de impact die een speelautomatenhal kan hebben op de leefomgeving is de vergunning naams-en locatie gebonden. Deze is daarmee niet overdraagbaar. Wel kan in bepaalde situaties een wijziging van de vergunning worden aangevraagd, zie ook bij de toelichting onder

artikel 8.

Tweede lid

Voor het toezicht op de hal moet het duidelijk zijn wie de beheerder is of wie de beheerders zijn. Dit moet dan ook worden vermeld op de vergunning.

Derde lid

In de Wok is vastgelegd dat de minimumleeftijd 18 jaar bedraagt om een speelautomatenhal te mogen betreden. In de verordening kan deze leeftijd worden verhoogd tot 21 jaar.

Aangezien jongvolwassenen een groter risico lopen om verslaafd te raken aan gokken, is er voor gekozen om de minimumleeftijd te verhogen naar een leeftijd van 21 jaar. Volgens onderzoek bestaat de grootste groep probleemgokkers in de Westerse landen uit jongvolwassenen van 18 tot 25 jaar 1 . Een kleine stijging van de psychosociale volwassenheid (een variabele waarin o.a. impulsiviteit, risicowaarneming en sensatie zoeken zijn gecombineerd) bij jongeren vindt plaats tussen de leeftijdscategorieën 18-21 jaar en 22-25 jaar.2 Kort gezegd is er vanaf 21 jaar sprake van een beter ontwikkelde psychosociale volwassenheid en kan daarmee het risico op gokverslaving bij jongvolwassenen worden tegen gegaan.

In het derde lid is de minimumleeftijdseis zo geregeld dat aan de vergunning het voorschrift moet worden verbonden dat het niet is toegestaan om toegang te verlenen aan personen die de leeftijd van 21 jaar nog niet hebben bereikt of waarbij niet op een deugdelijke wijze is vastgelegd dat deze de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt.

Vierde lid

Het openings- en sluitingstijdenregime voor horecabedrijven in de Apv is niet van toepassing op speelautomatenhallen. Deze vallen namelijk niet onder de omschrijving van een horecabedrijf. Openings- en sluitingstijden dienen daarom in de vestigingsvergunning te worden vastgelegd. De burgemeester kan in het belang van de woon-en leefsituatie de openings- en sluitingstijden van een speelautomatenhal beperken.

Voorschriften en beperkingen met betrekking tot het aantal en het type speelautomaten kunnen zowel aan de aanwezigheidsvergunning als aan de vestigingsvergunning worden verbonden. Bij de vaststelling van het aantal toe te laten automaten is gewicht toe te kennen aan de plaats en wijze van exploitatie. Bj de vaststelling van de verhouding tussen behendigheids- en kansspelautomaten zou ook betekenis kunnen worden toegekend aan de mogelijkheid van een rendabele exploitatie.

De burgemeester kan de aanvrager voor en na vergunningverlening verzoeken aanvullende gegevens en bescheiden te verschaffen. De burgemeester acht het inleveren van het Bibob-formulier in ieder geval noodzakelijk als sprake is van de situatie zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob (signaal van de officier van justitie)

Artikel 8 Wisseling ondernemer of wijziging beheer

Eerste, tweede en derde lid

De achterliggende gedachte hierbij is om automatische voorzetting van exploitatie van een hal te voorkomen. Door een nieuwe vergunningaanvraag te eisen kan worden bepaald of voor de betreffende locatie opnieuw vergunning kan worden verleend. Daarbij zal ook overwogen moeten worden of handhaving van de locatie gewenst is

Vierde lid

Als de vergunninghouder de beheerder verliest, hetzij door overlijden, hetzij door vertrek, hoeft deze niet te stoppen met de bedrijfsvoering, maar zal binnen de aangegeven termijn een wijziging van de vergunning moeten worden aangevraagd.

Artikel 9 Vervallen vergunning

Eerste lid

Het vervallen van de bestaande vergunning van rechtswege betekent dat belanghebbenden hiertegen geen bezwaar of beroep kunnen aantekenen, omdat er geen sprake is van een beschikking.

Ten eerste vervalt een vergunning bij beëindiging van de exploitatie.

Daarnaast vervalt deze als er een nieuwe vergunning wordt verleend, waardoor in het pand onder een nieuwe vergunning een speelautomatenhal kan worden gevestigd. Om te voorkomen dat op twee vergunningen kan worden geëxploiteerd, vervalt de oude vergunning bij het onherroepelijk worden van de nieuwe vergunning. Voorts vervalt de vergunning bij overlijden van de vergunninghouder en er binnen de gestelde termijn geen nieuwe aanvraag is ingediend

Tot slot vervalt de vergunning als er een wijziging plaatsvindt in de beheerder(s) en niet binnen de gestelde termijn een nieuwe vergunning is ingediend. De vergunning is dan immers niet meer in overeenstemming met de feitelijke situatie.

Tweede lid

Op het moment dat de vergunning is vervallen, kan er een nieuwe vergunning beschikbaar komen. Gezien de schaarste daarvan, zal voor het verlenen van de vergunning weer opnieuw de selectieprocedure zoals vastgelegd in artikel 4, moeten worden doorlopen.

Artikel 10 Intrekking vergunning

Eerste lid

Onder a t/m e, g en m: dit spreekt voor zich en behoeft geen nadere toelichting.

Onder f:

Bij gebruikmaking van deze intrekkingsgrond, dient de motivering daarvan aan zware eisen te voldoen. Het betreft immers omstandigheden waarop de ondernemer doorgaans geen invloed kan uitoefenen. Voorts mag hij erop vertrouwen dat een aan hem verleende vergunning normaal gesproken in stand blijft, temeer gezien de financiële gevolgen.

Onder h

Onderbreking van de exploitatie voor een periode langer dan zes maanden, hoeft niet in alle gevallen aanleiding te geven om de vergunning in te trekken. Bijvoorbeeld een verbouwing die langer duurt dan verwacht.

Onder i t/m k

Deze voorwaarden verwijzen naar het voorkomen van (criminele) gedragingen van zowel personen in de hal als diegene die de leiding hebben die een gevaar op kunnen leveren voor de openbare orde en veiligheid of een bedreiging vormen voor het woon-of leefklimaat in de omgeving van de hal.

Onder l:

Indien de ondernemer een rechtspersoon betreft en er daarbij sprake is van wijziging van de zeggenschap van die rechtspersoon dan kan dat aanleiding geven om de vergunning in te trekken. Gelet op het feit dat de vergunning persoonsgebonden is en het dan de vraag is of er nog sprake is van dezelfde persoon aan wie de vergunning is verleend. In de bepaling is opgenomen wat o.a. onder een wijziging van de zeggenschap wordt aangemerkt. Uiteindelijk zal de burgemeester per geval moeten afwegen in hoeverre de wijziging dusdanig groot is, dat dit aanleiding geeft om de vergunning in te trekken.

Tweede lid

Net als bij een vervallen vergunning, kan er bij een ingetrokken vergunning opnieuw een vergunning beschikbaar komen. Daarbij zal dan bij het opnieuw verlenen ervan de selectieprocedure zoals vastgelegd in artikel 4 worden gevolgd.

Artikel 11 Strafbepaling

Op de overtreding van een verbodsbepaling in de deze verordening is in de Wok geen directe strafsanctie gesteld, zodat de gemeenteraad op grond van artikel 154 Gemeentewet op overtreding van zijn verordening zelf een strafsanctie kan stellen. Deze strafbaarstelling kan ook worden opgenomen indien het een medebewindsverordening betreft. Artikel 154 bepaalt dat de gemeenteraad op grond van zijn verordenende bevoegdheid bij overtreding van wat bij verordening is geregeld geen andere of zwaardere straffen kan stellen dan een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie, als dan niet met openbaarmaking van de rechterlijk uitspraak.

Artikel 12 Toezicht en opsporing

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens titel VA, paragraaf 2, zijn belast de bij besluit van de burgemeester aangewezen ambtenaren en personen. Van dit besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant (artikel 34 van de Wok).

Als gevolg van artikel 142 Wetboek van Strafvordering kunnen met opsporing van strafbare feiten ook zijn belast zij aan wie bij verordening de handhaving of de zorg voor de naleving daarvan is toevertrouwd. Het ligt in de lijn dat aan hen ook het toezicht op de naleving van de speelautomatenvergunning wordt opgedragen.

Artikel 13 Inwerkingtreding en citeertitel

In de verordening wordt de inwerkingtreding uitgesteld tot een nader door de raad te bepalen tijdstip. Dit vanwege de nadere besluitvorming die nog nodig is (aanpassing van de Legesverordening en de selectieprocedure, zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid). Zolang deze nadere besluitvorming nog niet gereed is, is het niet aan te bevelen om de verordening al in werking te laten treden.


Noot
1

Williams, R. J., West B.L., & Simpson, R. I. (2012). Prevention of problem gambling: A Comprehensive Review of the Evidence and Identified Best Practices. Report prepared for the Ontario problem gambling research centre and the Ontario ministry of health and long term care.

Noot
2

Steinberg, L. (2008). A social neruoscience perspective on adolescent risk-taking. Developmental review, 28(1), 78-106. doi: 10.1016/j.dr.2007.08.002.